Posts tonen met het label Britpop. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Britpop. Alle posts tonen

woensdag 2 april 2014

The Hollies | Romany

In 1968 heeft Graham Nash al The Hollies verlaten, in 1971 volgt mede-oprichter Allan Clarke. Als zanger treedt in zijn plaats het Zweedse popidool Mikael Rickfors. Het is een nieuwe start voor The Hollies, temeer daar hun langdurige contract met EMI is afgelopen. In april 1972 verschijnt dan ook op Polydor de eerste single met Rickfors, de fantastische Chip Taylor-compositie 'The Baby'. The Hollies nemen dan in de Abbey Road-studio's hun twaalfde lp op, die in november '72 onder de titel Romany verschijnt. Romany is The Hollies' Westcoast/countryrock-album, want de zinderende harmonieën van Tony Hicks en Terry Sylvester doen in geweldige liedjes als 'Lizzy And The Rainman' en 'Delaware Taggett And The Outlaw Boys' sterk denken aan Crosby, Stills & Nash en The Eagles. Opvallend zijn covers van Judee Sills 'Jesus Was A Crossmaker' en David Ackles' 'Down River', ronduit schitterend het titelnummer 'Romany' en Mikael Rikfors' superbe 'Touch'. Romany is een onverwacht sterk Hollies-album en het enige met Mikael Rickfors, want als Allan Clarke in de zomer teruggevraagd wordt bij The Hollies, keert Rickfors terug naar Zweden.

Won't You Feel Good That Morning / Touch / Words Don't Come Easy / Magic Woman Touch / Lizzy And The Rainman / Down River / Slow Down / Delaware Taggett And The Outlaw Boys / Jesus Was A Crossmaker / Romany / Blue In The Morning / Courage Of Your Convictions



donderdag 13 maart 2014

The Auteurs | Now I’m A Cowboy

The Auteurs maken door en door Britse muziek, maar kunnen niet bij de Britpop worden ingedeeld. The Auteurs zijn in het begin van de jaren negentig behoorlijk onmodieus, anachronistisch bijna. The Auteurs zijn de T.Rex van de nineties; Luke Haines is een contemporaine Bowie. De band verschijnt in 1993 op het muzikale podium met New Wave en is niet meer dan een muzikaal omhulsel van de in Londen woonachtige Luke Haines. Haines, klassiek geschoold, is de dictator van The Auteurs, die in 1994 naast Haines bestaan uit zijn vriendin Alice Readman (bas), Barney Crockford (drums) en James Banbury (Hammond, cello). De laatste, met diens donkere en dreigende cellospel, speelt een nadrukkelijke rol op de tweede cd van The Auteurs, Now I’m A Cowboy – al is het volledig ten dienste van de zwarte humor van Haines. Het openingsnummer van Now I’m A Cowboy, ‘Lenny Valentino’, is met zijn riffende gitaar betrekkelijk onschuldig en radiovriendelijk bovendien. Dat verandert met ‘Brainchild’, dat muzikaal melancholiek is, maar tekstueel cynisch. De toon is gezet. ‘I’m A Rich Man’s Toy’ – een duet tussen een echoënde gitaar en lieflijk glockenspiel – bevat Haines’ raison d’être: Sick of the way you’ve been putting me down. ‘New French Girlfriend’ is een afrekening met het kindsterretje Vanessa Paradis en vormt de opmaat naar het hart van de plaat: ‘The Upper Classes’. Snerend en vilein zingt Haines met een Ray Davies-dictie over de Britse elite. De weerzin en walging die uit Haines’ tekst spreekt gaat in bijna zeven minuten een volmaakt verbond aan met de gruizige elektrische gitaren en die dreinende cello. Haines, de onaangepaste, de misfit, hakt in zijn liedjes metaforisch met de bijl in op de burgerij in het algemeen en de Britse samenleving in het bijzonder, totdat het spreekwoordelijke bloed vloeit. Welkom in het morsige universum van misantroop Haines, wiens liedjes paradoxaal genoeg van een huiveringwekkende schoonheid zijn. De nietsontziende teksten gedijen perfect op de sobere begeleiding van gitaar, bas, drums en die zeurende cello. Nog een plaat verschijnt er van The Auteurs, waarna Luke Haines opduikt in uiteenlopende projecten als Black Box Recorder en Baader Meinhof, tevergeefs zoekend naar het momentum van Now I’m A Cowboy.

