Posts tonen met het label 1978. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1978. Alle posts tonen

vrijdag 10 november 2017

Missouri | Missouri

Zeker, Missouri is een southern rockband van het tweede garnituur. Maar desondanks generen de vier mannen in hun thuisstaat, Missouri dus, een aanstekelijk enthousiasme. Missouri ontstaat midden jaren zeventig in Kansas City, Missouri uit de resten van een lokaal sixtiesbandje. Ron West (zang, gitaar), Lane Turner (sologitaar), Alan Cohen (bas, zang) en Bill Larson (drums) spelen zich suf in en rondom Kansas City en St. Louis, wat tot een platencontract bij het piepkleine Panama Records leidt. De eerste single, ‘Movin’ On’, wordt via KSHE-radio lokaal een vette hit. Het is de wegbereider voor het zelfgetitelde debuutalbum Missouri.
Op Missouri laat de band zich gelden als een rockband ferm geworteld in de southern rock-traditie; de elektrische gitaar is de dominante factor. Hoewel de zang niet uitblinkt, zijn de harmonieën beslist melodieus en de incidentele toetsen - vooral in ‘Mystic Lady’ - sfeervol. De gitaar bepaalt echter de sound en bezorgt met zijn lekker lyrische solo’s in songs als ‘Movin’ On’, ‘I’m Still Tryin’, en ‘I Know It’s Love’ Missouri een lokale heldenstatus. De hoesafbeelding - de Gateway Arch temidden van het mythische Monument Valley - bevestigt nog eens het trotse karakter van een van Missouri’s beste jarenzeventigbands. Nation wide is er echter geen doorbraak, laat staan internationaal. Missouri blijft, ook na de opvolger Welcome Two Missouri, een lokale Midwestern band; een band uit het hart van de United States.

‘Movin’ On’ | ‘Got That Fever’ | ‘I’m Still Tryin’ | ‘You’re Alright’ | ‘Really Love You’ | ‘Hold Me’ | ‘I Know It’s Love’ | ‘Come On Move’ | ‘Goin Home’ | ‘Mystic Lady’

dinsdag 2 mei 2017

Robert Johnson | Close Personal Friend

Als jong broekie speelt Robert Johnson eind jaren zestig al mee op albums van het Stax-label. Johnson zit als inwoner van Memphis, Tennessee bovenop de scene en kan bovendien een lekker poepie gitaar spelen. Dat doet hij dus op platen van Isaac Hayes, Solomon Burke en Ann Peebles. Het moge duidelijk zijn dat de bebrilde and nerdy knul een funky gitarist is. Robert Johnson is zelfs in 1975 kandidaat om Mick Taylor te vervangen in The Rolling Stones. Maar dat gaat zoals we weten niet door. Dan formeert Johnson maar zijn eigen band: hij rekruteert een drummer en bassist uit de Stax-studio, regelt een contract met Mercury en gaat in de Ardent Studios in Memphis en The Record Plant in New York zijn debuutplaat opnemen. Close Personal Friend is in 1978 een hippe new wave-plaat, boordevol 18-karaats liedjes die gedomineerd worden door Johnsons nerveuze, drukke gitaar. En dat levert memorabele, ja zelfs klassieke powerpopliedjes op als ‘I’ll Be Waiting’, ‘Wish Upon A Star’, ’Responsibility’ en ‘Wreck My Mind’. 
Met zijn lullige kapsel, dito bril, belachelijke oversized broek en deze messcherpe plaat op zak, bevindt Robert Johnson zich eind jaren zeventig in goed gezelschap van lui als Moon Martin, The Knack, The Dwight Twilley Band en Tom Petty and the Heartbreakers. Close Personal Friend kan de concurrentie met hun beste werk makkelijk aan. O, en ‘Responsbility’ is zo’n heerlijk enerverend new wave-liedje.

