Posts tonen met het label Midwest-USA. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Midwest-USA. Alle posts tonen

zaterdag 4 maart 2017

Starcastle | Citadel

Progressive rock is een typisch Britse muziekstroming – bestudeerd, complex en exuberant. Grote uitzondering hierop is Starcastle, gereputeerde Yes-klonen uit de Verenigde Staten. Opgericht in 1970 als coverband St. James in Champaign, Illinois, ondergaat de band naamswijzigingen – het belachelijke Mad John Fever en voor korte tijd Pegasus – om in 1974 tevoorschijn te komen als Starcastle, een volbloed symfo-rockband; overdadige, cerebrale rock sterk beïnvloed door klassieke muziek en progrock-iconen Yes. Het zestal komt onder contract bij Epic, bij welk label twee lp’s verschijnen boordevol uitgesponnen, langdradige progrock. Maar de heersende trend in 1977 verlangt puntige, radiovriendelijke songs en dus gaat Starcastle naar Engeland om daar met Queen-producer Roy Thomas Baker zijn magnum opus op te nemen; de pomprock-klassieker Citadel. Het album bestaat uit acht avontuurlijke en relatief bondige songs, opgebouwd uit fluitende gitaarmotieven, huilende moogs, gierende synthesizers, mitraillerende drums en talloze gestapelde harmonievocalen – producer Baker wel toevertrouwd. Het zijn niettemin aanstekelijke liedjes met refreinen en melodieën die beklijven en in feite potentiële radiohits zijn. Zover komt het echter niet; Citadel is een ronduit commerciële mislukking, maar ook een artistieke triomf want een van de allerbeste Amerikaanse progrock-albums. Hoewel sterk ondergewaardeerd moet Starcastle gerekend worden tot gelijken van Styx en Kansas; eind jaren zeventig de top van de Amerikaanse Midwest symforock. Citadel is dan ook Starcastle’s door dartelende moogs, puntige gitaarlicks en superieure harmoniezang uit zijn voegen barstende pomprock-meesterwerk.    

Shine On Brightly / Shadows Of Song / Can’t Think Twice / Wings Of White / Evening Wind / Changes In Time / Could This Be Love / Why Have They Gone

Epic Records (1977)

vrijdag 7 februari 2014

The Golden Smog | Down By The Old Stream

Natuurlijk begint zoiets als een grap. Bevriende muzikanten die een gezelligheidsclubje oprichten. Zo ook muzikanten uit de Minneapolis-scene die in 1987 als reactie op de heersende hardcore-trend de Eagles-coverband The Take It To The Limit Band oprichten. Twee jaren later – vrienden komen en gaan – heet de club The Golden Smog, waarna ze in 1992 de cover-ep (21:55 minuten) On Golden Smog releasen. Dat smaakt naar meer en dus ruimen de bandleden, allen onder een schuilnaam, tijd in om te toeren en een volwaardige debuutplaat op te nemen.
Op Down By The Old Stream geven acte de présence: zanger/gitarist Michael Macklyn (The Jayhawks' Gary Louris); zanger/gitarist David Spear (Soul Asylums Dan Murphy); zanger/gitarist Jarrett Decatur (Run Westy Runs Kraig Johnson); en bassist Raymond Virginia (The Jayhawks' Marc Perlman). Naast deze oudgedienden schuiven nieuwelingen zanger/gitarist Scot Summit (Wilco's Jeff Tweedy) en drummer Leonardson Saratoga (Honeydogs' Noah Levy) aan. Opgedragen aan The Highwaymen is Down By The Old Stream een lekker lui rootsrockalbum, waarbij het spelplezier en de pretentieloosheid voorop lijkt te staan. Toch zijn er fraaie, sfeervolle countryrocknummers met een sterke Jayhawks-inslag als 'V', 'Ill Fated', 'Yesterday Cried', 'Won't Be Coming Home' en 'Nowhere Bound'. Ronduit fantastisch zijn de verrassende covers van Bobby Patersons countrysoul-classic 'She Don't Have To See You' en van Ronnie Lane's zalig zwalkende 'Glad & Sorry'.
Aanvankelijk lijkt The Golden Smog serious business; de band gaat met Down By The Old Stream zelfs op tournee door Europa, maar de agenda's van Wilco en The Jayhawks blijken een obstakel. Toch verschijnen er nog relatief ambitieuze albums als Weird Tales (1998) en Another Fine Day (2006), maar uiteindelijk is The Golden Smog niet meer dan wat het in den beginne al was: een heel goeie grap.

