Posts tonen met het label southern rock. Alle posts tonen
Posts tonen met het label southern rock. Alle posts tonen

zondag 25 maart 2018

Doc Holliday | Song for the Outlaw Live

In 1980 opgericht in Macon, Georgia bewandelt Doc Holliday het smalle pad tussen southern rock en fantasieloze hardrock. Lokaal - in het Zuiden, dus - krijgt de band, vernoemd naar de tuberculose revolverheld, de handen wel op elkaar, maar daar buiten nauwelijks. Als na een serie albums echt succes uitblijft kapt Doc Holliday er aanvankelijk mee, maar toch komt er een hergroepering. Van optredens in het voorjaar van 1988 in North- en South Carolina, Georgia en Virginia worden dan opnamen gemaakt en een album geperst dat echter alleen in Europa op de markt komt. Vanzelfsprekend bevat Song for the Outlaw Live de Doc Holliday-klassiekers, waarvan ‘Southern Man’ een bijzonder klassieke is. Doc Holliday spoedt zich dan rap voorwaarts langs ‘Magic Midnight Lady’, ‘Moonshine Rider’ en ‘Bad Love’ naar de apotheose, het overdreven patriottische maar ook wel bijzonder gave ‘Lonesome Guitar’: Lonesome guitar take me home.  
Het publiek in het Zuiden gaat uit zijn dak, maar dat maakt op zich Song for the Outlaw Live nog geen goeie live-plaat - gegeven de nogal holle en steriele productie. Het is dus, alles overziend, niet een bijzonder live-album, al zulen de fans daar anders over denken. Wel een mooie klaphoes.

‘Last ride’ | Southern Man’ | ‘Doin’ It Again’ | ‘Home Town Sweetheart’ | ‘Song for the Outlaw’ | ‘Ain’t No Fool’ | ‘Magic Midnight Lady’ | ‘Moonshine Runner’ | ‘Bad Love’ | ‘Lonesome Guitar’ 

vrijdag 10 november 2017

Missouri | Missouri

Zeker, Missouri is een southern rockband van het tweede garnituur. Maar desondanks generen de vier mannen in hun thuisstaat, Missouri dus, een aanstekelijk enthousiasme. Missouri ontstaat midden jaren zeventig in Kansas City, Missouri uit de resten van een lokaal sixtiesbandje. Ron West (zang, gitaar), Lane Turner (sologitaar), Alan Cohen (bas, zang) en Bill Larson (drums) spelen zich suf in en rondom Kansas City en St. Louis, wat tot een platencontract bij het piepkleine Panama Records leidt. De eerste single, ‘Movin’ On’, wordt via KSHE-radio lokaal een vette hit. Het is de wegbereider voor het zelfgetitelde debuutalbum Missouri.
Op Missouri laat de band zich gelden als een rockband ferm geworteld in de southern rock-traditie; de elektrische gitaar is de dominante factor. Hoewel de zang niet uitblinkt, zijn de harmonieën beslist melodieus en de incidentele toetsen - vooral in ‘Mystic Lady’ - sfeervol. De gitaar bepaalt echter de sound en bezorgt met zijn lekker lyrische solo’s in songs als ‘Movin’ On’, ‘I’m Still Tryin’, en ‘I Know It’s Love’ Missouri een lokale heldenstatus. De hoesafbeelding - de Gateway Arch temidden van het mythische Monument Valley - bevestigt nog eens het trotse karakter van een van Missouri’s beste jarenzeventigbands. Nation wide is er echter geen doorbraak, laat staan internationaal. Missouri blijft, ook na de opvolger Welcome Two Missouri, een lokale Midwestern band; een band uit het hart van de United States.

