Posts tonen met het label 1995. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1995. Alle posts tonen

vrijdag 7 februari 2014

The Golden Smog | Down By The Old Stream

Natuurlijk begint zoiets als een grap. Bevriende muzikanten die een gezelligheidsclubje oprichten. Zo ook muzikanten uit de Minneapolis-scene die in 1987 als reactie op de heersende hardcore-trend de Eagles-coverband The Take It To The Limit Band oprichten. Twee jaren later – vrienden komen en gaan – heet de club The Golden Smog, waarna ze in 1992 de cover-ep (21:55 minuten) On Golden Smog releasen. Dat smaakt naar meer en dus ruimen de bandleden, allen onder een schuilnaam, tijd in om te toeren en een volwaardige debuutplaat op te nemen.
Op Down By The Old Stream geven acte de présence: zanger/gitarist Michael Macklyn (The Jayhawks' Gary Louris); zanger/gitarist David Spear (Soul Asylums Dan Murphy); zanger/gitarist Jarrett Decatur (Run Westy Runs Kraig Johnson); en bassist Raymond Virginia (The Jayhawks' Marc Perlman). Naast deze oudgedienden schuiven nieuwelingen zanger/gitarist Scot Summit (Wilco's Jeff Tweedy) en drummer Leonardson Saratoga (Honeydogs' Noah Levy) aan. Opgedragen aan The Highwaymen is Down By The Old Stream een lekker lui rootsrockalbum, waarbij het spelplezier en de pretentieloosheid voorop lijkt te staan. Toch zijn er fraaie, sfeervolle countryrocknummers met een sterke Jayhawks-inslag als 'V', 'Ill Fated', 'Yesterday Cried', 'Won't Be Coming Home' en 'Nowhere Bound'. Ronduit fantastisch zijn de verrassende covers van Bobby Patersons countrysoul-classic 'She Don't Have To See You' en van Ronnie Lane's zalig zwalkende 'Glad & Sorry'.
Aanvankelijk lijkt The Golden Smog serious business; de band gaat met Down By The Old Stream zelfs op tournee door Europa, maar de agenda's van Wilco en The Jayhawks blijken een obstakel. Toch verschijnen er nog relatief ambitieuze albums als Weird Tales (1998) en Another Fine Day (2006), maar uiteindelijk is The Golden Smog niet meer dan wat het in den beginne al was: een heel goeie grap.

V / Ill Fated / Pecan Pie / Yesterday Cried / Glad & Sorry / Won't Be Coming Home / He's A Dick / Walk Where We Walked / Nowhere Bound / Friend / She Don't Have To See You / Red Headed Stepchild / Williamton Angel / Radio King


