Posts tonen met het label rootsrock. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rootsrock. Alle posts tonen

dinsdag 9 december 2014

Chuck Prophet | Homemade Blood

Opeens is een geblondeerd schoffie de blikvanger in Green On Red vanwege zijn zinderende en zelfverzekerde gitaarspel. Het is de 22-jarige Chuck Prophet IV die imponeert op Gas Food Lodging (1985). Prophet is een echte Californiër; opgegroeid in een buitenwijk van Los Angeles, standplaats: San Francisco. Hij trekt jaren op met Dan Stuart, getweeën houden ze Green On Red gaande totdat in 1992 de chemie is uitgewerkt: Too Much Fun, de sarcastiche titel van het laatste GOR-album. Ondertussen is Prophet, met partner Stephanie Finch, al een tijdje als solo-artiest actief. Tussen het intensieve toeren door verschijnt er met enige regelmaat een Chuck Prophet-album. In deze serie is Homemade Blood uit 1997 een van de sterkste en meest gedreven albums. Gepokt en gemazeld door een leven on the road is Chuck Prophet in een grootse vorm: cynisch en gruizig is zijn zang, fel en puntig het gitaarspel. Live opgenomen in een studio bij Prophet om de hoek, is Homemade Blood een urgent rock'-n-rollalbum waarop een strakke band te horen is die uitblinkt in gemeen klinkende rootsrocksongs als 'You Been Gone', 'Textbook Case' en 'Inside Track', en met een absolute hoofdrol voor Prophets vlammende Fender. Dat geldt ook voor het broeierige 'Ooh Wee', dat daarnaast ook opvalt vanwege Prophets persoonlijke ontboezemingen: I was nine years old in seventy-three / Strung out on Ritalin and color TV. Naast de felle songs en het vlijmscherpe gitaarspel biedt Homemade Blood evenzeer ruimte aan trage, rootsy liedjes die op gelijke wijze imponeren; 'New Years Day' – met een cameo van Greg Leisz op pedal steel – 'Homemade Blood', 'Whole Lot More', 'Kmart Family Portrait' en de georkestreerde afsluiter 'The Parting Song'. Gedreven, gevarieerd en ronduit grandioos; Homemade Blood is Chuck Prophets beste en een van de fraaiste rootsrockplaten van de jaren negentig.

Credit / You Been Gone / Inside Track / ooh Wee / New Year's Day / Fillmore / Homemade Blood / Whole Lot More / Textbook Case / Kmart Family Portrait / Til You Came Along / The Parting Song



vrijdag 4 oktober 2013

The Bottle Rockets | The Brooklyn Side

Zijn vrienden van Uncle Tupelo tekenen in 1990 een platencontract en zijn eigen band, Chicken Truck, valt uit elkaar. En dus wordt zanger/gitarist Brian Henneman roadie bij de band van Jeff Tweedy en Jay Farrar. Henneman blijft echter wel demo's opnemen en brengt zelfs, begeleid door Tweedy en Farrar, een single uit. Hierdoor aangespoord richt Henneman met zijn oude muzikale maten uit Festus, Missouri weer een band op: The Bottle Rockets. Vanuit Festus trekt de band door het Midwesten en maakt de kroegen en clubs onveilig met stevige, vette boogie- en countryrock. Hierdoor worden The Bottle Rockets een van de vroege exponenten van de alt.country, met uiteraard de blik stevig gericht op de jaren tachtig gitaarmuziek van The Replacements en de jaren zeventig rock van Neil Youngs Crazy Horse, Lynyrd Skynyrd en ZZ Top. 
Op een klein label verschijnt in 1993 het zelfgetitelde debuut, waarna het kwartet Henneman, Tom Ray (gitaar), Tom Parr (bas) en Mark Ortmann een jaar later de opvolger The Brooklyn Side laat uitbrengen. The Brooklyn Side, een bowling-term, wordt echter al snel opgepikt door major Atlantic en prompt wereldwijd ge-rerelased. Op no nonsens wijze geproduceerd door Eric 'Roscoe' Ambel is The Brooklyn Side een aards, doordenderend, recht-voor-z'n-raap-album, dat scheurende countryrock vermengt met southern rock, hillbilly en geloofwaardige teksten. Op literair knappe wijze plaatst Henneman zijn opwindende rootsrock-'n-roll in een context van de door het leven worstelende burger: 'Welfare Music' handelt over zwangerschap op jonge leeftijd; de boogierock van '1000 Dollar Car' over je niet meer kunnen permitteren dan aftandse barrels; de country-galop van 'Idiot's Revenge' over de overdreven aandacht voor de indie-rockscene; en het scheurende 'Radar Gun' met in de hoofdrol een verknipte verkeersagent. IJzersterk en uiterst catchy is ook de neo-countryrock van 'Gravity Falls' en 'I Wanna Come Home', die echter in pure power overtroffen wordt door de van hitte zinderende fatalistische rocksong 'Stuck In A Rut' en het sublieme 'Sunday Sports' – een gitaar-epos met in de hoofdrol een pathetische, in onderbroek gehulde tv-kijkende sukkel. In veertien geweldige songs laten The Bottle Rockets anno 1994 de state-of-the-art zien van de nieuwe generatie countryrockers – The Brooklyn Side is dan ook alt.country in optima forma. Maar The Bottle Rockets blijven een cultband omdat Atlantic ze al bij het volgende album 24 Hours A Day bij het grofvuil zet. Brian Henneman en de zijnen houden echter stand en blijven albums maken, al zal The Brooklyn Side niet meer overtroffen worden.

