maandag 21 mei 2012

Patrick Sweany | That Old Southern Drag




Hij is al een jaartje of tien onderweg, maakte een viertal albums, maar een doorbraak zat er niet echt in. Je mag hopen dat daar met That Old Southern Drag verandering in komt, want Patrick Sweany veegt hier de vloer aan met het gros van de countrybilly- en swamprockers van het huidige tijdsgewricht. De inwoner uit Kent, Ohio toog naar Nashville, Tennessee en plakte en knipte daar deze ijzersterke rhythm & bluesplaat met countrysoul-topping en jaren zeventig-sfeer in elkaar. Sweany rekent Eddie Hinton, Doug Sahm en Bobby 'Blue' Bland tot zijn helden, en dat is te horen op dit vuige, vette in een smeerkuil opgenomen album. In die zin gelijkt That Old Southern Drag sterk op Dan Auerbachs Keep It Hid, al horen we ook Alex Chilton, John Fogerty, John Hiatt en ook The Loved Ones langskomen in opwindende bluesy, swampy en buikschuivende rhythm & bluessongs. Gedragen door zompige hoogtepunten als 'Sleeping Bag', 'Corner Closet', 'Rising Tide' en 'Heavy Problems' is That Old Southern Drag een smaakvolle, volvette verassing. Patrick Sweany is een swingende, rockende witte soulman die uw aandacht zonder meer verdient.
Sleeping Bag / Corner Closet / Oh! Temptation / Same Thing / Rising Tide / Leave Ohio / The Edges / Heavy Problems (Peavey Rage) / More And More / Police Car Blues

zondag 20 mei 2012

Wasted Youth | Wild And Wandering

Van de afdeling tweede-divisie postpunk: Wasted Youth. Een Londense band die meerijdt op de golf van enerverende postpunkbands als Echo And The Bunnymen, The Sound en The Psychedelic Furs, maar zelf internationaal succes moet ontberen. Toch worden de eerste singles geproduceerd door niemand minder dan Peter Perrett en Martin Hannett en is het enige studioalbum van Wasted Youth energiek, broeierig en sterk ondergewaardeerd. Vanwege de populariteit van trendy vleermuizenrock verwerft Wasted Youth – geleid door zanger/gitarist en componist Ken Scott en gitarist Rocco Barker – een gedegen reputatie in het Londense live-circuit waarvan de band moet worden losgeweekt om een debuutalbum op te nemen. Wild And Wandering – in minder dan 10 dagen opgenomen – verschijnt in oktober 1981 en bevat de definitieve uitvoeringen van de meest favoriete livenummers, zoals 'Maybe We'll Die', 'I Wish I Was A Girl' en 'If Tomorrow'. De gothic postpunk op Wild And Wandering, knipogend naar glamrock, Lou Reed en The Doors, heeft een opmerkelijk transparant geluid, waarin naast de dreigende reverbgitaren, tomtom-drums en ijle synthesizerflarden ook de akoestische gitaren helder klinken. Maar dit alles, in het bijzonder de fantastische catchy rocksong 'Games', kan Wasted Youth helaas niet behoeden voor de obscuriteit.
Maybe We'll Die / Housewife / Games / Pinned And Grinning / Wasted / I Wish I Was A Girl / If Tomorrow / Survivors – Pt.1 / Survivors – Pt.2

