Posts tonen met het label 2009. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2009. Alle posts tonen

vrijdag 8 november 2013

Rosemary's Garden | La Musique Du Jardin

Michael-Louis de Terre is in weerwil van zijn Franse naam een typisch kind van de Californische muziekindustrie. De Terre studeerde gitaar en opnametechniek aan het Musicians Institute in Hollywood, speelde in vele LA-rockbands en wist producers en managers dusdanig te enthousiasmeren dat zijn muzikale droom uiteindelijk werkelijkheid werd: een solo-album. Michael-Louis de Terre – akoestische en elektrische gitaar, piano, hammond en mellotron – speelde dit album eigenhandig vol met liedjes die knipogen naar zowel Lenny Kravitz als The Beatles en The Rolling Stones – in het bijzonder de Stones van 'Jumpin' Jack Flash' en 'Brown Sugar', waarin ritmische akoestische gitaren de toon zetten. La Musique Du Jardin, uitgebracht in 2009, blinkt dan ook uit in retroklassieke prachtliedjes die De Terre's talenten ten volle etaleren. Gezegend met een fantastische stem en een lekkere rock-'n-roll-attitude, imponeert de zanger-gitarist in geweldige popsongs als 'Flower Song', 'Adelaide', 'I Belong To You', 'Summer Til November' 'Drowning' en 'Scary Song'. Maar ondanks de overvloed aan prachtige liedjes wordt La Musique Du Jardin nergens opgepikt: Michael-Louis de Terre's debuutplaat La Musique Du Jardin is in 2009 een wereldwijde mislukking.

Flower Song / Hard Times / Adelaide / I Belong To You / I Can't Understand / Forever Lily / Summer Til November / Drowning / Be What Imagine / Garden Song / Scary Song / Power Pop / Take Your Medicine / River Song



zaterdag 2 maart 2013

Dave Rawlings Machine | A Friend Of A Friend


Tussen 2003 en 2011 is het stil rondom Gillian Welch, de grande dame van de Appalachenfolk. Die stilte wordt in 2009 doorbroken door David Rawlings' A Friend Of A Friend, waarop Welch op negen van de tien nummers te horen is. Maar uit de schaduw van Welch stapt haar partner Rawlings die zich op A Friend Of A Friend laat gelden als een zeer veelbelovende debutant. Dit is namelijk een album waarop velen zaten te wachten, dit omdat Rawlings een toonaangevende figuur is in de ontwikkeling van de alt.country. A Friend Of A Friend maakt deze verwachtingen volledig waar, want een elegant, rustiek album, perfect geschikt voor lange winteravonden. Een van de hoofdrolspelers is Rawlings' afgetrapte, uit 1937 daterende akoestische gitaar, die zijn bespeler bijna dwingt tot het nederig neerzetten van melancholieke countryfolkliedjes als 'I Hear Them All' en 'Bells Of Harlem', wat evenzeer geldt voor het schitterende 'Ruby' dat zo lijkt te zijn weg gewandeld van zo'n klassiek jaren zeventig Asylum-album. Maar er is meer; met behulp van begeleiders afkomstig uit de gelederen van Tom Petty's Heartbreakers, Neil Youngs liveband, Bright Eyes en Old Crow Medicine Show kunnen we genieten van een trits bluegrass-Appalachen-liedjes, waarvan 'To Be Young (Is To Be Sad, Is To Be High)' de meest bijzondere is. Dit schreef Rawlings namelijk samen met Ryan Adams en is dan ook terug te vinden op Heartbreaker. Bijzonder is ook het tien minuten klokkkende hart van de plaat; een akoestische interpretatie en samenvoeging van Bright Eyes' 'Method Actor' en Neil Youngs 'Cortez The Killer' – met een tekstuele verwijzing naar T-Bone Burnett. Subliem gewoon, net als A Friend Of A Friend in zijn geheel: een louterend en hartverwarmend album.

