Posts tonen met het label 1972. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1972. Alle posts tonen

zondag 10 december 2017

Nitzinger | Nitzinger

Toch wel uit het redelijke niets komt John Nitzinger in 1972 met een waanzinnige hardrockplaat, die zo niet alle, dan wel vele gebieden bestrijkt: heavy rock, southern rock en ook countryrock. En vergeet de rockballad niet. John Nitzinger, uit Forth Worth, Texas, heeft alles in huis. Hij is een wat maf persoon, die niet zomaar aansluiting vindt in de mainstream muziekindustrie - maar hij schrijft wel verdomd goeie liedjes en is bovendien een fantastische gitarist. De goden zij gedankt dat Capitol Records de brille van de bijzondere Nitzinger inziet en hem een lp laat opnemen met zijn band: Linda Waring op drums en Curly Benton op bas. De rest doet John Nitzinger zelf. En dat is niet niks want Nitzinger is een monster van een hardrock-album. Met beukende songs als ‘Ticklelick’ en ‘Witness to the Truth’; en midtempo rocksongs, in de sfeer van ZZ Top, als ‘Boogie Queen’ en het Lynyrd Skynyrd-achtige ‘The Nature of Your Taste’ en ook het prachtige door Nitzingers gitaar aangejaagde ‘My Last Goodbye’. Dan is er natuurlijk ook nog Nitzingers lijflied, het opzwepende ’Louisiana Cock Fight’. Maar er is op dit album niet alleen moordende hardrock; John Nitzinger zoekt, hoe wonderlijk ook, de nuance op in het fascinerende ‘Enigma’ en in de betoverende pianoballad ‘No Sun’. Dat is ook wat Nitzinger zo’n geweldig rockalbum maakt: de afwisseling tussen Nitzingers geile gitaarspel in de rocksongs en de akoestische ruimtelijkheid in de schitterende midtempo songs. Het album is ook nog eens prachtig uitgevoerd in een leerprint met een zilveren opdruk en op de binnenhoes de teksten in zilveren inkt geprint. Al met al is Nitzinger een soort enigma en is Nitzinger een enigmatisch hardockalbum; uniek in zijn soort.

‘L.A. Texas Boy’ | ‘Ticklelick’ | ‘No Sun’ | ‘Louisiana Cock Fight’ | ‘Boogie Queen’ | ‘Witness to the Truth’ ‘The Nature of Your Taste’ | ‘My Last Goodbye’ | ‘Enigma’ | ‘Hero of the War’

donderdag 7 september 2017

Steely Dan | Can’t Buy A Thrill

Met het in Los Angeles opgenomen Can’t Buy A Thrill debuteren Walter Becker en Donald Fagen in 1972 met de perfecte popplaat. Nogal bijzonder voor twee uitgesproken jazzliefhebbers die elkaar eind jaren ontmoeten op het Brad College in New York. In New York komen Becker en Fagen eind jaren aan de slag als songschrijver; delen een kantoortje in het befaamde Brill Building. Dan contracteert ABC-Dunhill het duo, waarna ze materiaal aanleveren voor sterren als Barbra Streisand. Producer Gary Katz ziet wel in het tweetal als uitvoerende artiesten en neemt ze mee naar het popwalhalla Los Angeles. Becker en Fagen vestigen zich in het woestijnstadje Encino, van waaruit ze elke dag naar Hollywood liften, waar ze in het Dunhill-kantoor kunnen beschikken over een bureau en een piano. Als Becker en Fagen genoeg nummers gecomponeerd hebben realiseren ze zich dat ze een band nodig hebben – en een bandnaam. 
Van de oostkust worden een complete band naar LA geïmporteerd: gitarist Jeff ‘Skunk’ Baxter, drummer Jim Hodder en van Hicksville, Long Island jazzgitarist Denny Dias. Steely Dan wordt de bandnaam, vernoemd naar een in Williams Burroughs’ Naked Lunch figurerende mechanische dildo. Gary Katz produceert de opnamen die in de zomer van 1972 plaatsvinden in The Village Recorder en die het ABC-debuut Can’t Buy A Thrill vormen. Omdat zanger Donald Fagen angst heeft om live te moeten zingen wordt zanger David Palmer vanuit New Jersey ingevlogen, en voor nog meer gitaarpower sessiegitarist Eliott Randall uit New York City. De opener ‘Do It Again’ is een absolute klassieker; met zijn elektrische piano-intro, groovy percussie en Denny Dias’ hemelbestormende elektrische sitar-solo. Op zijn beurt verfraait Randall het complexe en barokke ‘Kings’ met een blaartrekkende gitaarsolo. Steely Dan vermengt latin, funk en soul met soepele en subtiele Westcoastrock; ‘Midnight Cruiser’, ‘Turn That Heartbeat Over Again’, ‘Brooklyn (Owes The Charmer Under Me)’ en ‘Fire In The Hole’ zijn slimme rocknummers met ‘Skunk’ Baxters elektrische gitaar en steelgitaar all over the place. David Palmer zingt met zijn zoete falset ‘Dirty Work’ naar grote hoogten en Dias en Baxter leven zich uit in die andere klassieke song: ‘Reelin’ In The Years’, een opwindende mix van Westcoastpop en pseudo-southern rock. En dat alles is voorzien van een intellectueel sausje en cryptische teksten, die het leven in Los Angeles – dat Becker en Fagen Planet Stupid noemen – op de hak nemen. Het duo voelt zich niet thuis in LA en evenmin thuis in het bandconcept; Becker en Fagen zijn ware anti-helden. Toch gaat Steely Dan op tournee, die overigens desastreus verloopt, en maakt hierdoor – en met de hulp van muziekpers en radiostations – van Can’t Buy A Thrill een groot succes. 
Een succes dat voortduurt, want Walter Becker en Donald Fagen behoren tot de meest gerespecteerde muzikanten van de popgeschiedenis. Vele, vele schitterende albums volgen maar Can’t Buy A Thrill is en blijft classic album no. 1

