Posts tonen met het label hardrock. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hardrock. Alle posts tonen

zondag 7 januari 2018

Frost | Through The Eyes Of Love

In 1968 heet de band uit Detroit, Michigan nog Dick Wagner and the Frost, maar een jaar later is het gewoon Frost. Dick Wagner is de componist, zanger en gitarist van de heavy rockband die onder contract komt bij Vanguard en voor dat label drie albums produceert. De band is in het voetspoor van heavy rockgroepen als MC5 en The Stooges in Michigan behoorlijk populair, maar is beduidend melodieuzer dan voornoemde bands. 
De derde en laatste lp Through The Eyes Of Love is in 1970 Frosts meest evenwichtige plaat, vanwege de warme en organische sound en de topvorm van songschrijver en gitarist Wagner. Met zijn sublieme en lyrische gitaarspel tilt Wagner prachtige bluesy hardrocksongs als ‘Black As Night’, ‘Through The Eyes Of Love (God Help Us Please)’ en ‘It’s Hard’ naar een hoog niveau. De beste zanger is Wagner niet, maar zijn expressieve en warme gitaarsound maakt van Through The Eyes Of Love een uitstekend melodieus hardrockalbum. 
Als gitarist zal Dick Wagner later befaamd worden door een hoofdrol te vertolken op essentiële albums van zowel Lou Reed als Alice Cooper; een roemvolle carrière waarvan Frost een fraaie prelude vormt. 

Black As Night / Fiften Hundred Miles (Through The Eye Of A Beatle) / Through The Eyes Of Love (God Help Us Please) / Maybe Tomorrow / It’s So hard / A Long Way From Home / Big Time Spender

Vanguard, 1970

zondag 10 december 2017

Nitzinger | Nitzinger

Toch wel uit het redelijke niets komt John Nitzinger in 1972 met een waanzinnige hardrockplaat, die zo niet alle, dan wel vele gebieden bestrijkt: heavy rock, southern rock en ook countryrock. En vergeet de rockballad niet. John Nitzinger, uit Forth Worth, Texas, heeft alles in huis. Hij is een wat maf persoon, die niet zomaar aansluiting vindt in de mainstream muziekindustrie - maar hij schrijft wel verdomd goeie liedjes en is bovendien een fantastische gitarist. De goden zij gedankt dat Capitol Records de brille van de bijzondere Nitzinger inziet en hem een lp laat opnemen met zijn band: Linda Waring op drums en Curly Benton op bas. De rest doet John Nitzinger zelf. En dat is niet niks want Nitzinger is een monster van een hardrock-album. Met beukende songs als ‘Ticklelick’ en ‘Witness to the Truth’; en midtempo rocksongs, in de sfeer van ZZ Top, als ‘Boogie Queen’ en het Lynyrd Skynyrd-achtige ‘The Nature of Your Taste’ en ook het prachtige door Nitzingers gitaar aangejaagde ‘My Last Goodbye’. Dan is er natuurlijk ook nog Nitzingers lijflied, het opzwepende ’Louisiana Cock Fight’. Maar er is op dit album niet alleen moordende hardrock; John Nitzinger zoekt, hoe wonderlijk ook, de nuance op in het fascinerende ‘Enigma’ en in de betoverende pianoballad ‘No Sun’. Dat is ook wat Nitzinger zo’n geweldig rockalbum maakt: de afwisseling tussen Nitzingers geile gitaarspel in de rocksongs en de akoestische ruimtelijkheid in de schitterende midtempo songs. Het album is ook nog eens prachtig uitgevoerd in een leerprint met een zilveren opdruk en op de binnenhoes de teksten in zilveren inkt geprint. Al met al is Nitzinger een soort enigma en is Nitzinger een enigmatisch hardockalbum; uniek in zijn soort.