Ruby / To Be Young (Is To Be Sad, Is To Be High) / I Hear Them All / Method Acting/Cortez The Killer / Sweet Tooth / How's About You / It's Too Easy / Monkey And The Engineer

vrijdag 19 oktober 2012

Agents Of Mercy | The Fading Ghosts Of Twilight


Frappant dat de schoonheid, muzikaliteit en het volmaakte symfonische retro-gevoel – dat alles is in volmaakte balans – van The Fading Ghosts Of Twilight toegeschreven moet worden aan louter een hobbyproject. Een hobbyproject dat de Zweedse gitarist en componist Roine Stolt in 2008 start. Stolt is een actieve, creatieve en veelzijdige muzikant die in 1994 de oprichter is van de neo-progband The Flower Kings. Het internationale succes van The Flower Kings is voor Stolt niet voldoende, want de ongedurige gitarist gaat in de loop der jaren diverse dwarsverbanden aan, zoals Transatlantic en Kaipa.
In 2008 heeft Roine Stolt een aantal songs geschreven die noch in het concept passen van The Flower Kings noch in enig ander bestaand project. Aldus vraagt Stolt Unifaun-zanger Nad Sylvan zijn nummers in te zingen. Niet alleen hij stemt toe, ook muzikanten van The Flower Kings, King Crimson, Santana, Karmakanic en Walrus Farm – tezamen de Agents Of Mercy gedoopt – verlenen hun medewerking aan het realiseren van Stolts muzikale fantasieën – die vooral teruggrijpen naar het begin van de jaren zeventig. De diverse muzikale partijen worden ingespeeld op verschillende locaties: in Zweden, Texas, Californië en New York. Stolt maakt er in de Cosmic Lodge-studio in Uppsala, Zweden een samenhangend geheel van dat als het ware een eerbetoon is aan het gouden tijdperk van de progressive rock: de eerste helft van de jaren zeventig. En nog specifieker: aan Genesis ten tijde van The Lamb Lies Down On Broadway (1974). De zang – à la Gabriel –, sfeer en instrumentatie op The Fading Ghosts Of Twilight is overduidelijk Genesis: poëtische momenten worden afgewisseld met mini-moogs, mellotrons en Hackett-gitaarpartijen. The Fading Ghosts Of Twilight is daarbij vooral ingetogen, pastoraal en dromerig.
In twaalf songs en ruim 77 minuten – in feite een dubbelalbum – orkestreert Agents Of Mercy een universum waar muzikale schoonheid wordt verbonden met avontuurlijke, zij het niet originele, symfonica. Al in het sterke openings- en titelnummer is de overeenkomst met Genesis' en diens 'Fly On A Windshield' evident, en dat zal voor de volle duur van het schitterende album zo blijven. In het wonderschone, feërieke 'Heroes & Beacons' is de gloedvolle productie, het excellente spel en de pracht van dit neo-symfo-album in extremis samengebald. The Fading Ghosts Of Twilight mag dan wel uitermate retro zijn, en een pastiche bovendien, het is ook een fascinerende hommage aan de unieke progrock van Genesis en haar tijdgenoten.
Roine Stolt krijgt er geen genoeg van; The Fading Ghosts Of Twilight wordt in 2010 opgevolgd door Dramarama en een jaar later door The Black Forest.

The Fading Ghosts Of Twilight / The Unwanted Brother / Afternoon Skies / Heroes & Bacons / Jesus On The Barricades / Wait For The Sun / A Different Sun / Ready To Fly / People Like Us / A Soldiers Tale / Bomb Inside Her Heart / Mercy & Mercury

maandag 23 juli 2012

Ben Kweller | Changing Horses



Laat ik direct maar van wal steken: Changing Horses is de beste plaat die Ben Kweller tot nu toe gemaakt heeft. De alsmaar jongensachtig blijvende Kweller maakte tot deze vierde cd lichtgewicht poprock met net te weinig onderscheidend vermogen. Daar is op Changing Horses beslist geen sprake van. Kweller verbreedt zijn scope met overduidelijke roots-elementen; zelfs met old-school country, zoals in het humoristische, maar prachtige countryliedje 'Fight'. Die stijlwijziging past ook wel bij Ben Kweller, want hij groeide op op de plains van Texas. Changing Horses biedt volop alt.country en stuitert heen en weer tussen aanstekelijke laidback rootsrock, melodieuze countrypop en intieme kampvuurliedjes. Kwellers begeleidende combo speelt ingetogen en zonder poespas, al slooft pedal steelspeler Kitt Kitterman zich behoorlijk uit en laat hij zich evenmin onbetuigd op de dobro in de weemoedige afsluiter 'Homeward Bound'. Daarvoor hebben we kunnen genieten van negen ambachtelijke liedjes – van het Wilco-eske 'Old Hat' tot het Gram Parsons-achtige 'Wantin' Her Again' – die stuk voor stuk extreem genietbaar zijn, wat Changing Horses tot een topplaat in het alt.country-genre maakt.