V / Ill Fated / Pecan Pie / Yesterday Cried / Glad & Sorry / Won't Be Coming Home / He's A Dick / Walk Where We Walked / Nowhere Bound / Friend / She Don't Have To See You / Red Headed Stepchild / Williamton Angel / Radio King


maandag 6 januari 2014

Pavlov’s Dog | At The Sound Of The Bell

De sound van Pavlov’s Dog omschrijven als apart is een understatement. Het doet geen recht aan het bandgeluid dat werkelijk uniek genoemd kan worden: zoals Pavlov’s Dog klinkt, klinkt niets of niemand. Een mix van feeërieke folk, symfonische rock en melodieuze pop, met als slagroom op de taart het vreemde stemgeluid van David Surkamp. Hij is het die in St. Louis, Missouri in 1972 Pavlov’s Dog opricht. Het collectief bestaat dan uit zeven muzikanten en weet door de groeiende populariteit in het clubcircuit de aandacht te trekken van ABC Dunhill. Met de van Blue Öyster Cult bekende producers Sandy Pearlman en Murray Krugman neemt Pavlov’s Dog hun debuut-lp op in New York, maar nog voor dit debuut, Pampered Menial, uitkomt heeft ABC Pavlov’s Dog met CBS geruild voor Poco. Het gevolg is dat Pampered Menial door beide labels wordt gereleast, op dezelfde dag, met verschillende hoezen. De verkoopresultaten zijn desastreus, maar dat weerhoudt Surkamp en de zijnen niet van doorgaan. 
Pavlov’s Dog bestaat voor de opnamen in de New Yorkse Record Plant-studio’s van At The Sound Of The Bell naast Surkamp uit Doug Rayburn (mellotron, bas), David Hamilton (toetsen), Stephen Scorfina (sologitaar), Thomas Nickeson (akoestische gitaar, harmoniezang) en Richard Stockton (bas). En alsof dat niet genoeg is zijn de saxofonisten Michael Brecker en Andy Mackay (Roxy Music) ingehuurd, evenals Yes-drummer Bill Bruford, Steely Dan-gitarist Elliott Randall en het Mountain Fjord Orchestra De meest bizarre gasten zijn echter de jongens van het High Wycombe Boys Choir, die overigens wel ‘Valkerie en ‘Early Morning On’ naar grote hoogten stuwen. Deze vervreemdende songs worden echter in bombast overtroffen door het symfonische ‘Do You See Him Cry’. Daar tegenover staan kristalheldere songs die op sprookjesachtige wijze worden vertolkt door de vocale tovenaar Surkamp. Een tikje pompeus wellicht, en bezwangerd met de mellotron-sound, maar niettemin prachtig zijn melodramatische liedjes als ‘She Came Shining’, ‘Mersey’ en ‘Gold Nuggets’. At The Sound Of The Bell verschijnt in 1976, maar doet hoegenaamd niets in de Verenigde Staten. Pavlov’s Dog neemt nog wel een derde album op, maar CBS laat deze gewoon op de plank liggen en trekt de stekker eruit. Zonde, maar uniek blijft de sound van Pavlov’s Dog.

She Came Shining / Standing Here With You (Megan’s Song) / Mersey / Valkerie / Try To Hang On / Gold Nuggets / She Breaks Like A Morning Sky / Early Morning On / Did You See Him Cry