Posts tonen met het label singer-songwriter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label singer-songwriter. Alle posts tonen

maandag 15 oktober 2018

Ryan Martin | Gimme Some Light

Een dubbel-lp in een klaphoes, met op de voorkant een wat getroebleerde man in een gestrand treinstel. Aan de binnenkant dezelfde man in de herfstige, Amerikaanse natuur. Dit is geen vrolijke frans, nee, dat is Ryan Martin zeker niet: ex-verslaafde, ex-bajesklant en overlever van een zwaar auto-ongeluk. Allemaal materiaal voor een doorleefd americana-album, want dat is Gimme Some Light. Martin groeide op aan de Westkust, maar voelt zich meer thuis in Upstate New York, in de bossen, in de velden. Het Woodstock-idee, zeg maar. Die sfeer spreekt ook uit de zwierige countryrocksongs, uitgevoerd door een imposante band met daarin van alles vertegenwoordigd: gitaar, bas, drums, piano, orgel, mandoline, pedalsteel en blazers, stemmige blazers, dat wel. Over de vier plaatkanten verspreid bevindt zich een gevarieerd aanbod van doorleefde songs. De rake midtempo opener ‘All the Good Men’ is gelijk al een prachtsong en een blauwdruk van het vele moois dat volgt. Martin rockt in ‘Destitute Darlings’, ‘Say You Love Me’ en ‘Adeline’ - met glockenspiel - op een vlotte R.E.M.-manier, wat betekent: stevig jengelende elektrische gitaren. Nog meer gecharmeerd ben ik van de weemoedige, trieste liedjes, zoals ‘Death of Love’, ‘Regular Man’, ‘Be Kind’ en het klein gehouden ‘Parasol’, die geweldig mooi en intens gezongen worden door Martin, niet zelden geholpen door een jankende pedalsteel. In dat opzicht is het dramatische en naar een orkestrale climax gevoerde ‘Ask Your Mother’ misschien wel het hoogtepunt van de schatkamer aan prachtsongs die Gimme Some Light is.

‘All the Good Men’ | ‘Destitute Darlings’ | ‘Death of Love’ | ‘Parasol’ | ‘Say You Love Me’ | ‘Dangerously Unplugged’ | ‘Regular Man’ | ‘Suicide Parade’ | ‘Be Kind’ | ‘Adeline’ | ‘Lepers in Armor’ | ‘Ask Your Mother’ | ‘Real Human Being’ | ‘New England Song’ | ‘The Marchers’ | ‘The Prettiest Girl On This Side of Hell’

Garrett T. Capps | In The Shadows (Again)

We mogen blij zijn dat Garrett T. Capps hier via distributeur Sonic Rendezvous onder de aandacht komt. Capps, een cowboy uit San Antonio, Texas, realiseerde reeds eerder een album, maar dit In The Shadows (Again) is nu voor iedereen beschikbaar. Doe daar je voordeel mee, want deze plaat is simpelweg overrompelend. Naast heerlijke old skool-countryliedjes als ‘Baby Please’ - met sfeervolle cafégeluiden uit een Waffle House - en het titelnummer met B.J. Cole’s wuivende pedalsteel, maakt Garret T. vooral indruk met het weemoedig, golvende en filmische ‘The Insterstate 35 Waltz’, een cover van Christopher Cessac; het welhaast spectoriaanse ‘Dancin’ Hands’; en het uitgesponnen, traag voorttrekkende ‘Trouble’s Callin': 10 minuten-plus en een grandioze afsluiter. Garrett T. Capps heeft niet alleen een vergelijkbare potentie als de reeds gearriveerden Daniel Romano en Sturgill Simpson, maar refereert in ‘Go Home’ bijvoorbeeld ook naar de enigmatische, maar helaas van het podium verdwenen Damon Bramblett. Kortom, met deze man halen we een nieuwe held binnen.

‘Born Into A Ballroom’ | ‘Go Home’ | ‘In the Shadows (Again)’ | ‘The Interstate 35 Waltz’ | ‘Here Right Now’ | ‘Dancin’ Hands’ | ‘Baby Please’ | ‘Harness the Light’ | ‘Trouble’s Callin’’

Israel Nash | Lifted

De neo-hippie en singer-songwriter uit de Ozark Mountains is voorgoed neergestreken in Dripping Springs, Texas. Israel Nash bouwde op zijn ranch een eigen studio, Plum Creek Sound. Met Lifted, zijn vijfde album, speelt Nash dus een thuiswedstrijd, wat hem kennelijk stimuleerde om flink uit te pakken met strijkers, blazers, gospelzang en een heuse spectoriaanse sound. Nash verlaat daarmee een beetje het Neil Young and Crazy Horse-geluid van de magnifieke albums Rain Plains (2013) en Silver Season (2015). De sound is nu atmosferischer, etherischer, zeker door de toevoeging van field recordings - in regentanks opgenomen instrumenten en kikker- en krekelgeluiden. Qua productie en sound is Lifted dan ook Israel Nash’ meest ambitieuze plaat tot zover. Daarbij heeft Nash ook zijn best gedaan goed in het gehoor liggende liedjes te componeren. En daar is hij met even meeslepende als weemoedige songs als ‘Rolling On’, ‘Looking Glass’, ‘Sweet Springs’, ‘Spirit Falls’, ‘The Widow’ en ‘Golden Fleeces’ uitstekend in geslaagd. Lifted is met zijn sterke songs en aanstekelijke melodieën, getoonzet in een majestueus klankbeeld voor Israel Nash een volgende stap in de richting van ja, wereldwijde erkenning.