Do It Again / Dirty Work / Kings / Midnight Cruiser / Only A Fool Would Say That / Reelin’ In The Years / Fire In The Hole / Brooklyn (Owes The Charmer Under Me) / Change Of The Guard / Turn That Heartbeat Over Again 


Op 3 september 2017 overleed Walter Becker op Maui, Hawaii.

zaterdag 15 april 2017

Greenfield & Cook | Greenfield & Cook

Ze ontmoeten elkaar in The Hurricanes, een Haagse beatgroep met een single op hun conto, dan gaan ze in 1968 verder als het duo Popshop. Al vlot veranderen Rink Groeneveld en Peter Kok hun naam in, inderdaad, Greenfield & Cook. Het is nogal paradoxaal dat de debuutsingle ‘The End’ heet, maar niettemin is het het begin van een mooie reeks hits. Na ‘A Day Begins’ volgt in de nazomer van 1971 de eerste echt grote hit: ‘Only Lies’. Dat succes wordt in het voorjaar van 1972 uitgebouwd met het inmiddels klassieke ‘Don’t Turn Me Loose’ dat gelijktijdig met de lp Greenfield & Cook wordt uitgebracht. Geproduceerd door ex-Golden Earrings Jaap Eggermont en begeleid door muzikanten als Hans Hollestelle, John Lagrand en Louis Debij zingen Greenfield & Cook met z’n beiden de sterren van de hemel. Het album is bezaaid met honingzoete, maar zeer fraaie popliedjes als ‘To Rob (What Am I Supposed To Do)’, ’Darling, Darling’, ‘Gone’ en ‘The End’. De akoestische sound en de meanderende samenzang is zo hier en daar versierd met een klaaglijke Toots Thielemans-mondharmonica (‘To Rob (What Am I Supposed To Do))’, een sfeerverhogend Herb Alpert-trompetje (‘Baby Don’t Cry’) en bloedrode strijkers (‘It’s Up To You (Part Two’)). Noem het softpop, noem het folkrock, prachtig is het en het doet vooral sterk denken aan de jaren zestig sound van The Byrds. Greenfield & Cook is een loepzuivere popplaat, geschraagd door de klassieke nederpophits ‘Only Lies’ en ‘Don’t Turn Me Loose’.

Greenfield & Cook. Polydor, 1972. ‘Don’t Turn Me Loose’ | ‘To Rob (What Am I Supposed To Do)’ | ‘Where’ | ‘Darling, Darling’ | ‘Going Home’ | ‘Baby Don’t Cry’ | ‘Only Lies’ | ‘All Over the World’ | ‘It’s Up To You’ | ‘It’s Up To You (Part Two)’ | ‘Gone’ | ‘The End’

dinsdag 15 december 2015

Landslide | Two Sided Fantasy

Een album uitgebracht op het grote Capitol-label en toch een debacle, het overkomt Landslide, een veelbelovende rockband uit Westbury in de staat New York. Leadgitarist Billy Savoca vormt zo rond 1969 een duo met zanger Ed Cass, welk duo al snel wordt uitgebreid met een drummer, bassist en slaggitarist afkomstig uit bluesband Trax. Na een paar lokale optredens en de opname van een singletje raakt United Artists geïnteresseerd en laat Landslide eind '71 een album opnemen. Dat laat het label weten dat de band verkocht is aan Capitol en gebeurt er niets. Een jaar later – de band is dan al uit elkaar gegaan – ligt plotseling Two Sided Fantasy in de winkels. Een ontbrekende verkoopcampagne en de slechte verkopen staan in sterk contrast met de muzikale pracht van het album. Landslide heeft een transparante hardrocksound die zowel overeenkomsten heeft met labelgenoten Grand Funk Railroad als met de acid-rock van Moby Grape en de heavy popsound van Big Star. Hemelse melodieën, blues-riffs en slide-gitaar wisselen elkaar af in acht ijzersterke composities, waarvan de machtige openingstrack 'Doin' What I Want' de toon zet. Zachte gitaren en een pastorale sfeer verlenen 'Creepy Feelin' en 'Little Bird' muzikale gratie, terwijl het uitgesponnen 'Everybody Knows (Slippin')' lekker leunt op de sound van Johnny Winters Second Winter en het broeierige 'Dream Traveler' aan Blue Öyster Cult herinnert. Two Sided Fantasy past geheel in de era van kristalheldere hardrock, vermengd met psychedelica en melodieuze rock. Alleen, waar vele bands slagen en grote populariteit verwerven, daar is Landslide onterecht een verliezer. Two Sided Fantasy is desalniettemin een rock classic, een bijzonder obscure rock classic, dat wel.

Doin' What I Want / Creepy Feelin' / Everybody Knows (Slippin') / Dream Traveler / Susan / Sad And Lonely / Little Bird / Happy        

