Posts tonen met het label rock noir. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rock noir. Alle posts tonen

dinsdag 18 november 2014

Mark Lanegan Band | Phantom Radio


Hoewel Mark Lanegan door zijn karakteristieke gruizige stemgeluid een altijd uit duizenden herkenbare sound heeft, is zijn solowerk – vanaf The Winding Sheet in 1990 – toch bijzonder gevarieerd van aard. Solo putte Lanegan enerzijds vooral uit de elektrische blues, getuige Field Songs (2001) en de cover-albums I'll Take Care Of You (1990) en Imitations (2013). En anderzijds uit grunge en jaren negentig gitaarrock, zoals bijvoorbeeld Bubblegum (2004). Duister en doomy was Lanegans rock echter altijd. Verrassend en in zekere zin avontuurlijk is op Phantom Radio dan ook Mark Lanegans hang naar de Britse postpunk en doemmuziek van de begin jaren tachtig. Ofschoon Phantom Radio aftrapt met een meeslepende gitaarsong (Harvest Home) die zomaar afkomstig had kunnen zijn van Screaming Trees' zwanenzang Dust (1996), zijn het toch Lanegans jeugdige inspiratiebronnen die op Phantom Radio de boventoon voeren. Lanegan neemt de luisteraar aldus mee op een fascinerende trip naar de post-industriële dreiging van Echo & The Bunnymen, The Cure, The Sound en The Sisters Of Mercy; naar het atmosferische geluid van reverb-gitaren, ijle toetsen en soms mechanische ritmes. Lanegans composities zijn daarbij opvallend sterk; arrangementen en instrumentatie voortreffelijk. Van ingetogen – de met harmonium opgetuigde murderballad Judgement Time – via de pulserende synths van Seventh Day naar majesteitelijke wave-songs als Floor Of The Ocean en The Killing Season, om dan af te sluiten met Death Trip To Tulsa, een schurende, duistere, ja typische Lanegan-song. Mark Lanegan verbindt op Phantom Radio op bevlogen wijze sepia getinte folkblues met atmosferische postpunk, met als resultaat een album dat een schitterende, blinkende parel in Lanegans kroon is.

Harvest Home / Judgement Time / Floor Of The Ocean / The Killing Season / Seventh Day / I Am The Wolf / Torn Red Heart / Waltzing In Blue / The Wild People / Death Trip To Tulsa

Dry Iced / No Bells On Sunday / Sad Lover / Jonas Pap / Smokestack Magic




zaterdag 8 september 2012

Madrugada | Industrial Silence

In 1995 verlaten de vier jongens van Madrugada de leegte en het isolement van het uiterste noorden van Noorwegen en vestigen zich in Oslo. De bandleden verruilen de letterlijke brede horizon voor de mogelijkheid hun muzikale horizon te verbreden. Op kosten van hun studiefinanciering betrekken Silver Høyem (zang), Robert Burås (gitaar), Frode Jacobson (bas) en Jon Lauvland Pettersen (drums) een flat in Oslo en leven op een dieet van The Doors, Joy Division, Nick Cave and the Bad Seeds en vooral The Gun Club.
Een demo van de roadsong 'Strange Colour Blue' trekt in 1998 de aandacht van de Noorse vestiging van Virgin, die de band dan ook voor zes albums contracteert, waarna het viertal vanwege de mystieke uitstraling de bandnaam Madrugada – Spaans voor ochtendgloren – adopteert. In de analoge Athletic Sound-studio, bezuiden Oslo, nemen de vier in een periode van drie maanden hun intense gitaarsongs op, spaarzaam opgefleurd met pedal steel, Hammond en Fender Rhodes. Dan worden de opnamen in New York gemixt door topproducer John Agnello (Screaming Trees, Dinosaur Jr., Son Volt) en ligt Industrial Silence in september 1999 in de Noorse platenwinkels.
Industrial Silence wordt gekenmerkt door nachtelijke romantiek, broeierige tensie en een duistere atmosfeer; 'Vocal', 'Shine', 'Sirens' en 'Electric' getuigen daar bij uitstek van. Naast deze angstaanjagend traag kruipende songs offreert Industrial Silence krachtige roadsongs met een magnetiserende drive als 'Beautyproof', 'Salt' en 'Belladonna'. 'Strange Colour Blue' is niettemin met zijn gejaagdheid het spannende, schitterende scharnierpunt van Industrial Silence: Oh everybody's sleeping now / In industrial silence / And the rain it will keep hammering down overhead / There's a blue, blue, a strange colour blue. De hoofdrollen zijn onmiskenbaar voor Høyems imposante bariton en Burås' veelzijdige gitaarspel; zij maken van een sterk album een fantastisch album – wat Industrial Silence eenvoudigweg is. In Noorwegen stijgt Industrial Silence direct naar de nummer 1-positie in de verkooplijsten, wat voor Virgin een reden is Madrugada's debuut internationaal te releasen. Een eclatant succes, waarop Madrugada met het uitbrengen van sterke opvolgers succesvol voortborduurt.
In 2007 slaat het noodlot echter toe als gitarist Robert Burås dood in een hotelkamer wordt aangetroffen. Voor de rest van de band is het onmogelijk door te gaan: op 15 november 2008 speelt Madrugada in Oslo haar afscheidsconcert.