‘Rolling On’ | ‘Looking Glass’ | ‘Lucky Ones’ | ‘Sweet Springs’ | ‘Spirit Falls’ | ‘Northwest Stars (Out of Tacoma)’ | ‘Hillsides’ | ‘The Widow’ | ‘Strong Was the Night’ | ‘Golden Fleeces’ 

dinsdag 6 februari 2018

Tyler Childers | Purgatory

Hij is een soort van protegé van Sturgill Simpson; Tyler Childers werd voor Purgatory de studio in Nashville, Tennessee ingesleept door de kroonprins van de alt.country. Childers, afkomstig uit een conservatief, doopsgezind gezin uit Lawrence County, Kentucky, vernoemde zijn doorbraakplaat naar het vagevuur - verwijzend naar de periode tussen een euforische zaterdagavond en een katerige zondagochtend. In feite gaan al zijn liedjes over hard drinking, heavy snorting en de kater van alledag. Childers verpakt dit echter in heerlijk melodieuze old school country, waarin banjo’s, fiddles, pedal steel en akoestische gitaren de boventoon voeren. Bluegrass, Appalachen-folk en country & western zijn Tylers bronnen, en zelf heeft hij een aantrekkelijke neusverkouden stem, waarmee hij zijn uitstekende countryliedjes meer dan enthousiast voor het voetlicht brengt. In tien songs, afwisselend relatief opgewekt en melancholiek stemmig, laat Tyler Childers horen uit het goede alt.country-hout gesneden te zijn. Sterker nog: hier klinkt een nieuwe stem. Met een machtig mooi album als resultaat.

‘I Swear (To God)’ | ‘Feathered Indians’ | ‘Tattoos’ | ‘Born Again’ | ‘Whitehouse Road’ | ‘Banded Clovis’ | ‘Purgatory’ | ‘Honky Tonk Flame’ | ‘Universal Sound’ | ‘Lady May’

Gepubliceerd in Mania #344

woensdag 31 januari 2018

Jackie Greene | Giving Up The Ghost

De New York Times noemde hem ‘The Prince of Americana’ en al jarenlang geldt Greene als een grote belofte. Zijn platen, zoals Sweet Somewhere Bound (2005) en American Myth (2006), werden beter en beter en dat culmineert nu in het even als atmosferische Giving Up The Ghost. Dit album kent bovendien een fantastische bezetting, want Greene is vanwege zijn bovengemiddelde vaardigheden op orgel en piano een graag geziene gast(muzikant) bij San Francisco-bands als The Mother Hips en Grateful Dead’s Phil Lesh And Friends – en die betalen nu terug. Zo spelen mee: Greg Leisz, Phil Lesh (Grateful Dead), Tim Bluhm (The Mother Hips), Pete Thomas en Davey Farragher (Elvis Costello), Larry Campbell (Bob Dylan) en David Hidalgo (Los Lobos), terwijl Steve Berlin (Los Lobos) ook produceerde. Je zou hierdoor bijna vergeten dat Jackie Greene zelf de grote ster is van Giving Up The Ghost. 
Greene loodst de luisteraar langs twaalf afwisselende eigen composities, passeert en passant soul, rhythm & blues en aanstekelijke pop, maar houdt stevig koers richting chicano-rootsrock. Hoogtepunten? De relaxte swing van ‘Another Love Gone Bad’, de soul van ‘Downhearted’, de Stax-blazers van ‘Don’t Let The Devil Take You Mind’, de stuurse rock van ‘Animal’ (à la David & David), de Lanois-broei van ‘Prayer For Spanish Harlem’ en de schitterende, meeslepende midtempo-songs ‘Shaken’ en ‘When You Return’. Ja, het is hier alles goud wat er blinkt.
Dat mag dan in 2008 gelden voor Giving Up The Ghosts, voor Greene’s toekomstige carrière geldt dat zeker niet. Een mondiale doorbraak à la Ryan Adams of Jason Isbell zit er vooralsnog niet in; Jackie Greene lijkt veroordeeld tot de marge. 