Lenny Valentino / Brainchild / I’m A Rich Man’s Toy / New French Girlfriend / The Upper Classes / Chinese Bakery / A Sister Like You / Underground Movies / Life Classes/Life Model / Modern History / Daughter Of A Child

donderdag 28 maart 2013

Alfa 9 | Gone To The Ground


Het was een flink tijdje stil rond Alfa 9, een band uit Stoke-on-Trent in de Engelse Midlands. Zeven jaar geleden, In 2006, verscheen hun debuut Then We Begin, een plaat waarop Alfa 9 schatplichtig bleek aan bands als Echo & The Bunnymen en The Stone Roses en zich onderdompelde in Britse neo-psychedelica. Een gezinsleven, daily jobs en heel veel optreden hield de band af van een nieuwe plaat. Daarbij verdwenen in de loop der jaren de keyboards en werd de volle gitaarsound ingeruild voor akoestische gitaren en 12-snarige Rickenbackers. De focus kwam geheel te liggen bij het schrijven van echte liedjes met aanstekelijke melodieën en 'going back to a lot of our earlier influences', aldus gitarist Leon Jones. En dat betekent, getuige Gone To The Ground, de Westcoast folkrock en countryrock van The Byrds en The Flying Burrito Brothers. Het fantastische 'El Morocco' met zijn wervelende harmonieën en jengelende gitaren zet de toon van een album dat op voortreffelijke wijze ijl zwevende harmoniezang combineert met een begeleiding van jangle-gitaren en licht-psychedelische gitaarsolo's. Hoewel afkomstig uit de industriële Midlands laat Alfa 9 de zon volop schijnen in een overvloed aan prachtige drieminuten-popliedjes. 'Gone To The Ground', 'Into The Light', 'Green Grass Grows', 'Petty Lies' en 'The Castle' zijn dan ook van een adembenemende schoonheid; parels op een prachtig Brits Westcoast-album. Gone To The Ground: de zeven jaar stilte op schitterende wijze doorbroken.

El Morocco / Birling Gap / Seedless / Gone To The Ground / Into The Light / Old Man Blues / Mad Song / Green Grass Grows / Petty Lies / Nothing Feels / The Castle / Ferry Song 

vrijdag 7 december 2012

The Coral | The Coral


Tien minuten met de bus van het centrum van Liverpool en je bent, aan de overkant van de Mersey, in het slaperige kustplaatsje Hoylake. Daar komt The Coral vandaan, een typische Liverpool-band, het erfgoed in leven houdend van The Beatles tot The Teardrop Explodes. De bandleden zijn nog pubers als ze in 1996 The Coral oprichten: James Skully (zang,gitaar), Ian Skully (drums) en Paul Duffy (bas). In 2002, de gemiddelde leeftijd is dan 19 jaar, zijn ze met z'n zessen – Bill Ryder-Jones (gitaar), Nick Power (bas), Lee Southall (gitaar) – en rijp voor een debuutalbum. The Coral wordt geproduceerd door Ian Broudie en bestaat uit een royaal uitwaaierende mix van psychedelische folkrock, postpunk, rocksteady en dronken zeemansliederen, zoals de opener 'Spanish Main': We've set sail again / We're heading for the Spanish Main. The Coral bestrijkt dan ook een veel groter terrein dan de Merseybeat; want exploreert en passant de jaren zestig van Love, The Beach Boys en Captain Beefheart, de laatste invloed evident in 'Skeleton Key' en 'Badman'. 'Shadows Fall', de debuutsingle, combineert polka met staccato ritmes; 'Waiting For The Heartaches' heeft een zwalkend orgeltje en twang-gitaar in de hoofdrol; 'Goodbye' is energieke jaren tachtig postpunk; en 'Calendars And Clocks' is ruimhartig opgetuigd met psychedelische gitaren. The Coral zit barstensvol wilde ideeën, wat de band tot de meest interessante Britse nieuwkomer van 2002 maakt. Een reputatie die The Coral gestand doet door in een hoog tempo cd's uit te brengen, maar pas in 2010 oogst The Coral met Butterfly House een met het debuut vergelijkbare waardering.

Spanish Main / I Remember When / Shadows Fall / Dreaming Of You / Simon Diamond / Goodbye / Waiting For The Heartaches / Skeleton Key / Wildfire / Badman / Calendars And Clocks


