Posts tonen met het label 1970. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1970. Alle posts tonen

zondag 7 januari 2018

Frost | Through The Eyes Of Love

In 1968 heet de band uit Detroit, Michigan nog Dick Wagner and the Frost, maar een jaar later is het gewoon Frost. Dick Wagner is de componist, zanger en gitarist van de heavy rockband die onder contract komt bij Vanguard en voor dat label drie albums produceert. De band is in het voetspoor van heavy rockgroepen als MC5 en The Stooges in Michigan behoorlijk populair, maar is beduidend melodieuzer dan voornoemde bands. 
De derde en laatste lp Through The Eyes Of Love is in 1970 Frosts meest evenwichtige plaat, vanwege de warme en organische sound en de topvorm van songschrijver en gitarist Wagner. Met zijn sublieme en lyrische gitaarspel tilt Wagner prachtige bluesy hardrocksongs als ‘Black As Night’, ‘Through The Eyes Of Love (God Help Us Please)’ en ‘It’s Hard’ naar een hoog niveau. De beste zanger is Wagner niet, maar zijn expressieve en warme gitaarsound maakt van Through The Eyes Of Love een uitstekend melodieus hardrockalbum. 
Als gitarist zal Dick Wagner later befaamd worden door een hoofdrol te vertolken op essentiële albums van zowel Lou Reed als Alice Cooper; een roemvolle carrière waarvan Frost een fraaie prelude vormt. 

Black As Night / Fiften Hundred Miles (Through The Eye Of A Beatle) / Through The Eyes Of Love (God Help Us Please) / Maybe Tomorrow / It’s So hard / A Long Way From Home / Big Time Spender

Vanguard, 1970

vrijdag 17 maart 2017

Fat | Fat


Fat is eind jaren zestig een talentvolle rockband uit Massachusetts die al snel onder contract komt bij major RCA. In New York neemt het vijftal zijn debuutalbum op dat een bescheiden succes is, maar geen doorbraak oplevert. Fat gaat dientengevolge wel toeren met The Allman Brothers. Een mooie affiche, want het debuutalbum Fat bevat mooie, vloeiende heavy rock die aangejaagd wordt door schitterende dubbele gitaarpartijen. In midtempo en met subtiele harmonieën, strooit Fat de ene na de andere lyrische rocksong in het rond. De bluesy zang is sterk, maar het zijn vooral de psychedelische, naar de hemel opstijgende gitaarsolo’s – excellent in ‘Country Girl’ – die Fat daadwerkelijk onderscheiden. In 1970 is Fat een grote belofte, maar als de band opgepakt wordt vanwege drugsbezit, verbreekt RCA het contract. De groep blijft nog wel actief in het live-circuit gedurende de jaren zeventig, maar het is een bestaan in de marge. 

House On The Corner / Black Sunday / Mine Eyes Have Seen / Lonely Lady / Journey / Shape I’m In / Country Girl / Over The Hill / Duck Sweat / Highway

RCA, 1970.

maandag 9 november 2015

Andwella | World's End

Wat Andwella bijzonder maakt is dat de band al in 1968 een klassieker produceerde: Love And Poetry. Toentertijd een trio uit Noord-Ierland dat de oversteek maakte naar Londen en onder de naam Andwella's Dream dus dat klassieke, psychedelische album produceerde. De band was feitelijk het vehikel van zanger, componist, gitarist en toetsenist David Lewis, en hij besloot in 1970 tot een naamswijziging in het kernachtige Andwella en een muzikale koerswijziging. Weg van de klassieke Britse psychedelische/progressieve jaren zestig stijl, kiest Lewis voor een meer mainstream stijl die vooral lijkt te zijn gebaseerd – zoals zovele Britse groepen – op de rustieke, countrysound van The Band. Orgel, piano, dwarsfluit en bescheiden blazers bepalen op World's End dan ook het Andwella-geluid dat de elf Lewis-composities van kleur en klank voorzien. Andwella klinkt in sterke nummers als 'I Got A Woman', 'Reason For Living' en 'Shadows Of The Night' niet alleen als The Band, maar ook vooral als Traffic. 'Back On The Road' is daarentegen een perfecte Band-pastiche. Niettemin en desondanks is World's End is prachtig pastoraal rootsalbum van een Britse band die helaas, na het derde album People's People, zich al in 1971 ophief.

Hold On To Your Mind / Lady Love / Michael Fitzhenry / I'm Just Happy Happy To See You Get Her / Just How Long / World's End (Part One) / World's End (Part Two) / Back On The Road / I Got A Woman / Reason For Leaving / Shadow Of The The Night

