zondag 4 december 2022

The Spongetones | Beat Music

 The Spongetones is een van de onbekendste onbekende bands. The Spongetones hebben nauwelijks enig succes gekend buiten hun woonplaats Charlotte, North Carolina, al had dat anders kunnen lopen – maar dat deed het niet. Even leek het erop alsof ze daadwerkelijk aan het het succes roken, maar dan toch niet; hun debuut-lp had een doorbraak kunnen zijn, maar was dat niet. Welkom in de wereld van de besnorde, bebaarde en als kantoorklerken geklede anti-helden: The Spongetones.

Het kan niet anders dan dat ze beginnen als een Beatles- en Merseybeatcoverband. En daar zijn ze verdomd goed in. Vanaf 1979 spelen ze de cafés plat in hun woonplaats Charlotte. Als zanger-gitarist Jamie Hoover zich inkoopt in The Spongetones komt er ruimte voor eigen composities – al blijven die wel sterk leunen op de middenjarenzestigsound van de British Invasion, met daaraan toegevoegd een snufje punk, powerpop en new wave. 

De Sponge Four bestaan naast ‘Jumpy’ Hoover uit Pat ‘Pud’ Walters, Steve ‘Stiff’ Stoeckel en Rob ‘Rocko’ Thorne, spelen op Vox-versterkers, Rickenbacker-gitaren, Ludwig-drums, een Hohner-bas en een Casio-orgeltje – helemaal jaren zestig – maar dragen wel weer lullige polyester broeken, colbertjes en smalle stropdasjes – helemaal jaren zeventig. We zitten inmiddels wel in de jaren tachtig als de eerste single uitkomt op een lokaal labeltje, ‘You’re the One’; jengelende gitaren en Beatles-samenzang. Op het eveneens lokale label Ripete Records verschijnt de debuut-lp, eenvoudig maar duidelijk getiteld Beat Music. The Spongetones hebben dan wel enigszins het tij mee, want er is na het uitwoeden van de punk hernieuwde aandacht voor sixtiesmuziek en garagerock. Retrobands als The Chesterfield Kings, The Lyres en The Crawdaddys drukken hun neus aan het venster met opwindende rhythm-and-blues; The Spongetones doen dat met een even opwindende Merseybeat-retrosound. Van Beat Music verschijnt er dan ook een lovende recensie in de Rolling Stone. Maar het is te weinig, The Spongetones blijven steken in North Carolina. Voor altijd.

Beat Music is voor sixtieslieshebbers inderdaad een geweldige plaat. Twaalf krap aan drieminuten klokkende popliedjes berstensvol jangly Rickenbacker-gitaren, geweldige samenzang en puike melodieën; Beat Music is een feestje. Beat Music bestaat hoofdzakelijk uit volop meezingbare alternatieve hits, stilzitten, niet met het hoofd meeknikken en zwijgen is bijkans onmogelijk bij pareltjes als ‘Tell Me Too!’, ‘Cool Hearted Girl’, ’She Goes Out With Everybody’, ‘Every Night Is A Holiday’, ‘Don’t You Know?’, ’You’re the One’ en het al even geweldige ‘You Better Take It Easy’. De Sgt. Pepper-Beatles komen ook nog aan bod in de schitterende afsluiter ‘Eloquent Spokesman’. De band is op Beat Music gedreven en doodserieus, maar er sluimert altijd wel een heerlijke retro-knipoog; dit maakt The Spongetones bijzonder – maar nog steeds onbekend. Daar brengt ook de opvolger Torn Apart (1984) geen verandering in. En ook de volgende platen niet; The Spongetones blijven met een zekere regelmaat albums uitbrengen en treden nog steeds op. Ouden van dagen zijn het, met alle respect, inmiddels wel. 

In 2005 verschijnt de 4cd-box Children of Nuggets – met meer dan honderd songs een prachtige staalkaart van de jaren tachtig revival van de garagerock – met daarop maar liefst twee liedjes van The Spongetones. Voorwaar een eerbetoon.