maandag 26 augustus 2013

Monster Magnet | Dopes To Infinity

Neo-hippie en grootverbruiker van allerhande drugs, Dave Wyndorf wil niet zo erg deugen in zijn jeugdjaren. Kind van de suburb, exponent van de trash-cultuur, maar bovenal fanatiek liefhebber van heavy psychedelische rock. Wyndorf en zijn maten uit Red Bank, New Jersey verafgoden de ouderwetse geestverruimende rock van MC5, Black Sabbath en Hawkwind – retro-dopeheads dus – maar krijgen het tij mee als Seattle en de grunge-rock de muziekwereld domineren. Dan is er ook plaats voor Monster Magnets vette hallucinogene riffs en eindeloze spacy gitaarsolo’s. Na een aantal jaren van pillenslikken, dope roken en gerommel in de marge weten Dave Wyndorf (zang, gitaar), John McBain (gitaar), Joe Calandra (bas) en Jon Kleiman (bas) in een vlaag van gezond verstand een platendeal te scoren. Op indie-label Caroline verschijnt in 1991 Spine Of God, op major A&M de opvolger Superjudge. Superjudge, gemaakt met nieuwe gitarist Ed Mundell, is een loeizware acid-rockplaat, maar lijdt onder een modderige productie. Die is een stuk beter op Monster Magnets derde, Dopes To Infinity, die Dave Wyndorf en zijn personeel – de baas duldt tegen- noch inspraak – opnemen in de New Yorkse, what’s in a name, The Magic Shop. De thuis met akoestische gitaar en bongo’s gecomponeerde songs worden in de studio omgezet in nucleaire powerrock. Paradoxaal genoeg klinken de metalriffs en bombastgitaren opvallend helder in Wyndorfs eigen productie. Nieuw in Monster Magnets geluid zijn mellotron, theremin en orgel, wat zelfs, o wonder, niet eens ten koste gaat van de transparantie. Opener ‘Dopes To Infinity’ laat aan duidelijkheid niets te wensen over: pure Hawkwind-acid-rock en Sabbath-riffs. Opnieuw is Wyndorf – door de té lekkere paddenstoelen – in hogere sferen en zingt hij in ‘All Friends And Kingdom Come’ letterlijk over mushroom clouds in my head. Logisch dat de teksten gaan over supernova’s, interplanetaire ruimten, exploderende hersenpannen en natuurlijk naakte chicks. De gespierde metalriffs zijn overweldigend in ijzersterke songs als ‘Negasonic Teenage Warhead’, ‘Look Through Your Orb For The Warning’ en ‘King Of Mars’ en worden nog eens verfraaid door mellotron, wah-wah, fuzz-gitaar en tonnen feedback. Dopes To Infinity is een super heavy trip, waarvan nagenoeg alle liedjes geteisterd worden door – fantastische – aardeverschroeiende gitaarstormen. Het prachtige breekbare ‘Dead Christmas’ is de relativerende factor die Dopes To Infinity alleen nog maar beter maakt. Maar ondanks de gespierde kwaliteit moet Dave Wyndorf nog even wachten op de doorbraak; die komt in 1998 met Powertrip.

Dopes To Infinity / Negasonic Teenage Warhead / Look To Your Orb For The Warning / All Friends And Kingdom Come / Ego, The Living Planet / Blow ‘Em Off / Third Alternative / I Control, I Fly / King Of Mars / Dead Christmas / Theme From “Masterburner” / Vertigo