dinsdag 11 november 2014

Jeff Beck Group | Jeff Beck Group

Bekend mag worden verondersteld dat Jeff Beck geen bepalende frontman is; niet gekarakteriseerd wordt door een onderscheidende zangstem. Nee, Jeff Beck moet het louter hebben van zijn fenomenale, revolutionaire gitaarspel. In zijn langlopende carrière is hij daarom qua populariteit beperkt door de zangers die zijn muziek begeleidden. Geoffrey Arnold Beck trad in 1965 toe tot The Yardbirds, werd er vervolgens in 1966 alweer uitgeschopt en scoorde daarop solohits met 'Beck's Bolero', 'Hi Ho Silver Lining' en 'Tallyman'. The Jeff Beck Group – met daarin muzikanten als Rod Stewart, Ron Wood en Nicky Hopkins – produceerde een serie experimentele en uitstekende albums: Truth (1968), Beck-Ola (1969), Rough And Ready (1971) en in 1972 Jeff Beck Group. Jeff Beck Group wordt vooraleer gekenmerkt door Becks technisch hoogbegaafde en door jazz en blues beïnvloedde gitaarspel – Beck staat op gelijke hoogte met Hendrix, Clapton en Page – maar anderszins zijn de composities sterk en bovendien bijzonder adequaat ingevuld door drummer Cozy Powell, jazzpianist Max Middleton, bassist Clive Chaman en zanger Bob Tench. Wat het album bijzonder maakt is dat het opgenomen is in de TMI-studio in Memphis, Tennessee met achter de knoppen Steve Cropper. Het verleent Jeff Beck Group een groovy, swingend karakter. Met covers van Bob Dylan ('Tonight I'll Be Staying Here With You'), Ashford en Simpson ('Can't Give Back The Love I Feel For You') en Becks favoriete componist Don Nix ('Going Down') is Jeff Beck Group een Amerikaans album. Het hoogtepunt is echter Becks eigen bluesy, psychedelische instrumental 'Definitely Maybe', een sublieme showcase voor Jeff Becks magistrale, intense, vloeiende spel.
Het Jeff Beck Group-album markeert het einde van een fase, en tegelijk van een nieuw begin; met het powertrio Beck, Bogert & Appice worden grote successen in Amerika behaald. Ook daarna bevestigt Jeff Beck zijn superstatus met klassieke albums als Blow By Blow (1975), Wired (1976) en de samenwerking met de Tsjechische toetsenvirtuoos Jan Hammer. Vanaf de jaren tachtig tot heden – zo'n drie decennia – wordt hij telkenmale gelauwerd en gehuldigd om zijn absolute virtuositeit op de elektrische gitaar; Jeff Beck is een gitaar-icoon.

Ice Cream Cakes / Glad All Over / Tonight I'll Be Staying Here With You / Sugar Cane / Can't Give Back The Love I Feel For You / Going Down / Highways / Definitely Maybe



maandag 9 juni 2014

Keith Cross & Peter Ross | Bored Civilians

Bored Civilians is vooral een opmerkelijk en bijzonder album omdat zanger/gitarist Keith Cross eerst het psychedelische powertrio T2 aanvoert en dan overstapt op totaal iets anders, namelijk pastorale folkrock. Cross gaat in 1972 een verbond aan met Peter Ross, met wie hij speelde in Sunburst, en weet T2's contract met Decca te behouden voor zijn nieuwe project. Voor dit label nemen Cross en Ross aldus hun eerste en enige plaat op – overigens met behulp van tal van muzikale vrienden, onder wie Brinsley Schwarz-leden Nick Lowe (bas) en Billy Rankin (drums) en pedal steel-maestro B.J. Cole. Het resultaat is Bored Civilians, een voortreffelijke lp die folkrock combineert met popstructuren en countryfied rock. Cross en Ross bewegen zich – vooral in opener 'The Last Ocean Rider' – in de richting van Band-achtige rootsrock, terwijl schitterend harmoniërende songs 'Bored Civilians', 'Pastels' en 'The Dead Salute' Crosby, Stills & Nash in herinnering roepen en het uitgesponnen 'Story For A Friend' aan de Canterbury-scene doet denken. Tussen de acht uitstekende Cross/Ross-composities is voorts de Fotheringay-cover 'Peace To The End' ronduit fenomenaal, en sluit het akoestisch/orkestrale 'Fly Home' het album op visionaire wijze af. Maar visie of net, Bored Civilians bereikt geen groot publiek, Het heeft als gevolg dat de Cross/Ross-combine jammerlijk mislukt en niemand ooit meer verneemt van de niet misselijke talenten, zoals uitdrukkelijk geëtaleerd op Bored Civilians, van Peter Ross en supergitarist Keith Cross.

The Last Ocean Rider / Bored Civilians / Place To The End / Story To A Friend / Loving You Takes So Long / Pastels / The Dead Salute / Bo radley / Fly Home

woensdag 2 april 2014

The Hollies | Romany

In 1968 heeft Graham Nash al The Hollies verlaten, in 1971 volgt mede-oprichter Allan Clarke. Als zanger treedt in zijn plaats het Zweedse popidool Mikael Rickfors. Het is een nieuwe start voor The Hollies, temeer daar hun langdurige contract met EMI is afgelopen. In april 1972 verschijnt dan ook op Polydor de eerste single met Rickfors, de fantastische Chip Taylor-compositie 'The Baby'. The Hollies nemen dan in de Abbey Road-studio's hun twaalfde lp op, die in november '72 onder de titel Romany verschijnt. Romany is The Hollies' Westcoast/countryrock-album, want de zinderende harmonieën van Tony Hicks en Terry Sylvester doen in geweldige liedjes als 'Lizzy And The Rainman' en 'Delaware Taggett And The Outlaw Boys' sterk denken aan Crosby, Stills & Nash en The Eagles. Opvallend zijn covers van Judee Sills 'Jesus Was A Crossmaker' en David Ackles' 'Down River', ronduit schitterend het titelnummer 'Romany' en Mikael Rikfors' superbe 'Touch'. Romany is een onverwacht sterk Hollies-album en het enige met Mikael Rickfors, want als Allan Clarke in de zomer teruggevraagd wordt bij The Hollies, keert Rickfors terug naar Zweden.

