Posts tonen met het label 1975. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1975. Alle posts tonen

zondag 4 maart 2018

Ducks Deluxe | Taxi to the Terminal Zone

Wellicht staat het niet in het geheugen van de muziekliefhebber gegrift, maar Ducks Deluxe was in 1972 een niet van importantie gespeende rock-’n-rollband, want wegbereiders van pubrock en punk. Sean Tyla (zang, gitaar), Martin Belmont (gitaar), Nick Garvey (bas) en Tim Roper (drums) zijn ex-roadies van bands als Man, Brinsley Schwarz en Help Yourself en gaan met hun aardse rock-’n-roll de straat op en de pub in. Getekend bij RCA is Ducks Deluxe’s eerste single in 1973 het fantastische ‘Coast to Coast’. 
Het eerste album, Ducks Deluxe, laat in 1974 nog een sound horen die alle kanten opgaat, van Beatles-pop tot countrysoul, maar de opvolger moet anders - zo eisen ook de bobo’s van RCA. Onderwijl is pianist en organist Andy McMaster ingelijfd om een royalere en misschien wel commerciëlere sound te bewerkstelligen. Voor de opnamen van dit tweede album reist de band af naar de Rockfield Studios in Wales, alwaar Dave Edmunds de scepter zwaait. Het levert een coherentere sound op, maar af en toe ook een gladdere sound. Taxi to the Terminal Zone is Ducks Deluxe op zijn gepolijst - zeker in McMasters ‘Love’s Melody’, al heeft dit wel weer een enorme hitpotentie. Dave Edmunds heeft inderdaad voor een sound gezorgd waar de scherpe randjes wat af zijn, al dreint McMasters orgeltje erg lekker, maar het geheel is in 1975 niettemin een klassieke pubrockplaat, met lekker swingende pubrocksongs als ‘Cherry Pie’, ‘It Don’t Matter Tonite’, ‘Woman of the Man’ en ‘Teenage Head’, een cover van The Flamin’ Groovies. In een trager tempo - maar minstens zo fijn - voltrekken zich liedjes als ‘Rainy Night in Kilburn’, ‘I’m Crying’ en het countryeske ‘Rio Grande’ - met op pedalsteel Dave Edmunds. Ducks Deluxe is hier de gelijke van grotere broertje Brinsley Schwarz, waarmee Taxi to the Terminal Zone de vergelijking aankan met Silver Pistol of Nervous on the Road.
Grote kans dat de RCA-bonzen tevreden zijn over het resultaat, maar de bandleden nemen de titel van het album iets te serieus; zij snellen naar het einde van Ducks Deluxe. Het afscheidsconcert vindt dan ook al op 1 juli 1975 plaats in London’s 100 Club aan Oxford Street. Maar geen nood, want de bandleden duiken vervolgens weer op; in Tyla’s Gang, The Motors en Graham Parker and the Rumour.

‘Cherry Pie’ | ‘It Don’t Matter Tonite’ | ‘I’m Crying’ | ‘Love’s Melody’ | ‘Teenage Head’ | ‘Rio Grande’ | ‘My My Music’ | ‘Rainy Night in Kilburn’ | ‘Woman of the Man’ | ‘Paris 9’

woensdag 14 februari 2018

Wigwam | Nuclear Nightclub

Wigwam is international gezien de beste rockband die Finland heeft voortgebracht. Onder aanvoering van de Britse expatriate Jim Pembroke krijgt Wigwam begin jaren zeventig zelfs in Engeland een voet aan de grond. Na een viertal typische progrock-lp’s met klassieke en jazzinvloeden gaat het het roer om. Wigwam komt onder contract bij Virgin en wijzigt zijn koers drastisch richting pop en melodieuze rock. Op een eiland voor de kust van Helsinki treffen de bandleden voorbereidingen voor het nieuwe album dat in Stockholm opgenomen gaat worden. Het levert met Nuclear Nightclub een pastoraal en organisch werkstuk op, waarop bliepende synthesizers en snorrende moogs op natuurlijke wijze verweven worden in het transparante rockgeluid van Wigwam. Deze spacey synths verlenen tezamen met de sterke harmoniezang, fraaie melodieën en rustieke gitaarriffs en -solo’s de acht tracks een subtiele klasse. Niets voor niets is Nuclear Nightclub Wigwams meest succesvolle album.

Nuclear Nightclub / Freddie Are You Ready / Bless You Lucky Stars / Kite / Do Or Die / Simple Human Kindness / Save My Money & Name / Pigstorm

maandag 4 december 2017

Dog Soldier | Dog Soldier

The Keef Hartley Band speelde op Woodstock maar hun manager weigerde hen te laten filmen. Een tragische vergissing. Zodoende bleef eeuwige roem onthouden aan drummer Keef Hartley (ex-Artwoods, ex-John Mayall's Bluesbreakers) en zanger/gitarist Miller Anderson (ex-Savoy Brown). Als Hartley in 1971 met een big band gaat toeren is Anderson weg voor een solocarrière. Gek genoeg brengt een advertentie in de New Musical Express eind '74 de mannen weer bij elkaar. Met oude rot Derek Griffiths (ex-Artwoods) op gitaar en starten zij Dog Soldier, vernoemd naar Cheyenne-indianen op het oorlogspad. 
Het opportunistische Amerikaanse United Artists-label is ook op het oorlogspad, biedt Dog Soldier flinke voorschotten en eist een debuutplaat met een Amerikaanse sound. Dat gaat niet lukken: Dog Soldier is een lekker logge, Britse hardrockplaat met spacey accenten. Schitterend zijn 'You Are My Spark' en 'Long & Lonely Night', die toch, ja Westcoast-invloeden verraden. Stevige riffs, vloeiende gitaarsolo's en zoemende moogs kleuren het avontuurlijke rockgeluid van Dog Soldier, in het bijzonder de epische, elf minuten durende afsluiter 'Looks Like Rain'. Het blijft erbij, interne strubbelingen en de druk van UA maken al in 1975 Dog Soldier kapot. 

