Posts tonen met het label grunge. Alle posts tonen
Posts tonen met het label grunge. Alle posts tonen

donderdag 18 mei 2017

Soundgarden | Superunknown

De opkomst van de grunge – de hardrock van de jaren negentig – is onverbrekelijk verbonden met de stad Seattle en het platenlabel Sub Pop. De eerste bands die eind jaren tachtig hun lawaaiige metalpunk op het label uitbrengen zijn Green River, Mudhoney en Soundgarden. De laatste zal, al loopt hun ontwikkeling niet parallel, met Nirvana uitgroeien tot dé exponenten van Sub Pop-Seattle. Soundgarden breekt dan ook niet door met een explosie, maar geleidelijk. Op de debuut-ep Screaming Life klinkt Soundgarden – Chris Cornell (zang), Kim Thayil (gitaar), Matt Cameron (drums) en Hiro Yamamoto (bas) – als een jeugdige, schreeuwerige variant van Led Zeppelin-bravado en Black Sabbath-riffs. 
Het eerste album, Ultramega OK, verschijnt in 1988 op het SST-label, waarna de band als eerste grungeband bij een major tekent. Na Louder Than Love in 1989 verschijnt in 1991 Badmotorfinger bij het A&M-label, Yamamoto is dan vervangen door Nirvana-roadie Ben Shepherd. De grote katalysator in de ontwikkeling van Soundgarden – of althans in die van componist en songschrijver Cornell – is de release van het Temple Of The Dog-album, een eerbetoon aan Cornells vriend, de overleden zanger van Mother Love Bone, Andrew Wood. Chris Cornells compositorische bijdragen zijn slepend en bluesy; diens zang is fenomenaal. 
Voor het volgende album van Soundgarden zal Cornell gebruikmaken van deze nieuwe verworvenheden. Met producer Michael Beinhorn (Herbie Hancock, Red Hot Chilli Peppers) neemt de band zijn nieuwe album op in de Bad Animals-studio in Seatlle, eigendom van de Heart-zusjes Ann en Nancy Wilson. Superunknown, uitgebracht op 8 maart 1994, is een definitieve afrekening met het grungetijdperk, want Soundgarden combineert de melodieuze kant van Zeppelin en Sabbath met de heavy kant van The Beatles. Transparant, slepend en soms bijna pastoraal zijn de midtempo-songs die op Superunknown de dienst uitmaken: 'Fell On Black Days', 'Limo Wreck', 'The Day I Tried To Live', '4th Of July'  en 'Like Suicide'. Ze zijn alle opgetrokken uit Thayils dromerige gitaarmuren en Cornells verbluffende zang. In overtreffende zin blijkt dat ook wel uit het fantastische 'Black Hole Sun', een wereldwijde hit – mede door fascinerende, vervreemdende videoclip – die ook in Nederland in de top 40 staat. Superunknown is in feite geconcipieerd als een mijlpaal in de rockhistorie; alle ingrediënten – sterke composities, fenomenale zang, gitaren en rockpower – zijn inderdaad aanwezig om daarvan te kunnen spreken. Superunknown is dan ook een puur meesterwerk. 
Dat vinden de platenkopers ook: al aan het eind van '94 is Superunknown wereldwijd meer dan vier miljoen maal over de toonbank gegaan. Soundgarden wordt er aldus verantwoordelijk voor gehouden de grunge definitief ten grave te dragen. Dat mag zo zijn, maar als een feniks uit de as herrijst er een nieuwe rockhiërarchie van helderheid, logheid, ruimtelijke gitaren en Chris Cornells geweldige zang – die overigens in 2006 verantwoordelijk is voor de themasong van de James Bond-film Casino Royale.  

Let Me Drown / My Wave / Fell On Black Days / Mailman / Superunknown / Head Down / Black Hole Sun / Spoonman / Limo Wreck / The Day I Tried To Live / Kickstand / Fresh Tendrils / 4th Of July / Half / Like Suicide / She Likes Surprises 

Op 17 mei 2017 benam Chris Cornell zich het leven.

