dinsdag 25 juli 2017

David Bowie | Bowie - Cracked Actor

Bowie - Cracked Actor heeft veel overeenkomsten met David Live, in 1974 Bowies eerste officiële livealbum. In die zin dat de opnamen beide afkomstig zijn van de groots opgezette Amerikaanse tour die Bowie in 1974 ondernam. David Bowie beleefde hiermee een grootse doorbraak in het beloofde land, nadat Ziggy Stardust (1972), Aladdin Sane (1973) en Diamond Dogs (1974) wereldwijd grote successen bleken. Bowie sleept op deze tournee een grootse entourage mee, onder wie een tienkoppige band. Waar David Live op 14 en 15 juli ’74 is opgenomen in Philadelphia, daar bevat Bowie - Cracked Actor de opnamen van het op 5 september gegeven concert in het Universal Amphitheatre in Los Angeles. Band en Bowie zijn ook in het tweede deel van de uitputtende tournee nog steeds in vorm, en eigenlijk net iets funkier. De setlist is overigens op de beide live-dubbelaars nagenoeg gelijk met Bowie-krakers als ‘Moonage Daydream’, ‘Sweet Thing’, ‘All the Young Dudes’ - alhoewel geschreven voor Mott The Hoople -, ‘The Jean Genie’ en de uitsmijter ‘Rock ’N’ Roll Suicide’. Maar met toevoegingen als ‘It’s Gonna Be Me’, ‘Space Oddity’ en ‘Time’ is Bowie - Cracked Actor in 2017 een uitstekende toevoeging aan het oeuvre van het enigma, en aldus niet alleen bedoeld voor Bowie-completists.

‘1984’ | ‘Rebel Rebel’ | ‘Moonage Daydream’ | ‘Sweet Thing’/‘Candidate’/‘Sweet Thing (Reprise)’ | ‘Changes’ | ‘Suffragette City’ | ‘Aladdin Sane’ | ‘All the Young Dudes’ | ‘Cracked Actor’ | ‘Rock ’N’ Roll With Me’ | ‘Knock on Wood’ | ‘It’s Gonna Be Me’ | ‘Space Oddity’ | ‘Diamond Dogs’ | ‘Big Brother’ | ‘Time’ | ‘The Jean Genie’ | ‘Rock ’N’ Roll Suicide’ | ‘John I’m Only Dancing (Again)’

vrijdag 14 juli 2017

The Knack | Get The Knack

Hoewel het wereldwijde succes met The Knack Doug Fiegers stoutste dromen zal hebben overtroffen, had Fieger zo'n tien jaar daarvoor ook al aan het rock-'n-roll-sterrendom geroken. Op de highschool in Detroit, Michigan heeft Fieger een band genaamd Sky, en in een poging bekend worden schrijft de jonge Fieger een brief naar producer Jimmy Miller (The Rolling Stones, Traffic). Miller gaat in op de uitnodiging, bezoekt Fieger thuis in Detroit en haalt Sky – na Fiegers examen – naar Engeland om daar een album op te nemen en een jaar later nog een keer: Don't Hold Back (1970) en Sailor's Delight (1971). 
In 1978 vinden we Doug Fieger terug in Los Angeles waar hij een rock-'n-rollband heeft opgericht met gitarist Berton Averre, bassist Prescott Niles en bluesdrummer Bruce Gary. The Knack gaat met zijn British Invasion-rock, Beatle boots en skinny ties dwars tegen de tijdgeest in. De muziek, ouderwets, is simpel en direct; en gebaseerd op straffe drums, stevige slaggitaren en hyper-melodieuze structuren. Op 1 juni 1978 treedt The Knack voor het eerst op in een volgepakte Whisky-A-Go-Go en dan is een sensatie geboren. Platenlabels vechten om The Knack; winnaar Capitol tekent het kwartet voor een half miljoen dollar. 
Exact een jaar na het eerste optreden verschijnt op 1 juni 1979 Get The Knack – en gelijktijdig wordt de debuutsingle 'My Sharona' op de wereld losgelaten. Producer Mike Chapman (Sweet, Mud, Blondie) levert de perfecte sound voor de powerpopliedjes van The Knack, die geënt zijn op zowel de sixties van The Who en The Beatles, de seventies van Badfinger en The Raspberries, als op de hippe new wave van Elvis Costello en Tom Petty. Get The Knack is een scherp en strak album boordevol jengelende gitaarliedjes die vooral over boy-meets-girl gaan: 'Let Me Out', 'Your Number Or Your Name', 'That's What Little Girls Do' en 'Good Girls Do' – de laatste een vette, vette hit. Al kan dit allerminst in de schaduw staan van de ultieme new wave-hit 'My Sharona'. Niet alleen staat het iconische lied over een kalverliefde wekenlang op nummer 1 in de Amerikaanse hitlijsten;  wereldwijd kent men de klassieke gitaarriff en het stotterende m-m-m-my Sharona. De zeldzaam krachtige single sleept het album mee in een triomftocht over de gehele wereld; Get The Knack gaat maar liefst zes miljoen keer over de toonbank. Het spreekt vanzelf dat een dergelijk dynamisch debuut onovertrefbaar is. Dat lukt The Knack dan ook niet, maar My Sharona staat wel voor altijd in het collectieve geheugen gegrift: Ooh my little pretty one, pretty one / When you gonna give me some time, Sharona...