Welfare Music / Gravity Fails / I'll Be Comin'Around / Radar Gun / Sunday Sports / Pot Of Gold / 1000 Dollar Car / Idiot's Revenge / Young Lovers In Town / Take Me To The Bank / What More Can I Do? / Stuck In A Rut / I Wanna Come Home / Queen Of The World



zondag 18 augustus 2013

Bob Seger and The Silver Bullet Band | Night Moves

Robert Clark Seger is al meer dan tien jaar als muzikant onderweg, voordat hij zelf de touwtjes in handen neemt. Op Seven (1974) is Bob en alleen Bob de baas. In 1961 heeft Bob Seger zijn eerste bandje in Detroit, Michigan, stad van Motown en the home of rock & roll. Na The Decibels volgen The Town Criers, The Omens en de novelty-act The Beach Bums. Als solo-artiest scoort Seger bescheiden hits in het Midwesten, maar regie en repertoirekeuze zijn in handen van zijn platenlabel. Eind jaren zestig neemt Bob Seger de regie over en richt zijn eigen management op. Segers songschrijverskwaliteiten blijven, getuige de vele covers op zijn albums, nog wel achter bij zijn onstuimige muzikale ontwikkeling; met The Silver Bullet Band maakt hij de binnenlanden van Amerika onveilig met een dampende mix van stevige rock'-n-roll en witte rhythm & blues. Maar gaandeweg ontwikkelt Detroit Bob zijn compositorische vermogens, neemt zijn zelfvertrouwen toe en na Seven komt hij in 1975 voor de dag met het fraaie en ingetogen Beautiful Loser, waarna hij een jaar later in Amerika – en in Amerika alleen – doorbreekt met de dubbele live-lp Live Bullet. Datzelfde jaar nog komt Segers negende album uit: Night Moves, opgenomen in Detroit, Michigan, Muscle Shoals, Alabama en Toronto, Canada met zijn Silver Bullet Band en de Muscle Shoals Rhythm Section. Naast zowel obligate als smeulende, bruisende rockers als 'The Fire Down Below' en de psychedelische Motown-soul van 'Come To Poppa', is het de instrospectieve, downbeat Seger die indruk maakt. Het meeslepende 'Sunburst' wordt nog opgejaagd door bonkende piano en elektrische gitaar, maar de melancholie slaat hard toe in de countryballad 'Ship Of Fools'; in het pijnlijk fraaie 'Main Street'; en in de sublieme rockballad 'Night Moves' – niet voor niets een nationale radiohit. Op Night Moves is het talent van Bob Seger tot volle ontplooiing gekomen, en hoewel Seger niet onder het stigma van a poor man's Springsteen vandaan komt, is zijn succes bij de Amerikaanse middenklasse immens en is hij de verpersoonlijking van de blue collar rock. Bob Seger stapelt vervolgens succes op succes, iets wat hem op bescheiden schaal ook in 1980 in Nederland lukt met Running Against The Wind.

Rock And Roll Never Forgets / Night Moves / The Fire Down Below / Sunburst / Sunspot Baby / Mainstreet / Come To Poppa / Ship Of Fools / Mary Lou 

dinsdag 11 juni 2013

Counting Crows | August And Everything After

Gezien het onmiddellijke succes van August And Everything After lijkt het of het alsof het allemaal van een leien dakje ging voor Adam Duritz en zijn band, Counting Crows. Niets is minder waar. Barstensvol zelfkwelling en ziekelijke twijfel lijkt Duritz nauwelijks opgetogen als Counting Crows – waarvan de leden allen de dertig al naderen – in het voorjaar van 1992 getekend worden door Geffen Records. Opnemen in een grote studio zit er niet in wat Duritz betreft. Op advies van Duritz’ held Robbie Robertson kiest de band voor de opnamen van hun debuut voor een ‘big house on the hill' in Los Angeles. Onbetwist bandleider Duritz eist in samenspraak met producer T-Bone Burnett van de bandleden dat ze afstand doen van hun moderne instrumenten. In plaats daarvan spelen ze de debuutplaat in met een simpele drumkit, tweedehands gitaren, een oude Vox-bas, een Hammond en een accordeon. Voor de hypochondrische Adam Duritz wordt het een lijdensweg, maar moeizaam komt het debuutalbum tot leven en vlak voor kerstmis ’92 is het album gereed als Maria McKee en Jayhawks Mark Olson en Gary Louris de achtergrondvocalen hebben ingezongen. 
Negen maanden later, in september 1993, verschijnt August And Everything After en blijkt het album, in weerwil van de moeizame totstandkoming, zeer evenwichtig en organisch. August And Everything After wordt direct vergeleken met het werk van Bob Dylan & The Band, Bruce Springsteen en Van Morrison. In navolging van tijdgenoten als The Jayhawks en The Wallflowers herinterpreteert Counting Crows de traditionale Amerikaanse rootsrock. Het album, begeleid door de single ‘Mr. Jones’, wordt een instant succes, de single een monsterhit. Mr. Jones and me, we’re gonna be big stars, zingt Adam Duritz over een begeleiding van ruimtelijke gitaren en hij zal gelijk krijgen. De ingetogen up-temposongs als ‘Mr. Jones’ en ‘Rain King’ zijn de blikvangers van August And Everything After, maar de kwaliteit zit verstopt in de herfstige zwaarmoedigheid en desolaatheid van traag trekkende songs als ‘Anna Begins’, ‘Time And Time Again’ en ‘Ghost Train’. Maar nog beklemmender is Duritz’ afrekening met zijn verleden, ‘Raining In Baltimore’, en ‘Perfect Blue Buildings’ dat de lethargie van de city slacker perfect tot uitdrukking brengt. De intense Adam Duritz weet zijn gedachten en gevoelens op overtuigende wijze over te brengen in tekst en compositie, welke zijn band op ingetogen en sfeervolle wijze inkleurt. August And Everything After spreekt verschillende generaties aan – zowel de traditionele rockliefhebber als de alternatieveling – waardoor de cd binnen een jaar meer dan drie miljoen keer verkocht wordt. 
Big stars, dat worden de Counting Crows inderdaad, mede door de uitstekende opvolger Recovering The Satellites. Maar de daarop volgende cd’s stellen ronduit teleur en erger nog: Duritz’ ziekelijke pathos groeit uit tot megalomane proporties. De puurheid en organische intimiteit van het imponerende debuut is echter nog steeds verfrissend.