woensdag 5 november 2014

The Wizards From Kansas | The Wizards From Kansas

Inderdaad, The Wizard From Kansas komen uit Kansas. Aanvankelijk heet het psychedelische vijftal Pig Newton And The Wizards From Kansas, maar op aandringen van platenlabel Mercury wordt de bandnaam ingekort. De band heeft dan, in de zomer van 1969, succesvol getoerd langs de oostkust en opgetreden in de Fillmore East, waarna de platenlabels op de stoep staan bij de tovenaars uit Kansas. Een jaar later vinden in San Francisco de opnamen plaats van The Wizard From Kansas, dat ondanks de herkomst van de bandleden een typisch product is van de San Francisco-sound: acidrock dus, met kenmerkende uitgesponnen, lyrische gitaarpartijen à la Quicksilver Messenger Service, Moby Grape-vocalen en Grateful Dead-hippiesfeer. Naast geweldig sfeervolle vertolkingen van Billy Ed Wheelers ‘High Flying Bird’ en Buffy Sainte-Marie’s ‘Codeine’ zijn de zeven bandoriginelen stuk voor stuk prachtige songs die zich bewegen tussen melodieuze psychedelica en kosmische countryrock. De bitterzoete harmoniezang is een fraai tegenwicht tegen de slangachtige, kronkelende gitaarlijnen, zoals te horen is op superieure songs als ‘Freedom Speech’, ‘Misty Mountainside’ en ‘Country Dawn’ ‘She Rides With Witches’ rondt een uitstekende Westcoastcoast-acidrockplaat af, die gelijk de uitverkoopbakken in gaat omdat The Wizards From Kansas direct na de lp-opnamen uiteen vallen; een combinatie die het album een verdiende cultstatus oplevert.

High Flying Bird / High Mister / 912 ½ Mass / Codeine / Freedom Speech / Flyaway Days / Misty Mountainside / Country Dawn / She Rides With Witches


dinsdag 7 oktober 2014

Homer | Grown In U.S.A.

Homer, uit San Antionio, Texas, debuteert in 1969 met een cover van een Willy Nelson-song. Een jaar later lijken psychedelische drugs definitief hun werk gedaan te hebben, als Homer op Grown In U.S.A. met een bijzonder curieuze fusie van progrock, countryrock en heavy, dubbelloops gitaren voor de dag komt. Grown In U.S.A. stuitert op een prettige manier alle kanten op en wel zodanig dat iedere genre-song op zichzelf staat en overtuigt. Melodieus voortdenderende hardrock in 'Survivor', en 'Lonely Woman'; progressive rock in het prachtige 'Circles Of The North'; en pure, meeslepende countryrock in 'Dawson Creek'. Excellente zang, zowel in een hardrockstijl als in de fraaie harmoniezang, geweldige gitaarduellen en prominente inzet van zowel mellotron en pedal steel typeren deze weirde hutspot. Bizar en bedwelmend tegelijk is dan ook 'Taking Me Home' waarin een ijle mellotron duelleert met een jengelende pedal steel. Opmerkelijk, opwindend en ongebruikelijk is dit Grown In U.S.A., en uniek in zijn soort, temeer daar van Homer nadien elk spoor ontbreekt.

Circles In The North / Taking Me Home / Dawson Creek / Survivor / In The Beginning / Love's Coming / Four Days And Nights 'Without You' / Cyrano In The Park / Lonely Woman




woensdag 10 september 2014

Shiloh | Shiloh

The Battle of Shiloh was een van de bloedigste veldslagen uit de Amerikaanse Burgeroorlog. Op 6 en 7 april van 1862 bevochten 110.000 Amerikaanse soldaten elkaar aan de oevers van de Tennessee, ter hoogte van een houten kerkje; de Shiloh Church. Shiloh is ook de naam van een countryrockband uit het noordoosten van Texas. In 1970 haalt Kenny Rogers de Texanen naar Los Angeles, waar ze met Rogers als producer hun enige lp opnemen. Het zelfgetitelde album is een fascinerende plaat waarop het vijftal countryrock, swampblues en rootsrock combineert tot een broeierige en samenhangend geheel. Shiloh wisselt de zompige rock van 'Simple Little Down Home Rock & Roll Love Song For Rosie' en 'Swamp River Country' af met de puurst denkbare countryrock van 'Same Old Story' en 'I'm Gone'. In beide gevallen excelleert Al Perkins op slidegitaar, respectievelijk pedal steel. Het hoogtepunt van dit enige album van Shiloh is de hartverscheurend fraaie afsluiter 'God Is Where You Find Him'. Maar het is tegen dovemansoren gezegd; eenmaal in L.A. Is de band met daarin gitarist Perkins, toetsenist Jim Ed Norman en de neven Mike en Richard Bowden geen lang leven beschoren. De drummer, zanger en songschrijver vertrekt naar de band van Linda Ronstadt, ontmoet daar de helft van het countryrockduo Longbranch Pennywhistle en richt met hem samen een band op: The Eagles.

Simple Little Down Home Rock & Roll Love Song For Rosie / I'm Gone / Left My Gal In The Mountains / It's About Time / Swamp River Country / Railroad Song / Same Old Story / Du Raison / Down On The Farm / God Is Where You Find Him