dinsdag 20 augustus 2013

Victor Krummenacher’s Great Laugh | Out In The Heat

Vijf jaar lang is Out In The Heat alleen te verkrijgen via Magnetic, het platenlabel dat Victor Krummenacher oprichtte met Jonathan Segal. Gedurende deze periode, van 1995 tot 1999, is het Krummenacher zelf die de bestellingen verpakt en verzendt. Het typeert de kleinschaligheid en bescheidenheid die Krummenacher en Segal bewust nastreven. Het bijzondere hiervan is dat beiden speelden in de jaren tachtig cultband Camper Van Beethoven. CVB bestond van 1983 tot 1990 en maakte in deze periode een vijftal platen, met als hoogtepunt de bands zwanenzang Key Lime Pie. Na het vertrek van David Lowery maakten de resterende leden een doorstart met de Monks Of Doom, maar dit low profile project was geen lang leven beschoren. En dus kwam er voor Krummenacher, naast het bestieren van platenlabel Magnetic, tijd en ruimte om een soloplaat op te nemen.
Out In The Heat werd verspreid over 13 maanden in verschillende studio’s in en om San Francisco opgenomen. Begeleidingsband A Great Laugh bestaat uit een aantal ex-leden van CVB, van King Missile (wie herinnert zich Mystical Shit nog?) en pedal steel/lap steel-speler Bruce Kaphan, bekend van de American Music Club. Deze club neemt onder de productionele leiding van Krummenacher en Kaphan een aantal hartverscheurende desertsongs op. Victor Krummenacher’s Great Laugh neemt je op Out In The Heat mee op een tocht door New Mexico en Arizona, door de woestijn en naar de bergen, van de Sonora Desert tot de Grand Canyon – waarvan de hoesfoto getuigt. Out In The Heat is pure americana – ook al was die term in 1995 geen gemeengoed –; je waant je op verlaten woestijnweggetjes als je Krummenacher hoort zingen: ‘Down in Questa, down in Llama, down in Santa Fe / The road winds slowly through the hills and sucks up half the day.’ En dan zet een jankende slidegitaar in. Hoewel Out In The Heat een uitgesproken Amerikaans product is, zowel qua thematiek als muzikale benadering, doet de stem van Victor Krummenacher denken aan een jongere John Cale, terwijl diens manier van componeren invloeden van Richard Thompson verraadt. Het zijn aardse composities met een verhalende structuur, verpakt in gouden melodieën. Krummenacher weet met een pennestreek een beeld van verlatenheid en desillusie neer te zetten zoals in 'Clean As Filth And Finesse': The caress of the breeze through this rusted out car I’m driving. IJzersterke gitaarmotieven en vlammende solo’s zetten kracht bij aan de epische rocknummers en de getormenteerde ballads. Zo roept Out In The Heat veelvuldig de emotionele diepgang van American Music Club in herinnering en doet de gitaarlyriek denken aan Lee Clayton en diens klassieke 'I Ride Alone'. Out In The Heat biedt meer dan zestig minuten gepassioneerde rockmuziek, waarbij de afwisseling tussen vlijmscherp gespeelde gitaarrock en van pedal steel en mandoline voorziene balladen perfect in balans is. Het is deze diversiteit die Out In The Heat tot een coherent werkstuk maakt, met als verbindend element de hitte daarbuiten: Out In The Heat. Rotsen en woestijn, daar is het hart van de desolaatheid, van de eenzaamheid, van overgeleverd zijn aan jezelf. Dat is de boodschap die Krummenacher kenbaar maakt, zoals in het stevige 'Insomniac': Ready now to wake in the crazy mountains, waarop de luisteraar zich eenvoudig laat verleiden tot een woestijntrip met Krummenacher en zijn Great Laugh.
Victor Krummenacher betoont zich op zijn solo-debuut een meester in het genre. Out In The Heat bevat simpelweg alle elementen die muziek spannend maakt: lyrische en emotionele diepgang begeleid door rockende gitaren, dobro’s, pedal steels en in het hart daarvan, daar in de hitte, de dwingende stem van Victor Krummenacher. In 1999 beleeft Out In The Heat een re-release en weet Magnetic een distributiedeal te sluiten met Amerika, Engeland en ook Nederland. Een nieuwe kans om Out In The Dark voor de vergetelheid te behoeden, al bleek dit verspilde moeite. Hoe dan ook, Out In The Dark is wat het is; een weerbarstig en misschien zelfs obscuur meesterwerk.

Allright / Clean As Filth And Finesse / Evangelina Will Sleep No.1 / Water Gone To Mist / ’48 Or ’47 / Out In The Heat / New Mexico / Insomniac / Foot On The Pedal / The Resurrection Plant / Not An Inch / Sweet Talking Bill / Sister & Me / The Antebellum / As Real As Your Dreams