Beat Music. Ripete Records, 1982. ‘Here I Go Again’ | ‘Tell Me Too!’ | ‘Cool Hearted Girl’ | ‘Take My Love’ | ‘A Part of Me Now’ | ‘She Goes Out With Everybody’ | ‘Every Night Is A Holiday’ | ‘Don’t You Know?’ | ‘Where Were You Last Night’ | ‘You’re the One’ | ‘You Better Take It Easy’ | ‘Eloquent Spokesman’


Eerder gepubliceerd in Platenblad # 259

 

dinsdag 29 november 2022

The Bevis Frond | Miasma

In de vroegzomer van 1987 las ik in mijn favoriete undergroundmagazine Bucketfull of Brains over Miasma van The Bevis Frond. De wie? The Bevis Frond, een one man band van een gitarist wiens identiteit – uit een soort bescherming van diens wankele persoonlijkheid, begreep ik – verborgen werd gehouden. Ik las dat de eerste 250 lp’s subiet waren uitverkocht, maar dat de maker er nog 750 op zijn eigen Woronzow Records bij zou laten persen en daarna niks meer. Bucketfull of Brains bood echter een aantal van deze exemplaren te koop aan. Ik stopte 5 pond en 75 pence (voor verzending) in een envelop en na zo’n vijf weken kon ik Miasma op de draaitafel leggen en volledig overvallen worden door een stortvloed van psychedelische gitaren, ronkende feedback en oorpijnigende distortion en een, ja, uitzonderlijk primitieve productie. Onvermijdelijk een cultalbum. 
Londenaar Nick Salomon richt in 1968 zijn eerste band op: The Bevis Frond Museum. De gitarist probeert van alles, maar niets komt van de grond. Ook niet als hij in 1971 solliciteert naar de vacante plek in Procol Harum na het vertrek van gitarist Robin Trower. Het duurt dan een eeuwigheid – punk komt en gaat –  voordat de dertiger Salomon zijn neus aan het venster kan drukken. Er zijn halfslachtige pogingen met The Von Trap Family en Room 13, maar een akelig motorongeluk gooit roet in het eten. Het positieve daaraan is dat Nick Salomon van het verzekeringsgeld instrumenten en opnameapparatuur kan kopen en in zijn eentje zijn in de loop der jaren opgebouwde songs kan opnemen – iets wat hij altijd al had willen doen, louter voor zijn eigen plezier. Het laatste restje verzekeringsgeld gebruikt Salomon om van die in 1986 opgenomen songs een lp te persen, in een oplage van 250 stuks. Bedoeld voor familie en vrienden, en dan wat er overblijft opbergen op zolder. Maar het loopt anders. 
Er blijkt plots een hongerende vraag naar Miasma, die obscure psychedelische plaat. Want waar komt dit vandaan? Miasma is ook nog eens verpakt in een bizarre hoes, getekend door Cyke Bancroft (eens saxofonist in The Von Trap Family) en onmiskenbaar geënt op Bachdenkels Lemmings (1973). En dan de inhoud: psychedelische extravaganza, zonder noemenswaardige productie op de band gekwakt. Maar wel met de impact van een meteorietinslag. ‘She’s in Love with Time’ is gelijk al een sublieme opener met zijn schel rinkelende gitaren en de ‘Eight Miles High’-ragasolo. Het is de opmaat voor een stevige portie acidrock, dwingend overheerst door blaartrekkende gitaarsolo’s, zoals in ‘Splendid Isolation’, ‘Maybe’, ‘Ride the Train of Thought’ en ‘Confusion Days’. In het instrumentale ‘Wild Afternoon’ goochelt Saloman à la ‘Eruption’ van Van Halen met feedback en distortion, is het totaal overstuurde ‘The Newgate Wind’ gezegend met het mooiste gekuch in een rocksong sinds ‘Electric Chair’ van Brother Fox and The Tar Baby uit 1969 en bevindt zich tussen Salomons overdonderende gitaargeweld ook zomaar ‘The Earl of Walthamstowe’, dat met zijn 41 seconden een fijn folky gitaarintermezzootje is dat Tubular Bells van Mike Oldfield in blijde herinnering roept.
Met Miasma begint in 1987 de zegetocht van Nick Salomon en zijn Bevis Frond, het album zelf zal later vele re-issues kennen en The Bevis Frond zal uiterst productief blijken: zo’n beetje jaarlijks voegt Nick Salomon een psychedelische loot aan de stam toe van zijn inmiddels imposante oeuvre. Het zijn telkens albums van misschien wel de grootste underground gitaarheld van de jaren negentig en verder, al is dat wellicht een goed bewaard geheim. Niet verder vertellen.

