Posts tonen met het label heavy rock. Alle posts tonen
Posts tonen met het label heavy rock. Alle posts tonen

maandag 20 november 2017

Leaf Hound | Growers Of Mushroom

Voor originele exemplaren van Growers Of Mushroom moeten astronomische bedragen neergeteld worden. Logisch als er in 1971 slechts 500 exemplaren geperst zijn. Op de releasedatum is Leaf Hound al een jaar ter ziele en heeft ook niet veel langer dan een jaar bestaan. Wel lang genoeg om in elf studio-uren een absoluut rockmonster te produceren. Het kwartet uit Zuid Londen zijn de ware meesters van de scheurende bluesrock met een psychedelische twist. Zanger Pete French bezit een ijzeren strot en zijn neef Mick Halls hanteert de elektrische gitaar als een bouwvakker een betonboor. In de heavy traditie van Free en Cream, al wordt Growers Of Mushroom vooral gezien als het bastaardneefje van Led Zeppelin II. Hoe dan ook, dit magistrale hardrockalbum is zijn reputatie meer dan waard; de aardeverschroeiende riffs – waarin niettemin akoestische gitaren helder opklinken – zijn een solide bodem voor de geile zang en de werkelijk hemelsplijtende gitaarsolo’s. Growers Of Mushroom is het meest onbekende hardrockmeesterwerk in de muziekhistorie. 

Freelance Fiend / Sad Road To The Sea / Drowned My Life In Fear / Work My Body / Stray / With A Minute To Go / Growers Of Mushroom / Stagnant Pool / Sawdust Caesar 

vrijdag 17 maart 2017

Fat | Fat


Fat is eind jaren zestig een talentvolle rockband uit Massachusetts die al snel onder contract komt bij major RCA. In New York neemt het vijftal zijn debuutalbum op dat een bescheiden succes is, maar geen doorbraak oplevert. Fat gaat dientengevolge wel toeren met The Allman Brothers. Een mooie affiche, want het debuutalbum Fat bevat mooie, vloeiende heavy rock die aangejaagd wordt door schitterende dubbele gitaarpartijen. In midtempo en met subtiele harmonieën, strooit Fat de ene na de andere lyrische rocksong in het rond. De bluesy zang is sterk, maar het zijn vooral de psychedelische, naar de hemel opstijgende gitaarsolo’s – excellent in ‘Country Girl’ – die Fat daadwerkelijk onderscheiden. In 1970 is Fat een grote belofte, maar als de band opgepakt wordt vanwege drugsbezit, verbreekt RCA het contract. De groep blijft nog wel actief in het live-circuit gedurende de jaren zeventig, maar het is een bestaan in de marge. 

House On The Corner / Black Sunday / Mine Eyes Have Seen / Lonely Lady / Journey / Shape I’m In / Country Girl / Over The Hill / Duck Sweat / Highway

RCA, 1970.

vrijdag 10 januari 2014

Necromandus | Quicksand Dream

Een contract met Vertigo, lovende kritieken en een debuutalbum dat geproduceerd is door Black Sabbaths Tony Iommi. De wereld ligt in 1973 open voor Necromandus, maar het zal nog 18 jaar duren voordat dit album wordt uitgebracht, en wel op een obscuur Zuid-Amerikaans label onder de titel Quicksand Dream. Hoe heeft het zover kunnen komen? In 1968 komen de bandleden bij elkaar, eerst onder de naam Hot Spring Water, dan Heavy Hand, vervolgens Taurus en dan in '72 wordt het Necromandus, bestaande uit Bill Branch (zang), Barry Dunnery (gitaar), Dennis McCarthy (bas) en Frank Hall (drums). Het kwartet verhuist van Noord Engeland naar Birmingham, raakt bevriend met Black Sabbath, komt onder de vleugels van Tony Iommi en krijgt een deal bij het uiterst prestigieuze Vertigo. In de Londense Morgan Studios wordt met producer Iommi in februari '73 Necromandus' debuutalbum opgenomen. Het album is kant en klaar – prefixnummer 6360061 en met een hoesontwerp van Roger Dean – maar een release laat op zich wachten omdat manager Iommi te druk is met Sabbath. Vertigo schuift de release verder naar achteren en laat Necromandus' debuut uiteindelijk op de plank liggen, waar het 18 jaar zal blijven liggen. 
Necromandus komt de telurstelling niet te boven; al in het najaar van '73 gaat te band ter ziele. Tot het erfgoed behoort een ijzersterke heavy rockplaat, die weliswaar doom-elementen met Black Sabbath gemeen heeft, maar over het algemeen lichter van toon is. Jazzy passages en akoestische gitaren geven de uitgesponnen songs ruimte en kleur. Het jazzy gitaarspel van Baz Dunnery is ronduit fantastisch – het meest bijzonder de lyrische solo in het uiterst fascinerende 'Gypsy Dancer'. Meer prog dan doom zijn tracks als 'A Black Solitude', 'Homicidal Psychopath', 'Still Born Beauty' en 'Orexis Of Death' van zwaarte ontdaan en inventief ingekleurd zonder aan impact te verliezen. Het debuutalbum van Necromandus is bijzonder indrukwekkend en het is eeuwig zonde dat de band geen release heeft mogen meemaken – het was anders zonder meer tot grootse dingen in staat geweest.