zondag 24 augustus 2014

Free | Fire And Water

In 1970 is Free naarstig op zoek naar een hitsingle. Gestart vanuit de blues in 1968 en onafgebroken toerend door Engeland en zelfs door Amerika, lijkt het er niet op dat Free het grote publiek zal bereiken. Paul Rodgers (zang), Paul Kossoff (gitaar), Andy Fraser (bas) en Simon Kirke (drums) hebben reeds twee lp’s gemaakt, maar de doorbraak, is hun heilige overtuiging, moet komen van een single; van een catchy en compact liedje. Na een sloom en mislukt optreden komt de dan 17-jarige Fraser met een riff en heeft in 10 minuten de muziek klaar, waarna Rodgers de simpele tekst over de obligate versiertruc van een playboy toevoegt. Een wereldhit is geboren: ‘All Right Now’. Wel wordt het nummer op aanraden van mentor en platenbaas Chris Blackwell drastisch ingekort, want anders is het te lang voor de BBC. Een wereldhit dus; ‘All Right Now’ verblijft ook in de zomer van 1970 in Nederland langdurig in de Top-10. De langere versie van ‘All Right Now’ is terug te vinden op Fire And Water, de lp die Free in 1970 de welverdiende doorbraak bezorgt. De single is niet het enige selling-point op Fire And Water. Free heeft evenals zijn tijdgenoten – Led Zeppelin, Deep Purple – de traditionele bluesstijl losgelaten en experimenteert met soul- en popstructuren en hoog opgeschroefd volume. Free blijft echter een compact en droog spelende band. Paul Rodgers is de fenomenale zanger die studio-effecten verfoeit, de klassiek getrainde Kossoff heeft een vloeiende en ook priemende gitaarstijl en het karakteristieke basspel van Andy Fraser is droog knorrend. ‘Fire And Water’ en ‘Mr. Big’ worden klassiekers op het live-repertoire van Free, maar de schoonheid zit hem in de epische en subtiele hardrocksongs als ‘Oh I Wept’,‘Heavy Load’ en in uitbundige mate in ‘Don’t Say You Love Me’. Fire And Water wordt in navolging van ‘All Right Now’ met lof overladen, Free wordt een goedbetaalde live-act en speelt samen met Jimi Hendrix, The Who en The Doors op voor 200.000 mensen op het Isle Of Wight-festival. The sky is the limit, voor een aantal jaren althans.

Fire And Water / Oh I Wept / Remember / Heavy Load / Mr. Big / Don’t Say You Love Me / All Right Now



zaterdag 16 augustus 2014

Pan | Pan

Pan: een Deense rockband met een Franse voorman en van internationale klasse. Slechts een album, het gelijknamige Pan uit 1970, maar wel een bijzonder overtuigend album op het snijvlak van elektrische blues, Westcoast-psychedelica en hardrock. In de zomer van 1969 richt de Fransman Robert Lelievre Pan op uit de resten van diverse Kopenhaagse bands. Het allereerste optreden van de prille band is een opname voor de Deense televisie; pas daarna volgen live-optredens. Het vijftal wordt snel opgepikt en neemt in januari 1970 de debuutsingle 'Right Across My Bed' op, de maanden daarop gevolgd door de de opnamen voor de debuut-lp. Alleen worden bij een inbraak in de auto van de producer alle tapes gestolen, zodat Pan de debuutplaat voor een tweede keer opneemt. In mei 1970 komt Pan, versie II, op de markt in slechts een persing van 1.000 stuks. Een indrukwekkende plaat met een fantastisch helder geluid, uitstekend spel en dynamische songs die moeiteloos schakelen tussen heavy en lichtvoetig. Akoestische gitaren, orgel, cello en de meanderende, warmbloedige elektrische gitaar van Thomas Puggaard-Müller geven kleur aan de tien veelal schitterende songs, die in de lyrische passages Westcoast-invloeden als Moby Grape en C,S.N&Y oproepen. Opmerkelijk zijn de twee Franstalige tracks, waaronder het prachtige 'Il N'y A Pas Si Longtemps De Ça', maar nog opmerkelijker de subtiel en slepend voorbijtrekkende hoogtepunten van een imponerend rockalbum: 'They Make Money With The Stars','To Get Along Alone' en de zinderende afsluiter 'Lady Of The Sand'. De Deense critici geven Pan terecht een warm onthaal; het album genereert vele optredens op festivals, maar het album verkoopt desondanks weinig. Nog in 1970 valt Pan gedesillusioneerd uiteen – overigens wel met een bonafide Deense klassieker op het conto.

My Time / If / Song To France / They Make Money With The Stars / Il N'y A Pas Si Longtemps De Ça / Many Songs Have Been Lost / Tristesse / To Get Along Alone / We Must Do Something Before The End Of The Day / Lady Of The Sand



zaterdag 7 juni 2014

Blue Mountain Eagle | Blue Mountain Eagle

Na het uiteenvallen van Buffalo Springfield gaat drummer Dewey Martin met een nieuwe band verder als New Buffalo. Neil Young en Stephen Stills weerhouden Martin om die bandnaam te gebruiken zodat New Buffalo al snel ter ziele is. Als Martin een solodeal krijgt aangeboden, gaat zijn band zelfstandig opereren als Blue Mountain Eagle. Het oorspronkelijke kwartet, aangevuld met een andere drummer, heeft zijn sporen reeds verdiend in andere bands, zodat het predikaat supergroep als snel op de Californiërs wordt geplakt. Dat maakt Blue Mountain Eagle beslist niet waar, maar het met engineer Bill Halveson (Grateful Dead, Crosby, Stills & Nash) in Wally Heider’s Studio in LA opgenomen album is niettemin zeer sterk. Melodieuze heavy rock en psychedelische gitaren, zoals in de fantastische opener ‘Love Is Here’, maken de dienst uit op Blue Mountain Eagle, terwijl de Westcoast-harmoniezang en de vloeiende melodieën het fraaie album verder op smaak brengen. Een Moby Grape-sfeer in ‘Yellow’s Dream’ en ‘Promise Of Love’, laten dit album enigszins in de buurt komen van de Westcoast-klassiekers, maar dit is een status die Blue Mountain Eagle nimmer zal bereiken. Binnen een half jaar na de release in begin 1970 gaat Blue Mountain Eagle al uit elkaar, en kunnen de bandleden bogen op een helaas sterk ondergewaardeerd maar wel geweldig album.