Round Here / Omaha / Mr Jones / Perfect Blue Buildings / Anna Begins / Time And Time Again / Rain King / Sullivan Street / Ghost Train / Raining In Baltimore / Murder Of One  

dinsdag 14 mei 2013

Jason & The Scorchers | Lost & Found


1984. de rootsrock krijgt weer een stevige poot aan de grond. R.E.M. vestigt zijn naam; John Fogerty beleeft een wederopstanding. Rank And File, Green On Red, The Blasters en ja, The Legendary Stardust Cowboy maken naam. Rootsrock en cowpunk zijn hot – evenals Jason & The Scorchers. Gewapend met een handvol songteksten, een gitaar, de bijbel en een fles whiskey verruilt Jason Ringenberg in 1979 zijn woonplaats in Illinois voor Nashville. De slungelige boerenkinkel met een romantische inslag en een diep verankerd gevoel voor de traditie van de country & western formeert er zijn eerste Scorchers. Als Ringenberg een jaar of twee later in contact komt met een barband zonder frontman die in tweederangs bars een zakcentje verdient, bestempelt hij het punky rock-‘n-roll-trio als zijn nieuwe Scorchers. Samen met gitarist Warner Hodges, bassist Jeff Johnson en drummer Perry Baggs schuimt Jason eerst de cafés in Nashville af, om vervolgens in steeds grotere cirkels het Midwesten onveilig te maken met hun repertoire van hortende country, gejaagde rhythm & blues en verwoestende rock. Jason & The Scorchers hebben ondanks de beroerde muziekcultuur in Nashville het tij mee. De gruizige muzikale cocktail van het kwartet sluit nauw aan bij de nieuwe lichting van Rank And File, The Blasters, The Gun Club en Los Lobos. Ze toeren in het voorprogramma van R.E.M. en nemen als voorproefje op hun eerste volwaardige album voor major EMI America de mini-lp Fervor op. In het voorjaar van 1985 komt het door Memphis-legende Terry Manning geproduceerde Lost & Found uit – en het maakt een verpletterende indruk. Ook in Nederland, waar Jason en zijn Scorchers op Pinkpop mogen optreden. In kolkende songs als ‘Last Time Around’, White Lies’ en ‘Shop It Around’ klinken The Scorchers als een mix tussen de plattelandsneefjes van de Ramones en het derde generatie-addergebroed van Hank Williams en Johnny Cash. Maar Jason laat zich ook van zijn gevoelige en melancholieke kant horen, zoals het door een weeë pedal steel begeleide ‘Still Tied’. Het centrale nummer op Lost & Found is niettemin ‘Broken Whiskey Glass’, dat traag en miserabel begint maar ontaardt in een furieuze honky tonk-rocker. Lost & Found plaatst Jason & The Scorchers even in de voorhoede van de gitaarmuziek met roots-inslag en staat centraal in de korte cowpunk-hausse. Lang duurt het niet, want Still Standing van een jaar later stelt teleur. De hardrockgitaren, holle productie, mascara en foute kapsels – al draagt Jason zelf zijn onafscheidelijke Stetson – maken van The Scorchers een bijna-parodie. Over parodie gesproken: twintig jaar later is Ringenberg nog steeds actief; als Farmer Jason, schrijver en zanger van kinderliedjes.

