Posts tonen met het label 1988. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1988. Alle posts tonen

donderdag 27 februari 2014

Galaxie 500 | Today

Galaxie 500 maakte geenszins deel uit van een scene. Het trio – Dean Wareham, Naomi Young en Damon Krukowski – maakte vanaf de start eigengereide moodmusic, wars van heersende trends. En die heersende trends wáren er in het Boston van de eind jaren tachtig van de vorige eeuw: de noiserock van Dinosaur Jr, Lemonheads en Bullet Lavolta domineerde namelijk de scene. Het leverde een reactie op van een nieuwe lichting bands die subtieler te werk gingen. Een van die subtiele én talentvolle bands was Galaxie 500. Het drietal Wareham, Young en Krukowski ontmoette elkaar op de middelbare school in New York, maar pas toen zij alledrie in Boston afstudeerden, formeerden ze een band. Door de toetreding van bassiste Naomi Young werd Speedy & The Castanets omgedoopt tot Galaxie 500 en al snel scoorde de jonge band een platencontract. Een kennis van de bandleden, Mark Alghini, had net daarvoor platenlabel Aurora Records opgericht en dus debuteerde Galaxie 500 op zijn label. De band had als producer Kramer op het oog, vanwege zijn reputatie als alternatief producer – geliefd bij de noisebands en tevens voormalig bassist in Eugene Chadbourne’s Shockabilly. En dus keerde het trio terug naar New York, naar Kramers Noise New York studio’s.
Het was een korte trip; in drie dagen tijd nam Galaxie 500 met Kramer twaalf nummers op. De eerste release op Aurora Records was de single ‘Tugboat’/’King Of Spain’, direct daarop gevolgd door het negen songs tellende debuutalbum.
Aan het eind van 1988 verschijnt Today, verpakt in een sepiakleurige hoes die onschuld en melancholie verraadt. Bovendien verwijst de titel Today, aldus Dean Wareham, naar de klank van het verleden; naar het muzikale primitivisme van de jaren zestig Hoes en titel vormen tezamen een toepasselijke afspiegeling van de inhoud, die aldus van een fragiele pracht is. Dit kenmerkt zich vooral door de trage ritmes en de kwetsbare en soms zelfs wankele stem van Dean Wareham. De akkoordenwisselingen voltrekken zich vloeiend en onnadrukkelijk, maar hebben toch een opmerkelijke precisie. Bovenop deze relatieve eenvoud van bas, drums en stem is het de elektrische gitaar van Wareham die de muziek een extra dimensie verschaft en Galaxie 500 uittilt boven het gewone. Het openingsnummer ‘Flowers’ is koud onderweg of Wareham lanceert zijn eerste, bijna vloeibare solo. Hiermee wordt de toon gezet van een ingetogen en subtiele gitaarplaat die knipoogt naar het verleden. Een verleden dat herkenbaar is in de verwijzingen naar The Velvet Underground, The Feelies, Television en The Modern Lovers. Deze laatste is zelfs rechtstreeks geëerd in de vorm van een fraaie cover van Jonathan Richmans ‘Don’t Let Our Youth Go To Waste’. Op een aantal nummers – ‘Parking Lot’ en ‘It’s Getting Late – verschuift de dynamiek bijna ongemerkt van zacht naar fluisterhard om dan uit te monden in een opzwepend ritme met uiterst subtiele akkoordenwisselingen. Hier verraadt Galaxie 500 overduidelijk zijn Velvet Underground-invloeden, hetgeen Dean Wareham beaamt omdat hij VU’s 1969 – de live dubbelaar met de ‘billenhoes’ – tot zijn favorieten rekent. Waar de songs in een traag ritme blijven steken – en die aanvoelen als een warme bries – is het Warehams gitaar die het nummer naar een hemels einde brengt. Dat geldt in overtreffende trap voor de meesterlijke afsluiter ‘Tugboat’, wanneer het harmonieuze en vloeiendzachte intro explodeert in licht en geluid als Wareham een lyrische gitaarsolo het luchtruim instuurt. Het is een passend slot van een magnifieke debuut-lp, die de onschuld, eerlijkheid en melancholie van de Galaxie 500-leden uitstekend verbeeldt. Today is daarom een verrassend en eigenwijs album, en behoort zonder meer tot dé hoogtepunten van het lauwe muziekjaar 1988.
Na Today tekende Galaxie 500 bij het Britse Rough Trade en bouwde met On Fire en This Is Our Music – beide fraaie albums – voort op de ingetogen en melancholieke sound. In 1990 scheidden zich de wegen van enerzijds Dean Wareham en anderzijds Damon Krukowski en Naomi Young. De laatste twee gingen als duo verder als Pierre Étoile en veranderden later hun naam in het eenduidige Damon & Naomi. Dean Wareham richtte met Feelies-drummer Stan Demeski Luna op, en perfectioneerde de unieke gitaarsound van Galaxie 500; zíjn unieke gitaarsound.