Love Is Here / Yellow’s Dream / Feel Like A Bandit / Troubles / Loveless Lives / No Regrets / Winding Your String / Sweet Mama / Promise Of Love / Trivial Sum

vrijdag 9 mei 2014

Traffic Sound | Traffic Sound

Ondanks de militaire dictatuur in Peru kent Lima eind jaren zestig een levendige jongerencultuur. Een van de groepen die muzikale vrijheid en experimenteerdrift uitdraagt is Traffic Sound. Het eerste album uit 1969 kent nogal wat covers, maar de tweede plaat van een jaar later bestaat geheel uit eigen materiaal. Datzelfde jaar nog, 1970, verschijnt het beste album van de band, het zelfgetitelde Traffic Sound, ook wel eens abusievelijk Tibet's Suzettes genoemd. 'Tibet's Suzettes' is echter het openingsnummer dat avontuurlijk de toon zet van de zes bandcomposities. Avontuurlijk, want psychedelisch en progressive tegelijk en voorzien van een lichte latin-groove, is het een ijzersterke plaat met fuzzgitaren, dwarsfluit, saxofoon en bovenal prachtige melodieën. 'Those Days Have Gone', met zijn vloeiende gitaarlijnen en dwarrelende dwarsfluit, de garagepopsong 'Yesterday's Game' en het psychedelische 'America' vervolmaken een schitterend album dat niet hoeft onder te doen voor de betere Westcoast-muziek, de beste Traffic-plaat of Etcetera van het bevriende Laghonia. Na nog een album zal Traffic Sound versmelten met Laghonia en voor een aantal jaren door het leven gaan als We All Together, dat overigens ook nog eens twee prachtige beatleske platen het licht doet zien. Traffic Sound is echter op zichzelf beschouwd een van de allerbeste albums van de Peruviaanse psychedelische rock.

Tibet's Suzettes / Those days Have Gone / Yesterday's Game / America / What You Need & What You Want / Chicama Way

zondag 4 mei 2014

Country Funk | Country Funk

Aanvankelijk kan Country Funk zijn draai niet vinden; de bandleden reizen heen en weer tussen de thuisbasis van de Amerikaanse Oostkust en het beloofde land van de Westkust. Ook is de bezetting weinig stabiel, al zijn de vaste waarden het componistenduo Harold Paris (zang, piano, gitaar) en Adam Taylor (zang, leadgitaar), en dekt de naam maar een deel van de lading, want onvervalste countryrock. Dat blijkt wel uit het enige album dat Country Funk – aangevuld met bas, drums en pedal steel – eind 1969 opneemt in Hollywood, Californië. Het zelfgetitelde Country Funk is een over de hele linie uitstekend album dat landelijke countryrock mengt met Westcoast-harmonieën. Superieur zijn de meerstemmige zang en de vloeiende gitaarsolo's van waarachtig sterke songs als 'Apart Of Me', 'Really My Friend' en 'Want'. Country Funks album lijkt daardoor de missing link tussen Buffalo Springfield en The Eagles. Dat mag zo zijn, succes brengt het de band niet. Het blijft bij dat ene, bijzonder fraaie album.

Apart Of Me / Phoebe (Mourning Pink) / Really My Friend / Not This Time / For Me / Poor Boy / A Way To Settle Down / When I'm Without You / Comin' In / If I Find A Way (Song Of Love) / Another Miss / Want