Let Me Out / Your Number Or Your Name / Oh Tara / (She's So) Selfish / Maybe Tonight / Good Girls Don't / My Sharona / Heartbeat / Siamese Twins (The Monkey And Me) / Lucinda / That's What The Little Girls Do / Frustrated


zondag 9 juli 2017

Man | Maximum Darkness

Ingeklemd tussen Britse progrock en Amerikaanse westcoast-psychedelica is Man - afkomstig uit Wales - een meer dan bijzondere band. Hits heeft Man niet, maar hun opzienbarende live-optredens, gekenmerkt als ‘spunk-rock’, maken de band legendarisch. Afgezien van een beperkt uitgebrachte live-plaat in 1972, duurt het zeven jaar en maar liefst negen lp’s voordat het schitterende Maximum Darkness op de markt komt. Zeer speciaal zijn de bijdragen van Quicksilver Messenger Service-gitarist John Cipollina, die Mans sound een extra psychedelische laag geven. Opgenomen op 26 mei 1975 in de Londense Round House is Maximum Darkness - met een schitterende cover van Buffy St. Marie’s ‘Codine’, een ronduit voortreffelijke live-plaat.

7171-551 / Codine / Babe I’m Gonna Leave You / Many Are Called, But Few Get Up / Bananas  

zondag 2 juli 2017

Peter Perrett | How The West Was Won

Eerlijk gezegd verwachtte ik geen teken van leven meer van Peter Perrett, eerder een doodsbericht. Peter Perrett, de enigmatische voorman van een van de beste jaren tachtig bands, The Only Ones, was er vanwege een levenslange heroïneverslaving niet te best aan toe. Een Only Ones-reünie van zo’n acht jaar geleden liet de lamentabele Perrett in al zijn vergane glorie zien. Het kan verkeren, want Peter Perrett is helemaal gerecupereerd. Gesecondeerd door zijn zoons op gitaar en bas, en geproduceerd door veteraan Chris Kimsey, komt het gewezen nachtdier Perrett met een onverwacht eerste solo-album: How The West Was Won. En wat te verwachten viel - dat bleek in 1996 al uit Peter Perrett and the One - het is Only Ones all over the place. Neem nou de titelsong ‘How The West Was Won’ dat al ruim een maand op Youtube circuleert: scherpe gitaren, venijnige zang en vileine, maatschappijkritische tekst: That’s how the West was won, at the point of a gun, as the’ve always done. En waarin bovendien Kim Kardashian rijmt op ‘she’s a bum.’ Perrett trakteert op How The West Was Won vooral al op classic rocksongs, reflecterend op zijn roemruchte verleden, maar raakt ook de gevoelige toets in het slepende ‘Living In My Head’ - overigens met een geweldige gitaarclimax. How The West Was Won is een glorieuze terugkeer aan het rockfront. Leve Peter Perrett.

