Posts tonen met het label rock US. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rock US. Alle posts tonen

maandag 15 januari 2018

Blue Öyster Cult | Agents Of Fortune

Agents Of Fortune: een waterscheiding in het oeuvre van Blue Öyster Cult, een hardrockgroep van Long Island, New York met een hang naar het occulte. De scheidslijn loopt tussen obscure, sinistere heavy metal en radiovriendelijke, goed in het gehoor liggende maar niettemin stevige rock. Opgericht als Soft White Underbelly in 1967, geadopteerd door svengali's Sandy Pearlman en Richard Meltzer, neemt de band na een naamswijziging in Stalk-Forrest Group zijn debuut op, dat maar liefst veertig jaar op de plank blijft liggen. Een nieuwe start als Blue Öyster Cult bezorgt de bikerband een platendeal bij Columbia. 
Na drie studio-albums brengt de live-dubbelaar On Your Feet Or On Your Knees succes en aansprekende verkoopcijfers. Het nieuw verkregen elan valt samen met de nieuwste technologische ontwikkelingen, als de bandleden in 1975 thuis de beschikking krijgen over een portable meersporenrecorder. Passé is het langdurige, kostbare verblijf in de studio, want nu komen Donald 'Buck Dharma' Roeser (zang, gitaar, synthesizer), Eric Bloom (zang, gitaar), Allen Lanier (zang, keyboards, gitaar), Albert Bouchard (drums, gitaar) en Joe Bouchard (bas, piano) met kant en klare, thuis opgenomen demo's in de Record Plant-opnamestudio. Roeser is het goudhaantje als hij tevoorschijn komt met een atmosferische rocksong die opgetuigd is met een gitaarriff ontleend aan 'So You Want To Be A Rock 'N' Roll Star' van The Byrds en voorzien is van een tekst die reïncarnatie als thema heeft. Dit '(Don't Fear) The Reaper' wordt samen met negen broeierige, sc-fi-songs in een kleine zes weken tijd opgenomen, en in mei 1976 als Agents Of Fortune op de markt gebracht. Gelijktijdig komt '(Don't Fear) The Reaper' uit als single – en wordt een Amerikaanse hit. De hypnotiserende rocksong, met fluwelen gitaren, melodieuze zang en koebel, komt in Nederland in november '76 niet verder dan de tipparade, maar dat doet niks af aan de hemelse pracht. Prachtig zijn evenzeer ‘The Revenge Of Vera Gemini’ - met zang van Patti Smith - en de wat lichtere metalsongs 'E.T.I. (Extra Terrestrial Intelligence)', 'Sinful Love', 'Morning Final' en 'Debbie Denise', in het bijzonder vanwege de ruimtelijke en ietwat gepolijste sound én het warme, vloeiende gitaarwerk. 
Blue Öyster Cult heeft met Agents Of Fortune een klinkend hitalbum geproduceerd maar wordt wel enerzijds beticht van commerciële uitverkoop vanwege het glanzend gepolijste geluid en anderzijds verketterd door de christelijke gemeenschap om de verdachte, vermeend suïcidale tekst van '(Don't Fear) The Reaper'. Desondanks gaat Agents Of Fortune, een klassiek mid jaren zeventig hardrockalbum, meer dan een miljoen keer over de toonbank. '(Don't Fear) The Reaper' op zijn beurt, wordt in 2000 geëerd met een bijzonder geestige parodie in het satirische programma Saturday Night Live. Een klassiek album dus, en een nog klassiekere single die, religieuze verbrandingen ten spijt, een enorm publiek aanspreekt. 

This Ain't The Summer Of Love / True Confessions / (Don't Fear) The Reaper / E.T.I. (Extra Terrestrial Intelligence) / The Revenge Of Vera Gemini / Sinful Love / Tattoo Vampire / Morning Final / Tenderloin / Debbie Denise

