Posts tonen met het label UK psych. Alle posts tonen
Posts tonen met het label UK psych. Alle posts tonen

maandag 15 september 2014

Freedom | Nerosubianco

In 1967 gewipt uit Procol Harum, beginnen drummer Bobby Harrison en gitarist Ray Royer een eigen band: Freedom. Het viertal, mede vanwege de zwierige orgelsound van Mike Lease, leunt zwaar op de barokke, uitbundige geluid van Procol Harem. Als Freedom op het platteland zijn sound aan het ontwikkelen is, krijgt hun management het voor elkaar dat de band de soundtrack voor een Italiaanse film mag componeren en opnemen. In de Londense Olympic Studios neemt Freedom met engineers Eddie Kramer en Glyn Johns de soundtrack op van de Dino De Laurentis-productie, de softpornofilm Nerosubianco. Maar het filmproject komt niet tot daadwerkelijke realisatie, wel verschijnt er in 1968 een veelbelovende single van Freedom, maar meningsverschillen tussen de bandleden doet de band al begin 1969 uiteenvallen. Dan blijkt jaren later, en onwetend bij de band, dat de Italiaanse vestiging van Atlantic Records de soundtrack wel op de markt geslingerd heeft. Nerosubianco is een curieus psychedelisch album, bestaande uit dertien afgeronde songs die opgetrokken zijn uit soulvolle zang, een zware Hammond-sound en geestverruimende acid-gitaren. Uit niets blijkt dat Nerosubianco een filmsoundtrack is, daarentegen zijn de op zichzelf staande tracks fraaie staaltjes van song-georiënteerde Britse psychedelica. Nerosubianco is letterlijk een curiosum.

To Be Free / The Better Side / Attraction-Black On White/With You / The Butt Of Deception / The Truth Is Plain To See / Childhood Refelctions / Seeing Is Believing / You Won't Miss / Born Again / Decidedly Man / Relation / We say No / The Game Is Over

dinsdag 27 augustus 2013

The Groundhogs | Split

The Groundhogs staan garant voor eersteklas moddervette bluesrock. Het trio onder leiding van supergitarist Tony 'TS' McPhee maakt vanaf het begin van de jaren zeventig vanuit het hippe Londen – waar psychedelica en progrock de boventoon voeren – een serie geweldige bluesrockalbums. Spetterende witte gitaarblues, altijd afgetopt – als slagroom op de cake – met het vuurspuwende gitaarwerk van McPhee. Oorsplijtende solo's, knetterende riffs en een overdaad aan wah-wah kenmerken de bluesy boogierock van de aardvarkens. Hoewel puur Brits – McPhee tripte op Earl Grey – is de verwantschap met Amerikaanse bands als ZZ Top en Mountain opvallend en de stap naar southern rock niet zo groot. Split uit 1971 is met zijn orgiastische gitaarvuurwerk – en de schitterende akoestische countryblues 'Groundhog' – een waar carrièrehoogtepunt.

Split-Part 1 / Split-Part 2 / Split-Part 3 / Split-Part 4 / Cherry Red / A Year In The Life / Junkman / Groundhog

woensdag 12 december 2012

Art | Supernatural Fairy Tales


Als The V.I.P.’s wordt de band uit Noord-Engeland al in 1965 getekend door Island. Na de wijziging van de bandnaam in Art neemt Island-huisproducer en madman Guy Stevens met het kwartet een puur psychedelisch album op. Uitgebracht in 1967 en gestoken in een door Haphash And The Coloured Coat ontworpen hoes, is Supernatural Fairy Tales een kleurrijk product van het hippe Londen. De opvallende single van het album, ‘What’s That Sound’ is een geweldige cover van Buffalo Springfields ‘For What It’s Worth’ en past uitstekend tussen het eigen materiaal. Supernatural Fairy Tales heeft zijn verworven cultstatus altijd behouden, temeer daar Art in 1967 al zijn naam wijzigt in Spooky Tooth.

I Think I’m Going Weird / What’s That Sound / African Thing / Room With A View / Flying Anchors / Supernatural Fairy Tales / Love Is Real / Come On Up / Brother’s, Dads And Mothers / Talkin’To Myself / Alive Not Dead / Rome Take Away Three