‘L.A. Texas Boy’ | ‘Ticklelick’ | ‘No Sun’ | ‘Louisiana Cock Fight’ | ‘Boogie Queen’ | ‘Witness to the Truth’ ‘The Nature of Your Taste’ | ‘My Last Goodbye’ | ‘Enigma’ | ‘Hero of the War’

maandag 4 december 2017

Dog Soldier | Dog Soldier

The Keef Hartley Band speelde op Woodstock maar hun manager weigerde hen te laten filmen. Een tragische vergissing. Zodoende bleef eeuwige roem onthouden aan drummer Keef Hartley (ex-Artwoods, ex-John Mayall's Bluesbreakers) en zanger/gitarist Miller Anderson (ex-Savoy Brown). Als Hartley in 1971 met een big band gaat toeren is Anderson weg voor een solocarrière. Gek genoeg brengt een advertentie in de New Musical Express eind '74 de mannen weer bij elkaar. Met oude rot Derek Griffiths (ex-Artwoods) op gitaar en starten zij Dog Soldier, vernoemd naar Cheyenne-indianen op het oorlogspad. 
Het opportunistische Amerikaanse United Artists-label is ook op het oorlogspad, biedt Dog Soldier flinke voorschotten en eist een debuutplaat met een Amerikaanse sound. Dat gaat niet lukken: Dog Soldier is een lekker logge, Britse hardrockplaat met spacey accenten. Schitterend zijn 'You Are My Spark' en 'Long & Lonely Night', die toch, ja Westcoast-invloeden verraden. Stevige riffs, vloeiende gitaarsolo's en zoemende moogs kleuren het avontuurlijke rockgeluid van Dog Soldier, in het bijzonder de epische, elf minuten durende afsluiter 'Looks Like Rain'. Het blijft erbij, interne strubbelingen en de druk van UA maken al in 1975 Dog Soldier kapot. 

Pillar To Post / Several People / You Are My Spark / Long & Lonely Night / Giving As Good As You Get / Thieves & Robbers / Strangers In My Owm Time / Looks Like Rain

woensdag 10 mei 2017

Ken Hensley | Proud Words On A Dusty Shelf

Ter illustratie dat Kenneth William David Hensley een druk, bezig en bazig mannetje is, het volgende: In 1965 formeert hij The Gods, die in 1968 en 1969 lp's uitbrengen. Het volgende Hensley-album is in 1970 Head Machine's Orgasm, waarna Hensley doorstoomt naar Toe Fat, wier twee platen geproduceerd worden door John Peel. Nog voor het tweede album is Ken Hensley alweer getransfereerd naar Spice, dat zich – het is dan nog steeds 1970 – Uriah Heep noemt. Met het geweldige Uriah Heep begint Ken Hensley aan een solide carrière, maar o, ongedurigheid, in 1971 – tussen de Heep-albums Salisbury en Look At Yourself – gaat Hensley naar Hamburg, West-Duitsland om daar met de Krautrockers van Virus onder de naam Weed een gelijknamig album uit te brengen. Weed is een soort van mystificatie, maar is wel Ken Hensley in zijn hardrockende Uriah Heep-hoedanigheid all over the place. 
Hoewel het erop lijkt dat de organist, gitarist en componist zijn ei voldoende kwijt kan in Uriah Heep, is Hensleys geldingsdrang allesoverheersend, want nu - in 1972 - moet er een solo-album komen om zijn behoeften optimaal te bevredigen - Uriah Heep is dan op zijn hoogtepunt met de albums Demons and Wizards en The Magician’s Birthday, culminerend in een kokend live-dubbelalbum. Toch moet de eigenwijze Hensley juist dan met een solo-album komen. Het lijkt een zelfmoordmissie, en dat is het ook, want wie kent nu Ken Hensley’s Proud Words On A Dusty Shelf? Niemand, maar deze niemanden doen zichzelf wel tekort. Hensley heeft, verspreid over een jaar, in de Londense Landsdowne Studios een serie songs opgenomen die weliswaar in het Uriah Heep-repertoire zouden passen, maar eigenlijk net even wat pastoraler en meer folky zijn. Ken Hensley gebruikt op zijn eigen album alleen de Heep-ritmesectie, bassist Gary Thain en drummer Lee Kerslake, en doet de rest verder zelf. Zoals lekker venijnig en scherp gitaarwerk in ‘When Evening Comes’, ‘Proud Words’ en ‘Cold Autumn Sunday’, maar verzorgt ook eigenhandig zangpartijen die melodieus, harmonieus en vooral warm zijn (‘From Time to Time’, ‘King Without A Throne’ en ‘Black Hearted Lady’). Gecombineerd, gitaar en zang, levert dat in ‘Fortune’ een werkelijk hoogtepunt op.
Proud Words On A Dusty Shelf is echt een mooi album dat pastorale, ingetogen rock vermengt met hardrock - zoals bijvoorbeeld Alvin Lee dat in hetzelfde jaar ook doet met On the Road to Freedom - maar niettemin valt Ken Hensleys soloplaat tussen wal en schip. Vooral omdat Uriah Heep datzelfde jaar met het ijzersterke Sweet Freedom voor de dag komt. Ken Hensley is - ook al omdat hij het creatieve genie achter Uriah Heep is - ongebroken, want blijkens de hoestekst van Proud Words On A Dusty Shelf gezegend met een gigantisch ego:

