Posts tonen met het label Texas. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Texas. Alle posts tonen

zondag 10 december 2017

Nitzinger | Nitzinger

Toch wel uit het redelijke niets komt John Nitzinger in 1972 met een waanzinnige hardrockplaat, die zo niet alle, dan wel vele gebieden bestrijkt: heavy rock, southern rock en ook countryrock. En vergeet de rockballad niet. John Nitzinger, uit Forth Worth, Texas, heeft alles in huis. Hij is een wat maf persoon, die niet zomaar aansluiting vindt in de mainstream muziekindustrie - maar hij schrijft wel verdomd goeie liedjes en is bovendien een fantastische gitarist. De goden zij gedankt dat Capitol Records de brille van de bijzondere Nitzinger inziet en hem een lp laat opnemen met zijn band: Linda Waring op drums en Curly Benton op bas. De rest doet John Nitzinger zelf. En dat is niet niks want Nitzinger is een monster van een hardrock-album. Met beukende songs als ‘Ticklelick’ en ‘Witness to the Truth’; en midtempo rocksongs, in de sfeer van ZZ Top, als ‘Boogie Queen’ en het Lynyrd Skynyrd-achtige ‘The Nature of Your Taste’ en ook het prachtige door Nitzingers gitaar aangejaagde ‘My Last Goodbye’. Dan is er natuurlijk ook nog Nitzingers lijflied, het opzwepende ’Louisiana Cock Fight’. Maar er is op dit album niet alleen moordende hardrock; John Nitzinger zoekt, hoe wonderlijk ook, de nuance op in het fascinerende ‘Enigma’ en in de betoverende pianoballad ‘No Sun’. Dat is ook wat Nitzinger zo’n geweldig rockalbum maakt: de afwisseling tussen Nitzingers geile gitaarspel in de rocksongs en de akoestische ruimtelijkheid in de schitterende midtempo songs. Het album is ook nog eens prachtig uitgevoerd in een leerprint met een zilveren opdruk en op de binnenhoes de teksten in zilveren inkt geprint. Al met al is Nitzinger een soort enigma en is Nitzinger een enigmatisch hardockalbum; uniek in zijn soort.

‘L.A. Texas Boy’ | ‘Ticklelick’ | ‘No Sun’ | ‘Louisiana Cock Fight’ | ‘Boogie Queen’ | ‘Witness to the Truth’ ‘The Nature of Your Taste’ | ‘My Last Goodbye’ | ‘Enigma’ | ‘Hero of the War’

woensdag 29 juni 2016

ZZ Top | Tres Hombres

Helemaal achteraan in de platenkast, daar vind je ZZ Top. Een trio baarden uit Texas: een gitarist en een bassist met flinke kinbegroeiing en een drummer zonder – maar die heet Frank Beard. Droge bluesrock van het beste soort, al liggen de roots van het trio in de Texaanse psychedelica. Zanger-gitarist Billy Gibbons zit in 1969 met zijn band Moving Sidewalks zonder ritmesectie, rekruteert van American Blues, eveneens uit Houston, bassist Dusty Hill en drummer Beard en hernoemt zijn band ZZ Top – de geboorte van hét archetypische powertrio. 
De eerste twee lp's, First Album (1971) en Rio Grande Mud (1972), neemt de band thuis in Texas op, maar het derde album wordt vastgelegd in de fameuze Ardent Studios in Memphis, Tennessee. Dit zorgt er mede voor dat de bluesrockers op Tres Hombres een gevarieerdere, ruimtelijkere sound adopteren waarin naast dirty powerriffs plaats is voor southern rock en zelfs countrysoul, zoals in het sfeervolle 'Hot, Blue And Righteous'. Tres Hombres trapt af met een van de live-favorieten: 'Waitin' For The Bus/Jesus Just Left Chicago', twee rockende tracks die door een fout in de eindmix voor eeuwig aan elkaar vastgeklonken zitten. 'Master Of Sparks', 'Precious And Grace' en 'Shiek' zijn prachtig universele heavy rocksongs met puntige en snijdende gitaarsolo's van Gibbons. Maar het is natuurlijk 'La Grange' dat Tres Hombres in 1973 zijn grote doorbraak bezorgt, een simpele John Lee Hooker-bluessong die een hoerenkeet tussen Houston en San Antonio tot onderwerp heeft en die kurkdroog, swingend en schitterend uitgevoerd wordt. Tres Hombres bereikt al snel de gouden status en stimuleert het trio tot eindeloos toeren. Met een podium in de vorm van Texas op sleeptouw en gehuld in heerlijk kitscherige Nudie-suits, is ZZ Top een band bestaande uit drie droog-humoristische topmuzikanten die voor top-entertainment zorgen. 
Al is Tres Hombres uit 1973 zonder meer ZZ Tops beste album, wereldwijd succes valt het trio ten deel in 1983 als de release van Eliminator samenvalt met de opkomst van MTV. 'Gimme All Your Lovin' is geweldig, maar haalt het niet bij 'La Grange'.

