Posts tonen met het label 1998. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1998. Alle posts tonen

zondag 25 mei 2014

Chris Von Sneidern | Wood And Wire

Als perfecte pop bestaat – ultieme rockmuziek waar alle elementen, alle details op de juiste én enige plaats gerangschikt zijn – kan dit losstaan van alle sentimenten, van enig historisch besef? Nee, vermoed ik, maar Chris Von Sneidern – een onbekende singer-songwriter uit San Francisco – komt met Wood And Wire dicht bij de angstige perfectie. Rockende elektrische en akoestische gitaren, Hammonds, elektrische piano’s, klavecimbels, bas, drums en meermalen gedubbelde vocalen, maar bovenal smetteloze composities, dát is een benadering van perfectie. Wood And Wire heeft het, Wood And Wire is er tot de rand mee gevuld. En vooral, Wood And Wire is het product van een man die bij het grote publiek een totale nobody is; een muzikant die los staat van historisch besef. Die dus beoordeeld kan worden op het pure product, beoordeeld kan worden op zijn godgegeven talent, op zijn sonische schepping.
Chris Von Sneidern is een ultieme doe-het-zelver. In de begin jaren negentig duikt Von Sneidern voor het eerst op in Flying Color, een extreem talentvolle popband uit San Francisco. Na één magistrale lp gaat Flying Color ten onder, Von Sneidern in zijn zog meenemend. De onafhankelijke en eigenwijze geest die hij is, leidt ertoe dat hij erin slaagt talloze cd’s uitgebracht te krijgen. Sight & Sound, Go! en White Lies leveren hem een reputatie op van singer-songwriter in het powerpop-idioom. Het trio platen bevat voldoende kwaliteit om Von Sneidern te vergelijken met de top in het genre zoals Jason Falkner en Matthew Sweet, maar laat ook zien dat hij qua diepgang tekort komt. Totdat Von Sneidern besluit zijn nieuwe plaat in New York op te nemen; weg van het bekende, gretig op zoek naar nieuwe verten. Op uitnodiging van jazz-producer Lou Holtzman reist Von Sneidern – met op de koptelefoon ononderbroken Dusty In Memphis – naar New York om op te nemen in de EastSide studio. In een week tijd, van 5 t/m 12 februari 1996, neemt Von Sneidern zes tracks live in de studio op met begeleiding van keyboardverzamelaar Dave Amels, drummer Dennis Diken (ex-Smithereens) en Nancy en Richard X. Heyman. Alleen Von Sneiderns vocalen krijgen een dubbele behandeling.
Maar zes nummers is geen album. Terug in San Francisco heeft Chris het plan de opnamen aldaar te vervolgen, maar er komt niets van de grond. Von Sneidern mist de feel van New York. Anderhalf jaar later wordt hem via Gene Holder, van de legendarische dB’s, de gelegenheid geboden het ‘New York album’ te voltooien. In de Jolly Rogers Studio wordt, met een gewijzigde ploeg, tussen 25 en 29 juli 1997, opnieuw een trits nauwelijks uitgewerkte composities live in de studio opgenomen. In sommige gevallen zijn de nummers pas tijdens de opnamen ontstaan, hetgeen ongetwijfeld heeft bijgedragen aan de frisheid en directheid ervan.
Wood And Wire is een gitaarplaat, de rauwheid en zwaarte van de elektrisch gitaren en de vloeiende en emotierijke gitaarsolo’s laten hierover geen twijfel bestaan. Maar Wood And Wire is ook een keyboardsplaat. De ruimte voor Dave Amels met zijn Hammonds, elektrische piano’s, mellotrons, klavecimbels en de Ondioline (een primitief orgel) draagt bij aan het organische karakter van Wood And Wire. De plaat, uitgebracht in 1998, is perfect in zijn uitgebalanceerdheid – de 13 composities doen geen van alle voor elkaar onder –, bezit de ultieme verhouding, ja de Gulden Snee, van gitaren en keyboards en heeft een hoge meezingfactor. Wood And Wire biedt talloze klassieke momenten, zoals de gitaarsolo in 'Lines', het refrein van 'Sun', de brug in 'As You Are', het subtiele intro van 'Don’t Worry Now', en zo valt over elk van de 13 goddelijke nummers wel iets bijzonders te melden. Daarbij is het een geschenk uit de hemel dat de oorspronkelijke digitale opnamen zoek zijn geraakt bij een vliegmaatschappij, zodat Chris Von Sneidern besloot alles analoog aan de band toe te vertrouwen. Het ontnam hem correctiemogelijkheden maar het leverde hem een knallende en loodzware sound op. Dit alles tezamen heeft Wood And Wire tot een meesterwerk gemaakt. Een meesterwerk dat niemand kent of erkent, maar dat het toch is. Het is rockmuziek in zijn angstige perfectie.