woensdag 12 juni 2013

Truly | Fast Stories... From Kid Coma

De storm van de grunge is in 1995 behoorlijk geluwd. Het bevordert het zicht op bands die weliswaar harde rock spelen, maar die grungy rock combineren met ouderwetse hardrock en classic seventies rock. Truly is zo’n band, die – hoe kan het anders – in Seattle wordt opgericht. Bassist Hiro Yamamoto is na zijn diensttijd bij Soundgarden weer gaan studeren en keert na zijn studie terug in de muziek. In 1990 vormt hij met ex-Screaming Trees-drummer Mark Pickerel, gitarist Chris Quinn en zanger/gitarist Robert Roth Truly. Het kwartet staat in en om Seattle in het voorprogramma van vele bekende noisebands, toert mee met Lollapalooza-karavaan, maar moet het zonder veel publieke aandacht stellen. Sub Pop brengt daar verandering in als in 1991 de fraaie EP ‘Hearts And Lungs’ wordt uitgebracht, die in 1993 – maar dan zonder Quinn – wordt opgevolgd door nog een EP, ‘Leslie’s Coughing Up Blood’. Een jaar later maakt Truly, dat ondanks de gereputeerde drummer en bassist fier wordt aangevoerd door Robert Roth, de overstap naar het grote Capitol. Met producer John Agnello – gevierd gitaarrockproducer – gaat het trio hun debuutalbum opnemen. Ze doorkruisen als het ware Seattle, want Truly’s debuutalbum wordt in niet minder dan vijf studio’s in de stad opgenomen. Het eindproduct – Fast Stories… From Kid Coma – leidt hier beslist niet onder. Fast Stories… From Kid Coma, gerealesed in de vroege zomer van 1995, is een zeer coherente heavy rockplaat. 
Onder leiding van Robert Roth heeft het trio de grunge-sfeer vertaald naar de hardrocktijden van Black Sabbath en Blue Öyster Cult. Dit uit zich in logge en zware ritmes en een gitaarsound die door een basversterker gestuurd wordt. Robert Roth – niet alleen meesterlijk gitarist, maar ook bespeler van de mellotron – schreeuwt niet, maar zingt zijn composities met lijzige stem. Het trio heeft aldus een heel bijzondere sound, een sound die zich onderscheidt van de doorsnee zware rockbands en elementen van The Doors en Pink Floyd in zich heeft. ‘Blue Flame Ford’ is de knallende opener met een gejaagd ritme en scheurend gitaarwerk, en wordt opgevolgd door zoemende mellotronklanken die het heavy ‘Four Girls’ preluderen. En door gaat het met de zinderende, psychedelische sound in ‘If You Don’t Let It Die’, slechts onderbroken door ijle mellotronflarden die klinken als een walvis in de nacht, naar het waanzinnige met acid-gitaar opgeluisterde ‘Hot Summer 1991’. ‘Hurricane Dance’, episch en acht minuten lang, is voorzien van een zinderende gitaarsolo, terwijl het magische ‘Virtually’ – met kronkelende elektrische gitaar en jankende mellotron – het dichtst bij een powerballad komt. In het machtige ‘So Strange’ laat Roth zijn gitaar opnieuw uitbundig janken, waarna Truly’s heavy psychedelische sound ten volle benadrukt wordt in de uitgesponnen afsluiter ‘Chlorine’. Fast Stories… From Kid Coma is een fenomenaal heavy rock-album, maar het heeft – met de grunge op zijn retour – het tij niet mee. Truly valt in een gat in de tijd en neemt dit superieure grunge-psychedelic-heavy rockalbum mee in zijn val. Het zij zo, maar een rockklassieker is Fast Stories… From Kid Coma wel.

(Intro) / Blue Flame Ford / Four Girls / If You Don’t Let It Die / Hot Summer 1991 / Blue Lights / Leslie’s Coughing Up Blood / Hurricane Dance / Angelhead / Tragic Telepathic (Soul Slasher) / Virtually / So Strange / Strangling / Chlorine