Last Time Around / White Lies / If Money Talks / I Really Don’t Want To Know / Blanket Of Sorrow / Shop It Around / Lost Highway / Still Tied / Broken Whiskey Glass / Far Behind / Change The Tune

dinsdag 5 maart 2013

Racing Cars | Downtown Tonight


In 1977 staan Racing Cars op Pinkpop. Dat hebben ze te danken aan de top 20-hit ‘They Shoot Horses Don’t They?’, een nikserig, slap popliedje. Het doet echter geen recht aan de lp waarvan de hit afkomstig is: Downtown Tonight. Het debuutalbum van de vijf muzikanten uit Zuid Wales is namelijk een zeer soulvolle rockplaat, waarop de band op fraaie wijze Amerikaanse rootsrock met Britse pubrock vermengt. Weliswaar bezit Downtown Tonight een gepolijst geluid, maar de laidbacksfeer, de groovy sound en de robuuste zang van Gareth Mortimer maken van Racing Cars het Britse neefje van Little Feat. Wat in schurende, stompende rocksongs als ‘Calling The Tune’, en ‘Pass The Bottle’ nog eens bevestigd wordt door gierend slidespel. Tezamen met een serie broeierige, shuffelende ballads is Downtown Tonight, ondanks de suffe hit, een warmbloedig rockalbum. Maar warmbloedige rockalbums raken net als Racing Cars eind jaren zeventig geheel uit de mode, want weggeblazen door punk.

Calling The Tune / Hard Working Woman / Ladee-Lo / Downtown Tonight / Pass The Bottle / Moonshine Fandango / Four Wheel Drive / Get Out And Get It / They Shoot Horses Don’t They?

zondag 17 februari 2013

John Mellencamp | The Lonesome Jubilee


Aanvankelijk mislukt de muzikale carrière van John Mellencamp volledig, omdat David Bowie-manager Tony DeFries de doodgewone plattelandsjongen uit Seymour, Indiana wil transformeren tot de pin-up popster Johnny Cougar. In 1978 heeft Mellencamp, een illusie armer, zijn identiteit al ingeleverd en kost het hem een fortuin om terug te kopen. Maar het wordt nog erger; tegen de tijd dat John Cougar Mellencamp begin jaren tachtig in Amerika doorbreekt, is hij 5 miljoen dollar kwijt om zijn rechten terug te kopen. Dan krijgt Mellencamp ook weer een grote mond, die hij gebruikt om zich in te zetten voor de Democraten in het algemeen en de arbeider en het kleinschalige boerenbedrijf in het bijzonder. Het arbeidsethos van de heartland fier in het vaandel, worden zijn teksten kritischer en kritischer en richten zich tegen de realpolitik van president Reagan. Hij is de small town boy uit Indiana; een imago heeft hij niet. Mellencamp is in de kern een hardwerkende rock-'n-roller met een geweten, een beeld dat bevestigd wordt door het werkstuk dat een centrale positie inneemt in 's mans oeuvre: The Lonesome Jubilee. Muzikaal grijpt Mellencamp op dat album terug op authenticiteit en traditie: accordeon, viool, banjo en hakkebord zijn de smaakmakers te midden van knallende drums, scherpe gitaren en soulvolle dameskoortjes. Verlies van jeugd en idealen en een toekomst zonder perspectief zijn de centrale thema's op The Lonesome Jubilee, het felst verwoord in 'Down An Out In Paradise', dat geadresseerd is aan Reagan: Dear mr. president / I live in the suburbs / It's a long way from Washington, D.C. / Had me a job / Workin' for wages / Till the company moved out / And they forgot about me. Voortreffelijk is ook het sociaal bewogen 'We Are The People', fraai opgeluisterd door fiddle en twangende gitaar. In een messcherpe productie van Don Gehman en met een geweldige bezetting van onder meer Kenny Aronoff (drums, hakkebord), Toby Myers (bas, banjo), Larry Crane (gitaar, pedal steel, mandoline) en Mike Wanchic (gitaar, dobro, banjo, dulcimer) zet Mellencamp een serie bijzonder catchy rootsrocksongs neer die ook nog eens hits worden. 'Paper In Fire', 'Check It Out' en 'Cherry Bomb' maken van The Lonesome Jubilee een commercieel succes dat in de loop der jaren maar liefst 4 miljoen keer verkocht wordt. Maar daarnaast is het een bijzonder integer album dat thematisch en muzikaal een schitterende eenheid vormt, wat nog eens extra kracht bijgezet wordt door de iconische hoes waarop John Mellencamp zo fraai geportretteerd is aan de bar in het Midway Cafe in Elnora, Indiana met de 73-jarige lasser Woody Baker. The Lonesome Jubilee is in 1987 de lange neus die John Mellencamp naar de wereld maakt; het succes heeft Indiana's beroemdste rockzoon namelijk geheel zelf afgedwongen. Maar bovenal geldt The Lonesome Jubilee natuurlijk als een puur artistieke triomf.

