Ondanks
de militaire dictatuur in Peru kent Lima eind jaren zestig een
levendige jongerencultuur. Een van de groepen die muzikale vrijheid
en experimenteerdrift uitdraagt is Traffic Sound. Het eerste album
uit 1969 kent nogal wat covers, maar de tweede plaat van een jaar
later bestaat geheel uit eigen materiaal. Datzelfde jaar nog, 1970,
verschijnt het beste album van de band, het zelfgetitelde Traffic
Sound,
ook wel eens abusievelijk Tibet's
Suzettes genoemd.
'Tibet's Suzettes' is echter het openingsnummer dat avontuurlijk de
toon zet van de zes bandcomposities. Avontuurlijk, want psychedelisch
en progressive tegelijk en voorzien van een lichte latin-groove, is
het een ijzersterke plaat met fuzzgitaren, dwarsfluit, saxofoon en
bovenal prachtige melodieën. 'Those Days Have Gone', met zijn
vloeiende gitaarlijnen en dwarrelende dwarsfluit, de garagepopsong
'Yesterday's Game' en het psychedelische 'America' vervolmaken een
schitterend album dat niet hoeft onder te doen voor de betere
Westcoast-muziek, de beste Traffic-plaat of Etcetera
van
het bevriende Laghonia. Na nog een album zal Traffic Sound versmelten
met Laghonia en voor een aantal jaren door het leven gaan als We All
Together, dat overigens ook nog eens twee prachtige beatleske platen
het licht doet zien. Traffic
Sound is
echter op zichzelf beschouwd een van de allerbeste albums van de
Peruviaanse psychedelische rock.
Posts tonen met het label progressive. Alle posts tonen
Posts tonen met het label progressive. Alle posts tonen
vrijdag 9 mei 2014
Traffic Sound | Traffic Sound
vrijdag 10 januari 2014
Necromandus | Quicksand Dream
Een
contract met Vertigo, lovende kritieken en een debuutalbum dat
geproduceerd is door Black Sabbaths Tony Iommi. De wereld ligt in
1973 open voor Necromandus, maar het zal nog 18 jaar duren voordat
dit album wordt uitgebracht, en wel op een obscuur Zuid-Amerikaans
label onder de titel Quicksand
Dream.
Hoe heeft het zover kunnen komen? In 1968 komen de bandleden bij
elkaar, eerst onder de naam Hot Spring Water, dan Heavy Hand,
vervolgens Taurus en dan in '72 wordt het Necromandus, bestaande uit
Bill Branch (zang), Barry Dunnery (gitaar), Dennis McCarthy (bas) en
Frank Hall (drums). Het kwartet verhuist van Noord Engeland naar
Birmingham, raakt bevriend met Black Sabbath, komt onder de vleugels
van Tony Iommi en krijgt een deal bij het uiterst prestigieuze
Vertigo. In de Londense Morgan Studios wordt met producer Iommi in
februari '73 Necromandus' debuutalbum opgenomen. Het album is kant en
klaar – prefixnummer 6360061 en met een hoesontwerp van Roger Dean
– maar een release laat op zich wachten omdat manager Iommi te druk
is met Sabbath. Vertigo schuift de release verder naar achteren en
laat Necromandus' debuut uiteindelijk op de plank liggen, waar het 18
jaar zal blijven liggen.
Necromandus komt de telurstelling niet te boven; al in het najaar van '73 gaat te band ter ziele. Tot het erfgoed behoort een ijzersterke heavy rockplaat, die weliswaar doom-elementen met Black Sabbath gemeen heeft, maar over het algemeen lichter van toon is. Jazzy passages en akoestische gitaren geven de uitgesponnen songs ruimte en kleur. Het jazzy gitaarspel van Baz Dunnery is ronduit fantastisch – het meest bijzonder de lyrische solo in het uiterst fascinerende 'Gypsy Dancer'. Meer prog dan doom zijn tracks als 'A Black Solitude', 'Homicidal Psychopath', 'Still Born Beauty' en 'Orexis Of Death' van zwaarte ontdaan en inventief ingekleurd zonder aan impact te verliezen. Het debuutalbum van Necromandus is bijzonder indrukwekkend en het is eeuwig zonde dat de band geen release heeft mogen meemaken – het was anders zonder meer tot grootse dingen in staat geweest.
