Posts tonen met het label 2017. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2017. Alle posts tonen

maandag 14 mei 2018

Midland | On the Rocks

Wat is dit? Het lijken wel clichémannetjes in Nudie-suits. En bij nadere beschouwing: dat is ook zo. Maar bij god, wat hebben ze met On the Rocks een heerlijke oldschool countryplaat in de markt gezet. Al heb je als rechtgeaarde alt.country-liefhebber niks op met de hedendaagse gladde country uit Nashville, Tennessee, dan nog ga je voor de bijl voor Midland en hun On the Rocks. Hoe kwamen Mark Wystrach (zang, gitaar, onderbroekenmodel), Jess Carson (zang, gitaar) en Cameron Duddy (zang, bas) elkaar tegen? Wel, ergens in Wyoming, op een huwelijksfeest van een vriend, en nog maar een jaar geleden. En dan kan het snel gaan als wat commerciële boys uit Nashville zich ermee gaan bemoeien. Aldus verschijnt in oktober 2017 het in Nashville opgenomen debuutalbum On the Rocks. 
Hoewel de boys hun eigen nummers schrijven, alles zelf zingen en ook wel wat snaren beroeren, leunen ze zwaar op de pedalsteel, gitaarlicks en drums van ervaren sessie-rotten. Midlands sound is ook nog eens hyper-retro omdat perfect leentjebuur gespeeld wordt bij jaren zestig- en zeventighelden als Merle Haggard, Waylon Jennings en Johnny Paycheck, maar ook bij jaren tachtig-contenders als Dwight Yoakam en Billie Ray Cyrus. Midland richt zich dan ook op standaard-clichématige songs die zijn vervuld van een lach en een traan, en uiteindelijk alleen maar over liefdesverdriet en overmatig drankgebruik gaan. Neem nou ‘Drinking Problem’: People say I got a drinkin’ problem / But I got no problem drinkin’ at all. En: They call it a problem, I call it a solution. Heerlijk, want het aanstekelijke enthousiasme verhult de ingetrapte open deuren en de platgetrapte paden in een geweldige serie klasse-countrysongs; we weten immers dat clichés gewoon waar zijn. Zeker in het Nashville-country-idioom. 
Per saldo zou je dan ook niets anders willen dan in een roadside stand, truckerscafé of - het meest ideaal - in de cabine van een zestientonner, denderend door de Midwest, genieten van de dertien knipogende en tranentrekkende countryliedjes die tezamen Midlands On the Rocks vormen. Classic country number one.

‘Lonely For You Only’ | ‘Make A Little’ | Drinkin’ Problem’ | ‘At Least You Cried’ | ‘Burn Out’ | ‘Out of Sight’ | ‘More Than A Fever’ | ‘Check Cashin’ Country’ | ‘Nothin’ New Under the Neon’ | ‘This Old Heart’ | ‘Altitude Adjustment’ | ‘Electric Rodeo’ | ‘Somewhere on the Wind’

dinsdag 6 februari 2018

Tyler Childers | Purgatory

Hij is een soort van protegé van Sturgill Simpson; Tyler Childers werd voor Purgatory de studio in Nashville, Tennessee ingesleept door de kroonprins van de alt.country. Childers, afkomstig uit een conservatief, doopsgezind gezin uit Lawrence County, Kentucky, vernoemde zijn doorbraakplaat naar het vagevuur - verwijzend naar de periode tussen een euforische zaterdagavond en een katerige zondagochtend. In feite gaan al zijn liedjes over hard drinking, heavy snorting en de kater van alledag. Childers verpakt dit echter in heerlijk melodieuze old school country, waarin banjo’s, fiddles, pedal steel en akoestische gitaren de boventoon voeren. Bluegrass, Appalachen-folk en country & western zijn Tylers bronnen, en zelf heeft hij een aantrekkelijke neusverkouden stem, waarmee hij zijn uitstekende countryliedjes meer dan enthousiast voor het voetlicht brengt. In tien songs, afwisselend relatief opgewekt en melancholiek stemmig, laat Tyler Childers horen uit het goede alt.country-hout gesneden te zijn. Sterker nog: hier klinkt een nieuwe stem. Met een machtig mooi album als resultaat.

