Posts tonen met het label contemporain. Alle posts tonen
Posts tonen met het label contemporain. Alle posts tonen

dinsdag 6 februari 2018

Tyler Childers | Purgatory

Hij is een soort van protegé van Sturgill Simpson; Tyler Childers werd voor Purgatory de studio in Nashville, Tennessee ingesleept door de kroonprins van de alt.country. Childers, afkomstig uit een conservatief, doopsgezind gezin uit Lawrence County, Kentucky, vernoemde zijn doorbraakplaat naar het vagevuur - verwijzend naar de periode tussen een euforische zaterdagavond en een katerige zondagochtend. In feite gaan al zijn liedjes over hard drinking, heavy snorting en de kater van alledag. Childers verpakt dit echter in heerlijk melodieuze old school country, waarin banjo’s, fiddles, pedal steel en akoestische gitaren de boventoon voeren. Bluegrass, Appalachen-folk en country & western zijn Tylers bronnen, en zelf heeft hij een aantrekkelijke neusverkouden stem, waarmee hij zijn uitstekende countryliedjes meer dan enthousiast voor het voetlicht brengt. In tien songs, afwisselend relatief opgewekt en melancholiek stemmig, laat Tyler Childers horen uit het goede alt.country-hout gesneden te zijn. Sterker nog: hier klinkt een nieuwe stem. Met een machtig mooi album als resultaat.

‘I Swear (To God)’ | ‘Feathered Indians’ | ‘Tattoos’ | ‘Born Again’ | ‘Whitehouse Road’ | ‘Banded Clovis’ | ‘Purgatory’ | ‘Honky Tonk Flame’ | ‘Universal Sound’ | ‘Lady May’

Gepubliceerd in Mania #344

zaterdag 10 juni 2017

Jason Isbell and the 400 Unit | The Nashville Sound

Na de twee bijzonder succesvolle solo-albums Southeastern (2013) en Something More Than Free (2015) krijgt zijn begeleidingsband The 400 Unit nu weer de volle credits: The Nashville Sound is een product van Jason Isbell and the 400 Unit. En dat hoor je, Isbells zesde album nadat hij tien jaar geleden Drive-By Truckers verliet, is gevarieerder en steviger dan de voorganger. Wederom opgenomen in Nashville, Tennessee, is The Nashville Sound het zoveelste geslaagde hoofdstuk in de carrière van de zanger en gitarist uit Greenhill, Alabama, dichtbij Muscle Shoals. Want Jason Isbell weet momenteel als geen ander de meer introspectieve sound van Ryan Adams te combineren met die van de grote singer-songwriters uit de seventies. Opener ‘Last of My Kind’ - inderdaad - is direct al zo’n weemoedig toplied dat is opgetrokken uit akoestische gitaar en fraaie accenten op elektrische piano en pedal steel. De variatie zit hem erin dat Isbell getuige ‘Cumberland Gap’ en ‘Anxiety’ ook weer stevig kan rootsrocken. De warme sound van vaste producer Dave Cobb maakt echter vooral van de royaal aanwezige ballads en countrysoul-nummers ware juweeltjes, zodat Jason Isbell met The Nashville Sound een volgende parel aan zijn snoer rijgt. Isbell heeft zich zolangzamerhand ontegenzeggelijk ontwikkeld tot dé singer-songwriter van het huidige tijdsgewricht; nobody tops Jason Isbell.

‘Last of My Kind’ | ‘Cumberland Gap’ | ‘Tupelo’ | ‘White Man’s World’ | ‘If We Were Vampires’ | ‘Anxiety’ | ‘Molotov’ | ‘Chaos and Clothes’ | ‘Hope the High Road’ | ‘Something to Love’ 

Gepubliceerd in Mania 338

vrijdag 5 mei 2017

John Moreland | Big Bad Luv

In zijn jeugd speelde hij in talloze hardcorebands, maar in 2013 zag John Moreland het licht - net als de vele americana-liefhebbers die hem opmerkten: In The Throes was een prachtige plaat. De opvolger in 2014 was nog even een slagje beter. Op High On Tulsa Heat was een singer-songwriter aan het woord die het beste van Steve Earle en Guy Clark in zich verenigde. Het betekende voor de geboren Texaan, maar in Tulsa, Oklahoma woonachtige lijvige en zwaar bebaarde bard een bescheiden doorbraak. Moreland is nu moving into a bigger arena; heeft getekend bij het Britse 4AD, een adequate band in dienst genomen en laat nu in 2017 het ijzersterke Big Bad Luv verschijnen. Wat gelijk opvalt is dat Moreland beduidend vrolijker gestemd lijkt dan eerder en dat de instrumentatie nu rijker en voller is - en dat is een gouden combinatie. Drums zijn nadrukkelijker aanwezig en vaak up-tempo; akoestische gitaren jengelen en jubelen en er is royale versiering van piano, Hammond en twang-gitaar. Love Is Not An Answer is hiervan een o zo fraai voorbeeld, waar Moreland overigens doet denken aan Chris Stapletons Traveller (2015). Een andere vergelijking die opdoemt is dat Morelands stem gelijkt op die van Springsteen ten tijde van The River (Lies I Chose To Believe, No Glory in Regret). Denk overigens niet dat Moreland een vrolijke frans is geworden; hij zingt nog steeds over zijn persoonlijke angsten en duivels. Het indringendst in de afsluiter Latchkey Kid - hijzelf was inderdaad zo’n sleutelkind. Big Bad Luv is een ambitieus album, waarmee Moreland tot een grote groep van luisteraars kan doordringen. Dat moet lukken met zo’n ronduit schitterend america-album.

