Posts tonen met het label soul. Alle posts tonen
Posts tonen met het label soul. Alle posts tonen

donderdag 21 april 2016

Prince | Sign O' The Times

Prince Leroy Rogers is in 1987 al jarenlang een wereldster. Zijn chef d'oeuvre moet dan nog verschijnen, maar Prince heeft de wereld reeds veroverd met een compromisloze attitude en een unieke cross-over tussen soul en pop. Vanaf zijn twaalfde zit Prince in een groep die top 40-materieel speelt in en om Minneapolis, Minnesota. Vanuit een fascinatie voor pornografische lectuur gaat Prince zijn eigen scabreuze songs schrijven, die hij als de multi-instrumentalist die hij is, zelf opneemt. Een eerste poging een platencontract te scoren mislukt omdat de kleine eigenwijze prins volledige artistieke vrijheid wenst, maar met behulp van een kiene manager en een gewiekste jurist lukt dat bij Warner Bros.wel. Prince is dan krap aan 17 jaar, maar kwaliteit verloochent zich niet. Na drie in zijn eentje in elkaar geknutselde albums is de schuchtere Prince 's werelds meest meest controversiële popartiest vanwege zijn teksten over triootjes, pijpen en incest. Zijn liedjes worden om die reden overigens niet op de Amerikaanse radio gedraaid, maar live is Prince een exhibitionistische geilneef in vieze man-regenjas en jarretels. Voor wereldwijd succes zorgt Purple Rain in 1984, een geslaagde mix van moderne soul en gitaarrock, twee jaar later gevolgd door het commercieel geslaagde Parade. Maar na deze groepsalbums – Prince houdt er met The Revolution, The Time, Vanity 6 en Sheila E een heuse hofhouding op na – keert His Royal Badness terug naar zijn basis: zijn volgende album neemt hij in z'n eentje op in zijn eigen Paisley Park-studio. Prince gooit alles in de centrifuge: klassieke soul, George Clinton-funk, new wave-synthesizers, mechanische percussie en Hendrix-gitaren. Het resultaat is een opwindende muzikale hutspot, nota bene verspreid over twee separaat uitgebrachte cd's: Sign O' The Times. De creatieve duizendpoot bereikt in maart 1987 zijn artistieke zenit, want een orgiastisch popalbum en caleidoscopische soulplaat tegelijk – en ook nog eens in tweevoud. Tussen de vertrouwde Prince-funk bevinden zich voortreffelijke, universele popsongs als 'Strange Relationship' en 'I Could Never Take The Place', die schaamteloos catchy zijn. Opvallend is ook het kirrende 'U Got The Look', de barok-funk van 'It' en de Stylistics-soul van 'Slow Love'. Ronduit geniaal is Prince echter in 'The Ballad of Dorothy Parker', dat op zwoele Stevie Wonder-soul is gebaseerd, het hypnotiserende, orkestrale 'If I Was Your Girlfriend', de ultieme Prince-natte droom, en het apocalyptische 'Sign O' The Times'. Tekstueel betoont Prince zich hierin geëngageerd – But if a night falls and a bomb falls / Will anybody see the dawn / Time, time – muzikaal is het titelnummer schurend, wurgend, deprimerend funky. De magnifieke single, nummer 6 in de top 40, is de volmaakte prelude van een even magnifiek en tevens artistiek volledig geslaagd dubbelalbum. Sign O' The Times, gevolgd door een indrukwekkende wereldtournee, is Prince's beklimming van de Olympus; een levenskunstwerk. 

Sign O' The Times / Play In The Sunshine / Housequake / The Ballad Of Dorothy Parker / It / Sarfish And Coffee / Slow Love / Hot Thing / Forever In My Life / U Got The Look / I Was Your Girlfriend / Strange Relationship / I Could Never Take The Place Of Your Man / The Cross / It's Gonna Be A Beautiful Night / Adore 