Gypsy Rose / Old hat / Fight / Hurtin' You / Ballad Of Wendy Baker / Sawdust Man / Wantin' Her Again / Things I Like To Do / On Her Own / Homeward Bound

maandag 16 juli 2012

Dawes | North Hills




Ze lijken zich niets aan te trekken van moderne tijden. Liever richten zij zich op de jaren zeventig countryrocksound van Neil Young, The Eagles, Jackson Browne en Crosby, Stills & Nash. Ze zijn nog jong – Taylor Goldsmith (zang, gitaar), Griffin Goldsmith (drums, zang), Wylie Gelber (bas) en Tay Strathairn (gitaar) – maar slaan met hun debuutplaat North Hills de spijker op zijn kop. Dawes bestaat anno 2009 uit vier gasten afkomstig uit de heuvels ten noorden van Laurel Canyon; het hart van de Westcoast-rock.
In een zalige retro-productie van Jonathan Wilson – zelf een begenadigd singer-songwriter – laveert Dawes onder leiding van de zeer getalenteerde Taylor Goldsmith tussen ouderwetse SoCal-countryrock en de moderne folkpop van Fleet Foxes en Midlake. Zongebleekte weemoed gaat op North Hills hand in hand met sterke melodieën en countryrock-gitaren: 'That Western Skyline', 'When You Call My Name', 'Bedside Manner' en 'My Girl To Me' klinken direct al als klassiekers in het genre. Een extra dosis melancholie bewaart Dawes trouwens voor het eind: 'If You Let Me Be Your Anchor' zuigt en trekt, terwijl afsluiter 'Peace In The Valley', met zijn Neil Young-achtige gitaarclimax, een pure, archetypische Westcoast-song is. North Hills, hoewel nauwelijks opgemerkt, is een fantastische showcase voor de talenten van Dawes; een schitterende inkijk in de retro-klassieke biotoop van de Californiërs.
Het levert de band nog geen doorbraak op, maar iconen als Robbie Robertson en Jackson Browne huren wel de diensten in van de Dawes-mannen. Het is een duidelijke erkenning van de talenten van de beloftevolle band, welke belofte in 2011 royaal wordt ingelost met de even prachtige opvolger Nothing Is Wrong. Met Dawes lijkt paradoxaal genoeg de toekomst van de klassieke countryrock gezekerd – een groter compliment lijkt nauwelijks denkbaar.


That Western Skyline / Love Is All I Am / When You Call My Name / Give My Time / When My Time Comes / God rest My Soul / Bedside Manner / My Girl To Me / Take Me Out The City / If You Let Me Be Your Anchor / Peace In The Valley

woensdag 27 juni 2012

Airbag | Identity

De vijf jonge Noren uit Oslo hebben het slim gespeeld. Ten eerste hebben ze voor een naam gekozen die vooral aan Radiohead-liefhebbers appelleert; ten tweede hebben ze, om een publiek te bereiken, hun ep's gratis als download ter beschikking gesteld. Een jaar na de oprichting in 2005 laat Airbag – een song van O.K. Computer – via hun website de ep Sounds That I Hear het levenslicht zien, in 2007 gevolgd door de ep Safetree. Ase Tostrup (zang), Björn Riis (gitaar), Jörgen Hagen (toetsen), Anders Hovdan (bas) en Joachim Slikker (drums) bereiken er, gezien de 200.000 downloads, een groot publiek mee, wat in 2008 leidt tot een platencontract.
Airbag brengt het merendeel van de songs van de ep's in heropgenomen en geremixte versies samen op de debuut-cd die in 2009 verschijnt. Identity is dan ook een schitterende staalkaart van Airbags kunnen. In weerwil van de Radiohead-associatie klinkt Airbag minder experimenteel en traditioneler; en lijkt haar inspiratie veeleer te halen uit de atmosferische postpunk van de jaren tachtig en meer nog uit de Wish You Were Here-periode van Pink Floyd. Ruimtelijke, gedragen composities met een onmetelijk zwevend vermogen vullen het wonderlijk melodieuze Identity, dat opengebroken wordt door de sfeervolle instrumental 'Prelude'. In de resterende zeven tracks klieven de sprankelende gitaarnoten als zonnestralen door het wolkendek; elke song raakt de ziel. 'No Escape', 'Safe Like You', 'Steal My Soul' en 'Feeling Less' bezitten wonderschone melodieën, bescheiden, warmbloedige toetsenpartijen en zijn doordrenkt van weemoed. Maar het meest bijzonder is Riss' opzienbare gitaarspel, dat fantastische, beeldende, op trage vleugels wegwiekende gitaarsolo's in de beste David Gilmour-traditie genereert. De epische solo's tillen Identity hoog op en laten deze fenomenale debuutplaat welhaast het aardse ontstijgen. Airbags debuut, dat voor neo-prog door moet gaan, is technocratisch noch ingewikkeld, maar wel transparant, organisch en uitermate melancholiek – dat bewijst het lyrische albumhoogtepunt 'Colours' op imponerende wijze.
Airbag wordt terecht een gouden toekomst voorspeld; een internationale doorbraak is op basis van de kwaliteit van Identity louter een kwestie van tijd.