woensdag 28 november 2012

Sparklehorse | Vivadixiesubmarinetransmissionplot


In 1988 verschijnt het eerste muzikale levensteken van Mark Linkous. Hij duikt dan als zanger/gitarist en songschrijver op in Dancing Hoods, een rockband van het derde garnituur die vanuit Los Angeles de debuut-lp Hallelujah Anyway op de wereld loslaat. Gemodelleerd naar jaren tachtig gitaarrockbands als The Replacements en The Long Ryders maken de Dancing Hoods onopvallende gitaarrock en kunnen zelfs nauwelijks concurreren met tweede-divisiebands als The Del Fuegos, The BoDeans en Maria McKee’s Lone Justice. Dancing Hoods heeft heel weinig voor zich spreken en is dan ook gedoemd te mislukken. Van deze Dancing Hoods naar Sparklehorse is – nog los van de grote tijdsspanne die ertussen zit – een heel grote stap.
Na dit Californische debacle keert Mark Linkous terug naar het platteland van Virginia en sluit zich op in zijn gekochte boerderij in Remo Bluffs. Hij verdient de kost met het verven van huizen en het vegen van schoorstenen, en houdt zich verder bezig met het opknappen van oude motoren en het spelen van eeuwenoude folksongs. Gedurende de weekenden krijgen Linkous en zijn vrouw Teresa bezoek van bevriende New-Yorkse muzikanten die in bands als Cracker en House Of Freaks spelen. Vanuit dit zelfgekozen isolement ontstaan de ruwe versies van de talloze liedjes die Linkous componeert in het gezelschap van zijn vrouw, zijn honden en zijn paarden. Nadat een demo op de burelen van Capitol Records is terechtgekomen, krijgt Linkous van het enthousiaste label de gelegenheid om zijn thuisgemaakte demo’s vast te leggen in de Sound of Music-studio in Richmond, Virginia. Met zijn muzikale vrienden – en met de studio als instrument – neemt Mark Linkous een bonte verzameling folk-, pop-, en countryliedjes op die het midden houdt tussen het werk van Neil Young, Alex Chilton en de naïeve doe-het-zelf-pop van de Britse Swell Maps. In een uiterst sfeervol geluidsdecor, voorzien van onorthodoxe, krassende en knarsende bijgeluiden, zet Linkous – die inmiddels de bandnaam Sparklehorse geadopteerd heeft – prachtige liedjes neer die gedragen worden door midtempo gitaarpartijen en Linkous’ aarzelende en soms benauwd klinkende stem. Het maakt het merendeel van de overigens schitterende ballads uiterst intiem van aard en geeft de songs bij beluistering een bijna voyeuristisch karakter. Zoals bijvoorbeeld het claustrofobische ‘Spirit Ditch’ waarin een fluisterende Linkous wakker wordt in een uitgebrande kelderverdieping, en dat bij wijze van solo voorzien is van een bericht van Linkous’ moeder op zijn antwoordapparaat. Het zijn trieste, maar tegelijk prachtige liedjes en dat beseft ook Linkous, getuige het liedje met de toepasselijke titel ‘Sad & Beautiful World’. Tekstueel is Linkous beïnvloed door grote romanschrijvers als Cormac McCarthy en Charles Bukowski, en dus spelen de liedjes zich af tegen een decor van ingestorte schuurtjes op verder verwaarloosde erven en roestige autowrakken in greppels. Het is het terrein van de onderbuik van de samenleving; het geïsoleerde platteland van het vergeten Amerika.
De dromerige en psychedelische liedjes op Vivadixiesubmarinetransmissionplot worden perfect afgewisseld met luidere songs waarin elektrische gitaren domineren, zoals ‘Rainmaker’ en de schitterende rocker ‘Someday I Will Treat You Good’, maar het liedje blijft altijd overheersen. Deze perfecte wisselwerking tussen de jaren negentig rocksongs en de door country en bluegrass beïnvloede fieldsongs maakt Vivadixiesubmarinetransmissionplot tot een zeer bijzondere singer-songwritersplaat. Zo bijzonder dat het debuut van Sparklehorse zonder aarzeling beschouwd mag worden als een moderne klassieker.
Vivadixiesubmarinetransmissionplot wordt bij de release in 1995 wereldwijd welwillend ontvangen. En het lijkt dan ook dat het muzikale succes Mark Linkous eindelijk toelacht. Maar in januari 1996 slaat het noodlot toe na een optreden in London. Door overmatig gebruik van valium en anti-depressiva raakt hij na een val in de badkuip van zijn hotelkamer veertien uur buiten bewustzijn. Gedurende deze tijd raken zijn benen bekneld onder zijn lichaam en wordt de bloedcirculatie volledig afgesloten. Dan krijgt Linkous later in het ziekenhuis een hartstilstand en overlijdt hij bijna. Electroshocks redden zijn leven. Mark Linkous moet maandenlang revalideren en zal wanneer hij de muzikale draad weer oppakt zijn live-optredens voorlopig moeten doen vanuit een rolstoel. Gelukkig blijft hij de daaropvolgende jaren uitstekende platen maken, getuige Good Morning Spider (1998) en It’s A Wonderful Life (2001), maar zijn productie wordt allengs minder en de depressies nemen stormenderhand toe. Uiteindelijk wordt het hem teveel, waardoor hij naar het ergste middel moet grijpen. Mark Linkous is 47 jaar als hij op 6 maart 2010 met een geweerschot door het hart een einde aan zijn leven maakt.