Pillar To Post / Several People / You Are My Spark / Long & Lonely Night / Giving As Good As You Get / Thieves & Robbers / Strangers In My Owm Time / Looks Like Rain

zondag 9 juli 2017

Man | Maximum Darkness

Ingeklemd tussen Britse progrock en Amerikaanse westcoast-psychedelica is Man - afkomstig uit Wales - een meer dan bijzondere band. Hits heeft Man niet, maar hun opzienbarende live-optredens, gekenmerkt als ‘spunk-rock’, maken de band legendarisch. Afgezien van een beperkt uitgebrachte live-plaat in 1972, duurt het zeven jaar en maar liefst negen lp’s voordat het schitterende Maximum Darkness op de markt komt. Zeer speciaal zijn de bijdragen van Quicksilver Messenger Service-gitarist John Cipollina, die Mans sound een extra psychedelische laag geven. Opgenomen op 26 mei 1975 in de Londense Round House is Maximum Darkness - met een schitterende cover van Buffy St. Marie’s ‘Codine’, een ronduit voortreffelijke live-plaat.

7171-551 / Codine / Babe I’m Gonna Leave You / Many Are Called, But Few Get Up / Bananas  

zaterdag 17 juni 2017

The Beau Brummels | The Beau Brummels

Bij het verschijnen van The Beau Brummels wordt geschreven dat het een van de allerbeste reünie-albums is. Tamelijk vanuit het niets brengt Warner Bros. in april 1975 namelijk het zesde album uit van The Beau Brummels – in de originele bezetting. Na de laatste, erg fraaie plaat in 1968, Bradley's Barn, lossen de Westcoast-Beatlesklonen na drie jaar nationwide hits op het niets. Zanger Sal Valentino richt het uitzinnige hippiecollectief Stoneground op, gitarist en componist Ron Elliott maakt de soloplaat The Candlestick Maker en duikt op in countryrockband Pan, maar vanaf 1974 zijn ze weer samen op het oude nest met bassist Declan Mulligan en drummer John Petersen. De verrassende opener van The Beau Brummels, 'You Tell Me Why', is een herbewerking van de hit uit 1965, waarna zich een panorama ontrolt van twinkelende akoestische gitaren, superieure zang en parelende countrypopsongs als de geweldige folkrocker 'Wolf', gevoelige ballads als 'Tennessee Walker' en 'Goldrush', en de kristalheldere countryrockers 'Singing Cowboy' en 'Down To The Bottom', de laatste een staaltje sublieme melancholica, vervolmaakt door een gitaarsolo van Ronnie Montrose. Al met al is The Beau Brummels een bijzonder verfrissend en organisch album dat niettemin het onderspit delft ten opzichte van de midden jaren zeventig rock-extravaganza. En opnieuw vallen The Beau Brummels in splinters uiteen.

You Tell Me Why / First In Line / Wolf / Down To The Bottom / Tennessee Walker / Singing Cowboy / Goldrush / The Lonely Side / Gate Of Hearts / Today By Day

