Posts tonen met het label southern-gothic. Alle posts tonen
Posts tonen met het label southern-gothic. Alle posts tonen

donderdag 16 januari 2014

Blanche | If We Can't Trust The Doctors...


Dan John Miller is een oude kompaan van Jack White. Voordat White The White Stripes lanceert, maakt hij in Detroit, Michigan samen met Miller deel uit van Goober & The Peas en Two Star Tabernacle. Dan scheiden zich hun wegen; White gaat op weg naar wereldroem en Miller richt met zijn vrouw Tracee een countryfolkband op die diep geworteld is in depressieperiode van de jaren dertig van de 20e eeuw. Kort geschoren hoofden, armoedige kleding en een antieke Appalachen-sound: Blanche is de naam van de band.
Blanche is zo rond de eeuwwisseling een puur anachronisme vanwege de ouderwetse, vooroorlogse sound en de sepia-getinte sfeer. Aan de andere kant kent Blanche een punk-attitude die overigens paradoxaal genoeg wordt vormgegeven door banjo, pedal steel, en de countryeske samenzang van Dan John en Tracee. Blanche bevindt zich daardoor in het territorium van The Gun Club en 16 Horsepower, wat moge blijken uit de ronduit fantastische debuutsingle 'Who's To Say' uit 2003. Daarop volgt een jaar later het magnifieke debuutalbum If We Can't Trust The Doctors... Het handelsmerk van Blanche – ratelende banjo, kermende pedal steel en man/vrouw-samenzang – wordt ten volle uitgebuit in opzwepende, jagende liedjes als ''Bluebird', 'So Long Cruel World', 'Garbage Picker' en 'Someday'. 'Jack On Fire' is voorts een geniale Gun Club-cover, terwijl tergend slepende ballads als 'Do You Trust Me', 'The Hopeless Walz' en de traditional 'Wayfaring Stranger' simpelweg overrompelen.
Met cameos van Jack White en Brendan Benson, de ronduit voortreffelijke Miller-composities en de raak neergezette depressie-sfeer, is If We Can't Trust The Doctors... eenvoudigweg een fantastisch album – een van de beste van het zalige muziekjaar 2004.

(Preamble) / Who's To Say / Do You Trust Me? / Superstition / Bluebird / So Long Cruel World / Another Lost Summer / Jack On Fire / Garbage Picker / The Hopeless Waltz / Wayfaring Stranger / Someday


dinsdag 17 december 2013

Blue Mountain | Homegrown


In 2008 proberen Laurie Stiratt en Cary Hudson het na ruim zes jaar opnieuw, want dan verschijnt hun vijfde cd Midnight In Mississippi. Stiratt en Hudson: gehuwd en gescheiden, opnieuw tot elkaar veroordeeld. Ze leren elkaar kennen in 1989 als John Stiratt – de huidige bassist van Wilco – zijn tweelingzus Laurie vraagt bassist te worden in The Hilltops, een band die hij in Oxford, Mississippi heeft met zanger/gitarist Cary Hudson. In 1991 gaan Stiratt en Hudson op avontuur naar Los Angeles, maar binnen een jaar is het stel terug in Oxford, het universiteitsstadje dat southern gothic novelists William Faulkner en Larry Brown voorbracht. Niet alleen richten ze Blue Mountain op – met drummer Frank Coutch – maar ze worden ook man en vrouw. 
Via een vriend komen ze onder contract bij het heavy metal-label Roadrunner, waarop in 1995 het debuut Dog Days verschijnt. De opnamen voor de opvolger vinden met onderbrekingen en verspreid over drie maanden plaats in de Route 1-studio van Cary Hudsons neef Chris Hudson en producer Jeffrey Reed in Monticello, meer dan 200 mijl zuidelijker in Mississippi. Talloze keren maakt het trio de tocht over het platteland van Mississippi – en dat werkt door in Hudsons songs; roadsongs over verlaten en eindeloze plattelandswegen. Maar ook de veranda thuis in Oxford is een geliefde plek van het stel; niets voor niets heet Blue Mountains tweede Homegrown, met op de hoes een foto van het trio op de back porch. Ook op de hoes staat Willie, hoofdpersoon in het voortjagende ‘Black Dog’ en verantwoordelijk voor het achtergrondgeblaf. Maar er zijn meer bijzondere personages in Hudsons songs. Zoals ‘Ira Magee’, over een lokale blueszanger die in het niets verdwijnt; de onbereikbare Myrna Lee in het twangende gelijknamige nummer; Midnight Clyde die bij zijn dood een grote leegte achterlaat, maar wel schitterend geportretteerd wordt in ‘Last Words Of Midnight Clyde’; en de dorpsgek, vereerd met het fraaie traditionele walsje ‘Town Clown’. Het is het kleinstedelijke leven op het platteland van Mississippi dat het terugkerende thema is in Cary Hudsons teksten. Muzikaal beweegt Blue Mountain zich tussen countryblues, southern rock en aanstekelijke pop, met vervlechtende akoestische en elektrische gitaren en in eenvoudige maar zeer doeltreffende arrangementen. Wat ook ten volle geldt voor ‘Babe’, een jengelende, R.E.M.-achtige ode aan de huwelijkse staat, het swingende ‘Bloody 98’ – waarin een overspelige echtgenoot heen en weer racet over de US 98 – en het broeierige en meeslepende ‘Dead End Street’, een oude compositie van Hudson die ook te vinden is op The Hilltops’ Big Black River . De respectvolle liner notes van Larry Brown ten slotte vervolmaken dit eerbetoon aan het plattelandsleven in het Diepe Zuiden. 
Dat mag zo zijn; van Homegrown gaan niet meer dan 16.000 exemplaren over de toonbank en van de opvolgers nog minder. In 2001 hebben Laurie Stiratt en Cary Hudson geen huwelijk, geen platencontract en geen drummer.