donderdag 11 oktober 2012

Five Day Rain | Five Day Rain


In eigen beheer uitgebracht in een eenmalige serie van vijftien exemplaren: Five Day Rains gelijknamige lp is een bijzonder zeldzaam curiosum. Five Day Rain is bovendien een kort leven beschoren; begin 1969 ontmoeten de kerels van hardrocktrio Iron Prophet Graham Maitland, voormalig toetsenist van Fleur De Lys, en minder dan een jaar later is de band opgegaan in Studd Pump. In de tussentijd heeft het kwartet – Rick Sharpe (zang, gitaar), Graham Maitland (zang, toetsen), Clive Shepherd (bas) en Kim Haworth (drums) – een monsterlijk sterk psychedelisch album opgenomen in de befaamde Londense IBC Studios. Het meest opvallende nummer van Five Day Rain is de geestverruimende instrumental 'Rough Cut Marmalade' die zich over elf minuten uitstrekt. Interessant is ook een cover van Bob Dylans 'Too Much Of Nothing', al zijn het meesterlijke composities als 'Marie's A Woman', 'Don't Be Mislead', 'Good Year' en 'Leave It At That' die warme orgeltonen, vloeiend gitaarwerk en bedwelmende harmoniezang samenbrengen in een mengeling van Britse psychedelica en Westcoast-harmonieën. Kortom, een schitterend album waar echter helaas geen enkel label in geïnteresseerd is. Five Day Rain is daarmee een verloren schat, die onder gunstigere omstandigheden wellicht als meesterwerk betiteld had kunnen worden.

Marie's A Woman / Don't Be Mislead / Good Year / Fallout / Leave It At That / The Reason Why / Sea Song / Rough Cut Diamond / Lay Me Down / Too Much Of Nothing 

vrijdag 10 augustus 2012

The Small Faces | Ogden’s Nut Gone Flake

Al halverwege de jaren zestig zijn de mods van The Small Faces zeer succesvol. Afkomstig uit het Oost-Londense Eastend – en dus nadrukkelijk working class – hebben Steve Marriott, Ronnie Lane, Ian McLagan en Kenny Jones in de jaren 65-67 een achttal singlehits en twee lp’s op de markt gebracht. Maar als de Britse bleekneusjes geestverruimde drugs ontdekken – en door hun nieuwe manager Andrew Loog Oldham worden opgejaagd – beraadt het kwartet zich op iets nieuws, iets wilds, iets geks. Tijdens psychedelische boottochtjes over de Thames ontstaat het idee voor een soort van Cockney-conceptalbum. In de eerste vijf maanden van 1968 werken The Small Faces aan hun Sgt. Pepper, en ze triomferen, alleszins. Fragiel verpakt in een uitvergroot tabaksblik – een directe marihuana-verwijzing – maakt Ogden’s Nut Gone Flake zijn bedoelingen gelijk duidelijk: gekte, puberaal gedoe en geniale muzikaliteit. Marriott, de zanger met de immense strot, en bassist en multi-instrumentalist Lane zijn de componisten van The Small Faces, terwijl McLagans orgelspel Amerikaanse rhythm & blues de groep binnenhaalt en Jones voor een stevige ritmische ruggengraat zorgt. De majestueuze instrumentale opener ‘Ogden’s Nut Gone Flake’ gaat naadloos over in een waar sixties hoogtepunt: ‘Afterglow’. De vier Small Faces jagen elkaar na in geestverruimende songs waarin mellotrons, zoemende orgels en onderwatergitaren domineren en alles en iedereen elkaar ontmoet in de afsluiter van kant een: ‘Lazy Sunday’ – in mei '68 een nummer 1-hit in de Top 40. Op kant twee begeven The Small Faces zich in een aan Alice’s Wonderland parallelle wereld, maar hier in de geflipte wereld van de dolgedraaide mods is het Happiness Stan die op zoek gaat naar de verdwijnende volle maan. Deze wondere wereld wordt bevolkt door de knotsgekke vertelstem van acteur Stanley Unwin die zich omgeeft met harp, glockenspiel, klavecimbel, strijkers en achterwaarts afgespeelde gitaren. Toch klinkt de swingende Small Faces-sound, met McLagans prominente Hammond, er stevig doorheen, zoals in ‘Rollin’ Over’. De Happines Stan-suite is zowel in zijn lulligheid als avontuurlijkheid typisch Britse humor op muziek gezet – onder invloed van een fikse dosis LSD. Maar typisch Brits of niet, Ogden’s Nut Gone Flake is een prachtig voorbeeld van hoe de popmuziek zich aan het eind van de jaren zestig ontwikkelt. De ronde hoes is dan ook een fraaie afspiegeling van de muzikale vernieuwingsdrang van de eens bleke bekjes van The Small Faces. Al verschijnt in 1989 Ogden’s Nut Gone Flake in de definitieve vorm: de cd verpakt in een echt tabaksblik.