zondag 4 oktober 2015

Gary Wright | The Dream Weaver


‘Dream Weaver’, Gary Wrights grootste singlehit, is een onverwoestbaar nummer gebleken. De magnifieke en door een hemelse melodielijn gedragen popsong was niet alleen een Amerikaanse miljoenenhit, maar heeft in de jaren negentig van de vorige eeuw bovendien een een zeer prominente rol vervuld op soundtracks van populaire speelfilms: Wayne’s World en The People vs Larry Flint. De atmosferische synthesizerklanken en de dromerige sfeer en dito songtekst van ‘Dream Weaver’ laten zich uitstekend vertalen naar het witte doek: in beide filmsequences versmelten beeld en geluid tot een perfecte eenheid. Diezelfde perfectie is een kwalificatie die geldt voor het gehele The Dream Weaver-album, dat Gary Wrights tweede - en meest succesvolle - carrière inluidde.
Hoewel Gary Wright in Cresskill, New Jersey geboren is, krijgt zijn muzikale in eerste aanleg gestalte in Engeland als hij in 1968 met Mike Harrison Spooky Tooth opricht. Spooky Tooth - waarin zowel Harrison als Wright de rol van toetsenist, zanger en componist vervullen - wordt gemodelleerd naar het voorbeeld van Traffic. Na drie jaar en drie platen verlaat Gary Wright de band om een solocarrière te starten. Maar na twee lauw ontvangen lp’s treedt Wright wederom toe tot Spooky Tooth. Dit verblijf is echter niet van lange duur; binnen twee jaar valt Spooky Tooth definitief uiteen. Wright heeft ondertussen afstand genomen van de hippie-dippie-sound die niet alleen Spooky Tooth kenmerkt maar ook dominant aanwezig is op de solo-lp’s van Mike Harrison en Spooky Tooth-gitarist Luther Grosvenor. Gary Wright daarentegen heeft een ‘sound-concept’ bedacht dat nieuw, modern en geavanceerd is. Ondanks dat Wright blijft geloven in de hippiefilosofie van de jaren zestig en ontvankelijk is voor boeddhisme en Indiase guru’s - en op zoek blijft naar een ‘natural high’ - wordt zijn nieuwe sound gedomineerd door programmeerbare synthesizers en zijn gitaren uit den boze. Met deze nieuwe muzikale formule - ondersteund door een glamrockoutfit met bijbehorende androgyne uitstraling - en een royaal contract met Warner Brothers, stapt Gary Wright de Californische Sound Labs-studio in om met hoofdzakelijk toetsenisten te werken aan wat zijn commerciële en artistieke hoogtepunt zal worden: The Dream Weaver.
Gary Wright heeft de technologische ontwikkelingen op de voet gevolgd, want The Dream Weaver is een showcase van allerhande keyboards. Er is op alle nummers een dominante rol voor de de Arp-synthesizer, die niet alleen door Wright bediend wordt maar ook door David Foster. Hammond, Fender Rhodes en clavinet brengen variatie aan en dragen bij aan het synthetische orkest dat het skelet vormt voor Wrights soms overdadige arrangementen - zonder dat overigens het gevaar van bombast op de loer ligt. De ruggengraat van de knappe en doorgaans groovy popsongs is echter de Moog-bass die een knorrende en spinnende basis legt - en die werkelijk dé vondst is van The Dream Weaver, en aldus de plaat naar een hoger plan tilt. Wrights stem - die sterk naar falset neigt - is werkelijk soulvol en wordt ondersteund door een tweetal zangeressen, die soul en warmte bijdragen. Wright en de zangeressen vormen aldus een fraai contrast met de synthetische begeleiding. Opener ‘Love Is Alive’ is een enigszins funky binnenkomer die de toon zet voor de subtiele en groovy plaat die The Dream Weaver is. In ‘Can’t Find The Judge’ komen Wrights Spooky Tooth- en ook Traffic-invloeden terug, terwijl ‘Made To Love You’ het duidelijkst Wrights soulinvloeden verraden. Doorheen de hele lp is er een voorname rol weggelegd voor de aan de jazzrock ontleende synthesizer-sound - overigens door Wright in het extreme geperfectioneerd. De heerlijke ijle synthesizersolo’s zijn dan ook de grote smaakmakers op The Dream Weaver. Gevoegd bij de overige toetsen, de dynamiek van drummers Jim Keltner en Andy Newmark en de vette sound van de Moog-bass ontstaat er een uniek - en voor die tijd modern - geluid. Alleen in het rijk gearrangeerde ‘Power Of Love’ maakt Gary Wright een uitzondering op de ondertitel van de lp: This is an album of keyboard music. In dit nummer is namelijk de elektrische gitaar van hardrocker Ronnie Montrose te beluisteren.
‘Dream Weaver’ wordt een miljoenenhit en The Dream Weaver een megaseller. Gary Wright verhuist naar Californië, wentelt zich in rijkdom en zal succesvol blijken, niet in de laatste plaats door zijn futuristische en nichterige uiterlijk. In 1976 scoort hij wederom een enorme hit met ‘Are You Weeping’  en op de golf van deze successen weet Wright het nog jaren vol te houden. Zijn artistieke hoogtepunt heeft hij dan allang achter zich. ‘Dream Weaver’ is echter een nummer dat eeuwigheidswaarde bezit; samen met The Dream Weaver is dat een fraai monument.


Love Is Alive / Let It Out / Can’t Find The Judge / Made To Love You / Power Of Love / Dream Weaver / Blind Feeling / Much Higher / Feel For Me    

maandag 28 oktober 2013

Baker Gurvitz Army | Elysian Encounter


Baker Gurvitz Army is een opmerkelijk samenwerkingsverband tussen de gebroeders Gurvitz (ex-Gun) en Cream-drummer Ginger Baker. Een zinvolle toevoeging is Snips (ex-Sharks), die met zijn bluesy rasp een dimensie toevoegt aan het groepsgeluid. Snips verleent het tweede album, Elysian Encounter – gestoken in een futuristische hoes – de hardrockin' power die het nodig heeft. De drums en percussie van Ginger Baker zijn overal en de riffs en solo's van gitarist Adrian Gurvitz maken van Elysian Encounter een uitstekend melodieus hardrockalbum. Subtiel zijn fantastische songs als 'The Key' en 'People', terwijl 'Remember' een showcase is voor de multi-gelaagde zang van Snips, het scheurende gitaarwerk van Gurvitz en de synthesizers van toetsenist Peter Lemer. Ook 'Time' is avontuurlijk: een mix van soulvolle rock en priemende gitaren. Verder dan een cultstatus komt Baker Gurvitz Army helaas niet, al helemaal niet als de albums van de band volop in de ramsj gegooid worden. Ook Elysian Encounter ligt dan voor een paar gulden in de uitverkoopbakken van de platenwinkels. Het fraaie album is er niet minder om.