‘I’ll Be Waiting’ | ‘Wish Upon A Star’ | ‘Guide My Energy (Parts 1 & 2)’ | ‘Say Girl’ | ‘Responsibility’ | ‘Kerri’ | ‘Leslie’ | ‘Wreck My Mind’ | ‘Debbie’s Theme’ | ‘Tell Me About It, Slim’

vrijdag 27 juni 2014

Johnny Thunders | So Alone

Op 23 april 1991 wordt in kamer 37 van het St. Peter House in New Orleans het levenloze lichaam aangetroffen van de 38-jarige John Anthony Genzale. De hotelkamer is volledig overhoop gehaald, alle persoonlijke eigendommen gestolen en er zijn sporen van geweld. In het lichaam van de overledene worden sporen aangetroffen van cocaïne- en methadongebruik, zodat Genzale aangemerkt wordt als een drugsdode en niet als slachtoffer van misdrijf. Het is een dood die, hoewel ontluisterend, volledig past bij de mythe die Genzale in zijn tijd van leven was: de beruchte punkrocker Johnny Thunders, rock and roll gypsy, aartsvader van punkers en glamrockers, junkie, rioolrat en vuig gitarist.
Thunders’ korte leven kenmerkt zich door een dwangmatige hang naar drugs en rock and roll. Het heilige triumviraat bestaande uit heroine, rioolrock en Johnny Thunders zelf, komt tezamen in de legendarische New York Dolls. The Dolls zijn voorbestemd ten onder ten gaan aan een tamelijk ongezonde levensstijl waarin injectiespuiten en acidtrips centraal staan. Slechts twee platen brengt deze archetypische glam-punk-rock-band op haar naam. Als The Dolls op het punt staan een mega-contract te sluiten valt de band in scherven uiteen. Razendsnel vormt Thunders samen met Dolls-drummer Jerry Nolan en Television-bassist Richard Hell The Heartbreakers. Het onbetrouwbare lawaai-trio vindt naadloos aansluiting bij de zowel in New York als London heersende punktrend. Op het Britse Track label (van The Who) verschijnt in 1977 het debuut L.A.M.F., oftewel Like A Mother Fucker. The Heartbreakers, zonder Hell maar met Walter Lure en Billy Rath, kiest vanwege het succes domicilie in London. De band betrekt gezamenlijk een huis, alwaar chaos en destructie zal regeren. Thunders onderhoudt een nauw contact met de Britse punkscene, waaronder The Sex Pistols en Siouxsie & The Banshees. Eind 1977 echter, is Johnny nog de enige Heartbreaker in London, is Track failliet en blijken Thunders’ teksten een voorspellende waarde te hebben: Born To Loose.
De neurotische Thunders zit niet bij de pakken neer, verhuist naar Soho en timmert de The Living Dead in elkaar. In deze gelegenheidsformatie nemen de ritmesectie van Eddie & The Hot Rods, Only Ones Mike Perry en Peter Perrett en chanteuse Patti Palladin plaats. The Living Dead vormt de opmaat voor de band die Thunders – nu in het bezit van een solocontract met Real Records voor één plaat – zal begeleiden op de opnamen van So Alone. Thunders is in het bijzonder gecharmeerd van nachtvlinder, poët en junkie Peter Perrett en wil samen een band beginnen. Perrett weigert, maar zal wel een spilfunctie innemen op So Alone.
De vrije rol van solo-artiest bevalt Thunders bijzonder goed; hij laat zich graag omringen door gereputeerde muzikanten. Thunders vindt in Steve Lilywhite bovendien een competent co-producer. De opnamen vinden verspreid over twee studio’s plaats; op elke locatie heeft Thunders zijn all-star band. In de ene studio wordt de kern gevormd door Sex Pistols Cook en Jones – aangevuld met Phil Lynott –, in de andere wordt Johnny ondersteund door Only Ones Perrett en Kellie. De complete set is een gevarieerde portie ultieme rock and roll, rhythm and blues en punkrock. So Alone flitst uit de startblokken met een energieke cover van The Chantays’ surf-instrumental 'Pipe Line' en raast dan nog langs negen nummers. 'London Boys' is een parodie op Johnny Rottens Sex Pistols, waarop Thunders ironisch genoeg begeleid wordt door Cook en Jones. 'Great Big Kiss' daarentegen, een cover van The Shangri-Las, is een eerbetoon aan de girl-groups van de begin jaren zestig. 'Ask Me No Questions', 'Subway Train' – met in het koortje Chrissie Hynde – en 'You Can’t Put Your Arms Around A Memory' zijn mede door de inbreng van Peter Perrett evenzovele hoogtepunten op dit fantastische solodebuut. 'Downtown' is een logge stadsblues met gemeen gitaarwerk van Thunders himself en het eveneens bluesy 'Daddy Rollin’ Stone' is evenzeer een hoogtepunt. Al was het maar dat op deze cover van Otis Blackwell wel erg veel dode zangers een prominente rol vervullen: naast Thunders neemt zowel Phil Lynott als Steve Marriott een couplet voor zijn rekening. De mix van old school rockers en New Yorkse en Britse Punkers geeft So Alone een absolute meerwaarde. Johnny Thunders, zelf in bloedvorm op So Alone, weet dan toch het beste uit zichzelf en anderen te halen. So Alone is daarmee tegelijk een staalkaart van relevante rockmuziek anno 1978 als een muzikaal dagboek van een getormenteerde ziel. Kortom, een meesterwerk.
Thunders heeft nauwelijks mogen genieten van hetgeen hij in London aan de band toevertrouwde. Kort na de opnamen – die slechts twee weken in beslag namen – werd hij door de Britse Immigratiedienst het land uitgeschopt. Een band, om de release van So Alone te ondersteunen, kreeg Thunders daarom niet van de grond. De Britse all-stars hadden hun eigen beslommeringen en terug in New York weigerden The Heartbreakers om met Johnny op te treden. Het is de tragiek van de rock and roller – annex junkie – in hart in nieren: zoveel kracht, zoveel talent en so much fuck ups. Het junkieleven van Johnny Thunders eindigde 13 jaar later in een louche hotel in New Orleans. Uiteindelijk So Alone.

