Posts tonen met het label heartland rock. Alle posts tonen
Posts tonen met het label heartland rock. Alle posts tonen

zondag 21 september 2014

Kansas | Leftoverture

In het midden van de jaren zeventig maken zes boerenzonen uit het Midwesten naam met een onwaarschijnlijke combinatie van symfonische rock en southern rock. Onwaarschijnlijke mag het zijn; de bandnaam is voor de hand liggend en simpel: Kansas. Met veel bravoure laat de band zien dat ingewikkelde op klassieke leest gestoelde passages uitstekend blijken samen te gaan met harde boogierock. Opgericht in Topeka, Kansas in 1970 en opgepikt door Monkees-bedenker Don Kirshner hebben Steve Walsh (zang, toetsen), Kerry Livgren (gitaar, toetsen), Robby Steinhardt (zang, viool), Rich Williams (gitaar), Dave Hope (bas) en Phil Ehart (drums) er in 1975 al drie lp's op zitten. De druk om door te breken neemt echter toe en als de voornaamste songschrijver Steve Walsh onder een writer's block zucht en alle druk op de schouders ligt van de sneeuwwitte gitarist Kerry Livgren. De band worstelt met een gebrek aan nieuwe songs, maar Livgren ontstijgt zichzelf en beleeft een koortsachtige creatieve periode. Vlak voor de opnamen krabbelt Livgren nog een idee voor een nieuw liedje op papier, en een Amerikaanse monsterhit is geboren: 'Carry On Wayward Son'. Het voert een lp aan die Kansas een grootse doorbraak oplevert. Leftoverture – met een op de hoes een in denken verzonken Leonardo Da Vinci – kent een sprankelend heldere productie – van roadie Jeff Glixman – waarin vooral de samenzang van Walsh en Reinhardt en de gitaarduellen van Livgren en Williams eruit springen, met een groots resultaat in 'The Wall', 'What's On My Mind'. 'Opus Insert' en de meer epische, symfonische songs 'Miracles Out Of Nowhere' en 'Cheyenne Anthem'. Walsh is de uitstekende zanger, en zijn en Livgrens spel op moog, clavinet en ARP-synthesizer zijn de extra smaakmakers. Kansas weet echter niet altijd de valkuil van té complexe songs te omzeilen en verliest zich aldus een enkele keer in pompeuze overdaad, zoals in 'Magnum Opus' – al is het intro daarvan werkelijk groots. Leftoverture is zeker grotesk, maar de niet eerder gehoorde symfonische southern-boogie-hybride maakt van het album een millionseller en van Kansas dé rock-cowboys van het Midwesten en heersers van de plattelandssporthal en dorps-arena. Leftoverture gaat drie miljoen keer over de toonbank en wordt opgevolgd door de nog grotere successen Point Of Know Return (1977) en Monolith (1979), waarna de band langzaam begint af te brokkelen.

Carry On Wayward Son / The Wall / What's On My Mind / Miracles Out Of Nowhere / Opus Insert / Questions of My Childhood / Cheyenne Anthem / Magnum Opus