People / The Key / Time / The Gambler / The Dreamer / Remember / The Artist / The Hustler

zondag 29 september 2013

Lou Reed | Coney Island Baby

Na het grote succes van Transformer in 1972 bevindt Lou Reed zich in een ongekend creatieve fase. Ga maar na: in de vier volgende jaren verschijnen een decadent meesterwerk (Berlin), maar liefst twee hardrock live-platen, een funky, rommelige maar bij vlagen schitterende plaat (Sally Can’t Dance) en een onbeluisterbare instrumentale dubbel-lp (Metal Machine Music). Lou Reed sluit deze vruchtbare periode af met een bijzonder smaakvol toetje: Coney Island Baby. Niettemin zit Reed in 1975 volledig aan de grond. Geen geld, geen gitaren en een platenlabel dat hem – na het Metal Machine Music-debacle – in een louche hotel parkeert. Reed wordt toch in genade aangenomen en gaat met de onervaren producer Godfrey Diamond de studio in om een aantal nummers op te nemen die on the road zijn getest. In december 1975 verschijnt Coney Island Baby. 
Lou Reed is zelf die Coney Island Baby, al is het autobiografische karakter van de plaat minimaal. Reed is immers de beschouwer van andermans leed, de chroniqueur van de goot, de onbewogen camera die de hoeren, junkies en little criminals registreert. Over zichzelf zingt hij in ‘Nobody’s Business’ It’s nobody’s business but my own. Vanzelfsprekend trakteert Reed de luisteraar op een fikse dosis ironie, zoals in ‘A Gift’ waarin Reed zichzelf beschouwt als een geschenk voor alle vrouwen in de wereld, maar is zijn sarcasme mild van toon in ‘Charley’s Girl’. Muzikaal is Reed relaxt, zijn de tempo’s comfortabel en toch pure rock-‘n-roll en is het laidback gitaarspel van Bob Kulick sfeervol en soms zelfs uitgesproken countryesk. Coney Island Baby is in dat opzicht – feitelijk in alle opzichten – de ware opvolger van Velvet Undergrounds Loaded. ‘Kicks’ daarentegen, is ongemakkelijk, onheilspellend, met zijn barlawaai en duistere frasen als when the blood coming down his neck / Don’t you know it was better than sex. ‘Kicks’ behoort samen met ‘She’s My Best Friend’ en ‘Coney Island Baby’ tot de sleutelnummers van Coney Island Baby. In het onverwacht tedere titel- en slotnummer vangen we zelfs een glimp van het huiselijk geluk dat Lou vindt bij travestiet Rachel: I’m gonna send this one out for Lou and Rachel / And all the kids and P.S. 192 / Man, I swear I’d give the whole thing up for you. Hetgeen zoals we weten, Lou Reed natuurlijk niet deed.

Crazy Feeling / Charley’s Girl / She’s My Best Friend / Kicks / A Gift / Ooohhh Baby / Nobody’s Business / Coney Island Baby

zondag 26 mei 2013

Ted Nugent | Ted Nugent


Hij heeft voldoende tegen zich spreken; zo is Ted Nugent een behoorlijke rechts-reactionair, een voorvechter van vrij wapenbezit en een pleitbezorger van de jacht – waarover hij het boek Kill It & Grill It schreef. Ted Nugent is ook nog eens een tamelijk beroerd zanger, maar daar staat tegenover dat hij een ras-performer en showman is en vooral een briljante rock-'n-rollgitarist. Theodore Anthony Nugent is afkomstig uit Detroit, Michigan en is vanaf midden jaren zestig actief in The Amboy Dukes, die vanwege Teds showboatin' op zijn Gibson Birdland-gitaar begin jaren zeventig worden omgedoopt tot Ted Nugent & The Amboy Dukes. De volgende logische stap is een solocarrière, die in 1975 van start gaat met het zelfgetitelde Ted Nugent. Ted is dan door zijn enerverende, spetterende live-optredens al flink populair in de rockarena's van het Midwesten en staat alom bekend als de Motor City Madman. Nugents debuutplaat sluit naadloos aan bij diens live-reputatie: vette boogie, pompende hardrock en opwindende gitaarsolo's. Ted Nugent bespeelt zijn kolossale Gibson-gitaar als een kogelspuwende mitrailleur in rocknummers met een hoog octaangehalte als 'Stormtroopin'', 'Motor City Madhouse', 'Just What The Doctor Ordered' en het absoluut geniale 'Stranglehold'. Het pleit overigens voor Nugent dat hij bij wijze van adempauze een poëtisch, jazzy liedje als 'You Make Me Feel Right At Home' inlast. Ted Nugent is, gelijk de debuutplaten van Aerosmith, Montrose en Van Halen, een klassieke Amerikaanse hardrockplaat en het startschot van een imposante carrière die tot spijt van sommigen voortduurt tot op de dag van vandaag.