Pipeline / You Can’t Put Your Arms Around A Memory / Great Big Kiss / Ask Me No Questions / Leave Me Alone / Daddy Rollin’ Stone / London Boys / Untouchable / Subway Train / Downtown



donderdag 2 januari 2014

Nina Hagen Band | Nina Hagen Band

Geschoold voor aria's en gezegend met onbegrensde vocale mogelijkheden, Catharine Hagen uit Oost-Berlijn is een enorm talent. Op negenjarige leeftijd viert ze al triomfen in het Bertold Brecht-theater, later krijgt ze op marxistisch-leninistische leest geschoeid onderricht in klassieke en populaire zang, dans- en pianospel. Nina Hagen heeft op zeventienjarige leeftijd alle vaardigheden van een allround entertainer en groeit nota bene uit tot een gevierd schlager-zangeres. In 1976 neemt haar stiefvader – de zanger en anti-communist Rolf Biermann – Nina mee naar het vrije westen. 
Na een periode van indrukken in Londen keert ze terug naar West-Berlijn en richt daar de Nina Hagen Band op en gaat net als in haar DDR-periode een contract aan met CBS. La Hagen is dan 23 jaar en de baas over haar band, die bestaat uit ervaren rockmuzikanten, met daaraan toegevoegd de gewiekste manager en fotograaf Jim Rakete. De brutale, bloedmooie, ravenzwarte Hagen weet haar band van traditionele rockers te bekeren tot het punkgeloof. Het is die mix van classic rock en punk die de sfeer bepaalt op haar in de befaamde Hansa Studio's opgenomen zelfgetitelde debuutplaat. Einen recht schönen Güten Abend meine Damen und Herren, zo begint de plaat die daarna losbarst in 'TV-Glotzer', een cover van The Tubes' 'White Punks On Dope' en in Hagens versie een vergelijking tussen de zwartwit-tv's van Oost-Berlijn en de zuurstokkleuren van de Wet-Berlijnse beeldschermen. Nina Hagen is niet alleen de clowneske, grimassende, kribbige performer, maar ook een confronterende tekstschrijver. 'Unbeschreiblich Weiblich' is in dat verband een sterk feministisch getinte song: Warum soll ich meine Pflicht als Frau erfüln? / Für wen? Für die? Für dich? Für mich? / Ich hab keine Lust meine Pflicht zu erfulln! / Für dich nicht, für mich nicht, ich hab keine Pflicht! Uitgevoerd in punky rock is 'Unbeschreiblich Weiblich' Hagens eerste westerse hit – in Nederland overigens niet verder dan de tipparade. 'Auf'm Bahnhoff Zoo' is funky en gedreven, 'Pank' – Ich bin nicht deine Fickmaschine – is pure punk, 'Der Spinner' onheilszwanger en 'Auf'm Friedhof' theatraal en symfonisch. Hagens grootste talenten – een bereik van vele octaven en een indrukwekkend vibrato – komen vooral tot zijn recht in het even schitterende als beklemmende 'Naturträne'; een ware klassieker. 
Frau Hagen wordt in Nederland na het verschijnen van Nina Hagen Band met open armen ontvangen, in het bijzonder door de Herman Brood-entourage. Nina Hagen raakt echter volkomen stuurloos en is alhier een dankbaar onderwerp voor de boulevardpers. Ze breekt met platenmaatschappij en begeleidingsband – die verder door het leven gaat als Spliff – en gaat in feite ten onder aan drugs, foute vrienden en totale verwarring. Het mag dan ook een klein wonder heten dat mevrouw Hagen met haar debuut een consistent, actueel – tussen rock en punk – en uniek Duitstalig album heeft afgeleverd.