‘I Swear (To God)’ | ‘Feathered Indians’ | ‘Tattoos’ | ‘Born Again’ | ‘Whitehouse Road’ | ‘Banded Clovis’ | ‘Purgatory’ | ‘Honky Tonk Flame’ | ‘Universal Sound’ | ‘Lady May’

Gepubliceerd in Mania #344

zaterdag 27 januari 2018

Once & Future Band | Once & Future Band

Once & Future Band van de gelijknamige band klinkt als een verloren gegaan album uit de tijd van de jarenzeventig progrockbombast: fraaie zangharmonieën, spacy synths, tinkelende Fender Rhodes en superieur gitaarwerk. Alleen: Once & Future Band is helemaal 2017. De band komt uit Oakland, Californië en brengt in januari 2017 zijn machtige debuutplaat uit op Castle Face Records, het indielabel van John Dwyer van Thee Oh Sees. Once & Future Band is echter met herkenbare invloeden van Yes, Pink Floyd, Queen, Steely Dan en The Beatles - in de meerstemmige zang - eerder symfonisch dan psychedelisch.
Once & Future Band is gegroepeerd rondom mastermind Joel Robinow (zang, toetsen, gitaar, bas), met daar omheen Eli Eckert (bas, gitaar, zang), Raze Regal (gitaar) en Raj Ojha (drums). Zij trappen hun debuutalbum af met ‘How Does It Make You Feel?’, een zinderend popmeesterwerkje dat zowel The Beatles als Electric Light Orchestra in herinnering roept. Een volgend hoogtepunt is ‘I’ll Be Fine’; majestueuze progpop, met voortreffelijke zang en priemende en vloeiende Brian May-gitaren. Er zijn ook uitstapjes naar meer jazzy, Steely Dan-terrein; ‘Rolanda’ is zelfs zo jazzy, funky en sexy als Gino Vanelli dat was. Mooi, sfeervol gitaarwerk van Regal en Robinows swingende, dwarrelende, spacy synthesizersolo’s tillen ‘Hide and Seek’, Magnetic Memory’ en ‘Standing in the Wake of Violence’ hoog op naar het retro-progrock-walhalla. Het is daarom ronduit fantastisch dat Once & Future Band heeft besloten de midden jaren zeventig rock-extravagenza te doen herleven. Once & Future Band is aldus een toekomstige retro-klassieker.

‘How Does It Make You Feel?’ | ‘I’ll Be Fine’ | ‘Hide and Seek’ | ‘Rolando’ | ‘Tell Me Those Are Tears of Joy’ | ‘Magnetic Memory’ | ‘Standing in the Wake of Violence’