zondag 9 maart 2014

Emitt Rhodes | Emitt Rhodes

Als Emitt Rhodes in 1970 toe is aan zijn eerste soloplaat heeft hij er al een muzikantenleven op L.A.’s Sunset Boulevard opzitten. Zat van het rondzeulen met een drumkit stapte Rhodes uit The Palace Guard en richtte The Merry-Go-Round op. Als zanger, gitarist en componist was Rhodes de bepalende factor in één van de hipste bands van The Strip. The Merry-Go-Round had landelijke hits met het Beatleske 'Live' en het prachtige psychedelische 'You’re A Lovely Woman', maar kon zich uiteindelijk niet ontworstelen aan de greep van platenmaatschappij A&M, die met de groep hun eerste rockband binnenhaalde. Na de opnamen voor wat de tweede lp had moeten worden werd The Merry-Go-Round bij het grof vuil gezet. De teleurstelling was groot, Rhodes trok zich gedesillisioneerd terug in zijn huisstudio – uitgerust met een viersporen bandrecorder – in Hawthorne, een buitenwijk van Los Angeles. Emitt Rhodes sloot de deur achter zich en ging experimenteren.
Tegen de tijd dat hij een hele plaatkant had opgenomen tekende hij een contract voor meerdere lp’s – sterker nog; voor twee platen per jaar – met ABC/Dunhill, een thuishaven voor singer-songwriters en folkrockbands. Na de voltooide thuisopnamen werden de tapes gemixt door Keith Olsen en Curt Boettcher, bekend van Sagitarius en The Millennium. Het spreekt voor zich dat Olsen en Boettcher de nadruk legden op de complexe vocale harmonieën die Rhodes soms vijf tot zes maal dubbelde. En net als de zangpartijen zijn de instrumenten, alle bespeeld door Rhodes, laag voor laag opgebouwd.
Emitt Rhodes is een muzikant van het breekbare soort. Snel uit het lood geslagen, levend zonder illusies en een zwak voor drugs. Geïsoleerd in zijn garage en huisstudio sloot hij vriendschap met zijn instrumenten en bandrecorder. Het resultaat van deze vrijage is het gelijknamige Emitt Rhodes dat bevolkt wordt door ongepolijste, fragiele en wonderschone liedjes. Emitt Rhodes bewijst alle aspecten van het songschrijven én arrangeren onder de knie te hebben. Kale liedjes, slechts versierd met piano en gitaar, georkestreerde en van fuzz-gitaar voorziene pareltjes, Rhodes etaleert zijn muzikale talenten en voegt daar zijn meermalen gedubbelde zijden stem aan toe. 'Long Time No See' is een van de voorbeelden van de complexe simpelheid die op Emitt Rhodes breed wordt uitgemeten – inclusief het psychedelische gitaarwerk. 'Live Till You' Die is een catchy popsong met een gratuite filosofische tekst die in het muziekgeheugen wordt gebrand. En dat geldt voor het merendeel van de hoogwaardige composities die voortkomen uit eerlijke en nijvere huisvlijt. Die do-it-yourself houding plaatst Emitt Rhodes naast een studiowizzard als Todd Rundgren en levert hem de bijnaam The American McCartney op. Op basis van de schoonheid en zeggingskracht van de piano-aangedreven ballads en de melodieuze powerpopsongs is die reputatie – ook al is dat slechts in kleine kring bekend – zeer verdiend. Met zijn solodebuut leverde Emitt Rhodes een, wellicht marginaal, kunstwerk af; Emmitt Rhodes, met zijn twaalf breekbare en harmonieuze popsongs, is daarmee een klassiek debuut.
De langlopende platendeal met Dunhill kreeg Emitt Rhodes in een knellende greep. De snelheid waarmee de volgende plaat moest worden geproduceerd had een negatief effect op Rhodes. Mirror is een waardige opvolger van het debuut, maar het daarop volgende Farewell To Paradise is een mediocre en incoherente plaat. De druk van Dunhill en Rhodes’ heftige drugsgebruik veroorzaken een mentale inzinking en een diepgewortelde haat jegens platenmaatschappijen. Tegen beter weten in aanvaardt Rhodes een baan als studiotechnicus en later als A&R manager bij Elektra Records. Maar als hij door het aantreden van een nieuwe directie wordt weggesaneerd is Emitt Rhodes voorgoed verloren voor de popmuziek. Verbitterd en teleurgesteld trekt hij zich terug in Hawthorne.
Er is echter een naschrift. Begin ’97 treedt Rhodes voor het eerst sinds meer dan 25 jaar op. Hij speelt met een gelegenheidsband, bestaande uit fans, op het prestigueuze Poptopia! festival in Los Angeles. Daarnaast doet het verhaal de ronde dat Emitt Rhodes aan een come-back werkt. Het lijkt onwaarschijnlijk en dat is het ook. Zeventien jaar later is nog steeds niets van hem vernomen. Het doet ook niets terzake; Emitt Rhodes’ debuut is een tijdloze klassieker, vast verankerd in de muziekhistorie.

With My Face On The Floor / Promises I’ve Made / She’s Such A Beauty / You Must Have / Lullaby / Fresh As A Daisy / You Should Be Ashamed / Somebody Made For Me / You Take The Dark Out Of The Night / Ever Find Yourself Running? / Live Till You Die / Long Time No See



woensdag 5 maart 2014

Wildweeds | Wildweeds

22 jaar is Al Anderson zanger/gitarist in NRBQ, maar als hij eind 1971 tot die boogieband toetreedt heeft hij al een flink muzikaal verleden. De eerste opnamen van de 10-jarige Little Al dateren zelfs van 1957. Na een aantal schoolbands richt Anderson – dan al ‘Big Al’ – in 1966 in woonplaats Winsor, Connectitcut Wildweeds op. Wildweeds scoren lokale hits met hun populaire popsoul. In 1969 keert Anderson terug naar zijn oude liefde: country. Na een flinke bezettingswijzing nemen Wildweeds hun debuutalbum op in New York met behulp van gelouterde Nashville-muzikanten als Charlie McCoy en Weldon Myrick. Het resultaat is een uitstekend in het gehoor liggende mengeling van elektrische folk en laidback countryrock. Anderson is de schrijver van fraaie liedjes als ‘Baby Please Don’t Leave Me Today’, ‘Mare, Take Me Home’ en het prachtig droeve ‘An Overnight Guest’, die alle genoeglijk tegen de mellow Westcoast-countryrock aanschurken. Wildweeds, het enige album, is echter helaas nogal ondergesneeuwd door Andersons focus op NRBQ en diens imposante verdere muzikale carrière.