Ogden’s Nut Gone Flake / Afterglow / Long Ago And Worlds Apart / Rene / Song Of A Baker / Lazy Sunday / Happiness Stan / Rollin’ Over / The Hungry Intruder / The Journey / Mad John / Happy Days Toy Town

zaterdag 4 augustus 2012

Fat Mattress | Fat Mattress

The Lovin' Kind is in 1966 een bandje uit Folkstone, in het zuidoosten van Engeland, dat een aantal popsingletjes zonder succes uitbrengt. De gitarist in de band heeft echter meer ambities en trekt naar Londen, waar hij een Amerikaanse gitarist ontmoet die hem uitnodigt bassist in zijn band te worden. Aldus wordt Noel Redding bassist in The Jimi Hendrix Experience. Later, in 1968 na een Amerikaanse tournee met Hendrix, keert Redding terug naar zijn maten in Folkstone – die zich dan verhuren als begeleiders van Cat Stevens en Engelbert Humperdinck – om een band op te richten: Fat Mattress. In tien dagen tijd neemt de band het zelfgetitelde album op, dat door Hendrix-manager Chas Chandler wordt ondergebracht bij Polydor (en in Amerika bij Atco). Het is een magnifiek pastoraal album dat de Britse progressieve folkrock van Spooky Tooth en Traffic verbindt met de Westcoast-psychedelica van Moby Grape. Dromerige, zweverige rocksongs als 'I Don't Mind', 'Mr. Moonshine', 'She Came In The Morning' en 'How Can I Live?' zijn meesterlijke combinaties van Britse en Amerikaanse pastorale psychedelica. En er is ook een hit: 'Magic Forest' haalt zelfs in 1969 de Nederlandse top-20. Een intensieve tournee door Amerika en Reddings dubbelfunctie is teveel voor Fat Mattress. De oorspronkelijke versie van Fat Mattress valt dan uiteen, maar laat wel een prachtig landelijk-psychedelisch album na.

All Night drinker / I Don't Mind / Bright New Way / Petrol Pump Assistant / Mr. Moonshine / Magic Forest / She Came In The Morning / Everything's Blue / Walking Through A Garden / How Can I Live?

zondag 11 maart 2012

Kaleidoscope | Faintly Blowing

In 1967 verandert de vroege Britse psychedelische muziek, met zijn rhythm & blues-gitaren en eenduidige songstructuren in een muzieksoort waarin elfjes, kabouters en middeleeuwse ridders en jonkvrouwen figureren, en die in toenemende mate gedomineerd wordt door keyboards en strijkers, of door de combinatie van beide: de mellotron. Kaleidoscope is een Londense band die zich op het scharniermoment bevindt tussen psychedelica en progressive rock. Kaleidoscope wordt in London in 1964 opgericht door de jeugdvrienden Eddie Pumer en Dan Bridgman, die in Steve Clark en de excentrieke Peter Daltrey twee muzikanten vinden die de band completeren. Na een aantal naamswisselingen gaat het viertal uiteindelijk als Kaleidoscope door het leven – een naam die de band-aspiraties uitstekend dekt. De composities worden inventiever, gecompliceerder en psychedelischer. Rond 1967 is de complete muziekscene in Engeland onder de invloed van allerhande drugs en nemen fantasie en verbeelding een hoge vlucht. Dit geldt evenzeer voor Kaleidoscope, dat op eenzelfde wijze als Pink Floyd onontgonnen terreinen verkent, maar dan zonder gebruik van geestverruimde drugs. Een van de eerste singles, ‘Flight From Ashiya’, wordt in Japan een miljoenenhit en in 1967 verschijnt het verrassende debuut Tangerine Dream. De opvolger Faintly Blowing, die in april 1969 uitkomt, is complexer, inventiever en orkestraler. Faintly Blowing is de absolute top wat de psychedelische pop betreft in het hippe London van de eind jaren zestig. Superieur in techniek, arrangementen en uitvoering, en bovendien voorzien van uiterst organische en sensitieve melodielijnen. Zo zijn de lp-tracks ‘Faintly Blowing’ en ‘If You So Wish’ onwaarschijnlijk knappe liedjes, voorzien van ultra-catchy refreinen. Eddie Pumer en Peter Daltrey domineren de band met hun fantasierijke composities, maar ook vanwege Pumers veelal gedubbelde gitaarspel en Daltreys keyboards en mellotron. Met songs als ‘Snapdragon’, ‘(Love Song) For Annie’ en ‘Black Fjord’ is Faintly Blowing een romantisch en barok meesterstuk en feitelijk nauwelijks overtroffen door de canon van de Britse popgroepen uit de zo turbulente sixties. Maar zowel de singles als de lp’s van Kaleidoscope weten niet tot de hitlijsten door te dringen; succes blijft dus uit. En als de jaren zestig dan overgaan in de jaren zeventig – en de speelsheid van de psychedelica definitief plaats maakt voor doorgeëvolueerde progressieve rock – acht het kwartet de tijd rijp voor een naamsverandering en wordt Kaleidoscope aldus ten grave gedragen. Kaleidoscope is dood, leve Fairfield Parlour.
Faintly Blowing / Poem / Snapdragon / A Story From Tom Blitz / (Love Song) For Annie / if You So Wish / Opinion / Bless The Executioner / Black Fjord / The Feathered Tiger / I’ll Kiss You Once / Music