woensdag 7 mei 2014

Big Country | The Crossing

De Schotse punkband The Skids is in feite een zieltogende bende als gitarist Stuart Adamson ze verlaten heeft. Joy, zonder Adamson, is in 1981 dan ook het treurige testament van The Skids. Adamson heeft zich dan al teruggetrokken in thuishaven Dunfermline een havenstad aan de voet van de Schotse Hooglanden en bezint zich op een nieuwe muzikaal avontuur. Partner in dit nieuwe avontuur is plaatsgenoot Bruce Watson, een gitarist die Adamson nog kent uit de punktijd. In een Londense studio maakt het duo contact met de ritmesectie van On The Air, ooit een voorprogramma van The Skids. Het klikt met Tony Butler (bas) en Mark Brzezicki (drums) en dus heeft Adamson een nieuwe groep: Big Country. Een nieuwe groep met een unieke sound; voortbouwend op de majesteitelijke postpunk van Echo & The Bunnymen, Simple Minds en U2, maar wat het verschil maakt is de fluitende, doedelzak-achtige gitaarsound van de Adamson/Butler-tandem.
'Harvest Home' is de debuutsingle en is een duidelijke verwijzing naar de Keltische roots van Adamson. Fierheid en trots over afkomst en historie van het onverzettelijke Schotland doordesemt de heartlandrock van Big Country, visueel benadrukt door de Schotse ruit-bloezen van het viertal. Big Country is in 1983 na de release van de single 'Fields Of Fire' hot – en nog hotter als op 15 juli 1983 The Crossing verschijnt. De beide singles zijn op het door Steve Lillywhite geproduceerde album terug te vinden, evenals opener, derde single en beginselverklaring 'In A Big Country': In a big country dreams stay with you. Harmonieuze melodieën, gierende doedelzak-gitaren en hoop, geloof en liefde maken van The Crossing, in een perfecte Lillywhite-productie, een spiritueel, klassiek rockalbum. Hoogtepunten zijn de afsluiters van beide plaatkanten, het magische 'The Storm' en het epische, wonderschone 'Porrohman' Belangrijk is ook de kracht van de sleutel-single van het majestueuze album, het onvergankelijke 'Change'. Big Country is klaar voor grote dingen. Dat blijkt al in 1984 als de band, onderdeel van een sterke line-up met John Hiatt, Marillion en The Pretenders, optreedt op Pinkpop. Big Country wordt een grote band en breekt ook door in het beloofde land Amerika.
De tol die Stuart Adamson uiteindelijk betaalt is groot; een combinatie van drugs, stress en depressiviteit leiden op 16 december 2001 tot een eenzame zelfmoord, in een hotelkamer op Hawaii. Oh Lord I never felt so low ('Chance').

In A Big Country / Inwards / Chance / 1000 Stars / The Storm / Harvest Home / Lost Patrol / Close Action / Fields Of Fire / Porrohman


zondag 18 augustus 2013

Bob Seger and The Silver Bullet Band | Night Moves

Robert Clark Seger is al meer dan tien jaar als muzikant onderweg, voordat hij zelf de touwtjes in handen neemt. Op Seven (1974) is Bob en alleen Bob de baas. In 1961 heeft Bob Seger zijn eerste bandje in Detroit, Michigan, stad van Motown en the home of rock & roll. Na The Decibels volgen The Town Criers, The Omens en de novelty-act The Beach Bums. Als solo-artiest scoort Seger bescheiden hits in het Midwesten, maar regie en repertoirekeuze zijn in handen van zijn platenlabel. Eind jaren zestig neemt Bob Seger de regie over en richt zijn eigen management op. Segers songschrijverskwaliteiten blijven, getuige de vele covers op zijn albums, nog wel achter bij zijn onstuimige muzikale ontwikkeling; met The Silver Bullet Band maakt hij de binnenlanden van Amerika onveilig met een dampende mix van stevige rock'-n-roll en witte rhythm & blues. Maar gaandeweg ontwikkelt Detroit Bob zijn compositorische vermogens, neemt zijn zelfvertrouwen toe en na Seven komt hij in 1975 voor de dag met het fraaie en ingetogen Beautiful Loser, waarna hij een jaar later in Amerika – en in Amerika alleen – doorbreekt met de dubbele live-lp Live Bullet. Datzelfde jaar nog komt Segers negende album uit: Night Moves, opgenomen in Detroit, Michigan, Muscle Shoals, Alabama en Toronto, Canada met zijn Silver Bullet Band en de Muscle Shoals Rhythm Section. Naast zowel obligate als smeulende, bruisende rockers als 'The Fire Down Below' en de psychedelische Motown-soul van 'Come To Poppa', is het de instrospectieve, downbeat Seger die indruk maakt. Het meeslepende 'Sunburst' wordt nog opgejaagd door bonkende piano en elektrische gitaar, maar de melancholie slaat hard toe in de countryballad 'Ship Of Fools'; in het pijnlijk fraaie 'Main Street'; en in de sublieme rockballad 'Night Moves' – niet voor niets een nationale radiohit. Op Night Moves is het talent van Bob Seger tot volle ontplooiing gekomen, en hoewel Seger niet onder het stigma van a poor man's Springsteen vandaan komt, is zijn succes bij de Amerikaanse middenklasse immens en is hij de verpersoonlijking van de blue collar rock. Bob Seger stapelt vervolgens succes op succes, iets wat hem op bescheiden schaal ook in 1980 in Nederland lukt met Running Against The Wind.