‘Sallisaw Blue’ | ‘Old Wounds’ | ‘Every Kind of Wrong’ | ‘Love Is Not An Answer’ | ‘Lies I Chose To Believe’ | ‘Amen, So Be It’ | ‘No Glory in Regret’ | ‘Ain’t We Gold’ | ‘Slow Down Easy’ | ‘It Don’t Suit Me (Like Before)’ | ‘Latchkey Kid’ 

Gepubliceerd in PlatoMania nr. 337.

donderdag 20 april 2017

Andrew Combs | Canyons of My Mind

Het zou mooi zijn als Andrew Combs met zijn nieuwe album Canyons of The Mind echt zou doorbreken. Hij schurkt er namelijk heel dicht tegen aan. In 2010 debuteerde de geboren Texaan maar naar Nashville, Tennessee verhuisde singer-songwriter met de schitterende ep Tennessee Time. Hij liet zich beluisteren als een mix tussen de klassieke Guy Clark en de meer eigentijdse Ryan Adams. Daarna volgden de werkelijk prachtige albums Worried Man (2012) en All These Dreams (2015); een bevestiging van Combs’ grootse talent. Canyons of My Mind gaat naar mijn mening nog een stapje verder, want voortreffelijke liedjes en getoonzet in een wat donkerder klankbeeld dan voorganger All These Dreams. Het maakt Andrew Combs een nog indrukwekkender singer-songwriter dan hij al was. Aldus meen ik dat Canyons of My Mind zijn beste album tot nu toe is, met enerzijds broeierige countryrocknummers als ‘Heart of Wonder’ en ‘Blood Hunters’ en anderzijds ontroerende ballads als ‘Hazel’ en ‘Silk Flowers’. Topnummer is echter het met scheurende gitaar een majestueuze strijkers naar een climax gevoerde ‘Bourgeois King’. Bijzonder fraai.

‘Heart of Wonder’ | ‘Sleepwalker’ | ‘Dirty Rain’ | ‘Hazel’ | ‘Rose Colored Blues’ | ‘Better Way’ | ‘Lauralee’ | ‘Blood Hunters’ | ‘Silk Flowers’ | ‘Bourgeois King’ | ‘What It Means To You’ 

Gepubliceerd in Platomania

donderdag 24 maart 2016

James Thomson | Cold Moon


Alles aan James Thomson ademt americana, althans op zijn tweede plaat Cold Moon: muziek, foto’s, teksten en sfeer. Alleen, James Thomson komt uit Newcastle, New South Wales, Australië. Nu heeft de Australische outback veel gemeen met het Amerikaanse Westen, maar toch ging Thomson in de Amerikaanse desert en The Deep South op zoek naar inspiratie. Hij reisde een winter doelloos rond, zoog zichzelf vol en dook vervolgens met zijn band de Australische studio in.
James Thomson debuteerde in 2012 met het zelfgetitelde album. Hierop is een nog jonge singer-songwriter te horen, die in de traditie blijft. Hoe anders is dat op Cold Moon. Het geluid is rijker, dieper; de traditionalist maakt plaats voor de outlaw renegaat. In de zang is de countryblues-benadering, droog, onopgesmukt, á la Townes Van Zandt nog wel waar waar te nemen zoals in de magnifieke opener, de titelsong: ‘Cold Moon’. Maar Thomson zoekt ook de countrysoul van het Diepe Zuiden en de verlaten backroads op. Een zoemend orgel en laidback gitaarlicks refereren dan ook bijna rechtstreeks aan The Band, Bobby Charles en J.J. Cale, waardoor ‘How Long’ een stroperige, zwoele backpoarch song wordt en ‘Crooked Smile’ heerlijk achterover leunt. ‘Can’t Go Home’ is bijna een talkingblues, ‘Heartless’ sleept en trekt en ‘Just For Tonight’ grijpt bij de kladden. James Thomson weet gewoon in alle situaties en hoedanigheden de juiste snaar te raken, wat dus een machtig album oplevert. Gezien de huidige onbekendheid van James Thomson zou Cold Moon in de toekomst best wel eens beschouwd kunnen worden als een americana-klassieker. We zullen het zien.