Flowers / Pictures / Parking Lot / Don’t Let Our Youth Go To Waste / Temperature’s Rising / Oblivious / It’s Getting Late / Instrumental / Tugboat



dinsdag 11 februari 2014

Big Dipper | Craps

De tweede helft van de jarig tachtig staat in het teken van de invasie van de Amerikaanse gitaarbands. Achter de grote golf duiken talloze bands op die gitaarpop combineren met hoekige Britse postpunk en R.E.M.-achtige neo-countryrock. Een van die bands is Big Dipper, uit het broeinest van de gitaarpop, Boston, Massachusetts. In 1987 debuteert Big Dipper – Grote Beer – met een ep, datzelfde jaar gevolgd door het prettige debuut Heavens. Maar het echte werk is Craps uit 1988, want daarop jubelen en rinkelen de elektrische gitaren, zijn de melodieën onweerstaanbaar en is de productie – Lou Giordano en Paul Kolderie in hun huisstudio Fort Apache – helder en warmbloedig. Craps bestaat uit scherpe, melodieuze gitaarsongs als 'The Insane Girl' en het schitterende 'The Bells of Love' enerzijds, en prachtig dromerige liedjes anderzijds: 'Semjase', over een buitenaardse wezen van de vrouwelijke kunne; 'Bonnie', een weemoedige herinnering aan een jeugdliefde; en het fantastische, waargebeurde 'Ron Klaus Wrecked His House'. Craps is een fenomenaal album, maar ontstijgt de indie-status niet. Daarom probeert Big Dipper het in 1990 bij major Epic met Slam, maar dat wordt een grootse mislukking zodat de band zonder platencontract komt en aldus zichzelf opheft.

Meet The Witch / Ron Klaus Wrecked His House / The Insane Girl / Semjase / Stardom Because / Bonnie / Hey! Mr. Lincoln / The Bells Of Love / A Song To Be Beautiful  