Homecoming Queen / Weird Sisters / 850 Double Pomper Holley / Rainmaker / Spirit Ditch / Tears On Fresh Fruit / Saturday / Cow / Little Bastard Choo Choo / Hammering The Cramps / Most Beautiful Widow In Town / Heart Of Darkness / Ballad Of A Cold Lost Marble / Someday I Will Treat You Good / Sad & Beautiful World / Gasoline Horseys


zondag 21 oktober 2012

Neal Casal | Fade Away Diamond Time


Een van de onbegrijpelijke dingen des levens is dat de Amerikaanse singer-songwriter Neal Casal zijn platen niet in eigen land uitgebracht krijgt. Alleen Casals debuut, Fade Away Diamond Time, beleefde een major release. Na drie jaar lang gevolgd te zijn door de talentjagers van major BMG tekende Neal een contract en nam in ’95 zijn debuut op. Vlak voor kerstmis van datzelfde jaar kwam tijdens een tournee het onverwachte telefoontje van BMG: het contract werd met onmiddellijke ingang beëindigd. Neal Casal is dan vogelvrij en Free To Go. Wrang genoeg de titel van het sleutelnummer van zijn inmiddels klassieke debuut.
It must have something to do with letting go
You must have something to say to me
You are free to go
De vrijheid om de teugels van een rusteloze geest te laten vieren, de drang om alles achter te laten, lijkt de rode draad te zijn in Neal Casals levensverhaal. Casal wordt geboren in New Jersey in 1968. Groeit op met jaren zeventig FM-rock en de last van een gebroken gezin. Zijn ouders scheiden als Neal drie jaar is. Vanaf dan leidt hij een min of meer zwervend bestaan; hij verhuist zes keer. Weet dan al wat zwerven en rusteloosheid inhoudt; weet dan als geen ander wat verlaten en verlaten worden betekent. Ziehier de kiem van het genie – in de zin van scheppend vernuft – van Casal. Een vruchtbare bodem voor een rusteloze geest. Een fundament voor een muzikantenbestaan.
De release van Casals debuut in 1995 is niets anders dan een mijlpaal in zijn bestaan. Fade Away Diamond Time is een bijna perfect debuut. De plaat nestelt zich gemoedelijk naast Hollywood Town Hall van The Jayhawks, ook zo’n klassieke jaren negentig countryrockplaat. Casals producer is Jim Scott, afkomstig uit de stal van Rick Rubin. Naast Scott spelen Don Heffington, Bob Glaub en John Ginty een belangrijke rol. Fade Away Diamond Time is opgenomen in Californië met een budget van $ 100.000. Dat geld is goed besteed want de plaat klinkt warm, vol en organisch. Er wordt veel gebruikt gemaakt van Hammond-orgel en pedal steel, maar de belangrijkste rol is weggelegd voor de gitaar en de stem van Neal Casal. Casals gitaarspel is lyrisch en puntig; rijk. Zijn stem is hoog en nadrukkelijk, doet denken aan Jackson Browne. Het zijn voornamelijk liefdesliedjes, maar de liefde is niet gemakkelijk voor Neal. Dit uit zich het eerst in Free To Go. Casals liefde is vrij om te gaan, een boodschap welke Casal benadrukt met een loeiende gitaarsolo à la Neil Young. Op zijn debuut kiest Casal voor midtempo ritmes, een gebied waar zijn stem en spel het best gedijt. Onnadrukkelijk maar tevens onontkoombaar. Elementen uit country en rhythm and blues, uit klassieke rock in de trant van Gram Parsons, Creedence Clearwater Revival en The Rolling Stones ten tijde van Sticky Fingers – als Keith Richards kennis gemaakt heeft met GP – zijn verwerkt in de tijdloze composities. Teksten bevatten frases als These days with you have come to pass en Fly away – with no help from above I’ll feel no pain. Neal verlaat en wordt verlaten. Hij lijkt eenzaam en gelaten. Een ware loner, wiens leven zich onderweg afspeelt en in eenzame motels with only love to guide you (Cincinatti Motel). Het briefje aan de deur, de laatste kus, inpakken en wegwezen.
Dat is ook wat er gebeurt op de avond voor Kerst in 1995. Zijn platenlabel laat Neal letterlijk stranden ergens in de Midwest, om precies te zijn in Midway, Pennsylvanië. Hem rest een kapotte auto en een gebroken moraal.
Gelukkig wordt Casal geadopteerd door het Duitse Glitterhouse label, een haven voor gestrande Amerikaanse muzikanten. In de warme schoot hiervan werkt hij aan een indrukwekkend oeuvre en bouwt voort op de grandeur en klasse van Fade Away Diamond Time, een moderne countryrock-klassieker.