woensdag 16 mei 2012

Moby Grape | 69

Moby Grape heeft in 1968 al heel wat tegenslag te verwerken gekregen – zoals de desastreuze marketing van de debuutelpee en de artistiek mislukte tweede – maar de problemen beginnen pas echt als een totaal giflipte Skip Spence drummer Don Stevenson wil vermoorden met een bijl. De overdaad aan drugs verdringen Spence’s sociale gedrag en muzikale genie. Hij wordt gearresteerd en weggeborgen in een inrichting; exit Alexander ‘Skip’ Spence, al zal hij datzelfde jaar nog een gedementeerd meesterwerk, Oar, opnemen. De resterende vier Moby Grape-leden, Peter Lewis (zang, gitaar), Jerry Miller (zang, gitaar), Bob Mosley (zang, bas) en Don Stevenson (zang, drums), blijven onthutst achter, maar volgens hen blijft de geest van Skip Spence bij de band rondhangen. Mede hierdoor is het kwartet vastbesloten door te gaan; ze worden zelfs echte vrienden als alle vier in elkaars nabijheid in Boulder Creek een huis kopen. Daar beginnen Lewis, Miller, Mosley en Stevenson nieuwe songs te schrijven en bij elkaar thuis te repeteren. In maart ’68 neemt het kwartet de eerste nummers op voor de derde lp, onder leiding van vaste producer Dave Rubinson. In november volgen het merendeel van de opnamen die een plekje krijgen op 69, wat niet geldt voor de wel opgenomen Spence-compositie ‘Skip’s Song’. Moby Grape klinkt op 69 aards en organisch, met veel ruimte voor kristallijnen harmonieën en gedempte elektrische gitaren. De bluesy rockers worden afgewisseld met compacte countryeske folkrockliedjes, die poëtisch, melodieus en melancholiek zijn. De onderscheidende songsschrijverskwaliteiten komen nadrukkelijk aan bod in de weemoedige rockliedjes met Britse inslag van de tandem Miller/Stevenson – ‘Going Nowhere’ en Captain Nemo’ – en in de gevoelige ballads van romanticus Peter Lewis: ‘If You Can’t Learn From My Mistakes’, ‘What’s To Choose’ en, opnieuw een hoogtepunt, ‘I’m Not Willing’. Dit wordt echter overklast door Bob Mosleys klassieke popsong: ‘It’s A Beautiful Day Today’. Spence’s psychedelische rocksong ‘Seeing’ ten slotte, is een waardige afsluiter en een eerbetoon aan Skip. In de liner-notes omschrijft producer Robinson 69 als volgt: “pure, honest and with a most hopeful eye to the future.” Dat laatste is een leugen volgens Jerry Miller, want Moby Grape valt kort na de release uiteen. Als 69 op 30 januari 1969 in de VS wordt uitgebracht toert Moby Grape door Europa en is zelfs te gast in het praatprogramma van Mies Bouwman. Bij terugkomst in Californië verlaat Bob Mosley Moby Grape en blijft het resterende trio vleugellam achter.
Ooh Mama Ooh / Ain’t That A Shame / I Am Not Willing / It’s A Beautiful Day Today / Hoochie / Trucking Man / If You Can’t Learn From My Mistakes / Captain Nemo / What’s To Choose / Going Nowhere / Seeing

dinsdag 15 mei 2012

Eddie Ray Porter | Dance On The Earth

In het bijzonder fraaie stemgeluid van zowel Dylan Leblanc als Chris Brecht meen ik eenzelfde vocale warmte en emotie te herkennen als bij Eddie Ray Porter. Eddie Ray Porter, waar is hij gebleven? Afgaande op de totaal ontbrekende informatie, lijkt Porter een groot mysterie. De singer-songwriter uit San Francisco, Californië verschijnt in 1986 op de radar als het Franse New Rose-label het in Amerika in eigen beheer gereleasde debuut When The Morning Falls uitbrengt. Porter heeft een basic begeleidingsband in de vorm van bassiste Leslie Rule en drummer Leor Beary, maar het debuut profiteert vooral van de elektrische gitaar en productie van Chuck Prophet. Voor het volgende album weet Porter zich, naast zijn vertrouwde ritmesectie, verzekerd van de hulp van de American Music Club. Producer van Dance Of The Earth, uitgebracht op New Rose in 1988, is Tom Mallon, die een helder, scherp geluid neerzet waarin Porters zang, gitaar en songs uitstekend gedijen. Na de sterke opener 'Wink Of An Eye' – een anti-warsong met schurende gitaren – volgt een uitmuntende serie gevoelige, zwaar melancholieke singer-songwritersliedjes, die muzikaal worden verfraaid door de pedal steel van Bruce Kaphan, de mandoline van Danny Pearson en het pianospel van Charles Gillenham. Porter zingt van kansloze liefdes, lege drankflessen en rusteloze zielen. Neem nu de prachtige Californië-roadsong 'Out Of LA', het lamentabele 'Evangelene' – Evangelene / What did your salvation mean – of het ongehoord schitterende 'Fugitive Light' met scheurend gitaarwerk van AMC's Vudi. Porters aangrijpende, warmbloedige zang komt in het afsluitende titelnummer nog eens goed tot zijn recht; 'Dance Of The Earth' is een hartwringende, atmosferische ballad met een boodschap: Let the music fill your senses and your soul / And dance on. Maar weinig mensen luisteren naar Eddie Ray Porter; in 1991 verschijnt 3 (Letter To Mary), maar daarna wordt op het muzikale podium helaas niets meer van hem vernomen.
Wink Of An Eye / Trip To The Moon / Out Of LA / Carmelita / Sound And Fury / Evangelene / Lie Of The Mind / Fugitive Light / Shot Down In Flames / Dance On The Earth