Stranglehold / Stormtroopin' / Hey Baby / Just What The Doctor Ordered / Snakeskin Cowboys / Motor City Madhouse / Where Have You Been All My Life / You Make Me Feel Right At Home / Queen Of The Forest    

dinsdag 2 april 2013

The Marshall Tucker Band | Searchin' For A Rainbow


Een machtige southern rockband op zichzelf, The Marshall Tucker Band is niettemin altijd overschaduwd geweest door de grotere broers The Allman Brothers en Lynyrd Skynyrd. Hoewel echte southern rockers, The Marshall Tucker Band liet meer dan anderen zijn roots zien, gelegen in jazz, blues, country en western swing. Het is een vriendenclub van high school die in 1972 in Spartanburg, South Carolina The Marshall Tucker Band opricht: Toy Caldwell (gitaar, pedal steel), Tommy Caldwell (bas), Doug Gray (zang), George McCorkle (gitaar), Paul Riddle (drums) en Jerry Eubanks (saxofoon, dwarsfluit).
Snel worden ze opgenomen in de stal van Phil Waldens Capricorn Records. Na een aantal sterke lp's en de verworven reputatie van een zinderende live-band, wenst het platenlabel een hit. Het wordt een nummer dat songschrijver McCorkle aanvankelijk had toebedacht aan de Charlie Daniels Band: 'Fire On The Mountain'. En een hit wordt het in thuisland Amerika – en ook in Nederland krijgt de fantastische single airplay: And there's fire on the mountain, lightnin' in the air / Gold in them hills and it's waitin' for me there. Het album Searchin' For A Rainbow kent in het prachtige titelnummer en in 'Virginia' en 'Bound And Determined' nog meer hoogtepunten; niet in de laatste plaats door het gloedvolle gitaarspel van Toy Caldwell. Searchin' For A Rainbow sluit af met een fantastische live-uitvoering van 'Can't You See', een southern rock-klassieker waarvan het origineel op de debuutplaat terug te vinden is. Energiek, meeslepend en swingend. Typisch southern rock dus – The Marshall Tucker Band is daar dan ook, met zijn totale albumverkoop van meer dan 15 miljoen, een erkende exponent van. Dit is dan ook het klassieke southern rock-kwartet: The Allman Brothers, Lynyrd Skynyrd, The Outlaws en The Marshall Tucker Band.

Fire On The Mountain / Searchin' For A Rainbow / Walkin'And Talkin' / Virginia / Bob Away My Blues / Keeps Me From All Wrong / Bound And Determined / Can't You See (Live)


maandag 26 november 2012

Guy Clark | Old No. 1


Het is algemeen bekend dat Guy Clark in 1963 in Houston, Texas Townes Van Zandt ontmoette en met hem bevriend raakte. Ook is bekend dat de botenbouwer en songschrijver Clark en bohemien Van Zandt beïnvloed werden door blueslegenden Mance Lipscomb en Lightnin’ Hopkins. Minder bekend is dat Guy Clark rond 1968 deel uitmaakte van Mayo Thompsons experimentele en radicale band The Red Crayola. Van de dwarsheid van Thompson zal hij ongetwijfeld wat meegekregen hebben, want Clark is geen doorsnee singer-songwriter. Guy Clark is de ware cosmic cowboy die de traditionele country verre ontstijgt en een idioom voor zichzelf heeft gecreëerd. Clark is chroniqueur van het harde leven van de gewone man in West Texas, waarin vrouwen, verlaten wegen, treinen en olie een bepalende rol spelen. Guy Clark zal zich echter eerst in Californië moeten vestigen voordat zijn Texaanse verhalen op vinyl worden vastgelegd. Hij betrekt een appartement in Long Beach met zijn toekomstige (tweede) vrouw Susanna en werkt daar als een ambachtsman aan zijn songs, noteert alle invallen op servetten en verpakkingspapier. Jerry Jeff Walker neemt dan Clarks ‘L.A. Freeway’ op, met als gevolg dat Clark een deal krijgt bij RCA. In 1971 verhuist het stel naar Nashville.
Hoewel Clark tientallen songs schrijft, zal het tot 1975 duren voordat zijn debuut, Old No. 1, verschijnt. Maar dat is niet voor niets, want Old No. 1, met op de hoes een schilderij van Susanna Clark, heeft voor een debuut een ongekende muzikale en poëtische rijpheid. De Texaanse bluesinvloed is terug te horen in Clarks zang en gitaarspel, maar in de meer uptemponummers als ‘Rita Ballou’ en ‘Texas – 1947’ klinkt Clark versterkt door de harmony-zang van Emmylou Harris als de ware troonopvolger van Gram Parsons. In de intieme en zwalkende ballads maakt Clark, zowel de tekstschrijver als de verfijnde gitarist, echter de meest indruk. ‘Like A Coat From The Cold’ heeft de middernachtelijke sfeer van Tom Waits’ Closing Time, ‘Instant Coffee Blues’ is een duister dronkenmanslied en ‘She Ain’t Goin’ Nowhere’, met fraai pedal steelspel, bezit een prachtig refrein dat de meesterlijke zinsnede bevat She ain’t going nowhere / She’s just leaving. ‘L.A. Freeway’ – de vluchtweg uit Los Angeles – is een klassieke countrysong, evenals het door velen gecoverde ‘Desperadoes Waiting For A Train’ – op zichzelf al een Texaanse icoon. Dit alles samengevoegd – en het verbazingwekkende feit dat het een debuutplaat betreft – maakt Old No. 1 tot een waar countryrock meesterwerk. Guy Clark heeft zich hiermee in een klap gevestigd als briljant singer-songwriter.