zondag 12 november 2017

Blue Guitars | While Away The Time 1990-1994

De Nederlandse rockmuziek beleeft in de begin jaren negentig hoogtijdagen. Na de Amsterdamse School van de jaren tachtig - Fatal Flowers, Claw Boys Claw, Blue Murder, The Landlords - komen er in het zog daarvan talloze bands op, die vooral het vaderlandse rockklimaat internationaliseren. De Nederlandse gitaarpop is dan met bands als Blue Guitars, Daryll-Ann, The Serenes, Indian Summer en The Prodigal Sons van een ongekend hoog niveau; zij verdienen alle een monument. Dat monument krijgt Blue Guitars nu met de machtige overzichtsplaat While Away The Time 1990-1994, niet voor niets vernoemd naar de debuutsingle die in 1989 op het fameuze Kelt-label verschijnt. 
De vier Deventenaren - Dick Dijkman (zang, gitaar), Bert Dijkman (gitaar), Erik van Loo (contrabas), Ben Heersping (drums) - brengen in 1991 hun eerste album uit, dat volgestouwd is met prachtige melancholieke en herfstige gitaarliedjes die enerzijds veel wonderlijke folkinvloeden etaleren maar anderzijds ook refereren aan R.E.M.’s Fables Of The/Reconstruction Of The (1985). Het is onnederlands goed. Het zelfgetitelde eerste album wordt een jaar later opgevolgd door Shellfish - al even sterk als het debuut - waarna in 1993 met een nieuwe drummer het curieuze Music From Heaven verschijnt - een soort van countryproject. Waterwings is in 1994 helaas Blue Guitars’ zwanenzang. 
Maar nu is daar, 23 jaar later, een fantastische vinylcompilatie waarop de favorieten, althans mijn favorieten, de revue nog eens passeren en om ons vooral op het hart te drukken hoe goed, intens en verfijnd de Blue Guitars in de jaren negentig waren. Luister maar naar parelende popsongs als ‘Summer Rain’, ‘Pearly White Day’ en ‘Quiet Boy’, met kristallijnen gitaarspel, en steeds van een onnadrukkelijke eenvoud. Of luister naar het wervelende gitaarcrescendo in ‘You Say It’s Cruel’. Of beter nog, luister naar Blue Guitars’ stroperig meanderende folky ballads met een hoog zwevend gehalte en een ingehouden, droeve spanning. Waarlijk schitterend zijn ‘Island In The Sky’, ‘Happy Accident’ en ‘A Good Year For The Lost’, en wat mij betreft de fraaiste, de meest weemoedige en doortrokken van een peilloos verlangen: ‘While The Time Away’.
Het gekleurde vinyl, op zich al prachtig, wordt ook nog eens vergezeld van een cd met daarop dezelfde nummers en meer nog: een cover van Bowies ‘What In The World’ van Low; en nog twee onlangs opgenomen songs, onder de naam Blauwe Gitaren en gezongen in de moerstaal. While Away The Time 1990-1994 is een schatkist vol lang verborgen muziek, die eenmaal geopend de luisteraar flonkerend en glinsterend tegemoet treedt. Verschijnt er dit jaar nog een mooiere compilatie? Ik dacht het niet.

‘While The Time Away’ | ‘Quiet Boy’ | ‘Island In The Sky’ | ‘When I'm In Velvet’ | ‘Pearly White Day’ | ‘Madelynn' | ‘A Good Year For The Lost’ | ‘Summer Rain’ | ‘A Fool Is A Star’ | ‘Happy Accident’ | ‘Waterwings' | ‘Fever Dreaming’ | ‘You Say It's Cruel’ | ‘Close Down’

Tevens gepubliceerd op platomania.nl en in een verkorte versie in Mania # 342.

maandag 23 oktober 2017

Lucinda Williams | This Sweet Old World

Sweet Old World was in 1992 het vierde, internationaal onbekende album van Lucinda Williams. De opvolger, Car Wheels On A Gravel Road, betekende zes later een wereldwijde doorbraak en maakte Lucinda Williams tot een van de sterren van de americana. Niet ongebruikelijk is dat een album dat de jublileum-gerechtigde leeftijd van 25 jaar heeft bereikt een rerelease krijgt, meestal in een nieuw jasje. Zoniet Sweet Old World: Lucinda Williams nam het hele album opnieuw op. 
De sound en productie van This Sweet Old World is totaal anders: het blikkerige en echoënde jarentachtiggeluid heeft nu plaatsgemaakt voor een warm, bluesy geluid, zoals we dat ook kennen van Down Where The Spirit Meets Bone (2014). Verassend is ook La Williams’ veranderde stem: eerst dun en onvolwassen, nu: op eikenhout gerijpt en met een heerlijke drawl. De ballads, zoals ‘Something About What Happens When We Talk’, ‘Sidewalks Of The City’ en de rauwe live-klassieker ‘Pineola’ klinken nu dan ook geweldig, mede door de prachtige gitaarsolo’s en de pedaalsteel van Greg Leisz. 
Aardig is ook dat This Sweet Old World completer is dan Sweet Old World: Lucinda Williams nam ook nog eens vier songs opnieuw op die toentertijd op de plank bleven liggen. Kortom, een geweldig oud, nieuw album.

