Posts tonen met het label live. Alle posts tonen
Posts tonen met het label live. Alle posts tonen

zaterdag 30 december 2017

Ten Years After | Recorded Live

‘Und Jetzt, in die Festhalle in Frankfurt: Ten Years After!’ Zo begint Recorded Live, de live-dubbelaar van Alvin Lee’s heavy bluesrockband. Ten Years After bereikte een ongekende populariteit na een zinderende uitvoering van ‘I’m Going Home’ op Woodstock.  Op dat succes bouwt de band voort met eindeloze tournee’s over de hele wereld. Na een aantal sterke lp’s is na Undead uit 1969 de tijd in 1973 opnieuw rijp voor een live-album, dat met de Rolling Stones’ mobiele opname-truck niet alleen is opgenomen in Frankfurt, maar ook in Amsterdam, Rotterdam en Parijs. Het resulteert in een rauwe, levendige en opwindende dubbelelpee, waarop de elektrische blues, uitbundige drumsolo’s en razendsnelle gitaarsolo’s volop gevierd worden. Dat levert in ‘One Of These Days’, ‘You Give Me Loving’ en in de covers ‘Help Me’ (Willie Dixon) en ‘I Can’t Keep From Cryin’ Sometimes’ (Al Kooper) in ieder geval superieur stomende bluesrocksongs op, om natuurlijk niet te spreken van de icoon die ‘I’m Going Home’ is. Machtige dubbelaar.

One Of These Days / You Give Me Loving / Good Morning Little School Girl / Hobbit / Help Me / Classical Thing / Scat Thing / I Can’t Keep From Cryin’ Sometimes / Silly Thing / Slow Blues in ‘C’  / I’m Going Home / Choo Choo Mama

maandag 30 oktober 2017

Kevin Ayers-John Cale-Eno-Nico | June 1, 1974

De aanleiding voor het eenmalige, gezamenlijke concert in het Londense Rainbow Theatre op 1 juni 1974 van Kevin Ayers, John Cale, Eno en Nico is de release van Kevin Ayers’ The Confessions of Dr Dream and Other Stories in mei van dat jaar. Dr Dream is na drie eerdere soloalbums Kevin Ayers’ debuut voor Island Records; een nieuwe start en met een nieuwe begeleidingsband, The Soporifics. Om dat te vieren wordt het Rainbow-concert georganiseerd, waarbij Ayers zowel oude vrienden als nieuwe labelgenoten uitnodigt. Cale, Eno en Nico staan alledrie onder contract bij Island. Brian Eno, in 1973 uit Roxy Music gestapt, debuteert in januari 1974 met Here Come the Warm Jets, maar speelt ook mee op John Cale’s Island-debuut Fear, dat in oktober ’74 zal verschijnen. Cale op zijn beurt, produceert op dat moment The End… van chanteuse Nico. Zij zat samen met Cale in The Velvet Underground en is ook debutante bij Chris Blackwells Island Records. Het is tezamen een mooi stel dat op 1 juni 1974 optreedt in de Rainbow, temeer daar Ayers oude vrienden als Robert Wyatt (drums), Mike Oldfield (gitaar) en John ‘Rabbit’ Bundrick (toetsen) erbij betrekt en ook zijn nieuwe band The Soporifics lanceert, met daarin Ollie Halsall (gitaar), Archie Leggat (bas) en Eddie Sparrow (drums).
Het optreden in de Rainbow verloopt gefaseerd: performers en artiesten treden aan in verschillende bezettingen, en ook geïsoleerd van elkaar. De vraag is of allen daadwerkelijk bevriend zijn, of dat labelbaas Blackwell ze uit commerciële overwegingen bij elkaar gezet heeft; het gerucht gaat dat Kevin Ayers aan de vooravond van het concert John Cale’s vrouw geneukt heeft.
Brian Eno trapt in ieder geval af met het angstaanjagende, door synthesizers opgejaagde ‘Driving Me Backwards’, gevolgd door het rockende ‘Baby’s On Fire’ - dat best in ’74 een hit had kunnen worden, maar het niet werd. Vervolgens is het de beurt aan de gedrogeerde John Cale, die er zich nogal gemakkelijk vanaf maakt met een cover van Elvis Presleys ‘Heartbreak Hotel’ - al is zijn deprimerende versie ervan, ja echt, onovertroffen. Het wordt echter nog deprimerender als Nico plaatsneemt achter haar harmonium - en Eno haar begeleidt met in mineur getoonzette synthesizerbliepjes - voor haar uitvoering van Jim Morrisons ‘The End’.
Tot zover Cale, Eno en Nico. Kant 2 is volledig ingeruimd voor Kevin Ayers en zijn band. Ayers biedt in vergelijking met de duistere songs van Eno, John Cale en Nico een soort van lichtheid van het bestaan met zijn nogal romantische songs, gedragen door elektrische gitaar, rollend orgel en Ayers koffiebruine, door Gauloises-aangejaagde stemgeluid. ‘May I?’ is al voortreffelijk, wat wordt bekrachtigd door ‘Shouting in A Bucket Blues’, het bluesy ‘Everybody’s Sometime and Some People’s All the Time Blues’ - met een solo van Mike Oldfield - en de onheilszwangere afsluiter ‘Two Goes Into Four’. 
Al op 28 juni 1974 wordt het concert van 1 juni uitgebracht. Razendsnel dus. June 1, 1974 is daarmee een bijzonder document en biedt ook een mooi zicht op de embryonale solocarrières van Brian Eno en John Cale: hun piek ligt in latere jaren. Kevin Ayers bracht dit tezamen, reden waarom June 1, 1974 in juni 1974 een ronduit iconische liveplaat is, al ziet bijna niemand dat. Het is echter wel zo. 