‘Shaken’ | ‘Animal’ | ‘I Don’t Live In A Dream’ | Like A Ball & Chain’ | Uphill Mountain’ | ‘Don’t Let The Devil Take Your Mind’ | ‘Prayer For Spanish Harlem’ | ‘Downhearted’ | ‘Follow You’ | ‘Another Love Gone Bad’ | ‘When You Return’ | ‘Ghosts of Promised Lands’  

zaterdag 25 november 2017

Susan Cowsill | Lighthouse

Bij verschijnen van Lighthouse in 2010 is het 43 jaar geleden dat ze als zangeres debuteerde bij The Cowsills, een popgroep bestaande uit louters broers en die grossierde in talloze bubblegum-hits. In de jaren negentig kwamen we haar, samen met haar toenmalige echtgenoot Peter Holsapple en Bangles-gitariste Vicki Peterson, tegen in The Continental Drifters. Susan Cowsill, over haar hebben we het, vestigde zich in New Orleans, Louisiana en het is deze stad en de ramp die zich daar voltrok die haar inspireerde tot Lighthouse. Cowsill verloor door Katrina niet alleen haar persoonlijke bezittingen, maar ook haar broer Barry, terwijl broer Billy bijna gelijktijdig in Canada overleed. Lighthouse is daardoor een album geworden dat is aangedreven door persoonlijke teksten en dat emotioneel diep gaat. Gedreven rockers en intense ballads, op een fundament van stekelige elektrische en rinkelende akoestische gitaren, Hammond, piano en strijkers; Susan Cowsill loodst ons langs een collectie schitterende americana-songs - met daartussen een cover van Jimmy Webbs/Glen Campbells ‘Galveston’. Lighthouse staat dan ook geheel in het teken van verdriet en verlies, maar bezingt tevens de liefde voor The Big Easy, zoals in ‘Onola': 

Oh New Orleans
You will always be my city
I will always be your daughter. 

Zonder overenthousiast te willen zijn, maar toch: Lighthouse is Susan Cowsills Car Wheels On A Gravel Road.

‘Dragon Flys’ | ‘Avenue of the Indians’ | ‘Sweet Bitter End’ | ‘You and Me Baby’ | ‘River of Love’ | ‘Could This Be Home’ | ‘Lighthouse’ | ‘The Way That It Goes’ | ‘’Onola’ | ‘Galveston’ | ‘Real Life’ | ‘Crescent City Sneaux’

maandag 23 oktober 2017

Lucinda Williams | This Sweet Old World

Sweet Old World was in 1992 het vierde, internationaal onbekende album van Lucinda Williams. De opvolger, Car Wheels On A Gravel Road, betekende zes later een wereldwijde doorbraak en maakte Lucinda Williams tot een van de sterren van de americana. Niet ongebruikelijk is dat een album dat de jublileum-gerechtigde leeftijd van 25 jaar heeft bereikt een rerelease krijgt, meestal in een nieuw jasje. Zoniet Sweet Old World: Lucinda Williams nam het hele album opnieuw op. 
De sound en productie van This Sweet Old World is totaal anders: het blikkerige en echoënde jarentachtiggeluid heeft nu plaatsgemaakt voor een warm, bluesy geluid, zoals we dat ook kennen van Down Where The Spirit Meets Bone (2014). Verassend is ook La Williams’ veranderde stem: eerst dun en onvolwassen, nu: op eikenhout gerijpt en met een heerlijke drawl. De ballads, zoals ‘Something About What Happens When We Talk’, ‘Sidewalks Of The City’ en de rauwe live-klassieker ‘Pineola’ klinken nu dan ook geweldig, mede door de prachtige gitaarsolo’s en de pedaalsteel van Greg Leisz. 
Aardig is ook dat This Sweet Old World completer is dan Sweet Old World: Lucinda Williams nam ook nog eens vier songs opnieuw op die toentertijd op de plank bleven liggen. Kortom, een geweldig oud, nieuw album.

‘Six Blocks Away’ | ‘Prove My Love’ | ‘Something About What Happens When We Talk’ | ‘Memphis Pearl’ | ‘Sidewalks of the City’ | ‘Sweet Old World’ | ‘Little Angel Little brother’ | ‘Pineola’ | ‘Lines Around Your Eyes’ | ‘Drivin Down A Dead End Street’ | ‘Hot Blood’ | ‘Which Will’ | ‘Factory Blues’ | ‘What You Don’t Know’ | ‘Wild and Blue’ | ‘Dark Side of Life’ 

dinsdag 26 september 2017

Hiss Golden Messenger | Hallelujah Anyhow

M.C. Taylor is in de hoedanigheid van Hiss Golden Messenger bewonderenswaardig productief. Sinds 2011 maakte hij al vijf merendeels voortreffelijke albums vol contemporaine elektrische countryfolk. Na Heart Like A Levee in 2016 is daar nu alweer Hallelujah Anyhow, waarop Taylor voortbouwt op zijn nu al imposante oeuvre. M.C. Taylor put uit het beste van wat de rootsmuziek te bieden heeft, to name a few: Dylan, The Band, Neil Young, Jesse Winchester en nu ook Van Morrison met zijn Caledonische soul. Hiss Golden Messenger zet aldus zo hier en daar warmbloedige blazers in, zoals in Domino (Time Will Tell) en John The Gun. Taylor heeft in de loop der jaren een vaste band om zich heen verzameld, waarin vooral Phil Cook excelleert op elektrische piano en slide-gitaar. Het is echt allemaal prachtig, zoals de schitterende Morrison-pastiche Caledonia My Love en het onbetwiste albumhoogtepunt, de meeslepende ballad Harder Rain. Hallelujah Anyhow is na Poor Moon, Haw, Lateness of Dancers en Heart Like A Levee een volgende parel in de kroon van Hiss Golden Messengers oeuvre.

