dinsdag 29 november 2022

The Bevis Frond | Miasma

In de vroegzomer van 1987 las ik in mijn favoriete undergroundmagazine Bucketfull of Brains over Miasma van The Bevis Frond. De wie? The Bevis Frond, een one man band van een gitarist wiens identiteit – uit een soort bescherming van diens wankele persoonlijkheid, begreep ik – verborgen werd gehouden. Ik las dat de eerste 250 lp’s subiet waren uitverkocht, maar dat de maker er nog 750 op zijn eigen Woronzow Records bij zou laten persen en daarna niks meer. Bucketfull of Brains bood echter een aantal van deze exemplaren te koop aan. Ik stopte 5 pond en 75 pence (voor verzending) in een envelop en na zo’n vijf weken kon ik Miasma op de draaitafel leggen en volledig overvallen worden door een stortvloed van psychedelische gitaren, ronkende feedback en oorpijnigende distortion en een, ja, uitzonderlijk primitieve productie. Onvermijdelijk een cultalbum. 
Londenaar Nick Salomon richt in 1968 zijn eerste band op: The Bevis Frond Museum. De gitarist probeert van alles, maar niets komt van de grond. Ook niet als hij in 1971 solliciteert naar de vacante plek in Procol Harum na het vertrek van gitarist Robin Trower. Het duurt dan een eeuwigheid – punk komt en gaat –  voordat de dertiger Salomon zijn neus aan het venster kan drukken. Er zijn halfslachtige pogingen met The Von Trap Family en Room 13, maar een akelig motorongeluk gooit roet in het eten. Het positieve daaraan is dat Nick Salomon van het verzekeringsgeld instrumenten en opnameapparatuur kan kopen en in zijn eentje zijn in de loop der jaren opgebouwde songs kan opnemen – iets wat hij altijd al had willen doen, louter voor zijn eigen plezier. Het laatste restje verzekeringsgeld gebruikt Salomon om van die in 1986 opgenomen songs een lp te persen, in een oplage van 250 stuks. Bedoeld voor familie en vrienden, en dan wat er overblijft opbergen op zolder. Maar het loopt anders. 
Er blijkt plots een hongerende vraag naar Miasma, die obscure psychedelische plaat. Want waar komt dit vandaan? Miasma is ook nog eens verpakt in een bizarre hoes, getekend door Cyke Bancroft (eens saxofonist in The Von Trap Family) en onmiskenbaar geënt op Bachdenkels Lemmings (1973). En dan de inhoud: psychedelische extravaganza, zonder noemenswaardige productie op de band gekwakt. Maar wel met de impact van een meteorietinslag. ‘She’s in Love with Time’ is gelijk al een sublieme opener met zijn schel rinkelende gitaren en de ‘Eight Miles High’-ragasolo. Het is de opmaat voor een stevige portie acidrock, dwingend overheerst door blaartrekkende gitaarsolo’s, zoals in ‘Splendid Isolation’, ‘Maybe’, ‘Ride the Train of Thought’ en ‘Confusion Days’. In het instrumentale ‘Wild Afternoon’ goochelt Saloman à la ‘Eruption’ van Van Halen met feedback en distortion, is het totaal overstuurde ‘The Newgate Wind’ gezegend met het mooiste gekuch in een rocksong sinds ‘Electric Chair’ van Brother Fox and The Tar Baby uit 1969 en bevindt zich tussen Salomons overdonderende gitaargeweld ook zomaar ‘The Earl of Walthamstowe’, dat met zijn 41 seconden een fijn folky gitaarintermezzootje is dat Tubular Bells van Mike Oldfield in blijde herinnering roept.
Met Miasma begint in 1987 de zegetocht van Nick Salomon en zijn Bevis Frond, het album zelf zal later vele re-issues kennen en The Bevis Frond zal uiterst productief blijken: zo’n beetje jaarlijks voegt Nick Salomon een psychedelische loot aan de stam toe van zijn inmiddels imposante oeuvre. Het zijn telkens albums van misschien wel de grootste underground gitaarheld van de jaren negentig en verder, al is dat wellicht een goed bewaard geheim. Niet verder vertellen.