‘Driving Me Backwards’ | ‘Baby’s On Fire’ | ‘Heartbreak Hotel’ | ‘The End’ | ‘May I?’ | ‘Shouting in A Bucket Blues’ | ‘Stranger in Blue Suede Shoes’ | ‘Everybody’s Sometime and Some People’s All the Time Blues’ | ‘Two Goes Into Four’

Gepubliceerd in Platenblad #231



woensdag 4 oktober 2017

Johnny Winter And | Live


John Dawson Winter III uit Beaumont, Texas behoort zonder meer tot dat selecte groepje Amerikaanse gitaristen dat eind jaren zestig/begin jaren zeventig de bluesrock gepopulariseerd heeft. Winter is daarbij ook nog eens een bijzondere verschijning met zijn pierige witte haar en loensende albino-ogen; niet moeders mooiste maar wel een van de beste blanke bluesgitaristen. Samen met zijn albinobroertje Edgar zet Johnny zijn eerste schreden op het muzikale pad, wat in 1968 - Johnny is dan 24 - tot de debuutplaat The Progressive Blues Experiment leidt. Vervolgens is Johnny van de partij bij The Live Adventures of Mike Bloomfield and Al Kooper en ook op Woodstock. Inmiddels heeft hij zijn eigen band geformeerd vanuit de resten van The McCoys: Johnny Winter and The McCoys, al snel afgekort tot Johnny Winter And, met daarin Rick Derringer (gitaar), Randy Joe Hobbs (bas) en superdrummer Bobby Caldwell.
Na vier niet al te bijzonder succesvolle albums is het in 1970 tijd voor een liveplaat; tijd om te laten zien en horen hoe energiek, opwindend en rauw een Johnny Winter-concert is. Hiervoor dienen opnamen in The Fillmore East in New York en in Pirate’s World in Dania, Florida. Maar hoe opwindend ook, een groot deel van Winters repertoire bestaat uit covers. Het live-album trapt dan ook af met Sonny Boy Williamsons ‘Good Morning Little School Girl’, opgevolgd door de Winter-kraker ‘It’s My Own Fault’; een voortreffelijke slowblues. Live bevat welgeteld één eigen compositie: de stompende countryblues ‘Mean Town Blues’. Verder bedient Johnny Winter zijn publiek met een rock-’n-rollmedley en met covers van The Rolling Stones, Little Richard en Chuck Berry.
Live is in 1971 een groot succes onder jeugdige bluesliefhebbers en een bewijs that white men can sing the blues; Johnny Winter en de blues zijn één.