‘Jenny of the Roses’ | ‘Lost Out in the Darkness’ | ‘Jaw’ | ‘I Am the Song’ | ‘Gulfport You’ve Been On My Mind’ | ‘John the Gun’ | ‘Domino (Time Will Tell)’ | ‘Caledonia, My Love’ | ‘When the Wall Comes Down’

Gepubliceerd op Platomania.nl.

zaterdag 10 juni 2017

Jason Isbell and the 400 Unit | The Nashville Sound

Na de twee bijzonder succesvolle solo-albums Southeastern (2013) en Something More Than Free (2015) krijgt zijn begeleidingsband The 400 Unit nu weer de volle credits: The Nashville Sound is een product van Jason Isbell and the 400 Unit. En dat hoor je, Isbells zesde album nadat hij tien jaar geleden Drive-By Truckers verliet, is gevarieerder en steviger dan de voorganger. Wederom opgenomen in Nashville, Tennessee, is The Nashville Sound het zoveelste geslaagde hoofdstuk in de carrière van de zanger en gitarist uit Greenhill, Alabama, dichtbij Muscle Shoals. Want Jason Isbell weet momenteel als geen ander de meer introspectieve sound van Ryan Adams te combineren met die van de grote singer-songwriters uit de seventies. Opener ‘Last of My Kind’ - inderdaad - is direct al zo’n weemoedig toplied dat is opgetrokken uit akoestische gitaar en fraaie accenten op elektrische piano en pedal steel. De variatie zit hem erin dat Isbell getuige ‘Cumberland Gap’ en ‘Anxiety’ ook weer stevig kan rootsrocken. De warme sound van vaste producer Dave Cobb maakt echter vooral van de royaal aanwezige ballads en countrysoul-nummers ware juweeltjes, zodat Jason Isbell met The Nashville Sound een volgende parel aan zijn snoer rijgt. Isbell heeft zich zolangzamerhand ontegenzeggelijk ontwikkeld tot dé singer-songwriter van het huidige tijdsgewricht; nobody tops Jason Isbell.

‘Last of My Kind’ | ‘Cumberland Gap’ | ‘Tupelo’ | ‘White Man’s World’ | ‘If We Were Vampires’ | ‘Anxiety’ | ‘Molotov’ | ‘Chaos and Clothes’ | ‘Hope the High Road’ | ‘Something to Love’ 

Gepubliceerd in Mania 338

vrijdag 5 mei 2017

John Moreland | Big Bad Luv

In zijn jeugd speelde hij in talloze hardcorebands, maar in 2013 zag John Moreland het licht - net als de vele americana-liefhebbers die hem opmerkten: In The Throes was een prachtige plaat. De opvolger in 2014 was nog even een slagje beter. Op High On Tulsa Heat was een singer-songwriter aan het woord die het beste van Steve Earle en Guy Clark in zich verenigde. Het betekende voor de geboren Texaan, maar in Tulsa, Oklahoma woonachtige lijvige en zwaar bebaarde bard een bescheiden doorbraak. Moreland is nu moving into a bigger arena; heeft getekend bij het Britse 4AD, een adequate band in dienst genomen en laat nu in 2017 het ijzersterke Big Bad Luv verschijnen. Wat gelijk opvalt is dat Moreland beduidend vrolijker gestemd lijkt dan eerder en dat de instrumentatie nu rijker en voller is - en dat is een gouden combinatie. Drums zijn nadrukkelijker aanwezig en vaak up-tempo; akoestische gitaren jengelen en jubelen en er is royale versiering van piano, Hammond en twang-gitaar. Love Is Not An Answer is hiervan een o zo fraai voorbeeld, waar Moreland overigens doet denken aan Chris Stapletons Traveller (2015). Een andere vergelijking die opdoemt is dat Morelands stem gelijkt op die van Springsteen ten tijde van The River (Lies I Chose To Believe, No Glory in Regret). Denk overigens niet dat Moreland een vrolijke frans is geworden; hij zingt nog steeds over zijn persoonlijke angsten en duivels. Het indringendst in de afsluiter Latchkey Kid - hijzelf was inderdaad zo’n sleutelkind. Big Bad Luv is een ambitieus album, waarmee Moreland tot een grote groep van luisteraars kan doordringen. Dat moet lukken met zo’n ronduit schitterend america-album.

‘Sallisaw Blue’ | ‘Old Wounds’ | ‘Every Kind of Wrong’ | ‘Love Is Not An Answer’ | ‘Lies I Chose To Believe’ | ‘Amen, So Be It’ | ‘No Glory in Regret’ | ‘Ain’t We Gold’ | ‘Slow Down Easy’ | ‘It Don’t Suit Me (Like Before)’ | ‘Latchkey Kid’ 

Gepubliceerd in PlatoMania nr. 337.

