Posts tonen met het label 2011. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2011. Alle posts tonen

vrijdag 15 maart 2013

The Parson Red Heads | Yearling


Het spreekt bijna vanzelf dat The Parson Red Heads geleid worden door een roodharig koppel: Evan en Brette Marie Way. Opgericht in 2003 in Eugene, Oregon door zanger-gitarist Evan, drummer Brette Marie en jeugdvriend Sam Fowles (leadgitaar), verhuist de band in 2005 naar Californië om hun muzikale droom na te jagen. Dat is ook, gelet op invloeden en voorliefdes, waar The Parson Red Heads thuishoren; aan de Westcoast, ergens tussen de jaren zestig folkrock en jaren zeventig countryrock. The Byrds en The Flying Burrito Brothers dienen als iconische voorbeelden, en ook de retro-countryrock van The Jayhawks en Whiskeytown heeft zijn sporen nagelaten in de op rinkelende gitaren en harmoniezang gebaseerde liedjes van The Parson Red Heads.
In 2007 verschijnt dan het debuut Giraffe, maar het brengt de band succes noch een doorbraak in het beloofde land (lees: Los Angeles). Een ervaring rijker keert de band terug naar Oregon en nestelt zich in de muziekscene van Portland. Daar ontstaat een contact met Chris Stamey die de band uitnodigt voor opnamen in North Carolina – maar ook in Los Angeles – met hem als producer en de fameuze Mitch Easter als engineer. Het resultaat is Yearling, een zelfverzekerd en majestueus album waarop tussen orgel, pedal steel en akoestische en elektrische gitaren in prachtige liedjes vooral de meerstemmige zang schittert. Superieur is dan ook de Byrdsy folkrock van 'Hazy Dreams' en “Seven Years'; de British Invasion-pop van 'I Was Only'; de countryballad met jankende steel 'Hard To See The Light'; de scheurende elektrische gitaar in het countryrockende 'Time Is Running Out'; en het schitterende slotakkoord 'Banking On The Sun'.
The Parson Red Heads hebben met Yearling een klassieker afgeleverd in het contemporaine folkrock/countryrock-genre, maar in 2011 wordt het voortreffelijke album totaal niet opgemerkt. In 2013 probeert de band het opnieuw, nu met zes bonustracks toegevoegd aan het origineel. Een moedige poging een ouderwets klinkend, maar geniaal folkrock- en countryrockalbum aan de man te brengen. Waarschijnlijk – ondanks de evidente pracht van Yearling – mislukt deze missie jammerlijk.

Burning Up The Sky / Hazy Dream / When You Love Somebody / Unemotional / Time Is Running Out / Seven Tears Ago / Kids Hanging Out / Happy We Agree / Hard To See The Light / I Was Only / Banking On The Sun

zaterdag 5 januari 2013

Jason Isbell and The 400 Unit | Here We Rest


Op grond van het materiaal op Here We Rest ben ik de mening toegedaan dat Jason Isbell beter en beter wordt. Isbells debuut in 2007 stelde mij behoorlijk teleur, al revancheerde hij zich daarna met het sterke groepsalbum Jason Isbell and The 400 Unit. Op Here We Rest zet Isbell de opgaande lijn door, want soulvol, warmbloedig en grofkorrelig tegelijk. Als veelbelovende gitarist en songschrijver werd Isbell – tevens toentertijd het liefje van Shonna Tucker – Drive-By Truckers binnengehaald. Hoewel een zinvolle toevoeging, drie albums later stond hij weer buiten. Inmiddels is Isbell beter gaan zingen en heeft hij zijn stiel gevonden in soulvolle countryrock, of rockende countrysoul. Afkomstig uit Greenhill, Alabama moet Jason Isbell welhaast de straling van het nabije Muscle Shoals gevoeld hebben, want Here We Rest is vooral volbloed countrysoul. Tussen zwabberend en walsend, tussen gevoelig melancholiek en potent countryrockend, daar ergens bevindt zich Here We Rest. Begeleid door Hammond, pedal steel en diens eigen elektrische gitaar, en geëquipeerd met voortreffelijke liedjes als 'Alabama Pines', 'Go It Alone', 'We've Met' en 'Save It For Sunday' promoveert Jason Isbell wat mij betreft naar de hoogste divisie.