TV-Glotzer (White Punks On Dope) / Rangehn / Unbeschreiblich Weiblich / Auf'm Bahnhof Zoo / Naturträne / Superboy / Heiss / Fisch Im Wasser / Auf'm Friedhof / Der Spinner / Pank 

vrijdag 15 november 2013

Warren Zevon | Excitable Boy

Hoewel beschermeling nummer één van zonnekind Jackson Browne, komt Warren Zevon van een andere planeet dan de troubadour van het bespiegelende lied. Niks zonneschijn en blauwe golven voor Zevon, nee, de noir van de zelfkant is de plaats waar hij zich het beste thuisvoelt; gewapend met een Thompson gun en vergezeld door sterke drank. Natuurlijk is Warren Zevon het product van Westcoast singer-songwriters generatie, maar een feit is dat hij zich eind jaren zeventig ontpopt als een bad-ass boy. Beïnvloed door de New-York-punk en de bijtende stijl van Elvis Costello kan Zevon evenzeer gerekend worden tot de Angry Young Men van de toenmalige new wave.
Op Excitable Boy laat Zevon de luisteraar proeven van het glitzy nachtleven dat hij verre prefereert boven het zonlicht. Net zoals de Excitable Boy in de gelijknamige song: And he raped her and killed her, then took her home / Excitable boy, they all said / Well, he’s just an excitable boy. Het is de wereld van de ontspoorden, van de mentally deranged die de boeken van Raymond Chandler en Dashiel Hammett bevolken. Ook is de persoon van de buitenstaander en de vluchteling een favoriet Zevon-thema. Roland The Headless Thompson Gunner vertelt het verhaal van de huurling vechtend voor de idealen van een ander:They killed to earn a living and to help out the Congolese. En in Lawyers, Guns And Money is de protagonist ondergedoken in Honduras. Dat Zevon zich een buitenstaander voelt maakt hij de luisteraar niet alleen via zijn teksten duidelijk, ook is zijn voordracht er één van een ironische vertolker, om niet te zeggen een cynicus die zich afzijdig houdt en zich niet laat raken. Should have done, should have done, we all sigh, verzucht Zevon in Accidentally Like A Martyr. Een belangrijk plusplunt van Excitable Boy – en dat deze daarmee doet uitstijgen boven voorganger Warren Zevon en Bad Luck Streak At Dancing School – is dat de plaat de onwaarschijnlijke hit Werewolves Of London bevat. Een aanstekelijk rocknummer waarvan de ironie afdruipt en dat tegelijk uniek en zonderling is.
De donkere bariton van Zevon wordt op Excitable Boy adequaat ondersteund door een begeleiding die rockt en swingt en die de lp definitief ontdoet van enige zonnige Californië-connectie. Nu gaven Zevons teksten daar al geen enkele aanleiding toe, maar zoals gezegd, Warren Zevon rekende de Westcoast-elite zoals Fleetwood Mac en The Eagles tot zijn vrienden. Soms, als de elektrische gitaren een rustpauze nemen en de piano het initiatief overneemt, zoals in het epische Veracruz, valt een glimp waar te nemen van Zevons jonge jaren temidden van Jackson Browne, J.D. Souther en Carl Wilson. Een gezelschap dat de singer-songwriter Warren Zevon minimaal tot zijn gelijken mag rekenen.
De hoes van Excitable Boy toont een bebrilde jongeman met een glad en fris uiterlijk, maar achter de brillenglazen gloeit de onzekerheid en de wanhoop. Dat Excitable Boy niet Warren Zevons carrière lanceerde lag niet aan de kwaliteit van het album, doch aan Zevons strijd tegen alcoholisme en zijn neiging tot zelfdestructie. Niettemin is Excitable Boy een mijlpaal die anno 1978 een perfecte versmelting was van klassieke Westcoast-rock en thinking man’s new wave.
Vierentwintig jaar en een achttal platen later is er inoperabele longkanker bij Warren Zevon geconstateerd. In september 2002 kreeg de zanger te horen dat hij nog maar een paar maanden te leven heeft. Op 30 oktober 2002 was Zevon te gast bij David Letterman. Op de vraag of zijn levensstijl van invloed geweest is op zijn ziekte, antwoordde Warren Zevon: “You make choices and you live with the consequences.” Toen nog steeds een excitable boy. Met de duivel op de hielen lukt het Zevon – met de hulp van ontelbare muzikale vrienden – zijn daadwerkelijke laatste plaat af te leveren. The Wind is een indrukwekkend slotakkoord en Zevons publieke testament. Op 6 september 2003 overlijdt Warren Zevon, 56 jaar oud. Mr. Bad Example is niet meer. Hij zal gemist worden, zoveel is zeker.

