Posts tonen met het label Paisley Underground. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Paisley Underground. Alle posts tonen

maandag 15 december 2014

Opal | Happy Nightmare Baby

Ze hebben een liefdesrelatie, maar Kendra Smith speelt bas in The Dream Syndicate, terwijl haar vriend David Roback de leider is van The Rain Parade. Beide groepen spelen een voorname rol in de opkomst van de neo-psychedelische gitaarmuziek in het Los Angeles van de begin jaren tachtig en maken deel uit van de legendarische Paisley Underground. Smith is ontevreden over de ondergeschikte rol die ze moet spelen ten opzichte van Steve Wynn en David Roback zit barstensvol nieuwe muzikale ideeën die hij niet in The Rain Parade kwijt kan. En dus vormen Smith en Roback eind 1983 gezamenlijk een band: Clay Allison.
Op het coveralbum Rainy Day, een samenwerking tussen de sleutelfiguren van The Paisley Underground, had het duo al samengewerkt, maar het eerste echte resultaat van de muzikale relatie is de fenomenale single ‘Fell From The Sun’. Met Gun Club-drummer Terry Graham gaat het duo de studio in maakt talloze opnamen die de groep laten horen als een dromerige folkrockband met psychedelische invloeden. Maar na de afronding ervan weigert Roback de opnamen in de vorm van een album uit te brengen omdat hij vindt dat de band zich ontwikkelt in een andere, meer duister psychedelische richting. In navolging van de single verschijnt er nog wel een 12”; de overige opnamen verschijnen in 1989 onder de titel Early Recordings. Hoewel Kendra Smith ervan gruwt, gaat Clay Allison wel op tournee. Het zullen slechts zes optredens worden, maar het is wel genoeg om een contract te krijgen bij het punkrocklabel SST. David Roback weet Kendra Smith, die eigenlijk genoeg heeft van muziekbizz, over te halen hun bivak op te slaan in de studio en in afzondering te werken aan het debuutalbum. In de periode van een jaar schrijven ze samen een serie songs die in de studio een heavy muzikale lading krijgen. Het sprookjesachtige van de eerdere folky liedjes heeft plaatsgemaakt voor de unheimische zang van Smith, sterk onder invloed van drugs en mystieke ervaringen, de Doors-achtige orgelsound en Robacks heftige, zwaar overstuurde gitaargeluid. De nieuwe drummer Keith Mitchell voegt met zijn ritmische spel, tablas en Oosterse effecten een extra dimensie toe aan het hypnotiserende Opal-geluid.
Happy Nightmare Baby verschijnt in de zomer van 1987 en bevat negen nummers, voornamelijk traag sluipende stukken als ‘Magick Power’, ‘Supernova’, ‘Siamese Trap’ en ‘Soul Giver’. Daarnaast is het betoverende en logge ‘Rocket Machine’ een eerbetoon aan Marc Bolan, ‘She’s A Diamond’ een stroperige psychedelische blues en komt het schitterende Velvet Underground-achtige titelnummer nog het dichtst in de buurt van een popsong, zij het gedrenkt in echo en voorzien van stevige gitaarfeedback. De elektrische boogie van Happy Nightmare Baby is een duistere geestverruimende trip richting het heelal en een duidelijke markering van het einde van The Paisley Underground. Maar ook het einde van Opal is nabij. Omdat ze niet wil toeren verlaat Kendra Smith de band al een paar maanden na de release van het debuut. Smith wordt vervangen door haar vriendin Hope Sandoval, wat David Roback doet besluiten Opal te beëindigen en een nieuwe band op te richten: Mazzy Star.

Rocket Machine / Magick Power / Relevation / A Falling Star / She’s A Diamond / Supernova / Siamese Trap / Happy Nightmare Baby / Soul Giver