Won't You Feel Good That Morning / Touch / Words Don't Come Easy / Magic Woman Touch / Lizzy And The Rainman / Down River / Slow Down / Delaware Taggett And The Outlaw Boys / Jesus Was A Crossmaker / Romany / Blue In The Morning / Courage Of Your Convictions



maandag 17 maart 2014

Maxfield Parrish | It's A Cinch To Give Legs To Old Hard-boiled Eggs

Als jonge broekies krijgen ze in 1963 gitaar- en banjoles van Jerry Garcia; vijf jaar later richten David Biasotti en Randy Groenke in Los Angeles, Californië met Perrin Muir en David McClellan Maxfield Parrish op. De band wordt ontdekt door Chris Darrow van de psychedelische folkband Kaleidoscope, die hun debuutalbum produceert en muzikanten meebrengt als David Lindley, Bernie Leadon, John Ware en John London – de laatste drie uit Linda Ronstadts begeleidingsband. Het enige album van Maxfield Parrish, It's A Cinch To Give Legs To Old Hard-boiled Eggs, bevat gruizig klinkende, psychedelische countryrock met een folky inslag. Opgenomen in 1969 etaleert Maxfield Parrish in acht songs – afsluiter 'The Widow (Lennie Porrue)' een murder song uitgesmeerd over ruim acht minuten – zijn opmerkelijk western-gothic-sound. Maar op onverklaarbare wijze verschijnt It's A Cinch To Give Legs To Old Hard-boiled Eggs pas in 1972 en dan ook nog op een minuscuul label. Dan is de countryrock inmiddels in volle vlucht en kijkt niemand meer om naar Maxfield Parrish.

The Lighthouse Is Falling / It's Alright (I Love Her) / Ellie McCall / Cruel Deception / Bottle Of Reds Blues / Julie Columbus / Cross Over The World / The Widow (Lennie Porrue)

zaterdag 22 februari 2014

Home | Pause For A Hoarse Horse

Al als de band net geformeerd is, het is 1970, krijgt Home een contract aangeboden van CBS. Het viertal heeft in zijn midden Laurie Wisefield, wiens vloeiende en natuurlijke gitaarsound een belangrijke stempel op het bandgeluid zet. Home bezit een aardse sound die het midden houdt tussen Wishbone Ash en Badfinger. Op het debuut Pause For A Hoarse Horse klinkt Home zelfverzekerd door de bluesy zang en de competente ritmesectie, maar vooral door het lyrische gitaarspel van Wisefield, zoals geëtaleerd in ‘Red E. Lewis & The Red Caps’ en ‘Moses’. Melodie en harmonie overheersen de songs van het in denim gehulde viertal op dit debuutalbum, dat de typische Britse countrified rock van de jaren zeventig in een gloedvol licht zet. Na de gelijkwaardige opvolger volgt er in 1973 een hooggewaardeerd progressive conceptalbum, maar als Laurie Wisefield in 1974 naar Wishbone Ash promoveert is Home voorgoed geschiedenis.

Tramp / Family / Pause For A Hoarse Horse / Red E. Lewis & The Red Caps / In My Time / How Would It Feel / Bad Days / Mother / Welvyn Garden City Blues / You’re No Good  

zaterdag 18 januari 2014

Hokus Poke | Earth Harmony

Aanvankelijk een bluesband die zijn rondjes draait in het Londense pubcircuit, maar die gaandeweg invloeden uit progrock, folk en Westcoast-rock toelaat. Het kwartet – bas, drums en een dubbele gitaar-lineup – verdient daarmee een contract bij het hippe Vertigo-label. Op dit label verschijnt in 1972 dan ook het debuut van Hokus Poke: Earth Harmony, gestoken in een prachtige die-cut hoes. Naast het enkele obligate bluesrocknummer, vallen vooral rustieke gitaarrocksongs op die in de dubbelloops gitaarpartijen Wishbone Ash-invloeden laten horen en in de scheurende slidegitaar een lichte Little Feat-invloed verraadt. Volgens de dan heersende Britse trend van landelijke, laidback-rock vult ook Hokus Poke zijn enige album met pastorale, sfeervolle songs, uitstekende vocalen en prachtig vloeiend gitaarwerk, waarvan 'Sunrise Sunset' een perfecte showcase vormt. Het enige album, de band valt rap uiteen, veroordeelt Hokus Poke echter tot totale vergetelheid.

H.P. Boogie / Sunrise Sunset (The Sunset) / Big World Small Guy / Down in the Street / Hag Rag Barry Miles / Living in Harmony / Time and Space / The Poke


woensdag 15 januari 2014

Procol Harum | Live In Concert With The Edmonton Symphony Orchestra

1966 is een overgangsjaar voor de Londense Paramounts. De soul, rock-'n-roll en rhythm & blues maakt plaats voor een nieuwe sound van veelkleurigheid, avontuur en experiment. The Paramounts evolueren in dat jaar in Procol Harum als zanger, pianist en componist Gary Brooker kennis maakt met tekstschrijver Keith Reid. Eén van de eerste composities die zij samen schrijven is 'Conquistador'; een proeve van bekwaamheid en een symbool van de creatieve samenwerking tussen voorman Brooker en schrijver Reid, die overigens niet deel uitmaakt van de band. Wél deel uitmaken van Procol Harum zijn bassist Chris Copping, gitarist Robin Trower, en drummer B.J. Wilson. De bezetting is compleet als begin '68 organist Matthew Fisher tot de band toetreedt.
Procol Harum wordt in 1967 wereldberoemd als hun eerste single, 'A Whiter Shade A Pale' zo'n beetje overal de eerste plaats van de hitlijsten bereikt. Het enorme succes van de single werpt een grote schaduw over de band – en over de waardering van hun fascinerende albums. Dat wordt in 1972 doorbroken als de band – Fisher en Trower hebben zich op een solocarrière gestort en zijn vervangen door gitarist Dave Ball en bassist Alan Cartwright – een onwaarschijnlijk symfonisch avontuur aangaan door in een live-setting rockmuziek te mixen met de grandeur van klassieke muziek. Alleen Deep Purple met hun Concerto For Group And Orchestra is Brooker en consorten voor, maar Procol Harums Live In Concert With The Edmonton Symphony Orchestra is een document op zich; een voortreffelijke exponent van de samengebalde kracht van een rockband met een symfonieorkest. Het project komt niet tot stand onder een gelukkig gesternte, want Procol Harum ondervindt niet alleen problemen om hun apparatuur langs de Canadese douane te krijgen, nauw samenwerken met een symfonieorkest van 52 muzikanten en een koor van 24 zangers en zangeressen blijkt geen sinecure. Wonderwel is het resultaat indrukwekkend. In slechts vijf composities imponeren rockband, orkest en koor in een staalkaart van Procol Harems niet misselijke oeuvre: 'All This And More' en 'A Salty Dog' van het A Salty Dog-album; 'Whaling Stories' van Home; en de tour-de-force 'In Held Twas In I' van Shine On Brightly. Het live-album opent echter met een van de vroegste Brooker/Reid-composities, dat de onwaarschijnlijke single wordt van het even onwaarschijnlijke doorbraak-album.
'Conquistador' bereikt in de zomer van 1972 de achtste plaats van de top 40. Het zal een van Procol Harems klassieke singles blijken, dat een soortgelijke status bezit als 'Homburg' en 'A Whiter Shade Of Pale', al is het wel uniek dat 'Conquistador' het in de orkestrale live-uitvoering, getrokken van Live In Concert With The Edmonton Symphony Orchestra, in 1972 tot een internationale hit schopt.