Paper In Fire / Down And Out In Paradise / Check It Out / The Real Life / Cherry Bomb / We Are The People / Empty Hands / Hard Times For An Honest Man / Hotdogs And Hamburgers / Rooty Toot Toot

woensdag 19 december 2012

The Beat Farmers | Tales Of The New West


Ex-punker en platenwinkel-eigenaar Dan McLain richt in 1983 in San Diego, Californië The Beat Farmers op. McLain, beter bekend als Country Dick Montana, vindt eerst gitarist Jerry Raney, dan rockabilly-cats Bernard 'Buddy Blue' Seigal (zang, gitaar) en Rolle Dexter (bas) bereid de lokale clubs te teisteren met een wilde mix van cowpunk en alcohol-aangedreven rootsrock. The Beat Farmers hebben het tij mee, net als bevriende bands als Los Lobos en The Blasters, en weten hun live-reputatie te kapitaliseren middels een contract met Rhino Records. Voor slechts $ 4.000 nemen ze met saxofonist Steve Berlin als producer hun dampende debuutplaat op. Tales Of The West profiteert niet alleen van de luxe van drie zanger-gitaristen – Country Dick Montana, Buddy Blue en Jerry Raney – maar ook van gastvocalisten als Sid Griffin, Peter Case en Rank & File's Chip en Tony Kinman. Naast betekenisvolle covers van The Velvet Underground ('There She Goes Again') en Bruce Springsteen ('Reason To Believe') schitteren prachtige, gedreven roots-'n-roll songs als 'Bigger Stones', 'Never Goin' Back' en 'Selfish Heart'. Tales Of The West is eenmalig en neemt een bijzondere plaats in in het verzamelde werk van The Beat Farmers; platenlabel Curb maakt het The Beat Farmers op de volgende platen namelijk bijzonder moeilijk. Als de Amerikaanse golf van gitaarbands eind jaren tachtig afneemt, lijkt hiermee ook het bestaansrecht aan The Beat Farmers ontnomen.

Bigger Stones / There She Goes Again / Reason To Believe / Lost Weekend / California Kid / Never Goin' Back / Goldmine / Showbiz / Lonesome Hound / Where Do They Go / Selfish Heart / Happy

zondag 9 december 2012

Stealers Wheel | Stealers Wheel


Bijna een mensenleven lang verslaafd aan alcohol, bezweek Gerry Rafferty op 4 januari 2011 uiteindelijk aan de gevolgen daarvan. Hij werd slechts 63 jaar. Voor altijd verbonden aan 'Baker Street', mogen we Rafferty’s periode met Stealers Wheel niet zomaar uit het oog verliezen.
De allergrootste bekendheid heeft Stealers Wheel, zo'n twintig jaar nadat de band in de vergetelheid is geraakt, te danken aan Quentin Tarrantino's speelfilmdebuut Reservoir Dogs, waarin op de vrolijke klanken van 'Stuck In The Middle' bruut een oor wordt afgesneden. Stealers Wheel wordt op het radiostation K-Billy's Super Sounds Of The 70's overigens ten onrechte geïntroduceerd als 'Joe Egan and Gerry Rafferty a duo known as Stealers Wheel when they recorded this Dylanesque pop-bubblegum favorite.' De werkelijkheid is dat Stealers Wheel in 1972 naast Rafferty en Egan, schoolvrienden uit Glasgow, Schotland, bestaat uit Paul Pilnick (gitaar), Tony Williams (bas) en Rod Coombes (drums).
In deze samenstelling – en gek genoeg geproduceerd door het Amerikaanse jaren vijftig producersduo Jerry Leiber en Mike Stoller – neemt Stealers Wheel dan ook zijn debuut op, een sfeervolle popplaat die Britse pubrock combineert met Westcoast-harmoniëen. Rammelend en elektrisch zijn 'I Get By', 'Outside Looking In' en 'Jose', terwijl de melodieuze, pastorale kant van Stealers Wheel volop tot zijn recht komt in meesterlijke songs als 'Next To Me' en 'You Put Something Better Inside Me'. En dat laatste geldt natuurlijk ook voor de fenomenale hitsongs 'Late Again', een superieure ballad die in Nederland tot nummer vier komt, en het onsterfelijke 'Stuck In The Middle', dat de twaalfde positie haalt. Mede dankzij de hits, maar ook op zichzelf beschouwd mag Stealers Wheel, in die geinige dierentuin-hoes, gerust beschouwd worden als een prachtig album dat rootsrock combineert met voortreffelijk songschrijverschap.
Helaas is het Stealers Wheel-debuut niet een van de grote albums van de jaren zeventig; ondergewaardeerd, maar desalniettemin van een bescheiden pracht.

Late Again / Stuck In The Middle / Another Meaning / I Get By / Outside Looking In / Johnny's Song / Next To Me / José / Gets So Lonely / You Put Something Better Inside Me