‘Six Blocks Away’ | ‘Prove My Love’ | ‘Something About What Happens When We Talk’ | ‘Memphis Pearl’ | ‘Sidewalks of the City’ | ‘Sweet Old World’ | ‘Little Angel Little brother’ | ‘Pineola’ | ‘Lines Around Your Eyes’ | ‘Drivin Down A Dead End Street’ | ‘Hot Blood’ | ‘Which Will’ | ‘Factory Blues’ | ‘What You Don’t Know’ | ‘Wild and Blue’ | ‘Dark Side of Life’ 

zaterdag 14 oktober 2017

CRB | Barefoot In The Head

CRB staat natuurlijk voor Chris Robinson Brotherhood, een broederschap die hij niet meer heeft met zijn broer Rich, maar sinds 2011 alweer met meestergitarist - en fameus singer-songwriter - Neal Casal. Als de Brotherhood bereizen zij het land en spelen ellenlange jam-shows, eer betonend aan klassieke bands als The Grateful Dead en The Allman Brothers Band, maar ook aan de eigen legacy van The Black Crowes. Ook de albums vanaf het debuut Big Moon Ritual ademen in een bijzonder losse sfeer bluesy psychedelica. 
Chris Robinson is een onvervalste hippie, een kosmische hippie, en op het vijfde CRB-album ontpopt hij zich ook nog eens als een eigentijdse Neil Young - dat hij overigens in 2002 eerder beproefde met zijn solodebuut New Earth Mud. Tezamen zijn dat nogal wat vergelijkingen en aanbevelingen, maar Barefoot In The Head is dan ook echt dat schitterende album dat de vergelijkingen kan doorstaan, want sfeervol, lyrisch en tijdloos. Robinson en Casal kiezen op Barefoot In The Head voor een lichtere toets, een meer akoestische benadering, een meer song-gerichte aanpak. Dat resulteert in het beste Brotherhood-album tot zover. Barefoot In The Head start met ‘Behold The Seer’ vertrouwd en funky, maar de hartverwarmende, pastorale songs die volgen genereren een extra dimensie die de band nog niet bezat: ‘She Shares My Blanket’, ‘If You Had A Heart To Break’, ‘Glow’. En werkelijk nog fraaier is ‘Blonde Light Of Morning’. Afwisseling is er met het geinige bluegrassliedje ‘High Is Not The Top’, het funky ‘Blue Star Woman’ en het intieme ‘Dog Eat Sun’, dat verfraaid wordt door meerstemmige zang, een zoemende Taurus Moog en Casals elektrische gitaarscheuten. 
Resumerend is Barefoot In The Head een avontuurlijk en coherent rootsrockalbum met een meer dan gemiddeld aantal sublieme liedjes. Zoals gezegd, Chris Robinson Brotherhoods beste, allerbeste. 

‘Behold The Seer’ | ‘She Shares My Blanket’ | ‘Hark, The Herald Hermit Speaks’ | ‘Blonde Light Of Morning’ | ‘Dog Eat Sun’ | ‘Blue Star Woman’ | ‘High Is Not The Top’ | ‘If You Had A Heart To Break’ | ‘Glow’ | ‘Good To Know’