Alabama Pines / Go It Alone / We've Met / Codeine / Stopping By / Daisy Mae / The Balllad Of Nobeard / Never Could Believe / Heart On A String / Tour Of Duty

maandag 21 mei 2012

Patrick Sweany | That Old Southern Drag




Hij is al een jaartje of tien onderweg, maakte een viertal albums, maar een doorbraak zat er niet echt in. Je mag hopen dat daar met That Old Southern Drag verandering in komt, want Patrick Sweany veegt hier de vloer aan met het gros van de countrybilly- en swamprockers van het huidige tijdsgewricht. De inwoner uit Kent, Ohio toog naar Nashville, Tennessee en plakte en knipte daar deze ijzersterke rhythm & bluesplaat met countrysoul-topping en jaren zeventig-sfeer in elkaar. Sweany rekent Eddie Hinton, Doug Sahm en Bobby 'Blue' Bland tot zijn helden, en dat is te horen op dit vuige, vette in een smeerkuil opgenomen album. In die zin gelijkt That Old Southern Drag sterk op Dan Auerbachs Keep It Hid, al horen we ook Alex Chilton, John Fogerty, John Hiatt en ook The Loved Ones langskomen in opwindende bluesy, swampy en buikschuivende rhythm & bluessongs. Gedragen door zompige hoogtepunten als 'Sleeping Bag', 'Corner Closet', 'Rising Tide' en 'Heavy Problems' is That Old Southern Drag een smaakvolle, volvette verassing. Patrick Sweany is een swingende, rockende witte soulman die uw aandacht zonder meer verdient.
Sleeping Bag / Corner Closet / Oh! Temptation / Same Thing / Rising Tide / Leave Ohio / The Edges / Heavy Problems (Peavey Rage) / More And More / Police Car Blues

woensdag 9 mei 2012

David Mayfield | The David Mayfield Parade



Hij is de broer van Jessica Lea Mayfield, speelde met The Avett Brothers en nam onlangs afscheid van Cadillac Sky: David Mayfield is op solo-avontuur en debuteert met het fantastische The David Mayfield Parade. Mayfield is een begenadigd songschrijver en gezegend met een hartverwarmend stemgeluid. Hij nam dit juweeltje op in Akron, Ohio en vergezelde zich door een grote groep muzikale vrienden en vriendinnen, waaronder de Avett-broertjes, die tezamen voor een rijk geschakeerd hebben gezorgd. Rijk geschakeerd is ook het idioom waar Mayfield zich in begeeft: van Westcoast-countryrock à la Parsons en Young (Blue Skies Again, Faraway Love, Dorm Room Wall) tot gevoelige softrock (Breath Of Love); van catchy twang (I Just Might Pray) via onderkoelde countryrocker (Udine) tot country-klassieker (Sea Of Heartbreak, bekend van The Everly Brothers en Johnny Cash). En als slagroom op het toetje een spetterende gitaarsolo in de fenomenale afsluiter. Mayfield trekt het allemaal naar zich toe in puur ambachtelijke songs en imponeert op een vergelijkbare wijze als bijvoorbeeld de klassieke Neal Casal of een briljant jonkie als Dylan LeBlanc. Het is vooral warmte, gloedvolle warmte, die de man uit Ohio uitstraalt, zodat ik mij vol overgave laaf aan dit superieure album. Opgetuigd met weelderige strijkers, wuivende pedal steel en geweldige duozang met zus Jessica Lea, is The David Mayfield Parade met zijn hartverwarmende liedjes een bescheiden meesterwerk dat ik noteer voor mijn eindejaarslijstje van 2011.
Blue Skies Again / I Just Might Pray / Sea Of Heartbreak / Noreen / Breath Of Love / Looking For Love / Faraway Love / What Do You Call It / Dorm Room Wall /I Have Been Known To Be Wrong From Time To Time But I'm Afraid I'm Right