Baby Please Don’t Leave Me Today / Can’t Sit And Watch Little Susie Laugh / John King’s Fair / Belle / An Overnight Guest / Nobody’s Here To Help Me Cry / And When She Smiles / Paint And Powder Ladies No 2 / Fantasy Child / My Baby left Me / Don’t Ask Me How Or Why / Mare, Take Me Home 

zondag 2 februari 2014

Mountain | Climbing!

Leslie West, een berg van een vent. De zwaarlijvige gitarist afkomstig van Long Island, New York heeft eind jaren zestig een zeer bescheiden succes met zijn band The Vagrants, die zich aanvankelijk baseert op de British Invasion-sound van The Yardbirds maar zich gaandeweg meer richt op het heavy bluesrock-geluid van Cream. Een ontmoeting met Cream-producer Felix Pappalardi leidt in 1969 tot de release van Wests soloalbum Mountain – geproduceerd door Pappalardi – en de aanleiding voor de oprichting van een heavy rockband: Mountain. Het vierde optreden van de band – nog ver voor de eerste plaatopnamen – is in augustus '69 op Woodstock. Een jaar later bestaat Mountain naast West en Pappalardi (bas, zang) uit organist Terry Knight en drummer Corky Laing en debuteert de New Yorkse band met de single 'Mississippi Queen', een vette, zompige boogie, in maart 1970 gevolgd door het debuutalbum Climbing! De heavy bluesrock van 'Never In My Life' en 'Sittin' On A Rainbow' – agressieve zang van West en venijnig, scheurend gitaarwerk – ligt in het verlengde van 'Mississippi Queen', maar de door Pappalardi gezongen tracks zijn melancholieker, beeldender en van een grote schoonheid. 'The Laird' is een poëtische folky ballad, 'For Yasgur's Farm' – een ode aan Woodstock – wordt gedragen door een rollende hammond en lyrisch gitaarspel en de Jack Bruce/Pete Brown-compositie 'Theme From An Imaginary Western' is het zalige hoogtepunt; evocatief, filmisch en afgerond met een adembenemende, magnifieke solo van Leslie West op zijn Les Paul. Al met al is Climbing! een fantastische heavy rockplaat, wat evenzeer geldt voor opvolger Nantucket Sleighride van een jaar later. Mountain is zonder meer een iconische heavy rockband, die onderdeel is van de Woodstock-mythe maar helaas niet de wilde jaren zeventig overleefd heeft.

Missisippi Queen / Theme From An Imaginary Western / Never In My Life / Silver Paper / For Yashgur's Farm / To My Friend / The Laird / Sittin' On A Rainbow / Boys In The Band 

donderdag 19 december 2013

Mothers Tuckers Yellow Duck | Starting A New Day

Ook Canada heeft zijn Westcoast – Montreal, British Columbia – en zijn Westcoast-scene: Mother Tuckers Yellow Duck, geformeerd in 1967, is zo'n psychedelische band die comfortabel op de San Francisco-sound leunt. Het debuut Home Grown Stuff (1969) komt uit op Capitol en klinkt psychedelisch zoals acid-rock betaamt; daarentegen is opvolger Starting A New Day in 1970 folkier, melancholieker en meer laid back. Hier doen de invloeden van Moby Grape's 69 en Grateful Deads American Beauty zich nadrukkelijk gelden. Opgetuigd met schitterende harmoniezang, zweverige passages en een magnifieke gitaarsound is Starting A New Day een bijzonder avontuurlijk album dat met geweldige liedjes als 'Love's Been A Long Time Coming', 'Middlefield Country', 'Wood U Call It' en 'A Play On Children' in San Francisco niet over het hoofd zou zijn gezien. Ten overvloede: 'Did You Ever' had niet misstaan op Steve Millers Sailor. Mother Tuckers Yellow Duck komt echter uit Canada; gebrek aan succes leidt al in 1971 tot het jammerlijk uiteenvallen van de band.

Starting A New Day / Love's Been A Long Time Coming / Middlefield County / True Blue / Natchez Theme (For Natchez) / Wood U Call It / Nightowl / Did You Ever / Collin's Breakdown / A Play On Children



