Posts tonen met het label progressive. Alle posts tonen
Posts tonen met het label progressive. Alle posts tonen

vrijdag 9 mei 2014

Traffic Sound | Traffic Sound

Ondanks de militaire dictatuur in Peru kent Lima eind jaren zestig een levendige jongerencultuur. Een van de groepen die muzikale vrijheid en experimenteerdrift uitdraagt is Traffic Sound. Het eerste album uit 1969 kent nogal wat covers, maar de tweede plaat van een jaar later bestaat geheel uit eigen materiaal. Datzelfde jaar nog, 1970, verschijnt het beste album van de band, het zelfgetitelde Traffic Sound, ook wel eens abusievelijk Tibet's Suzettes genoemd. 'Tibet's Suzettes' is echter het openingsnummer dat avontuurlijk de toon zet van de zes bandcomposities. Avontuurlijk, want psychedelisch en progressive tegelijk en voorzien van een lichte latin-groove, is het een ijzersterke plaat met fuzzgitaren, dwarsfluit, saxofoon en bovenal prachtige melodieën. 'Those Days Have Gone', met zijn vloeiende gitaarlijnen en dwarrelende dwarsfluit, de garagepopsong 'Yesterday's Game' en het psychedelische 'America' vervolmaken een schitterend album dat niet hoeft onder te doen voor de betere Westcoast-muziek, de beste Traffic-plaat of Etcetera van het bevriende Laghonia. Na nog een album zal Traffic Sound versmelten met Laghonia en voor een aantal jaren door het leven gaan als We All Together, dat overigens ook nog eens twee prachtige beatleske platen het licht doet zien. Traffic Sound is echter op zichzelf beschouwd een van de allerbeste albums van de Peruviaanse psychedelische rock.

Tibet's Suzettes / Those days Have Gone / Yesterday's Game / America / What You Need & What You Want / Chicama Way

vrijdag 10 januari 2014

Necromandus | Quicksand Dream

Een contract met Vertigo, lovende kritieken en een debuutalbum dat geproduceerd is door Black Sabbaths Tony Iommi. De wereld ligt in 1973 open voor Necromandus, maar het zal nog 18 jaar duren voordat dit album wordt uitgebracht, en wel op een obscuur Zuid-Amerikaans label onder de titel Quicksand Dream. Hoe heeft het zover kunnen komen? In 1968 komen de bandleden bij elkaar, eerst onder de naam Hot Spring Water, dan Heavy Hand, vervolgens Taurus en dan in '72 wordt het Necromandus, bestaande uit Bill Branch (zang), Barry Dunnery (gitaar), Dennis McCarthy (bas) en Frank Hall (drums). Het kwartet verhuist van Noord Engeland naar Birmingham, raakt bevriend met Black Sabbath, komt onder de vleugels van Tony Iommi en krijgt een deal bij het uiterst prestigieuze Vertigo. In de Londense Morgan Studios wordt met producer Iommi in februari '73 Necromandus' debuutalbum opgenomen. Het album is kant en klaar – prefixnummer 6360061 en met een hoesontwerp van Roger Dean – maar een release laat op zich wachten omdat manager Iommi te druk is met Sabbath. Vertigo schuift de release verder naar achteren en laat Necromandus' debuut uiteindelijk op de plank liggen, waar het 18 jaar zal blijven liggen. 
Necromandus komt de telurstelling niet te boven; al in het najaar van '73 gaat te band ter ziele. Tot het erfgoed behoort een ijzersterke heavy rockplaat, die weliswaar doom-elementen met Black Sabbath gemeen heeft, maar over het algemeen lichter van toon is. Jazzy passages en akoestische gitaren geven de uitgesponnen songs ruimte en kleur. Het jazzy gitaarspel van Baz Dunnery is ronduit fantastisch – het meest bijzonder de lyrische solo in het uiterst fascinerende 'Gypsy Dancer'. Meer prog dan doom zijn tracks als 'A Black Solitude', 'Homicidal Psychopath', 'Still Born Beauty' en 'Orexis Of Death' van zwaarte ontdaan en inventief ingekleurd zonder aan impact te verliezen. Het debuutalbum van Necromandus is bijzonder indrukwekkend en het is eeuwig zonde dat de band geen release heeft mogen meemaken – het was anders zonder meer tot grootse dingen in staat geweest.