Necromandus komt de telurstelling niet te boven; al in het najaar van '73 gaat te band ter ziele. Tot het erfgoed behoort een ijzersterke heavy rockplaat, die weliswaar doom-elementen met Black Sabbath gemeen heeft, maar over het algemeen lichter van toon is. Jazzy passages en akoestische gitaren geven de uitgesponnen songs ruimte en kleur. Het jazzy gitaarspel van Baz Dunnery is ronduit fantastisch – het meest bijzonder de lyrische solo in het uiterst fascinerende 'Gypsy Dancer'. Meer prog dan doom zijn tracks als 'A Black Solitude', 'Homicidal Psychopath', 'Still Born Beauty' en 'Orexis Of Death' van zwaarte ontdaan en inventief ingekleurd zonder aan impact te verliezen. Het debuutalbum van Necromandus is bijzonder indrukwekkend en het is eeuwig zonde dat de band geen release heeft mogen meemaken – het was anders zonder meer tot grootse dingen in staat geweest.
Mogidisimo
/ Nightjar / A Black Solitude / Homicidal Psychopath / Still Born
Beauty / Gypsy Dancer / Orexis Of Death / Mogidisimo (reprise)
zaterdag 24 augustus 2013
Carol Of Harvest | Carol Of Harvest
A song
of the good green grass / A song no more of the city streets / A song
of the farms / A song of the soil of the fields. De
inspiratie komt van de 19e eeuwse Amerikaanse dichter Walt Whitman;
de context is het hippie-Duitsland van de jaren zeventig: Atomkraft?
Nein Danke.
The Ramones en The Sex Pistols hebben de boel al flink opgeschud,
maar niet in Nürnberg, West-Duitsland, blijkens het debuutalbum
van Carol Of Harvest. Gitarist en componist Axel Schmierer besluit
een met een clubje mede-scholieren en vrienden een band op te
richten; de 16-jarige Beate Krause vinden ze bereid de zangeres te
worden van hun band. Ondanks hun totale onervarenheid en amateurisme
is het piepkleine Brutkasten-label geïnteresseerd in Carol Of
Harvest. In 1978 nemen de vijf jongelingen een plaat op die de
grootsheid van Fairport Convention, Genesis en King Crimson in zich
verenigt. Het zelfgetitelde Carol
Of Harvest is
in 1978, in weerwil van de punk-overweldiging, een oase van pastorale
pracht waarin moog en mellotron voor sfeer zorgen en Schmierers
gitaarsolo's voor pure extase. Carol
Of Harvest bevat
maar vijf songs, maar wordt derhalve wel overheerst door de
uitgesponnen tracks die wegwieken op de vleugels van engelen. Zowel
'Put On Your Nightcap' (16 minuten) op kant 1 als 'Somewhere At The
End Of Our Rainbow' en 'Try A Little Bit' op kant 2 zijn
schoolvoorbeelden van feërieke prog in optima forma: zwevend,
pastoraal en afgetopt met werkelijk fenomenale, ongeëvenaarde
gitaarsolo's van Axel Schmierer.
Tweehonderd
exemplaren zijn er in 1978 geperst van Carol
Of Harvest,
welke zonder uitzondering door de vergetelheid zijn opgeslokt. De
band deed nog een paar optredens, maar vanwege het gebrek aan
belangstelling richtten de bandleden zich op een ander leven, zich
toentertijd niet realiserend dat hun album beschouwd zou worden als
de Heilige Graal van de jaren zeventig progressive folk.
Put On
Your Nightcap / You And Me / Somewhere At The End Of Our Rainbow /
Treary Eyes / Try A Little Bit
vrijdag 22 februari 2013
Kevin Ayers | The Confessions Of Dr Dream And Other Stories
Kevin
Ayers is een elementaire component van de Canterbury Scene, een scene
die halverwege de jaren zestig bands voortbrengt als Wilde Flowers,
Soft Machine en Caravan. Excentriek, innovatief, sexy, eigenwijs maar
ook terughoudend in het promoten van zichzelf, start Ayers niettemin
in 1969 een solocarrière en maakt voor het progressive
rock-label Harvest vier semi-avantgardistische rockalbums. De
verbintenis met Harvest komt echter in 1973 tot een einde, en na een
verblijf in Frankrijk, zwoele zomeravonden, chablis en vrouwen
koesterend, keert de stroblonde Apollo terug naar het Verenigd
Koninkrijk, en tekent bij Island Records. Islands Chris Blackwell
verlangt van de behoedzame Ayers een meer commercieel rockgeluid. Dat
valt echter te bezien als Ayers met louter topmusici in de Londense
Air Studios zijn Island-debuut gaat opnemen. Onder leiding van
producer en toetsenist Rupert Hine bestaat Ayers' studioband uit
muzikanten als drummer Mike Giles (King Crimson), toetsenist Mike
Moran (Spring), organist Mike Ratledge (Soft Machine), chanteuse
Nico, de bassisten John Perry (Caravan) en John Gustafson
(Quatermass), en de gitaristen Mike Oldfield, Cal Batchelor (Quiver)
en Ollie Halsell (Patto) – welke laatste tot zijn dood in 1992 in