‘Movin’ On’ | ‘Got That Fever’ | ‘I’m Still Tryin’ | ‘You’re Alright’ | ‘Really Love You’ | ‘Hold Me’ | ‘I Know It’s Love’ | ‘Come On Move’ | ‘Goin Home’ | ‘Mystic Lady’

zaterdag 12 juli 2014

Tony Joe White | That On The Road Look “Live”

De opnamen stammen uit 1971, maar hebben zo'n 40 jaar op de plank gelegen alvorens kwaliteitslabel Rhino ze aan het publiek presenteert. That On The Road Look is een opzwepende en kokendhete live-dubbelaar van Tony Joe White, de Swamp Fox uit Goodwill, Louisiana. Tony Joe White groeit op met de blues van Lightnin' Hopkins en John Lee Hooker en de rock-'n-roll van Elvis Presley. Halverwege de jaren zestig voert hij zijn eigen band aan – Tony Joe and The Twilights – en speelt veel in de honkytonks van Louisiana en Texas. In '67 komt hij onder contract bij Monument en neemt zijn platen op in Nashville, Tennessee met producer Billy Swan. White scoort hits met 'Polk Salad Annie' en 'Rainy Nights In Georgia', maar is ook constant on the road. In 1971 gaan White en zijn band op tournee door Europa met Creedence Clearwater Revival, tezamen de ongekroonde koningen van de swamprock. Van die tournee stammen de opnamen van That On The Road Look, alwaar White en zijn driekoppige band het elke avond opnemen tegen John Fogerty en zijn mannen: 'It was war every night onstage', zegt Tony Joe White. White beschikt over drummer Sammy Creason, organist Michael Utley, fishin' buddy en Booker T & The MG's-bassist Donald 'Duck' Dunn en uiteraard zijn whomperstomper-gitaar. 'How you're doin'? Oh, mama...', zo begint White zijn concert en zet dan het soulvol stompende 'Roosevelt And Ira Lee' in. White vervolgt dan met een laidback groovende en dampende set met vele hoogtepunten, zoals het groovy 'Another Night In The Life Of A Swamp King', 'Rainy Night In Georgia', de boogie van 'Back To The Country', T-Bone Walkers 'Stormy Monday' en een 10 minuten-versie van 'Polk Salad Annie'. Creedence Clearwater Revival zal die avond ongetwijfeld goed zijn geweest, maar de geile, zwoele Tony Joe White is de ware swamp king.

Roosevelt And Ira Lee / Another Night In The Life Of The Swamp Fox / Rainy Night In Georgia / Mississippi River / Lustful Earl And The Married Woman / Willie And Laura Mae Jones / Back To The Country / Travellin'Bone / Stormy Monday / My Kind Of Woman / Polk Sald Annie / That On The Road Look


zondag 15 juni 2014

Hydra | Hydra

Vier vrienden uit Atlanta, Georgia richten een bandje op. Het is 1969, ze noemen de band Osmosis en hun repertoire is gevuld met covers. Osmosis bestaat uit Wayne Bruce (zang, gitaar), Spencer Kirkpatrick (leadgitaar, slide en akoestische gitaar), Orville Davis (bas) en Steve Pace (drums). Dan vertrekt het viertal voor twee maanden naar Charleston, South Carolina om in dienstbetrekking dagelijks – van negen uur ’s avonds tot half zeven in de ochtend – in een kroeg te spelen. Om de tijd te verdrijven oefenen ze veel overdag, waardoor de band hechter wordt. Het viertal gaat bovendien op basis van blues, hardrock en soul aan een eigen repertoire werken. Als de band in 1970 terugkeert naar Atlanta heeft ze een eigen repertoire én een nieuwe naam: Hydra. Maar lang blijven ze niet op de thuisbasis, want Hydra wordt een veelgevraagd voorprogramma. In een busje doorkruisen de rockers het land en doen voorprogramma’s voor Blue Öyster Cult, Aerosmith, Ted Nugent en Rush. ‘Whoever was happening in 1970s, we played with them’, aldus zanger Wayne Bruce. Pas aan het eind van 1973 gaan de Hydra-boys de studio in. Onder contract bij het fameuze Capricorn en geproduceerd door vijfde bandlid Dan Turbeville neemt Hydra zijn debuutalbum op in de Capricorn Sound Studio in Atlanta. In 1974 verschijnt het debuutalbum onder de eenvoudige titel Hydra. Het geluid van het viertal – bepaald door het twin-gitaarspel van Bruce en Kirkpatrick – past uitstekend bij Capricorn: een bluesy vorm van southern rock. De swingende rocksound van Hydra laat wat Engelse prog-blues-invloeden toe, maar de heavy southern rock domineert. ‘Glitter Gulch’ is een lekker opwarmertje met schetterende blazers, maar Hydra heeft getuige de moddervette gitaarbreak die blazers helemaal niet nodig. Kirkpatrick bewijst dat telkenmale en in het bijzonder in ‘Warp 16’ waarin zijn huilende en jankende gitaar de hoofdrol voor zich opeist. De stampende boogierock van ‘Keep You Around’, aangejaagd door Wayne Bruce’s rauwe stemgeluid, is voorts ruig en opwindend, evenals de klassieke southern rock van It’s So hard’ en ‘Let Me Down Easy’. De beide plaatkanten bouwen fraai op naar een climax; kant 1 sluit af met de epische rocksong en live-favoriet ‘Feel A Pain’; kant 2 met de sfeervolle powerballad ‘Miriam’ die via zinderend gitaarspel Hydra afsluit met een akoestische epiloog. En dan gaat de band weer op tournee. Hydra maakt nog een plaat voor Capricorn en een derde voor Polydor. In 1977 gooien de Hydra-mannen uitgeput en uitgewoond de handdoek in ring, waarna ze na 28 jaar weer bij elkaar komen en doodleuk een live-cd uitbrengen.