Waitin' For The Bus/Jesus Just Left Chicago / Beer Drinkers & Hell Raisers / Masters Of Sparks / Hot, Blue And Righteous / Move Me On Down The Line / Precious And Grace / La Grange / Shiek / Have You Heard?   

zondag 17 november 2013

White Denim | Corsicana Lemonade



D was in 2011 een lichte doorbraak voor White Denim. De hoekige, knoestige indierock van het kwartet uit Austin, Texas verwees zowel naar Talking Heads als naar Blitzen Trapper en Wilco. Opvolger Corsicana Lemonade borduurt daar op voort, maar de sound – transparanter, logger – van deze vijfde White Denim-langspeler is een ferme stap vooruit, waarmee alles op zijn plaats lijkt te vallen. Voor het eerst is James Petralli's zang soulvol; blinken de elektrische gitaren uit in helderheid; en zijn ook de songs van een hoog kaliber. De medewerking van Wilco's Jeff Tweedy (mix en productie) is hier ongetwijfeld debet aan, zodat Corsicana Lemonade met sterke songs als het titelnummer, 'Distant Relative Salute' en 'Pretty Green' White Denims beste en meest swingende plaat tot zover is.

At Night In Dreams / Corsicana lemonade / Limited By Stature / New Blue Feeling / Come Back / Distant Relative Salute / Let It Feel Good (My Eagles) / Pretty Green / Cheer Up/Blues Ending / A Place To Start