Cold Moon / Time Is Ticking / Highway Nights (I Wanna Be) / How Long / I Don’t Mind / Crooked Smile / Red Dirt / Can’t Go Home This Way / Going Away Party / Heartless / Just For Tonight / Runaway Heart

woensdag 3 februari 2016

David Corley | Available Light



Een mislukt leven, althans tot de 50-plus leeftijd, leidt dan toch tot een magnifiek album: Available Light is in 2015 de debuutplaat van de 53-jarige David Corley. Corley, afkomstig uit Lafayette, Indiana, heeft er een lange weg voor moeten afleggen. Rond zijn 20-ste verliet hij de universiteit van Georgia en schraapte vervolgens zijn kostje bij elkaar met baantjes als chauffeur voor een autoverhuurbedrijf, barkeeper en dakdekker. Het brengt hem zowel tot New York aan de Oostkust als tot Venice Beach, Los Angeles aan de Westkust. Op 40-jarige leeftijd krijgt hij echter een serieus hartinfarct - en dat brengt hem terug naar Lafayette, Indiana. Het is vanuit hier waar Corley zich uiteindelijk richt op een carrière - een groot woord - als singer-songwriter. Want na al die omzwervingen is David Corley een wijze maar ook gebutste man, die gewapend met een gravel-stem zijn levenservaringen in geweldige songs stopt. Dat blijkt wel uit Available Light  - opgenomen in een postkantoor in Ontario, Canada en in Brooklyn, New York. Het album heeft en schitterende sound met jengelende countrygitaren en barroom-piano, refererend aan een klassieke sound, die zowel Neil Young, Van Morrison, Tom Waits als Lou Reed oproept. Niet de minsten dus. In opener en titelsong ‘Available Light’ laat Corley via zijn diepe bariton weten dat the book, well it’s a movie now / ‘bout how I was busted up and laid out. Verder gaat het met downbeat songs als ‘Beyond The Fences’ en het voorlopige hoogtepunt: ‘Easy Mistake’, waarop Corley sterk leunt op Lou Reeds ‘Coney Island Baby’. In verhalende songs, die enerzijds een landelijk, laidback karakter hebben zoals ‘Unspoken Thing’ en anderzijds de Closing Time-Tom Waits-achtige liedjes ‘Lean’ en het met strijkers verrijkte ‘Neptune/Line You’re Leavin’ From’ etaleert de late debutant zijn klasse. ‘The End of My Run’ is dan een - come hell, high water or blood - zinderende gospelblues, waarna de afronding volgt met ‘The Calm Revolution’, een stroperige, zompige rocksong. Available Light is aldus een schitterend rockalbum en de ontvangst ervan een geschenk voor David Corley. Het succes van Available Light brengt hem op een tournee door Europa en ook naar een optreden op het Groningse TakeRoot-festival op 12 september 2015. Maar daar slaat het noodlot toe; David Corley zakt op het podium in elkaar en wordt afgevoerd naar het ziekenhuis. Zijn intens gebruikte hart laat het afweten. Op zijn website verschijnt naderhand het bericht dat David Corley volledig zal herstellen.

Available Light / Beyond The Fences / The Joke / Easy Mistake / Dog Tales / Unspoken Thing / Lean / Neptune/Line You’re Leavin’ From / The End Of My Run / The Calm Revolution

woensdag 2 juli 2014

Timber Timbre | Hot Dreams


Het wordt nu toch wel tijd dat Timber Timbre haar welverdiende plek in het americana-landschap inneemt. Ergens tussen Lambchop en The Handsome Family. Hot Dreams is alweer Timber Timbre's vijfde album – en hun beste. Op Hot Dreams vinden de Canadezen, onder de bezielende leiding van Taylor Kirk, hun definitieve vorm door een voller geluid en met gebruikmaking van een uitgebreider instrumentarium – zoals die heerlijk slepende sax in in titelnummer 'Hot Dreams'. Door de over het hele album heen hangende onheilspellende spaghetti-twang is Hot Dreams de ideale soundtrack van een moderne western; niet voor niets fungeert Timber Timbre's muziek als soundtrack voor Breaking Bad. Met schitterende, zinderend hete songs als 'Curtains?!', 'Grand Canyon', 'The New Tomorrow' en 'Run From Me' is Hot Dreams een zeer toepasselijke titel voor Timber Timbre's adembenemende desert gothic.

Beat The Drum Slowly / Hot Dreams / Curtains?! / Bring Me Simple Men / Resurrection Drive Part II / Grand Canyon / The Low Commotion / The New Tomorrow / Run From Me / The Three Sisters 

dinsdag 3 juni 2014

Marc Ford | Holy Ghost


Er is bijna een kwart eeuw voorbij gegaan tussen Marc Fords debuut met Burning Tree (1990) en zijn geweldige countryrockplaat Holy Ghost. Ford verdiende zijn sporen als supergitarist in The Black Crowes en produceerde sleutelplaten als Mescalito van Ryan Bingham en The Pines van Phantom Limb. Maar het liet ook zijn sporen na: drank en drugs eisten zijn tol, zodat een veel ouder gezicht dan dat van de 47-jarige Ford de luisteraar aanstaart op de voorkant van Holy Ghost. De muzikale inhoud van Fords vijfde soloplaat is hier overigens volledig mee in overeenstemming: bitterzoete, warmbloedige, klassieke countryrock. Als begeleidingsband huurde Ford het ontmantelde Phantom Limb in, opgevuld met moeders de vrouw Kirsten en zoon Elijah (waar we nog meer van gaan horen). Het resultaat is een soulvol, laidback americana-album waarop Ford jaren zeventig Westcoast met countrysoul vermengt. De sfeer op Holy Ghost doet dan ook beurtelings denken aan J.J. Cale en Jackson Browne; de laatste vooral vanwege het David Lindley-achtige gitaarspel, zoals bijvoorbeeld in 'Dancing Shoes'. Ook is qua sfeer en feel Neil Youngs Harvest nooit ver weg, getuige het weemoedige 'Just A Girl'. De countrysoul van 'Call Me Faithful' sluit een prachtig doorleefde rootsplaat af.