Mogidisimo / Nightjar / A Black Solitude / Homicidal Psychopath / Still Born Beauty / Gypsy Dancer / Orexis Of Death / Mogidisimo (reprise) 

vrijdag 6 december 2013

Blue Öyster Cult | Agents Of Fortune

Agents Of Fortune: een waterscheiding in het oeuvre van Blue Öyster Cult, een hardrockgroep van Long Island, New York met een hang naar het occulte. De scheidslijn loopt tussen obscure, sinistere heavy metal en radiovriendelijke, goed in het gehoor liggende maar niettemin stevige rock. Opgericht als Soft White Underbelly in 1967, geadopteerd door svengali's Sandy Pearlman en Richard Meltzer, neemt de band na een naamswijziging in Stalk-Forrest Group zijn debuut op, dat maar liefst veertig jaar op de plank blijft liggen. Een nieuwe start als Blue Öyster Cult bezorgt de bikerband een platendeal bij Columbia.
Na drie studio-albums brengt de live-dubbelaar On Your Feet Or On Your Knees succes en aansprekende verkoopcijfers. Het nieuw verkregen elan valt samen met de nieuwste technologische ontwikkelingen, als de bandleden in 1975 thuis de beschikking krijgen over een portable meersporenrecorder. Passé is het langdurige, kostbare verblijf in de studio, want nu komen Donald 'Buck Dharma' Roeser (zang, gitaar, synthesizer), Eric Bloom (zang, gitaar), Allen Lanier (zang, keyboards, gitaar), Albert Bouchard (drums, gitaar) en Joe Bouchard (bas, piano) met kant en klare, thuis opgenomen demo's in de Record Plant-opnamestudio. Roeser is het goudhaantje als hij tevoorschijn komt met een atmosferische rocksong die opgetuigd is met een gitaarriff ontleend aan 'So You Want To Be A Rock 'N' Roll Star' van The Byrds en voorzien is van een tekst die reïncarnatie als thema heeft. Dit '(Don't Fear) The Reaper' wordt samen met negen broeierige, sc-fi-songs in een kleine zes weken tijd opgenomen, en in mei 1976 als Agents Of Fortune op de markt gebracht. Gelijktijdig komt '(Don't Fear) The Reaper' uit als single – en wordt een Amerikaanse hit. De hypnotiserende rocksong, met fluwelen gitaren, melodieuze zang en koebel, komt in Nederland in november '76 niet verder dan de tipparade, maar dat doet niks af aan de hemelse pracht. Prachtig zijn evenzeer de wat lichtere metalsongs als 'E.T.I. (Extra Terrestrial Intelligence)', 'Sinful Love', 'Morning Final' en 'Debbie Denise', in het bijzonder vanwege de ruimtelijke en ietwat gepolijste sound én het warme, vloeiende gitaarwerk.
Blue Öyster Cult heeft met Agents Of Fortune een klinkend hitalbum geproduceerd maar wordt wel enerzijds beticht van commerciële uitverkoop vanwege het glanzend gepolijste geluid en anderzijds verketterd door de christelijke gemeenschap om de verdachte, vermeend suïcidale tekst van '(Don't Fear) The Reaper'. Desondanks gaat Agents Of Fortune, een klassiek mid jaren zeventig hardrockalbum, meer dan een miljoen keer over de toonbank. '(Don't Fear) The Reaper' op zijn beurt, wordt in 2000 geëerd met een bijzonder geestige parodie in het satirische programma Saturday Night Live. Een klassiek album dus, en een nog klassiekere single die, religieuze verbrandingen ten spijt, een enorm publiek aanspreekt.