Miasma. Woronzow Records, 1986. ‘Garden Gate’ | ‘She’s in Love with Time’ | ‘Wild Mind’ | ‘Wild Afternoon’ | ‘Splendid Isolation’ | ‘The Earl of Walthamstowe’ | ‘The Newgate Wind’ | ‘Release Yourself’ | ‘Maybe’ | ‘Ride the Train of Thought’ | ‘Confusion Days’

Eerder gepubliceerd in Platenblad # 248


maandag 28 november 2022

Armageddon | Armageddon

De roots van Armageddon liggen op de prairie van Noord-Texas, in Amarillo. Daar beginnen Mark Creamer (zang, gitaar), James Parker (zang, gitaar), Dallas Smith (bas) en Jon Stark (drums, zang) als The Y’alls. Met z’n allen verkassen ze in 1996 naar Californië, naar Los Angeles. Onder de vleugels van Lee Hazlewood worden The Y’alls The Kitchen Cinq. Die ene lp – Everything But… The Kitchen Cinq –  doet niet zoveel. En als de lieflijke sixties overgaan in de meer heavy seventies, waarvan de moord op het Altamont-festival een van de kantelpunten is, breken er nieuwe tijden aan. En nieuwe tijden vragen om een nieuw geluid; om een harder geluid. En dat heeft Armageddon, al raakt ze wel bassist Smith kwijt – maar die wordt vervangen door Skip Battin.

Armageddon krijgt een contract (voor één plaat) bij Jimmy Bowens Amos Records en bevindt zich daarmee in goed gezelschap van Longbranch Pennywhistle (met daarin Eagles-oprichter Glenn Frey) en Shiloh (met daarin Eagles-oprichter Don Henley). Met als producer hun manager Thom Thacker neemt Armageddon in 1969 een lp op, waarmee de band laat zien en horen de sixties-pop definitief verlaten te hebben en de regionen van de meer stevige rock te betreden. Armageddon is een rockalbum; Armageddon is een rockalbum dat de countryrock van The Byrds en The Band combineert met de heavier sounds van Iron Butterfly. Dat levert geen perfecte plaat op, maar wel een die beslist de moeite waard is. Want volgens wat ik beschouw als het Moby Grape-recept wordt de door elektrische en fuzz-gitaren aangedreven rocksound afgeremd en verzacht door meerstemmige zang en sterke melodielijnen. Zodoende zijn tracks als ‘Armageddon Theme’, ‘Water Lily’, ‘Cold Cold Tracks’, The Lamp’ en het schitterende ‘Cave of the Winds’ zowel duister-opzwepend als van een vreemd-harmonische schoonheid – maar nergens pretentieus. In een poging hun heavyness te benadrukken heeft Armageddon nog wel een cover toegevoegd van Creams ‘Tales of Brave Ulysses’. Allemaal tevergeefs natuurlijk.

Skip Battin verruilt al snel Armageddon voor The Byrds (gelijk heeft-ie) en wordt dan voor wat het waard is vervangen door Robert Ledger. Hij staat dan ook op de hoes, maar ik zei het al: tevergeefs. Armageddon sneeft en dus is Armageddon weer zo’n plaat die de liefhebber (ik) doet watertanden, maar de rest (bijna iedereen) totaal koud gelaten heeft. 