zondag 4 augustus 2013

The Setters | The Setters

Hoewel The Setters nooit aan die kwalificatie kunnen of hebben willen voldoen, springt de term americana-supergroep toch in gedachten. Ga maar na, de drie songschrijvers hebben hun sporen verdiend in Texaanse bands als The Silos, True Believers en The Wild Seeds. The Setters bleef echter een eenmalig project – dat overigens wel een mooie en sfeervolle plaat opleverde. Gek genoeg blijken de Texaanse muzikanten Walter Salas-Humara, Alejandro Escovedo en Michal Hall jeugdvrienden uit Arkansas te zijn. Ze ontmoetten elkaar in 1992 in Austin, Texas en besloten gezamenlijk een plaat te maken. Het trio had flink wat recent materiaal op de plank en toog naar de Loma Ranch in Fredericksburg, Texas. Ze namen nog wat vrienden uit Austin mee zoals bassist Scott Barber en gitarist Gurf Morlix. Morlix nam ook de producersrol op zich, maar veel meer dan een tapemachine was er niet op de ranch. Geen drumstel in ieder geval, want Salas-Humara gebruikt kartonnen dozen, drumkisten en metalen ophangbeugels. No drums vermeldt de hoestekst. Dat de plaat met drie zangers en drie componisten gevarieerd is, ligt voor de hand, maar The Setters is ook nog eens homogeen en qua idioom uitstekend afgestemd op een typische americana-sfeer van verlangen en melancholie. De composities zijn gelijkelijk verdeeld over de drie; ieder draagt vier songs bij – alle gecomponeerd in 1992; net zoals de liedjes keurig opgedeeld zijn in midtempo rootsrocksongs, zoals Halls ‘Don’t Love Me Wisely’ en ‘Escovedo’s ‘She’s Got’; stemmige moodrock op Salas-Humara’s ‘Shaking All Over The Place’, Escovedo’s ‘It’s Hard’ en Halls ‘Let’s Take Some Drugs And Drive Around’ en desolate ballads. De laatste blinken uit in zeggingskracht en het met muzikale penseelvegen neerzeten van een beeldende americanasfeer. ‘Susan Across The Ocean’ is een weemoedige herinnering aan de liefde die was, evenals ‘Tell Me Why’, terwijl Halls universele zielenpijn treffend wordt verbeeld in de hoogtepunten van de cd: ‘A Better Place’ en het machtige ‘River Of Love’. Een cover van The Stooges’ ‘I Wanna Be Your Dog’ – met in het ‘hondenkoor’ een nog jonge Damon Bramblett – completeert dan de setlist van dertien songs. The Setters heeft nagenoeg niets bijgedragen aan de populariteit van de makers ervan. Dat de cd werd uitgebracht op een onbekend Duits label zegt wat dat betreft genoeg. The Setters is slecht een voetnoot in de biografieën van de heren Hall, Escovedo en Salas-Humara.

Shaking All Over The Place / It’s Hard / Don’t Love Me Wisely / Susan Across The Ocean / Let’s Take Some Drugs And Drive Around / She’s Got / Nothing’s Gonna Last / Helpless / River Of Love / Tell My Why / Hook In My Lip / I Wanna Be Your Dog / A Better Place

dinsdag 4 juni 2013

Willis Alan Ramsey | Willis Alan Ramsey

Goedlachs, laconiek en met een verfrissend gebrek aan ambitie; Willis Alan Ramsey heeft dat hele gedoe van een artiestenbestaan gedwee over zich heen laten komen. De Texaanse singer-songwriter produceerde dan ook maar een album – maar wat voor een. Aan het begin van de jaren zeventig komt een nieuw slag van singer-songwriters naar de muzikale centra van Texas: marihuana rokende, whisky drinkende hippies. Zo ook de 19-jarige Willis Alan Ramsey, die de oversteek maakt van Dallas naar Austin en daar rondhangt met Gregg Allman en met Leon Russell. Beiden nodigen hem uit in respectievelijk Macon, Georgia en Los Angeles, Californië demo's op te nemen. Leon Russell contracteert Ramsey dan voor zijn net gestarte Shelter-label en sleept hem achtereenvolgens naar studio's in Memphis, Tennessee; Hollywood, Californië; Tyler, Texas; en dan weer terug naar Tennessee, naar Nashville. En dan staat in maart '72 Ramseys debuut – opgenomen met top-sessiemuzikanten verspreid over het hele land – tot zijn eigen verwondering op de band.
Willis Alan Ramsey is een fantastische singer-songwritersplaat die – à la de Texaanse kosmische cowboys – leunt op countryrock, folk en een snufje stonede psychedelica. Ramseys schrijvershand is klassiek; van de geniale outlaw-ballad 'Ballad Of Spider John' tot 'Boy From Oklahoma', een ode aan Woody Guthrie. Klassiek, zwoel-jazzy en voorzien van C,S&N-achtige samenzang, is ook 'Muskrat Candleight' – terecht vele malen gecoverd. 'Goodbye Old Missoula' is een geweldige tearjerker en 'Painted Lady' schitterende Westcoast countryrock; beide hebben veel weg van Michael Nesmiths stijl – niet in de laatste plaats vanwege de jankende pedal steel van Red Rhodes.
Willis Alan Ramsey doet anno 1972 niet veel en eerlijk gezegd maakt het de maker niet zo veel uit; Ramsey is geamuseerd vanwege het succes achteraf. Velen coverden de liedjes van deze ronduit magistrale plaat: Jerry Jeff Walker, Waylon Jennings, Jimmy Dale Gilmore, America en ook The Captain & Tenille. Het illustreert de superieure kwaliteit van dit klassieke Texaanse singer-songwritersalbum dat nooit een vervolg gekregen heeft. Want desgevraagd antwoordt Willis Alan Ramsey: 'wat is er verkeerd aan de eerste?'