Mogidisimo / Nightjar / A Black Solitude / Homicidal Psychopath / Still Born Beauty / Gypsy Dancer / Orexis Of Death / Mogidisimo (reprise) 

zaterdag 24 augustus 2013

Carol Of Harvest | Carol Of Harvest

A song of the good green grass / A song no more of the city streets / A song of the farms / A song of the soil of the fields. De inspiratie komt van de 19e eeuwse Amerikaanse dichter Walt Whitman; de context is het hippie-Duitsland van de jaren zeventig: Atomkraft? Nein Danke. The Ramones en The Sex Pistols hebben de boel al flink opgeschud, maar niet in Nürnberg, West-Duitsland, blijkens het debuutalbum van Carol Of Harvest. Gitarist en componist Axel Schmierer besluit een met een clubje mede-scholieren en vrienden een band op te richten; de 16-jarige Beate Krause vinden ze bereid de zangeres te worden van hun band. Ondanks hun totale onervarenheid en amateurisme is het piepkleine Brutkasten-label geïnteresseerd in Carol Of Harvest. In 1978 nemen de vijf jongelingen een plaat op die de grootsheid van Fairport Convention, Genesis en King Crimson in zich verenigt. Het zelfgetitelde Carol Of Harvest is in 1978, in weerwil van de punk-overweldiging, een oase van pastorale pracht waarin moog en mellotron voor sfeer zorgen en Schmierers gitaarsolo's voor pure extase. Carol Of Harvest bevat maar vijf songs, maar wordt derhalve wel overheerst door de uitgesponnen tracks die wegwieken op de vleugels van engelen. Zowel 'Put On Your Nightcap' (16 minuten) op kant 1 als 'Somewhere At The End Of Our Rainbow' en 'Try A Little Bit' op kant 2 zijn schoolvoorbeelden van feërieke prog in optima forma: zwevend, pastoraal en afgetopt met werkelijk fenomenale, ongeëvenaarde gitaarsolo's van Axel Schmierer.
Tweehonderd exemplaren zijn er in 1978 geperst van Carol Of Harvest, welke zonder uitzondering door de vergetelheid zijn opgeslokt. De band deed nog een paar optredens, maar vanwege het gebrek aan belangstelling richtten de bandleden zich op een ander leven, zich toentertijd niet realiserend dat hun album beschouwd zou worden als de Heilige Graal van de jaren zeventig progressive folk.

Put On Your Nightcap / You And Me / Somewhere At The End Of Our Rainbow / Treary Eyes / Try A Little Bit