If I'd Waited / Blue Sky / Dancing Shoes / Dream #26 / In You / I'm Free / Just A Girl / You Know What I Mean / Turquoise Blue / Sometimes / Badge Of Descension / Call Me Faithful  

donderdag 22 mei 2014

Sturgill Simpson | Metamodern Sounds In Country Music


Metamodern Sounds In Country Music volgt Sturgill Simpsons debuut uit 2013 op de hielen. Smeed het ijzer als het heet is, moet de singer-songwriter uit Kentucky hebben gedacht, aangezien High Top Mountain in Amerika bijzonder goed werd ontvangen. Waar het debuut vooral gevuld was met old school country, daar is Metamodern Sounds In Country Music nog wel ouderwets-klassiek, maar is Simpson opgeschoven naar de countryrock. De liedjes zijn lekker rauw, puur en rammelend – bas, drums, elektrische gitaar en pedal steel begeleiden Simpsons stem die sterkt gelijkt op die van cultheld Joe South. Lekker up-tempo ('Life Of Sin') of tranentrekkende country & western ('Living The Dream' en het waanzinnige 'The Promise'); Sturgill Simpson draait er zijn hand niet voor om. We hebben hier een nieuwe, oude stem te pakken die de alt.country – een inmiddels uitgewoonde kwalificatie, maar niettemin bruikbaar – een nieuw elan verleent. Zo belangrijk en gewichtig is Metamodern Sounds In Country Music; een perfecte showcase voor het grote talent van Sturgill Simpson.

Turtles All The Way Down / Life Of Sin / Living The Dream / Voices / Long White Line / The Promise / A Little Light / Just Let Go / It Ain't All Flowers

maandag 30 december 2013

Craig Bancoff | Eden

Een vogelvlucht via Google Earth laat zien dat Merion in Pennsylvania een ruraal stadje is, net ver genoeg van het urbane Philadelphia. Uit dit Merion komt Craig Bancoff, een talentvolle jongeman die ouderwetse muziek maakt. Ouderwets omdat zijn debuut, Eden, een hartverwarmende singer-songwritersplaat is boordevol weemoed en verlangen. Je stelt je de melancholieke Bancoff – althans afgaand op zijn gloedvolle, intieme stemgeluid – eenvoudig voor in het landelijke Pennsylvania, te midden van de eens hardwerkende arbeiders in de staalindustrie, die nu overigens vooral werkeloos zijn. Bancoff straalt op zijn Eden eenzelfde arbeidsethos uit, dat van de gewone man, als de jonge Springsteen. Bas en drums zijn altijd het midtempo-fundament van Bancoffs geweldige liedjes, die dan afwisselend versierd worden door pedal steel, mandoline, fiddle, banjo en Hammond. Het is allemaal bijzonder sfeervol en beeldend wat deze Bancoff en zijn band neerzetten; een perfect decor bovendien voor de voortreffelijke songs, waarvan 'Beautiful Lies', 'The Highway', 'Be Your Ghost' en titelnummer 'Eden' in het bijzonder aanbevelenswaardig zijn, overigens zonder de bedoeling die andere tijdloze prachtliedjes tekort te doen. Alleen al op basis van Eden mag Craig Bancoff gezien worden als een groot talent, die geacht wordt een grote toekomst tegemoet te kunnen gaan. Helaas wordt er na Eden in 2010 jarenlang taal noch teken van Craig Bancoff vernomen.

Crutch / Beautiful Lies / Somebody's End / I Will Love You / Waiting / St. Anthony / The Highway / Sleep Sick / Everything Left / Be Your Ghost / Eden / Ferris Wheel / Orchard Road 