donderdag 12 april 2012

City And Colour | Little Hell



Met zijn soloproject City And Colour maakt Dallas Green de overstap van punk – met zijn band Alexisonfire – naar parelende folky pop. In 2005 besluit de hardcore troubadour uit Ontario, Canada namelijk om er naast Alexisonfire een particulier bandje op na te houden dat, hoewel cryptisch, zijn eigen naam draagt: City staat voor Dallas en Colour voor Green. De semi-akoestische popsongs die Green opneemt zijn opvallend fris en catchy en verraden diens grote compositorische talent. Na Sometimes (2005) en Bring Me Your Love (2007) is Liitle Hell in 2011 een gigantische sprong voorwaarts. De karakteristieke falsetstem van Green is warm en toegankelijk en bevindt zich te midden van een prachtig muzikaal decor van akoestische gitaren, cello, pedal steel, Wurlitzer en piano, in een ouderwets-analoge productie. Dallas wisselt intense en knap geconstrueerde alt.folkpopliedjes als 'Liitle Hell', 'Fagile Bird', 'O' Sister', 'Silver And Gold' en 'Hope For Now' – met een geweldige grande finale – af met een aanstekelijke gitaarpopsong als 'Weightless' en het machtig slepende 'Sorrowing Man'. Afwisseling, diepgang en een hoog melodieus gehalte kenmerken Liitle Hell, dat de obscuriteit verre ontstijgt en zelfs commerciële appeal heeft. Dallas Green is een krachtige singer-songwriter waarmee rekening gehouden moet worden; Liitle Hell is alvast een fantastische proeve van bekwaamheid en een alternatief meesterwerkje bovendien.
We Found Each Other In The Dark / Natural Disaster / The Grand Optimist / Little Hell / Fragile Bird / Northern Wind / O' Sister / Weightless / Sorrowing Moon / Silver And Gold / Hope For Now

zondag 25 maart 2012

Fleet Foxes | Helplessness Blues




De korte versie van deze recensie is dat het tweede album van Fleet Foxes wederom een waarlijk schitterende plaat is. Dat u dat alvast weet. De langere versie is de volgende. Het debuut uit 2008 verraste vriend en vijand: hier was een jonge band aan het werk, onder leiding van de 22-jarige Robin Pecknold, die het beste van vroeger verenigde met de vereisten van moderne indiepop. Miljoenen cd's gingen wereldwijd over de toonbank, maar hoe volg je zo'n plaat op? Door simpelweg een even schitterende plaat te produceren, die muzikaal nét even dieper graaft. Fleet Foxes heeft op Helplessness Blues zijn instrumentarium dan ook uitgebreid naar klarinet, vibrafoon, citer, pedal steel en Moog. Fleet Foxes is daarmee een band, een orkest als het ware, die een rijk caleidoscopisch geluid voortbrengt; een geluid akoestisch, pastoraal en puur transparant. Pecknold voorziet dit muzikale kader van evocatieve composities die zowel Van Morrisons Astral Weeks als Crosby, Stills & Nash' zelfgetitelde debuut transcederen. Zinderend van spanning en rustiek ademend zijn dan ook fantastische folkrocksongs als The Plains/Bitter Dancer, Sim Sala Bim, Helplessness Blues, en Lorelai. De akoestische instrumental The Cascades is een fraai pareltje; The Shrine/An Argument bezit een fraai coda met een uitbundige saxofoonsolo; en afsluiter Grown Ocean vat dit tweede Fleet Foxes-album samen in een zinderend prachtlied dat is voorzien van de karakteristieke gestapelde vocalen. Helplessness Blues, verpakt in een zeer fraai hoesje, is een bijzonder geslaagde opvolger van het zelfgetitelde debuut – en is dus simpelweg het tweede meesterwerk op rij.

Montezuma / Bedouin Dress / Sim Sala Bim / Battery Kinzie / The Plains/Bitter Dancer / Helplessness Blues / The Cascades / Lorelai / Someone You'd Admire / The Shrine/An Argument / Blue Spotted Tail / Grown Ocean

maandag 12 maart 2012

The Amazing | Gentle Spirit




Een intrigerende en fascinerende hoes siert het tweede album van The Amazing. Het afgebeelde schilderij van de 19e eeuwse Belgische kunstenaar Fréderic Leon laat in een pastorale omgeving een ontregelend beeld zien van tientallen slapende, naakte kinderen te midden van dobberende zwanen. Het paradijs lijkt verloren, duistere tijden breken aan. Wonderwel sluit de psychedelische folkrock van The Amazing naadloos aan op dit iconische beeld; een twee-eenheid van verontrustende schoonheid. Het Zweedse The Amazing lijkt een afsplitsing van Dungen nu de band supergitarist en muziekfreak Reine Fiske en trommelaar Johan Holmegard gemeen heeft, maar is in feite de band van zanger/gitarist Christofer Gunrup. In 2009 verscheen het titelloze debuut dat al de kwaliteiten verried die nu op Gentle Stream ten volle tot uiting komen. Hierop betreedt The Amazing de paden van de Britse folkrock van Jethro Tull en Traffic, de rural prog van Caravan en Fantasy en de landelijke psychedelica van The Grateful Dead en Moby Grape. In uitgesponnen songs als 'Gentle Stream', 'Gone' en 'Dogs versmelt Gunrups herfstige verlangen zich met zangharmonieën, dwarsfluit, gedempte drums, vloeiende gitaren en machtige mellotrons. Gentle Stream evoceert daarmee een atmosferisch, pastoraal en feeëriek retrogeluid. In de kern singer-songwritersliedjes die opvallen door een herfstig verlangen, is de meerwaarde die Gentle Stream hoog optilt het fantastische bandgeluid dat gedragen wordt door ijle mellotrons, jazzy drumspel, pastorale dwarsfluiten en psychedelisch gitaarwerk. Nu nog obscuur en onbekend, in de toekomst wellicht gezien als een meesterwerk, wie zal het zeggen. Nu is Gentle Stream in ieder geval een geweldig album.
Gentle Stream / Flashlight / International Hair / The Fog / Gone / Dogs / Asumptions / When The Colours Change

