In
1967 gewipt uit Procol Harum, beginnen drummer Bobby Harrison en
gitarist Ray Royer een eigen band: Freedom. Het viertal, mede vanwege
de zwierige orgelsound van Mike Lease, leunt zwaar op de barokke,
uitbundige geluid van Procol Harem. Als Freedom op het platteland
zijn sound aan het ontwikkelen is, krijgt hun management het voor
elkaar dat de band de soundtrack voor een Italiaanse film mag
componeren en opnemen. In de Londense Olympic Studios neemt Freedom
met engineers Eddie Kramer en Glyn Johns de soundtrack op van de Dino
De Laurentis-productie, de softpornofilm Nerosubianco.
Maar
het filmproject komt niet tot daadwerkelijke realisatie, wel
verschijnt er in 1968 een veelbelovende single van Freedom, maar
meningsverschillen tussen de bandleden doet de band al begin 1969
uiteenvallen. Dan blijkt jaren later, en onwetend bij de band, dat de
Italiaanse vestiging van Atlantic Records de soundtrack wel op de
markt geslingerd heeft. Nerosubianco
is
een
curieus psychedelisch album, bestaande uit dertien afgeronde songs
die opgetrokken zijn uit soulvolle zang, een zware Hammond-sound en
geestverruimende acid-gitaren. Uit niets blijkt dat Nerosubianco
een
filmsoundtrack is, daarentegen zijn de op zichzelf staande tracks
fraaie staaltjes van song-georiënteerde Britse psychedelica.
Nerosubianco
is
letterlijk een curiosum.
Posts tonen met het label UK psych. Alle posts tonen
Posts tonen met het label UK psych. Alle posts tonen
maandag 15 september 2014
Freedom | Nerosubianco
dinsdag 27 augustus 2013
The Groundhogs | Split
The
Groundhogs staan garant voor eersteklas moddervette bluesrock. Het
trio onder leiding van supergitarist Tony 'TS' McPhee maakt vanaf het
begin van de jaren zeventig vanuit het hippe Londen – waar
psychedelica en progrock de boventoon voeren – een serie geweldige
bluesrockalbums. Spetterende witte gitaarblues, altijd afgetopt –
als slagroom op de cake – met het vuurspuwende gitaarwerk van
McPhee. Oorsplijtende solo's, knetterende riffs en een overdaad aan
wah-wah kenmerken de bluesy boogierock van de aardvarkens. Hoewel
puur Brits – McPhee tripte op Earl Grey – is de verwantschap met
Amerikaanse bands als ZZ Top en Mountain opvallend en de stap naar
southern rock niet zo groot. Split
uit
1971 is met zijn orgiastische gitaarvuurwerk – en de schitterende
akoestische countryblues 'Groundhog' – een waar carrièrehoogtepunt.
woensdag 12 december 2012
Art | Supernatural Fairy Tales
Als The
V.I.P.’s wordt de band uit Noord-Engeland al in 1965 getekend door
Island. Na de wijziging van de bandnaam in Art neemt
Island-huisproducer en madman
Guy Stevens met het kwartet een puur psychedelisch album op.
Uitgebracht in 1967 en gestoken in een door Haphash And The Coloured Coat ontworpen hoes, is Supernatural
Fairy Tales
een kleurrijk product van het hippe Londen. De opvallende single van
het album, ‘What’s That Sound’ is een geweldige cover van
Buffalo Springfields ‘For What It’s Worth’ en past uitstekend
tussen het eigen materiaal. Supernatural
Fairy Tales
heeft zijn verworven cultstatus altijd behouden, temeer daar Art in
1967 al zijn naam wijzigt in Spooky Tooth.
I
Think I’m Going Weird / What’s That Sound / African Thing / Room
With A View / Flying Anchors / Supernatural Fairy Tales / Love Is
Real / Come On Up / Brother’s, Dads And Mothers / Talkin’To
Myself / Alive Not Dead / Rome Take Away Three
donderdag 11 oktober 2012
Five Day Rain | Five Day Rain
In eigen
beheer uitgebracht in een eenmalige serie van vijftien exemplaren:
Five Day Rains gelijknamige lp is een bijzonder zeldzaam curiosum.