Prelude / No Escape / Safe Like You / Steal My Soul / Feeling Less / Colours / How I Wanna Be / Sounds That I Hear

zaterdag 26 mei 2012

Magnolia Electric Co. | Josephine




Met de komst van lo-fi begin jaren negentig, zet ook Jason Molina, uit Lorain, Ohio, zijn eerste schreden op het muzikale pad. Introvert, gevoelig en verlegen als hij is, kiest Molina een pseudoniem: Songs: Ohia. In de loop van de jaren negentig laat Molina steeds meer authentieke, ouderwetse stijlfiguren uit de folk en de country toe in zijn fragiele, doch vaak beeldschone muziek. Voor de live-optredens formeert Molina een voltallige band, die aanvankelijk nog Songs: Ohia heet, maar in 2003 opeens The Magnolia Electric Co. Molina heeft dan zijn gebutste akoestische gitaar verruild voor een elektrische. En toch keert Jason Molina van de rootsrock – nog steeds onder de paraplu van Magnolia Electric Co. – in 2009 terug naar de intieme treurigheid van weleer, nu in een schitterend, traag countryrock-decor.
Opgenomen door nota bene Steve Albini is Josephine een ware triomf voor de kleine man uit Ohio. Josephine klinkt niet alleen voortreffelijk, met een royale bezetting van Hammond, baritone gitaar, lap steel, dobro en cornet, maar is ook Molina op zijn best: boordevol bittere weemoed. Neil Youngs Tonight's The Night lijkt een vertrekpunt voor Molina die diep graaft en vol raakt in meeslepende songs als de openings-trits 'O! Grace', 'The Rock Of Ages' en 'Josephine'. Bij de keel grijpende wanhoop kenmerken de albumhoogtepunten 'Shenendoah' 'Song For Willie' en 'Shiloh', terwijl anderzijds Magnolia Electric Co. gluiperig rockt in 'The Handing Down' en 'Knoxville Girl'.
Het moge duidelijk zijn; Josephine is een duister album – en tegelijkertijd Jason Molina's meest indrukwekkende. Diens genadeloze intensiteit is allerminst gespeeld, want de jaren volgend op Josephine blijken een duistere periode voor de trieste troubadour, vechtend tegen ernstige depressies en drugsverslaving. Het maakt de wurgende spanning van Josephine alleszins voelbaar.
O! Grace / The Rock Of Ages / Josephine / Shenandoah / Whip-Poor-Will / Song For Willie / Hope Dies Last / The Handing Down / Map Of The Falling Sky / Little Sad Eyes / Heartbreak At Ten Paces / Knoxville Girl / Shiloh / An Arrow In The Gale

maandag 2 april 2012

Whispering Pines | Whispering Pines




Fan-tas-tisch. Ik geef toe, ik ben in een bespiegelende bui die me terugvoert naar de jaren zeventig. Het volmaakte gezelschap daarbij zijn de Whispering Pines, een langharig, in denim en ruitbloezen gehuld vijftal uit Silver Lake, Californië. En ja, ze vernoemden zich naar de song van The Band. Hun gelijknamige debuut-cd is, ik zei het al en zeg het nogmaals, fantastisch. Als je houdt van die goeie ouwe countryrock en van southern rock, dan hoef je niet verder te zoeken. Whispering Pines zet een zeer geloofwaardige sound neer die het midden houdt tussen de Rolling Stones met Mick Taylor op slidegitaar, de Muscle Shoals-sound van Lynyrd Skynyrd, de swamprock van CCR en Tony Joe White, de dubbele gitaarsound van The Outlaws en vooral en in het bijzonder het elektrische bottleneckgeluid van Duane Allman. Het is allemaal bijzonder retro wat deze boys in negen countryboogie-songs neerzetten, maar wat dondert het als het zulke heerlijke en eerlijke muziek oplevert. Uitstekende songs, rammelende piano, rollende Hammond en gierend dubbelloops gitaarspel maken van Whispering Pines de ware troonopvolgers van die geniale Allman Brothers. Luister maar eens naar het ruim zeven minuten klokkende Stars Above, dat een gitaarsolo loslaat die als een adelaar wegwiekt in het onmetelijke luchtruim. Dát gevoel krijg ik bij de Whispering Pines.