Ballad Of Spider John / Muskrat Candlelight / Geraldine And The Honeybee / Wishbone / Satin Sheets / Goodbye Old Missoula / Painted Lady / Watermelon Man / Boy From Oklahoma / Angels Eyes / Northeast Texas Women


maandag 4 februari 2013

The Sir Douglas Quintet | Mendocino


Doug Sahm, geboren in San Antonio, Texas, is als jongetje van acht al een veelgevraagd pedal steelspeler; Little Doug treedt zelfs in 1952 op met Hank Williams. Onder invloed van de nabije Mexicaanse grens voelt Sahm zich aangetrokken tot de chicano-muziek, maar evenzogoed is hij thuis in rhythm & blues, country en western swing. In 1965, als hij met Augie Meyers (orgel), Frank Marin (saxofoon), John Perez (drums) en Jack Barber (bas) een band opricht, komt daar zelfs de invloed van de British Invasion bij. Na onophoudelijk zeuren van Sahm aan het adres van producer Huey P. Meaux – The Crazy Cajun – neemt deze met het kwintet een Brits getinte single op, ‘She’s About A Mover’ en doopt om een Engelse afkomst te suggereren de band The Sir Douglas Quintet. Het succes voert Sahm en de zijnen door zowel de VS als door Europa. In Texas botst de vrijzinnige, dope-rokende Sahm met de bekrompen rednecks en verbant zichzelf en zijn band, met nu Harvey Regan op bas, naar San Francisco, het centrum van de hippie-cultuur. In 1969 schrijft Doug Sahm in zijn dagboek: ”A big year for us. ‘Mendocino’ really took off in Europe, no. 1 in Germany, Switzerland, Holland.” De goedlachse, relaxte Sahm heeft het mis: ‘Mendocino’ heeft in het voorjaar van 1969 met de vijfde plaats zijn hoogste notering in de Nederlandse Top 40. ‘Mendocino’, loflied op een Californisch kustplaatsje, staat op de gelijknamige en derde lp van The Sir Douglas Quintet. Het zeurende Vox Jaguar-orgel van Meyers neemt een prominente plaats in in de sound van The Quintet, maar de Britse pop-invloeden en de Westcoast-psychedelica drukken evenzeer een stempel op het bandgeluid. ‘I Don’t Want’ is een zwierig psych-poplied met rollend orgel en reverb-gitaar; ‘At The Crossroads’ een schitterende ballad en een hoogtepunt op de plaat. Mendocino is verder een smetlkroes van soul, rhythm & blues, country en Tex-Mex, overdekt met een luchtig hippie-sausje. Met de tongue-in-cheek zingt Sahm over het vrije leven en de bijbehorende marihuana in het liberale San Francisco, maar toch klinkt de heimwee naar Texas door in de soulstomper ‘Lawd, I’m Just A Country Boy In This Great Big Freaky City’ en de countrysong ‘Texas Me’. Ook heeft het drie jaar oude ‘She’s About A Mover’ een plaats gekregen op Mendocino, waardoor het album moet worden gezien als de meest karakteristieke, zoniet de beste Sir Douglas Quintet-plaat. Twee jaar later al heft Doug Sahm The Sir Douglas Quintet op en keert de ex-banneling terug naar zijn zo geliefde Texas.