Armageddon. Amos Records, 1969. ‘Armageddon Time’ | ‘Water Lily’ | ‘Another Part of Our Life’ | ‘Come Tomorrow’ | ‘Cold Cold Tracks’ | ‘Cave of the Winds’ | ‘The Lamp’ | ‘Bilbo Baggins’ | ‘Tales of Brave Ulysses’ | ‘The Magic Song’ 


Eerder gepubliceerd in Platenblad # 249


maandag 15 oktober 2018

Ryan Martin | Gimme Some Light

Een dubbel-lp in een klaphoes, met op de voorkant een wat getroebleerde man in een gestrand treinstel. Aan de binnenkant dezelfde man in de herfstige, Amerikaanse natuur. Dit is geen vrolijke frans, nee, dat is Ryan Martin zeker niet: ex-verslaafde, ex-bajesklant en overlever van een zwaar auto-ongeluk. Allemaal materiaal voor een doorleefd americana-album, want dat is Gimme Some Light. Martin groeide op aan de Westkust, maar voelt zich meer thuis in Upstate New York, in de bossen, in de velden. Het Woodstock-idee, zeg maar. Die sfeer spreekt ook uit de zwierige countryrocksongs, uitgevoerd door een imposante band met daarin van alles vertegenwoordigd: gitaar, bas, drums, piano, orgel, mandoline, pedalsteel en blazers, stemmige blazers, dat wel. Over de vier plaatkanten verspreid bevindt zich een gevarieerd aanbod van doorleefde songs. De rake midtempo opener ‘All the Good Men’ is gelijk al een prachtsong en een blauwdruk van het vele moois dat volgt. Martin rockt in ‘Destitute Darlings’, ‘Say You Love Me’ en ‘Adeline’ - met glockenspiel - op een vlotte R.E.M.-manier, wat betekent: stevig jengelende elektrische gitaren. Nog meer gecharmeerd ben ik van de weemoedige, trieste liedjes, zoals ‘Death of Love’, ‘Regular Man’, ‘Be Kind’ en het klein gehouden ‘Parasol’, die geweldig mooi en intens gezongen worden door Martin, niet zelden geholpen door een jankende pedalsteel. In dat opzicht is het dramatische en naar een orkestrale climax gevoerde ‘Ask Your Mother’ misschien wel het hoogtepunt van de schatkamer aan prachtsongs die Gimme Some Light is.

‘All the Good Men’ | ‘Destitute Darlings’ | ‘Death of Love’ | ‘Parasol’ | ‘Say You Love Me’ | ‘Dangerously Unplugged’ | ‘Regular Man’ | ‘Suicide Parade’ | ‘Be Kind’ | ‘Adeline’ | ‘Lepers in Armor’ | ‘Ask Your Mother’ | ‘Real Human Being’ | ‘New England Song’ | ‘The Marchers’ | ‘The Prettiest Girl On This Side of Hell’

Garrett T. Capps | In The Shadows (Again)

We mogen blij zijn dat Garrett T. Capps hier via distributeur Sonic Rendezvous onder de aandacht komt. Capps, een cowboy uit San Antonio, Texas, realiseerde reeds eerder een album, maar dit In The Shadows (Again) is nu voor iedereen beschikbaar. Doe daar je voordeel mee, want deze plaat is simpelweg overrompelend. Naast heerlijke old skool-countryliedjes als ‘Baby Please’ - met sfeervolle cafégeluiden uit een Waffle House - en het titelnummer met B.J. Cole’s wuivende pedalsteel, maakt Garret T. vooral indruk met het weemoedig, golvende en filmische ‘The Insterstate 35 Waltz’, een cover van Christopher Cessac; het welhaast spectoriaanse ‘Dancin’ Hands’; en het uitgesponnen, traag voorttrekkende ‘Trouble’s Callin': 10 minuten-plus en een grandioze afsluiter. Garrett T. Capps heeft niet alleen een vergelijkbare potentie als de reeds gearriveerden Daniel Romano en Sturgill Simpson, maar refereert in ‘Go Home’ bijvoorbeeld ook naar de enigmatische, maar helaas van het podium verdwenen Damon Bramblett. Kortom, met deze man halen we een nieuwe held binnen.