zaterdag 2 februari 2013

Green On Red | Gravity Talks


Eén van de songs van The Serfers, een band uit Tucson, Arizona, heet ‘Green On Red’. Als The Serfers in 1980 naar Los Angeles verhuizen, vraagt die nieuwe start om een nieuwe naam: Green On Red. Dan Stuart (zang, gitaar), Chris Cacavas (toetsen, gitaar, lap steel, zang) en Jack Waterson (bas, zang) vinden in Alex MacNicol een nieuwe drummer. Aanvankelijk en geheel tegen de stroom in doet Green On Red geen optredens, omdat ze naar Los Angeles gekomen zijn om een plaat te maken. Het lukt de band echter niet een deal met een platenmaatschappij te scoren, dus gaat Green On Red optreden in achterafzaaltjes en beatkelders. Steve Wynn van The Dream Syndicate is een van de bezoekers van die optredens en biedt Green On Red aan een plaat uit te brengen van hun materiaal. ‘Fine, put it out!’, zegt Stuart, zich niet realiserend dat Wynn daadwerkelijk een eigen label heeft. Het op Wynns label Down There uitgebrachte mini-album Green On Red – met daarop ‘Aspirin’ – wekt de interesse van platenlabels die willen profiteren van de golf van nieuwe L.A.-bands, met als gevolg dat Green On Red een contract afsluit met het alternatieve Slash Records. Dan Stuart, zanger en tekstschrijver, is een intense en gedreven voorman die zichzelf ziet als iemand die de boodschap van de Amerikaanse muziekcultuur en de beatpoets doorgeeft aan een jonger publiek, en zijn band als ‘a bunch of would-be Woody Guthries’. Samen met toetsenist en gitarist Cacavas schrijft Stuart zijn beeldende americanasongs, met daarin de sfeer van de woestijn en de eenzame weg, het idioom van B-films en de sound van een wankele psychedelische garageband. Dat is dan ook het geluid wat producer Chris D. in juli 1983 in de Quad Teck Studio uit Green On Red weet te wringen. Gravity Talks opent met het titelnummer waarin rammelende gitaren en een zeikerig Augie Meyers-orgeltje domineren. Na het fraai ingehouden en berustende ‘Old Chief’ gaat Green On Red loos in slepende en trekkende songs als ‘5 Easy Pieces’, ‘Deliverance’ ‘Over My Head’ en ‘Cheap Wine’ en klinkt het viertal alsof ze high en totaal ontregeld door de woestijn zwerven. De sneerzang van de soms verward klinkende Dan Stuart moet het voortdurend opnemen tegen Chris Cacavas’ orgel, dat beurtelings doet denken aan The Doors en The Sir Douglas Quartet – en dat maar door blijft dreinen. Maar hier tegenover stelt Cacavas zoals in ‘Blue Parade’ scheurende psychedelische gitaarsolo’s. Zo’n demente gitaarsolo – ditmaal van Rain Parade’s Matt Piucci – voert ook hoogtepunt ‘Snake Bit’ naar een zinderend einde. Gravity Talks is een ware country garageplaat; een rammelende mengvorm van desertrock en psychedelica. Maar Slash ziet dat anders en zet Green On Red op een zijspoor. Twee jaar later is Green On Red bevrijd, gerevitaliseerd en uitgebreid met gitarist Chuck Prophet IV, en maakt voor Enigma Gas, Food, Lodging; vele male gepolijster dan het rauwe Gravity Talks.

Gravity Talks / Old Chief / 5 Easy Pieces / Deliverance / Over My Head / Snake Bit / Blue Parade / That’s What You’re Here For / Brave Generation / Abigail’s Ghost / Cheap Wine / Narcolepsy

zaterdag 6 oktober 2012

The Long Ryders | Native Sons


Los Angeles, november 1981. Sid Griffin is de rechtlijnigheid van Shelly Ganz zat om met The Unclaimed alleen maar pure garagepunk te spelen. Hij stapt eruit omdat hij ook folkrock en country in zijn muziek wil verwerken. Hij formeert The Long Ryders – naar Walter Hills speelfilm maar wel met de Byrdsy ‘y’. Via een advertentie in de The Recycler – ‘Two ex-Unclaimed members want the Byrds, Standells and Seeds to ride again’ – vindt Griffin Stephen McCarthy. Deze brengt, aldus Griffin, een Merle Haggard-invloed in de band. De eerste releases zijn ‘Still Get By’ en ‘And She Rides’, die beide op een verzamelaar verschijnen. De debuut-EP 10-5-60 – een referentie naar ‘CTA 102’ van The Byrds – is legendarisch.
Tom Stevens uit Elkhart, Indiana is de nieuwe bassist die met drummer Greg Sowders een tandem vormt, waarna het kwartet de studio ingaat om het volwaardige debuut op te nemen. Die studio is exact dezelfde als waar The Flying Burrito Brothers in 1969 hun klassieker The Gilded Palace Of Sin opnamen – en ook de producer is dezelfde: Henry Lewy. De hoesfoto van Native Sons overigens, is een regelrechte verwijzing naar de nooit verschenen tweede lp van Buffalo Springfield, Stampede. Maar daar houdt Griffins hang naar de Cosmic American Music niet op. De enige cover op Native Sons is een country & western-lied van Mel Tillis, ‘(Sweet) Mental Revenge’, dat Griffin alleen kent van een tape van een concert van de Burrito’s. En bovenop dit alles wordt het meesterlijke hoogtepunt van Native Sons, ‘Ivory Tower’ door niemand minder dan Gene Clark van achtergrondvocalen voorzien. De plaat bevat verder rockers in de sfeer van The Flamin’ Groovies, zoals ‘Still Get By’, maar ook met stevige twaalfsnarige Rickenbackers opgetuigde rinkelende folkrockers zoals ‘I Had A Dream’ en het bezwerende ‘Too Close To The Light’. Lap steel, autoharp en banjo dragen bij aan het authentieke retro-karakter, waardoor The Long Ryders met Native Sons vaandeldragers worden van een nieuwe generatie rockbands die zich vrijelijk laten beïnvloeden door voorbije tijden. De Paisley Underground wordt de verzamelnaam van deze bands, onder wie The Dream Syndicate, Rain Parade, Green On Red en The Bangles.
Hiervan zijn The Long Ryders de eersten met een major-contract. Maar het brengt ze niet ver; niet in de Verenigde Staten. State Of Our Union is het debuut voor Island en het levert The Long Ryders wat populariteit op in Europa. Maar financieel staat het er niet best voor, ook niet als een tv-commercial voor Miller Beer op een catastrofe uitloopt. In 1987 komt Two Fisted Tales uit, volgens Sid Griffin de beste Long Ryders-plaat, maar kort daarop verlaten Stevens en McCarthy de band, The Long Ryders ten grave dragend. Sid Griffin keert nog terug met The Coal Porters, maakt in 1999 een fraaie cd met Western Electric en ontwikkelt zich tot gram Parsons-expert; hij schrijft een biografie en maakt de DVD Fallen Angel, die in 2006 verschijnt. Sid Griffin is nog steeds gevangene van zijn fascinatie voor Cosmic American Music.