maandag 30 juni 2014

Dinosaur Jr. | Green Mind

De rammelende hardcorepunk annex feedback-gitaarnoise van de zelfgetitelde debuutplaat uit 1985 doet allerminst vermoeden dat Dinosaur – dan nog zonder Jr. – grondleggers zijn van een genre dat in de jaren negentig met Nirvana en Soundgarden mondiaal zal doorbreken. De oerbezetting van de band uit Amhurst, Massachusetts bestaat uit Jay Mascis – geswitcht van drums naar gitaar –, Lou Barlow – van gitaar overgestapt op bas – en drummer Murph. Dinosaur Jr. maakt met de albums You're Living All Over Me (1987) en Bug (1988) school door Black Sabbath-gitaarriffs en Neil Young-lijzigheid in hun muziek te stoppen. Ook staan ze bekend om de ruzies op leven en dood tussen Mascis en Barlow. Het vertrek van Barlow uit Dinosaur Jr. valt min of meer samen met de promotie naar major-label Warner Bros.
Eerst is daar nog op het Sub Pop-label de single 'The Wagon', opgenomen met Don Fleming en Jay Spiegel van The Velvet Monkeys en Gumball – en de prelude van major-debuut Green Mind. Uitgerust met een iconische hoes met daarop de jonge Priscilla met een peuk in haar mond, is Green Mind dé cruciale Dinosaur Jr.-plaat, vanwege de commerciële dimensie, de prachtige hoes te midden van alle lelijke ontwerpen, en de muziek die folk-invloeden toelaat, akoestische gitaren op de voorgrond plaatst en de mellotron introduceert. Drummer Murph wordt maar op drie tracks ingeschakeld, zodat Green Mind als het ware een J. Mascis soloalbum is. Mascis wordt hier en daar geholpen door engineers Paul Kolderie en Sean Slade, maar is vooral zelf verantwoordelijk voor dynamische gitaarpopsongs als 'Puke + Cry', 'I Live For That Look' en 'Green Mind'. Bijzonder en tekenend voor de creatieve geest van Mascis zijn de op folk geënte songs 'Flying Cloud' – gelijkend op Led Zeppelins 'Over The Hills And far Away' –, het prachtige 'Water' en het werkelijk geniale 'Thumb' met zijn fluitende mellotron en de ongeëvenaarde en hemelbestormende gitaarsolo. Vooral vanwege dit 'Thumb' is Green Mind het meest aansprekende Dinosaur Jr.-album – en in het voorjaar van 1991 de opmaat naar de doorbraak van de gitaarunderground. J. Mascis moet daar zelf niks van hebben; met grunge heeft hij niets op, een voortrekkersrol ziet hij niet voor zichzelf. Hij doet zijn ding; speelt gitaar, zingt een liedje, rookt een joint. Green Mind is een gevoel, zegt Jay Mascis, de slacker.

The Wagon / Puke + Cry / Blowing It / I Live For That Look / Flying Cloud / How'd You Pin That One On Me / Water / Muck / Thumb / Green Mind