woensdag 22 februari 2012

Adam Faucett | More Like A Temple




Hij oogt als een rauwdouwer met zijn imposante verschijning en dito baard, maar hoe ruw Adam Faucett ook oogt, hij is wel een ruwe diamant. Gezegend met een stem die volgens mij ijs kan doen smelten, leidt de troubadour uit Little Rock, Arkansas een reizend bestaan; althans naar aanleiding van zijn schitterende derde plaat More Like A Temple (Space Neck Collective) is hij zo'n beetje een jaar op tournee en treedt hij op voor iedereen die hem hebben wil. Faucett is de klassieke folk-zanger die aan een backporch als podium genoeg heeft, maar toch is More Like A Temple een verrassend rijk album. Hij nam deze plaat op in Austin, Texas en nutte de studio ten volle uit: veel leegte, ruimte en spanning in de instrumentatie die een skelet kent van bas en soms dreunende drums, strijkers, piano, mellotron en gitaar – en Faucetts grandioze zang, bulkend van passie en verlangen. In home state Arkansas is Faucett vanwege zijn stem al vergeleken met Otis Redding en Tim Buckley, maar wat mij betreft snijdt alleen de laatste vergelijking hout. Buckleys Happy Sad is vanwege Faucetts indrukwekkende zang een ankerpunt; maar ook Neil Youngs Tonight's The Night, vanwege de broeierige spanning; Tom Waits' Closing Time, waarvan de weemoedige pianoballad 'My Poor Daughter' zomaar afkomstig zou kunnen zijn; en de duistere intensiteit van Becks Sea Change in troostrijke liedjes als 'Saturday', 'T-Rex T-shirt' en 'Sweet Maureen'. Het is werkelijk allemaal even schitterend, temeer my man Faucett moeiteloos schakelt tussen tranentrekkende akoestica als 'Man's Not The Answer' en 'The Way You See It' enerzijds, en de reverb-rock van 'Blood Is Blood' en 'Gator' anderzijds. Adam Faucett kan uw leven mooier maken.
Saturday / Do What I Say / Morphine / Man's Not The Answer / Love / Blood Is Blood / T-Rex T-shirt / Emerald City Girl / Gator / My Poor Daughter / Sweet Maureen / The Way You See It

dinsdag 7 februari 2012

Bill Callahan | Apocalypse




Toen Bill Callahan in 2007 zijn pseudoniem Smog afwierp, had de singer-songwriter uit Silver Spring, Maryland al een flink oeuvre van zo'n twintig platen op zijn naam. Het eerste album onder eigen naam, Woke On A Whaleheart, bleek nog een vingeroefening, maar opvolger Sometimes I Wish We Were An Eagle was een volbloed meesterwerk. In dezelfde lijn ligt Apocalypse, dat meesterlijk voortborduurt op de ingeslagen weg. Barokke, gotische alt.country is de stiel van Callahan; schitterend ruimtelijk geproduceerd en rijkelijk gearrangeerd met strijkers, kristalheldere akoestische gitaren en soms dreigende elektrische. Callahan zelf is gezegend met een diepe bariton die nog meer warmte toevoegt aan het bloedrood-romantische decor. Dit Apocalypse put uit folk en country, klinkt soms jazzy en soms als een soort van jaren zeventig psychedelische soul, zoals in Free's met die heerlijk dwarrelende dwarsfluit. Tussen de zonder uitzondering fantastische songs bevindt zich bovendien America, een ongemakkelijke protestsong, droog gezongen door Callahan tegen een achtergrond van zoemende gitaren. Apocalypse is van een onontkoombare schoonheid, en het tweede Callahan-meesterwerk op rij.
Drover / Baby's Breath / America! / Universal Applicant / Riding For The Feeling / Free's / One Fine Morning