Vocal / Beautyproof / Shine / Higher / Sirens / Strange Colour Blue / This Old House / Electric / Salt / Belladonna / Norwegian Hammerworks Corp. / Quite Emotional / Terraplane

donderdag 9 augustus 2012

PJ Harvey | To Bring You My Love



PJ Harvey is een band, zo benadrukt Polly Jean Harvey, maar na twee opvallende albums stuurt Harvey haar beknellende band de deur uit. PJ Harvey is nu Polly Jean Harvey; PJ Harvey gaat in 1994 op het solopad het avontuur tegemoet. Het eigenzinnige talent van de Britse vrouw bracht haar al ver. Haar debuut Dry werd uitstekend ontvangen in binnen- en buitenland; het bracht haar in 1992 zelfs op Pinkpop. Vervolgens kwam ze onder de vleugels van het U2-management en tekende ze bij Island, waarna het debuut voor dat label, Rid Of Me, door niemand minder dan Steve Albini werd geproduceerd. In de maanden september en oktober van 1994 betrekt Harvey de Townhouse Three-studio in Battersea, Zuid-Londen met producer Flood, gitarist John Parish en bassist, toetsenist en Bad Seed Mick Harvey. Zelf ontfermt Polly Harvey zich over gitaar, piano en orgel. Als To Bring You My Love in februari 1995 verschijnt, blijkt dat Harvey afstand heeft gedaan van haar vorige zelf. De hoes – vrij naar de dode Ophelia van de prerafaëlitische schilder John Everett Millais – laat een transformatie zien van veelbelovend rockmeisje naar excentriek uitgedoste femme fatale. Ook muzikaal en inhoudelijk boort Polly Harvey nieuwe gronden aan. Op To Bring You My Love ruilt PJ Harvey de thematiek van liefde, relaties en seksualiteit in voor grootsere onderwerpen als God, de duivel, het zwakke vlees en het bloed dat vloeit. Het persoonlijke ingeruild voor het metaforische. Muzikaal klinkt Polly Harvey rechtstreeks in het verlengde van Patti Smith en Nick Cave. ‘To Bring You My Love’, ‘Teclo’ en ‘The Dancer’ zijn dreigende songs over schuld en boete die een intense en rauwe kracht uitstralen, terwijl een log bluesmonster als ‘Long Snake Moan’ het wilde wijf in Harvey naar boven haalt. De soundscapes van Flood klinken dreigend, het orgelspel van zowel Polly als Mick Harvey onheilszwanger. ‘C’mon Billy’ en ‘Down By The Water’ worden bovendien nog eens fraai opgeluisterd door weelderige strijkers. Polly Jean Harvey is op To Bring You My Love confronterend en uitdagend, maar ondanks haar voodoo-vocalen en onderkoelde woede klinkt de universele en opofferende liefde duidelijk door, zoals ze ten overvloede bewijst in het prachtige ‘Send His Love To Me’. Het vervolmaakt dit ware jaren negentig-document.


To Bring You My Love / Meet Ze Monsta / Working For The Man / C’mon Billy / Teclo / Long Snake Moan / Down By The Water / I Think I’m A Mother / Send His Love To Me / The Dancer