Johnny Strikes Up The Band / Roland The Headless Thompson Gunner / Excitable Boy / Werewolves Of London / Accidentally Like A Martyr / Nighttime In The Switching Board / Veracruz / Tenderness On The Block / Lawyers, Guns And Money

zondag 3 november 2013

Radio Birdman | Radios Appear

Ergens in het begin van de jaren zeventig vertrekt Deniz Tek van Ann Arbor, Michigan naar Sydney, Australië. In zijn bagage neemt hij het werk mee van The Stooges en MC5. Samen met Rob Younger – fan van Led Zeppelin en Deep Purple – vormt hij een band: Radio Birdman. Naast Younger (zang) en Tek (gitaar,zang) bestaat Radio Birdman in 1974 uit Chris Masuak (gitaar,zang), Warwick Gilbert (bas), Ron Keeley (drums) en Pip Doyle (orgel, piano). De ruige sound van het zestal herbergt hardrock, surfmuziek, garagerock en een soort proto-punk – de punk bestaat immers nog niet – waarmee ze in het lokale kroegencircuit grote populariteit verwerven. The Oxford Funhouse in Sydney is de vaste uitvalsbasis van de high adrenaline-rockband. De houding van Radio Birdman is wij tegen de rest van de wereld, wat zich uit in een muzikale guerilla-oorlogvoering. De Birdman-aanhang is een soort sekte, voorzien van met armbandages met daarop het bandlogo. Na een via de post verspreide EP in 1977, Burn My Eye, die in no time is uitverkocht, durft een platenmaatschappij het aan met de ruige attitude van Radio Birdman. In de kleine Trafalgar-studio in Sydney wordt Radios Appear opgenomen. De plaat komt in 1978 in Australië uit, maar vanwege de dunne sound wordt de internationale versie opnieuw geproduceerd en wordt de nieuwe compositie ‘Aloha Steve And Danno’ speciaal voor de Amerikaanse markt toegevoegd. De krachtige punky song gaat over de fameuze tv-serie Hawaii 5-0; de tune wordt zelfs letterlijk gereproduceerd. De punksound, compleet met gitaarsolo’s en rammelende piano, komt tot uitdrukking in krachtige songs als ‘What Gives?’, ‘Do The Pop’ en het beruchte ‘New Race’ – There’s gonna be a new race / Kids are gonna start it up. Naast de goed gekozen cover van The 13th Floor Elevators’ ‘You’re Gonna Miss Me en de punkrocksongs laat Radio Birdman zien ook uitstekend uit de voeten te kunnen met meer complexe songs. Het naar een verhaal van Edgar Allan Poe vernoemde ‘Descent Into The Maelstrom’ en het trekkende en Doors-achtige ‘Man With Golden Helmet’ tillen Radios Appear naar een hoger plan. Als de debuut-lp wereldwijd wordt uitgebracht, vertrekt Radio Birdman naar Engeland voor een tournee. Dit draait uit op een grote mislukking; het wordt een ware hellevaart. De ruziënde bandleden die in Engeland rondrijden in hun Van of hate, zien wel kans hun tweede lp, Living Eyes op te nemen. Eenmaal terug in Sydney doet de band in juni ’78 nog één optreden in The Funhouse en splijt dan uiteen. Radio Birdman heeft slechts vier jaar bestaan en is achteraf beroemder en mythischer dan tijdens het bestaan. Maar wat een verdienste: punk vóór de punk.