vrijdag 20 september 2013

Talk Talk | Spirit Of Eden

En zoals zo vaak ontkiemde het vanuit de punk. Eddie Hollis maakte deel uit van de inner circle rondom Dr. Feelgood en was een punker van het eerste uur. Vanuit zijn duizelingwekkende platencollectie startte Hollis in 1975 een van de eerste Britse punkbands: Eddie And The Hot Rods. Eddie neemt op zijn wilde toers door het land zijn jongere broer Mark mee op sleeptouw en in de pubs waar The Hot Rods spelen zet ook Mark de eerste schreden op het muzikale pad. Als Mark Hollis dan in 1981 met bassist Paul Webb en drummer Lee Harris een new wave-band oprichten, is Talk Talk een feit. In deze beginjaren volgt Talk Talk het hippe en dan moderne Blitz-stramien; in navolging van bands als Duran Duran, Orchestral Manoeuvres In The Dark en Spandau Ballet wordt de sound volledig gedomineerd door synthesizers en ingeblikte toetsen. EMI Records heeft grote verwachtingen van de band rondom Mark Hollis en tekent een langdurig contract met Talk Talk. De groep brengt dan naast een elpee een aantal singles uit en heeft in 1981 ook in Nederland een hitje met het met synthesizers volgesmeerde deuntje ‘Talk Talk’. 
In de volgende jaren ontworstelt Talk Talk zich voorzichtig aan de eendimensionale synthipop door van de nood een deugd te maken en de synthetische klanktapijten op te blazen tot barokke proporties en daarbij en passant de piano een grote rol toe te dichten. Het levert Mark Hollis en de zijnen klassieke hits op met ‘Dum Dum Girl’, ‘It’s My Life’ en ‘Such A Shame’ – alle afkomstig van de succesvolle langspeler It’s My Life. Maar dan gaat het roer om: de bombastische keyboards worden radicaal overboord gezet ten faveure van de akoestische piano.
De drijvende kracht achter deze transformatie is producer en toetsenist Tim Friese-Green. Mede door zijn bemoeienis wordt Talk Talk omgetoverd tot een symfonische band voor wie sfeer en verstilling belangrijker is dan technisch machtsvertoon. The Colour Of Spring (1986) is al een magnifiek meesterstuk van atmosfeer en nuance – en levert Talk Talk zelfs nog een wereldhit op met ‘Life’s What You Make It’ – maar het kwartet, Friese-Green is inmiddels fulltime bandlid, zoekt de grenzen van het muzikaal impressionisme nog verder op. Met Spirit Of Eden zet Talk Talk de eerste stappen op weg naar een nieuwe symfonica.
Veertien maanden wordt er in de studio gesleuteld aan Spirit Of Eden. Een keur aan muzikanten draaft op, onder wie bassist Danny Thompson (Nick Drake, John Martyn), gitarist Robbie McIntosh (The Pretenders) en klassiek violist Nigel Kennedy. Daarnaast worden er houtblazers als klarinet en oboe ingezet die voor een organische en pastorale sfeer zorgen. Friese-Green is als instrumentalist bovendien meesterlijk wanneer hij orgel en harmonium bespeelt. En dan is er nog het verstilde pianospel en het uit duizenden herkenbare stemgeluid van de initiator van dit alles, Mark Hollis.
De zes composities die Spirit Of Eden vormen – in gezamenlijkheid gecomponeerd door Hollis en Friese-Green – ontberen elke klassieke popstructuur en stromen voort op ijle en organische klanken die aan impressionisten als Erik Satie of Claude Debussy doen denken. Startend vanuit wat vaag op een bluesschema lijkt, neemt openingsnummer ‘The Rainbow’ algauw het filmische karakter aan van Pink Floyds ‘Shine On You Crazy Diamond’, maar Talk Talk gaat verder en graaft dieper in zijn symfonische verklanking van het surrealisme van Salvador Dalí en Joan Miró. In een vorm die tere schoonheid verklankt en tegelijk een elementaire kracht verbeeldt, zweven de Talk Talk-muzikanten van de ene muzikale droom naar de andere. Hollis’ minuscule teksten raken aan de eenvoud van het bestaan, zoals in het majestueuze ‘Eden’: Everybody needs someone to live by. Of dienen als vocaal bestanddeel van de ambient-achtige en volmaakte afsluiter ‘Wealth’: Take my freedom for giving me a sacred love.
Ondanks de loodzware pretenties is Spirit Of Eden geheel vrij van bombast en holle pathetiek. Het magisch-realistische meesterwerk van Hollis en Friese-Green is een nieuw muzikaal concept en brengt de popmuziek een fikse stap verder. Spirit Of Eden is dan ook totaal onvergelijkbaar met elke vorm van popmuziek die tot dan toe verscheen en is zoals gezegd baanbrekend op het gebied van de vernieuwing van de symfonische popmuziek. Dit is wat Spirit Of Eden duidelijk maakt: Mark Hollis is een muzikaal genie.

The Rainbow / Eden / Desire / Inheritance / I Believe In You / Wealth



dinsdag 15 mei 2012

Eddie Ray Porter | Dance On The Earth

In het bijzonder fraaie stemgeluid van zowel Dylan Leblanc als Chris Brecht meen ik eenzelfde vocale warmte en emotie te herkennen als bij Eddie Ray Porter. Eddie Ray Porter, waar is hij gebleven? Afgaande op de totaal ontbrekende informatie, lijkt Porter een groot mysterie. De singer-songwriter uit San Francisco, Californië verschijnt in 1986 op de radar als het Franse New Rose-label het in Amerika in eigen beheer gereleasde debuut When The Morning Falls uitbrengt. Porter heeft een basic begeleidingsband in de vorm van bassiste Leslie Rule en drummer Leor Beary, maar het debuut profiteert vooral van de elektrische gitaar en productie van Chuck Prophet. Voor het volgende album weet Porter zich, naast zijn vertrouwde ritmesectie, verzekerd van de hulp van de American Music Club. Producer van Dance Of The Earth, uitgebracht op New Rose in 1988, is Tom Mallon, die een helder, scherp geluid neerzet waarin Porters zang, gitaar en songs uitstekend gedijen. Na de sterke opener 'Wink Of An Eye' – een anti-warsong met schurende gitaren – volgt een uitmuntende serie gevoelige, zwaar melancholieke singer-songwritersliedjes, die muzikaal worden verfraaid door de pedal steel van Bruce Kaphan, de mandoline van Danny Pearson en het pianospel van Charles Gillenham. Porter zingt van kansloze liefdes, lege drankflessen en rusteloze zielen. Neem nu de prachtige Californië-roadsong 'Out Of LA', het lamentabele 'Evangelene' – Evangelene / What did your salvation mean – of het ongehoord schitterende 'Fugitive Light' met scheurend gitaarwerk van AMC's Vudi. Porters aangrijpende, warmbloedige zang komt in het afsluitende titelnummer nog eens goed tot zijn recht; 'Dance Of The Earth' is een hartwringende, atmosferische ballad met een boodschap: Let the music fill your senses and your soul / And dance on. Maar weinig mensen luisteren naar Eddie Ray Porter; in 1991 verschijnt 3 (Letter To Mary), maar daarna wordt op het muzikale podium helaas niets meer van hem vernomen.
Wink Of An Eye / Trip To The Moon / Out Of LA / Carmelita / Sound And Fury / Evangelene / Lie Of The Mind / Fugitive Light / Shot Down In Flames / Dance On The Earth