Mendocino / I Don’t Want / I Wanna Be Your Mama Again / At The Crossroads / If You Really Want Me To I’ll Go / And It Didn’t Even Bring Me Down / Lawd, I’m Just A Country Boy In This Great Big Freaky City / She’s About A Mover / Texas Me / Oh, Baby, It Just Don’t Matter

maandag 26 november 2012

Guy Clark | Old No. 1


Het is algemeen bekend dat Guy Clark in 1963 in Houston, Texas Townes Van Zandt ontmoette en met hem bevriend raakte. Ook is bekend dat de botenbouwer en songschrijver Clark en bohemien Van Zandt beïnvloed werden door blueslegenden Mance Lipscomb en Lightnin’ Hopkins. Minder bekend is dat Guy Clark rond 1968 deel uitmaakte van Mayo Thompsons experimentele en radicale band The Red Crayola. Van de dwarsheid van Thompson zal hij ongetwijfeld wat meegekregen hebben, want Clark is geen doorsnee singer-songwriter. Guy Clark is de ware cosmic cowboy die de traditionele country verre ontstijgt en een idioom voor zichzelf heeft gecreëerd. Clark is chroniqueur van het harde leven van de gewone man in West Texas, waarin vrouwen, verlaten wegen, treinen en olie een bepalende rol spelen. Guy Clark zal zich echter eerst in Californië moeten vestigen voordat zijn Texaanse verhalen op vinyl worden vastgelegd. Hij betrekt een appartement in Long Beach met zijn toekomstige (tweede) vrouw Susanna en werkt daar als een ambachtsman aan zijn songs, noteert alle invallen op servetten en verpakkingspapier. Jerry Jeff Walker neemt dan Clarks ‘L.A. Freeway’ op, met als gevolg dat Clark een deal krijgt bij RCA. In 1971 verhuist het stel naar Nashville.
Hoewel Clark tientallen songs schrijft, zal het tot 1975 duren voordat zijn debuut, Old No. 1, verschijnt. Maar dat is niet voor niets, want Old No. 1, met op de hoes een schilderij van Susanna Clark, heeft voor een debuut een ongekende muzikale en poëtische rijpheid. De Texaanse bluesinvloed is terug te horen in Clarks zang en gitaarspel, maar in de meer uptemponummers als ‘Rita Ballou’ en ‘Texas – 1947’ klinkt Clark versterkt door de harmony-zang van Emmylou Harris als de ware troonopvolger van Gram Parsons. In de intieme en zwalkende ballads maakt Clark, zowel de tekstschrijver als de verfijnde gitarist, echter de meest indruk. ‘Like A Coat From The Cold’ heeft de middernachtelijke sfeer van Tom Waits’ Closing Time, ‘Instant Coffee Blues’ is een duister dronkenmanslied en ‘She Ain’t Goin’ Nowhere’, met fraai pedal steelspel, bezit een prachtig refrein dat de meesterlijke zinsnede bevat She ain’t going nowhere / She’s just leaving. ‘L.A. Freeway’ – de vluchtweg uit Los Angeles – is een klassieke countrysong, evenals het door velen gecoverde ‘Desperadoes Waiting For A Train’ – op zichzelf al een Texaanse icoon. Dit alles samengevoegd – en het verbazingwekkende feit dat het een debuutplaat betreft – maakt Old No. 1 tot een waar countryrock meesterwerk. Guy Clark heeft zich hiermee in een klap gevestigd als briljant singer-songwriter.

Rita Ballou / L.A. Freeway / She Ain’t Goin’ Nowhere / A Nickel For The Fiddler / That Old Time Feeling / Texas – 1947 / Desperadoes Waiting For The Train / Like A Coat From The Cold / Instant Coffee Blues / Let Him Roll