Bloody 98 / Myrna Lee / Pretty Please / Black Dog / Generic America / Last Words Of Midnight Clyde / Babe / It Ain’t Easy To Love A Liar / Ira Magee / Town Clown / Dead End Street / Rain 

vrijdag 16 augustus 2013

Daughn Gibson | Me Moan


Geboren in Nazareth, Pennsylvania, en dus net afkomstig van boven de Mason-Dixon Line is Daughn Gibson en zijn duistere, gevaarlijke muziek niettemin pure southern gothic. Gibson, een robuuste verschijning van het type twaalf ambachten, dertien ongelukken, heeft op Me Moan, het debuut voor Sub Pop, zijn uiteindelijke bestemming gevonden als tamelijk onconventioneel singer-songwriter. God, de dood, geweld, alcohol, drugs en de zoektocht naar verlossing zijn steeds opduikende thema's in Gibson teksten, bekend wellicht, maar daarbij is de muzikale omlijsting ronduit spectaculair, want een waanzinnige begeleiding van weirde samples, cello, pedal steel en dreunende twang-gitaar – en steeds op het dreinende, dreigende ritme van ijzige synthbeats. Daughn Gibson is afkomstig van een andere planeet. Hij zingt als een ijskoud gekoelde Scott Walker en zijn sound houdt het midden tussen de vleermuizen-gothic van The Sisters Of Mercy en de cowboy-twang van Wall Of Voodoo – een combinatie zelden vertoond. 'My daddy was a beast' zijn Gibsons eerste woorden in de overweldigende opener The Sound Of Law en vanaf dat moment neemt hij je mee op een wilde achtbaanrit. Strakke, jagende ritmes slepen mee, imponeren. Gibsons stentor-zang poogt de boel bij elkaar te houden en dat lukt vooral vanwege de echt ijzersterke composities. Zodoende is er zomaar ruimte voor een weemoedige countryballad als het schitterende All My Days Off. Wat een geweldig album.

The Sound Of Law / Phantom Rider / Mad Ocean / The Pisgee Nest / You Don't Fade / Franco / Won't You Climb / The Right Signs / Kissing On The Blacktop / All My Days Off / Into The Sea


woensdag 19 juni 2013

Jim White | Wrong-Eyed Jesus!

Geheimzinnige verhalen in een setting van spookachtige, krakende country-noir: Jim White's Wrong-Eyed Jesus! is in 1997 een tamelijk spectaculair debuut. Jim White – een samentrekking van de namen van twee dierbare vrienden, werkelijke naam: Mike Pratt – is een zonderling die de bagage van een getroebleerd leven met zich mee torst. Wrong-Eyed Jesus! is zijn verlossing. White werd geboren in San Diego, Californië, groeide op in Pensecola, Florida, confronteerde zijn demonen en hield zich in leven als model voor de Europese Vogue en als taxichauffeur in New York. Hij hield zich evenzeer bezig met de liefde als met het vagevuur. Een gekweld man; richtingloos maar altijd op zoek. Hij is de veertig al gepasseerd als hij de gitaar ontdekt en dan duurt het niet lang of hij wordt gespot door Joe Henry's vrouw/Madonna's zus en getekend door David Byrne's Luaka Bop-label. Op Wrong-Eyed Jesus! poogt White de boze geesten af te schudden die hem op de hielen zitten: Won't you help to write my book of angels? zingt hij in 'Book Of Angels'. Het muzikale kader is een atmosferische combinatie van southern gothic en Appalachen-folk; White zingt omfloerst, terwijl Afrikaanse palmwijn-gitaren de broeierige countryfolk inkleuren – die combinatie is adembenemend en onheilspellend tegelijk in 'Still Waters', 'A Perfect Day To Chase Tornados' en het fabuleus-etherische 'The Road That Leads To Heaven'.
Teksten worden niet meegeleverd, maar het cd-boekje bevat wel een kort verhaal: The Mysterious Tale Of How I Shouted “Wrong-Eyed Jesus!” - A True Story By Jim White. In 2005 wordt dit verhaal werkelijkheid, want verfilmd, als hij met een Jezus-beeld in de kofferbak van zijn Cadillac een roadtrip onderneemt door het mythische zuiden, zich onderhoudend met dominees, vrachtwagenchauffeurs, ter dood veroordeelden en muzikanten. Jim White is een bijzondere singer-songwriter – altijd op zoek naar het spirituele.

Book Of Angels / Burn The River Dry / Still Waters / When Jesus Gets A Brand New Name / Sleepy-Town / A Perfect Day To Chase Tornados / Wordmule / Stabbed In The heart / Angel-Land / Heaven Of My Heart / The Road That Leads To Heaven