woensdag 12 juni 2013

Truly | Fast Stories... From Kid Coma

De storm van de grunge is in 1995 behoorlijk geluwd. Het bevordert het zicht op bands die weliswaar harde rock spelen, maar die grungy rock combineren met ouderwetse hardrock en classic seventies rock. Truly is zo’n band, die – hoe kan het anders – in Seattle wordt opgericht. Bassist Hiro Yamamoto is na zijn diensttijd bij Soundgarden weer gaan studeren en keert na zijn studie terug in de muziek. In 1990 vormt hij met ex-Screaming Trees-drummer Mark Pickerel, gitarist Chris Quinn en zanger/gitarist Robert Roth Truly. Het kwartet staat in en om Seattle in het voorprogramma van vele bekende noisebands, toert mee met Lollapalooza-karavaan, maar moet het zonder veel publieke aandacht stellen. Sub Pop brengt daar verandering in als in 1991 de fraaie EP ‘Hearts And Lungs’ wordt uitgebracht, die in 1993 – maar dan zonder Quinn – wordt opgevolgd door nog een EP, ‘Leslie’s Coughing Up Blood’. Een jaar later maakt Truly, dat ondanks de gereputeerde drummer en bassist fier wordt aangevoerd door Robert Roth, de overstap naar het grote Capitol. Met producer John Agnello – gevierd gitaarrockproducer – gaat het trio hun debuutalbum opnemen. Ze doorkruisen als het ware Seattle, want Truly’s debuutalbum wordt in niet minder dan vijf studio’s in de stad opgenomen. Het eindproduct – Fast Stories… From Kid Coma – leidt hier beslist niet onder. Fast Stories… From Kid Coma, gerealesed in de vroege zomer van 1995, is een zeer coherente heavy rockplaat. 
Onder leiding van Robert Roth heeft het trio de grunge-sfeer vertaald naar de hardrocktijden van Black Sabbath en Blue Öyster Cult. Dit uit zich in logge en zware ritmes en een gitaarsound die door een basversterker gestuurd wordt. Robert Roth – niet alleen meesterlijk gitarist, maar ook bespeler van de mellotron – schreeuwt niet, maar zingt zijn composities met lijzige stem. Het trio heeft aldus een heel bijzondere sound, een sound die zich onderscheidt van de doorsnee zware rockbands en elementen van The Doors en Pink Floyd in zich heeft. ‘Blue Flame Ford’ is de knallende opener met een gejaagd ritme en scheurend gitaarwerk, en wordt opgevolgd door zoemende mellotronklanken die het heavy ‘Four Girls’ preluderen. En door gaat het met de zinderende, psychedelische sound in ‘If You Don’t Let It Die’, slechts onderbroken door ijle mellotronflarden die klinken als een walvis in de nacht, naar het waanzinnige met acid-gitaar opgeluisterde ‘Hot Summer 1991’. ‘Hurricane Dance’, episch en acht minuten lang, is voorzien van een zinderende gitaarsolo, terwijl het magische ‘Virtually’ – met kronkelende elektrische gitaar en jankende mellotron – het dichtst bij een powerballad komt. In het machtige ‘So Strange’ laat Roth zijn gitaar opnieuw uitbundig janken, waarna Truly’s heavy psychedelische sound ten volle benadrukt wordt in de uitgesponnen afsluiter ‘Chlorine’. Fast Stories… From Kid Coma is een fenomenaal heavy rock-album, maar het heeft – met de grunge op zijn retour – het tij niet mee. Truly valt in een gat in de tijd en neemt dit superieure grunge-psychedelic-heavy rockalbum mee in zijn val. Het zij zo, maar een rockklassieker is Fast Stories… From Kid Coma wel.

(Intro) / Blue Flame Ford / Four Girls / If You Don’t Let It Die / Hot Summer 1991 / Blue Lights / Leslie’s Coughing Up Blood / Hurricane Dance / Angelhead / Tragic Telepathic (Soul Slasher) / Virtually / So Strange / Strangling / Chlorine


zaterdag 9 maart 2013

Temple Of The Dog | Temple Of The Dog


Soundgarden en Green River, twee bevriende bands uit Seattle, grossieren in punk en metal. Het woord ‘grunge’ moet eind jaren tachtig nog uitgevonden worden, maar de noise-niks van de twee bands maken aan de noordwestkust van de Verenigde Staten furore met compromisloos geschreeuw en geram. Als Green River uiteenvalt, vormen bassist Jeff Ament en gitarist Stone Gossard samen met zanger Andrew Wood Mother Love Bone. Mother Love Bone krijgt bekendheid, maar Soundgarden – waarvan zanger Chris Cornell Woods huisgenoot is – breekt echt door als een van de eerste grungebands. Dan overlijdt Andrew Wood op 16 maart 1990, vlak voor de release van Mother Love Bone’s debuut, aan een overdosis heroïne, waardoor de droom van Cornell, Ament en Gossard wreed verstoord wordt. Door het verdriet heen schrijft Chris Cornell twee songs ter nagedachtenis aan Andrew Wood, ‘Say Hello 2 Heaven’ – He came from an island / And he died from the street – en ‘Reach Down’. De rouwende vrienden besluiten de songs op te nemen, waarop de opnamen – in de weekenden van november en december 1990 – uitgroeien tot het gelegenheidsproject Temple Of The Dog. 
Temple Of The Dog, met daaraan toegevoegd de studiogitarist Mike McCready en Soundgarden-drummer Matt Cameron, is mijlenver verwijderd van de grungesound van Soundgarden en ligt volledig in het verlengde van de jaren zeventig-hardrock van Led Zeppelin en Deep Purple. Temple Of The Dog klinkt bluesy en heeft een brede gepolijste sound, hetgeen de prachtige heavy liedjes adem geeft. De instrumenten klinken helder en gescheiden, maar wat vooral opvalt is het werkelijk immense stemgeluid van Chris Cornell die klassieke hardrockzangers als Robert Plant en David Coverdale naar de kroon steekt. Temple Of The Dog is feitelijk een absolute hardrockklassieker omdat de composites een uitzonderlijk niveau hebben en zeer gevarieerd zijn, omdat de instrumentbeheersing nagenoeg perfect is – zeker waar het het solospel van Mike McCreedy betreft – en de zang van Cornell uniek is voor het tijdsgewricht. Daar komt nog bij dat de dan onbekende Eddie Vedder de imposante achtergrondvocalen verzorgt – en vervolgens door Ament en Gossard gevraagd wordt zanger te worden van een nieuwe band: Pearl Jam. Chis Cornell en Soundgarden blijven voorlopig trouw aan hun heftige punkmetalsound, tot aan Superunknown – dan bekeert ook Soundgarden zich tot een meer melodieuze sound. Temple Of The Dog heeft echter, in een tijdperk van luide punkrock, de weg bereid voor de herwaardering van klassieke hardrock. En hoewel de aanleiding een trieste is; Temple Of The Dog ontsteeg het verdriet en de rouw om Andrew Wood en produceerde – misschien wel juist daardoor – een meesterwerk.