Day In The Sun / Maybe California / Free To Go / Leaving Traces / Bird In Hand / These Days With You / Cincinnnati Motel / Feel No Pain / One Last Time / Open Ground / Detroit Or Buffalo / Sunday River

donderdag 9 augustus 2012

PJ Harvey | To Bring You My Love



PJ Harvey is een band, zo benadrukt Polly Jean Harvey, maar na twee opvallende albums stuurt Harvey haar beknellende band de deur uit. PJ Harvey is nu Polly Jean Harvey; PJ Harvey gaat in 1994 op het solopad het avontuur tegemoet. Het eigenzinnige talent van de Britse vrouw bracht haar al ver. Haar debuut Dry werd uitstekend ontvangen in binnen- en buitenland; het bracht haar in 1992 zelfs op Pinkpop. Vervolgens kwam ze onder de vleugels van het U2-management en tekende ze bij Island, waarna het debuut voor dat label, Rid Of Me, door niemand minder dan Steve Albini werd geproduceerd. In de maanden september en oktober van 1994 betrekt Harvey de Townhouse Three-studio in Battersea, Zuid-Londen met producer Flood, gitarist John Parish en bassist, toetsenist en Bad Seed Mick Harvey. Zelf ontfermt Polly Harvey zich over gitaar, piano en orgel. Als To Bring You My Love in februari 1995 verschijnt, blijkt dat Harvey afstand heeft gedaan van haar vorige zelf. De hoes – vrij naar de dode Ophelia van de prerafaëlitische schilder John Everett Millais – laat een transformatie zien van veelbelovend rockmeisje naar excentriek uitgedoste femme fatale. Ook muzikaal en inhoudelijk boort Polly Harvey nieuwe gronden aan. Op To Bring You My Love ruilt PJ Harvey de thematiek van liefde, relaties en seksualiteit in voor grootsere onderwerpen als God, de duivel, het zwakke vlees en het bloed dat vloeit. Het persoonlijke ingeruild voor het metaforische. Muzikaal klinkt Polly Harvey rechtstreeks in het verlengde van Patti Smith en Nick Cave. ‘To Bring You My Love’, ‘Teclo’ en ‘The Dancer’ zijn dreigende songs over schuld en boete die een intense en rauwe kracht uitstralen, terwijl een log bluesmonster als ‘Long Snake Moan’ het wilde wijf in Harvey naar boven haalt. De soundscapes van Flood klinken dreigend, het orgelspel van zowel Polly als Mick Harvey onheilszwanger. ‘C’mon Billy’ en ‘Down By The Water’ worden bovendien nog eens fraai opgeluisterd door weelderige strijkers. Polly Jean Harvey is op To Bring You My Love confronterend en uitdagend, maar ondanks haar voodoo-vocalen en onderkoelde woede klinkt de universele en opofferende liefde duidelijk door, zoals ze ten overvloede bewijst in het prachtige ‘Send His Love To Me’. Het vervolmaakt dit ware jaren negentig-document.


To Bring You My Love / Meet Ze Monsta / Working For The Man / C’mon Billy / Teclo / Long Snake Moan / Down By The Water / I Think I’m A Mother / Send His Love To Me / The Dancer