Glitter Queen / Keep You Around / It’s So Hard / Going Down / Feel A Pain / Good Time Man / Let Me Down Easy / Warp 16 / If You Care To Survive / Miriam

zondag 6 april 2014

Widespread Panic | Everyday

De stijl van The Allman Brothers Band en The Grateful Dead samensmedend, is Widespread Panic een typische jamband. Terwijl het populaire Amerikaanse genre vooral oude hippies trekt, is daar begin jaren negentig een jamband voor Generation X. Als kwartet opgericht in Athens, Georgia, toert de band onuitputtelijk door de zuidelijke staten en het midwesten en trekt zo een eigen publiek van neo-hippies die zijn opgegroeid met punk en gitaarmuziek. Als beloning voor de succesvolle marathonshows wordt Widespread Panic getekend door hét southern rock-label: Capricorn. Net als het titelloze tweede album van de band wordt Everyday geproduceerd door legende Johnny Sandlin. Widespread Panic is ondertussen uitgebreid met een vaste organist en percussionist; het zestal staat nu garant voor een groovende, tussen southern rock, blues en jazz hangende sound die volop ruimte biedt voor gitaar-geïmproviseer. Opgenomen in de al even befaamde Muscle Shoals-studio's in Alabama, is Everyday een broeierig album met veertien uitgesponnen southern rock-songs, die zonder uitzondering een langzame opbouw kennen en dan exploderen in lyrisch gitaarwerk. Everyday grossiert in live-favorieten als 'Hatfield', 'Papa's Home', 'Diner' en het albumhoogtepunt 'Pilgrims'. Zoals het een jamband betaamt gaat Widespread Panic, weliswaar in wisselende bezettingen, maar door en door en geniet ze in het Amerikaanse heartland de reputatie een van de grootste neo-hippie jambands te zijn.

Pleas / Hatfield / Wondering / Papa's Home / Diner / Better Off / Pickin' Up The Pieces / Henry Parsons Died / Pilgrims / Postcard / Dream Song

dinsdag 10 september 2013

Painter | Painter

Uit de as van de psychedelische baroquepopband The 49th Parallel – Calgary's populairste band – rijst in 1970 Painter. Gitarist Danny Lowe verzamelt nieuwe muzikanten om zich heen en schakelt over op melodieuze pop vermengd met kristalheldere hardrock. Er is gelijk interesse; London Records laat de Canadezen hun eerste single opnemen in San Francisco. Pas na verhuizing naar Seattle, een contract bij het fameuze folk-label Elektra en de toevoeging van een extra gitarist komt de schwung er definitief in. Het door de jaren opgebouwde repertoire wordt eindelijk opgenomen en in september '73 verschijnt het fantasieloos – evenals de bandnaam – getitelde Painter op Elektra. Fantasieloos is de muziek zeker niet. De band koppelt op Painter meerstemmige zang en catchy refreinen aan een dubbele gitaar line-up. Painter begeeft zich daarmee in het territorium van The Guess Who, James Gang en The Doobie Brothers, maar lijkt ook een blauwdruk voor zowel de southern rock van The Outlaws als de AOR van Boston. Zeer memorabele rockliedjes als 'West Coast Woman', 'Song For Sunshine', 'Space Truck' en 'Kites And Gliders' maken van Painter een ijzersterke plaat, die de Canadezen afsluiten met het opwindende, uitgesponnen 'Going Down The Road'. Goeie liedjes, machtige zang en geweldig gitaarwerk; Painter is een mooie Canadese rockklassieker. De band zal daar allerminst van profiteren want Elektra laat Painter per direct vallen, maar verrijst dan wel weer opnieuw uit de as, nu als Hammersmith.