Having lived with Ken for 27 years and having worked with him most of that time I find I quite like him really.
- Ken Hensley, November 1972 

‘When Evening Comes’ | ‘From Time to Time’ | ‘King Without A Throne’ | ‘Rain’ | ‘Proud Words’ | ‘Fortune’ | ‘Black Hearted Lady’ | ‘Go Down’ | ‘Cold Autumn Sunday’ | ‘The Last

zaterdag 1 april 2017

Foghat | Foghat Live

Foghat is de hardrock-afsplitsing van de Britse bluesband Savoy Brown. Het kwartet is vooral populair in de Verenigde Staten - en onder contract bij Woodstock-label Bearsville. Na vijf studioplaten in de periode 1972 tot 1976 is Foghat Live een bevestiging van de populaire Amerikaanse status. Boogie en rock-’n-roll, enthousiast en zwetend gebracht, zijn de kenmerken van Foghat, zeker wanneer het een optreden in de Amerikaanse arena’s betreft. Opgenomen tijdens hun Amerikaanse toernee in het voorjaar van 1977 is Foghat Live een heerlijk hardrock-boogie-album met dampende rocksongs als ‘Fool for the City’ en de Amerikaanse hit ‘Slow Ride’.

Fool for the City / Home in My Hand / I Just Want To Make Love To You / Road Fever / Honey Rush / Slow Ride 

Bearsville, 1977


woensdag 22 oktober 2014

Fuzzy Duck | Fuzzy Duck

Bijeengebracht in 1970, vormen zanger/gitarist Graham White (ex-Andromeda), organist/pianist Roy Sharland (ex-Crazy World of Arthur Brown), zanger/bassist Mick Hawksworth (ex-Five Day Week Stray People) en Paul Francis (ex-Tucky Buzzard) Fuzzy Duck. Hun manager – die ook manager is van Tom Jones en Engelbert Humperdinck – zorgt voor een deal met Decca-offshoot MAM, met als resultaat dat Fuzzy Duck zijn debuutplaat kan opnemen in de Londense Olympic Studios. Het zelfgetitelde Fuzzy Duck – met een spuuglelijke hoesafbeelding van een cartoon-eend met een afrokapsel – ligt in augustus 1971 in een beperkte oplage in de winkels, maar blijft daar ook liggen. En dat is zonde want Fuzzy Duck is een prachtig album op het snijvlak van progrock, hardrock en acidrock. Sterke songs, een strakke ritmesectie, een rollend, scheurend Hammond-orgel en opwindende gitaarsolo's: 'Mrs. Prout', 'Just Look Around You', 'More Than I Am' en het sterk psychedelische 'Afternoon Out' kunnen zich eenvoudig meten met het werk van Atomic Rooster, Uriah Heep en Deep Purple. Maar het mag niet zo zijn voor Fuzzy Duck: mismanagement verhindert live-optredens en interne strubbelingen leiden al in augustus '71 – nog voor Fuzzy Duck is uitgebracht – tot het vertrek van Graham White. Zonder White produceert Fuzzy Duck nog twee singles, maar aan het eind van 1971, binnen twee jaar na de oprichting, houdt de band op te bestaan. Het residu: één geweldig heavy progrock-album.