Starting Out / Lines / Sun / As You Are / Don’t Worry Now / Split It / Circles / Love / I Can See / Like Me That Way / Got A Way With Her / Feel / The End


woensdag 14 mei 2014

Mercury Rev | Deserter’s Songs

Deserter’s Songs laat Mercury Rev’s transformatie zien van noiseniks naar psychedelische natuurliefhebbers. De eerste twee platen van de muzikale pioniers uit Buffalo, New York mengen prachtige momenten met chaotische noise. Na het vertrek van de onberekenbare en vaak onverstaanbare zanger David Baker maakt Mercury Rev in 1995 het meer gestructureerde See You On The Other Side, met als producer Dave Fridmann die daarvoor bassist van de band was. Songschrijvers van de band zijn zanger Jonathan Donahue en gitarist Sean Mackowiak, oftewel Grasshopper, en naast losvast bandlid Fridmann maken Adam Snyder (toetsen) en Jimy Chambers (drums, klavecimbel) deel uit van de band. Na de duistere drugsjaren volgen er drie jaren van bezinning, overpeinzing en loutering, waarvoor Mercury Rev zich terugtrekt in de heuvels van de Catskill Mountains. Grasshopper gaat zelfs in retraite in een klooster. Omgeven door de natuur, bloemen en insecten, werkt het vijftal in Fridmanns Tarbox Studio aan een set nieuwe songs. Met gebruikmaking van houtblazers, violen en flugelhorn is het nieuwe muzikale decor van Mercury Rev dat van pastorale symfonica, met een uitgesproken americana-sfeer. Mercury Rev gaat terug naar de basis van de ware Amerikaanse roots met intermezzo’s die als authentieke field-recordings klinken, krakende piano’s en klaterende klavecimbels. Met het verschijnen van Deserter’s Songs stapt Mercury Rev in het volle licht van het leven; zich ten volle bewust van de rol van de mens in de natuur. De majesteitelijke muziek klinkt als een eigentijdse Pet Sounds, terwijl Donahue’s nasale zang een Neil Young-element toevoegt. Een andere belangrijke inspiratiebron is The Band, van wie Garth Hudson en Levon Helm letterlijk buren zijn van Mercury Rev. Zij spelen dan ook mee op Mercury Revs meest rootsy cd: Hudson op ‘Hudson Line’ en Helm op het magisch-orkestrale ‘Opus 40’. Moogs, mellotrons, hartverwarmende harpen en zingende zagen rollen af en aan in de dromerige psychedelica van ‘Holes’, ‘Tonite It Shows’ en ‘Endlessly’. Ze worden echter overtroffen door de schitterende bombast van ‘Goddess On A Highway’ en het bonkende hart van Deserter’s Songs: ‘The Funny Bird’. Het joyeuze ‘Delta Sun Bottleneck Stomp’ sluit Deserter’s Songs op gepaste wijze af: Slidin’ away in a washed out delta sun; de zon tegemoet, het leven tegemoet. Deserter’s Songs – elf tijdloze songs; elf sublieme rocksongs – is het doorbraakalbum van Mercury Rev en is een magistrale triomf.

Holes / Tonite It Shows / Endlessly / I Collect Coins / Opus 40 / Hudson Line / The Happy End (The Drunk Room) / Goddess On A Hiway / The Funny Bird / Pick Up If You’re There / Delta Sun Bottleneck Stomp

donderdag 10 oktober 2013

Chris Knight | Chris Knight

In de periferie van de klassieke singer-songwriters van rond de eeuwwisseling – Steve Earle, Buddy Miller – bevinden zich interessante gevallen die het nooit écht gemaakt hebben en inmiddels zijn ingehaald door een jongere generatie – Ryan Adams, Israel Nash Gripka. Neem nu Chris Knight uit het mijnstadje Slaughters, Kentucky, die eerst een universitaire agrarische studie afrondde voor hij zich tot het singer-songwriterdom bekeerde en in 1992 tijdelijk zijn trailer in Slaughters verruilde voor een verblijf in Nashville. Daar schatte men zijn talenten op de juiste wijze in, wat Knight uiteindelijk een contract bezorgde bij het machtige MCA Nashville-label. Na het perfectioneren van zijn liedjes thuis in Slaughters keert hij terug naar Nashville om daar zijn debuut op te nemen met onder meer Steve Earle-gitarist Richard Bennett, Joe Ely-gitarist Dave Grissom en moral support van Buddy Miller. Naast singer-songwriter is Chris Knight een echte plattelander getuige het tekstuele idioom dat het harde boerenleven, de ontberingen van truckchauffeurs en de kleine criminaliteit tot onderwerp heeft. Muzikaal is de basis op Chris Knights titelloze debuut steeds de combinatie van rinkelende akoestische gitaren en scherpe elektrische in een setting van hypermelodieuze liedjes. Werkelijk fantastisch zijn dan ook songs als 'It Ain't Easy Being Me', 'Bring The Harvest Home', 'Something Changed', 'House And 90 Acres', 'The Hammer Going Down' en 'The Band Is Playing Too Slow'. Tezamen met de andere sterke rootsy countrysongs is Chris Knight een geweldig alternatief Nashville-album, dat niettemin net als Chris Knight zelf een schaduwbestaan leidt. Knight gaat gestaag door met het maken van albums, maar zo goed als zijn debuut in 1998 zijn ze niet meer.