‘How The West Was Won’ | ‘An Epic Story’ | ‘Hard To Say No’ | ‘Troika’ | ‘Living In My Head’ | ‘Man Of Extremes’ | ‘Sweet Endeavour’ | ‘C Voyergeur’ | ‘Something In My Brain’ | ‘Take Me Home’

Gepubliceerd in Mania 338.

maandag 26 juni 2017

The Pretenders | The Pretenders

Achter de eerste golf punkgroepen dient zich in 1979 de volgende sensatie aan: een Londense punkband die geen punkband is, en waarvan de bandleden helemaal niet uit Londen komen. The Pretenders bestaan uit drie knapen uit het agrarische Hereford, die onder bewind staan van de Amerikaanse ex-hippie Christine Ellen Hynde. Hynde vertrekt op 22-jarige leeftijd uit Akron, Ohio naar Londen, Engeland vanwege The Beatles, The Stones en The Kinks. Op zoek naar werk en naar een plek in de rockscene, is Hynde achtereenvolgens verkoopster in Malcolm McLarens en Vivienne Westwoods boutique, rockjournalist voor de New Musical Express en steeds bijna-gitarist in embryonale punkbands. Zo raakt Chrissie Hynde bevriend met Johnny Moped, The Sex Pistols, The Damned en The Clash; een rebelse punk-aristocrate en one of the boys, maar nog steeds zonder band. 
Dat verandert als ze in 1978 bassist Pete Farndon – uit Hereford – ontmoet, die zijn lokale maten gitarist en speedslikker James Honeyman Scott en drummer Martin  Chambers laat overkomen. En dus heeft Chrissie Hynde op 29-jarige leeftijd haar band, een trio provinciale rauwdouwers. The Pretenders – vernoemd naar 'The Great Pretender' van The Platters – nemen begin '79 met producer Nick Lowe hun eerste single op, de Kinks-cover 'Stop Your Sobbing', later in het jaar gevolgd door 'Kid' en de monsterhit waar Chrissie Hynde zelf zo'n hekel heeft: 'Brass In Pocket'. Met producer Chris Thomas werken The Pretenders ondertussen aan hun debuutalbum dat in december '79 in de schappen ligt. Het zelfgetitelde album blijkt een perfect huwelijk te zijn tussen new wave en pop – een reputatie die de band al had op de grond van de singles en die dus ook, samen met de b-kantjes, op de plaat vertegenwoordigd zijn. The Pretenders is dan ook beslist geen punkplaat, wel een zeer gedegen rockplaat, opgenomen door geweldige musici. Hynde's punk-attitude en pain in the ass komt perfect tot zijn recht in energieke rocksongs met een hoog octaangehalte als 'Precious', 'The Phone Call' en 'Tattooed Love Boys'. Melodieus zijn The Pretenders – naast de singles – vooral in de geweldige popsongs 'Up The Neck' en 'Mystery Achievement', met de rinkelende gitaar van Honeyman Scott in de hoofdrol, terwijl de ballad 'Lovers Of Today' en de new wave-reggae van 'Private Life' tot de hoogtepunten behoren van een allround rockalbum. Een album dat op het kantelmoment van het decennium gerust een sleutelplaat genoemd mag worden. 
The Pretenders zijn daarmee anno 1980 een belangwekkende band, maar blijken veroordeeld tot verdoeming als respectievelijk in juni 1982 en april 1983 James Honeyman Scott en Pete Farndon het slachtoffer zijn van excessief drugsgebruik. Een reden temeer om The Pretenders als een klassiek debuut te beschouwen en 'Brass In Pocket' als een klassieke single.