maandag 14 mei 2012

Father John Misty | Fear Fun


Joshua Tillman nam vorig jaar een moedig besluit: hij pakte zijn spullen, laadde ze in en verruilde het kille Seattle voor het aangename Los Angeles. Tillman liet daarbij de drumkruk in de Fleet Foxes, die hij sinds 2008 bezette, leeg achter. Nu genoot de man onder de naam J. Tillman al voor 2008 in overigens zeer bescheiden kring enige bekendheid met kaalgestripte, weemoedige, folky singer-songwritersplaten – en produceerde voor Bella Union in 2009 en 2010 fraaie, doch sobere solo-albums, maar Fear Fun is werkelijk a different beast. Tillman nam het pseudoniem Father John Misty aan, vestigde zich in Laurel Canyon en zocht en vond aansluiting bij de hipste Californiër van het moment: Jonathan Wilson. Tillmans aanvankelijke plan was een roman te schrijven, maar verrassenderwijs resulteerde het uiteindelijk in een weelderig, Westcoast countrypopalbum met literaire ambities. Tillman is op zoek naar zijn identiteit en graaft zich autobio. Look out Hollywood here I come heet het dan ook in melancholieke opener Funtimes In Babylon, maar in het schurende Hollywood Forever Cemetery Sings verzucht Tillman: someone's gotta help me dear. I'm Writing A Novel spreekt boekdelen en knipoogt naar The Mamas And The Papas' Creeque Alley evenals Well, You Can Do It Without Me lekker leunt op The Mamas And Papas' Straight Shooter. Machtig mooie liedjes, versierd met gitaren, elektrische piano en mellotron, als This Is Sally Hatchet en Now I'm Learning To Love The War druipen werkelijk waar van pure weemoed. Aan de retro-zijde van dit geweldige album klinken jaren zeventig namen door als The Beatles, The Beach Boys, Elton John en Jackson Browne; qua tijdgenoten hangt dit fascinerende, pakkende muzikale dagboek ergens in tussen Jonathan Wilsons Gentle Spirit en John Grants Queen Of Denmark. Fear Fun is dan ook voortreffelijke singer-songwriterspop, zeer fraai verpakt en voorzien van enkele hoofdstukken van de roman die Tillman uiteindelijk niet schreef. Dat niet, maar Father John Misty is wel de maker van een potentieel klassiek album.
Funtimes In Babylon / Nancy From Now On / Hollywood Forever Cemetery Sings / I'm Writing A Novel / O I Long To Feel Your Arms Around Me / Misty's Nightmares 1 & 2 / Only Son Of The Ladiesman / This Is Sally Hatchet / Well, You Can Do It Without Me / Now I'm Learning To Love The War / Tee Pees 1-12 / Everynman Needs A Companion

zondag 13 mei 2012

The Resonars | Bright And Dark

Begonnen als een kwartet in 1992 in Tucson, Arizona, maar gaandeweg afgeslankt tot een persoon. The Resonars, onder leiding van zanger, gitarist en componist Matt Rendon, bezit een eigen opnamestudio – de Coma Cave – en legt daar talloze tracks neer die terechtkomen op cassettes en een in eigen beheer uitgebrachte lp. Als Bright And Dark in 1999 uitkomt op het garagerocklabel Get Hip is The Resonars een eenmanszaak van Matt Rendon. Bright And Dark heeft niettemin een fantastische bandsound – en de songs zijn fenomenaal. Rendon vervlecht psychpop en powerpop op superieure wijze; The Resonars klinken als een moderne variant van Love, The Byrds en The Hollies. Vooral Rendons 12-snarige Rickenbacker en de werkelijk schitterende harmoniezang en koortjes, à la The Hollies dus, stelen de show in psychpopnummers als 'Goodbye Melanie', 'Too Much Girl', 'Under The Blazing Stars' en de Dylan-cover 'I'll Keep It With Mine'. 'Bathyscope' is heerlijk zweverig-psychedelisch en in het afsluitende 'Spider West' laat Rendon zijn gitaar flink janken. Een geweldige cd, dit retro-klassieke Bright And Dark, dat even zo goede opvolgers kent – die even zo ondergewaardeerd blijven.
The Golden Age / Bathyscope / Marina / Goodbye Melanie / Carrie Don't Care / Gina (How Close Did I Come?) / Too Much Girl / Eden In Transition / I'll Keep It With Mine / If He's So Great / Under The Blazing Stars / Spider West