zondag 2 december 2012

Creedence Clearwater Revival | Green River


In 1969 – het jaar dat Green River verscheen – was Creedence Clearwater Revival de best verkopende rock-act van de wereld. Daarmee overklasten ze zelfs The Beatles. Elke single van de band was goud, puur goud. Creedence Clearwater Revival trad zelfs op op Woodstock, maar is niet in de Woodstock-film te zien. In Amerika is de populariteit van de goudeerlijke swampy rootsrock het grootst; in Nederland is ‘Proud Mary’ voorjaar ’69 de eerste hit. Zanger en componist John Fogerty schrijft simpele maar trefzekere rockliedjes die zich vooral in de moerassen in het Zuiden afspelen, al is Fogerty, geboren in El Cerrito, een real Californian boy. Als reactie op de ellenlange jams van The Grateful Dead en Jefferson Airplane schrijft Fogerty zijn compacte en melodieuze liedjes, die bovendien gemakkelijk uitgevoerd kunnen worden door de bandleden die volgens Fogerty geen rasmuzikanten zijn. Begonnen als The Colliwogs, bestaat CCR vanaf 1967 naast John Fogerty uit zijn oudere broer Tom, bassist Stu Cook en drummer Doug Clifford. De band brengt zijn singles en lp’s uit op het kleine Fantasy Records, dat bestierd wordt door Saul Saenz. Na de tweede lp Bayou Country en de wereldhit ‘Proud Mary’ is Fogerty overtuigd van zijn muzikale en commerciële gaven. Zelfverzekerd en met een gevoel van totale vrijheid – ondanks de aanwezigheid van de dictatoriale Saenz – schrijft Fogerty zijn volgende serie eenvoudige rockliedjes met onheilszwangere teksten: ‘Bad Moon Rising’ en ‘Green River’. Deze all-time klassiekers verschijnen op Green River dat in augustus van 1969 wordt uitgebracht. Green River, gearrangeerd en geproduceerd door John Fogerty, bereikt in Amerika direct een platina-status en is een vervolg op het succes van de eerder uitgebrachte singles. ‘Bad Moon Rising’ levert CCR in juli ’69 ook de eerste top 10-hit in Nederland op. Green River is een werkstuk van een groep – lees: John Fogerty – op de toppen van zijn kunnen. In compacte songs en louter ontsproten aan zijn fantasie zet Fogerty een broeierige sfeer neer die de luisteraar meevoert naar de spookachtige swamps, land van hel, verdoemenis en Mark Twain – het mooist vertolkt in ‘Bad Moon Rising’. Het noodlottige ‘Green River’ blijkt vernoemd te zijn naar limonadesiroop, maar maakt de song niet minder indringend. ‘Commotion’ – de derde hit van de lp – is een vurige rocksong, ‘Tombstone Blues’ een luie groove en ‘Sinister Purpose’ een prachtig kleinood dat wordt overschaduwd door de hits. De tragische vertelling ‘Lodi’ – getoonzet in een weemoedig ritme – is ondanks de aanwezigheid van die wereldhits misschien wel de fraaiste Fogerty-compositie. Green River bezorgt CCR de status van populairste band van de wereld, waarna er nog een onwaarschijnlijke serie wereldhits zullen verschijnen.

Green River / Commotion / Tombstone Shadow / Wrote A Song For Everyone / Bad Moon Rising / Lodi / Cross-tie Walker / Sinister Purpose / The Night Time Is The Right Time 

woensdag 14 november 2012

The Tragically Hip | Up To Here


Het zijn jeugdvrienden uit Kingston, Canada, die na high school en high schoolbands in 1983 The Tragically Hip – de naam ontleend aan een Michael Nesmith-video – oprichten: zanger Gordon Downie, gitarist Bobby Baker, bassist Gord Sinclair, drummer Johnny Fay en een Noord-Amerikaanse saxofonist die al snel het veld ruimt voor ritmegitarist Paul Langlois. Zat van de zielloze nep-rock-’n-roll van Noord-Amerikaanse bands die optreden in de dranklokalen in hun woonplaats Kingston, gaat The Hip zijn eigen rock-’n-roll spelen. Aanvankelijk komen ze alleen aan de bak als coverband – met als voordeel dat ze leren spelen en leren het publiek te bespelen – maar gaandeweg ontwikkelt The Tragicaly Hip een eigen repertoire op basis van klassieke bands uit de jaren zeventig zoals The Rolling Stones, Creedence Clearwater Revival, Little Feat en ja, Golden Earring. Ze worden tijdens een optreden in Toronto ontdekt door de labelbaas van MCA Records en brengen in 1987 een mini-cd uit. Voor het volwaardige debuut reist de band zuidwaarts naar Memphis, Tennessee en neemt onder leiding van Don Smith in de legendarische Ardent Studios het debuutalbum Up To Here op. The Tragically Hip betonen zich wars van intellectualisme, bezitten een aards arbeidsethos van drinken en spelen – en dat levert een dampende en stampende rock-’n-rollplaat op. Het is pretentieloze rock-’n-roll; maar fantastische pretentieloze rock-’n-roll. Downie beschikt over een ruig stemgeluid en kwaakt zijn moeilijk te doorgronden teksten in de microfoon, al passeren onderwerpen als fellatio, ontsnapte gevangenen, geladen wapens en het apocalyptische beeld van een zinkende stad de revue. Dat laatste geeft blijkt van een helderziende blik: ‘New Orleans Is Sinking’, een zompige rootsrocksong, evenals ‘Blow At High Dough’ en ‘When The Weight Comes Down’. ‘Another Midnight’ kent een broeierige, southern R.E.M.-sfeer, ‘Opiated’ is een onheilszwangere rocksong met rammelende gitaarsolo van Baker, ‘She Didn’t Know’ wordt voortgejaagd door stuwende en solerende elektrische gitaren en ‘38 Years Old’ is een met slidegitaar doortrokken menselijk drama. De Canadezen laten zich op Up To Here gelden als in de Mississippi-delta gewortelde rock-’n-rollers – en in deze gedaante maken ze zonder meer indruk. Dat blijkt ook uit de verkoopcijfers in thuisland Canada: drievoudig platina. Vervolgplaten als Road Apples en Fully Completely verstevigen deze reputatie; ook in de Verenigde Staten en ook in Nederland, waar The Tragically Hip kan rekenen op volle zalen. Dat blijkt wel uit ‘At The Hundreth Meridian’ van Fully Completely: populair van Buffalo tot Hengelo.