Ayers' band zal spelen. Halsall vuurt een schitterende gitaarsolo af
in de slepende rocker 'Didn't Feel Lonely Till I Thought Of You',
wat evenzeer geldt voor Oldfield in de sfeervolle countryblues
'Everybody's Sometime And Some People's All The Time Blues'. De
excentrieke Ayers laat zich gelden in de twee lange, experimentele
stukken 'It Begins With A Blessing/Once I Awakened/But It Ends With A
Curse' en het in delen opgesplitste titelnummer 'The Confessions Of
Doctor Dream', dat een Roxy Music-achtige arty
vervreemding
kent. Meeslepend melancholiek – niet in de laatste plaats door
Ayers' koffiebruine en doorrookte Gauloises-stem – is het
afsluitende miniatuurtje 'Two
Goes Into For': Follow
the wind / Open your heart / Then you may start / To make it /
Better. Curieus
is Islands promotiecampagne die The
Confessions Of Dr Dream And Other Stories aan
de man moet brengen. Op 1 juni 1974 vindt er namelijk in de Londense
Rainbow een concert plaats om de release luister bij te zetten en
waar Ayers support krijgt van Island-artiesten die zijn komen
opdraven. En bepaald niet de minsten: Nico, John Cale en Eno. Nog in
juni '74 komt de live-lp June
1, 1974 uit;
een album dat het prachtige The
Confessions Of Dr Dream And Other Stories jammerlijk
overschaduwt.
Day By
Day / See You Later / Didn't Feel Lonely Till I Thought Of You /
Everybody's Sometime And Some People's All The Time Blues / It
Begins With A Blessing/Once I Awakened/But It Ends With A Curse /
Ballbearing Blues / The Confessions Of Doctor Dream: Irreversible
Neural Damage; Invitation; The Doctor Dream Theme / Two Goes Into
Four
Op
18 februari 2013 overleed op 68-jarige leeftijd Kevin Ayers in zijn
slaap in zijn huis in in Montolieu, Zuid-Frankrijk.
donderdag 31 januari 2013
Manfred Mann's Earth Band | Watch
In
1964 heeft Manfred Mann met 'Do Wah Diddy Diddy' ook in Nederland al
zijn eerste top 10-hit. Vele zullen volgen: 'Pretty Flamingo',
'Mighty Quinn' en 'Ha Ha Said The Clown'. Manfred Mann – de naar
Mann genoemde beatgroep – heeft met deze mix van rhythm &
blues, beat en pop klassieke hits. Samen met zijn band – in vele
wisselende bezettingen – helpt Mann, geboren in Zuid Afrika, de
Britse popmuziek van de jaren zestig vormgeven. Hoewel Mann geen
frontman en geen geprofileerd songschrijver is, heeft de virtuoze
toetsenist zijn bands altijd strak geregisseerd en een goed oog voor
muzikaal talent. In 1969 heeft Mann weer een hele nieuwe band,
Manfred Mann's Chapter 3, die zich toelegt op experimentele jazzrock.
In de begin jaren zeventig komt Mann weer op aarde met zijn Earth
Band, die in 1974 als single Dylan-cover 'Father Of Day And father Of
Night' uitbrengt. Die wordt nog geen hit, maar de Springsteen-covers
'Spirits In The Night' (1975) en 'Blinded By The Light' (1976), en
het album The
Roaring Silence
worden dat wel. In 1977 staat Manfred Mann's Earth Band zelfs op
Pinkpop. Ondertussen heeft Manfred Mann met de jonge gitarist Dave
Flett en zanger Chris Thompson opnieuw uitstekende muzikanten aan
boord. Mann zelf laat overdadig toetsengefröbel
meer en meer achterwege, waardoor het geluid van The Earth Band
beduidend transparanter wordt en aan atmosfeer wint. Een
niet onbelangrijk deel van het repertoire van The Earth Band bestaat
steevast uit het interpreteren van andermans composities en dat geldt
ook voor Watch,
in
1978 het achtste Earth Band-album. Het is relatief de meest
commerciële Mann-plaat want de bescheiden instrumentale inbreng
van Mann maakt van Watch
een
bijzonder beluisterbaar album op het snijvlak van rock en symfonica,
dat vooral op kant 1 meesterlijk uitpakt. In 'Circles', 'Drowning On
Dry Land', 'Chicago Institute' en het wonderschone, maar als single
mislukte 'California' met zijn lyrische passages, is Manfred Mann's
Earth Band op zijn allerbest. Op kant 2 zit het experimentele
'Martha's Madman' ingeklemd tussen covers die Manns inspiratiebronnen
verraden: Dylans 'Mighty Quinn' – tien jaar daarvoor al een tophit
voor Manfred Mann – en het door Robbie Robertson en Band-producer
John Simon gecomponeerde 'Davy's On The Road Again'. De laatste, een
spontane rocker, wordt in de zomer van '78 een flinke hit en komt
tot de vijftiende plaats in de Top 40. Watch
is
Manfred Manns meest consistente album en uiteindelijk ook het best
verkopende en dus commercieel best geslaagde, mede dankzij het
toegeëigende 'Davy's On The Road Again'.