Say Hello 2 Heaven / Reach Down / Hunger Strike / Pushin Forward Back / Call Me A Dog / Times Of Trouble / Wooden Jesus / Your Saviour / Four Walled Word / All Night Thing

woensdag 25 juli 2012

Pete Droge | Necktie Second

Tussen het grunge-geweld uit Seattle is het debuut van Pete Droge in 1994 een totale verrassing. Toegegeven, Droge, 25 jaar, behoort tot de Seattle-scene van slackers en neo-hippies die opgroeien met punk en metal, maar anderszins is Droge evenzeer een Dylan-adept. Na dienst gedaan te hebben in punkrockbandjes struint Droge, gewapend met akoestische gitaar, voortaan liever de koffiehuizen af. Pearl Jam-gitarist Mike McCready is nogal enthousiast over de ironische, stemmige liedjes van Droge en neemt een demo op van de songs, die hij vervolgens aan producer Brendan O'Brien laat horen. Ook O'Brien is direct verkocht en tekent hem voor Rick Rubins American Recordings-label.
Met zijn eigen band – met daarin toekomstige echtgenote Elaine Summers – neemt Droge thuis bij O'Brien in Atlanta, Georgia zijn ijzersterke debuutplaat op. Necktie Second kent een warme, organische sound die gebaseerd is op Droge's laidback voordracht, countryrock-gitaren en een zoemende Hammond B-3. Droge's liedjes lijken in niets op de harde, Seattle grunge-sound, maar liggen eerder in het verlengde van de neo-countryrock van labelgenoten The Jayhawks of de popsongs van Tom Petty – zoals het aanstekelijke 'So I Am Over You'. Het zijn de droeve, traag slepende liedjes die in het bijzonder imponeren: 'Northern Bound Train', 'Straylin Street' en 'Faith In You'; nog eens overtroffen door het persoonlijke 'Fourth Of July' – waarin Droge een hemelse gitaarsolo loslaat – en het zuigende 'Hardest Things To Do'. Necktie Second is een droom van een debuutplaat en stuwt Pete Droge terecht hoog op in de vaart der volkeren: hier klinkt een origineel geluid – dat van een grungy singer-songwriter.
Zoals dat zo vaak gaat bij een spraakmakend debuut, is dat wat er volgt van een mindere kwaliteit. Dat geldt ook voor Pete Droge: de opvolgers kunnen niet tippen aan diens fantastische debuut. Er volgt een bescheiden serie cd's, waarbij de cd van The Thorns – met Matthew Sweet en Shawn Mullins – nog het meest opmerkzaam is. Aan de exposure ligt het ook niet: Droge's liedjes figureren in talloze speelfilms en zelf speelt hij Gram Parsons in Cameron Crowe's Almost Famous. Een wereldwijde doorbraak zit er voor Pete Droge echter niet in – Necktie Second blijft zijn chef d'oeuvre.

If You Don't Love Me (I'll Kill Myself) / Northern Bound Train / Straylin Street / Fourth Of July / Faith In You / Two Steppin Monkey / Sunspot Stopwatch / Hardest Thing To Do / So I Am Over You / Dog On A Chain / Hampton Inn Room 306