Vier
kerels in denim. Poserend tussen de schaduwrijke bomen. Ergens in
Australië, in Sidney om precies te zijn. Ze debuteren in 2006
met Electric
Sunshine,
een geestverruimende trip richting heelal. Zelf noemen Daniel Poulter
(zang, gitaar, glockenspiel), Martin Walters (orgel, synths, piano),
Ricky Drabsch (bas) en Jamie van Veldhoven (drums) het chemical
country. Dat
is het zeker, maar het is ook: Westcoast-psychedelica, folkrock uit
de garage, flower power country. De elf prachtige, zweverige
rocknummers zijn, zo klinkt het, opgenomen op de bodem van een
echoput. Het geeft Electric
Sunshine een
heerlijk authentiek sixties sfeertje. De liedjes zijn ook niet mis,
afwisselend, doordacht en voorzien van mooie melodieën.
Opvallend in de instrumentatie is het jengelende orgeltje, dat
herinneringen oproept aan de desertrock van Green On Red of, minder
bekend, The Aimless Blades. De bezwerende opener 'Falling Home Again'
zet de toon voor een portie spacey countryrock en dan volgen er vele
juweeltjes: het uptempo en met bongodrums opgesierde 'What’s That
Sound'; het lieflijke 'Sunflower'; de reverb-rocker 'Go Go Getter';
de acidfolk van 'Sunday Mourning'; en de talking-blues 'Steam Train
Blues'. Nog mooier wordt Electric
Sunshine, vanwege
het zinderende hoogtepunt 'The
Light Ride'. Als toegift zijn er nog twee sfeervolle kampvuurliedjes
afkomstig van een akoestische sessie. Samen met de hoofdmoot van
psychedelische country en rock – tussen Beachwood Sparks en The
Seeds, tussen The Electric Prunes en de vroege Long Ryders – is dit
Electric
Sunshine een
ronduit meesterlijk debuut. Wow!
Posts tonen met het label 2006. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2006. Alle posts tonen
donderdag 17 oktober 2013
The Dolly Rocker Movement | Electric Sunshine
zondag 18 november 2012
The Hiders | Valentine
Billy
Alletzhauser is al van jongs af aan een muzikant in al zijn vezels.
Zijn muzikale leven speelt zich echter aanvankelijk louter
binnenskamers af, maar eind jaren tachtig treedt Alletzhauser naar
buiten als gitarist van de uit Cincinnati, Ohio afkomstige Ass Ponys.
Nog steeds min of meer vanuit huis – en zijn huisstudio, The
Batcave – begint Alletzhauser met Beth Harris vervolgens een eigen
band: The Hiders. Zonder platencontract brengen Alletzhauser en
Harris een band op de been met daarin naast de ritmesectie gitarist
en pedal steel-speler Toby Harris. In 2006 neemt het gezelschap in
Nashville, Tennessee met producer Brad Jones (Matthew Sweet, Cotton
Mather, Dolly Varden) het debuutalbum Valentine
op,
dat Alletzhauser in eigen beheer uitbrengt. Valentine
is zo'n plaat die – hoewel onbekend en obscuur – in al zijn
poriën een klassieke Westcoast countryrockplaat is vanwege de
pedal steel, mondharmonica, epische gitaarsolo's en de lijzige Neil
Young-zang. De eerste twee nummers klinken nogal folky en rollen en
wiegen aangenaam op een lome beat en de fluisterstemmen van
Alletzhauser en Harris, overigens met de allure van Gram Parsons en
Emmylou Harris. Daarna begint het echte werk als de gitaar en de
pedal steel in stelling worden gebracht. Traag, stroperig en met
scheurend gitaarwerk trekken dan de hoogtepunten voorbij: 'Bones In
The Well', 'Lets Forget' en de zeven goddelijke minuten van
'Persephone', Alletzhausers eigen 'Cowgirl In The Sand'. Verder
worden smaakvol sixtiesinvloeden – Moby Grape, Buffalo Springfield
– geïntegreerd in het heldere en soms rafelige bandgeluid. En
ook dan zijn de retro-countrypsych-liedjes van een uitzonderlijk hoog
kaliber – 'Hawaiian Ice', 'You Can't Hurt Me Anymore' – om maar
niet te spreken van de dromerige en feërieke rustpunten die de
trekkende gitaarsongs perfect afwisselen. Op het snijpunt van retro,
countryrock en vintage-Neil Young, Valentine
is
een schitterend debuut van de kosmische cowboys van The Hiders.
Everything
I Wanted / Hideous Sunbeam / Bones In The Well / Lets Forget /
Persephone / Hawaiian Ice / Magic Show / Take Me Back / Bury Me / You
Can't Hurt Me Anymore / Into The Sun
donderdag 31 mei 2012
Cat Power | The Greatest

Een moeilijk mens, die Charlyn Marie Marshall. Highschool-dropout, opgegroeid in Atlanta, Georgia op een explosieve cocktail van punkrock, alcohol en depressiviteit. Jarenlang veelbelovend, maar angstig en met een getormenteerde, Nico-achtige uitstraling – koel maar psychotisch. Op 23-jarige leeftijd debuteert Marshall in 1995 onder de schuilnaam – een daadwerkelijke verstop-poging – Cat Power. Na zes platen en talloze pijnlijke incidenten op het podium, gooit zij, naarstig op zoek naar een spoor van zelfvertrouwen, het roer om. Instrumenteel in deze ommekeer is de keuze die Cat Power maakt voor de begeleidingsband voor haar nieuwe album: The Memphis Rhythm Band, soulveteranen uit de sixties. Met deze Al Green-begeleiders, de broers Mabon 'Teenie' en Leroy 'Flick' Hodges, en andere oudgedienden op orgel, pedal steel en saxofoon gaat Marshall in 2005 de befaamde Ardent-studio's in en neemt daar het ronduit uitmuntende The Greatest op. The Greatest, uitgebracht begin 2006, is een warm bad van openhartige, zij het cryptische liedjes in een setting van zuidelijke countrysoul. Cat Power wisselt broeierige, swampy rocksongs als 'Could We',' Willie' en 'Love & Communication' af met traag voortkruipende treurzangen als 'Lived In Bars', 'The Moon' en 'Where Is My Love', dat een opvallende overeenkomst vertoont met Alex Chiltons 'Holocaust' – ook opgenomen in Ardent. Chan Marshall is geheel opgebloeid in de weldadige warmte van de Memphis-countrysoul; The Greatest is inderdaad die grootse plaat die zij altijd al in zich had – voor Marshall zelf voelt het aan als een debuut. The Greatest wordt groots ontvangen, maar dan aan de vooravond van een tournee stort Chan Marshall – na jaren van martelende depressiviteit en alcoholisme – compleet in. Gelukkig brengt een rehabilitatieprogramma en psychiatrische behandeling haar weer op het goede spoor. Cat Power is opeens een gewild handelsmerk: actrice in een film van Wong Kar Wei; een videoclip geregisseerd door Harmony Korine; en model voor Chanel. Opeens is de herboren Chan Marshall een media-personality en een koele schoonheid bovendien. Bovenal is zij een fenomenale indie-singer-songwriter en maker van The Greatest, een onderkoeld meesterwerkje.The Greatest / Living Proof / Lived In Bars / Could We / Empty Shell / Willie / Where Is My Love /The Moon / Islands / After It All / Hate / Love & Communication
Abonneren op:
Posts (Atom)