Columbia, 1976

maandag 12 mei 2014

Mallard | In A Different Climate

‘A bunch of quacks’, zo typeert Captain Beefheart de renegaten die in 1974 zijn Magic Band de rug toekeren. Zoot Horn Rollo, Rockette Morton en Ed Marimba nemen hen door de Captain gegeven identiteiten terug, adopteren hun eigen naam en richten een band op: Mallard. Mallard bestaat aanvankelijk uit Bill Harkleroad (gitaar, ex-Zoot Horn Rollo), Mark Boston (bas, ex-Rockette Morton), Art Tripp III (drums, ex-Ed Marimba) en zanger John ‘Drumbo’ French. Maar als French door de kapitein teruggeroepen wordt naar The Magic Band, moet Mallard op zoek naar een nieuwe zanger. Op voorspraak van Winged Eel Fingerling – Elliot Ingber, ex-Magic Band en voorman van The Fraternity Of Men – pikt Mallard in het Las Vegas-circuit de veel oudere Sam Galpin op, een zanger-entertainer die over een rauw Joe Cocker-achtig stemgeluid beschikt. 
Mallard – gefinancierd door Jethro Tull-voorman Ian Anderson – reist af naar Engeland om daar voor Richard Bransons Virgin-label hun eerste album op te nemen. Het debuut Mallard (1975) is een soort springerige countryrock; een Beefheartesk avontuur op de prairie. Maar op de opvolger van een jaar later, In A Different Climate, klinkt er een andere Mallard. De plaats van Art Tripp is ingenomen door George Dragotta en toegevoegd is toetsenist John Thomas. De laatste is met zijn jazzrock-invalshoek een bepalende factor in het gewijzigde Mallard-geluid, evenals de wat gepolijste productie van Robert John ‘Mutt’ Lange, tot dat moment alleen bekend als producer van City Boy. Met de Manor Mobile – een 24-track mobiele studio – nemen Lange en Mallard in het Clearwater Castle in Wales de acht songs van In A Different Climate op. Heeft opener ‘Green Coyote’ nog een losse, Little Feat-achtige groove, de volgende nummers verkennen het terrein van de soulvolle jazzrock. Mede door de uitstekende zang van Galpin worden de albumhoogtepunten gevormd door soepele songs als ‘Your Face On Someone Else’, ‘Harvest’ – met Clovers John McFee op pedal steel – en ‘Mama Squeeze’, met geweldig spel van Thomas op Clavinet en mini-moog. Deze trits is fraai in lijn met de overige tracks: ‘Old Man Gray’, een countryblues waarin Bostons dobro central staat; de funky honkytonk van ‘Texas Weather’; het stuwende, jazzy ‘Big Foot’; en ‘Heartstrings’, een lange instrumental met een ondertoon van jazzrock, een lichte witte funk-toets en fantastisch gitaarspel van Harkleroad. Maar het haalt allemaal niet veel uit: de lp wordt nogal lauw ontvangen, al leidt het in 1977 nog wel tot een optreden in het fameuze Rockpalast. Daarbij: de punkgeneratie staat in de coulissen te wachten, waardoor er in Engeland geen plaats meer lijkt te zijn voor een clubje uit Amerika geëxpatrieerde muzikanten van de oude school. 
Al zou A Bunch Of Quacks wel een goede naam zijn geweest voor een punkband.

Green Coyote / Your Face On Someone Else / Harvest / Mama Squeeze / Heartstrings / Old Man Grey / Texas Weather / Big Foot


zaterdag 9 november 2013

James Gang | Thirds

Het gegeven dat Joe Walsh al sinds het midden van de jaren zeventig deel uitmaakt van The Eagles, onttrekt het zicht volledig op die andere band waar Walsh in zat: James Gang. Oorspronkelijk halverwege de jaren zestig opgericht in Cleveland, Ohio, duurt het tot 1970 eer de band zijn definitieve heeft. James Gang is dan een heavy rock-trio met drummer Jim Fox, bassist Dale Peters en gitarist Joe Walsh, en is succesvol met Rides Again. Het volgende album moet James Gang de definitieve doorbraak bezorgen, maar Joe Walsh zint op een solo-carrière, met als gevolg dat Thirds nauwelijks een groepsalbum is maar een plaat van drie individuen; de composities van de bandleden gelijkelijk verdeeld over de lp. Toch is Thirds een fascinerend album vanwege de eclectische stijl: barokke composities opgeluisterd met strijkers worden afgewisseld met folky liedjes, gospels, countryballads en aanstekelijke rocksongs. Walsh’ ‘Walk Away’ levert James Gang de grootste hit op, maar Peters’ ‘White Man/Black Man’ is het gevoelige en tegelijk zinderende hoogtepunt van Thirds, de laatste James Gang-plaat – en wellicht de beste – waaraan Joe Walsh meewerkt.

Walk Away / Yadig? / Things I Could Be / Dreamin’ In The Country / It’s All The Same / Midnight Man / Again / White Man/Black Man / Live My Life Aga

zaterdag 19 oktober 2013

Hackamore Brick | One Kiss Leads To Another

In sommige kringen wordt Hackamore Bricks enige album beschouwd als een soort van heilige graal. De tien songs op One Kiss Leads To Another kunnen dat echter niet geheel waar maken. Niettemin is de plaat bijzonder interessant – en niet alleen omdat alle vier bandleden geregistreerd lid waren van de Velvet Underground Appreciation Society – maar vooral omdat Hackamore Brick een bijzondere sound heeft die de mellow gitaarsound van Velvet Undergrounds 1969 in herinnering roept en deze combineert met sterke popmelodieën. Geen psychedelica, maar rammelende slaggitaren, een jengelend orgeltje en lijzige Lou Reed-zang. Anno 1970 is dat geluid opmerkelijk, temeer daar de vier New Yorkers in een paar dagen tijd hun album op de band slingerden en dat Kama Sutra vervolgens gezwind op de markt bracht. Dat One Kiss Leads To Another behoudens een paar juichende recensies niets deed is nogal onrechtvaardig omdat sfeervolle, op de golven van gitaren en elektrische piano meanderende liedjes als 'Reachin'', 'Peace Has Come', 'Got A Gal Named Wilma' en 'And I Wonder' werkelijk prachtig zijn. One Kiss Leads To Another is geen heilige graal, maar wel een opgegraven, te lang verborgen muzikale schat.

Reachin' / Oh! Those Sweet Bananas / I Watched You Rhumba / Radio / Peace Has Come / Got A Gal Named Wilma / I Won't Be Around / And I Wonder / Someone You Know / Zip Gun Woman