zaterdag 14 juli 2012

Rodriguez | Cold Fact

De fansite meldt trots dat Rodriguez de grootste in levende zijnde cultartiest van de wereld is. Niet Alex Chilton, niet Don Van Vliet, niet Roky Erickson en niet The Legendary Stardust Cowboy. Nee, Rodriguez. Het is vermoedelijk nog waar ook, al was het maar omdat de geboren Amerikaan zelden tot nooit in de Verenigde Staten heeft opgetreden.
Hoewel geboren uit Mexicaanse ouders, Sixto Diaz Rodriguez’ wieg staat op Michigan Avenue, Detroit. Sixto – het zesde kind – wordt geboren op 10 juli 1942. Hij groeit op in een arbeidersfamilie en heeft baantjes als stukadoor, dakdekker en pompbediende. Als 25-jarige krijgt Rodriguez een kans om voor een klein labeltje een single op te nemen: ‘I’ll Slip Away’. De single wordt niet alleen een flop, maar wordt ook toegeschreven aan ‘Rod Riguez’. Een aantal later jaren probeert Rodriguez het weer en nu heeft hij Buddah Records achter zich staan en mag hij onder leiding van huisproducers Mike Theodore en multi-sessiegitarist Dennis Coffey voor Buddah-offshoot Sussex aan zijn debuut-lp werken. Sixto Diaz Rodriguez blijkt, eind jaren zestig, een typische singer-songwriter te zijn die zich wapent met subtiel akoestisch gitaarspel en maatschappijkritische teksten. Het leven in de achterstandwijken van Detroit, de hieruit voortvloeiende vervreemding en het vele drugsgebruik zijn de onderwerpen die Rodriguez in zijn teksten aanroert. En daarbij, als kansarm immigrantenkind is hij ervaringsdeskundige bij uitstek. Met de opnamen voor Cold Fact wordt hem niettemin de kans geboden zijn armetierige bestaan te ontstijgen. In minder dan twee maanden nemen Rodriguez en zijn uitgelezen studioband in de Tera-Shirma Studios in natuurlijk Detroit de nummers – alle eigen composities – op voor Cold Fact. Naast de superieure gitarist Dennis Coffey valt het logge en groovende basspel op van Bob Babbitt, bassist bij The Funk Brothers en te horen op tientallen hits van het Tamla Motown-label. Het is dan ook het knorrende basspel van Babbitt dat het psychedelische ‘Only Good For Conversation’ inluidt. Een meesterlijke rocksong op het snijvlak van singer-songwriter, psychedelische soul en hallucinerende sixtiesrock en een hoogtepunt op deze plaat. Het is sowieso die onwaarschijnlijke mix van folky protestzang à la Fred Neil, Motown en psychedelica die Cold Fact tot een heel bijzondere lp maakt. Rodriguez heeft de verloederende binnenstad tot het basisthema van Cold Fact verheven. In ‘Establishment Blues’ gaat Rodriguez het bestuur van de stad te lijf: Garbage ain’t collected, woman ain’t protected / The maffia’s getting bigger, like polluton in the river. Ook in ‘Inner City Blues’ en ‘Hate Street Dialogue’ spuit Rodriguez zijn kritiek – The inner city birthed me / The local pusher nursed me. ‘Gomorrah (A Nursery Rhyme)’ doet sterk denken aan soft-psychedelische folk van Donovan, ‘I Wonder’ is een anti-warsong met nerveus rollend orgel en ‘Like Janis’ is een bitterzoet folkrocknummer met mooi refrein en orkestrale begeleiding. Het topnummer is echter ‘Sugar Man’ – tevens Rodriguez’ bekendste nummer – waarin alle elementen samenvloeien: zwevende orgellijnen, galmende koperblazers en psychedelische effecten. Een single uit duizenden.
Met Cold Fact heeft Rodriguez in een muzikaal dagboek de stad Detroit fraai geportretteerd – net als Lou Reed dat twintig jaar later zou doen met New York. De geëngageerde teksten, het singer-songwritersidioom, het subtiele akoestische gitaarspel van Rodriguez en zeker ook de door wahwah en feedback gestuurde gitaar van Dennis Coffey maken van Cold Fact een uniek jaren zestig-document.
Maar Cold Fact bleek aan nagenoeg niemand besteed, net zo min als de opvolger Coming From Reality. En Rodriguez trok zich terug uit de business, concentreerde zich op de lokale politiek. Tot een onwaarschijnlijke speling van het lot van Cold Fact een megaseller in Australië maakte. Nieuw-Zeeland volgde, evenals Zuid-Afrika. In deze landen gaf Rodriguez in de jaren tachtig stadionconcerten en werd daar een megaster. De oudere Rodriguez is in Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika een muzikale held. In de rest van de wereld – inclusief Amerika – is Sixto Diaz Rodriguez niets meer dan een figuur in de marge; een cultartiest van de allerhoogste orde.

Sugar Man / Only Good For The Conversation / Crucify Your Mind / Establishment Blues / Hate Street Dialogue / Forget It / Inner City Blues / I Wonder / Jane S. Pidy / Gommorah (A Nursery Rhyme) / Rich Folks Hoax / Like Janis