What Gives? / Non-stop Girls / Do The Pop / Man With Golden Helemt / Descent Into The Maelstrom / New Race / Aloha Steve & Danno / Anglo Girl Desire / Murder City Night / You’re Gonna Miss Me / Hand Of Law / Hit Them Again

zaterdag 24 augustus 2013

Carol Of Harvest | Carol Of Harvest

A song of the good green grass / A song no more of the city streets / A song of the farms / A song of the soil of the fields. De inspiratie komt van de 19e eeuwse Amerikaanse dichter Walt Whitman; de context is het hippie-Duitsland van de jaren zeventig: Atomkraft? Nein Danke. The Ramones en The Sex Pistols hebben de boel al flink opgeschud, maar niet in Nürnberg, West-Duitsland, blijkens het debuutalbum van Carol Of Harvest. Gitarist en componist Axel Schmierer besluit een met een clubje mede-scholieren en vrienden een band op te richten; de 16-jarige Beate Krause vinden ze bereid de zangeres te worden van hun band. Ondanks hun totale onervarenheid en amateurisme is het piepkleine Brutkasten-label geïnteresseerd in Carol Of Harvest. In 1978 nemen de vijf jongelingen een plaat op die de grootsheid van Fairport Convention, Genesis en King Crimson in zich verenigt. Het zelfgetitelde Carol Of Harvest is in 1978, in weerwil van de punk-overweldiging, een oase van pastorale pracht waarin moog en mellotron voor sfeer zorgen en Schmierers gitaarsolo's voor pure extase. Carol Of Harvest bevat maar vijf songs, maar wordt derhalve wel overheerst door de uitgesponnen tracks die wegwieken op de vleugels van engelen. Zowel 'Put On Your Nightcap' (16 minuten) op kant 1 als 'Somewhere At The End Of Our Rainbow' en 'Try A Little Bit' op kant 2 zijn schoolvoorbeelden van feërieke prog in optima forma: zwevend, pastoraal en afgetopt met werkelijk fenomenale, ongeëvenaarde gitaarsolo's van Axel Schmierer.
Tweehonderd exemplaren zijn er in 1978 geperst van Carol Of Harvest, welke zonder uitzondering door de vergetelheid zijn opgeslokt. De band deed nog een paar optredens, maar vanwege het gebrek aan belangstelling richtten de bandleden zich op een ander leven, zich toentertijd niet realiserend dat hun album beschouwd zou worden als de Heilige Graal van de jaren zeventig progressive folk.