vrijdag 11 mei 2012

Chris Bell | I Am The Cosmos

In de zomer van 1974 bevond Chris Bell zich in een helse crisis. Zonder aanwijsbare reden – of het moet zijn dat Bell het zat was in de schaduw van Alex Chilton te moeten opereren – was hij uit Big Star gestapt. Chris Bell was in een innerlijke strijd met zichzelf gewikkeld; vechtend tegen latente homoseksualiteit, zwaar aan de drank en de Dilaudid en heen en weer geslingerd tussen God en wereldse verleidingen. 23 Jaar, de credits van Big Stars weergaloze # 1 Record op zak, opgesloten in Memphis en arm aan illusies. Talent in overvloed, dat wel. Dat had Bell nog laten zien door in de Ardent Studios, samen met Chilton, You And Your Sister op te nemen. Daarnaast had hij in een kleine studio – slechts uitgerust met acht sporen – een aantal liedjes opgenomen waaronder I Am The Cosmos, een rocksong met een onwaarschijnlijke impact; een lied balancerend tussen hoop en hopeloosheid. Dat gold ook voor Chris Bell: zijn gemoedstoestand was zo uit balans dat gevreesd werd dat Bell de hand aan zichzelf zou slaan. Bells broer David, woonachtig in Italië, haalde Chris over naar Europa te komen, zodat hij kon gaan opnemen in Chateau D’Heurville, de studio nabij Parijs waar Goodbye Yellow Brick Road was opgenomen. Chris’ broer David moet wel over uitstekende connecties beschikt hebben, want niet alleen vonden de opnames daadwerkelijk plaats met een vanuit Memphis ingevlogen band, ook kregen de broers Bell het voor mekaar het resultaat te laten mixen door Geoff Emerick in George Martins Air Studio’s. Maar vanaf dat moment droogde het kortstondige geluk op: het lukte de Bells niet de plaat onder te brengen bij een platenmaatschappij. Na weer een seizoen van optredens in koffiehuizen in London en Berlijn en een mislukte Big Star-reünie hing Chris Bell zijn gitaar gedesillusioneerd aan de wilgen. Hij trad in dienst bij zijn vader, een eigenaar van een hamburgerketen.
In 1978 brachten Chris Stamey en Peter Holsapple – van de powerpopband The dB’s – een bezoek aan Bells hamburgertent. Het leidde ertoe dat zij I Am The Cosmos/You And Your Sister als single uitbrachten op hun eigen Car label. Chris Bell raakte mede hierdoor weer geïnteresseerd in popmuziek. Met muzikanten uit zijn Big Star-tijd oefende hij in een studio; er waren zelfs geruchten over een Big Star-reünie. Maar in 1978 nog, op 26 december, reed Chris zich onder invloed van drugs in zijn Triumph TR-6 te pletter tegen een telefoonpaal.
Zes jaar later werd David Bell gebeld met de vraag of hij betrokken wilde worden bij het uitbrengen van Chris’ materiaal. In 1992 uiteindelijk, verscheen I Am The Cosmos, de solo-lp van Chris Bell. En dat simpele feit is iets waar liefhebbers van klassieke popmuziek de betrokkenen voor mogen bedanken, want I Am The Cosmos is een onwaarschijnlijke verzameling hypermelodieuze popsongs waar de wanhoop vanaf spat. Het titelnummer alleen al is ongenaakbaar in zijn melancholieke pracht en dringt diep door in de ontvankelijke ziel. Ook een nummer als There Was A Light is sublieme popmuziek, zoet en bitter tegelijk. De dreigende gitaren van het Lennoneske Better Save Yourself leveren ruim vier minuten spannende muziek op en Speed Of Sound, met zijn geniale refrein compleet met roffelende xylofoon, laat zien en horen welk een fantastisch componist aan Chris Bell verloren is gegaan. De afwisseling tussen bij de strot grijpende melancholie en felle rocknummers boordevol teenangst is op I Am The Cosmos boeiend van begin tot eind. En wie een nummer als You And Your Sister kan schrijven behoort bijgezet te worden in het pantheon der grootheden van de popmuziek. Gedurende I Am The Cosmos is Chris Bell even groot als het universum, de luisteraar in staat stellend zich te verliezen in drie kwartier geniale popmuziek. 28 Jaar na dato is er geen groter gelijk dan hetgeen Chris Bell de luisteraar meedeelt: Every night I tell myself I am the cosmos. Chris Bell moet in de hemel vertoeven.
I Am The Cosmos / Better Save Yourself / Speed Of Sound / Get Away / You And Your Sister / Make A Scene / Look Up / I Got Kinda Lost / There was A Light / Fight At The Table / I Don’t Know / Though I Know She Lies