Gepubliceerd in Heaven #6 2017

zondag 2 juli 2017

Peter Perrett | How The West Was Won

Eerlijk gezegd verwachtte ik geen teken van leven meer van Peter Perrett, eerder een doodsbericht. Peter Perrett, de enigmatische voorman van een van de beste jaren tachtig bands, The Only Ones, was er vanwege een levenslange heroïneverslaving niet te best aan toe. Een Only Ones-reünie van zo’n acht jaar geleden liet de lamentabele Perrett in al zijn vergane glorie zien. Het kan verkeren, want Peter Perrett is helemaal gerecupereerd. Gesecondeerd door zijn zoons op gitaar en bas, en geproduceerd door veteraan Chris Kimsey, komt het gewezen nachtdier Perrett met een onverwacht eerste solo-album: How The West Was Won. En wat te verwachten viel - dat bleek in 1996 al uit Peter Perrett and the One - het is Only Ones all over the place. Neem nou de titelsong ‘How The West Was Won’ dat al ruim een maand op Youtube circuleert: scherpe gitaren, venijnige zang en vileine, maatschappijkritische tekst: That’s how the West was won, at the point of a gun, as the’ve always done. En waarin bovendien Kim Kardashian rijmt op ‘she’s a bum.’ Perrett trakteert op How The West Was Won vooral al op classic rocksongs, reflecterend op zijn roemruchte verleden, maar raakt ook de gevoelige toets in het slepende ‘Living In My Head’ - overigens met een geweldige gitaarclimax. How The West Was Won is een glorieuze terugkeer aan het rockfront. Leve Peter Perrett.

‘How The West Was Won’ | ‘An Epic Story’ | ‘Hard To Say No’ | ‘Troika’ | ‘Living In My Head’ | ‘Man Of Extremes’ | ‘Sweet Endeavour’ | ‘C Voyergeur’ | ‘Something In My Brain’ | ‘Take Me Home’

Gepubliceerd in Mania 338.

zaterdag 10 juni 2017

Jason Isbell and the 400 Unit | The Nashville Sound

Na de twee bijzonder succesvolle solo-albums Southeastern (2013) en Something More Than Free (2015) krijgt zijn begeleidingsband The 400 Unit nu weer de volle credits: The Nashville Sound is een product van Jason Isbell and the 400 Unit. En dat hoor je, Isbells zesde album nadat hij tien jaar geleden Drive-By Truckers verliet, is gevarieerder en steviger dan de voorganger. Wederom opgenomen in Nashville, Tennessee, is The Nashville Sound het zoveelste geslaagde hoofdstuk in de carrière van de zanger en gitarist uit Greenhill, Alabama, dichtbij Muscle Shoals. Want Jason Isbell weet momenteel als geen ander de meer introspectieve sound van Ryan Adams te combineren met die van de grote singer-songwriters uit de seventies. Opener ‘Last of My Kind’ - inderdaad - is direct al zo’n weemoedig toplied dat is opgetrokken uit akoestische gitaar en fraaie accenten op elektrische piano en pedal steel. De variatie zit hem erin dat Isbell getuige ‘Cumberland Gap’ en ‘Anxiety’ ook weer stevig kan rootsrocken. De warme sound van vaste producer Dave Cobb maakt echter vooral van de royaal aanwezige ballads en countrysoul-nummers ware juweeltjes, zodat Jason Isbell met The Nashville Sound een volgende parel aan zijn snoer rijgt. Isbell heeft zich zolangzamerhand ontegenzeggelijk ontwikkeld tot dé singer-songwriter van het huidige tijdsgewricht; nobody tops Jason Isbell.

‘Last of My Kind’ | ‘Cumberland Gap’ | ‘Tupelo’ | ‘White Man’s World’ | ‘If We Were Vampires’ | ‘Anxiety’ | ‘Molotov’ | ‘Chaos and Clothes’ | ‘Hope the High Road’ | ‘Something to Love’ 

Gepubliceerd in Mania 338

maandag 15 mei 2017

Citizen K | Second Thoughts

Acht jaar geleden debuteerde Citizen K met een verrassende retro-plaat, de sfeer in beeld en geluid ademend van de vroege jaren zeventig. Meet Citizen K - gestoken in een een vet naar Jackson Browne’s Saturate Before Using knipogende hoes was een heerlijke kennismaking met de Zweed Klas Qvist. Nu in 2017 komt Citizen K met een klassiek dubbelalbum, wat volgens de liner notes in 1968 een major rock music statement was. En misschien is Second Thoughts dat ook wel, want rijkelijk gevuld met prachtige rocksongs, gevoelige pianoliedjes en schitterende gearrangeerde Beatles- en Beach Boys-pop. De 23 tracks bieden enorm veel variatie, maar zijn steeds voorzien van geraffineerde instrumentatie en dito arrangementen. Second Thoughts is een waar smorgasbord van klassieke seventies rock.