zaterdag 21 december 2013

Tame Impala | Innerspeaker


Perth, Western Australia, wordt meer dan eens genoemd als de meest afgelegen metropool ter wereld. De beroemdste rockband uit die contreien is ongetwijfeld The Triffids, maar het is niet ondenkbeeldig dat zij in de nabije toekomst voorbijgestreefd worden door de psychedelische bloemenkinderen van Tame Impala. Zij hebben ongetwijfeld een grote toekomst voor zich, want als zanger-gitarist en wonderkind Kevin Parker samen met maatje Dominic Simper op bas Tame Impala opricht, zijn beiden nog maar 13 jaar. Pas in 2007 verlaten ze de slaapkamer en met een gevonden drummer is Tame Impala een psychedelische rockband om in de gaten te houden. Retro-psychedelica wel te verstaan, want het powertrio – aangevoerd door Kevin Parker met zijn omfloerste zang – leunt sterk op zowel The Beatles als op The Jimi Hendrix Experience. MySpace wakkert de belangstelling voor de band aan, wat hen een platencontract oplevert en de release van een eerste ep in 2008.
De internationale doorbraak volgt in 2010 met het uitbrengen van Innerspeaker, een zinderend, blaartrekkend rockalbum, dat o wonder, hyper-melodieus en warm van toon is. Kevin Parker heeft als songschrijver en multi-instrumentalist de volledige regie over Innerspeaker, terwijl Dave Fridmann (Mercury Rev, Flaming Lips) garant staat voor een ruimtelijke mix. Tame Impala's debuut is ronduit magistraal – vanwege de perfecte sound, maar ook om de loutere psychedelische pracht van de songs: de openings-trits 'It Isn't Meant To Be', 'Desire Be Desire Go' en 'Alter Ego' is puur meeslepend. Het transparante geluid en de zweverige zang herinneren aan de mooiste jaren zestig psychedelica, maar ook aan tijdgenoten als het geniale Zweedse Dungen. Innerspeaker kent in 'Why Won't You Make UpYour Mind?', 'Solitude Is Bliss' en 'Expectation' voortreffelijke songs die worden opgepookt door fuzz-gitaar, Leslie-box en prachtig opgenomen drums. Innerspeaker is niet alleen een topplaat vanwege de songs en het gitaargeweld, maar ook zeker vanwege de absoluut perfect sound. Tame Impala is alleen al op basis van hun debuutplaat een rockband die een grootse doorbraak verdient. Het leidt dan ook weinig twijfel dat opvolger Lonerism in 2012 voor deze absoluut verdiende internationale doorbraak zal gaan zorgen: Tame Impala is de toekomst van de rock.

It Isn't Meant To Be / Desire Be Desire Go / Alter Ego / Lucidity / Why Won't You Make UpYour Mind? / Solitude Is Bliss / Jeremy's Storm / Expectation / The Bold Arrow Of Time / Runway, Houses, City, Clouds / I Don't Really Mind


woensdag 4 december 2013

Promised Land Sound | Promised Land Sound


Is het alt.country? Promised Land Sound, uit Nashville, Tennessee moet zonder meer gerekend worden tot de jongste lichting alt.countrybands. Maar ook is de rammelende rock van het kwartet – Joey Scala (zang, bas), Sean Thompson (gitaar, zang), Evan Scala (drums) en Ricardo Alessio (piano) – schatplichtig aan de Californische sixties garagepunk en de Memphis rhythm & blues. De band, eerst nog gewoon Promised Land, komt voort uit de hippe Nashville-garagescene en mocht hun debuutsingle uitbrengen op Jack White's Third Man Records. Het logische vervolg daarop is nu het zelfgetitelde debuutalbum, dat uitkomt op hetzelfde label als de prachtige platen van Hiss Golden Messenger – waarvan gitarist William Tyler ook op Promised Land Sound meespeelt. De plaat trapt af met 'The Storm', een lekker lijzig liedje waarin een jengelend orgeltje de dienst uitmaakt, opgevolgd door de zompige garagerock van 'Empty Vase'. De jonge honden gaan heerlijk tekeer in stompende, boogiënde countryrock-, countrysoul- en rhythm & blues-liedjes, die hoewel gegrondvest op Nashville-alt.country toch ook verwant zijn aan de aanstekelijke muziek van The Allah-Las. Opmerkelijk is ook de snerende samenzang van het geweldige 'Weed And Wine', die sterkt lijkt op die van The Jayhawks in goede tijden; het Neil Young-achtige 'For His Soul'; en de Byrds-folkrock van de schitterende afsluiter 'Fadin' Fast'. Promised Land Sound is een opwindende en bijzondere debuutplaat van een band die het net even anders aanpakt dan de rest; een ouderwetse benadering die heeft geleid tot een sprankelend, voortreffelijk alt.country-album.

The Storm / Empty Vase / Make It Through The Fall / Weed And Wine / Understand / For His Soul / Wandering Habits / Money Man / River No More / Fadin' Fast


zondag 17 november 2013

White Denim | Corsicana Lemonade



D was in 2011 een lichte doorbraak voor White Denim. De hoekige, knoestige indierock van het kwartet uit Austin, Texas verwees zowel naar Talking Heads als naar Blitzen Trapper en Wilco. Opvolger Corsicana Lemonade borduurt daar op voort, maar de sound – transparanter, logger – van deze vijfde White Denim-langspeler is een ferme stap vooruit, waarmee alles op zijn plaats lijkt te vallen. Voor het eerst is James Petralli's zang soulvol; blinken de elektrische gitaren uit in helderheid; en zijn ook de songs van een hoog kaliber. De medewerking van Wilco's Jeff Tweedy (mix en productie) is hier ongetwijfeld debet aan, zodat Corsicana Lemonade met sterke songs als het titelnummer, 'Distant Relative Salute' en 'Pretty Green' White Denims beste en meest swingende plaat tot zover is.