Five Day Rain is bovendien een kort leven beschoren; begin 1969
ontmoeten de kerels van hardrocktrio Iron Prophet Graham Maitland,
voormalig toetsenist van Fleur De Lys, en minder dan een jaar later
is de band opgegaan in Studd Pump. In de tussentijd heeft het kwartet
– Rick Sharpe (zang, gitaar), Graham Maitland (zang, toetsen),
Clive Shepherd (bas) en Kim Haworth (drums) – een monsterlijk sterk
psychedelisch album opgenomen in de befaamde Londense IBC Studios.
Het meest opvallende nummer van Five Day Rain is
de geestverruimende instrumental 'Rough Cut Marmalade' die zich over
elf minuten uitstrekt. Interessant is ook een cover van Bob Dylans
'Too Much Of Nothing', al zijn het meesterlijke composities als
'Marie's A Woman', 'Don't Be Mislead', 'Good Year' en 'Leave It At
That' die warme orgeltonen, vloeiend gitaarwerk en bedwelmende
harmoniezang samenbrengen in een mengeling van Britse psychedelica en
Westcoast-harmonieën. Kortom, een schitterend album waar echter
helaas geen enkel label in geïnteresseerd is. Five Day
Rain is daarmee een verloren
schat, die onder gunstigere omstandigheden wellicht als meesterwerk
betiteld had kunnen worden.
Marie's
A Woman / Don't Be Mislead / Good Year / Fallout / Leave It At That /
The Reason Why / Sea Song / Rough Cut Diamond / Lay Me Down / Too
Much Of Nothing
vrijdag 10 augustus 2012
The Small Faces | Ogden’s Nut Gone Flake
Al halverwege de jaren zestig zijn de mods van The Small Faces zeer succesvol. Afkomstig uit het Oost-Londense Eastend – en dus nadrukkelijk working class – hebben Steve Marriott, Ronnie Lane, Ian McLagan en Kenny Jones in de jaren 65-67 een achttal singlehits en twee lp’s op de markt gebracht. Maar als de Britse bleekneusjes geestverruimde drugs ontdekken – en door hun nieuwe manager Andrew Loog Oldham worden opgejaagd – beraadt het kwartet zich op iets nieuws, iets wilds, iets geks. Tijdens psychedelische boottochtjes over de Thames ontstaat het idee voor een soort van Cockney-conceptalbum. In de eerste vijf maanden van 1968 werken The Small Faces aan hun Sgt. Pepper, en ze triomferen, alleszins. Fragiel verpakt in een uitvergroot tabaksblik – een directe marihuana-verwijzing – maakt Ogden’s Nut Gone Flake zijn bedoelingen gelijk duidelijk: gekte, puberaal gedoe en geniale muzikaliteit. Marriott, de zanger met de immense strot, en bassist en multi-instrumentalist Lane zijn de componisten van The Small Faces, terwijl McLagans orgelspel Amerikaanse rhythm & blues de groep binnenhaalt en Jones voor een stevige ritmische ruggengraat zorgt. De majestueuze instrumentale opener ‘Ogden’s Nut Gone Flake’ gaat naadloos over in een waar sixties hoogtepunt: ‘Afterglow’. De vier Small Faces jagen elkaar na in geestverruimende songs waarin mellotrons, zoemende orgels en onderwatergitaren domineren en alles en iedereen elkaar ontmoet in de afsluiter van kant een: ‘Lazy Sunday’ – in mei '68 een nummer 1-hit in de Top 40. Op kant twee begeven The Small Faces zich in een aan Alice’s Wonderland parallelle wereld, maar hier in de geflipte wereld van de dolgedraaide mods is het Happiness Stan die op zoek gaat naar de verdwijnende volle maan. Deze wondere wereld wordt bevolkt door de knotsgekke vertelstem van acteur Stanley Unwin die zich omgeeft met harp, glockenspiel, klavecimbel, strijkers en achterwaarts afgespeelde gitaren. Toch klinkt de swingende Small Faces-sound, met McLagans prominente Hammond, er stevig doorheen, zoals in ‘Rollin’ Over’. De Happines Stan-suite is zowel in zijn lulligheid als avontuurlijkheid typisch Britse humor op muziek gezet – onder invloed van een fikse dosis LSD. Maar typisch Brits of niet, Ogden’s Nut Gone Flake is een prachtig voorbeeld van hoe de popmuziek zich aan het eind van de jaren zestig ontwikkelt. De ronde hoes is dan ook een fraaie afspiegeling van de muzikale vernieuwingsdrang van de eens bleke bekjes van The Small Faces. Al verschijnt in 1989 Ogden’s Nut Gone Flake in de definitieve vorm: de cd verpakt in een echt tabaksblik.Ogden’s Nut Gone Flake / Afterglow / Long Ago And Worlds Apart / Rene / Song Of A Baker / Lazy Sunday / Happiness Stan / Rollin’ Over / The Hungry Intruder / The Journey / Mad John / Happy Days Toy Town
zaterdag 4 augustus 2012
Fat Mattress | Fat Mattress
All Night drinker / I Don't Mind / Bright New Way / Petrol Pump Assistant / Mr. Moonshine / Magic Forest / She Came In The Morning / Everything's Blue / Walking Through A Garden / How Can I Live?