‘Mindexpander Parts 1 & 2’ | ‘Songs of Adjustment’ | ‘Siamese Twinkle Stars’ | ‘Train of No Forgiveness’ | ‘She Will probably Tell You’ | ‘And Now, Let’s Turn the Page, Said the King’ | ‘King of Second Thoughts’ | ‘Hang On to Your Sanity’ | ‘Remembering Helena’ | ‘Floor Thirteen’ | ‘Empty Chair’ | ‘Just Once More (Second Hand Opinion)’ | ‘In Holland’ | ‘Wasps & Cars’ | ‘Dutch Coffee’ | ‘So This Is Life (I Didn’t Know)’ | ‘When Birds Fly South’ | ‘Something Truly Magic’ | ‘I Think You’ve Been Cheated Too’ | ‘Rest Your Head’ | ‘(This Is) Our Town’ | ‘The Band in the Attic’ | ‘Citizen K’s Dream’  

vrijdag 5 mei 2017

John Moreland | Big Bad Luv

In zijn jeugd speelde hij in talloze hardcorebands, maar in 2013 zag John Moreland het licht - net als de vele americana-liefhebbers die hem opmerkten: In The Throes was een prachtige plaat. De opvolger in 2014 was nog even een slagje beter. Op High On Tulsa Heat was een singer-songwriter aan het woord die het beste van Steve Earle en Guy Clark in zich verenigde. Het betekende voor de geboren Texaan, maar in Tulsa, Oklahoma woonachtige lijvige en zwaar bebaarde bard een bescheiden doorbraak. Moreland is nu moving into a bigger arena; heeft getekend bij het Britse 4AD, een adequate band in dienst genomen en laat nu in 2017 het ijzersterke Big Bad Luv verschijnen. Wat gelijk opvalt is dat Moreland beduidend vrolijker gestemd lijkt dan eerder en dat de instrumentatie nu rijker en voller is - en dat is een gouden combinatie. Drums zijn nadrukkelijker aanwezig en vaak up-tempo; akoestische gitaren jengelen en jubelen en er is royale versiering van piano, Hammond en twang-gitaar. Love Is Not An Answer is hiervan een o zo fraai voorbeeld, waar Moreland overigens doet denken aan Chris Stapletons Traveller (2015). Een andere vergelijking die opdoemt is dat Morelands stem gelijkt op die van Springsteen ten tijde van The River (Lies I Chose To Believe, No Glory in Regret). Denk overigens niet dat Moreland een vrolijke frans is geworden; hij zingt nog steeds over zijn persoonlijke angsten en duivels. Het indringendst in de afsluiter Latchkey Kid - hijzelf was inderdaad zo’n sleutelkind. Big Bad Luv is een ambitieus album, waarmee Moreland tot een grote groep van luisteraars kan doordringen. Dat moet lukken met zo’n ronduit schitterend america-album.

‘Sallisaw Blue’ | ‘Old Wounds’ | ‘Every Kind of Wrong’ | ‘Love Is Not An Answer’ | ‘Lies I Chose To Believe’ | ‘Amen, So Be It’ | ‘No Glory in Regret’ | ‘Ain’t We Gold’ | ‘Slow Down Easy’ | ‘It Don’t Suit Me (Like Before)’ | ‘Latchkey Kid’ 

Gepubliceerd in PlatoMania nr. 337.