donderdag 20 april 2017

Andrew Combs | Canyons of My Mind

Het zou mooi zijn als Andrew Combs met zijn nieuwe album Canyons of The Mind echt zou doorbreken. Hij schurkt er namelijk heel dicht tegen aan. In 2010 debuteerde de geboren Texaan maar naar Nashville, Tennessee verhuisde singer-songwriter met de schitterende ep Tennessee Time. Hij liet zich beluisteren als een mix tussen de klassieke Guy Clark en de meer eigentijdse Ryan Adams. Daarna volgden de werkelijk prachtige albums Worried Man (2012) en All These Dreams (2015); een bevestiging van Combs’ grootse talent. Canyons of My Mind gaat naar mijn mening nog een stapje verder, want voortreffelijke liedjes en getoonzet in een wat donkerder klankbeeld dan voorganger All These Dreams. Het maakt Andrew Combs een nog indrukwekkender singer-songwriter dan hij al was. Aldus meen ik dat Canyons of My Mind zijn beste album tot nu toe is, met enerzijds broeierige countryrocknummers als ‘Heart of Wonder’ en ‘Blood Hunters’ en anderzijds ontroerende ballads als ‘Hazel’ en ‘Silk Flowers’. Topnummer is echter het met scheurende gitaar een majestueuze strijkers naar een climax gevoerde ‘Bourgeois King’. Bijzonder fraai.

‘Heart of Wonder’ | ‘Sleepwalker’ | ‘Dirty Rain’ | ‘Hazel’ | ‘Rose Colored Blues’ | ‘Better Way’ | ‘Lauralee’ | ‘Blood Hunters’ | ‘Silk Flowers’ | ‘Bourgeois King’ | ‘What It Means To You’ 

Gepubliceerd in Platomania

vrijdag 10 maart 2017

Jonah Tolchin | Thousand Mile Night

Jonah Tolchin laat er geen gras over groeien; in 2014 debuteerde hij met Clover Lane op Yep Roc Records en nu is de opvolger Thousand Mile Night er al. Het tekent de gretige en ongedurige spirit van de nog maar 24-jarige Tolchin uit Princeton, New Jersey. Hij is gezien zijn ontwikkeling een singer-songwriter om rekening mee te houden, vooral omdat hij met een been ferm in de traditie staat van de zuidelijke countryblues. Tolchin nam Clover Lane op in Nashville met Marvin Etzioni (Lone Justice), maar daalde voor Thousand Mile Night met Etzioni af naar het zuiden, naar het fameuze Muscle Shoals, Alabama. Jonah Tochin wordt daarmee onderdeel van de muziekhistorie, maar ook en vooral omdat Thousand Mile Night een geweldig album is. Met een precies gruizige stem, adequate begeleiders en Etzioni’s directe productie - als in een live-setting - klinken de liedjes doorleefd en oprecht. Naast bas, drum en gitaar voegen fiddle en de Hammond B-3 net die finesses toe die een talent als Tolchin goed kan gebruiken. Dat levert prachtige liedjes op: ‘Beauty In The Ugliest Of Days’, ‘Unless You Got Faith’, ‘Where The Hell Are All My Friends?’ Met als hoogtepunt de titelsong die een duivelse autorit verbeeldt van Mobile naar Michigan en de dominee op de achterbank meereist. Tolchin sluit in traditie af met een akoestische versie van de Skip James-bluesklassieker ‘Hard Time Killing Floor Blues’. Adembenemend.

Beauty In The Ugliest Of Days / Thousand Mile Night / I Wonder / Completely / Paint My Love / Song About Home / Unless You Got Faith / Where The Hell Are All Of My Friends / Working Man Blues #22 / Hard Time Killing Floor Blues

Yep Roc Records (2016)

Eerder gepubliceerd in Heaven. 

zaterdag 14 januari 2017

Christian Kjellvander | A Village: Natural Light

Christian Kjellvander maakt al ruime dertien jaar min of meer dezelfde platen: donkere, spaarzame Scandinavische americana. De Zweedse Kjellvander is niet bepaald een opgeruimd type, nee, eerder een doemdenker - en dan is hij ook nog eens gezegend met een aardedonkere bariton. Dat gaat schitterend samen. Een extra dimensie is dat Kjellvander ook nog eens doodgraver geworden is in zijn woonplaats Malmö. De prachtige liedjes zijn nu nog treuriger. Shallow Sea opent met een wonderschoon gitaarmotief; elektrisch en schril. Tezamen met Kjellvanders paradoxaal genoeg warme stemgeluid is dit ronduit imponerend. Rustige bas en drums, warmbloedige toetsen, een enkele hartverwarmende tweede vrouwenstem, en de Marc Ribot-achtige gitaarlijnen stellen Kjellvander in staat zijn grootse, duistere maar ook bloedwarme liedjes excellent voor het voetlicht te brengen. Het geheel, dit A Village: Natural Light, is dan ook van een onaardse schoonheid en maakt deel uit van een nauwelijks te evenaren oeuvre. 