Miasma. Woronzow Records, 1986. ‘Garden Gate’ | ‘She’s in Love with Time’ | ‘Wild Mind’ | ‘Wild Afternoon’ | ‘Splendid Isolation’ | ‘The Earl of Walthamstowe’ | ‘The Newgate Wind’ | ‘Release Yourself’ | ‘Maybe’ | ‘Ride the Train of Thought’ | ‘Confusion Days’

Eerder gepubliceerd in Platenblad # 248


maandag 28 november 2022

Armageddon | Armageddon

De roots van Armageddon liggen op de prairie van Noord-Texas, in Amarillo. Daar beginnen Mark Creamer (zang, gitaar), James Parker (zang, gitaar), Dallas Smith (bas) en Jon Stark (drums, zang) als The Y’alls. Met z’n allen verkassen ze in 1996 naar Californië, naar Los Angeles. Onder de vleugels van Lee Hazlewood worden The Y’alls The Kitchen Cinq. Die ene lp – Everything But… The Kitchen Cinq –  doet niet zoveel. En als de lieflijke sixties overgaan in de meer heavy seventies, waarvan de moord op het Altamont-festival een van de kantelpunten is, breken er nieuwe tijden aan. En nieuwe tijden vragen om een nieuw geluid; om een harder geluid. En dat heeft Armageddon, al raakt ze wel bassist Smith kwijt – maar die wordt vervangen door Skip Battin.

Armageddon krijgt een contract (voor één plaat) bij Jimmy Bowens Amos Records en bevindt zich daarmee in goed gezelschap van Longbranch Pennywhistle (met daarin Eagles-oprichter Glenn Frey) en Shiloh (met daarin Eagles-oprichter Don Henley). Met als producer hun manager Thom Thacker neemt Armageddon in 1969 een lp op, waarmee de band laat zien en horen de sixties-pop definitief verlaten te hebben en de regionen van de meer stevige rock te betreden. Armageddon is een rockalbum; Armageddon is een rockalbum dat de countryrock van The Byrds en The Band combineert met de heavier sounds van Iron Butterfly. Dat levert geen perfecte plaat op, maar wel een die beslist de moeite waard is. Want volgens wat ik beschouw als het Moby Grape-recept wordt de door elektrische en fuzz-gitaren aangedreven rocksound afgeremd en verzacht door meerstemmige zang en sterke melodielijnen. Zodoende zijn tracks als ‘Armageddon Theme’, ‘Water Lily’, ‘Cold Cold Tracks’, The Lamp’ en het schitterende ‘Cave of the Winds’ zowel duister-opzwepend als van een vreemd-harmonische schoonheid – maar nergens pretentieus. In een poging hun heavyness te benadrukken heeft Armageddon nog wel een cover toegevoegd van Creams ‘Tales of Brave Ulysses’. Allemaal tevergeefs natuurlijk.

Skip Battin verruilt al snel Armageddon voor The Byrds (gelijk heeft-ie) en wordt dan voor wat het waard is vervangen door Robert Ledger. Hij staat dan ook op de hoes, maar ik zei het al: tevergeefs. Armageddon sneeft en dus is Armageddon weer zo’n plaat die de liefhebber (ik) doet watertanden, maar de rest (bijna iedereen) totaal koud gelaten heeft. 


Armageddon. Amos Records, 1969. ‘Armageddon Time’ | ‘Water Lily’ | ‘Another Part of Our Life’ | ‘Come Tomorrow’ | ‘Cold Cold Tracks’ | ‘Cave of the Winds’ | ‘The Lamp’ | ‘Bilbo Baggins’ | ‘Tales of Brave Ulysses’ | ‘The Magic Song’ 


Eerder gepubliceerd in Platenblad # 249