Rock And Roll Never Forgets / Night Moves / The Fire Down Below / Sunburst / Sunspot Baby / Mainstreet / Come To Poppa / Ship Of Fools / Mary Lou 

maandag 18 februari 2013

Rick Derringer | All American Boy


Het mag verbazing wekken dat Rick Derringer pas in 1973 toe is aan het maken van een soloplaat. De dominante zanger/gitarist met de good looks die Derringer is, neemt tot dan toe genoegen met een ondergeschikte rol. En dat voor een muzikant die op 16-jarige leeftijd een nummer-1 hit had in de Amerikaanse top honderd.
In 1965 heeft de op het grensgebied van Ohio en Indiana geboren Rick Zehringer met zijn band The McCoys een wereldhit met 'Hang On Sloopy'. Mede door de jonge leeftijd van de bandleden spreken The McCoys vooral de teenagers aan en levert hen dit een dito imago op. New Yorks rockclub The Scene is de standplaats van The McCoys en het is daar dat Derringer en co in contact komen met albino-gitarist Johnny Winter. Door het gemeenschappelijke management wordt besloten om Winters en Derringers band samen te voegen: Johnny Winter And The McCoys, afgekort tot Johnny Winter And. Hoewel Rick Derringer nauwelijks op de voorgrond treedt is hij wel de producer van de lp’s Johnny Winter And en Johnny Winter And Live die een gouden status bereiken. De band verwerft een uitstekende live-reputatie die gekenmerkt wordt door het vuige en gierende gitaarspel van zowel Winter als Derringer. Tegelijkertijd gaat Rick Derringer een verbond aan met Johnny Winters broer Edgar. Als multi-instrumentalist en producer is Derringer betrokken bij Edgar Winters They Only Come Out At Night en heeft aldus twee monsterhits met 'Frankenstein' en 'Free Ride'.
In 1973 is Johnny Winter afgekickt van heroïne en vraagt hij Rick Derringer als producer voor Still Alive And Well. Broer Edgar kan niet achter blijven en huurt Derringer in als producer voor Shock Treatment. Dan rijst bij Rick Derringer het besef dat het na zeven jaar on the road met de gebroeders Winter en evenzovele jaren in de producersstoel tijd wordt voor de grote uitdaging: een soloplaat. Rick Derringer vat het plan op om voor ieder nummer een andere producer in te schakelen. Hij vindt Paul Samwell-Smith, Jim Quercio, Felix Pappalardi en Bill Szymczyk – allen druk doende met een producersklus – bereid mee te werken. Het idee is bijzonder origineel, maar blijkt onwerkbaar, temeer daar Rick Derringer zelf midden in de opnamen van Shock Treatment zit. Uiteindelijk is Bill Szymczyck volledig beschikbaar zodat hij de producersrol vervult op All American Boy, Rick Derringer solodebuut. Single 'Rock And Roll Hoochie Koo' gaat de release van de lp vooraf en is een instant hit. De lp wordt voornamelijk volgespeeld door Rick Derringer als zanger, gitarist, bassist en toetsenist en meesterdrummer en powerhouse Bobby Caldwell. Zij worden incidenteel bijgestaan door een keur aan muzikanten zoals Joe Walsh, David Bromberg, Joe Vitale en Edgar Winter. De meest opmerkelijke bijdrage – die nog bijzonderder is dan het mondharmonicaspel van Toots Thielemans – is echter die van tekstschrijver Patti Smith, die met 'Hold' debuteert, twee jaar voor haar eigen plaatdebuut. 'Hold' is een suikerzoete ballad, maar is tegelijkertijd een prachtig popwerkje. En dat geldt voor het merendeel van de nummers; Rick Derringer is op All American Boy getransformeerd tot een kwikzilveren popster, een teenage idol, een glamrocker the American way. De lp kent een grote afwisseling tussen stevige rockers met een hoog popgehalte en ballads die voorzien zijn van exuberante arrangementen. De up-tempo nummers, zoals 'Uncomplicated', 'Teenage Love Affair' en het eveneens door Johnny Winter opgenomen 'Cheap Tequila', opgesierd met bottleneck en pedal steel, zijn aanstekelijke powerpop- en glitterrocknummers die uitstekend passen in het tijdsbeeld van de vroege jaren zeventig. Naast de echte kraker – 'Rock And Roll Hoochie Koo' – zijn er op All American Boy nog een aantal prijsnummers te vinden die zijn voorzien van schitterende strijkers-arrangementen. 'Teenage Queen' en afsluiter 'Jump, Jump, Jump', met zijn klaterende toetsen en fantasievol gitaarspel, vervolmaken Rick Derringers klassieke debuut. Waarmee All American Boy Rick Derringer bombardeert tot idool, glamrockster en moderne rock and roller.
Naast sessiemuzikant voor Alice Cooper, Steely Dan en Todd Rundgren verwierf Rick Derringer in de jaren tachtig een reputatie als hardrocker die nog immer voortduurt. Zijn beste jaren liggen echter in het verleden verborgen: 'Hang On Sloopy' is verkozen tot officieel volkslied van de staat Ohio en 'Rock And Roll Hoochie Koo' is meer dan een miljoen keer gedraaid op de Amerikaanse radio. All American Boy is Rick Derringers ultieme statement.