West Coast Woman / Tell Me Why / Song For Sunshine / Going Home To Rock n Roll / Space Truck / Kites And Gliders / Oh! You / Slave Driver / For You / Crazy Feeling / Going Down The Road

dinsdag 2 april 2013

The Marshall Tucker Band | Searchin' For A Rainbow


Een machtige southern rockband op zichzelf, The Marshall Tucker Band is niettemin altijd overschaduwd geweest door de grotere broers The Allman Brothers en Lynyrd Skynyrd. Hoewel echte southern rockers, The Marshall Tucker Band liet meer dan anderen zijn roots zien, gelegen in jazz, blues, country en western swing. Het is een vriendenclub van high school die in 1972 in Spartanburg, South Carolina The Marshall Tucker Band opricht: Toy Caldwell (gitaar, pedal steel), Tommy Caldwell (bas), Doug Gray (zang), George McCorkle (gitaar), Paul Riddle (drums) en Jerry Eubanks (saxofoon, dwarsfluit).
Snel worden ze opgenomen in de stal van Phil Waldens Capricorn Records. Na een aantal sterke lp's en de verworven reputatie van een zinderende live-band, wenst het platenlabel een hit. Het wordt een nummer dat songschrijver McCorkle aanvankelijk had toebedacht aan de Charlie Daniels Band: 'Fire On The Mountain'. En een hit wordt het in thuisland Amerika – en ook in Nederland krijgt de fantastische single airplay: And there's fire on the mountain, lightnin' in the air / Gold in them hills and it's waitin' for me there. Het album Searchin' For A Rainbow kent in het prachtige titelnummer en in 'Virginia' en 'Bound And Determined' nog meer hoogtepunten; niet in de laatste plaats door het gloedvolle gitaarspel van Toy Caldwell. Searchin' For A Rainbow sluit af met een fantastische live-uitvoering van 'Can't You See', een southern rock-klassieker waarvan het origineel op de debuutplaat terug te vinden is. Energiek, meeslepend en swingend. Typisch southern rock dus – The Marshall Tucker Band is daar dan ook, met zijn totale albumverkoop van meer dan 15 miljoen, een erkende exponent van. Dit is dan ook het klassieke southern rock-kwartet: The Allman Brothers, Lynyrd Skynyrd, The Outlaws en The Marshall Tucker Band.

Fire On The Mountain / Searchin' For A Rainbow / Walkin'And Talkin' / Virginia / Bob Away My Blues / Keeps Me From All Wrong / Bound And Determined / Can't You See (Live)


maandag 1 april 2013

The Screamin' Cheetah Wheelies | The Screamin' Cheetah Wheelies


Ze worden in 1993 gespot door Atlantic-stafproducer Paul Ebersold in Nashville, Tennessee in nota bene een bluesclub. Hetzelfde jaar nog ligt het majordebuut in de winkel. The Screamin' Cheetah Wheelies rijden gretig mee op de dan heersende golf van grunge en stevige rock, maar het vijftal is meer een groovende jamband die live graag improviseert. Dat is getuige de soms uitgesponnen gitaarsongs op het zelfgetitelde album duidelijk te merken. The Wheelies gaan flink tekeer met hun opzwepende mix van blues, soul en southern rock. Funky en swingend is 'Somethin' Else', soulvol en met een zuigend orgel is 'This Is The Time', dito het broeierige 'Sister Mercy'. 'Majestic' ademt classic rock, terwijl 'Let It Flow' de magnifieke afsluiter is van een dampende plaat, ergens tussen Burning Tree, Blind Melon en Widespread Panic.