zondag 11 maart 2012
Kaleidoscope | Faintly Blowing
In 1967 verandert de vroege Britse psychedelische muziek, met zijn rhythm & blues-gitaren en eenduidige songstructuren in een muzieksoort waarin elfjes, kabouters en middeleeuwse ridders en jonkvrouwen figureren, en die in toenemende mate gedomineerd wordt door keyboards en strijkers, of door de combinatie van beide: de mellotron. Kaleidoscope is een Londense band die zich op het scharniermoment bevindt tussen psychedelica en progressive rock. Kaleidoscope wordt in London in 1964 opgericht door de jeugdvrienden Eddie Pumer en Dan Bridgman, die in Steve Clark en de excentrieke Peter Daltrey twee muzikanten vinden die de band completeren. Na een aantal naamswisselingen gaat het viertal uiteindelijk als Kaleidoscope door het leven – een naam die de band-aspiraties uitstekend dekt. De composities worden inventiever, gecompliceerder en psychedelischer. Rond 1967 is de complete muziekscene in Engeland onder de invloed van allerhande drugs en nemen fantasie en verbeelding een hoge vlucht. Dit geldt evenzeer voor Kaleidoscope, dat op eenzelfde wijze als Pink Floyd onontgonnen terreinen verkent, maar dan zonder gebruik van geestverruimde drugs. Een van de eerste singles, ‘Flight From Ashiya’, wordt in Japan een miljoenenhit en in 1967 verschijnt het verrassende debuut Tangerine Dream. De opvolger Faintly Blowing, die in april 1969 uitkomt, is complexer, inventiever en orkestraler. Faintly Blowing is de absolute top wat de psychedelische pop betreft in het hippe London van de eind jaren zestig. Superieur in techniek, arrangementen en uitvoering, en bovendien voorzien van uiterst organische en sensitieve melodielijnen. Zo zijn de lp-tracks ‘Faintly Blowing’ en ‘If You So Wish’ onwaarschijnlijk knappe liedjes, voorzien van ultra-catchy refreinen. Eddie Pumer en Peter Daltrey domineren de band met hun fantasierijke composities, maar ook vanwege Pumers veelal gedubbelde gitaarspel en Daltreys keyboards en mellotron. Met songs als ‘Snapdragon’, ‘(Love Song) For Annie’ en ‘Black Fjord’ is Faintly Blowing een romantisch en barok meesterstuk en feitelijk nauwelijks overtroffen door de canon van de Britse popgroepen uit de zo turbulente sixties. Maar zowel de singles als de lp’s van Kaleidoscope weten niet tot de hitlijsten door te dringen; succes blijft dus uit. En als de jaren zestig dan overgaan in de jaren zeventig – en de speelsheid van de psychedelica definitief plaats maakt voor doorgeëvolueerde progressieve rock – acht het kwartet de tijd rijp voor een naamsverandering en wordt Kaleidoscope aldus ten grave gedragen. Kaleidoscope is dood, leve Fairfield Parlour.Faintly Blowing / Poem / Snapdragon / A Story From Tom Blitz / (Love Song) For Annie / if You So Wish / Opinion / Bless The Executioner / Black Fjord / The Feathered Tiger / I’ll Kiss You Once / Music
Abonneren op:
Posts (Atom)