Final Wild Son / Still Get By / Ivory Tower / Run Dusty Run / (Sweet) Mental Revenge / Fair Game / Tell It To The Judge On Sunday / Wreck Of The 809 / Too Close To the Light / Never Got To Meet The Mom / I Had A Dream


zondag 10 juni 2012

Thin White Rope | Exploring The Axis

In universiteitsstad Davis, Californië, ver buiten het gewoel van de Californische muziekindustrie, richt afgestudeerd geoloog Guy Kyser in 1982 Thin White Rope op. De band, vernoemd naar Williams Burroughs’ plastische omschrijving van het mannelijk zaad, bestaat dan verder uit gitarist Roger Kunkel, drummer Jozef Becker en bassist Stephen Tesluk. Bevriende muzikanten uit andere bands – Game Theory’s Scott Miller en True Wests Russ Tolman – produceren de eerste demo’s van de band, maar het levert geen aandacht op van de platenlabels uit Los Angeles en San Francisco. In mei 1984 neemt Thin White Rope in een lokale tweesporen-studio voor 80 dollar in acht uur 17 nummers op. Cassettebandjes van de opnamen gaan de wereld over en opeens wordt Thin White Rope ontdekt als de nieuwe loot aan de Paisley Underground-stam. Voor het kleine Rational-label neemt de band eind 1984 zijn debuutplaat op, maar de release wordt uitgesteld omdat het grote Island belangstelling heeft. Uiteindelijk lopen de onderhandelingen op niets uit – en is er ook geen release van de debuutplaat. Het indie-platenlabel Frontier biedt Thin White Rope nieuwe kansen en trekt producer Jeff Eyrich aan, met wie de band in Los Angeles hun debuut opnieuw opneemt. In september 1985 verschijnt Exploring The Axis, een intrigerend album met onheilspellende songs en surrealistische teksten, gebaseerd op de morbide fantasie van Guy Kyser die in afzondering opgroeide op een militaire proeflocatie in de Californische woestijn. De spannende opener, gefundeerd op een opzwepend marsritme, is dan ook toepasselijk getiteld ‘Down In The Desert’. Thin White Rope bezit een opzwepende, mechanische drive, met knallende drums – zonder nare nagalm – en een dubbele gitaarline-up. De hevige, venijnige feedbackgitaren van Kyser en Roger Kunkel zijn direct terug te voeren op de gitaarpirouetten van Quicksilver Messenger Service en Television. Onderscheidend is ook de huilerige, soms zelfs angstaanjagende zang van Kyser; onheilspellend zijn aankondiging van de drums in ‘The Three Song’: Come the drums! Het duistere ‘Dead Grammas On A Train’ komt dicht in de buurt van een galopperend countryritme, compleet met twangende gitaren. Maar de betoverende, sluipende desertsound van Thin White Rope met zijn sidderende psychedelische gitaren komt vooral tot uiting in weergaloze, zuigende en trekkende songs als ‘Disney Girl’, ‘Exploring The Axis’ en het zowel instrumentaal als tekstueel geestverruimende hoogtepunt ‘Atomic Imagery’. Exploring The Axis is een uitstekend debuut van een intrigerende gitaarband die in de marge zou blijven opereren. Trouw aan Frontier, ondanks een kortstondige flirt met RCA, produceerde Thin White Rope in totaal vijf zonder uitzondering uitstekende albums. In juni 1992 – tijdens een desastreuze tournee door Europa – knipt Guy Kyser het Dunne Witte Draad doormidden.
Down In The Desert / Disney Girl / Soundtrack / Lithium / Dead Grammas On A Train / The Three Song / Eleven / Atomic Imagery / The Real West / Exploring The Axis