Time Will Be Your Doctor / Mrs. Prout / Just Look Around You / Afternoon Out / More Than I Am / Country Boy / In Our Time / A Word From Big D

maandag 27 januari 2014

Stray | Move It

Geen van de bandleden is achttien jaar als in 1970 het gelijknamige debuut van Stray verschijnt. Vanaf dat jaar tot en met 1976 zal Stray, vier schoolvrienden uit Shepherds Bush, Londen, elk jaar een lp uitbrengen. Rond 1974 is Stray na vier hardrockalbums op de toppen van zijn kunnen en zou succes moeten kunnen oogsten, ware het niet dat de band onder contract staat bij een folk-label. Ondanks het gebrek aan geld en promotie, vertrekt Stray toch naar Amerika om in Connecticut het nieuwe album op te nemen. Move It, gestoken in een fraaie gimmick sleeve, bevat meer akoestische gitaren en popstructuren dan de voorgangers. De melodieuze hardrock van Move It gedijt uitstekend op de Westcoast-harmonieën, sfeervolle toetsenpartijen en puntige songs. Hier verlaat Stray het eenvormige hardrockpad en ontdekt melodie en harmonie, al zijn daar altijd de venijnige gitaren van Del Bromham. Move It is samen met Stand Up And Be Counted (1975) het meest melodieuze album van Stray, maar een doorbraak zit er niet in. Interne strubbelingen leiden tot bezettingswisselingen die de band, ondanks de verworven live-reputatie, geen goed doen. Uiteindelijk blijkt Stray onbekend en ondergewaardeerd, het sterke Move It ten spijt.

Tap / Move It / Hey Domino / Customs Man / Mystic Lady / Somebody Called You / Give It Up / Like A Dream / Don’t Look Back / Right From The Start / Our Plea

maandag 28 oktober 2013

Baker Gurvitz Army | Elysian Encounter


Baker Gurvitz Army is een opmerkelijk samenwerkingsverband tussen de gebroeders Gurvitz (ex-Gun) en Cream-drummer Ginger Baker. Een zinvolle toevoeging is Snips (ex-Sharks), die met zijn bluesy rasp een dimensie toevoegt aan het groepsgeluid. Snips verleent het tweede album, Elysian Encounter – gestoken in een futuristische hoes – de hardrockin' power die het nodig heeft. De drums en percussie van Ginger Baker zijn overal en de riffs en solo's van gitarist Adrian Gurvitz maken van Elysian Encounter een uitstekend melodieus hardrockalbum. Subtiel zijn fantastische songs als 'The Key' en 'People', terwijl 'Remember' een showcase is voor de multi-gelaagde zang van Snips, het scheurende gitaarwerk van Gurvitz en de synthesizers van toetsenist Peter Lemer. Ook 'Time' is avontuurlijk: een mix van soulvolle rock en priemende gitaren. Verder dan een cultstatus komt Baker Gurvitz Army helaas niet, al helemaal niet als de albums van de band volop in de ramsj gegooid worden. Ook Elysian Encounter ligt dan voor een paar gulden in de uitverkoopbakken van de platenwinkels. Het fraaie album is er niet minder om.