Precious / The Phone Call / Up The Neck / Tattooed Love Boys / Space Invader / The Wait / Stop Your Sobbing / Kid / Private Life / Brass In Pocket / Lovers Of Today / Mystery Achievement 

zaterdag 17 juni 2017

The Beau Brummels | The Beau Brummels

Bij het verschijnen van The Beau Brummels wordt geschreven dat het een van de allerbeste reünie-albums is. Tamelijk vanuit het niets brengt Warner Bros. in april 1975 namelijk het zesde album uit van The Beau Brummels – in de originele bezetting. Na de laatste, erg fraaie plaat in 1968, Bradley's Barn, lossen de Westcoast-Beatlesklonen na drie jaar nationwide hits op het niets. Zanger Sal Valentino richt het uitzinnige hippiecollectief Stoneground op, gitarist en componist Ron Elliott maakt de soloplaat The Candlestick Maker en duikt op in countryrockband Pan, maar vanaf 1974 zijn ze weer samen op het oude nest met bassist Declan Mulligan en drummer John Petersen. De verrassende opener van The Beau Brummels, 'You Tell Me Why', is een herbewerking van de hit uit 1965, waarna zich een panorama ontrolt van twinkelende akoestische gitaren, superieure zang en parelende countrypopsongs als de geweldige folkrocker 'Wolf', gevoelige ballads als 'Tennessee Walker' en 'Goldrush', en de kristalheldere countryrockers 'Singing Cowboy' en 'Down To The Bottom', de laatste een staaltje sublieme melancholica, vervolmaakt door een gitaarsolo van Ronnie Montrose. Al met al is The Beau Brummels een bijzonder verfrissend en organisch album dat niettemin het onderspit delft ten opzichte van de midden jaren zeventig rock-extravaganza. En opnieuw vallen The Beau Brummels in splinters uiteen.

You Tell Me Why / First In Line / Wolf / Down To The Bottom / Tennessee Walker / Singing Cowboy / Goldrush / The Lonely Side / Gate Of Hearts / Today By Day

zaterdag 10 juni 2017

Jason Isbell and the 400 Unit | The Nashville Sound

Na de twee bijzonder succesvolle solo-albums Southeastern (2013) en Something More Than Free (2015) krijgt zijn begeleidingsband The 400 Unit nu weer de volle credits: The Nashville Sound is een product van Jason Isbell and the 400 Unit. En dat hoor je, Isbells zesde album nadat hij tien jaar geleden Drive-By Truckers verliet, is gevarieerder en steviger dan de voorganger. Wederom opgenomen in Nashville, Tennessee, is The Nashville Sound het zoveelste geslaagde hoofdstuk in de carrière van de zanger en gitarist uit Greenhill, Alabama, dichtbij Muscle Shoals. Want Jason Isbell weet momenteel als geen ander de meer introspectieve sound van Ryan Adams te combineren met die van de grote singer-songwriters uit de seventies. Opener ‘Last of My Kind’ - inderdaad - is direct al zo’n weemoedig toplied dat is opgetrokken uit akoestische gitaar en fraaie accenten op elektrische piano en pedal steel. De variatie zit hem erin dat Isbell getuige ‘Cumberland Gap’ en ‘Anxiety’ ook weer stevig kan rootsrocken. De warme sound van vaste producer Dave Cobb maakt echter vooral van de royaal aanwezige ballads en countrysoul-nummers ware juweeltjes, zodat Jason Isbell met The Nashville Sound een volgende parel aan zijn snoer rijgt. Isbell heeft zich zolangzamerhand ontegenzeggelijk ontwikkeld tot dé singer-songwriter van het huidige tijdsgewricht; nobody tops Jason Isbell.

‘Last of My Kind’ | ‘Cumberland Gap’ | ‘Tupelo’ | ‘White Man’s World’ | ‘If We Were Vampires’ | ‘Anxiety’ | ‘Molotov’ | ‘Chaos and Clothes’ | ‘Hope the High Road’ | ‘Something to Love’ 

Gepubliceerd in Mania 338