Shakin' The Blues / Ride The Tide / Somethin' Else / This Is The Time / Slow Burn / Leave Your pride (At The Front Door) / Jami / Sister Mercy / Majestic / Moses Brown / Let It Flow

zaterdag 20 oktober 2012

Chris Robinson Brotherhood | Big Moon Ritual


Het stopzetten van The Black Crowes is zonder meer spijtig, maar uit de as ervan rijst nu de volgende incarnatie: The Chris Robinson Brotherhood. Blijkens het eerste album, Big Moon Ritual, tapt het broederschap uit min of meer hetzelfde southern soul-vaatje als The Crowes. Dat komt vooral door het karakteristieke stemgeluid van het vocale fenomeen Chris Robinson. Daarachter zijn niettemin elementaire verschuivingen waar te nemen, wat vooral komt door het ouderwetse toetsen-arsenaal van Adam MacDougall en het sferische gitaarspel van Neal Casal – niet alleen zelf een fantastische singer-songwriter maar ook een dienstbare solo-gitarist. Chris Robinson troonde zijn kompanen mee naar Los Angeles om daar met producer Thom Monahan (Pernice Brothers, Beachwood Sparks, Gary Louris) Big Moon Ritual op te nemen. Deze fantastische plaat combineert de psychedelische rock van The Grateful Dead met de southern rock van The Allman Brothers. Soul, jazz en space-rock zijn voorts de ingrediënten van de uitgesponnen tracks die vooral drijven op sfeer en jams. Chris Robinson leunt dan ook relaxed tegen de sonische geluidsmuur opgetrokken uit spacey synthesizers, groovende elektrische piano's, Hammonds en Casals geweldige Gibson SG. En alsof dat nog niet genoeg is: een paar maanden later krijgt Big Moon Ritual al een vervolg met het even geweldige The Magic Door. Tezamen vormen deze platen een fantastisch dubbelalbum.

Tulsa Yesterday / Rosalee / Star or Stone / Tomorrow Blues / Reflections On A Broken Mirror / Beware, Oh Take Care / One Hundred Days Of Rain