People / The Key / Time / The Gambler / The Dreamer / Remember / The Artist / The Hustler

maandag 16 september 2013

Tucky Buzzard | Coming On Again

The End komt al in 1965 onder de hoede van Stones-bassist Bill Wyman. Het levert een album op, Introspection, dat gemangeld wordt tussen management en platenlabelpolitiek. Het brengt The End in 1969 ten val, maar de kern van de band maakt als Tucky Buzzard een doorstart. Het is opnieuw Wyman die de band een contract bezorgt, ditmaal bij het Amerikaanse Capitol. Tucky Buzzard heeft dan – de sixties zijn voorbij – het psychedelische pad verlaten en koerst op een sound van progressive rock en hardrock. Na twee lp's van Led Zeppelin-achtige hardrock en een bescheiden succes in Amerika – maar niet in het thuisland Engeland – wijkt Tucky Buzzard uit naar Spanje, naar Madrid. In de Hispavox Studios neemt het vijftal zijn derde album op. Zij krijgen hierbij steun van dirigent Waldo de los Rios en het Madrid Philharmonic Orchestra. Vanzelfsprekend is Coming On Again een symfonisch en barok album. Kant 1 wordt in beslag genomen door de suite 'Coming On Again', kant 2 door een viertal prachtige atmosferische songs waarin akoestische en elektrische gitaren, etherische toetsen en orkest samengaan met schitterende harmoniezang. Coming On Again is aldus een zeer bijzonder album, temeer daar het alleen een release kent op het Spaanse Hispavox-label. Wat Tucky Buzzard bestempelt tot een obscure rockband en Coming On Again tot een collector's item.

Suite: Coming On Again (Part 1), For Maryse, Over The Hill, Coming On Again (Part 2), Believe Me, Here I Am / You're All Alone / You Never Will / Free Ticket / Lady Fair

zaterdag 22 juni 2013

Deep Purple | Burn

Wie een onderscheid maakt in de ontwikkelingsfasen van Deep Purple komt onvermijdelijk uit bij Mark 1, Mark 2 en Mark 3. Van deze drie bezettingen is Mark 2 zonder meer de meest succesvolle. In de periode juli 1969 tot en met juni 1973 bestond de Britse band uit Ritchie Blackmore (gitaar), Jon Lord (toetsen), Ian Paice (drums), Ian Gillan (zang) en Roger Glover (bas). Deep Purple is dan, immens populair in Amerika en Japan, de allergrootste hardrockband: Purplemania overheerst de wereld. Maar de roem eist zijn tol. Van nature tegenpolen, bevechten de klassiek geschoolde Lord en de rock-‘n-roller Blackmore elkaar om het leiderschap van de band. Slachtoffer van deze geldingsdrang is Ian Gillan, die na vier studio-albums in december 1972 besluit op 30 juni 1973 te stoppen met Deep Purple. Omdat ook Ritchie Blackmore samen met Ian Paice en Paul Rodgers (Free) plannen heeft voor een nieuwe band lijkt het eind van Deep Purple nabij. Maar Paice wordt omgepraat te blijven en met Lord en Glover op zoek te gaan naar nieuwe bandleden. Met Paice blijft ook Blackmore, maar alleen als Roger Glover vertrekt. Hetgeen geschiedt. Het management van Deep Purple zoekt dan via advertenties twee nieuwe Purple-leden en dus stromen de tapes binnen. Ondertussen hebben Paice en Lord een kandidaat gespot in de persoon van Trapeze-zanger Glenn Hughes. Maar vanwege de beoogde nieuwe vocale sound – dubbele zang – blijft men op zoek naar een zanger, die uiteindelijk gevonden wordt in de onervaren David Coverdale, dan werkzaam in een kledingboetiek. Zijn donkere, bluesy stemgeluid maakt, ondanks zijn nervositeit en onzekerheid, indruk op de Deep Purple-leden. In september 1974 bivakkeert het vijftal op het vertrouwde Clearwell Castle en legt daar de basis voor de debuutplaat van Mark 3. Aan het eind van die maand worden de nieuwe bandleden met veel tamtam aan de pers voorgesteld en in november beginnen de opnamen voor het album in Montreux, met behulp van de mobiele studio van The Rolling Stones en de vertrouwde producer Martin Birch. In ruim een week – en zonder ruzies – legt Deep Purple Mark 3 zijn debuut vast en gaat dan toeren door Europa, al ligt de plaat nog niet in de winkels. Dat gebeurt pas op 15 februari 1974 en blijkt het wachten meer dan waard: Burn is een Purple-klassieker. Het titelnummer ‘Burn’ is een stormende heavy rocker met een klassieke Blackmore-riff en fenomenale zang van de tandem Hughes/Coverdale. De harmoniezang is een verrassend nieuw element in de heavy Purple-sound, evenals het funky basspel van Glenn Hughes, fraai geëtaleerd in energieke rocksongs als ‘Might Just Take Your Life’, ‘Lay Down, Stay Down’ en ‘You Fool No One’. Opvallend zijn ook de synthesizer-solo’s van Jon Lord, maar zijn vertrouwde Hammond en Blackmore’s Stratocaster blijven de bluesy heavyrock-sound overheersen. Van dat laatste getuigen de nummers die Ritchie Blackmore nog op plank heeft liggen van Purple Mark 2: de geweldige rocker ‘Sail Away’ en de tranentrekkende blues ‘Mistreated’ – een subliem samenspel tussen Coverdale’s zang en Blackmore’s gierende gitaar. Burn bevat zoveel nieuwe en verfrissende elementen dat de meeste critici hun scepsis laten varen en het album omarmen als een uitstekende start van de Mark 3-bezetting. Dat mag zo zijn, maar opvolger Stormbringer (1974) kan al op minder positieve kritieken rekenen, terwijl op het volgende album, Come Taste The Band (1975) Ritchie Blackmore vervangen is door de Amerikaan Tommy Bolin. Het definitieve einde van de ooit populairste hardrockband komt op 24 juli 1976 als de Melody Maker het overlijdensbericht van Deep Purple plaatst.