Rita Ballou / L.A. Freeway / She Ain’t Goin’ Nowhere / A Nickel For The Fiddler / That Old Time Feeling / Texas – 1947 / Desperadoes Waiting For The Train / Like A Coat From The Cold / Instant Coffee Blues / Let Him Roll

donderdag 8 november 2012

John Howard | Kid In A Big World


Eén perfect album maakt John Howard; komt uit het niets en verdwijnt in het niets – en laat in de verwarring het miskende meesterwerk Kid In A Big World achter. Verwarrend is het zeker: geboren als Howard Jones neemt hij de artiestennaam John Howard aan; verandert van een langharige hippie in een kortgekapte dandy in krijtstreeppak; is heel even de hottest kid in town en verdwijnt dan van het podium. Howard is afkomstig uit Noord-Engeland, studeert al vanaf zijn vijfde klassiek piano en maakt geïnspireerd door ‘Strawberry Fields Forever’ zijn eerste opnamen op zijn slaapkamer. De student Howard treedt, gezeten achter de piano, op met zijn zelf gecomponeerde songs, maar beseft dat hij in Noord-Engeland tevergeefs zijn muzikale droom najaagt. Eenmaal in Londen in augustus 1973 grijpt hij de kans aan om demo’s op te nemen en na de metamorfose tot spichtige glamrocker, tekent Howard eind ’73 een contract bij CBS. Het jaar daarop beginnen de opnamen in Abbey Road met als producer Shadows-drummer Tony Meehan, als begeleiders sessiemuzikant Dave Wintour en Argent-leden Bob Henrit en Rod Argent, en een strijkwartet. In de Apple-studio worden maanden later de opnamen gecompleteerd van Howards debuut Guess Who’s Coming To Dinner, maar als de te decadente hoesfoto door CBS wordt afgekeurd, komt er niet alleen een andere hoesfoto maar ook een andere titel: Kid In A Big World. De tien magnifieke liedjes op de plaat bewegen zich tussen de glampop van Elton John en de geëxalteerde rock van David Bowie. ‘Goodbye Suzie’ is de melodramatische maar catchy single – die geen hit wordt, maar het best is Howard in barokke ballads als de titelsong, ‘The Flame’ en het machtig dramatische ‘Gone Away’ – waarop Howard de mellotron bespeelt die John Lennon gebruikt op ‘Strawberry Fields Forever’, en waarmee een droom uitkomt. Dat kan niet gezegd wordt van Kid In A Big World. Aanvankelijk doet CBS er alles aan – zoals levensgrote kartonnen displays en paginagrote advertenties – maar al snel worden Howards commerciële mogelijkheden betwijfeld en wordt Kid In A Big World niet meer herperst. Als CBS van John Howard een disco-artiest wil maken blijft de reeds opgenomen opvolger op de plank liggen en is het lot van Kid In A Big World dat van een gezocht collector’s item, dat overigens wel in 2004 een verdiende reissue krijgt.

Goodbye Suzy / Family Man / The Flame / Maybe Someday In Miami / Gone Away / Missing Key / Spellbound / Guess Who’s Coming To Dinner / Deadly Nightshade / Kid In A Big World

zaterdag 30 juni 2012

Alquin | Nobody Can Wait Forever

Opgericht door studenten aan Technische Hogeschool van Delft wordt Alquin vaak gezien als de studentikoze, intellectuele afdeling van de Nederpop. Het is waar dat Alquin aanvankelijk naam maakt met complexe, jazzy, voornamelijk instrumentale muziek, maar de groei van de band laat een fascinerende ontwikkeling zien naar transparante symfonische rock. Maar dat gebeurt pas in 1974, drie jaar nadat Ferdinand Bakker (gitaar, piano), Job Tarenskeen (zang, saxofoon), Dick Franssen (toetsen) en Ronald Ottenhof (dwarsfluit, saxofoon) Treshold Fear oprichten, welke naam gewijzigd wordt in Alquin – naar de repetitieruimte van de band in het Alcuinklooster. Drummer is dan Paul Westrate en bassist Hein Mars. De band wint in Nederland aan populariteit na de albums Marks (1972) en het in Engeland opgenomen The Mountain Queen (1973), en een optreden op Pinkpop. Ook gaat Alquin op tournee door het buitenland als voorprogramma van Golden Earring en The Who. Maar Alquin ondergaat een metamorfose als in 1974 Michel van Dijk leadzanger wordt en de progrock van de begin jaren zeventig wijkt voor een meer directe rockbenadering.
Dat blijkt uit het derde album, Nobody Can Wait Forever, dat in december 1974 in de Rockfield Studios in Wales wordt opgenomen met producer Rodger Bain. De gedragen, symfonische albumopener 'New Guinea Sunrise' zet de toon voor een melodieus en atmosferisch album – gestoken is in een klaphoes met daarop afgebeeld het treinstation van Haarlem en waarvan de titel verwijst naar het vertrek van drummer Paul Westrate. Hij wordt halverwege de opnamen vervangen door saxofonist Tarenskeen. Melodieus en transparant klinken de lange albumtracks 'Stranger', 'Darling Superstar' en 'Revolution's Eve', al blijven symfonische elementen als uitgebreide instrumentale passages en de vloeiende wisselwerking tussen de instrumenten deel uitmaken van het avontuurlijke bandgeluid dat is vormgegeven door componist Ferdinand Bakker. Bakker is voorts een veelzijdig gitarist die met bijtende en lyrische solo's wedijvert met dwarsfluit, tenorsax en Franssens warm rollende Hammond. Met het compact rockende 'Wheelchair Groupie' heeft Alquin een potentiële hitsingle in huis, die helaas niet verder komt dan de tipparade. Nobody Can Wait Forever doet het beter; het album bivakkeert drie maanden in de lp-lijsten en wordt zelfs door de Amerikaanse vestiging van Polydor aldaar uitgebracht. Een Amerikaanse tournee komt echter niet van de grond. Na Best Kept Secret realiseren de Alquin-leden zich dat ze hun grenzen in Nederland bereikt hebben: in 1977 verschijnt het slotakkoord, een verzamelalbum met de veelzeggende titel Crash.