donderdag 16 februari 2012

The Moffs | Labyrinth

Eerst is daar in 1985 de single ‘Another Day In The Sun’, een waanzinnige mix van Neil Young-gitaren en zweverige psychedelica. Wie zijn deze volslagen onbekende Moffs dat ze met zo’n uitgebalanceerd meesterwerkje debuteren? Een jaar later komt het antwoord in de vorm van een mini-lp, het zelfgetitelde The Moffs. En met het verschijnen van dit superieure staaltje neo-psychedelica wordt duidelijk wie The Moffs zijn: vier jonge muzikanten uit Sydney, Australië, onder wie zanger, componist en bandleider Tom Kazas. Op grond van de vijf nummers tellende mini-lp wordt duidelijk waar The Moffs hun inspiratie vandaan halen: van de psychedelica van Pink Floyd en de progrock van King Crimsons debuutplaat. Vier twintigers die zich onderdompelen in de muzikale geneugten van de sixties: windorgel, tapevertraging, vervormde Farfissa’s, hallucinerende gitaarsolo’s en jawel, de massieve sound van de mellotron. Optreden doet de band vooralsnog alleen maar in de binnenstad van Sydney maar de berichten sijpelen al snel naar buiten dat dit ware happenings zijn, compleet met een waanzinnige lichtshow en een publiek dat in kleermakerszit weg zweeft op de geestverruimende klanken van de Moffs-muziek. In een nieuwe bezetting, The Moffs bestaan dan uit Tom Kazas (zang, gitaren, mellotron), Scott Barnes (Hammond, piano, synthesizer), Andrew Byrnes (drums, tamboerijn) en David Byrnes (bas, zang), neemt de band in februari 1988 het volwaardige debuutalbum op in Studios 301 in thuishaven Sydney. Voor de albumrelease komt op single nog het uit 1986 daterende ‘Flowers’ uit, maar in de zomer van 1988 verschijnt dan het lp-debuut Labyrinth. The Moffs borduren voort op de met de mini-lp ingeslagen weg, maar het perspectief is verschoven naar het begin van de jaren zeventig, een periode waarin de Britse rural progressive hoogtij viert. Sfeervolle melodieuze rock, fantasierijke composities van vijf minuten en meer en een open, organische sound waarin elektrische gitaar, Hammond, synthesizer en mellotron centraal staan zijn aldus de ingrediënten van Labyrinth. Gedragen op een warme zomerbries zweven overweldigende songs als ‘The Grazing Eyes’, ‘Desert Sun’ en ‘Who’ll Point You’ hoog de ijle lucht in, in de richting van de zon. Warmbloedig, panoramisch en uitgevoerd in de mooiste kleuren klinken ook uitgesponnen tracks als de instrumental ‘Stealing Cake’ en het mede door oboe en tablas oriëntaals getinte ‘Tapestry’. Maar de hoogste vlucht – op Daedalus’ vleugels – en de zachtste landing ondergaan The Moffs in de kristallijnen opener ‘Touch The Ground’, waarin gitaren, toetsen en het gedragen stemgeluid van Tom Kazas volmaakt samensmelten. Dit alles tezamen maakt van Labyrinth een neo-hippieklassieker, zo dit genre bestaat. In 1988 is de pastorale pracht van de Moffs-muziek in ieder geval een anachronisme. Dat schijnt Tom Kazas ook te beseffen, als hij niet lang na de release van het debuutalbum The Moffs opheft. Twee singles, een mini-lp en een album is de bescheiden nalatenschap, en hoewel aan het zicht onttrokken, geeft dit wel toegang tot een adembenemend en toverachtig muzikaal wonderland.
Touch The Ground / Tapestry / Surprised / The Grazing Eyes / Desert Sun / Always A-Flame / Stealing Cake / Who’ll Point You