Conquistador / Whaling Stories / A Salty Dog / All This And More / In Held Twas In I

zondag 12 januari 2014

Cargoe | Cargoe

Het Ardent Records-label uit Memphis en de gelijknamige studio bezitten een legendarische reputatie, In het bijzonder vanwege het uitbrengen van de Big Star-platen. De eerste release op het in 1972 kersverse label is echter niet Big Stars # 1 Record, maar het gelijknamige debuut van vier jongens uit Tulsa, Oklahoma: Cargoe. Ardent Records, dat een distributiedeal heeft met het fameuze Stax Records, tekent Bill Phillips (zang, toetsen, gitaar, achtergrondzang), Tommy Richard (zang, gitaar, achtergrondzang), Max Wisley (zang, bas, achtergrondzang) en Tim Benton (zang, drums, achtergrondzang) en laat het kwartet met huisproducer Terry Manning hun debuut-lp opnemen. Ardent brengt gelijk ‘Feel Alright’ als single uit, dat veel op de locale radio gedraaid wordt en zelfs de Billboard top-100 haalt. Cargoe wordt naar Los Angeles gehaald en speelt voor een uitverkocht huis in de Whiskey-A-Go-Go. De weg lijkt geplaveid voor een goede ontvangst van Cargoe, de debuut-lp. De distributie van de plaat stokt echter volledig. Zowel het beginnende Ardent als het op soulmuziek gerichte Stax weten zich geen raad met de grote vraag, met als gevolg dat Cargoe in bijna geen enkele platenwinkel te koop is. En dat is doodzonde, omdat Cargoe een bijzonder knappe poprockplaat is. Cargoe knipoogt naar het verleden door invloeden toe te laten van Moby Grape en Crosby, Stills & Nash – zeker waar het de zang aangaat, want alle bandleden blazen hun partijtje mee en nemen alle de leadzang voor hun rekening. Cargoe is voorts goed vergelijkbaar met tijdgenoten als The Rasberries, maar vooral met het Britse Badfinger. De liedjes hebben alle een hoog melodieus gehalte, maar krijgen een stekelige randje door het venijnige gitaarspel van Tommy Richard. Cargoe is volgestouwd met topnummers die rocken, die bijten, maar toch warmte uitstralen – vanwege het rollende orgel, de grand piano en de razendknappe samenzang. Cargoe is een klassieke lp in het vroege powerpop-genre, maar vanwege de armzalige distributie is dit niet bij het grote publiek bekend. Dat Cargoe al in datzelfde jaar – 1972 – uiteenging, zal geen verrassing zijn; kennismaken met het fantastische debuutalbum zal dat beslist wel zijn.

Come Down / Feel Alright / Horses And Silver Things / Scenes / Things We Dream Today / Time / Feelin’ Mighty Poorly / Thousand Peoples Song / Heal Me / I Love You Anyway / Leave Today


zaterdag 30 november 2013

Svanfridur | What's Hidden There?

Weinig succes en een korte levensduur – van begin '72 tot medio '73 – kunnen niet verhullen dat Svanfridur met What's Hidden There? de beste IJslandse progrock-lp op hun naam hebben staan. Zelfs naar internationale maatstaven gemeten is het enige Svanfridur-album een klassieker in het genre, maar wel een heel obscure klassieker. Het kwartet vernoemt zich naar een serveerster van een populaire rockclub en heeft onmiddellijk succes in het IJslandse live-circuit met vooral covers van Britse bands. Voor hun debuutalbum gebruiken ze echter originele songs, die ze in nog geen veertig uur opnemen in de Londense Majestic Studios. Maar er is geen platenlabel, IJslands noch Brits, dat Svanfridurs plaat wil uitbrengen en dus komt What's Hidden There? in september 1972 uit op het eigen Swan-label. Er worden slechts een paar honderd exemplaren verkocht van dit schitterende album, dat het midden houdt tussen de pastorale psychedelica van Traffic, de rustieke progrock van Fantasy, de sprookjesachtige schoonheid van Genesis en de folky hardrock van Uriah Heep. Zweverige, bijzonder melodieuze rocksongs worden opgetuigd met fraaie arrangementen en lyrisch gitaarspel, voortreffelijk in 'Please Bend' en 'What Now You People Standing By'. Toch verkoopt What's Hidden There? bitter weinig zodat Svanfridur zichzelf in juli '73 opheft en een obscuur maar prachtig progrockalbum nalaat.