Shallow Sea / Dark Ain’t That Dark / Midsummer (Red Dance) / Riders In The Rain / Misanthrope River ? Always With The Horses / Staghorn Sumac / Good Child / Gallow

zondag 20 november 2016

Marlon Williams | Marlon Williams

Popmuziek uit Nieuw Zeeland wordt bijna altijd geassocieerd met Flying Nun; het poplabel dat ons al vanaf de jaren tachtig intelligente gitaarpop brengt. Maar nu ook met Marlon Williams, een klassiek geschoolde koorknaap die zijn sporen al in bandjes verdiende en nu op de proppen komt met een heerlijke americanaplaat - uit Nieuw Zeeland, dat wel.  Hoewel hij aftrapt met het lekker galopperende ‘Hello Miss Lonesome' stopt Williams niettemin wel flink wat pop in zijn alt.country, zo is te horen in de fraaie liedjes als ‘After All’, ‘Strange Things' en de tranentrekkende afsluiter ‘Everyone’s Got Something To Say.’ Voeg daarbij een trio fraaie covers - waaronder het obscure ‘Silent Passage’ van Bob Carpenter - en het resultaat is een ijzersterke moderne countrypopplaat. Dit gelijknamige debuut is toch wel een van de betere albums van 2016. Van deze man, deze Marlon Williams, gaan we zeker meer horen.

Hello Miss Lonesome / After All / Dark Child / I’m Lost Without You / Lonely Side Of Her / Silent Passage / Strange Things / When I Was A Young Girl / Everybody’s Got Something To Say

maandag 7 november 2016

David Ramirez | Fables

Hier is weer zo’n groots singer-songwriterstalent. Nog niet doorgebroken, maar de cd voor hét americana-label van dit moment - Thirty Tigers - mag er wezen. De Texaanse David Ramirez debuteerde onopvallend met Apologies in 2012, maar kreeg de gemoederen in beweging met The Rooster-ep (2013), en van het een komt het ander, met als resultaat deze geweldige plaat, die overigens in Amerika al in 2015 verscheen. Fables is een uitgebalanceerd album, met de perfecte verhouding tussen elektrisch versterkte liedjes en kaalgestripte akoestische. Zo is opener ‘Communion’ een heerlijk stroperig rocknummer met vervormde gitaren en ‘Rock And A Hard Place’ een intieme ballad. De begeleiding is fraai, de productie van collega singer-songwriter Noah Gundersen transparant. Fables is een erg mooie verzameling alt.countrysongs, waarbij en passant vergelijkingen opdoemen met Jackson Browne (‘That Ain’t Love’), Ryan Adams (‘Hold On’) en leeftijdgenoot John Fullbright (‘Ball And Chain’). 

Communion / Harder To Lie / New Way Of Living / Rock & A Hard Place / On Your Side / How Do You Get ‘Em Back / Wild Bones / That Ain’t Love / Hold On / Ball & Chain


Deze recensie verscheen eerder in Platomania.

donderdag 24 maart 2016

James Thomson | Cold Moon


Alles aan James Thomson ademt americana, althans op zijn tweede plaat Cold Moon: muziek, foto’s, teksten en sfeer. Alleen, James Thomson komt uit Newcastle, New South Wales, Australië. Nu heeft de Australische outback veel gemeen met het Amerikaanse Westen, maar toch ging Thomson in de Amerikaanse desert en The Deep South op zoek naar inspiratie. Hij reisde een winter doelloos rond, zoog zichzelf vol en dook vervolgens met zijn band de Australische studio in.
James Thomson debuteerde in 2012 met het zelfgetitelde album. Hierop is een nog jonge singer-songwriter te horen, die in de traditie blijft. Hoe anders is dat op Cold Moon. Het geluid is rijker, dieper; de traditionalist maakt plaats voor de outlaw renegaat. In de zang is de countryblues-benadering, droog, onopgesmukt, á la Townes Van Zandt nog wel waar waar te nemen zoals in de magnifieke opener, de titelsong: ‘Cold Moon’. Maar Thomson zoekt ook de countrysoul van het Diepe Zuiden en de verlaten backroads op. Een zoemend orgel en laidback gitaarlicks refereren dan ook bijna rechtstreeks aan The Band, Bobby Charles en J.J. Cale, waardoor ‘How Long’ een stroperige, zwoele backpoarch song wordt en ‘Crooked Smile’ heerlijk achterover leunt. ‘Can’t Go Home’ is bijna een talkingblues, ‘Heartless’ sleept en trekt en ‘Just For Tonight’ grijpt bij de kladden. James Thomson weet gewoon in alle situaties en hoedanigheden de juiste snaar te raken, wat dus een machtig album oplevert. Gezien de huidige onbekendheid van James Thomson zou Cold Moon in de toekomst best wel eens beschouwd kunnen worden als een americana-klassieker. We zullen het zien.

Cold Moon / Time Is Ticking / Highway Nights (I Wanna Be) / How Long / I Don’t Mind / Crooked Smile / Red Dirt / Can’t Go Home This Way / Going Away Party / Heartless / Just For Tonight / Runaway Heart