donderdag 2 februari 2012

Dan Mangan | Oh Fortune





Dan Mangans ster is rijzende. We constateren dat de singer-songwriter uit Vancouver, Canada zich heeft ontwikkeld van een wat brave troubadour naar een indierocker die de grenzen verkent van liefde, verlies en geweld. In zijn thuisland viel Mangan al in de prijzen en met Canadese overheidssteun moet het ook lukken om hem internationaal te laten doorbreken. Aan Oh Fortune, Mangans derde, ligt het zeker niet, want over de hele linie is dit een ijzersterk album. Het geluidsspectrum is wijds; raakt aan orkestrale pop ('About As Helpful...'), gitaarrock ('Post-War Blues') en kent een harde kern van superieure, droeve indie-ballads. Met de inzet van zijn imposante, rafelige bariton, vergelijkbaar met Micah Hinson, komt Mangan hard en doeltreffend binnen bij de luisteraar. Hij schakelt daarbij ogenschijnlijk moeiteloos tussen gruizige Two Gallants-indierock en meeslepende, melancholieke, ja defaitistische ballads. De laatste hebben dan ook terecht de overhand: 'How Darwenian', 'If Am Dead', 'Leaves, Trees, Forest', 'Regarding Death And Dying' en de louterende afsluiter 'Jeopardy' is puur blinkend goud. Maar ook het dreigende titelnummer en de heftige rock van 'Rows Of Houses', met in de finale geweldige harmoniezang en een Crazy Horse-achtige gitaarsolo, zijn voltreffers. Oh Fortune is een bijzonder fraai en gevarieerd muzikaal dagboek van een intense singer-songwriter.
About As Helpful As You can Be Without Being Any Help At All / How Darwinian / Post-War Blues / If I Am Dead / Daffodil / Starts With Them, Ends With Us / Oh Fortune / Leaves, Trees, Forest / Rows Of Houses / Regarding Death And Dying / Jeopardy

zondag 29 januari 2012

Bon Iver | Bon Iver




En plotseling is daar Justin Vernon die onder het nom de plume Bon Iver – goede winter – in 2008 op imponerende wijze debuteert met For Emma, Forever Ago. Opgenomen in de afzondering van de winterse bossen in noordelijk Wisconsin in zijn vaders blokhout, is Bon Ivers debuut een monument van ontbering, loutering en beklemmende eenzaamheid. Man met baard en opgelapte gitaar, dat was het beeld van Justin Vernon. Hoe anders is dat als in de zomer van 2011 het zelfgetitelde Bon Iver verschijnt; een kleurrijk, orkestraal meesterstuk. In de periode tussen de twee platen transformeert Vernon zijn one man band tot een uitgebreid orkest met gitaristen, toetsenisten en blazers. De live-optredens zijn rijk geornameteerd en simpelweg indrukwekkend, waarmee de verwachtingen voor Bon Ivers tweede hoog worden opgeschroefd. Bon Iver blijkt niets minder dan een gedaantewisseling – niet alleen qua bezetting maar ook muzikaal, want verstilling, emotie en orkestrale schoonheid gaan een schitterend verbond aan. Gecentreerd rond Justin Vernons fluwelen falsetto ontvouwt zich een fascinerend muzikaal decor, dat ten volle bijdraagt aan de ronduit schitterende songs. 'Perth' is met zijn elektrische gitaren en roffelende drums direct al de toonzetting van wat komen gaat: houtblazers, strijkers, mellotron en pedal steel – bespeeld door de grote Greg Leisz. Dat alles omlijst barokke, in schoonheid gedrenkte liedjes als 'Minnesota, WI', 'Holocene' en 'Towers' en biedt daarbij plaats aan de ijle synthesizer in 'Calgary', de betoverende, repetitieve piano in 'Wash' en de versneld opgenomen elektrische gitaren en de klarinet in 'Beth/Rest'. Bon Iver genereert een werkelijk panoramisch geluidsdecor, dat in combinatie met Vernons melancholische, gelaagde falsetstem van deze tweede Bon Iver-plaat een betoverend meesterwerk maakt.
Perth / Minnesota, WI / Holocene / Towers / Michicant / Hinnom, TX / Wash / Calgary / Lisbon, OH / Beth/Rest