Burn / Might Just Take Your Life / Lay Down, Stay Down / Sail Away / You Fool No One / What’s Going On Here / Mistreated / “A” 200

zondag 26 mei 2013

Ted Nugent | Ted Nugent


Hij heeft voldoende tegen zich spreken; zo is Ted Nugent een behoorlijke rechts-reactionair, een voorvechter van vrij wapenbezit en een pleitbezorger van de jacht – waarover hij het boek Kill It & Grill It schreef. Ted Nugent is ook nog eens een tamelijk beroerd zanger, maar daar staat tegenover dat hij een ras-performer en showman is en vooral een briljante rock-'n-rollgitarist. Theodore Anthony Nugent is afkomstig uit Detroit, Michigan en is vanaf midden jaren zestig actief in The Amboy Dukes, die vanwege Teds showboatin' op zijn Gibson Birdland-gitaar begin jaren zeventig worden omgedoopt tot Ted Nugent & The Amboy Dukes. De volgende logische stap is een solocarrière, die in 1975 van start gaat met het zelfgetitelde Ted Nugent. Ted is dan door zijn enerverende, spetterende live-optredens al flink populair in de rockarena's van het Midwesten en staat alom bekend als de Motor City Madman. Nugents debuutplaat sluit naadloos aan bij diens live-reputatie: vette boogie, pompende hardrock en opwindende gitaarsolo's. Ted Nugent bespeelt zijn kolossale Gibson-gitaar als een kogelspuwende mitrailleur in rocknummers met een hoog octaangehalte als 'Stormtroopin'', 'Motor City Madhouse', 'Just What The Doctor Ordered' en het absoluut geniale 'Stranglehold'. Het pleit overigens voor Nugent dat hij bij wijze van adempauze een poëtisch, jazzy liedje als 'You Make Me Feel Right At Home' inlast. Ted Nugent is, gelijk de debuutplaten van Aerosmith, Montrose en Van Halen, een klassieke Amerikaanse hardrockplaat en het startschot van een imposante carrière die tot spijt van sommigen voortduurt tot op de dag van vandaag.