zaterdag 21 januari 2012

Rodriguez | Cold Fact

De fansite meldt trots dat Rodriguez de grootste in levende zijnde cultartiest van de wereld is. Niet Alex Chilton, niet Don Van Vliet, niet Roky Erickson en niet The Legendary Stardust Cowboy. Nee, Rodriguez. Het is vermoedelijk nog waar ook, al was het maar omdat de geboren Amerikaan zelden tot nooit in de Verenigde Staten heeft opgetreden.
Hoewel geboren uit Mexicaanse ouders, Sixto Diaz Rodriguez’ wieg staat op Michigan Avenue, Detroit. Sixto – het zesde kind – wordt geboren op 10 juli 1942. Hij groeit op in een arbeidersfamilie en heeft baantjes als stukadoor, dakdekker en pompbediende. Als 25-jarige krijgt Rodriguez een kans om voor een klein labeltje een single op te nemen: ‘I’ll Slip Away’. De single wordt niet alleen een flop, maar wordt ook toegeschreven aan ‘Rod Riguez’. Een aantal later jaren probeert Rodriguez het weer en nu heeft hij Buddah Records achter zich staan en mag hij onder leiding van huisproducers Mike Theodore en multi-sessiegitarist Dennis Coffey voor Buddah-offshoot Sussex aan zijn debuut-lp werken. Sixto Diaz Rodriguez blijkt, eind jaren zestig, een typische singer-songwriter te zijn die zich wapent met subtiel akoestisch gitaarspel en maatschappijkritische teksten. Het leven in de achterstandwijken van Detroit, de hieruit voortvloeiende vervreemding en het vele drugsgebruik zijn de onderwerpen die Rodriguez in zijn teksten aanroert. En daarbij, als kansarm immigrantenkind is hij ervaringsdeskundige bij uitstek. Met de opnamen voor Cold Fact wordt hem niettemin de kans geboden zijn armetierige bestaan te ontstijgen. In minder dan twee maanden nemen Rodriguez en zijn uitgelezen studioband in de Tera-Shirma Studios in natuurlijk Detroit de nummers – alle eigen composities – op voor Cold Fact. Naast de superieure gitarist Dennis Coffey valt het logge en groovende basspel op van Bob Babbitt, bassist bij The Funk Brothers en te horen op tientallen hits van het Tamla Motown-label. Het is dan ook het knorrende basspel van Babbitt dat het psychedelische ‘Only Good For Conversation’ inluidt. Een meesterlijke rocksong op het snijvlak van singer-songwriter, psychedelische soul en hallucinerende sixtiesrock en een hoogtepunt op deze plaat. Het is sowieso die onwaarschijnlijke mix van folky protestzang à la Fred Neil, Motown en psychedelica die Cold Fact tot een heel bijzondere lp maakt. Rodriguez heeft de verloederende binnenstad tot het basisthema van Cold Fact verheven. In ‘Establishment Blues’ gaat Rodriguez het bestuur van de stad te lijf: Garbage ain’t collected, woman ain’t protected / The maffia’s getting bigger, like polluton in the river. Ook in ‘Inner City Blues’ en ‘Hate Street Dialogue’ spuit Rodriguez zijn kritiek – The inner city birthed me / The local pusher nursed me. ‘Gomorrah (A Nursery Rhyme)’ doet sterk denken aan soft-psychedelische folk van Donovan, ‘I Wonder’ is een anti-warsong met nerveus rollend orgel en ‘Like Janis’ is een bitterzoet folkrocknummer met mooi refrein en orkestrale begeleiding. Het topnummer is echter ‘Sugar Man’ – tevens Rodriguez’ bekendste nummer – waarin alle elementen samenvloeien: zwevende orgellijnen, galmende koperblazers en psychedelische effecten. Een single uit duizenden.
Met Cold Fact heeft Rodriguez in een muzikaal dagboek de stad Detroit fraai geportretteerd – net als Lou Reed dat twintig jaar later zou doen met New York. De geëngageerde teksten, het singer-songwritersidioom, het subtiele akoestische gitaarspel van Rodriguez en zeker ook de door wahwah en feedback gestuurde gitaar van Dennis Coffey maken van Cold Fact een uniek jaren zestig-document.
Maar Cold Fact bleek aan nagenoeg niemand besteed, net zo min als de opvolger Coming From Reality. En Rodriguez trok zich terug uit de business, concentreerde zich op de lokale politiek. Tot een onwaarschijnlijke speling van het lot van Cold Fact een megaseller in Australië maakte. Nieuw-Zeeland volgde, evenals Zuid-Afrika. In deze landen gaf Rodriguez in de jaren tachtig stadionconcerten en werd daar een megaster. De oudere Rodriguez is in Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika een muzikale held. In de rest van de wereld – inclusief Amerika – is Sixto Diaz Rodriguez niets meer dan een figuur in de marge; een cultartiest van de allerhoogste orde.
Sugar Man / Only Good For The Conversation / Crucify Your Mind / Establishment Blues / Hate Street Dialogue / Forget It / Inner City Blues / I Wonder / Jane S. Pidy / Gommorah (A Nursery Rhyme) / Rich Folks Hoax / Like Janis