zondag 18 mei 2014

Alamo | Alamo

De bandnaam en de albumhoes wekken zonder meer de suggestie dat Alamo een Texaanse band is. Dat is echter niet het geval; Alamo is afkomstig uit Memphis, Tennessee en heeft een nauwe band met Big Star. Gitarist Larry Raspberry heeft halverwege de jaren zestig hitjes met het rock-'n-rollbandje The Gentrys, maar zoekt, geheel in overeenstemming met de tijdgeest, een nieuwe uitdaging in de heavy rock. Hij vindt een bassist in Larry Davis, een organist in de talentvolle Ken Woodley en een drummer in Richard Rosebrough. Rosebrough is tevens technicus in de Ardent-studio's en raakt daar bevriend met de muzikanten die eerst nog Icewater heten, maar na de toetreding van Alex Chilton begin '72 Big Star. Alamo heeft zich dan al van een platencontract verzekerd bij Atlantic en neemt met huisproducer John Fry en Rosebrough als technicus in Ardent hun debuutalbum op, gemakzuchtig getiteld Alamo. De muziek op deze plaat is echter puur avontuurlijk, want zowel de drums als de rollende hammond en de scheurende gitaarsolo's zijn hard opgenomen, terwijl de sound van Alamo helder en organisch blijft. In zo'n omgeving gedijen de songs voortreffelijk: 'Got To Find Another Way' rockt en swingt à la Grand Funk Railroad; 'Questions Raised' idem dito; en 'Happiness Is Free' is pastoraal en heavy tegelijk op een Spooky Tooth-achtige manier. Het soulvolle en sfeervolle 'Soft And Gentle' is het hoogtepunt van een fantastisch rockalbum dat de Britse hardrock van Deep Purple en Uriah Heep – vooral vanwege de geweldige orgelsound – verbindt met de atmosferische powerpop van Big Star. Historisch gezien is Alamo dan ook een zeer interessante plaat, maar in 1971 gaat het album glorieus ten onder met als gevolg dat de band zichzelf al snel opheft. Op het snijvlak van bluesy hardrock en gloedvolle powerpop is Alamo niettemin een ronduit prachtig album.

Got To Find Another Way / Soft And Gentle / The World We Seek / Question Raised / Bensome Changes / All New People / Get The Feelin' / Happiness Is Free



woensdag 14 mei 2014

Mercury Rev | Deserter’s Songs

Deserter’s Songs laat Mercury Rev’s transformatie zien van noiseniks naar psychedelische natuurliefhebbers. De eerste twee platen van de muzikale pioniers uit Buffalo, New York mengen prachtige momenten met chaotische noise. Na het vertrek van de onberekenbare en vaak onverstaanbare zanger David Baker maakt Mercury Rev in 1995 het meer gestructureerde See You On The Other Side, met als producer Dave Fridmann die daarvoor bassist van de band was. Songschrijvers van de band zijn zanger Jonathan Donahue en gitarist Sean Mackowiak, oftewel Grasshopper, en naast losvast bandlid Fridmann maken Adam Snyder (toetsen) en Jimy Chambers (drums, klavecimbel) deel uit van de band. Na de duistere drugsjaren volgen er drie jaren van bezinning, overpeinzing en loutering, waarvoor Mercury Rev zich terugtrekt in de heuvels van de Catskill Mountains. Grasshopper gaat zelfs in retraite in een klooster. Omgeven door de natuur, bloemen en insecten, werkt het vijftal in Fridmanns Tarbox Studio aan een set nieuwe songs. Met gebruikmaking van houtblazers, violen en flugelhorn is het nieuwe muzikale decor van Mercury Rev dat van pastorale symfonica, met een uitgesproken americana-sfeer. Mercury Rev gaat terug naar de basis van de ware Amerikaanse roots met intermezzo’s die als authentieke field-recordings klinken, krakende piano’s en klaterende klavecimbels. Met het verschijnen van Deserter’s Songs stapt Mercury Rev in het volle licht van het leven; zich ten volle bewust van de rol van de mens in de natuur. De majesteitelijke muziek klinkt als een eigentijdse Pet Sounds, terwijl Donahue’s nasale zang een Neil Young-element toevoegt. Een andere belangrijke inspiratiebron is The Band, van wie Garth Hudson en Levon Helm letterlijk buren zijn van Mercury Rev. Zij spelen dan ook mee op Mercury Revs meest rootsy cd: Hudson op ‘Hudson Line’ en Helm op het magisch-orkestrale ‘Opus 40’. Moogs, mellotrons, hartverwarmende harpen en zingende zagen rollen af en aan in de dromerige psychedelica van ‘Holes’, ‘Tonite It Shows’ en ‘Endlessly’. Ze worden echter overtroffen door de schitterende bombast van ‘Goddess On A Highway’ en het bonkende hart van Deserter’s Songs: ‘The Funny Bird’. Het joyeuze ‘Delta Sun Bottleneck Stomp’ sluit Deserter’s Songs op gepaste wijze af: Slidin’ away in a washed out delta sun; de zon tegemoet, het leven tegemoet. Deserter’s Songs – elf tijdloze songs; elf sublieme rocksongs – is het doorbraakalbum van Mercury Rev en is een magistrale triomf.