Rock And Roll Hoochie Koo / Joy Ride / Teenage Queen / Cheap Tequila / Uncomplicated / Hold / The Airport Giveth / Teenage Love Affair / It’s Raining / Time Warp / Slide On Over Slinky / Jump, Jump, Jump

zondag 17 februari 2013

John Mellencamp | The Lonesome Jubilee


Aanvankelijk mislukt de muzikale carrière van John Mellencamp volledig, omdat David Bowie-manager Tony DeFries de doodgewone plattelandsjongen uit Seymour, Indiana wil transformeren tot de pin-up popster Johnny Cougar. In 1978 heeft Mellencamp, een illusie armer, zijn identiteit al ingeleverd en kost het hem een fortuin om terug te kopen. Maar het wordt nog erger; tegen de tijd dat John Cougar Mellencamp begin jaren tachtig in Amerika doorbreekt, is hij 5 miljoen dollar kwijt om zijn rechten terug te kopen. Dan krijgt Mellencamp ook weer een grote mond, die hij gebruikt om zich in te zetten voor de Democraten in het algemeen en de arbeider en het kleinschalige boerenbedrijf in het bijzonder. Het arbeidsethos van de heartland fier in het vaandel, worden zijn teksten kritischer en kritischer en richten zich tegen de realpolitik van president Reagan. Hij is de small town boy uit Indiana; een imago heeft hij niet. Mellencamp is in de kern een hardwerkende rock-'n-roller met een geweten, een beeld dat bevestigd wordt door het werkstuk dat een centrale positie inneemt in 's mans oeuvre: The Lonesome Jubilee. Muzikaal grijpt Mellencamp op dat album terug op authenticiteit en traditie: accordeon, viool, banjo en hakkebord zijn de smaakmakers te midden van knallende drums, scherpe gitaren en soulvolle dameskoortjes. Verlies van jeugd en idealen en een toekomst zonder perspectief zijn de centrale thema's op The Lonesome Jubilee, het felst verwoord in 'Down An Out In Paradise', dat geadresseerd is aan Reagan: Dear mr. president / I live in the suburbs / It's a long way from Washington, D.C. / Had me a job / Workin' for wages / Till the company moved out / And they forgot about me. Voortreffelijk is ook het sociaal bewogen 'We Are The People', fraai opgeluisterd door fiddle en twangende gitaar. In een messcherpe productie van Don Gehman en met een geweldige bezetting van onder meer Kenny Aronoff (drums, hakkebord), Toby Myers (bas, banjo), Larry Crane (gitaar, pedal steel, mandoline) en Mike Wanchic (gitaar, dobro, banjo, dulcimer) zet Mellencamp een serie bijzonder catchy rootsrocksongs neer die ook nog eens hits worden. 'Paper In Fire', 'Check It Out' en 'Cherry Bomb' maken van The Lonesome Jubilee een commercieel succes dat in de loop der jaren maar liefst 4 miljoen keer verkocht wordt. Maar daarnaast is het een bijzonder integer album dat thematisch en muzikaal een schitterende eenheid vormt, wat nog eens extra kracht bijgezet wordt door de iconische hoes waarop John Mellencamp zo fraai geportretteerd is aan de bar in het Midway Cafe in Elnora, Indiana met de 73-jarige lasser Woody Baker. The Lonesome Jubilee is in 1987 de lange neus die John Mellencamp naar de wereld maakt; het succes heeft Indiana's beroemdste rockzoon namelijk geheel zelf afgedwongen. Maar bovenal geldt The Lonesome Jubilee natuurlijk als een puur artistieke triomf.

Paper In Fire / Down And Out In Paradise / Check It Out / The Real Life / Cherry Bomb / We Are The People / Empty Hands / Hard Times For An Honest Man / Hotdogs And Hamburgers / Rooty Toot Toot