Blow At Heigh Dough / I’ll Believe In You (Or I’ll Be leaving Tonight) / New Orleans Is Sinking / 38 Years Old / She Didn’t Know / Boots Or Hearts / Everytime You Go / When The Weight Comes Down / Trickle Down / Another Midnight / Opiated

zondag 16 september 2012

Brinsley Schwarz | Brinsley Schwarz



In de weken die eindigen op 18 en 25 oktober 1969 staat er een advertentie in de Britse Melody Maker die afkomstig is van Famepushers Ltd. Achter dit bedrijf schuilen de zakenlui Edward Moulton en Stephen Warwick, entrepeneurs die actief zijn in de filmindustrie en zich verder bezighouden met de exploitatie van een vakantie-eiland in de monding van de Thames, de organisatie van het spectaculairste bridgetoernooi ooit en voor de rest met alles waar geld mee valt te verdienen. Dus zijn Moulton en Warwick via een advertentie op zoek naar een jonge band met songschrijverskwaliteiten. De zojuist van Kippington Lodge naar Brinsley Schwarz omgedoopte band – bestaande uit Brinsley Schwarz, Billy Rankin, Nick Lowe en de net toegetreden Bob Andrews – reageert op de oproep. Nadat het viertal onder de naam Kippington Lodge een vijftal geflopte singles heeft uitgebracht, schept de nieuwe naam nieuwe kansen. En deze nieuwe kans dient zich aan als de mannen achter Famepushers heil zien in de potentie van Brinsley Schwarz. Dave Robinson – ex-roadie van Jimi Hendrix – wordt door Famepushers aangesteld als producer en manager. Binnen afzienbare tijd – gedurende welke de Brinsleys in de studio schaven aan hun debuut-lp – weet de handige Robinson een platencontract bij United Artists af te dwingen door een kant en klaar product, inclusief de door grafisch artiest Barney Bubbles ontworpen hoes, te presenteren. Het gretige label verstrekt een fiks voorschot – dat overigens direct bij Famepushers terecht komt. Het schept echter wel verplichtingen, vandaar dat Robinson samen met de opportunistische denktank van Famepushers een ongekend spectaculaire publiciteitsstunt verzint.
De eerste kennismaking met de pers moet, aldus de megalomane leiding van Famepushers, daarom plaatsvinden in een aansprekende gelegenheid, en die aansprekende gelegenheid is The Fillmore East te New York. Het moet het Famepushersteam – en Dave Robinson in het bijzonder – worden nagegeven; zij krijgen het voor elkaar om met een van Aer Lingus gehuurd toestel 140 journalisten van allerlei pluimage over te brengen naar New York, alwaar Brinsley Schwarz op 4 en 5 april 1970 in The Fillmore East zal optreden in het voorprogramma van Van Morrison en Quicksilver Messenger Service. De ondernemingsgeest van Famepushers ten spijt, het plan draait op een totale mislukking uit. Allereerst krijgen Lowe, Andrews en Rankin geen visum voor Amerika, zodat het drietal via Canada de Verenigde Staten wordt ingesmokkeld. Dit plan lukt, ook al zal de band vlak voor de soundcheck in The Fillmore East arriveren. De krakkemikkige Air Lingus Boeing, met aan boord de Britse pers, krijgt kort na het vertraagde vertrek panne, zodat het gerepareerd moet worden op Shannon Airport. De journalisten worden onthaald op gratis drank in de airport-lounge en in combinatie met de meegebrachte drugs is dit de oorzaak dat het zaakje compleet ontspoort. Meer dan 100 totaal beschonken en benevelde journalisten zijn er op het nippertje getuige van dat Brinsley Schwarz, op gehuurde apparatuur en instrumenten, een rampzalig optreden verzorgen. De kritieken in de Britse bladen zijn vernietigend: ‘The Biggest Hype Of All Time’ (Melody Maker).
The band voelt zich totaal vernederd, maar ondanks dat verschijnt op 17 april 1970 de debuut-lp Brinsley Schwarz. Een debuut-lp die er zijn mag. In de zeven composities, waarvan zes van de hand van Nick Lowe, komt een beeld naar voren van een sympathieke band die met veel gevoel voor harmonie en muzikaliteit in een tradionele bezetting de sterren simpelweg van de hemel speelt. Er is een meer dan prominente rol voor de rollende orgelklanken van Bob Andrews, waardoor er overeenkomsten zijn met Caravan en Traffic. De belangrijkste invloed is echter gelet op de meerstemmige zang en het evidente Westcoast-gevoel Crosby, Stills, Nash & Young. Lowe transporteert op welhaast perfecte wijze de Californische sfeer naar het Britse landschap, zoals in Mayfly: I’m going down to the valley / Find myself a Mayfly. De nummers, die in lengte variëren van vier tot tien minuten, laten – hoewel misschien niet altijd even origineel – een grote rijkdom zien. Het is dan ook, ondanks het debacle, terecht dat de debuutplaat Brinsley Schwarz op zijn eigen merites is beoordeeld en goed ontvangen is in de Britse pers. Terecht, omdat Brinsley Schwarz later met Despite It All, Silver Pistol en Nervous On The Road meesterlijke platen afleverde. En vooral – als reactie op de grootheidswaan van het debuutoptreden – omdat Brinsley Schwarz één van de initiators was van de pubrock. Een levendige pretentieloze stroming die respectvol putte uit de geschiedenis van rock & roll, soul en rhythm & blues en die countryrock verbond met punk. Brinsley Schwarz zijn daarmee de aartsvaders van de ongedwongen liedjes, de kleinschalige optredens en de goudeerlijke rockmuziek. Het schitterende debuut Brinsley Schwarz was in 1970 de illustere voorbode van de pubrock en is om die reden een scharnierpunt binnen de 20e eeuwse popmuziek.