vrijdag 22 februari 2013

Kevin Ayers | The Confessions Of Dr Dream And Other Stories


Kevin Ayers is een elementaire component van de Canterbury Scene, een scene die halverwege de jaren zestig bands voortbrengt als Wilde Flowers, Soft Machine en Caravan. Excentriek, innovatief, sexy, eigenwijs maar ook terughoudend in het promoten van zichzelf, start Ayers niettemin in 1969 een solocarrière en maakt voor het progressive rock-label Harvest vier semi-avantgardistische rockalbums. De verbintenis met Harvest komt echter in 1973 tot een einde, en na een verblijf in Frankrijk, zwoele zomeravonden, chablis en vrouwen koesterend, keert de stroblonde Apollo terug naar het Verenigd Koninkrijk, en tekent bij Island Records. Islands Chris Blackwell verlangt van de behoedzame Ayers een meer commercieel rockgeluid. Dat valt echter te bezien als Ayers met louter topmusici in de Londense Air Studios zijn Island-debuut gaat opnemen. Onder leiding van producer en toetsenist Rupert Hine bestaat Ayers' studioband uit muzikanten als drummer Mike Giles (King Crimson), toetsenist Mike Moran (Spring), organist Mike Ratledge (Soft Machine), chanteuse Nico, de bassisten John Perry (Caravan) en John Gustafson (Quatermass), en de gitaristen Mike Oldfield, Cal Batchelor (Quiver) en Ollie Halsell (Patto) – welke laatste tot zijn dood in 1992 in Ayers' band zal spelen. Halsall vuurt een schitterende gitaarsolo af in de slepende rocker 'Didn't Feel Lonely Till I Thought Of You', wat evenzeer geldt voor Oldfield in de sfeervolle countryblues 'Everybody's Sometime And Some People's All The Time Blues'. De excentrieke Ayers laat zich gelden in de twee lange, experimentele stukken 'It Begins With A Blessing/Once I Awakened/But It Ends With A Curse' en het in delen opgesplitste titelnummer 'The Confessions Of Doctor Dream', dat een Roxy Music-achtige arty vervreemding kent. Meeslepend melancholiek – niet in de laatste plaats door Ayers' koffiebruine en doorrookte Gauloises-stem – is het afsluitende miniatuurtje 'Two Goes Into For': Follow the wind / Open your heart / Then you may start / To make it / Better. Curieus is Islands promotiecampagne die The Confessions Of Dr Dream And Other Stories aan de man moet brengen. Op 1 juni 1974 vindt er namelijk in de Londense Rainbow een concert plaats om de release luister bij te zetten en waar Ayers support krijgt van Island-artiesten die zijn komen opdraven. En bepaald niet de minsten: Nico, John Cale en Eno. Nog in juni '74 komt de live-lp June 1, 1974 uit; een album dat het prachtige The Confessions Of Dr Dream And Other Stories jammerlijk overschaduwt.

Day By Day / See You Later / Didn't Feel Lonely Till I Thought Of You / Everybody's Sometime And Some People's All The Time Blues / It Begins With A Blessing/Once I Awakened/But It Ends With A Curse / Ballbearing Blues / The Confessions Of Doctor Dream: Irreversible Neural Damage; Invitation; The Doctor Dream Theme / Two Goes Into Four

Op 18 februari 2013 overleed op 68-jarige leeftijd Kevin Ayers in zijn slaap in zijn huis in in Montolieu, Zuid-Frankrijk.

donderdag 31 januari 2013

Manfred Mann's Earth Band | Watch


In 1964 heeft Manfred Mann met 'Do Wah Diddy Diddy' ook in Nederland al zijn eerste top 10-hit. Vele zullen volgen: 'Pretty Flamingo', 'Mighty Quinn' en 'Ha Ha Said The Clown'. Manfred Mann – de naar Mann genoemde beatgroep – heeft met deze mix van rhythm & blues, beat en pop klassieke hits. Samen met zijn band – in vele wisselende bezettingen – helpt Mann, geboren in Zuid Afrika, de Britse popmuziek van de jaren zestig vormgeven. Hoewel Mann geen frontman en geen geprofileerd songschrijver is, heeft de virtuoze toetsenist zijn bands altijd strak geregisseerd en een goed oog voor muzikaal talent. In 1969 heeft Mann weer een hele nieuwe band, Manfred Mann's Chapter 3, die zich toelegt op experimentele jazzrock. In de begin jaren zeventig komt Mann weer op aarde met zijn Earth Band, die in 1974 als single Dylan-cover 'Father Of Day And father Of Night' uitbrengt. Die wordt nog geen hit, maar de Springsteen-covers 'Spirits In The Night' (1975) en 'Blinded By The Light' (1976), en het album The Roaring Silence worden dat wel. In 1977 staat Manfred Mann's Earth Band zelfs op Pinkpop. Ondertussen heeft Manfred Mann met de jonge gitarist Dave Flett en zanger Chris Thompson opnieuw uitstekende muzikanten aan boord. Mann zelf laat overdadig toetsengefröbel meer en meer achterwege, waardoor het geluid van The Earth Band beduidend transparanter wordt en aan atmosfeer wint. Een niet onbelangrijk deel van het repertoire van The Earth Band bestaat steevast uit het interpreteren van andermans composities en dat geldt ook voor Watch, in 1978 het achtste Earth Band-album. Het is relatief de meest commerciële Mann-plaat want de bescheiden instrumentale inbreng van Mann maakt van Watch een bijzonder beluisterbaar album op het snijvlak van rock en symfonica, dat vooral op kant 1 meesterlijk uitpakt. In 'Circles', 'Drowning On Dry Land', 'Chicago Institute' en het wonderschone, maar als single mislukte 'California' met zijn lyrische passages, is Manfred Mann's Earth Band op zijn allerbest. Op kant 2 zit het experimentele 'Martha's Madman' ingeklemd tussen covers die Manns inspiratiebronnen verraden: Dylans 'Mighty Quinn' – tien jaar daarvoor al een tophit voor Manfred Mann – en het door Robbie Robertson en Band-producer John Simon gecomponeerde 'Davy's On The Road Again'. De laatste, een spontane rocker, wordt in de zomer van '78 een flinke hit en komt tot de vijftiende plaats in de Top 40. Watch is Manfred Manns meest consistente album en uiteindelijk ook het best verkopende en dus commercieel best geslaagde, mede dankzij het toegeëigende 'Davy's On The Road Again'.

