Posts tonen met het label folk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label folk. Alle posts tonen

donderdag 5 september 2013

Karen Dalton | In My Own Time

Al in 1961 is Karen Dalton, geboren Karen Cariker in 1937 in Bonham, Texas, de ster in de New Yorkse folkscene. Ravissant, gewapend met akoestische gitaar, banjo en een notitieboek vol Appalachen-traditionals ligt het publiek in Café Wha? ademloos aan haar voeten, onder de indruk van haar intense stemgeluid. Ze klinkt met haar krakerige stem, haperend en vibratoloos, als Billy Holliday die de mountainblues zingt. In 1969 verschijnt het akoestische countryblues-debuut op Capitol Records, maar een succes is het niet, met als gevolg dat Dalton aan lager wal raakt en afwisselend in een trailer in Colorado leeft en een junkie-appartement in de Bronx, New York. Woodstock-organisator Michael Lang weet Dalton in 1970 de Bearsville-studio in te krijgen om met muzikanten als Harvey Brooks (bas), Amos Garrett (gitaar) en Ben Keith (pedal steel) een soort van countryrockalbum op te nemen. In My Own Time is een tweeslachtig album, dat ontsierd wordt door bloedeloze covers van uitgewoonde liedjes als 'When A Man Loves A Woman' en 'How Sweet It Is'. Anderzijds zijn Dino Valenti's 'Something On Your Mind', Richard Manuels 'In A Station' en Paul Butterfields 'In My Own Dream' meeslepende countryrocksongs en is de traditional 'Katie Cruel' – gedragen door Daltons banjo en Bobby Notkoffs spookachtige viool – van een ongenaakbare schoonheid. Karen Daltons verdere leven is min of meer een mysterie. In My Own Time is haar laatste plaat; 22 jaar later overlijdt ze berooid en door HIV-besmet op 55-jarige leeftijd in haar appartement in de Bronx.

Something On Your Mind / When A Man Loves A Woman / In My Own Dream / Katie Cruel / How Sweet It Is / In A Station / Take Me / Same Old Man / One Night Of Love / Are You Leaving For The Country  

dinsdag 29 januari 2013

Tim Hardin | Tim Hardin 2

‘If I Were A Carpenter’ stond in de jaren zestig twee keer in de Nederlandse Top 10; in 1966 in de versie van Bobby Darin, in 1968 in de versie van The Four Tops. Geestelijk vader van deze evergreen is echter Tim Hardin, een uiterst getalenteerde singer-songwriter, maar ook een agressieve, maniakale en ziekelijk dwangmatige persoonlijkheid. Tim Hardin vlucht na zijn middelbare schooltijd bij zijn ouders vandaan het leger in. Eenmaal bij de mariniers raakt Hardin bij zijn uitzending naar het Verre Oosten al snel verslaafd aan heroïne, als vervanger voor de pijnstillers die hij al jaren gebruikt. In 1961 duikt Tim Hardin op in Greenwich Village en ontwikkelt zich in het circuit als een singer-songwriter die zich, in tegenstelling tot de protestzangers, focust op zijn innerlijke wereld. Het spreekt bijna voor zich dat Hardin een onaangepaste, compromisloze – en verslaafde – kunstenaar is. Na een mislukte deal met Columbia Records tekent Hardin medio jaren zestig bij Verve en vertrekt naar Los Angeles om daar aan de piano aan zijn songs te werken. Het is zijn meest creatieve fase; Hardin schrijft de songs die terecht zullen komen op Tim Hardin 1 en Tim Hardin 2. Hij ontmoet er ook zijn toekomstige vrouw en muze, Susan Morrs, over wie hij het prachtige ‘Lady Came From Baltimore’ schrijft. In juli 1966 verschijnt Tim Hardin 1, met daarop het klassieke ‘How Can We Hang On To A Dream?’ – ook een flinke hit in Nederland. Hardin is furieus over de buiten zijn toestemming om toegevoegde strijkers, een feit dat zich zal herhalen als Tim Hardin 2 in april 1967 uitkomt. Maar ondanks Hardins woede is 2 een schitterend album, opgebouwd uit tien korte songs die op een perfecte wijze folk, jazz en blues versmelten. Fenomenale liedjes als ‘Lady Came From Baltimore’, ‘If I Were A Carpenter’ en ‘Black Sheep Boy’ zijn opgesierd met dwarsfluit, vibrafoon en romantische strijkers. De overige liedjes doen er weinig voor onder, temeer daar Hardins gruizige en gepokte stem en diens piano- en gitaarspel de luisteraar volledig in de greep neemt. Tim Hardin legt zijn getormenteerde ziel volledig bloot. De beide lp’s zijn geen verkoopsucces en, erger nog, Tim Hardin zakt verder weg in zijn door heroïne veroorzaakte waanwereld. De haat-liefde verhouding met zijn vrouw Susan, zijn agressieve gedrag en het excessieve drank- en drugsgebruik maken van Hardin een menselijk wrak. Tot 1976 zal hij nog zes van kwaliteit wisselende albums maken. Op 29 december 1980 overlijdt Tim Hardin in Los Angeles aan een overdosis, 39 jaar oud.

If I Were A Carpenter / Red Balloon / Black Sheep Boy / Lady Came From Baltimore / Baby Close Its Eyes / You Upset The Grace Of Living If You Lie / Speak Like A Child / See Where You Are And Get Out / It’s Hard To Believe In Love For Long / Tribute To Hank Williams