‘Born Into A Ballroom’ | ‘Go Home’ | ‘In the Shadows (Again)’ | ‘The Interstate 35 Waltz’ | ‘Here Right Now’ | ‘Dancin’ Hands’ | ‘Baby Please’ | ‘Harness the Light’ | ‘Trouble’s Callin’’

Rolling Blackouts C.F. | Hope Downs

Hier hebben we toch wel weer iets heel bijzonders te pakken; ik eet mijn schoenzolen op als dit niet een van de beste platen van 2018 is. Wat een geweldige lp! En een debuutalbum…, nou, niet helemaal want Rolling Blackouts Coastal Fever vuurde al twee ep’s af - tezamen goed voor elf liedjes - die de gemoederen al flink verhitten. Maar Hope Downs, het echte debuut van deze vijf jonge jongens uit Melbourne, Australië gaat hoe dan ook de wereld veroveren. 
Rolling Blackouts C.F. leunt sterk op een fijne ouderwetse sound die teruggrijpt naar de jaren tachtig. Rammelende postpunkpop gebaseerd op snelle drumticks en akoestische gitaren, met daaroverheen een spiralerende, kronkelende elektrische gitaar. We komen dan op het terrein van band als The Chills, The Fall, Orange Juice en jawel, The Feelies. De hypnotiserende, nerveuze pop is werkelijk waar een feest, veroorzaakt door de catchy refreintjes, de snappy hooks en droogkloterige zang. Ik ben er nog uit of de knapen superstrak of sloom losjes spelen - vergelijk The Strokes - maar waarschijnlijk is het allebei. Want de Rolling Blackouts stralen zowel tomeloos enthousiasme als een dwarse onnadrukkelijkheid uit. 
En het lijkt allemaal zo moeiteloos; ze spugen er in een kleine 37 minuten tien urgente punkpopliedjes uit, die zonder uitzondering alle van een jaloersmakend hoog niveau zijn, al kan ik alvast wel verklappen dat 'Talking Straight' dé perfecte zomerhit is. In augustus speelden ze op Lowlands; solliciterend naar band van het jaar.

‘An Air Conditioned Man’ | ‘Talking Straight’ | ‘Mainland’ | ‘Time in Common’ | ‘Sister’s Jeans’ | ‘Bellarine’ | ‘Cappuccino City’ | ‘Exclusive Grave’ | ‘How Long?’ | ‘The Hammer’

Israel Nash | Lifted

De neo-hippie en singer-songwriter uit de Ozark Mountains is voorgoed neergestreken in Dripping Springs, Texas. Israel Nash bouwde op zijn ranch een eigen studio, Plum Creek Sound. Met Lifted, zijn vijfde album, speelt Nash dus een thuiswedstrijd, wat hem kennelijk stimuleerde om flink uit te pakken met strijkers, blazers, gospelzang en een heuse spectoriaanse sound. Nash verlaat daarmee een beetje het Neil Young and Crazy Horse-geluid van de magnifieke albums Rain Plains (2013) en Silver Season (2015). De sound is nu atmosferischer, etherischer, zeker door de toevoeging van field recordings - in regentanks opgenomen instrumenten en kikker- en krekelgeluiden. Qua productie en sound is Lifted dan ook Israel Nash’ meest ambitieuze plaat tot zover. Daarbij heeft Nash ook zijn best gedaan goed in het gehoor liggende liedjes te componeren. En daar is hij met even meeslepende als weemoedige songs als ‘Rolling On’, ‘Looking Glass’, ‘Sweet Springs’, ‘Spirit Falls’, ‘The Widow’ en ‘Golden Fleeces’ uitstekend in geslaagd. Lifted is met zijn sterke songs en aanstekelijke melodieën, getoonzet in een majestueus klankbeeld voor Israel Nash een volgende stap in de richting van ja, wereldwijde erkenning.

‘Rolling On’ | ‘Looking Glass’ | ‘Lucky Ones’ | ‘Sweet Springs’ | ‘Spirit Falls’ | ‘Northwest Stars (Out of Tacoma)’ | ‘Hillsides’ | ‘The Widow’ | ‘Strong Was the Night’ | ‘Golden Fleeces’