woensdag 4 juli 2012

The Allman Brothers Band | At Fillmore East



Aan het eind van de jaren zestig wordt hij gezien als een van de beste bottleneckgitaristen ter wereld: Duane Allman. Maar Allman, exclusief onder contract bij Otis Redding-manager Phil Walden, heeft geen zangstem – en ook geen band. Duane Allman, opgegroeid in Daytona, Florida, heeft dan al samen met zijn een jaar jongere broertje Gregg met Hour Glass een muzikaal avontuur achter de rug in Los Angeles, is teruggekeerd naar Florida en duikt op in Muscle Shoals, Alabama als sessiegitarist voor Wilson Pickett, Aretha Franklin en Otis Redding. Dan is Allmans ster rijzende, maar hij wil zijn eigen band; een band die zijn southern rock-visie moet verwezelijken. Eerst vindt hij jazzdrummer Jaimoe Johanson, dan in Jacksonville, Florida drummer twee Butch Trucks, en vervolgens ronselt hij Second Coming-leden Berry Oakley (bas) en Dickey Betts (gitaar). Het klikt direct tussen het vijftal; rondom Allmans slidespel – beïnvloed door Yardbirds-gitarist Jeff Beck en slidegitarist Jesse Ed Davis – ontvouwt zich een groovy rocksound, gebaseerd op elektrische blues en besmet door rock en jazz. Het stel is pas compleet als Duane baby brother Gregg verordonneert thuis te komen vanuit Californië. Schoorvoetend geeft Gregg Allman hieraan gehoor en sluit zich aan bij de band, die nu met Gregg als zanger en toetsenist compleet is. The Allman Brothers Band vestigt zich op verzoek van Walden in Macon. Georgia en krijgt medio '69 een contract bij Waldens kersverse label Capricorn. Twee jaren intensief toeren, samengepakt in een minibusje, en ongebreideld drugsgebruik – drank, speed, psychedelische paddenstoelen, cocaïne en heroïne – maken van het zestal een hechte, geoliede rockband. Onbetwiste leider Duane Allman brengt het beste boven in de anderen en door het op improvisaties gebaseerde samenspel ontstaat een opwindende, swingende rocksound, die op het debuut The Allman Brothers (1969) en op Idlewild South (1970) niet helemaal uit de verf komt – in tegenstelling tot de superieure jams tijdens de live-optredens. En nadat Duane – gelouterd, maar wel zwaar aan de heroïne – terugkomt van zijn medewerking aan Layla is de logische volgende stap een live-album. Hiervoor wordt op 12 en 13 maart 1971 de Fillmore East geboekt, waar de band met producer Tom Dowd achter de knopen twee concerten per avond zal spelen. De resulterende dubbelaar is een ware triomf – ondanks de terughoudendheid van de platenbazen: te lange instrumentale passages en jams die een hele plaatkant bestrijken. Ze hebben ongelijk, want in slechts zeven nummers laten The Allmans horen hoe fenomenaal hun bijna telepathische samenspel is – en hoe virtuoos de muzikanten zijn. De dubbele drumsound – Trucks voor het solide fundament, Jaimoe voor het slalommende, subtiele spel – is de aandrijving van de band, ondersteund door het soms jazzy spel van Oakley. Gregg Alllman voegt met zijn soulvolle stem en spel op de Hammond B-3 een rhythm & blues-dimensie toe, en de rest van de machtige southern rocksound is voor de duellerende gitaren van Dickey Betts en Duane Allman. De traditionele elektrische blues van Blind Willie McTells 'Statesboro Blues' en Elmore Jones' 'Done Somebody Wrong' zetten Duane Allmans magische bottleneck-spel in het zonlicht, waarna T-Bone Walkers slowblues 'Stormy Monday' traag maar gedegen voortmeandert. De hele plaatkant van Willie Cobbs 'You Don't Love Me' is aanvankelijk een blues maar ontwikkelt zich gaandeweg mede door toedoen van een vloed aan geweldige solo's van Betts en Allman tot een jazzy southern rockmonster– en is de brug naar de bandcomposities. Het nieuwe, instrumentale 'Hot 'lanta' is vloeiend, melodieus en jazzy en dan zet de betovering in van de geheel instrumentale Betts-compositie 'In Memory Of Elizabeth Reed; uitgerekt en uitgesponnen, voortgejaagd door drums en cymbalen, culminerend in beurtelings vlammend, lyrisch en verhalen vertellend gitaarspel. De apotheose is de live-favoriet 'Whipping Post', geen schaduw meer van de oorspronkelijk op het debuut te vinden song. Dit is de ultieme versie die voor altijd voortleeft: een 22 minuten durende jam bestaande uit geniale psychedelische bluesrock, jazz-geïnfecteerde southern rock en onovertroffen gitaarspel; van jankend, gillend slidespel, tot moddervette licks, tot meeslepende, sprookjesachtige passages. 'Whipping Post' is het slotstuk van de uitvinding van een nieuw genre waarin elektrische blues, jazz en countryrock samenkomen; At Fillmore East is hiervan de monumentale vastlegging. Met op de voorkant van de hoes de lachende bandleden – vanwege een zak cocaïne in de handen van Duane Allman – en op de achterkant de roadcrew, gaat At Fillmore East in de zomer van 1971 meer dan een half miljoen keer over de toonbank. De toekomst lijkt veilig gesteld voor The Allman Brothers Band, totdat op 29 oktober het noodlot toeslaat en Duane Allman op tragische wijze overlijdt aan de gevolgen van een motorongeluk. At Fillmore East is aldus de definitieve Allman Brothers-plaat en een van de beste live-albums uit de rockhistorie bovendien.