‘Good Morning Little School Girl’ | ‘It’s My Own Fault’ | ‘Jumpin’ Jack Flash’ | ‘Rock and Roll Medley: Great Balls of Fire; Long Tall Sally; Whole Lotta Shakin’ Goin’ On’ | ‘Mean Town Blues’ | ‘Johnny B. Goode’

dinsdag 25 juli 2017

David Bowie | Bowie - Cracked Actor

Bowie - Cracked Actor heeft veel overeenkomsten met David Live, in 1974 Bowies eerste officiële livealbum. In die zin dat de opnamen beide afkomstig zijn van de groots opgezette Amerikaanse tour die Bowie in 1974 ondernam. David Bowie beleefde hiermee een grootse doorbraak in het beloofde land, nadat Ziggy Stardust (1972), Aladdin Sane (1973) en Diamond Dogs (1974) wereldwijd grote successen bleken. Bowie sleept op deze tournee een grootse entourage mee, onder wie een tienkoppige band. Waar David Live op 14 en 15 juli ’74 is opgenomen in Philadelphia, daar bevat Bowie - Cracked Actor de opnamen van het op 5 september gegeven concert in het Universal Amphitheatre in Los Angeles. Band en Bowie zijn ook in het tweede deel van de uitputtende tournee nog steeds in vorm, en eigenlijk net iets funkier. De setlist is overigens op de beide live-dubbelaars nagenoeg gelijk met Bowie-krakers als ‘Moonage Daydream’, ‘Sweet Thing’, ‘All the Young Dudes’ - alhoewel geschreven voor Mott The Hoople -, ‘The Jean Genie’ en de uitsmijter ‘Rock ’N’ Roll Suicide’. Maar met toevoegingen als ‘It’s Gonna Be Me’, ‘Space Oddity’ en ‘Time’ is Bowie - Cracked Actor in 2017 een uitstekende toevoeging aan het oeuvre van het enigma, en aldus niet alleen bedoeld voor Bowie-completists.

‘1984’ | ‘Rebel Rebel’ | ‘Moonage Daydream’ | ‘Sweet Thing’/‘Candidate’/‘Sweet Thing (Reprise)’ | ‘Changes’ | ‘Suffragette City’ | ‘Aladdin Sane’ | ‘All the Young Dudes’ | ‘Cracked Actor’ | ‘Rock ’N’ Roll With Me’ | ‘Knock on Wood’ | ‘It’s Gonna Be Me’ | ‘Space Oddity’ | ‘Diamond Dogs’ | ‘Big Brother’ | ‘Time’ | ‘The Jean Genie’ | ‘Rock ’N’ Roll Suicide’ | ‘John I’m Only Dancing (Again)’

zondag 9 juli 2017

Man | Maximum Darkness

Ingeklemd tussen Britse progrock en Amerikaanse westcoast-psychedelica is Man - afkomstig uit Wales - een meer dan bijzondere band. Hits heeft Man niet, maar hun opzienbarende live-optredens, gekenmerkt als ‘spunk-rock’, maken de band legendarisch. Afgezien van een beperkt uitgebrachte live-plaat in 1972, duurt het zeven jaar en maar liefst negen lp’s voordat het schitterende Maximum Darkness op de markt komt. Zeer speciaal zijn de bijdragen van Quicksilver Messenger Service-gitarist John Cipollina, die Mans sound een extra psychedelische laag geven. Opgenomen op 26 mei 1975 in de Londense Round House is Maximum Darkness - met een schitterende cover van Buffy St. Marie’s ‘Codine’, een ronduit voortreffelijke live-plaat.

7171-551 / Codine / Babe I’m Gonna Leave You / Many Are Called, But Few Get Up / Bananas  