Stranglehold / Stormtroopin' / Hey Baby / Just What The Doctor Ordered / Snakeskin Cowboys / Motor City Madhouse / Where Have You Been All My Life / You Make Me Feel Right At Home / Queen Of The Forest    

zaterdag 9 maart 2013

Temple Of The Dog | Temple Of The Dog


Soundgarden en Green River, twee bevriende bands uit Seattle, grossieren in punk en metal. Het woord ‘grunge’ moet eind jaren tachtig nog uitgevonden worden, maar de noise-niks van de twee bands maken aan de noordwestkust van de Verenigde Staten furore met compromisloos geschreeuw en geram. Als Green River uiteenvalt, vormen bassist Jeff Ament en gitarist Stone Gossard samen met zanger Andrew Wood Mother Love Bone. Mother Love Bone krijgt bekendheid, maar Soundgarden – waarvan zanger Chris Cornell Woods huisgenoot is – breekt echt door als een van de eerste grungebands. Dan overlijdt Andrew Wood op 16 maart 1990, vlak voor de release van Mother Love Bone’s debuut, aan een overdosis heroïne, waardoor de droom van Cornell, Ament en Gossard wreed verstoord wordt. Door het verdriet heen schrijft Chris Cornell twee songs ter nagedachtenis aan Andrew Wood, ‘Say Hello 2 Heaven’ – He came from an island / And he died from the street – en ‘Reach Down’. De rouwende vrienden besluiten de songs op te nemen, waarop de opnamen – in de weekenden van november en december 1990 – uitgroeien tot het gelegenheidsproject Temple Of The Dog. 
Temple Of The Dog, met daaraan toegevoegd de studiogitarist Mike McCready en Soundgarden-drummer Matt Cameron, is mijlenver verwijderd van de grungesound van Soundgarden en ligt volledig in het verlengde van de jaren zeventig-hardrock van Led Zeppelin en Deep Purple. Temple Of The Dog klinkt bluesy en heeft een brede gepolijste sound, hetgeen de prachtige heavy liedjes adem geeft. De instrumenten klinken helder en gescheiden, maar wat vooral opvalt is het werkelijk immense stemgeluid van Chris Cornell die klassieke hardrockzangers als Robert Plant en David Coverdale naar de kroon steekt. Temple Of The Dog is feitelijk een absolute hardrockklassieker omdat de composites een uitzonderlijk niveau hebben en zeer gevarieerd zijn, omdat de instrumentbeheersing nagenoeg perfect is – zeker waar het het solospel van Mike McCreedy betreft – en de zang van Cornell uniek is voor het tijdsgewricht. Daar komt nog bij dat de dan onbekende Eddie Vedder de imposante achtergrondvocalen verzorgt – en vervolgens door Ament en Gossard gevraagd wordt zanger te worden van een nieuwe band: Pearl Jam. Chis Cornell en Soundgarden blijven voorlopig trouw aan hun heftige punkmetalsound, tot aan Superunknown – dan bekeert ook Soundgarden zich tot een meer melodieuze sound. Temple Of The Dog heeft echter, in een tijdperk van luide punkrock, de weg bereid voor de herwaardering van klassieke hardrock. En hoewel de aanleiding een trieste is; Temple Of The Dog ontsteeg het verdriet en de rouw om Andrew Wood en produceerde – misschien wel juist daardoor – een meesterwerk.

Say Hello 2 Heaven / Reach Down / Hunger Strike / Pushin Forward Back / Call Me A Dog / Times Of Trouble / Wooden Jesus / Your Saviour / Four Walled Word / All Night Thing