Holes / Tonite It Shows / Endlessly / I Collect Coins / Opus 40 / Hudson Line / The Happy End (The Drunk Room) / Goddess On A Hiway / The Funny Bird / Pick Up If You’re There / Delta Sun Bottleneck Stomp

maandag 12 mei 2014

Mallard | In A Different Climate

‘A bunch of quacks’, zo typeert Captain Beefheart de renegaten die in 1974 zijn Magic Band de rug toekeren. Zoot Horn Rollo, Rockette Morton en Ed Marimba nemen hen door de Captain gegeven identiteiten terug, adopteren hun eigen naam en richten een band op: Mallard. Mallard bestaat aanvankelijk uit Bill Harkleroad (gitaar, ex-Zoot Horn Rollo), Mark Boston (bas, ex-Rockette Morton), Art Tripp III (drums, ex-Ed Marimba) en zanger John ‘Drumbo’ French. Maar als French door de kapitein teruggeroepen wordt naar The Magic Band, moet Mallard op zoek naar een nieuwe zanger. Op voorspraak van Winged Eel Fingerling – Elliot Ingber, ex-Magic Band en voorman van The Fraternity Of Men – pikt Mallard in het Las Vegas-circuit de veel oudere Sam Galpin op, een zanger-entertainer die over een rauw Joe Cocker-achtig stemgeluid beschikt. 
Mallard – gefinancierd door Jethro Tull-voorman Ian Anderson – reist af naar Engeland om daar voor Richard Bransons Virgin-label hun eerste album op te nemen. Het debuut Mallard (1975) is een soort springerige countryrock; een Beefheartesk avontuur op de prairie. Maar op de opvolger van een jaar later, In A Different Climate, klinkt er een andere Mallard. De plaats van Art Tripp is ingenomen door George Dragotta en toegevoegd is toetsenist John Thomas. De laatste is met zijn jazzrock-invalshoek een bepalende factor in het gewijzigde Mallard-geluid, evenals de wat gepolijste productie van Robert John ‘Mutt’ Lange, tot dat moment alleen bekend als producer van City Boy. Met de Manor Mobile – een 24-track mobiele studio – nemen Lange en Mallard in het Clearwater Castle in Wales de acht songs van In A Different Climate op. Heeft opener ‘Green Coyote’ nog een losse, Little Feat-achtige groove, de volgende nummers verkennen het terrein van de soulvolle jazzrock. Mede door de uitstekende zang van Galpin worden de albumhoogtepunten gevormd door soepele songs als ‘Your Face On Someone Else’, ‘Harvest’ – met Clovers John McFee op pedal steel – en ‘Mama Squeeze’, met geweldig spel van Thomas op Clavinet en mini-moog. Deze trits is fraai in lijn met de overige tracks: ‘Old Man Gray’, een countryblues waarin Bostons dobro central staat; de funky honkytonk van ‘Texas Weather’; het stuwende, jazzy ‘Big Foot’; en ‘Heartstrings’, een lange instrumental met een ondertoon van jazzrock, een lichte witte funk-toets en fantastisch gitaarspel van Harkleroad. Maar het haalt allemaal niet veel uit: de lp wordt nogal lauw ontvangen, al leidt het in 1977 nog wel tot een optreden in het fameuze Rockpalast. Daarbij: de punkgeneratie staat in de coulissen te wachten, waardoor er in Engeland geen plaats meer lijkt te zijn voor een clubje uit Amerika geëxpatrieerde muzikanten van de oude school. 
Al zou A Bunch Of Quacks wel een goede naam zijn geweest voor een punkband.