Circles
/ Drowning On Dry Land/Fish Soup / Chicago Institute / California /
Davy's On The Road Again / Martha's Madman / Mighty Quinn
vrijdag 26 oktober 2012
Blonde On Blonde | Rebirth
Een jaar
na Blonde
On
Blonde adopteert
een groep jongens uit Zuid Wales Dylans albumtitel. Zowel zovele
bands uit die tijd staan covers, rhythm & blues en soul op het
repertoire, maar als de psychedelica zijn invloed doet gelden –
Blonde On Blonde is dan al verkast naar Londen – begeeft de band
zich in hemelse sferen. Als in 1969 de jonge David Thomas de nieuwe
zanger wordt en de band bij Ember Records tekent, koerst Blonde On
Blonde naar de avontuurlijke horizon van de psychedelica,
Westcoast-rock en en progressive rock. De tweede langspeler Rebirth
verschijnt
in 1970 en valt niet alleen op vanwege Thomas' warme, expressieve
stemgeluid, maar ook vanwege de avontuurlijke piano-, Hammond- en
mellotron-partijen en de gierende gitaar-erupties. Uitgesponnen,
atmosferische rocksongs – refererend aan Moby Grape en Spooky
Tooth, maar met een progrock-toets – als 'Broken Hours',
'Circles', 'November' en 'Part 1 You'll Never Know Me/Part 2 Release'
maken van Rebirth
een
uitstekend album dat onterecht onopgemerkt blijft.
Castles
In The Sky / Broken Hours / Heart Without A Home / Time Is Passing /
Circles / November / Colour Questioms / Part 1 You'll Never Know
Me/Part 2 Release
zaterdag 4 augustus 2012
Fat Mattress | Fat Mattress
All Night drinker / I Don't Mind / Bright New Way / Petrol Pump Assistant / Mr. Moonshine / Magic Forest / She Came In The Morning / Everything's Blue / Walking Through A Garden / How Can I Live?
dinsdag 24 januari 2012
Caravan | If I Could Do All Over Again, I’d Do It All Over You
In een volgende sessie in Tangerine completeert de band haar debuut voor Decca: If I Could Do All Over Again, I’d Do It All Over You. De lange titel past in het tijdsbeeld van hippiemuziek en progressive rock; omschrijvingen die Caravan perfect passen. Naast de lange titel biedt Caravan ook – zoals de rigeur in progrock – lange nummers, maar wel nummers die de spanningsboog strak houden. Want hier geen oeverloos gefreak, nee; volop melodieuze rocksongs, mooi gezongen en onderkoeld gespeeld, met bovendien prachtige lyrische passages met daarin de dwarsfluit van Hastings’ broer James. En hoewel gitarist Pye Hastings fraaie gitaarsolo’s loslaat, zoals in het fenomenale ‘And I Wish I Were Stoned/Don’t Worry’, is de hoofdrol toch, ondanks het jazzy drumspel en de fraaie zang, voor toetsenist David Sinclair. Zijn vloeiende en organische spel – vooral op het Hammondorgel – is de doorslaggevende factor die van If I Could Do All Over Again, I’d Do It All Over You een progrock-meesterwerk maakt. De pastorale sfeer – terug naar de natuur; naar de eindeloze bossen – voegt een essentiële folky en countryeske dimensie toe. If I Could Do All Over Again, I’d Do It All Over You bevat alles wat de Britse folkrock en progrock zo bijzonder maakt.
If I Could Do All Over Again, I’d Do It All Over You / And I Wish I Were Stoned/Don’t Worry / As I Feel I Die / Within An Ear To The Ground/You Can Make It/Marian/Only Cox/Reprise / Hello Hello / Asforteri / Can’t Be Long Now/Francoise/For Richard/Warlock / Limits
Abonneren op:
Posts (Atom)