The Woman Of Our Day / The Mug / Please Bend / What's Hidden There? / Did You Find It? / What Now You People Standing By / Give Me Some Gas / My Dummy / Finido



woensdag 27 november 2013

Jo Jo Gunne | Jo Jo Gunne

Product DetailsIn 1967 verruilen Jay Ferguson en Mark Andes hun band Western Union voor Randy California's Spirit, vier jaar later, in het voorjaar van 1971, zijn zij Spirit en het gebrek aan een commerciële richting zat. Dat moet beter kunnen en dus richt het duo een boogie-rockband op en vernoemen zich naar Chuck Berry's 'Joe Joe Gun', alleen net even anders: Jo Jo Gunne. Ferguson is de zanger en toetsenist, Andes de bassist – diens broertje Matthew de gitarist en de drummer Curley Smith. Een contract bij het ultieme Westcoast-label Asylum bezorgt Jo Jo Gunne een vliegende start, die in april 1972 vervolgd wordt met een ronduit geweldig debuutalbum en een klassieke – commerciële – single: 'Run Run Run'. In het kielzog van de single – die ook vier weken in de Nederlandse top 40 bivakkeert; hoogste notering de 26e plaats – heeft ook Jo Jo Gunne volop impact, althans in Amerika. 
Jo Jo Gunne heeft een aansprekende sound waarin Westcoast-rock, bar-boogie en southern rock elkaar vinden in aanstekelijke rockliedjes. Jo Jo Gunne past dan ook perfect op David Geffens Asylum-label. Verpakt in een schitterende klaphoes zijn de negen rockende liedjes van het album ronduit iconische Westcoast-songs in de trant van The Doobie Brothers, Steely Dan en The Eagles – allen net iets heavier. 'Shake That Fat', 'I Make Love'. '99 Days' en 'Academy Award' zijn sterke songs; 'Take It Easy', met zijn fraaie harmonie-vocalen en prachtig gitaarwerk, is het meeslepende hoogtepunt van een sterk album. Jo Jo Gunne is een hardwerkende band die zich suf toert en in het verlengde daarvan albums op de markt brengt. Dat stagneert als in 1974 Jumpin' The Gun met een smakeloze hoes op de markt gebracht wordt en deze door de platenwinkels geboycot wordt. En dat overleeft Jo Jo Gunne niet.

Run Run Run / Shake That Fat / Babylon / I Make Love / Barstow Blue Eyes / 99 Days / Academy Award / Take It Easy / Flying Home 

maandag 16 september 2013

Tucky Buzzard | Coming On Again

The End komt al in 1965 onder de hoede van Stones-bassist Bill Wyman. Het levert een album op, Introspection, dat gemangeld wordt tussen management en platenlabelpolitiek. Het brengt The End in 1969 ten val, maar de kern van de band maakt als Tucky Buzzard een doorstart. Het is opnieuw Wyman die de band een contract bezorgt, ditmaal bij het Amerikaanse Capitol. Tucky Buzzard heeft dan – de sixties zijn voorbij – het psychedelische pad verlaten en koerst op een sound van progressive rock en hardrock. Na twee lp's van Led Zeppelin-achtige hardrock en een bescheiden succes in Amerika – maar niet in het thuisland Engeland – wijkt Tucky Buzzard uit naar Spanje, naar Madrid. In de Hispavox Studios neemt het vijftal zijn derde album op. Zij krijgen hierbij steun van dirigent Waldo de los Rios en het Madrid Philharmonic Orchestra. Vanzelfsprekend is Coming On Again een symfonisch en barok album. Kant 1 wordt in beslag genomen door de suite 'Coming On Again', kant 2 door een viertal prachtige atmosferische songs waarin akoestische en elektrische gitaren, etherische toetsen en orkest samengaan met schitterende harmoniezang. Coming On Again is aldus een zeer bijzonder album, temeer daar het alleen een release kent op het Spaanse Hispavox-label. Wat Tucky Buzzard bestempelt tot een obscure rockband en Coming On Again tot een collector's item.

Suite: Coming On Again (Part 1), For Maryse, Over The Hill, Coming On Again (Part 2), Believe Me, Here I Am / You're All Alone / You Never Will / Free Ticket / Lady Fair

maandag 5 augustus 2013

J.J. Cale | Naturally




Hij is de man die niemand kent, ziet eruit als een klusjesman en zingt zo over zijn beroep: I'm makin' rock and roll records / And sell 'em for a dime (op 'Rock And Roll Records' van Okie). Hij beschouwt zingen en songschrijven, in tegenstelling tot gitaarspelen, louter als werk. Gitaarspelen, en dan vooral strak in de maat, leert John Weldon Cale begin jaren zestig in de danstenten van Tulsa, Oklahama. Als Johnny Cale and the Valentines trekt hij in een wijde cirkel rond Tulsa van dancehall naar club, totdat collega Leon Russell hem vraagt zich bij hem in Los Angeles te voegen; daar valt namelijk geld te verdienen.
Bij de tweede poging lukt het Cale in LA voet aan de grond aan de grond te krijgen. Johnny Cale wordt engineer in Russells studio en mag elke zondagavond als J.J. Cale – er is al een John Cale – optreden in de roemruchte Whisky A Go-Go. Na de vreemde instrumentale coversplaat A Trip Down The Sunset Strip onder de nog vreemdere naam The Leathercoated Minds, brengt J.J. Cale een aantal singles uit die alle mislukken. Een van de singles heeft als b-kant 'After Midnight'. Cale is in 1970 volkomen platzak weer teruggekeerd naar Tulsa en hoort dan op de autoradio Eric Claptons versie van 'After Midnight.' Het levert Claptons eerste wereldhit op – en J.J. Cale een klein fortuin. Onmiddellijk wordt Cale in Nashville, Tennessee uitgenodigd om met de uitgelezen muzikanten van Barefoot Jerry een album op te nemen. Maar Cale, Mr. Laid-back, doet het kalm aan, neemt er ruim een jaar de tijd voor om twaalf liedjes vast te leggen.
Naturally komt begin '72 uit op Leon Russells label Shelter en klokt slechts een krappe 33 minuten, binnen welke tijd dan twaalf bedrieglijk eenvoudige liedjes voorbijkomen. Alleen de schitterend traag sjokkende afsluiter 'Crying Eyes' komt de drie minuten te boven. Telkenmale perst J.J. Cale in zo'n twee minuten onberispelijke liedjes die voorzien zijn van een broeierige groove, onderkoeld maar superieur gitaarspel en bijna gemompelde vocalen. 'Call Me The Breeze', 'Don't Go To Strangers', 'Crazy Mama' en 'After Midnight' zijn wat dat betreft treffende voorbeelden van Cale's bescheiden vakmanschap. Nog trager, relaxter en slomer zijn de slow blues 'Call The Doctor' en de onberispelijke ballad 'Magnolia'; toonbeelden van meesterlijk minimalisme. Naturally is zo'n album dat perfect is in zijn compactheid; zuiver van sfeer en een vruchtbare bron voor vele artiesten: de liedjes van Naturally zijn gecoverd door onder meer Lynyrd Skynyrd, Poco en The Band. En voor J.J. Cale zelf geldt dat hij aanbeden wordt door Eric Clapton en bovendien beschouwd mag worden als de geestelijk vader van Mark Knopfler.
En hoe is het hem sindsdien vergaan? Een carrière streefde hij niet na, hij woonde in motorhomes en caravans en lijkt het meest op de man die bij de buren het gras maait. De albums die hij produceerde, bescheiden in aantal, klinken allemaal ongeveer hetzelfde als Naturally; J.J. Cale kan niet anders.