donderdag 20 april 2017

Andrew Combs | Canyons of My Mind

Het zou mooi zijn als Andrew Combs met zijn nieuwe album Canyons of The Mind echt zou doorbreken. Hij schurkt er namelijk heel dicht tegen aan. In 2010 debuteerde de geboren Texaan maar naar Nashville, Tennessee verhuisde singer-songwriter met de schitterende ep Tennessee Time. Hij liet zich beluisteren als een mix tussen de klassieke Guy Clark en de meer eigentijdse Ryan Adams. Daarna volgden de werkelijk prachtige albums Worried Man (2012) en All These Dreams (2015); een bevestiging van Combs’ grootse talent. Canyons of My Mind gaat naar mijn mening nog een stapje verder, want voortreffelijke liedjes en getoonzet in een wat donkerder klankbeeld dan voorganger All These Dreams. Het maakt Andrew Combs een nog indrukwekkender singer-songwriter dan hij al was. Aldus meen ik dat Canyons of My Mind zijn beste album tot nu toe is, met enerzijds broeierige countryrocknummers als ‘Heart of Wonder’ en ‘Blood Hunters’ en anderzijds ontroerende ballads als ‘Hazel’ en ‘Silk Flowers’. Topnummer is echter het met scheurende gitaar een majestueuze strijkers naar een climax gevoerde ‘Bourgeois King’. Bijzonder fraai.

‘Heart of Wonder’ | ‘Sleepwalker’ | ‘Dirty Rain’ | ‘Hazel’ | ‘Rose Colored Blues’ | ‘Better Way’ | ‘Lauralee’ | ‘Blood Hunters’ | ‘Silk Flowers’ | ‘Bourgeois King’ | ‘What It Means To You’ 

Gepubliceerd in Platomania

donderdag 6 april 2017

Father John Misty | Pure Comedy

Josh Tillman heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een van de grote indie-rocksterren. In zijn hoedanigheid van Father John Misty maakte hij al schitterende platen; zijn derde, Pure Comedy, is misschien wel briljant. Al in 2003 debuteerde Tillman, toen hij zich, geboren in Rockville, Maryland, eenmaal in Seatlle gevestigd had. Zijn platen werden steeds beter, met als voorlopig hoogtepunt Vacilando Territory Blues in 2009, maar toen was Tillman al als drummer ingelijfd bij Fleet Foxes. Gepokt en gemazeld door het wereldsucces van Fleet Foxes ontpopte Tillman zich vervolgens als een enigmatische, ja priester-achtige verschijning: Father John Misty. Tillman graaft diep in zijn ziel op Pure Comedy, een puur persoonlijke album. Hij zingt over zijn innerlijk leven in de moderne metropool Los Angeles en ziet alles langzaam afbrokkelen. Opener en titelsong 'Pure Comedy' heeft in die zin net zo’n dwingende intensiteit als Rufus Wainwrights 'Going To A Town' (2007) en voort gaat Tillman, zingend vanuit zijn hart en spaarzaam begeleid door piano, gitaar, bas en gestopte drums, maar uitbundig door zwaarmoedige en onheilszwangere strijkers. Het levert, in een co-productie met Jonathan Wilson, een schitterend geluidsbeeld op, modern maar ook verwijzend naar klassieke jaren zeventigplaten van Jackson Browne, Elton John en The Beach Boys. Tillman rijgt het ene hoogtepunt aan het andere, het zou dwaas zijn er een uit te tillen - of het moet het dertien minuten klokkende 'Leaving LA' zijn. De dertien soul-searching songs tezamen - op vinyl een dubbelaar - zijn een zinderende luisterervaring. Pure Comedy kan niet anders dan een van de beste platen van 2017 zijn.

Pure Comedy | Total Entertainment Forever | Things That Would Have Been Helpful To Know Before | Ballad Of The Dying Man | Birdie | Leaving LA | A Bigger Paper Bag | When The God Of Love Returns There’ll Be Hell To Pay | Smoochie | Two Wildly Different Perspectives | The Memo | So I’m Growing Old On Magic Mountain | In Twenty Years Or So

Bella Union, 2017

Gepubliceerd in Platomania