Put On Your Nightcap / You And Me / Somewhere At The End Of Our Rainbow / Treary Eyes / Try A Little Bit


donderdag 31 januari 2013

Manfred Mann's Earth Band | Watch


In 1964 heeft Manfred Mann met 'Do Wah Diddy Diddy' ook in Nederland al zijn eerste top 10-hit. Vele zullen volgen: 'Pretty Flamingo', 'Mighty Quinn' en 'Ha Ha Said The Clown'. Manfred Mann – de naar Mann genoemde beatgroep – heeft met deze mix van rhythm & blues, beat en pop klassieke hits. Samen met zijn band – in vele wisselende bezettingen – helpt Mann, geboren in Zuid Afrika, de Britse popmuziek van de jaren zestig vormgeven. Hoewel Mann geen frontman en geen geprofileerd songschrijver is, heeft de virtuoze toetsenist zijn bands altijd strak geregisseerd en een goed oog voor muzikaal talent. In 1969 heeft Mann weer een hele nieuwe band, Manfred Mann's Chapter 3, die zich toelegt op experimentele jazzrock. In de begin jaren zeventig komt Mann weer op aarde met zijn Earth Band, die in 1974 als single Dylan-cover 'Father Of Day And father Of Night' uitbrengt. Die wordt nog geen hit, maar de Springsteen-covers 'Spirits In The Night' (1975) en 'Blinded By The Light' (1976), en het album The Roaring Silence worden dat wel. In 1977 staat Manfred Mann's Earth Band zelfs op Pinkpop. Ondertussen heeft Manfred Mann met de jonge gitarist Dave Flett en zanger Chris Thompson opnieuw uitstekende muzikanten aan boord. Mann zelf laat overdadig toetsengefröbel meer en meer achterwege, waardoor het geluid van The Earth Band beduidend transparanter wordt en aan atmosfeer wint. Een niet onbelangrijk deel van het repertoire van The Earth Band bestaat steevast uit het interpreteren van andermans composities en dat geldt ook voor Watch, in 1978 het achtste Earth Band-album. Het is relatief de meest commerciële Mann-plaat want de bescheiden instrumentale inbreng van Mann maakt van Watch een bijzonder beluisterbaar album op het snijvlak van rock en symfonica, dat vooral op kant 1 meesterlijk uitpakt. In 'Circles', 'Drowning On Dry Land', 'Chicago Institute' en het wonderschone, maar als single mislukte 'California' met zijn lyrische passages, is Manfred Mann's Earth Band op zijn allerbest. Op kant 2 zit het experimentele 'Martha's Madman' ingeklemd tussen covers die Manns inspiratiebronnen verraden: Dylans 'Mighty Quinn' – tien jaar daarvoor al een tophit voor Manfred Mann – en het door Robbie Robertson en Band-producer John Simon gecomponeerde 'Davy's On The Road Again'. De laatste, een spontane rocker, wordt in de zomer van '78 een flinke hit en komt tot de vijftiende plaats in de Top 40. Watch is Manfred Manns meest consistente album en uiteindelijk ook het best verkopende en dus commercieel best geslaagde, mede dankzij het toegeëigende 'Davy's On The Road Again'.

Circles / Drowning On Dry Land/Fish Soup / Chicago Institute / California / Davy's On The Road Again / Martha's Madman / Mighty Quinn