Circles / Drowning On Dry Land/Fish Soup / Chicago Institute / California / Davy's On The Road Again / Martha's Madman / Mighty Quinn

vrijdag 26 oktober 2012

Blonde On Blonde | Rebirth


Een jaar na Blonde On Blonde adopteert een groep jongens uit Zuid Wales Dylans albumtitel. Zowel zovele bands uit die tijd staan covers, rhythm & blues en soul op het repertoire, maar als de psychedelica zijn invloed doet gelden – Blonde On Blonde is dan al verkast naar Londen – begeeft de band zich in hemelse sferen. Als in 1969 de jonge David Thomas de nieuwe zanger wordt en de band bij Ember Records tekent, koerst Blonde On Blonde naar de avontuurlijke horizon van de psychedelica, Westcoast-rock en en progressive rock. De tweede langspeler Rebirth verschijnt in 1970 en valt niet alleen op vanwege Thomas' warme, expressieve stemgeluid, maar ook vanwege de avontuurlijke piano-, Hammond- en mellotron-partijen en de gierende gitaar-erupties. Uitgesponnen, atmosferische rocksongs – refererend aan Moby Grape en Spooky Tooth, maar met een progrock-toets – als 'Broken Hours', 'Circles', 'November' en 'Part 1 You'll Never Know Me/Part 2 Release' maken van Rebirth een uitstekend album dat onterecht onopgemerkt blijft.

Castles In The Sky / Broken Hours / Heart Without A Home / Time Is Passing / Circles / November / Colour Questioms / Part 1 You'll Never Know Me/Part 2 Release

zaterdag 4 augustus 2012

Fat Mattress | Fat Mattress

The Lovin' Kind is in 1966 een bandje uit Folkstone, in het zuidoosten van Engeland, dat een aantal popsingletjes zonder succes uitbrengt. De gitarist in de band heeft echter meer ambities en trekt naar Londen, waar hij een Amerikaanse gitarist ontmoet die hem uitnodigt bassist in zijn band te worden. Aldus wordt Noel Redding bassist in The Jimi Hendrix Experience. Later, in 1968 na een Amerikaanse tournee met Hendrix, keert Redding terug naar zijn maten in Folkstone – die zich dan verhuren als begeleiders van Cat Stevens en Engelbert Humperdinck – om een band op te richten: Fat Mattress. In tien dagen tijd neemt de band het zelfgetitelde album op, dat door Hendrix-manager Chas Chandler wordt ondergebracht bij Polydor (en in Amerika bij Atco). Het is een magnifiek pastoraal album dat de Britse progressieve folkrock van Spooky Tooth en Traffic verbindt met de Westcoast-psychedelica van Moby Grape. Dromerige, zweverige rocksongs als 'I Don't Mind', 'Mr. Moonshine', 'She Came In The Morning' en 'How Can I Live?' zijn meesterlijke combinaties van Britse en Amerikaanse pastorale psychedelica. En er is ook een hit: 'Magic Forest' haalt zelfs in 1969 de Nederlandse top-20. Een intensieve tournee door Amerika en Reddings dubbelfunctie is teveel voor Fat Mattress. De oorspronkelijke versie van Fat Mattress valt dan uiteen, maar laat wel een prachtig landelijk-psychedelisch album na.