Family Tree / Brand New Beat / Stars Above / This Town / Grapevine Blues / Miss Lucy's Red Light / Mirror Woman Mirror Man / Crazy Mama / Songbird

donderdag 29 maart 2012

Patrick Watson | Wooden Arms



O, wat een schoonheid. Betoverend en sprookjesachtig, leunend op avantgarde-pop, symfonische rock en orkestraal aangeklede singer-songwritersliedjes, is dit Wooden Arms, de derde cd van Patrick Watson, van een onweerstaanbare pracht. Hoe zat het ook weer: met zijn tweede cd Close To Paradise uit 2006 brak Watson in Europa door, helemaal toen de Canadees een Europees platencontract in de wacht sleepte. Het gevolg: verpletterende optredens in den lande van deze charismatische zanger en zijn fabuleuze begeleidingsband. Ook nu zetten zij op Wooden Arms een spannend en avontuurlijk geluidsdecor neer waarin fascinerende percussie ('Beijing'), barokke strijkers (Hommage) en schitterende walsjes in intense Jeff Buckley-stijl ('Traveling Salesman', 'Where The Wild Things Are') elkaar perfect in evenwicht houden en tezamen meer dan de som der delen vormen. Mooie rollende Hammonds, stekelige gitaarmotiefjes en Watsons warme vibrato tillen de geweldige liedjes naar een nog hoger plan. Beeldend en filmisch is Wooden Arms de meesterlijke soundtrack, het perfecte vehikel voor Patrick Watsons grootse talent.
Fireweed / Tracy's Waters / Beijing / Wooden Arms / Hommage / Traveling Salesman / Big Bird In A Small Cage / Down At The Beach / Man Like You / Where The Wild Things Are / Machinery Of The Heavens

maandag 19 maart 2012

Magnolia Electric Co. | Josephine




Met de komst van lo-fi begin jaren negentig, zet ook Jason Molina, uit Lorain, Ohio, zijn eerste schreden op het muzikale pad. Introvert, gevoelig en verlegen als hij is, kiest Molina een pseudoniem: Songs: Ohia. In de loop van de jaren negentig laat Molina steeds meer authentieke, ouderwetse stijlfiguren uit de folk en de country toe in zijn fragiele, doch vaak beeldschone muziek. Voor de live-optredens formeert Molina een voltallige band, die aanvankelijk nog Songs: Ohia heet, maar in 2003 opeens The Magnolia Electric Co. Molina heeft dan zijn gebutste akoestische gitaar verruild voor een elektrische. En toch keert Jason Molina van de rootsrock – nog steeds onder de paraplu van Magnolia Electric Co. – in 2009 terug naar de intieme treurigheid van weleer, nu in een schitterend, traag countryrock-decor.
Opgenomen door nota bene Steve Albini is Josephine een ware triomf voor de kleine man uit Ohio. Josephine klinkt niet alleen voortreffelijk, met een royale bezetting van Hammond, baritone gitaar, lap steel, dobro en cornet, maar is ook Molina op zijn best: boordevol bittere weemoed. Neil Youngs Tonight's The Night lijkt een vertrekpunt voor Molina die diep graaft en vol raakt in meeslepende songs als de openings-trits 'O! Grace', 'The Rock Of Ages' en 'Josephine'. Bij de keel grijpende wanhoop kenmerken de albumhoogtepunten 'Shenendoah' 'Song For Willie' en 'Shiloh', terwijl anderzijds Magnolia Electric Co. gluiperig rockt in 'The Handing Down' en 'Knoxville Girl'.
Het moge duidelijk zijn; Josephine is een duister album – en tegelijkertijd Jason Molina's meest indrukwekkende. Diens genadeloze intensiteit is allerminst gespeeld, want de jaren volgend op Josephine blijken een duistere periode voor de trieste troubadour, vechtend tegen ernstige depressies en drugsverslaving. Het maakt de wurgende spanning van Josephine alleszins voelbaar.
O! Grace / The Rock Of Ages / Josephine / Shenandoah / Whip-Poor-Will / Song For Willie / Hope Dies Last / The Handing Down / Map Of The Falling Sky / Little Sad Eyes / Heartbreak At Ten Paces / Knoxville Girl / Shiloh / An Arrow In The Gale