woensdag 20 november 2013

Elton John | Tumbleweed Connection

Waarschijnlijk is Elton John wereldwijd de grootste popster van de jaren zeventig. Als gevolg daarvan blokkeert zijn extravagante, excessieve en pathetische gedrag het zicht op de muzikale prestaties van Reginald Dwight, in het bijzonder de albums die de man in het begin van de jaren zeventig maakte. Eind jaren zestig staat Elton John nog met beide benen aan de grond; het is de aardse Elton die zich laat beïnvloeden door de pastorale americana van The Bands Music From Big Pink. Samen met de aan hem gekoppelde songschrijver Bernie Taupin raken ze verslingerd aan de muziek van The Band, Delaney And Bonnie en The Grateful Dead. Hierdoor gegrepen zet Taupin zich aan het schrijven van een songcyclus geïnspireerd door het Amerikaanse Westen en waarin de wilde natuur, schietgrage outlaws en geweren figureren.
In de zomer van 1970 worden in de Londense Trident Studios Taupins teksten van een fascinerend klankdecor voorzien. Naast Elton John zijn hiervoor verantwoordelijk producer Gus Dudgeon, Eltons vaste rimesectie, Dee Murray en Nigel Olsson, pedal steel-speler George Huntley, labelgenoten Hookfoot – met daarin de fantastische gitarist Caleb Quaye – en arrangeur Paul Buckmaster. Na de opnamen vertrekken Taupin, Elton en zijn begeleiders in augustus voor het eerst naar Amerika, waar ze in Los Angeles optreden in The Troubadour en met open armen worden ontvangen. Hier wordt de ster Elton John geboren, aldus de LA Times: ‘Rock music has a new star’. Terug in Engeland wil het nog niet zo vlotten met de carrière van Elton John, maar wel ligt Eltons derde lp, Tumblewood Connection, in de winkels. De titel verwijst direct naar Eltons en Taupins fascinatie voor het Wilde Westen en wordt benadrukt door de americana-sfeer in het bij het album geleverde boekje. Dit komt ook terug in titels als ‘Country Comfort’ – een blauwdruk voor The Eagles – , ‘My Father’s Gun’ en de gedreven country honkytonk van opener ‘Ballad Of A Well-known Gun’. ‘Come Down In Time’ daarentegen is een lyrische ballad die gedragen wordt door Paul Buckmasters aangrijpende strijkersarrangementen, terwijl epische rocksongs als ‘Where To Now St. Peter?’ en ‘Burn Down The Mission’ Elton Johns uitstekende band laten excelleren. In ‘Love Song’ laat Elton indrukwekkende Westcoast-harmonieën horen, maar zeker ook indruk maakt de schitterende rocksong ‘Amoreena’, dat als openingstrack gebruikt wordt voor Sidney Lumets speelfilm – met Al Pacino – Dog Day Afternoon.
Tumblewood Connection is aldus een zeer veelzijdig rockalbum dat Elton Johns ster in Amerika nog verder laat stijgen. Samen met Madman Across The Water (1971) en Goodbye Yellow Brick Road (1973) behoort Tumblewood Connection tot de meest creatieve periode van Elton John, overschaduwd door zijn latere megalomane, excessieve superstatus.

Ballad Of A Well-known Gun / Come Down In Time / Country Comfort / Son Of Your Father / My Father’s Gun / Where To Now St. Peter? / Love Song / Amoreena / Talking Old Soldiers / Burn Down The Mission


zaterdag 19 oktober 2013

Hackamore Brick | One Kiss Leads To Another

In sommige kringen wordt Hackamore Bricks enige album beschouwd als een soort van heilige graal. De tien songs op One Kiss Leads To Another kunnen dat echter niet geheel waar maken. Niettemin is de plaat bijzonder interessant – en niet alleen omdat alle vier bandleden geregistreerd lid waren van de Velvet Underground Appreciation Society – maar vooral omdat Hackamore Brick een bijzondere sound heeft die de mellow gitaarsound van Velvet Undergrounds 1969 in herinnering roept en deze combineert met sterke popmelodieën. Geen psychedelica, maar rammelende slaggitaren, een jengelend orgeltje en lijzige Lou Reed-zang. Anno 1970 is dat geluid opmerkelijk, temeer daar de vier New Yorkers in een paar dagen tijd hun album op de band slingerden en dat Kama Sutra vervolgens gezwind op de markt bracht. Dat One Kiss Leads To Another behoudens een paar juichende recensies niets deed is nogal onrechtvaardig omdat sfeervolle, op de golven van gitaren en elektrische piano meanderende liedjes als 'Reachin'', 'Peace Has Come', 'Got A Gal Named Wilma' en 'And I Wonder' werkelijk prachtig zijn. One Kiss Leads To Another is geen heilige graal, maar wel een opgegraven, te lang verborgen muzikale schat.

Reachin' / Oh! Those Sweet Bananas / I Watched You Rhumba / Radio / Peace Has Come / Got A Gal Named Wilma / I Won't Be Around / And I Wonder / Someone You Know / Zip Gun Woman



dinsdag 15 oktober 2013

Lee Michaels | Barrel

Michael Olson start zijn muzikale carrière in Los Angeles, Californië, waar hij als toetsenist in lokale bands als The Sentinels en The Joel Scott Hill Group speelt. In 1966 duikt Olson op in San Francisco als organist in Bob Segarini's The Family Tree, waarna hij onder de naam Lee Michaels als solo-artiest tekent bij A&M Records.
In 1968 verschijnt de debuut-lp Carnival Of Life, waarop Michaels zich laat beluisteren als een soort van toetsen-equivalent van Steve Miller. Dan stuurt Michaels zijn begeleidingsband de deur uit, neemt een aantal solo-albums op en strijkt vervolgens met vaste drummer Frosty neer in het landelijke Mill Valley, benoorden Frisco. Daar, in zijn eigen studio-hut, neemt Michaels met Frosty en gitarist Drake Levin zijn vierde album op: Barrel. Barrel is een ware showcase van Lee Michaels talenten, want een zeer capabele gitarist, een uitmuntende toetsenist en een zanger met een soulvolle strot. Daarnaast is Barrel een sfeervolle en rauwe plaat vol rock met massa's soul en af en toe een funky inslag. Aangedreven door Michaels' warme gitaarlicks, barrelhouse-piano en zuigende Hammond met rondjagende Leslie-speaker ademen songs als 'Mad Dog', 'Uummmm My Lady' en het miniatuurtje 'As Long As I Can' volop zuidelijke countrysoul en Rolling Stones-swagger. Westcoast-psychedelica is vertegenwoordigd in een opwindende versie van Moby Grape's 'Murder In My Heart (For The Judge)', terwijl Michaels tekstueel – zoals een Californische hippie betaamt – de revolutie predikt, want de tijden moeten veranderen – overtuigend in het Traffic-achtige 'Day Of Change' – en de Vietnamoorlog moet worden beëindigd, aldus het prachtig bonkende 'Thumbs'.
Barrel paart, hoewel de hippiedroom in 1970 lijkt te zijn vervluchtigd, oprechte maatschappijkritiek aan muzikale rijkdom, die kunstig balanceert op het snijvlak van rock, soul en countryblues. Het rauwe Barrel is dan ook het hoogtepunt in Lee Michaels' beslist niet onbeduidende oeuvre, al behaalt hij een jaar later een verrassende Amerikaanse top 10-hit met 'Do You Know What I Mean?'. Michaels' latere output is echter ronduit teleurstellend, zodat de begaafde muzikant zich eind jaren zeventig min of meer terugtrekt uit de muziekbusiness en zich vestigt op Hawaii.