All Night drinker / I Don't Mind / Bright New Way / Petrol Pump Assistant / Mr. Moonshine / Magic Forest / She Came In The Morning / Everything's Blue / Walking Through A Garden / How Can I Live?

dinsdag 24 januari 2012

Caravan | If I Could Do All Over Again, I’d Do It All Over You

Het openingsnummer van If I Could Do All Over Again, I’d Do It All Over You is maar koud een minuut onderweg of de eerste scheurende orgelsolo wordt al gelanceerd door David Sinclair. If I Could Do All Over Again, I’d Do It All Over You is Britse progrock van het zuiverste water, maar voor alles is Caravans magnum opus een orgelplaat. De zwierige, vloeiende en supersonische Hammond- en orgelsolo’s zijn royaal uitgespreid over deze tweede plaat van dit kwartet dat eind jaren zestig deel uitmaakte van de zogenaamde Canterbury Scene. Rond het midden van de jaren zestig ontstaat er in Canterbury – bekend van het 14e eeuwse The Canterbury Tales – een muzikale scene waarin The Wilde Flowers centraal staan. Uit deze ‘oerband’ ontstaat in eerste instantie The Soft Machine – met Kevin Ayers en Robert Wyatt – en eind ’67 Caravan, met daarin Pye Hastings (gitaar), Richard Coughlan (drums), Richard Sinclair (zang, bas), en daaraan toegevoegd Sinclairs neefje David, op orgel, piano en klavecimbel. Voor Verve Records verschijnt een jaar later het zelfgetitelde debuut, maar de plaat ligt nog maar net in de winkels of de Britse vestiging van Verve wordt opgedoekt en Caravan aan de kant gezet. Via een nieuw management komt Caravan dan terecht bij het fameuze Decca, voor wie het kwartet in september ’69 gaat opnemen in de Londense Tangerine Studios. Ondertussen heeft Caravan een goede reputatie in het live-circuit en staat geprogrammeerd op grote openluchtfestivals – zeer populair in de hippe jaren zestig – waaronder het legendarische festival in het Kralingse Bos.
In een volgende sessie in Tangerine completeert de band haar debuut voor Decca: If I Could Do All Over Again, I’d Do It All Over You. De lange titel past in het tijdsbeeld van hippiemuziek en progressive rock; omschrijvingen die Caravan perfect passen. Naast de lange titel biedt Caravan ook – zoals de rigeur in progrock – lange nummers, maar wel nummers die de spanningsboog strak houden. Want hier geen oeverloos gefreak, nee; volop melodieuze rocksongs, mooi gezongen en onderkoeld gespeeld, met bovendien prachtige lyrische passages met daarin de dwarsfluit van Hastings’ broer James. En hoewel gitarist Pye Hastings fraaie gitaarsolo’s loslaat, zoals in het fenomenale ‘And I Wish I Were Stoned/Don’t Worry’, is de hoofdrol toch, ondanks het jazzy drumspel en de fraaie zang, voor toetsenist David Sinclair. Zijn vloeiende en organische spel – vooral op het Hammondorgel – is de doorslaggevende factor die van If I Could Do All Over Again, I’d Do It All Over You een progrock-meesterwerk maakt. De pastorale sfeer – terug naar de natuur; naar de eindeloze bossen – voegt een essentiële folky en countryeske dimensie toe. If I Could Do All Over Again, I’d Do It All Over You bevat alles wat de Britse folkrock en progrock zo bijzonder maakt.
If I Could Do All Over Again, I’d Do It All Over You / And I Wish I Were Stoned/Don’t Worry / As I Feel I Die / Within An Ear To The Ground/You Can Make It/Marian/Only Cox/Reprise / Hello Hello / Asforteri / Can’t Be Long Now/Francoise/For Richard/Warlock / Limits