Green Coyote / Your Face On Someone Else / Harvest / Mama Squeeze / Heartstrings / Old Man Grey / Texas Weather / Big Foot


vrijdag 9 mei 2014

Traffic Sound | Traffic Sound

Ondanks de militaire dictatuur in Peru kent Lima eind jaren zestig een levendige jongerencultuur. Een van de groepen die muzikale vrijheid en experimenteerdrift uitdraagt is Traffic Sound. Het eerste album uit 1969 kent nogal wat covers, maar de tweede plaat van een jaar later bestaat geheel uit eigen materiaal. Datzelfde jaar nog, 1970, verschijnt het beste album van de band, het zelfgetitelde Traffic Sound, ook wel eens abusievelijk Tibet's Suzettes genoemd. 'Tibet's Suzettes' is echter het openingsnummer dat avontuurlijk de toon zet van de zes bandcomposities. Avontuurlijk, want psychedelisch en progressive tegelijk en voorzien van een lichte latin-groove, is het een ijzersterke plaat met fuzzgitaren, dwarsfluit, saxofoon en bovenal prachtige melodieën. 'Those Days Have Gone', met zijn vloeiende gitaarlijnen en dwarrelende dwarsfluit, de garagepopsong 'Yesterday's Game' en het psychedelische 'America' vervolmaken een schitterend album dat niet hoeft onder te doen voor de betere Westcoast-muziek, de beste Traffic-plaat of Etcetera van het bevriende Laghonia. Na nog een album zal Traffic Sound versmelten met Laghonia en voor een aantal jaren door het leven gaan als We All Together, dat overigens ook nog eens twee prachtige beatleske platen het licht doet zien. Traffic Sound is echter op zichzelf beschouwd een van de allerbeste albums van de Peruviaanse psychedelische rock.

Tibet's Suzettes / Those days Have Gone / Yesterday's Game / America / What You Need & What You Want / Chicama Way

woensdag 7 mei 2014

Big Country | The Crossing

De Schotse punkband The Skids is in feite een zieltogende bende als gitarist Stuart Adamson ze verlaten heeft. Joy, zonder Adamson, is in 1981 dan ook het treurige testament van The Skids. Adamson heeft zich dan al teruggetrokken in thuishaven Dunfermline een havenstad aan de voet van de Schotse Hooglanden en bezint zich op een nieuwe muzikaal avontuur. Partner in dit nieuwe avontuur is plaatsgenoot Bruce Watson, een gitarist die Adamson nog kent uit de punktijd. In een Londense studio maakt het duo contact met de ritmesectie van On The Air, ooit een voorprogramma van The Skids. Het klikt met Tony Butler (bas) en Mark Brzezicki (drums) en dus heeft Adamson een nieuwe groep: Big Country. Een nieuwe groep met een unieke sound; voortbouwend op de majesteitelijke postpunk van Echo & The Bunnymen, Simple Minds en U2, maar wat het verschil maakt is de fluitende, doedelzak-achtige gitaarsound van de Adamson/Butler-tandem.
'Harvest Home' is de debuutsingle en is een duidelijke verwijzing naar de Keltische roots van Adamson. Fierheid en trots over afkomst en historie van het onverzettelijke Schotland doordesemt de heartlandrock van Big Country, visueel benadrukt door de Schotse ruit-bloezen van het viertal. Big Country is in 1983 na de release van de single 'Fields Of Fire' hot – en nog hotter als op 15 juli 1983 The Crossing verschijnt. De beide singles zijn op het door Steve Lillywhite geproduceerde album terug te vinden, evenals opener, derde single en beginselverklaring 'In A Big Country': In a big country dreams stay with you. Harmonieuze melodieën, gierende doedelzak-gitaren en hoop, geloof en liefde maken van The Crossing, in een perfecte Lillywhite-productie, een spiritueel, klassiek rockalbum. Hoogtepunten zijn de afsluiters van beide plaatkanten, het magische 'The Storm' en het epische, wonderschone 'Porrohman' Belangrijk is ook de kracht van de sleutel-single van het majestueuze album, het onvergankelijke 'Change'. Big Country is klaar voor grote dingen. Dat blijkt al in 1984 als de band, onderdeel van een sterke line-up met John Hiatt, Marillion en The Pretenders, optreedt op Pinkpop. Big Country wordt een grote band en breekt ook door in het beloofde land Amerika.
De tol die Stuart Adamson uiteindelijk betaalt is groot; een combinatie van drugs, stress en depressiviteit leiden op 16 december 2001 tot een eenzame zelfmoord, in een hotelkamer op Hawaii. Oh Lord I never felt so low ('Chance').