Mad Dog / What Now America / Uummmm My Lady / Thumbs / When Johnny Comes Marching Home / Murder In My Heart (For The Judge) / Day Of Change / Think I'll Cry / Games / Didn't Know What I Had / As Long As I Can



donderdag 3 oktober 2013

Jimmy Campbell | Half Baked

Muzikaal zeer begaafd, maar altijd achtervolgd door pech, is Jimmy Campbell een nogal tragische figuur gebleven. De muzikant en songschrijver uit Liverpool, Engeland heeft talent in overvloed en voert in het midden van de jaren zestig – en in de donkere schaduw van The Beatles – bands aan als The Kirkbys en 23rd Turnoff. Voor Philips mag Campbell drie solo-albums opnemen. Na de eerste, Son Of Anastasia, promoveert Jimmy Campbell naar het progressieve Vertigo, het prestigieuze sublabel van Philips. De lat voor Campbells tweede soloplaat komt daarmee hoger te liggen, wat in september 1970 resulteert in het bijzonder geslaagde Half Baked. Campbell wordt hierop begeleid door buddy Bill Kinsley en andere vrienden met wie Campbell een jaar later Rocking Horse zal vormen. Half Baked is gevarieerd – zowel stemmig als vlot rockend – en bestaat uit voortreffelijke songs: galmende, Spectoriaanse pracht (‘Don’t Leave me Now’); White Album-periode Beatles (‘Half Baked’), landerige, Dylaneske countryfolk (‘Green Eyed American Actress’) en hartverscheurende, door strijkers begeleide ballads ('In My Room', 'I Will Not Mind'). Gestoken in een prachtige klaphoes vaste Vertigo-hoesontwerper Marcus Keef is het voortreffelijke Half Baked niettemin een jammerlijke commerciële mislukking, een lot dat Jimmy Cambell zal blijven achtervolgen – tot aan zijn vroegtijdige dood op 12 februari 2007.

Green Eyed American Actress / Loving You Is All I Do / So Lonely Without You / In My Room / That's Right, That's Me / I Will Not Mind / Dulcie (It's December) / Forever Grateful / Half baked / Closing Down The Shop / Don't Leave Me Now 

donderdag 26 september 2013

Louie And The Lovers | Rise

Vier Chicano's uit de Salinas Valley, een dagreis bezuiden San Francisco, beleven in 1970 hun droom als zij voor Epic en met Doug Sahm als producer een langspeler mogen opnemen. Louis Ortega (zang, gitaar), Frank Parades (gitaar), Steve Vargas (bas) en Albert Parra (drums): geen van vieren heeft nog de 20-jarige leeftijd bereikt. Aanvankelijk heten ze Country Fresh, maar Doug Sahm hernoemt ze Louie And The Lovers, bezorgt de teenagers een platencontract en neemt ze mee naar San Francisco, de studio in. In minder dan een etmaal staat Rise op de band. Elf songs in een ruwe, rammelende roots-stijl, die het midden houdt tussen de harmonieën van Moby Grape, de swampsound van Creedence Clearwater Revival en Sahms eigen Sir Douglas Quintet. Zo is 'I Know You Know' een regelrechte texmex-kraker, maar sterker zijn de pure psychedelische Westcoast-songs als het dromerige 'Driver Go Slow', 'I Don't Want To Be Seen With You', de Kaleidoscope-cover 'If The Night' en 'Sitting' By The River' met zijn acid-gitaar. Rise is een sterke plaat met uitzonderlijke kenmerken – de Chicano-afkomst draagt hieraan bij – maar delft in 1970 het onderspit tegen het overweldigende succes van de gekende Westcoast-acts. Louie And The Lovers produceren nog wel een tweede album, maar dat blijft op de plank liggen. Bandleider Louis Ortega vindt later onderdak bij Doug Sahms Texas Tornadoes.

Rise / I've Always Got You On Mind / Sittin' By The River / Driver Go Slow / I Know You Know / Royal Oakie / I Don't Want To Be Seen With You / I Just Met You / Rock Me baby / If The Night / It's The Morning