New Guinea Sunrise: a. Sunrise b. Wake Me Up / Mr. Widow / Stranger: a. Stranger b. You Might As Well Fall / Darling Superstar / Farewell, Miss Barcelona / Weelchair Groupie / Revolution's Eve: a. Revolution's Theme b. Nobody Can Wait Forever

maandag 30 april 2012

Led Zeppelin | Physical Graffiti

Alles aan Led Zeppelin is in het begin van de jaren zeventig bigger than life; de uitspattingen van de band op tournee zijn legendarisch – evenals de successen: in Amerika bezoeken honderduizenden fans de concerten en verkopen de albums miljoenen exemplaren. Vooral op tournee door Amerika staan de bandleden buiten het sterfelijke leven – en wanen zich godheden. Drank, cocaïne, heroïne, morbide seks, seks met minderjarigen, gewelddadigheden en gesloopte hotelkamers, maar ook: opwindende heavy rock en geile elektrische blues – tijdens optredens wil zanger Robert Plant van pure opwinding het liefst de hele voorste rij bespringen. Led Zeppelin is een sexual beast. In 1970 ontdekken gitarist Jimmy Page en Robert Plant tijdens een bezoek aan Bron-Yr-Aur, een primitieve cottage in Wales, de volksmuziek, waardoor Led Zeppelin vanaf Led Zeppelin III folk toevoegt aan de heavy rocksound – culminerend in het waanzinnige succes van Led Zeppelin IV en van ‘Stairway To Heaven’. Houses Of The Holy experimenteert met strijkers, mellotron, Wurlitzer en de arrangementen van bassist John Paul Jones en is, hoewel minder dan de voorganger, een millionseller in Amerika. Na weer een tournee door de States in 1973, trekt de band zich in januari en februari 1974 terug op het Britse platteland, namelijk in Headley Grange, een vochtig en oncomfortabel landhuis in East Hampshire. Met behulp van Ronnie Lane’s Mobile Studio neemt Led Zeppelin daar acht songs op. Maar het nieuwe album, Physical Graffiti, bestaat maar liefst uit vijftien songs – en is een monumentaal dubbelalbum. De band durft het aan om nummers die min of meer op de plank zijn blijven liggen te vervlechten met nieuw materiaal. Zo stammen de akoestische instrumental ‘Bron-Yr-Aur, het beukende ‘The Rover’ en het welhaast symfonische ‘In The Light’ van Page en Plants trip naar Wales in 1970, is het pastorale ‘Down By The Seaside’ opgenomen tijdens de sessies voor Led Zeppelin IV en is ‘Houses Of The Holy’ het weggelaten titelnummer van de gelijknamige lp. De oudere songs vormen niettemin een vloeiend geheel met de nieuw opgenomen tracks, al heeft John Bonham een nog loggere, vettere drumsound in de smerige riffsongs ‘Trampled Under Foot’, ‘The Wanton Song’ en ‘Sick Again’. Maar het zijn de epische, uiteengerafelde monstersongs die het hart vormen van Physical Graffiti. Op kant 3 is dat het duister-dynamische ‘Ten Years Gone; op kant 1 de ultra-gechargeerde elektrische blues ‘In My Time Of Dying’ en kant 2 sluit af met Zeps muzikale monument: ‘Kashmir’, magistraal opgetuigd met mellotron, strijkers en Page’s Arabische gitaararabesken. De vijftien songs die tezamen Physical Graffiti vormen tonen het immense muzikale bereik aan van Led Zeppelin en laten er geen twijfel over bestaan wie de grootste, meest geavanceerde rockband ter wereld is. De dubbel-lp, gestoken in een hoes met daarop afgebeeld woonkazernes aan St. Mark’s Place in New York, wordt op 24 februari 1975 gereleased op het eigen Swan Song-label – en wordt een immens succes. Physical Graffiti wordt gezien als een van de beste dubbelalbums ooit gemaakt.
Custard Pie / The Rover / In My Time Of Dying / Houses Of The Holy / Trampled Under Foot / Kashmir / In The Light / Bron-Yr-Aur / Down By The Seaside / Ten Years Gone / Night Flight / The Wanton Song / Boogie With Stu / Black Country Woman / Sick Again