Statesboro Blues / Done Somebody Wrong / Stormy Monday / You Don't Love Me / Hot 'lanta / In Memory Of Elizabeth Reed / Whipping Post

dinsdag 3 juli 2012

Whipping Post | Live At Norwegian Wood 2000

Een tribute-band met de naam Whipping Post laat aan duidelijkheid weinig te wensen over: hier wordt eer betoond aan de fameuze Allman Brothers Band. Een club van acht bevriende Noorse muzikanten, afkomstig uit de gelederen van The Hellbillies, Jaga Jazzist, Big Bang en het aan Motorpsycho gelieerde HGH treden puur voor de lol op met de songs van The Allmans. Op 12 juni 2000 beleven ze hun derde optreden ooit tijdens het Norwegian Wood Festival in Oslo en in het voorprogramma van Lynyrd Skynyrd, of althans wat daar van over is. Als de crew van Lynyrd Skynyrd de soundcheck van Whipping Post hoort – met in de line-up drie gitaristen en twee drummers – pogen ze het optreden van de tribute-band te verhinderen. Zonder succes, want Whipping Post speelt met tomeloze inzet een fantastische set met hoogtepunten uit het Allman Brothers-repertoire, zo blijkt wel uit de cd Live At Norwegian Wood 2000 die in gelimiteerde oplage in 2001 verschijnt op het Glitterhouse-label.
Getuige de hoesafbeelding is het vertrekpunt At Fillmore East, de legendarische live-dubbelaar uit 1971, maar Whipping Post houdt zich niet zo stringent aan die setlist. Van de zeven tracks van de oorspronkelijke dubbel-lp worden er drie gecovered door Whipping Post: Willie McTells 'Statesboro Blues', 'Whipping Post' en 'In Memory Of Elisabeth Reed'. 'Don't Want You No More' is van de gelijkgetitelde debuutplaat van The Allmans en nota bene geschreven door de Brit Spencer Davis. Dickey Betts' 'Blue Sky' is van Eat A Peach uit 1972; 'Jessica' van Brothers And Sisters, het eerste album van The Allmans met nieuw werk na het overlijden van Duane Allman en Berry Oakley; en 'One Way Out' een outtake van de Fillmore-concerten, maar niet op de oorspronkelijk live-dubbelaar te vinden. Dat dondert allemaal helemaal niks, want Whipping Post maakt er een feestje van. Live At Norwegian Wood 2000 is dan ook een superieur eerbetoon omdat enerzijds de losse sfeer en het heerlijke jammen uitstekend getroffen wordt en anderzijds de muzikanten van Whipping Post ook net lekker buiten de lijntjes kleuren. Er wordt voortreffelijk en vol emotie gemusiceerd – en dat begint met de rollende Hammond in de opener 'Don't Want You No More', loopt continue door in de dubbele, syncoperende drums en de imponerende gitaar-improvisaties, om uiteindelijk te culmineren in het extatische, instrumentale hoogtepunt: 'In Memory Of Elisabeth Reed'
Wat moeten de Noren voldaan geweest zijn na zo'n verbluffend optreden en wat is het geweldig voor de Allman Brothers-fan dat dit optreden voor eeuwig is vastgelegd. En zoals het een tribute-band betaamt: Dedicated to the memory of Duane Allman en Berry Oakley.

Don't Want You No More/Whipping Post / Blue Sky/One Way Out / Jessica / Statesboro Blues / In Memory Of Elisabeth Reed