This Ain't The Summer Of Love / True Confessions / (Don't Fear) The Reaper / E.T.I. (Extra Terrestrial Intelligence) / The revenge Of Vera Gemini / Sinful Love / Tattoo Vampire / Morning Final / Tenderloin / Debbie Denise

maandag 26 augustus 2013

Monster Magnet | Dopes To Infinity

Neo-hippie en grootverbruiker van allerhande drugs, Dave Wyndorf wil niet zo erg deugen in zijn jeugdjaren. Kind van de suburb, exponent van de trash-cultuur, maar bovenal fanatiek liefhebber van heavy psychedelische rock. Wyndorf en zijn maten uit Red Bank, New Jersey verafgoden de ouderwetse geestverruimende rock van MC5, Black Sabbath en Hawkwind – retro-dopeheads dus – maar krijgen het tij mee als Seattle en de grunge-rock de muziekwereld domineren. Dan is er ook plaats voor Monster Magnets vette hallucinogene riffs en eindeloze spacy gitaarsolo’s. Na een aantal jaren van pillenslikken, dope roken en gerommel in de marge weten Dave Wyndorf (zang, gitaar), John McBain (gitaar), Joe Calandra (bas) en Jon Kleiman (bas) in een vlaag van gezond verstand een platendeal te scoren. Op indie-label Caroline verschijnt in 1991 Spine Of God, op major A&M de opvolger Superjudge. Superjudge, gemaakt met nieuwe gitarist Ed Mundell, is een loeizware acid-rockplaat, maar lijdt onder een modderige productie. Die is een stuk beter op Monster Magnets derde, Dopes To Infinity, die Dave Wyndorf en zijn personeel – de baas duldt tegen- noch inspraak – opnemen in de New Yorkse, what’s in a name, The Magic Shop. De thuis met akoestische gitaar en bongo’s gecomponeerde songs worden in de studio omgezet in nucleaire powerrock. Paradoxaal genoeg klinken de metalriffs en bombastgitaren opvallend helder in Wyndorfs eigen productie. Nieuw in Monster Magnets geluid zijn mellotron, theremin en orgel, wat zelfs, o wonder, niet eens ten koste gaat van de transparantie. Opener ‘Dopes To Infinity’ laat aan duidelijkheid niets te wensen over: pure Hawkwind-acid-rock en Sabbath-riffs. Opnieuw is Wyndorf – door de té lekkere paddenstoelen – in hogere sferen en zingt hij in ‘All Friends And Kingdom Come’ letterlijk over mushroom clouds in my head. Logisch dat de teksten gaan over supernova’s, interplanetaire ruimten, exploderende hersenpannen en natuurlijk naakte chicks. De gespierde metalriffs zijn overweldigend in ijzersterke songs als ‘Negasonic Teenage Warhead’, ‘Look Through Your Orb For The Warning’ en ‘King Of Mars’ en worden nog eens verfraaid door mellotron, wah-wah, fuzz-gitaar en tonnen feedback. Dopes To Infinity is een super heavy trip, waarvan nagenoeg alle liedjes geteisterd worden door – fantastische – aardeverschroeiende gitaarstormen. Het prachtige breekbare ‘Dead Christmas’ is de relativerende factor die Dopes To Infinity alleen nog maar beter maakt. Maar ondanks de gespierde kwaliteit moet Dave Wyndorf nog even wachten op de doorbraak; die komt in 1998 met Powertrip.

Dopes To Infinity / Negasonic Teenage Warhead / Look To Your Orb For The Warning / All Friends And Kingdom Come / Ego, The Living Planet / Blow ‘Em Off / Third Alternative / I Control, I Fly / King Of Mars / Dead Christmas / Theme From “Masterburner” / Vertigo