woensdag 3 februari 2016

David Corley | Available Light



Een mislukt leven, althans tot de 50-plus leeftijd, leidt dan toch tot een magnifiek album: Available Light is in 2015 de debuutplaat van de 53-jarige David Corley. Corley, afkomstig uit Lafayette, Indiana, heeft er een lange weg voor moeten afleggen. Rond zijn 20-ste verliet hij de universiteit van Georgia en schraapte vervolgens zijn kostje bij elkaar met baantjes als chauffeur voor een autoverhuurbedrijf, barkeeper en dakdekker. Het brengt hem zowel tot New York aan de Oostkust als tot Venice Beach, Los Angeles aan de Westkust. Op 40-jarige leeftijd krijgt hij echter een serieus hartinfarct - en dat brengt hem terug naar Lafayette, Indiana. Het is vanuit hier waar Corley zich uiteindelijk richt op een carrière - een groot woord - als singer-songwriter. Want na al die omzwervingen is David Corley een wijze maar ook gebutste man, die gewapend met een gravel-stem zijn levenservaringen in geweldige songs stopt. Dat blijkt wel uit Available Light  - opgenomen in een postkantoor in Ontario, Canada en in Brooklyn, New York. Het album heeft en schitterende sound met jengelende countrygitaren en barroom-piano, refererend aan een klassieke sound, die zowel Neil Young, Van Morrison, Tom Waits als Lou Reed oproept. Niet de minsten dus. In opener en titelsong ‘Available Light’ laat Corley via zijn diepe bariton weten dat the book, well it’s a movie now / ‘bout how I was busted up and laid out. Verder gaat het met downbeat songs als ‘Beyond The Fences’ en het voorlopige hoogtepunt: ‘Easy Mistake’, waarop Corley sterk leunt op Lou Reeds ‘Coney Island Baby’. In verhalende songs, die enerzijds een landelijk, laidback karakter hebben zoals ‘Unspoken Thing’ en anderzijds de Closing Time-Tom Waits-achtige liedjes ‘Lean’ en het met strijkers verrijkte ‘Neptune/Line You’re Leavin’ From’ etaleert de late debutant zijn klasse. ‘The End of My Run’ is dan een - come hell, high water or blood - zinderende gospelblues, waarna de afronding volgt met ‘The Calm Revolution’, een stroperige, zompige rocksong. Available Light is aldus een schitterend rockalbum en de ontvangst ervan een geschenk voor David Corley. Het succes van Available Light brengt hem op een tournee door Europa en ook naar een optreden op het Groningse TakeRoot-festival op 12 september 2015. Maar daar slaat het noodlot toe; David Corley zakt op het podium in elkaar en wordt afgevoerd naar het ziekenhuis. Zijn intens gebruikte hart laat het afweten. Op zijn website verschijnt naderhand het bericht dat David Corley volledig zal herstellen.

Available Light / Beyond The Fences / The Joke / Easy Mistake / Dog Tales / Unspoken Thing / Lean / Neptune/Line You’re Leavin’ From / The End Of My Run / The Calm Revolution

zaterdag 26 september 2015

Elvis Perkins | Ash Wednesday

Ash Wednesday is een hartverscheurend album. Ga maar na. Singer-songwriter Elvis Perkins verloor zijn vader Anthony Perkins - de hoofdrolspeler in Alfred Hitchcocks Psycho - in 1992 als gevolg van AIDS. Exact negen jaar later was zijn moeder een inzittende van het American Airlines-vliegtuig dat zich in de Twin Towers boorde. Een dag later, woensdag 12 september 2011, restte er niet meer dan as van zijn moeder: Ash Wednesday, een toepasselijke titel voor een debuutalbum.
Elvis Perkins groeide op in zowel Los Angeles als New York, speelde al op jonge leeftijd in bandjes en bekwaamde zich op piano en gitaar. In 2004 verhuisde hij van de west- naar de oostkust en richtte met muzikale vrienden Dearland op om ook met hen zijn solodebuut op te nemen. Perkins broedde al zeven jaar op zijn debuutalbum, maar aanvankelijk werd zijn droom verscheurd door zijn moeders dood. Gelukkig wordt Perkins’ fenomenale debuutplaat uiteindelijk in 2007 gerealiseerd. Ash Wednesday is een rijke plaat, met een rijk instrumentarium, in mineur getoonzette melodieën en bitterzoete teksten. Ash Wednesday is chronologisch opgebouwd: de eerste zes songs schreef Perkins voor Nine Eleven, de volgende vijf erna. Het zevende liedje, titelnummer ‘Ash Wednesday’, is dan ook zowel intriest als wonderschoon; gedragen door droge akoestische gitaren, strijkers en Perkins’ wanhopige zang. Dat geldt ook voor het veelzeggend getitelde ‘The Night & The Liquor’: deprimerende pracht. De eerste helft is een weinig lichter van toon, welk klankbeeld in combinatie met Perkins’ stem herinneringen oproept aan David Bowie’s Hunky Dory. Ook hier dringen weemoed en verlangen zich op; zowel in het dwingende ‘All The Night Without Love’ als in het desolate in strijkers gedrenkte ‘Moon Woman II’ en - vooral vanwege de jankende viool - in ‘Emile’s Vietnam In The Sky’. In het vol georkestreerde ‘Sleep Sandwich’ perst Perkins zich nog eens in de ziel van de luisteraar, om af te sluiten met het treurdicht ‘Good Friday’. Ash Wednesday is een urgente en bij de keel grijpende plaat; een emotionele rollercoaster; een muzikaal dagboek van een beschadigde ziel. Een nauwelijks te evenaren, maar niet erkend meesterwerk; only time will tell.