zaterdag 16 januari 2016

David Bowie | Ziggy Stardust: The Motion Picture

Londen, Hammersmith Odeon, dinsdag 3 juli 1973. David Bowie And The Spiders From Mars voltooien de Aladdin Sane-tournee, die een gigantisch succes is. Maar dan, aan het einde van het concert: ‘This particular show will remain with us the longest, because… not only is it… not only is it the last show of the tour, but it’s the last show we’ll ever do. Thank you.’ Toepasselijk is dan de laatste toegift: ‘Rock ’n’ Roll Suicide’. Iedereen geschokt. Letterlijk. Dit eerste laatste concert werd op film vastgelegd door de fameuze D.A. Pennebaker, maar hij wist niets van Bowie’s vaarwelspeech, evenmin als Bowie’s band. Bowie had echter wel gelekt naar de muziekpers; voor een maximaal publicitair effect.
Al direct verscheen er op het beruchte Takrl-label een bootleg van het concert, en Pennebakers bioscoopfilm Ziggy Stardust And The Spiders from Mars ging al in december 1973 in première. De live-dubbelaar Ziggy Stardust: The Motion Picture kwam pas in oktober 1983 op de markt - en is officieel de derde Bowie-liveplaat. Een liveplaat die begint met een fragment van Beethovens negende. Dan storten The Spiders From Mars, strak geleid door de platinablonde gitarist extraordinair Mick Ronson, zich op ‘Hang On To Yourself’ en gaat Bowie helemaal loos. Afgewisseld door een half dozijn bizarre kostuumwisselingen doorlopen Bowie en zijn Spiders het repertoire van de succesalbums Ziggy Stardust en Aladdin Sane, spelen covers van Jacques Brel, The Rolling Stones en The Velvet Underground en ook een versie van ‘All The Young Dudes’, de hit die Bowie gunde aan Mott The Hoople. Naast ‘Moonage Daydream’, ‘Watch That Man’, ‘Time’ en het klassieke ‘Space Oddity’ speelt de band ook de hit ‘Jean Genie’ - waarvoor Jeff Beck als gastgitarist is uitgenodigd, maar Beck - niet tevreden over zijn performance - weet te voorkomen dat de opnamen van zijn optreden worden gebruikt voor film en soundtrack - die overigens wel te horen zijn op de bootlegplaat. 
Als Ziggy Stardust: The Motion Picture wordt gereleased weet iedereen al dat de glibberige, kameleontische Bowie helemaal geen afscheid nam. Het enige wat hij wilde was zich losweken van het Ziggy Stardust-personage en van de ballast van zijn begeleidingsband. Daarbij, het was een geniale stunt. Drie maanden na Bowie’s vermeende afscheid lag het cover-album Pin Ups alweer in de winkel. Geniale Bowie-manipulatie. 

Hang On To Yourself / Ziggy Stardust / Watch That Man / Wild Eyed Boy From Freecloud / All The Young Dudes / Oh! You Pretty Things / Moonage Daydream / Space Oddity / My Death / Cracked Actor / Time / Width Of A Circle / Changes / Let’s Spend The Night Together / Suffragette City / White Light/White Heat / Rock ’n’ Roll Suicide 

dinsdag 8 oktober 2013

Dr. Feelgood | Stupidity

Op 13 juli 1973 speelt Dr. Feelgood voor het eerst als hoofdact in Londen, in de Tally Ho – bakermat van de pubrock. En al vanaf dat moment zal de reputatie van dit vuige kwartet in Londen en omstreken groeien en groeien. In 1971 geformeerd op Canvey Island, een eiland in de monding van de Theems, bestaat Dr. Feelgood uit Lee Collinson (zang, mondharmonica), John Wilkinson (gitaar, gestoord podiumgedrag), John B. Sparks (bas) en John Martin (drums). Dr. Feelgood zet een nieuwe standaard door de furieuze en tomeloze inzet van de bandleden, die er overigens uitzien als slechtbetaalde kantoorklerken, elkaar voornamelijk negeren en hoe dan ook weigeren te lachen. Het is al vanaf het begin duidelijk: van zo’n band bestaat er geen tweede. Door dit opmerkelijke imago van explosieve liveshows en een verwilderde stage-act verwerft Dr. Feelgood in korte tijd een grote reputatie in het pubrockcircuit. Lee Collinson heet inmiddels Lee Brilleaux, John Wilkinson Wilko Johnson en John Martin The Big Figure. In 1975 ramt Dr. Feelgood er twee platen uit: Down By The Jetty en Malpractice, en gaat dan op tournee door Amerika. Bij terugkomst moet er een derde plaat komen, maar Wilko Johnson heeft geen enkele nieuwe song: ‘I’d got nothing, only a few ideas.’ En dus komt er een live-lp. 
In de Southend Kursaal wordt de thuiskomst van Dr. Feelgood gevierd en worden er opnamen gemaakt met een mobiele studio. Het nummer waarmee Dr. Feelgood opent – het meer dan toepasselijke ‘Going Back Home’ – zet de zaal gelijk in vuur en vlam. Dan volgen er zeven stomende rock-‘n-rollsongs waarin Wilko Johnson als een gestoorde gek over het podium rond rent en rond stuitert en Lee Brilleaux totaal buiten zinnen raakt. Op kant 1 van Stupidity staan echter zeven nummers van een concert in de Sheffield City Hall. En ook daar slaat de vlam in de pan als Brilleaux’ geile mondharmonica zich verheft boven de opvallend dunne slaggitaarsound van Johnson – die overigens wel als een hakbijl door het bas/drums-fundament klieft. Maar de keren dat de dolleman soleert, zoals in Bo Diddley’s ‘I ‘m A Man’, spat de kalk van het plafond. Dr. Feelgood laat weinig heel van zaal en publiek tijdens de uitvoering van weergaloos vuige rockstompers als ‘Talking About You’, ‘She Does It Right’ en Solomon Burke’s ‘Stupidity’. Het naar dit nummer vernoemde live-album verschijnt op 24 september 1976 en geeft een perfect beeld van de tomeloze energie van de band en de hechte en retestrakke live-sound van vooral de tandem Brilleaux/Johnson. Stupidity komt de arbitraire titel toe tot de beste live-albums ooit te behoren. In ieder geval weerspiegelt het de reputatie van The Feelgoods en geeft het de importantie weer van deze weergaloze pubrockband, maar laat Stupidity vooral ook een herinnering zijn aan Lee Brilleaux die op 7 april 1994 stierf, al op 41-jarige leeftijd slachtoffer van kanker.