At Night In Dreams / Corsicana lemonade / Limited By Stature / New Blue Feeling / Come Back / Distant Relative Salute / Let It Feel Good (My Eagles) / Pretty Green / Cheer Up/Blues Ending / A Place To Start


vrijdag 11 oktober 2013

Israel Nash | Rain Plains




Een verhuizing van de heuvels van Missouri naar de wolkenkrabbers van New York luidt in 2006 de singer-songwriterscarrière van Israel Nash Gripka in. Gelijk al dat jaar brengt Gripka Prelude uit, een ep met vijf nummers. Pas drie jaar later verschijnt het volwaardige debuutalbum, New York Town, waarop Gripka in twaalf verpletterende songs zich manifesteert als een kruising tussen John Fogerty en Ryan Adams. Songs are written for men, records are written for gods, zo ziet Gripka zijn eigen ambacht van klassiek singer-songwriter – en zijn inspanningen lonen, zo blijkt uit de royale Europese aandacht. Het intensieve toeren wordt in 2011 vervolgd met het ijzersterke Barn Doors And Concrete Floors, dat Gripka op afstand van de stad in de Catskill Mountains opneemt. Hoewel de plaat even rauw en gruizig gezongen als het debuutalbum is, blijkt hieruit wel Israel Nash Gripka's hang naar het platteland – wat wordt bevestigd door diens verhuizing naar Dripping Springs, een dorpje in de heuvels rondom Austin, Texas.
De gevolgen hiervan blijken in september 2013 bij de release van Gripka's derde album, Rain Plains. Niet alleen heeft de troubadour zijn naam ingekort tot Israel Nash, maar ook heeft hij de sound van Neil Young in full geadopteerd. Epigonisme mag Israel Nash dan ook verweten worden, maar anderzijds is Rain Plains wel een weergaloos mooi album. Rauwheid is vervangen door gratie en schoonheid; rootsrock door Westcoast-elegantie. Akoestische gitaren, een drenzende pedal steel en Israel Nash' in het klankbeeld teruggedrongen stem leiden onvermijdelijk naar een soort van After The Goldrush-grandeur. Van de imposante opener 'Woman At The Well' tot de melancholiek-sentimentele afsluiter 'Rexanimarum' is het een en al retro-Westcoast-pracht. Israel Nash acteert getuige 24-karaats-songs als 'Who In Time', 'Myer Canyon', 'Rain Plains' en 'Iron Of The Mountain' op de toppen van zijn kunnen en wordt hierbij voortreffelijk gesecondeerd door een geweldige band met daarin hoofdrollen voor de gitarist en de pedal steel-speler. Rain Plains is resumerend een werkelijk subliem album en, zo zal ultimo 2013 vermoedelijk blijken, een moderne americana-klassieker.

Woman At The Well / Through The Door / Just Like Water / Who In Time / Myer Canyon / Rain Plains / Iron Of The Mountains / Mansions / Rexanimarum



dinsdag 18 juni 2013

Houndmouth | From The Hills Below The City



Hun zelfgetitelde ep was in 2012 al een lekkere appetizer voor het volwaardige debuutalbum. Houndmouth – Matt Myers, Katie Toupin, Shane Cody en Zak Appleby uit New Albany, Indiana, aan de andere kant van de rivier van Louisville, Kentucky – komt zomaar onder contract bij het Britse punklabel van het eerste uur, Rough Trade. Head honcho Geoff Travis betitelt Houndmouth spontaan als het beste dat hij ooit heeft getekend. Dat is natuurlijk niet waar, maar het zijn wel fraaie credentials die met de release van From The Hills Below The City enigszins bewaarheid worden. Het kwartet beschikt over ruim voldoende muzikale kwaliteiten – meerstemmige zang, gitaar, bas, drums, piano en orgel – om indruk te maken. Dat doet Houndmouth dan ook in de twaalf sterke songs van het debuut. De band baseert zich op ouderwetse Appalachen-countryfolk, maar betrekt ook The Band en Creedence Clearwater Revival in zijn idioom; en bevindt zich aldus ergens tussen de rauwe countryfolk van The Low Anthem en de retro-countryrock van The Sheepdogs en The Illegitimate Sons. Het resultaat is een album met sfeervolle countryrock-liedjes die zich lijken af te spelen in het sepia-getinte Amerika van het begin van de 20e eeuw. 'Come On, Illinois', 'Penitentiary', 'Ludlow' en 'Houston Train' behoren tot de hoogtepunten van een net weer even anders americana-album. From The Hills Below The City: een verrassing vanuit down home Kentucky, dan wel Indiana.

On The Road / Come On, Illinois / Penitentiary / Casino (Bad Things) / Ludlow / Hey Rose / Krampus / Long As You're At Home / Houston Train / Comin' Around Again / Halfway To Hardinsburg / Palmyra

maandag 6 mei 2013

Ethan Johns | If Not Know When Then?