Hymn To Me / Shining Brightly / Rock And Roll Women / Lady Constant / What Do You Suggest? / Mayfly / Ballad Of A Has-Been Beauty Queen

donderdag 13 september 2012

Frankie Miller | Once In A Blue Moon

Hij is beroemd om zijn schuurpapieren stem, maar daarnaast is Frankie Miller een begenadigde songsmid die liedjes schrijft op het snijvlak van soul, country en blues. Als Miller in 1970 verhuist van Glasgow naar Londen en optredens doet in het pubcircuit, wordt hij ontdekt door Procol Harum-gitarist Robin Trower. Deze lijft hem in bij zijn nieuwe groep Jude, maar begin '72 is Frankie weer in z'n eentje, al heeft hij er wel een platencontract bij Chrysalis aan overgehouden en wordt hij voor de opnamen van zijn debuutplaat gekoppeld aan Brinsley Schwarz. Opgenomen in de Rockfield Studios in Wales en geproduceerd door Brinsley-manager Dave Robinson, is Once In A Blue Moon een staaltje excellente rootsrock. De begeleiding door de Brinsleys is voortreffelijk; ruimtelijk, droog en uitermate soulvol door Bob Andrews' Hammond-orgel en de gitaarlicks van Ian Gomm en Brinsley Schwarz. Nick Lowe zorgt samen met een gospel-achtig dameskoortje voor heerlijke achtergrondzang; dit alles vormt de perfecte begeleiding voor Millers briljante zang. Swingende liedjes als 'You Don't Need To Laugh (To Be Happy)', 'It's All Over' en 'In Noresistance', evenals de magnifieke soulballads 'I Can't Change It' en 'After All (Live My Life)' zijn dan ook schitterend uitgevoerd en bezwangerd met geweldige melodieën bovendien. Al op zijn debuut klinkt de dan 22-jarige Miller volgroeid en uitermate zelfverzekerd; Once In A Blue Moon is gelijk een meesterwerkje van formidabele rootsrock.

You Don't Need To Laugh (To Be Happy) / I Can't Change It / Candlelight Sonata / Ann Eliza Jane / 'It's All Over / In Noresistance / After All (Live My Life) / Just Like Tom Thumb's Blues / Mail Box / I'm Ready

zondag 1 april 2012

The Freewheelers | Waitin' For George

Luther Russell is een talentvol muzikant: hij speelt gitaar, bas, drums, piano en orgel. Hij is bovendien een producer die producties op zijn naam heeft staan van sterke platen van Warren Pash, Fernando en Richmond Fontaine. Ook heeft Russell – die zijn eerste bandje, The Boothills, in 1987 begon met Jakob Dylan – een serie cd's op eigen naam uitgebracht. Luther Russell is ook die zanger met de cokeskloppersstem op Waitin' For George, het rauwe, opwindende album van The Freewheelers dat in 1996 op American Recordings verscheen. Na het mislukte zelfgetitelde debuut op Geffen in 1991 komen The Freewheelers na een verhuizing van Los Angeles naar Portland onder de vleugels van producer George Drakoulias. Hij bezorgt The Freewheelers een rauwe rootsrocksound die het midden houdt tussen Derek And The Dominoes, Joe Cocker en Little Feat. De albumtitel is dan ook een verwijzing naar Little Feats' live-album en naar producer Drakoulias. Op Waitin' For George zingt Luther Russell zijn amandelen uit zijn strot om boven de dampende southern rock van zijn kornuiten uit te komen – met groot effect op het prijsnummer '(Chico's Sellin') Maps To The Stars'. Blues, soul en countryrock domineren Waitin' For George, opgepookt door de hamerende piano van Chris Joyner, Dave Sobels rollende Hammond en Luther Russells imposante scheur die Joe Cocker doet verbleken. Zelf noemt Luther Russell het een 'built-in Mad Dogs And Englishmen sound'. En dat is de spijker op zijn kop.
Best Be On Your Way / What's The Matter Ruth? / Mother Nature Lady / Ghost Of Tchoupitoulas St. / My Little Friend / (Chico's Sellin') Maps To The Stars / Crime Pays / Walkin' Funny / About Marie / Kiss Her For The Punk / Elevator Man / Blame / Let The Music Bring A Smile