Talking About You / 20 Yards Behind / Stupidity / All Through The City / I’m A Man / Walking The Dog / She Does It Right / Going Back Home / I Don’t Mind / Back In The Night / I’m A Hog For You Baby / Checking Up On My Baby / Roxette / Riot In Cell Block No. 9 / Johnny B. Goode

vrijdag 21 september 2012

Eric Clapton | Eric Clapton's Rainbow Concert


Is het niet vanwege de kwaliteit an sich, dan is het wel vanwege het historische belang dat Eric Clapton's Rainbow Concert zo'n indrukwekkend album is. Het tekent namelijk de terugkeer van Eric Clapton op het internationale podium, na een langdurige periode van afwezigheid vanwege een heftige heroïneverslaving en een totale identiteitscrisis. Eind jaren zestig was Clapton god, maar begin jaren zeventig is hij een menselijk wrak dat afstevent op zijn ondergang. Een serieus afkickprogramma brengt Clapton weer terug onder de mensen en om deze wederopstanding te vieren organiseert Pete Townsend op 13 januari 1973 een welkomstconcert in het Londense Rainbow Theatre. Gekleed in een smetteloos wit pak en een Gibson Les Paul omgegord, voert Eric Clapton een allstar band aan met daarin Pete Townsend (gitaar), Ronnie Wood (gitaar), Steve Winwood (toetsen), Rick Crech (bas), Jim Capaldi (drums), Jimmy Karstein (drums) en Rebop (percussie). Een compilatie van deze bijzondere avond is vastgelegd op het album Eric Clapton's Rainbow Concert: zes sterke songs waarin Clapton excelleert op zijn elektrische gitaar. Zelf geen uitgesproken componist, passeren fascinerende, heavy uitvoeringen van 'After Midnight' (J.J. Cale), 'Little Wing' (Jimi Hendrix), 'Pearly Queen' (Traffic) de revue. 'Badge' componeerde Clapton samen met George Harrison, 'Roll It Over' met Bobby Whitlock in zijn Derek & The Dominos-periode en het geweldige 'Presence Of The Lord' stamt uit Claptons Blind Faith-periode. Al met al is het een fraaie staalkaart van Claptons verrichtingen in het verleden en tegelijk een historisch startpunt van Eric Clapton in zijn nieuwe gedaante. Eric Clapton's Rainbow Concert is een afscheid van Clapton de gitaar-god, en de geboorte van de rootsy, laidback performer, die al in 1974 uiterst succesvol is met 461 Ocean Boulevard.

Badge / Roll It Over / Presence Of The Lord / Pearly Queen / After Midnight / Little Wing