Ethan Johns is geen bekende naam in het singer-songwritersgenre. Toch is Johns een hele grote, want producer van Ryan Adams, Kings Of Leon, Ray LaMontagne en Counting Crows om er maar een paar te noemen. Ethan Johns is bovendien een veelzijdig instrumentalist en werd als het ware geboren in de studio; zijn vader Glyn Johns was ook al producer, maar dan van The Rolling Stones, The Eagles en The Who. In 1992 debuteerde Ethan Johns, zodat If Not Know When Then? ruim 20 jaar later als opvolger mag gelden. Wij beschouwen het als Ethan Johns echte debuut – een debuut dat er mag zijn. Johns put uit blues, folk en country en heeft aldus een geweldig en gevarieerd rootsalbum afgeleverd. If Not Know When Then? is een vrij rudimentaire plaat die zowel akoestisch en kaal klinkt als rauw en ongepolijst, het laatste vooral vanwege de rafelige elektrische bluesgitaar in een song als 'Morning Blues'. Maar dit bijzondere album bevat vooral broeierige, warmbloedige singer-songwriterliedjes met 'Eden' als radiant hoogtepunt.

Hello Sunshine / Morning Blues / Eden / Red Rooster Blue / The Turning / Rally / Don't Reach To Far / Whip Poor Will / Willow / The Long Way Round  

zaterdag 13 april 2013

Gabriel Kelley | It Don't Come Easy


In 2006 trok de 21-jarige Gabriel Kelley vanuit Georgia naar Nashville om daar aan het werk te gaan als tekstschrijver onder contract. Zoals vele singer-songwriters vóór hem, bevredigde dit allerminst en dus kapte Kelley er al snel mee, verhuisde zijn weinige spullen naar een oude maar ruime stationcar en leefde vier jaar het leven van een country outlaw. Ondertussen schreef hij natuurlijk vele trieste, melancholieke countryliedjes, nam demo's op en kreeg na een succesvolle Kickstarter-actie de gelegenheid een album op te nemen. Hij kreeg daarbij wonderlijk genoeg hulp van mainstream country-producer Neal Cappellino, maar ook van pianovirtuoos Gabe Dixon, de legendarische Elvis Presley-gitarist Reggie Young en uit Ryan Adams' Cardinals op drums Brad Pemberton en op pedal steel Jon Graboff. Gabriel Kelley zelf beschikt over een doorleefde stem en een tekstboek schitterende liedjes in traditionele countrystijl.
Met de veelzeggende titel It Don't Come Easy klinkt Kelleys debuut, uitgebracht in juli 2012, als een klassieke singer-songwritersplaat, waarbij de nadruk ligt op akoestische gitaren, hammond en pedal steel. It Don't Come Easy lijkt qua sound direct afkomstig uit midden jaren zeventig, maar heeft ook de sfeer van Ryan Binghams Mescalito, Ray LaMontagnes God Willin' & The Creek Don't Rise en Dylan LeBlancs Paupers Field. Ambachtelijke, goudeerlijke countryrockliedjes als 'Faith', 'In Your Loving Arms' en 'Goodbye Jesse' zijn prachtig in balans met intense ballads als 'When Is Enough' en de hartwringende afsluiter 'Holding Me Down'. It Don't Come Easy is een klassiek debuut van een even klassieke, veelbelovende singer-songwriter.

How Come / Faith / It Don't Come Easy / When Is Enough / Only Thing To Do / In Your Loving Arms / See You Comin' / Goodbye Jesse / These Old Green Hills / Holding Me Down

donderdag 11 april 2013

Thomas Denver Jonsson | Barely Touching It


In 2003 werd hem een grootse toekomst voorspeld als voorman van de Zweedse americana: Thomas Denver Jonsson. In selecte kring goed ontvangen, maakte Hope To Her, het prachtige debuut, veel indruk. Jonsson toerde daarop door de USA en Duitsland, en trad op tijdens Take Root 2004. Een jaar later zijn de verwachtingen hooggespannen, ook bij de bijzonder bescheiden Jonsson zelf, maar de singer-songwritet kan gerust zijn: Barely Touching It, de opvolger van Hope To Her is godvergeten prachtig. Het akoestische 'I’m With You All The Way' is een opwarmertje, maar zet wel gelijk Jonssons wankele en tegelijke associatieve stem in de etalage. En dan brandt The September Sunrise, Jonssons geweldige begeleidingsband, los in het rockende en buitelende 'Strange Luck'. De Crazy Horse anno 2005, met voorts een verwijzing naar Neil Young: To stay as friends / Like a fish on the line. Orgel en pedal steel – beide warm van textuur – nemen hoofdrollen op zich, maar staan in de schaduw van de jengelende, zwalkende en krabbende elektrische gitaar van Carl Edlom; werkelijk superieur. In doorjagende en bijna ontsporende countryrocksongs als 'Dance Floor Borders', 'Silver Boy', 'Don’t Cry' en 'Walther' heeft Jonsson een perfecte partner in Edloms trekkende gitaarspel. Mooie, heartbreaking duetten zijn er met Nina Kinert – op zijn ‘Grams en Emmylou’s’ – in de vorm van 'Dreams At The Film Club' en afsluiter 'Reprise'. En Will Oldhams broer Ned neuzelt ook nog even lekker mee. Het is niet allemaal vrolijkheid wat de klok slaat, maar de diepe gloed en warmbloedige intensiteit die Barely Touching It uitstraalt laat zowel ruimte voor een lach als een traan. Niet in de laatste plaats opgeroepen door Jonssons ijzersterke en rondzingende zang – prachtig geëtaleerd in weer een hoogtepunt: de zesëneenhalve epische minuten van 'Good Night'. Thomas Denver Jonsson is een voorbeeldig lid van het singer-songwriters-gilde en verenigt het beste van Ryan Adams en Will Oldham in zich. Barely Touching It kent geen zwak moment en behoort in 2005 tot de allerbeste platen in het genre.