vrijdag 6 april 2012

The Outlaws | The Outlaws

In 1974 heeft de southern rock zich ten volle ontwikkeld; The Allman Brothers Band en Lynyrd Skynyrd kennen dan al grote successen, en in hun kielzog The Marshall Tucker Band en The Charlie Daniels Band eveneens. Maar met The Outlaws uit Tampa, Florida wil het nog niet zo goed lukken. Daar komt verandering in als The Outlaws in het voorprogramma staan van Lynyrd Skynyrd in Columbia, South Carolina en Ronnie van Zant uitroept: 'If you don't sign The Outlaws, you're the dumbest music person I've ever met.' In het publiek staat Clive Davis die net Columbia de rug toegekeerd heeft en zijn eigen label Arista is gestart. Davis tekent The Outlaws subiet als 'the first full-tilt rock 'n roll band signed to Arista Records'. The Outlaws zijn dan al jaren on the road in verschillende bezettingen. In 1974 bestaan The Outlaws uit drummer Monte Yoho, bassist Frank O'Keefe en de three man guitar army: Hughie Thomassen, Billy Jones en Henry Paul. Dit kwintet neemt in maart 1975 in de Elektra Sound Recorders-studio in Los Angeles hun debuutplaat op, die geproduceerd wordt door niemand minder dan Doors-producer Paul Rothchild. Hij keert de swingende rocksongs – die uitgebreid tijdens live-optredens zijn getest – binnenste buiten, wat een frisse, gevarieerde en melodieuze sound oplevert. Het meest karakteristieke aan het debuut The Outlaws is de driedubbele gitaar line-up, waarin vooral de Fender-gitaar van Thomasson en Gibson Les Paul van Billy Jones met elkaar duelleren. Hoewel dit kenmerkend is voor de southern rock, onderscheiden The Outlaws zich hiervan door de fraaie zangharmonieën die Buffalo Springfield. Poco en vooral The Eagles in herinnering roepen. De drie gitaristen wisselen elkaar niet alleen af in de solo's, maar ook af in de leadzang. Billy Jones neemt de leadzang voor zijn rekening in 'Cry No More' en het meeslepende 'It Follows From Your Heart'; Henry Paul in 'Stay With Me' en het prettig voortjakkerende 'Song In The Breeze'. Het meest prominent is echter Hughie Thomasson die niet alleen de geweldige countryrocksong 'There Goes Another Love Song' de hitparades in zingt – ook vier weken in de Nederlandse top 40 – maar ook zanger en componist is van 'Green Grass & High Tide', een lijflied van de southern rock. In deze tien minuten durende rocksong, die feitelijk opgebouwd is uit talloze snerpende, gierende gitaarsolo's, bewijzen The Outlaws tot de canon van southern rock te behoren. Mede door dit epische, uitgesponnen rocknummer is het zelfgetitelde debuut van The Outlaws een mijlpaal van de southern rock. De opvolger Lady In Waiting – net als het debuut gestoken in een fraaie hoes van Janet Mager – doet weinig onder voor het debuut, maar is in 1976 wel de laatste plaat van The Outlaws in de oorspronkelijke bezetting. Er volgen vele bezettingswijzigingen, maar geen enkele bereikt het niveau van het eerste album, The Outlaws.
There Goes Another Love Song / Song For You / Song In The Breeze / It Follows From Your Heart / Cry No More / Waterhole / Stay With Me / Keep Prayin' / Knoxville Girl / Green Grass & High Tide

maandag 2 april 2012

Whispering Pines | Whispering Pines




Fan-tas-tisch. Ik geef toe, ik ben in een bespiegelende bui die me terugvoert naar de jaren zeventig. Het volmaakte gezelschap daarbij zijn de Whispering Pines, een langharig, in denim en ruitbloezen gehuld vijftal uit Silver Lake, Californië. En ja, ze vernoemden zich naar de song van The Band. Hun gelijknamige debuut-cd is, ik zei het al en zeg het nogmaals, fantastisch. Als je houdt van die goeie ouwe countryrock en van southern rock, dan hoef je niet verder te zoeken. Whispering Pines zet een zeer geloofwaardige sound neer die het midden houdt tussen de Rolling Stones met Mick Taylor op slidegitaar, de Muscle Shoals-sound van Lynyrd Skynyrd, de swamprock van CCR en Tony Joe White, de dubbele gitaarsound van The Outlaws en vooral en in het bijzonder het elektrische bottleneckgeluid van Duane Allman. Het is allemaal bijzonder retro wat deze boys in negen countryboogie-songs neerzetten, maar wat dondert het als het zulke heerlijke en eerlijke muziek oplevert. Uitstekende songs, rammelende piano, rollende Hammond en gierend dubbelloops gitaarspel maken van Whispering Pines de ware troonopvolgers van die geniale Allman Brothers. Luister maar eens naar het ruim zeven minuten klokkende Stars Above, dat een gitaarsolo loslaat die als een adelaar wegwiekt in het onmetelijke luchtruim. Dát gevoel krijg ik bij de Whispering Pines.

Family Tree / Brand New Beat / Stars Above / This Town / Grapevine Blues / Miss Lucy's Red Light / Mirror Woman Mirror Man / Crazy Mama / Songbird