Call Me The Breeze / Call The Doctor / Don't Go To Strangers / Woman I Love / Magnolia / Clyde / Crazy Mama / Nowhere To Run / After Midnight / River Runs Deep / Bringing It Back / Crying Eyes

J.J. Cale overleed op 26 juli 2013 in een ziekenhuis in Californië aan hartaanval.

zondag 16 juni 2013

Rare Bird | Epic Forest

Oorspronkelijk is het Londense Rare Bird een pure progressive rockband, want de eerste band die een album uitbrengt op het fameuze Charisma-label. Bovendien wordt Rare Bird gedomineerd door twee toetsenisten. Zowel het debuut uit 1969 als de opvolger van een jaar later bevatten uitgesponnen en atmosferische rocknummers opgetrokken rond orgel en synthesizers. Dat is anders op het derde album, Epic Forest. Rare Bird is dan eerst opgeheven, maar vervolgens uit de as herrezen. Een nieuwe drummer, een gitarist en zanger Steve Gould die eveneens de elektrische gitaar heeft opgepakt, zorgen voor een folky, pastoraal geluid. Naast de subtiele gitaarpartijen en de groovy ritmes valllen de fraaie zangharmonieën op, waardoor Epic Forest een dromerige Westcoast-sfeer kent. Compacte, harmonieuze en doordachte songs verlenen Epic Forest een subtiele schoonheid. Maar het nieuwe geluid levert Rare Bird geen nieuw publiek op, evenmin als de vele personeelswisselingen. In 1976 valt dan ook het doek voor het nogal ondergewaardeerde Rare Bird.

Baby Listen / Hey Man / House In The City / Epic Forest / Turning The Lights Out / Her Darkest Hour / Fears Of The Night / Turn it All Around / Title No.1 Again (Birdman)

dinsdag 4 juni 2013

Willis Alan Ramsey | Willis Alan Ramsey

Goedlachs, laconiek en met een verfrissend gebrek aan ambitie; Willis Alan Ramsey heeft dat hele gedoe van een artiestenbestaan gedwee over zich heen laten komen. De Texaanse singer-songwriter produceerde dan ook maar een album – maar wat voor een. Aan het begin van de jaren zeventig komt een nieuw slag van singer-songwriters naar de muzikale centra van Texas: marihuana rokende, whisky drinkende hippies. Zo ook de 19-jarige Willis Alan Ramsey, die de oversteek maakt van Dallas naar Austin en daar rondhangt met Gregg Allman en met Leon Russell. Beiden nodigen hem uit in respectievelijk Macon, Georgia en Los Angeles, Californië demo's op te nemen. Leon Russell contracteert Ramsey dan voor zijn net gestarte Shelter-label en sleept hem achtereenvolgens naar studio's in Memphis, Tennessee; Hollywood, Californië; Tyler, Texas; en dan weer terug naar Tennessee, naar Nashville. En dan staat in maart '72 Ramseys debuut – opgenomen met top-sessiemuzikanten verspreid over het hele land – tot zijn eigen verwondering op de band.
Willis Alan Ramsey is een fantastische singer-songwritersplaat die – à la de Texaanse kosmische cowboys – leunt op countryrock, folk en een snufje stonede psychedelica. Ramseys schrijvershand is klassiek; van de geniale outlaw-ballad 'Ballad Of Spider John' tot 'Boy From Oklahoma', een ode aan Woody Guthrie. Klassiek, zwoel-jazzy en voorzien van C,S&N-achtige samenzang, is ook 'Muskrat Candleight' – terecht vele malen gecoverd. 'Goodbye Old Missoula' is een geweldige tearjerker en 'Painted Lady' schitterende Westcoast countryrock; beide hebben veel weg van Michael Nesmiths stijl – niet in de laatste plaats vanwege de jankende pedal steel van Red Rhodes.
Willis Alan Ramsey doet anno 1972 niet veel en eerlijk gezegd maakt het de maker niet zo veel uit; Ramsey is geamuseerd vanwege het succes achteraf. Velen coverden de liedjes van deze ronduit magistrale plaat: Jerry Jeff Walker, Waylon Jennings, Jimmy Dale Gilmore, America en ook The Captain & Tenille. Het illustreert de superieure kwaliteit van dit klassieke Texaanse singer-songwritersalbum dat nooit een vervolg gekregen heeft. Want desgevraagd antwoordt Willis Alan Ramsey: 'wat is er verkeerd aan de eerste?'