I'm With You All The Way / Strange Luck / Time Stops When I Hold You / Dance Floor Borders / Dreams At The Film Club / Silver Boy / Don't Cry / A Day From A Year / Walther / Eyes Of Blue / Working Star / Good Night / Reprise 

donderdag 4 april 2013

Mozes and The Firstborn | Mozes and The Firstborn


Vier jongens uit Eindhoven, Melle (zang, gitaar), Ernst-Jan (gitaar), Corto (bas) en Raven (drums), hebben een heel leuk bandje. Begin 2011 brengen ze een eerste ep uit, 'I Got Skills', waarna optredens volgen met Alabama Shakes en op Jack White's afterparty in de HMH. De voorbereidingen voor het debuutalbum treffen Mozes and The Firstborn met producer en ex-Urban Dance Squad-drummer Michel Schoots en onder een contract met nederhop-label Top Notch zetten de vier hun krabbel. De weg ligt open voor Mozes and The Firstborn, dat al onder de aandacht kwam van jong en hip Nederland vanwege de ouderwetse debuut-ep. Maar is 'I Got Skills' een alleraardigst novelty-hitje dat de jongens bij De Wereld Draait Door brengt, het debuutalbum is in zijn totaliteit compleet andere koek, want gruizig, dirty en pure echoput-rock-'n'-roll. Mozes and The Firstborn is een ronduit geweldige plaat die sixtiespop, oude rhythm & blues en rauwe garagerock weer onder de mensen brengt. Ergens tussen de garagepop van The Allah-Las, de luidruchtige indie-blues van Cold War Kids en de psychedelica van The 13th Floor Elevators bevindt zich de opwindende sound van Mozes en diens eerstgeborene. 'Bloodsucker', 'Seasons' en 'Gimme Some' blinken uit door een bonkige garagebeat, 'Skinny Girl' is een fijn folkrockliedje, 'What's Wrong Momma een acidrock-ballad en 'Peter Jr.' en het fantastische 'Party Crasher' hebben inderdaad een hoog 13th Floor Elevators-gehalte. Als de branieschoppers zelf beweren dat ze (nu al) de beste band van Nederland zijn, dan zitten ze werkelijk waar niet ver van de waarheid af. Mozes and The Firstborn: fantastisch debuut en toekomstige neder-klassieker.

Bloodsucker / Peter Jr. / What's Wrong Momma / I Got Skills / Seasongs / Time's A Headache / Skinny Girl / Heaven / Gimme Some / Down With The Band / Party Crasher

donderdag 28 maart 2013

Alfa 9 | Gone To The Ground


Het was een flink tijdje stil rond Alfa 9, een band uit Stoke-on-Trent in de Engelse Midlands. Zeven jaar geleden, In 2006, verscheen hun debuut Then We Begin, een plaat waarop Alfa 9 schatplichtig bleek aan bands als Echo & The Bunnymen en The Stone Roses en zich onderdompelde in Britse neo-psychedelica. Een gezinsleven, daily jobs en heel veel optreden hield de band af van een nieuwe plaat. Daarbij verdwenen in de loop der jaren de keyboards en werd de volle gitaarsound ingeruild voor akoestische gitaren en 12-snarige Rickenbackers. De focus kwam geheel te liggen bij het schrijven van echte liedjes met aanstekelijke melodieën en 'going back to a lot of our earlier influences', aldus gitarist Leon Jones. En dat betekent, getuige Gone To The Ground, de Westcoast folkrock en countryrock van The Byrds en The Flying Burrito Brothers. Het fantastische 'El Morocco' met zijn wervelende harmonieën en jengelende gitaren zet de toon van een album dat op voortreffelijke wijze ijl zwevende harmoniezang combineert met een begeleiding van jangle-gitaren en licht-psychedelische gitaarsolo's. Hoewel afkomstig uit de industriële Midlands laat Alfa 9 de zon volop schijnen in een overvloed aan prachtige drieminuten-popliedjes. 'Gone To The Ground', 'Into The Light', 'Green Grass Grows', 'Petty Lies' en 'The Castle' zijn dan ook van een adembenemende schoonheid; parels op een prachtig Brits Westcoast-album. Gone To The Ground: de zeven jaar stilte op schitterende wijze doorbroken.

El Morocco / Birling Gap / Seedless / Gone To The Ground / Into The Light / Old Man Blues / Mad Song / Green Grass Grows / Petty Lies / Nothing Feels / The Castle / Ferry Song