While You Were Sleeping / All The Night Without Love / May Day / Moon Woman II / It’s Only Me / Emile’s Vietnam In The Sky / Ash Wednesday / The Night & The Liquor / It’s A Sad World After All /  Sleep Sandwich / Good Friday

zaterdag 3 januari 2015

Paul Williams | Just An Old fashioned Love Song

Paul Williams is acteur, tekstschrijver en zanger. Maar de tragiek van Williams is dat hij vanwege zijn geringe lengte en onvolgroeide uiterlijk waarschijnlijk het best herinnerd is door zijn optredens in The Muppet Show. Veel relevanter zijn echter zijn creatieve talenten. Na rollen in Hollywood-rolprenten, ontwikkelt Williams zich halverwege de jaren zestig als tekstschrijver voor de televisie, en later als songschrijver. Hij komt dan onder contract bij Warner Brothers, maakt een lp met Holy Mackerel in 1968 en gaat een samenwerkingsverband aan met componist Roger Nichols. Samen maken ze een demo-lp die platenlabels moet bewegen hun liedjes te transformeren tot hits – hetgeen geschiedt. Een aantal van die liedjes komen ook voor op Williams' debuut-lp uit 1970 voor Warner Someday Man, een jaar later gevolgd door zijn debuut voor A&M: Just An Old Fashioned Love Song. Ook hier zijn een aantal – schitterende – liedjes verzameld die wereldhits voor anderen betekenen, zoals 'Just An Old Fashioned Love Song' voor Three Dog Night en 'We've Only Just Begun' voor The Carpenters, oorspronkelijk geschreven als bankcommercial en bedoeld voor pasgetrouwden. Hoewel Williams zijn liedjes aan de piano schrijft, speelt hij zelf geen noot op Just An Old Fashioned Love Song. Pianist is Craig Doerge, vergezeld van LA-sessiemusici David Spinozza (gitaar), Leland Sklar (bas) en Russ Kunkel (drums) – en barokke orkestrale arrangementen. Muzikaal en compositorisch vakmanschap, getoonzet in herfstbruine romantiek, druipt af van wonderschone liedjes als 'I Never Had It So Good', 'That's Enough For Me' en 'Let Me Be The One'. De toon op Just An Old Fashioned Love Song is uitgesproken romantisch, maar altijd met een onderstroom van verdriet en onvervuld verlangen. Daar waar baroque pop en middle of the road elkaar kruisen, staat Just An Old Fashioned Love Song als een fier, lichtend baken; een hoogtepunt van de seventies songwriters-pop.

Waking Up Alone / I Never Had It So Good / We've Only Just Begun / That's Enough For Me / A Perfect Love / An Old Fashioned Love Song / Let Me Be The One / Simple Man / When I Was All Alone / My Love And I / Gone Forever



dinsdag 9 december 2014

Chuck Prophet | Homemade Blood

Opeens is een geblondeerd schoffie de blikvanger in Green On Red vanwege zijn zinderende en zelfverzekerde gitaarspel. Het is de 22-jarige Chuck Prophet IV die imponeert op Gas Food Lodging (1985). Prophet is een echte Californiër; opgegroeid in een buitenwijk van Los Angeles, standplaats: San Francisco. Hij trekt jaren op met Dan Stuart, getweeën houden ze Green On Red gaande totdat in 1992 de chemie is uitgewerkt: Too Much Fun, de sarcastiche titel van het laatste GOR-album. Ondertussen is Prophet, met partner Stephanie Finch, al een tijdje als solo-artiest actief. Tussen het intensieve toeren door verschijnt er met enige regelmaat een Chuck Prophet-album. In deze serie is Homemade Blood uit 1997 een van de sterkste en meest gedreven albums. Gepokt en gemazeld door een leven on the road is Chuck Prophet in een grootse vorm: cynisch en gruizig is zijn zang, fel en puntig het gitaarspel. Live opgenomen in een studio bij Prophet om de hoek, is Homemade Blood een urgent rock'-n-rollalbum waarop een strakke band te horen is die uitblinkt in gemeen klinkende rootsrocksongs als 'You Been Gone', 'Textbook Case' en 'Inside Track', en met een absolute hoofdrol voor Prophets vlammende Fender. Dat geldt ook voor het broeierige 'Ooh Wee', dat daarnaast ook opvalt vanwege Prophets persoonlijke ontboezemingen: I was nine years old in seventy-three / Strung out on Ritalin and color TV. Naast de felle songs en het vlijmscherpe gitaarspel biedt Homemade Blood evenzeer ruimte aan trage, rootsy liedjes die op gelijke wijze imponeren; 'New Years Day' – met een cameo van Greg Leisz op pedal steel – 'Homemade Blood', 'Whole Lot More', 'Kmart Family Portrait' en de georkestreerde afsluiter 'The Parting Song'. Gedreven, gevarieerd en ronduit grandioos; Homemade Blood is Chuck Prophets beste en een van de fraaiste rootsrockplaten van de jaren negentig.

Credit / You Been Gone / Inside Track / ooh Wee / New Year's Day / Fillmore / Homemade Blood / Whole Lot More / Textbook Case / Kmart Family Portrait / Til You Came Along / The Parting Song