Ballad Of Spider John / Muskrat Candlelight / Geraldine And The Honeybee / Wishbone / Satin Sheets / Goodbye Old Missoula / Painted Lady / Watermelon Man / Boy From Oklahoma / Angels Eyes / Northeast Texas Women


zondag 2 juni 2013

Wishbone Ash | Argus

Voor superieur dubbelloops gitaarwerk moet je bij Wishbone Ash zijn. Wishbone Ash heeft een reputatie van oeverloos gitaar-gesoleer; gepriegel op de vierkante millimeter, en inderdaad, dat is zo. Maar wat een lyrisch vernuft; wat een uitdrukkingsvaardigheid; en wat een opzwepend en adrenalineverhogend gitaristisch vuurwerk. Wat Wishbone Ash echter bijzonder maakt, is dat de gitaarsolo’s ondergeschikt blijven aan de compositie, aan de song. De groep maakt inventief gebruik van stijlfiguren uit de folk, progressieve rock en hardrock – wat overigens geheel past in het tijdsbeeld van de vroege jaren zeventig. In 1972 is Wishbone Ash gevestigd in Londen, heeft zij een Amerikaans platenlabel en wordt ze gemanaged door de latere Police-manager Miles Copeland. Martin Turner (zang, bas), Andy Powell (gitaar, zang), Ted Turner (gitaar,zang) en Steve Upton hebben dan hun derde lp opgenomen, Argus – hun meesterstuk. De gehelmde ridder op de hoes – Argus met de spiedende ogen – staat symbool voor de mythische benadering van het tijdsbegrip, historie en oorlog. De Wishbone Ash-muzikanten zijn op Argus de metaforische krijgers op zoek naar verlichting. De ruim negen minuten klokkende opener ‘Time Was’ is aan de lange kant, maar wel een prima opmaat voor al het fraais wat komen gaat. ‘Sometime World’ zet de twin-lead gitaren van Powell en Turner in vuur en vlam en ‘Blowin’ Free’, het toekomstige lijflied van de Ash-fans, sluit kant 1 af. Het poëtische ‘Leaf And Stream’ zit op kant 2 ingeklemd tussen nagenoeg de meest fantastische Britse gitaarsolo-trilogie denkbaar: ‘The King Will Come’, ‘Warrior’ en ‘Throw Down The Sword’. Drie klassieke rocknummers met een spannende opbouw, schitterende melodielijnen en ongenaakbaar mooi gitaarspel. Stuk voor stuk een perfecte showcase voor de talenten van Ted Turner en Andy Powell; soms samensmeltend in een opzwepende riff, maar meestal tegen elkaar opspelend, elkaar uitdagend. Ted Turners spel is elegant, lyrisch en troostend, tegenover het priemende, glasachtige, virtuoze spel van Powell. Met deze drie magistrale songs is Wishbone Ash op de toppen van zijn kunnen. Het verleent Argus de status van kroonjuweel van Wishbone Ash’ oeuvre. Dat vindt het Britse publiek ook. Zowel door de lezers van Melody Maker als Sounds wordt Argus in 1972 verkozen tot lp van het jaar. Wishbone Ash zelf weet ook heel goed waar hun kwaliteiten liggen. Het in 1973 gereleasde live-dubbelalbum Live Dates opent met een plaatkant overdonderende en majestueuze rock: ‘The King Will Come’, ‘Warrior’ en ‘Throw Down The Sword’.

Time Was / Sometime World / Blowin’ Free / The King Will Come / Leaf And Stream / Warrior / Throw Down The Sword

woensdag 22 mei 2013

Mayfly | Mayfly


Een ontmoeting op het Plein in Bergen, Noord Holland, is in 1969 het begin van de legendarisch folkgroep Mayfly. Legendarisch, omdat het bij een lp zal blijven en de groep wegens gebrek aan succes zichzelf in 1974 alweer opheft. Die ene lp, het eponieme Mayfly, uitgebracht in 1972 is een wonderschone, sprookjesachtige folkplaat die én het tijdsbeeld prachtig weergeeft én de tand des tijds moeiteloos heeft doorstaan.
Ontdekt door Jaap Hos van het Alkmaarse Lowland Trio ('Ik Kan Geen Kikker Van De Kant Af Duwen') en getekend door Ariola's Evert Wilbrink, tevens recensent bij de Veronica-gids, nemen Maarten en Ide Min, Gustaaf en Onno Verburg, Arie de Geus, Rinus Groeneveld en Huub Nijhuis in Den Haag hun album op. Hoewel de sound van Mayfly voornamelijk akoestisch is, is het rijk georkestreerd met cello, viool, blok- en dwarsfluit, saxofoon, piano en allerlei gitaren: akoestisch, 12-snarig en elektrisch. De composities zijn voortreffelijk en van een lyrische pracht; combineren pastorale folk met beatleske melodielijnen. Ronduit schitterend zijn 'From Now On', 'Dawn Of An Old Man's Life', 'Lemoncake' en 'The Stable', maar de overige, betoverende liedjes doen er weinig voor onder. Vanzelfsprekend plugt de Veronica-gids de Mayfly-lp stevig – en terecht – maar wegens visueel niet bijster aantrekkelijke optredens delft Mayfly jammerlijk het onderspit tegen bands als Kayak, Alquin en Solution. Eén prachtig album levert het op, een album dat decennialang in de vergetelheid vertoeft, maar dat in 2011 een cd-release krijgt op het Koreaanse Big Pink-label.

From Now On / Symptons Of Summer / 'Dawn Of An Old Man's Life / The Smell Of It / Lemoncake / The Stable / Intermezzo / Secondhand Dream / Blue Sofa / She Leaveth Me / Topless Bertha