maandag 23 april 2012

Catapult | Catapult

Een zestiende plaats is er in de Top-40 voor ‘Hit The Big Time’, ‘Let Your Hair Hang Down’ haalt de Top-5 en ‘Teeny Bopper Band’ blijft steken op plaats 10. Mooie resultaten in 1974 voor de eerste singles van ’s Neerlands eerste en enige glitterrockband. Catapult ontstaat in 1973 in de Leidse muziekscene als de vier vrienden – Cees Bergman (zang), Erwin van Prehn (sologitaar), Aart Mol (bas) en Geert jan Hessing (drums) – besluiten het te gaan maken. Al snel krijgt de band – die goed naar Slade, Sweet en Mud gekeken en geluisterd heeft – een contract bij Golden Earrings productiemaatschappij Red Bullet Productions. Na twee singlehits, en de toetreding van toetsenist Elmer Veerhoff, neemt Catapult in augustus en september 1974 onder leiding van Jaap Eggermont zijn debuut-lp op, die in januari van het jaar daarop uitkomt. Het geluid van Catapult is verrassend heavy en compact; opvallend is het beukende drumspel van Hessing en het venijnige en soms lyrische gitaarspel van Van Prehn. De singles zijn duidelijk de mindere van de overige rocksongs; ‘Nightrake’, ‘Back On The Road Again’ en ‘Springtime Ballyhoo’, die alle energiek en fantasierijk zijn. De centrale stukken op de lp – strategisch elk als tweede nummer op kant 1 en 2 – zijn ‘Accident’ en ‘Midsummer Switch’, beide ruim zeven minuten klokkend. Catapult ontstijgt hier het – zelfbenoemde – teenybopper-niveau. Zoals meer glamrockbands die een natuurlijke evolutie naar hardrock doormaken, klinkt Catapult in de prachtig uitgesponnen en atmosferische songs als een volwassen en gedegen rockband en lonkt naar het niveau van gerespecteerde hardrockbands. Catapult krijgt geen gunstige kritieken en het zal bij één lp blijven, al scoort Catapult nog wel grote singlehits. Catapult houdt het nog een paar jaar vol, maar als de band de optreed-agenda niet meer gevuld krijgt, switcht Catapult definitief over naar het succesvolle alter-ego: Rubberen Robbie.

Teeny Bopper Band / Accident / Nightrake / Back On The Road Again / Let Your Hair Hang Down / Midsummer Switch / Springtime Ballyhoo / Hit The Big Time

Gepubliceerd in Platenblad nr. 185, zomer 2010.

vrijdag 6 april 2012

The Outlaws | The Outlaws

In 1974 heeft de southern rock zich ten volle ontwikkeld; The Allman Brothers Band en Lynyrd Skynyrd kennen dan al grote successen, en in hun kielzog The Marshall Tucker Band en The Charlie Daniels Band eveneens. Maar met The Outlaws uit Tampa, Florida wil het nog niet zo goed lukken. Daar komt verandering in als The Outlaws in het voorprogramma staan van Lynyrd Skynyrd in Columbia, South Carolina en Ronnie van Zant uitroept: 'If you don't sign The Outlaws, you're the dumbest music person I've ever met.' In het publiek staat Clive Davis die net Columbia de rug toegekeerd heeft en zijn eigen label Arista is gestart. Davis tekent The Outlaws subiet als 'the first full-tilt rock 'n roll band signed to Arista Records'. The Outlaws zijn dan al jaren on the road in verschillende bezettingen. In 1974 bestaan The Outlaws uit drummer Monte Yoho, bassist Frank O'Keefe en de three man guitar army: Hughie Thomassen, Billy Jones en Henry Paul. Dit kwintet neemt in maart 1975 in de Elektra Sound Recorders-studio in Los Angeles hun debuutplaat op, die geproduceerd wordt door niemand minder dan Doors-producer Paul Rothchild. Hij keert de swingende rocksongs – die uitgebreid tijdens live-optredens zijn getest – binnenste buiten, wat een frisse, gevarieerde en melodieuze sound oplevert. Het meest karakteristieke aan het debuut The Outlaws is de driedubbele gitaar line-up, waarin vooral de Fender-gitaar van Thomasson en Gibson Les Paul van Billy Jones met elkaar duelleren. Hoewel dit kenmerkend is voor de southern rock, onderscheiden The Outlaws zich hiervan door de fraaie zangharmonieën die Buffalo Springfield. Poco en vooral The Eagles in herinnering roepen. De drie gitaristen wisselen elkaar niet alleen af in de solo's, maar ook af in de leadzang. Billy Jones neemt de leadzang voor zijn rekening in 'Cry No More' en het meeslepende 'It Follows From Your Heart'; Henry Paul in 'Stay With Me' en het prettig voortjakkerende 'Song In The Breeze'. Het meest prominent is echter Hughie Thomasson die niet alleen de geweldige countryrocksong 'There Goes Another Love Song' de hitparades in zingt – ook vier weken in de Nederlandse top 40 – maar ook zanger en componist is van 'Green Grass & High Tide', een lijflied van de southern rock. In deze tien minuten durende rocksong, die feitelijk opgebouwd is uit talloze snerpende, gierende gitaarsolo's, bewijzen The Outlaws tot de canon van southern rock te behoren. Mede door dit epische, uitgesponnen rocknummer is het zelfgetitelde debuut van The Outlaws een mijlpaal van de southern rock. De opvolger Lady In Waiting – net als het debuut gestoken in een fraaie hoes van Janet Mager – doet weinig onder voor het debuut, maar is in 1976 wel de laatste plaat van The Outlaws in de oorspronkelijke bezetting. Er volgen vele bezettingswijzigingen, maar geen enkele bereikt het niveau van het eerste album, The Outlaws.
There Goes Another Love Song / Song For You / Song In The Breeze / It Follows From Your Heart / Cry No More / Waterhole / Stay With Me / Keep Prayin' / Knoxville Girl / Green Grass & High Tide