vrijdag 20 juli 2012

The La’s | The La’s

Nazaten van de Merseybeat en wegbereiders van de Britpop, zo zouden The La’s getypeerd kunnen worden. Op het kantelmoment tussen de jaren tachtig en negentig; gemangeld tussen muzikale tijdperken en gevangen in het ontstane vacuüm waren daar opeens The La’s. The unieke La’s, met niets te vergelijken en tot op de dag van vandaag enig in zijn soort.
Lee Mavers, het warhoofdige brein van The La’s, gitarist Mike Badger en bassist John Power formeren de band rond 1983 in Liverpool, dan thuishaven van de tweede golf Merseybeat: Echo & The Bunnymen, The Teardrop Explodes en Wah! Heat. De eerste versie van The La’s wordt gemodelleerd naar zowel het voorbeeld van genoemde postpunkers als van The Beatles en The Hollies. The La’s bouwen een spraakmakende live-reputatie op; de combinatie van jengelende akoestische gitaren en kristalheldere samenzang op een rudimentaire skiffle-beat maakt de prille band tot de sensatie van Liverpool. Nog voor The La’s een platencontract wordt aangeboden schopt Mavers Mike Badger uit de band. Een eerste teken van Mavers voortdurende ontevredenheid over gitaristen en drummers, een probleem dat vooral in zijn hoofd zit. Als The La’s een contract hebben getekend met Go! Discs en de band gaat werken aan een debuutplaat wordt Mavers steeds gefrustreerder over de sound die maar niet op de prille demo’s wil lijken. Ondertussen schudt Mavers de ene briljante popsong na de andere uit de mouw: There She Goes, Feelin’, Son Of A Gun. The La’s hebben dan op kosten van het platenlabel een oud Victoriaans pand betrokken en geven zich volledig over aan marihuana en LSD. Het maakt de labiele – maar zeker ook geniale – Mavers nog obsessiever en wanhopiger op zijn zoektocht naar de sound die hij in zijn hoofd heeft. Hij eist van zijn producers dat de gitaren moeten klinken like the tree it was cut from. Bovendien kan geen enkele mengtafel zijn goedkeuring wegdragen omdat er geen origineel jaren zestig stof op zit. Mavers is compleet van de wereld. Gitaristen en drummers komen en gaan en drie pogingen om een plaat te op te nemen mislukken. Als er een mobiele studio wordt opgetuigd in de tuin van de ouders van de eigenaar van Go! Discs en producer Mike Hedges achter de knoppen van Abbey Road-apparatuur plaatsneemt, komt het geluid nog het meest in de buurt van de lo-fi-sound die Mavers in zijn hoofd hoort rondzoemen. In eerste instantie verklaart Lee Mavers dat de opnamen naar zijn tevredenheid zijn afgerond, maar als de resterende bandleden dan zonder Mavers op vakantie naar Hawaii gaan, trekt hij uit jaloezie zijn goedkeuring in. Nog steeds is er geen plaat die Go! Disc kan releasen, en bij de platenmaatschappij groeit het besef dat die plaat er ook niet zal komen.
Mavers’ aan paranoia grenzende perfectionisme werkt verlammend en houdt een release tegen. Ten einde raad wordt Steve Lillywhite ingehuurd om samen met Mavers aan de productie van het materiaal te werken. Hoewel Mavers het niet kan aanzien en wegloopt, weet Lillywhite toch van het aanwezige materiaal een complete plaat te maken. In oktober 1990, uiteindelijk, verschijnt dan op Go! Discs – onder protest van Mavers – het debuut The La’s. Een debuut dat wereldwijd zal inslaan als een bom. The La’s kent een daverende ontvangst; de muziekpers is zich totaal niet bewust van de in Mavers’ ogen falende productie. Dit doet feitelijk ook nauwelijks terzake want de debuutplaat is werkelijk overstelpt met fantastische popsongs. Popsongs die onbetwist deel uitmaken van de popgeschiedenis, want ook in retrospect blijft het merendeel – om niet te zeggen nagenoeg alle – van Mavers’ composities fier overeind. Het geniale aan klassiekers als Son Of A Gun en Timeless Melody is de ontwapenende simpelheid van de beat. Tokkelende akoestische gitaren en staccato slaggitaar bepalen de sfeer van de eenvoudig en overzichtelijk gehouden popsongs. Maar onder de simpele eenvoud bevindt zich de diepere laag van Lee Mavers’ donkere teksten die handelen over sterfelijkheid, zoals in Freedom Song: I’m not scared to die – God help me, of het vagevuur in Son Of A Gun: He’s alive and living in purgatory, dan wel Mavers’ vermeende heavy drugsgebruik in There She Goes: There she goes / There she goes again / Racing thru’ my brain. The La’s heeft slechts een speelduur van ruim 35 minuten, maar in dit tijdbestek is niet alleen de complete Liverpoolse popgeschiedenis geperst, er wordt tevens een blik gegund op de nabije toekomst van de Britpop. Dit maakt The La’s tot zowel revisionisten als futuristen. Tussen alle geëtaleerde geniale eenvoud is er tenminste één lied dat de tand des tijds hoe dan ook zal doorstaan: met There She Goes heeft Lee Mavers onsterfelijkheid bereikt.
The La’s gaan nog op toernee, maar al snel verbreekt Mavers de banden met de overige bandleden. Zijn frustratie over het mislukken van de debuutplaat – uiteindelijk omdat het niet mogelijk bleek de sound te kopiëren van de allereerste demo’s die op een walkman waren opgenomen – stort hem in diepe depressies en heftig drugsgebruik. Lee Mavers lijkt voorgoed verloren voor de popmuziek, ook al biedt de tekst van Timeless Melody een lichtpunt: The melody always finds me. Hopelijk treft Mavers nog steeds mooie melodieën in zijn hoofd aan; in lo-fi en van demo kwaliteit.

Son Of A Gun / I Can’t Sleep / Timeless Melody / Liberty Ship / There She Goes / Doledrum / Feelin’ / Way Out / I.O.U. / Freedom Song / Failure / LookiSonng Glass