donderdag 22 november 2012

Dire Straits | Dire Straits


Punk is in 1977 het lawaaiige verzet tegen de gevestigde muzikale orde en overschreeuwt zeker in het hippe Londen alles en iedereen. Voor een band die het liefst fluisterend en laidback speelt – en aldus op zijn eigen manier stelling neemt tegen de molochen van de rockmuziek – lijkt er nauwelijks enige aandacht. Toch, als een demo van 'Sultans Of Swing' gedraaid wordt in Charlie Gilletts Honky Tonk-radioprogramma, is Dire Straits binnen twee maanden getekend door major Phonogram voor maar liefst zeven lp's. Maar er is weinig opwinding, wat goed past bij de relaxte sound en de eenvoudige bezetting: zanger/gitarist Mark Knopfler, ritmegitarist en jonger broertje David, bassist John Illsley en drummer Pick Withers, de laatste afkomstig uit de progrockband Spring. Mark Knopfler, kantoorbediende, verslaggever en leraar, groeit op in Newcastle, studeert in Leeds en zoekt zijn geluk in Londen – en vindt dat met zijn eerste band, Dire Straits. In alle rust neemt het kwartet in februari 1978 in de Basing Street Studios zijn debuut op met producer Muff Winwood.
Dan, als in de zomer van 1978 de gelijknamige debuutplaat uitkomt, is er, hoe onmodieus ook, beslist sprake van een nieuw geluid. Toegegeven, de pubrock van Brinsley Schwarz, de americana van The Band en de relaxte backporch gitaarsound van J.J. Cale maken alle deel uit van de rootsy countrypop van de Londenaren, maar de clevere samensmelting van stijlen en invloeden leiden op het uitstekende debuut tot een niet eerder gehoord geluid. De simpele maar uiterst doeltreffende backbeat is het ideale fundament voor Knopflers pickin' gitaarsound en lekker slome zang, die niettemin een prima vehikel is voor sfeertekeningen van stadse taferelen en personages die met een enkele penseelstreek worden neergezet. 'Down To The Waterline' en 'Sultans Of Swing' zijn enthousiasmerende rocksongs, en 'Water Of Love' is een aanstekelijke zij het traditionele skifflesong. Maar uitblinkend in sfeer en melancholie zijn bedachtzame rockliedjes als het funky 'In The Gallery', 'Wild West End', 'Lions' en het stompende 'Six Blade Knife'. En zo is Dire Straits, met op de hoes een sfeervol en mysterieus schilderij van Chuck Loyola, van een bewonderenswaardige onnadrukkelijkheid; wars van pretenties, wars van kapsones. Maar in Engeland wordt het album lauw ontvangen, dit in tegenstelling tot een razend enthousiaste ontvangst in Amerika, Duitsland en ook Nederland – en dé zomerhit van 1978 is 'Sultans Of Swing'.
Miljoenen exemplaren worden er verkocht van Dire Straits, een lot dat de plaat deelt met alle volgende Dire Straits-platen, wat de band tot een van de grootste bands ter wereld maakt. Met als onvermijdelijk gevolg een imago van zelfvoldane mannen, het zicht ontnemend op dat frisse, speelse en ook magistrale debuut.

Down To The Waterline / Water Of Love / Setting Me Up / Six Blade Knife / Southbound Again / Sultans Of Swing / In The Gallery / Wild West End / Lions 

donderdag 27 september 2012

Partner | A Man-size Job Requires A Man-size Meal


Ver van de Randstad, in de glooiende heuvels van Limburg, ploetert de rockband Windmill jarenlang in het dancing-circuit. Het kwartet – Erwin Musper (zang, toetsen), Ab van Goor (zang, drums), Bert Bessems (gitaar), Pierre Beckers (drums) – werkt ook gestaag aan een eigen repertoire, en als de naam in 1977 wordt gewijzigd in Partner gloort er hoop aan de horizon in de vorm van een platencontract. De fijne debuutsingle 'Kayuta Hill' wordt een vaderlandse hit, gevolgd door de debuut-lp A Man-size Job Requires A Man-size Meal. Het album is gevuld met Steely Dan-achtige jazzpop; is elegant, maar ook ligt het gevaar van gladstrijkerij op de loer. Meestentijds weet Partner deze klip vaardig te omzeilen vanwege de afwisseling tussen zwierige, lyrisch symfo-passages, laid-back countryrock, puntige gitaarsolo's en Westcoast-harmonieën. Heel fraai zijn de symfonische opener 'Overture/Astral Light' en dito aflsuiter 'Another Lonely Day/Finale', evenals de schitterende weemoed-ballad 'Won't You Let me Try Again'. Partner ontbeert een eigen imago, maar de kwaliteit van het debuut en een vleugje Limburgs chauvinisme bezorgt de groep een terecht optreden op Pinkpop 1978.

Overture/Astral Light / Part Of My Life / Won't You Let Me Try Again / Home Again / Thank You For Being Here / Kayuta Hill / Long Lost Love Song / City Lights / Sorry For The Night / Another Lonely Day/Finale