In A Big Country / Inwards / Chance / 1000 Stars / The Storm / Harvest Home / Lost Patrol / Close Action / Fields Of Fire / Porrohman


zondag 4 mei 2014

Country Funk | Country Funk

Aanvankelijk kan Country Funk zijn draai niet vinden; de bandleden reizen heen en weer tussen de thuisbasis van de Amerikaanse Oostkust en het beloofde land van de Westkust. Ook is de bezetting weinig stabiel, al zijn de vaste waarden het componistenduo Harold Paris (zang, piano, gitaar) en Adam Taylor (zang, leadgitaar), en dekt de naam maar een deel van de lading, want onvervalste countryrock. Dat blijkt wel uit het enige album dat Country Funk – aangevuld met bas, drums en pedal steel – eind 1969 opneemt in Hollywood, Californië. Het zelfgetitelde Country Funk is een over de hele linie uitstekend album dat landelijke countryrock mengt met Westcoast-harmonieën. Superieur zijn de meerstemmige zang en de vloeiende gitaarsolo's van waarachtig sterke songs als 'Apart Of Me', 'Really My Friend' en 'Want'. Country Funks album lijkt daardoor de missing link tussen Buffalo Springfield en The Eagles. Dat mag zo zijn, succes brengt het de band niet. Het blijft bij dat ene, bijzonder fraaie album.

Apart Of Me / Phoebe (Mourning Pink) / Really My Friend / Not This Time / For Me / Poor Boy / A Way To Settle Down / When I'm Without You / Comin' In / If I Find A Way (Song Of Love) / Another Miss / Want

dinsdag 29 april 2014

The Delines | Colfax



Het leek er een beetje op dat we weinig meer zouden vernemen van Willy Vlautin en zijn Richmond Fontaine. The High Country uit 2011 alweer is de laatste Richmond Fontaine-plaat, terwijl Vlautin zich ondertussen richtte op een schrijverscarrière – en daar overigens in slaagde. Verheugend is het dat hij terug is aan het alt.country-front, niet met Richmond Fontaine, maar met The Delines. Het belangrijkste verschil tussen de twee is de zwoele, nachtclub-stem van Amy Boone, zangeres van The Damnations Tx. Gebleven is dezelfde desolaatheid, dezelfde treurigheid, dezelfde thematiek – die van casino's, bars en eenzame drinkers. Willy Vlautin is naast gitarist in The Delines ook schrijver van de tien schitterende, weemoedige country-eske liedjes op Colfax. De elfde song is een cover van Randy Newmans Sandman's Comin. Een broeierige sfeer van hopeloze treurigheid en onvervuld verlangen, bekrachtigd door een huilende pedal steel, doordesemt Colfax, dat in zijn genre – dat van de countrysoul – een topstuk is.

Calling In / Colfax Avenue / The Oil Rigs At Night / Wichita Ain't So Far Away / I Won't Slip Up / Sandman's Coming / State Line / Flight 31 / He Told Her The City Was Killing Him / I Got My Shadows / 82nd Street