donderdag 7 maart 2013

Steel Mill | Green Eyed God


Als het debuutalbum van Steel Mill, Green Eyed God, in 1975 een binnenlandse release krijgt, is de band al zo'n drie jaar passé. Een commerciële mislukking, maar welbeschouwd een creatief succes want Green Eyed God is een heavy progressive monster. En dat is nogal wonderlijk voor een band waarvan de leden beïnvloed zijn door traditionele folk, geïmproviseerde jazz en zwarte blues. Begin '69 opgericht in Zuid Londen, begint Steel Mill te experimenteren met progressive elementen en heavy riffs. Belangrijke details tegenover de vete gitaarriffs en venijnige solo's zijn de zweverige dwarsfluitsolo's en de spaarzaam ingezette saxofoon. Dan wordt Steel Mill ontdekt door de Dj's van Radio Luxemburg, sluiten een platencontract met het Penny Farthing-label, treden op op het Reading-festival en brengen in augustus '71 de debuutsingle 'Green Eyed God' uit. 
Eind 1971 neemt de band in een korte tijdsspanne hun debuutplaat op, die Penny Farthing echter weigert uit te brengen en op de plank laat liggen. Gelukkig brengt het Duitse Bellaphon in 1972 wel Steel Mills schitterende debuut uit. Enerzijds rockt de band op de acht tracks hard door de ijzeren gitaarriffs en de ronkende Hammond, maar anderzijds maken luchtige jazzy ritmes en lyrische folky passages, hoewel nog steeds heavy, Green Eyed God opvallend gevarieerd. In het spoor van de gelijknamige single volgens prachtige donkergetinte tracks als 'Blood Runs Deep', 'Summer's Child', Turn The Page Over' en 'Black Jewels Of The Forest'. In Engeland echter, zien de bandleden hun momentum vervliegen en besluiten eind '72 Steel Mill op te heffen. Als mosterd na de maaltijd brengt Penny Farthing drie jaar later het meesterlijke progressive hardrockalbum tevergeefs op de markt. Green Eyed God is gedoemd, obscuur en een klassieker in het genre.

Blood Runs Deep / Summer's Child / Mijo And The Laying Of The Witch / Treadmill / Green Eyed God / Turn The Page Over / Black Jewel Of The Forest / Har Fleur

donderdag 6 december 2012

Uriah Heep | Demons And Wizards



Niet alleen is Demons And Wizards Uriah Heeps vermoedelijk beste langspeler, maar ook het doorbraakalbum van de Londense band die zich vernoemde naar de vileine kantoorklerk uit Dickens' David Copperfield. De band bestaat aanvankelijk uit zanger David Byron, gitarist Mick Box, toetsenist/gitarist Ken Hensley en wisselende bezettingen op bas en drums. Dat laat onverlet dat Uriah Heep van meet af aan succes heeft met avontuurlijke hardrockalbums en opwindende live-optredens. Mede door de bemoeienis van manager/producer Gary Bron begint ook buiten Engeland de populariteit toe te nemen.
Terug van een vermoeiende tour door Amerika duikt de band in maart 1972 gelijk de Londense Lansdowne Studios in, maar nu met de van Keef Hartley afkomstige bassist Gary Thain en van The National Head Band de powerdrummer Lee Kerslake. In een koortsachtig tempo en in een onmiskenbare creatieve flow legt de vernieuwde Uriah Heep in een maand tijd hun vierde album vast, dat de titel Demons And Wizards meekrijgt en weer een maand later in de winkels ligt, verpakt in een schitterende Roger Dean-hoes. De single 'The Wizard' – met folky akoestische gitaren – is aan de album-release vooraf gegaan, maar het is de volgende single die een monsterhit wordt: het pompende 'Easy Livin'', een top 5-notering in Nederland. Het album zelf is een prachtige samensmelting van hard en zacht; tegenover de harde gitaren en de door een Leslie-box gestuurde Hammond staan tedere momenten waarin de akoestische gitaren tinkelend helder klinken en Byron ingetogen zingt. Symfonisch en episch is het sublieme 'Circle Of Hands' – met Mick Box' huilende gitaar –, dreigend en duister 'Rainbow Demon', betoverend en pastoraal 'Paradise' en sprookjesachtig en overweldigend – niet in de laatste plaats opgeroepen door het massieve mellotron-geluid – de majestueuze afsluiter 'The Spell'. Demons And Wizards is Uriah Heeps meest afwisselende album; zacht als zijde, hard als metaal.

The Wizard / Traveller In Time / Easy Livin' / Poet's Justice / Circle Of Hands / Rainbow Demon / All My Life / Paradise / The Spell