It Ain't Easy Being Me / Framed / Bring The Harvest Home / Something Changed / House And 90 Acres / Summer Of '75 / Run From Your Memory / Love And A / The Hammer Going Down / 'The Band Is Playing Too Slow



dinsdag 24 september 2013

Farmer Not So John | Receiver

Farmer Not So John – belachelijker kunnen de namen bijna niet worden – is een band, of eigenlijk in de kern een duo, uit Nashville, Tennessee, die zich modelleert naar de alt.country van Uncle Tupelo. In overeenstemming daarmee verschijnt in 1997 de zelfgetitelde en zelfgeproduceerde debuutplaat, maar een jaar later is opvolger Receiver van een geheel andere orde. Mack Linebaugh (zang, gitaar) en Richard McLaurin (zang, banjo, gitaar, lap steel) profiteren dan van de meest gunstige omstandigheden. Niet alleen zijn zij zelf verantwoordelijk voor voortreffelijke composities, maar ook qua productie en bezetting is Receiver een subliem alternatief countryrockalbum.
In de MonkeyFinger-studio in Nashville brengt producer Tucker Martine – inmiddels beroemd om zijn warme sound – een bonte verzameling muzikanten tezamen: Any Trouble's Clive Gregson (orgel), Matthew Ryan (zang, gitaar) en Daniel Tashian (Wurlitzer). Gevoegd bij studiomuzikanten op bas, drums en pedal steel heeft Receiver een even geavanceerde als rustieke sound. Maar het zijn natuurlijk de liedjes – en de schitterende zang – van Linebaugh en McLaurin die het hem doen. Het R.E.M.-achtige 'Consigned To Oblivion' en het zinderende 'Grand Bouquet' zijn geweldige countryrockrockers, maar de focus ligt overduidelijk op een weergaloze serie van weemoed druipende liedjes: 'Paperthin', 'Fuse'. 'Rise Above The Wreckage' en de pure country-droefenis van 'For You I Will Pretend'. Prachtige rinkelende gitaren, zoemende orgels, waanzinnige sterke zangharmonieën en geniaal melancholieke composities maken van Receiver een niet te missen klassieker in het zeg maar neo-countryrock-genre.
Het probleem is echter dat het ontvankelijke publiek Receiver wél gemist heeft, want een bescheiden pers en een klein label. Bovendien besluiten Linebaugh en McLaurin al snel na de release de handdoek in de ring te gooien – en valt Receiver direct ten prooi aan de vergetelheid. Desondanks, en In weerwil van de ridicule bandnaam, is Farmer Not So Johns Receiver een obscuur klein alt.country meesterwerkje.

Paperthin / Fuse / Consigned To Oblivion / Rise Above The Wreckage / For You I Will Pretend / Undertow / No Time To Please You / Me Too / Grand Bouquet / Pen Across The Page

zondag 30 juni 2013

Elliott Smith | XO


Het lijkt nauwelijks voor te stellen dat Elliott Smith een immens minderwaardigheidscomplex had. De maker van liedjes waarop geliefden liefdeskastelen kunnen bouwen, waar levenslange relaties op kunnen schragen – deze schepper van popsymfonieën lijkt nauwelijks te hebben geweten welke impact zijn muziek had. Elliott Smith meende werkelijk dat zijn muziek te breekbaar en te intiem was om een groot publiek
aan te spreken. Maar hij had het mis, hij had het helemaal mis. Elliott Smith bracht luisteraars met zijn compacte maar imponerende oeuvre in complete vervoering, en maakte met XO misschien wel de mooiste plaat van 1998.
Steven Paul Smith werd in 1969 geboren in Omaha, Nebraska, groeide op in Dallas, Texas en later in Portland, Oregon. Hij studeerde aan de oostkust en keerde terug naar Portland om samen met Sam Coombes – die prachtige platen maakte met The Donner Party – Heatmiser op te richten. Maar de loner die Smith was voelde zich niet happy – een understatement – in dit groepsverband en ging in z’n eentje optredens doen in koffiehuizen. In 1994 en 1995 maakte Smith twee cd’s, Roman Candle en Elliott Smith, kale en tot op het bot uitgeklede platen, in 1997 gevolgd door Either/Or. Op deze plaat, opgenomen met het producersduo Tom Rothrock en Rob Schnapf, is Smith getransformeerd tot een enigmatische singer-songwriter en laat hij de luisteraar versteld staan van zijn melodieuze vernuft en zijn superieure componeerkwaliteiten. Het levert Elliott Smith de status van culthero op. Op het persoonlijke vlak gaat het echter niet zo goed met Smith. Hij overleeft een zelfmoordpoging en verliest zich in alcohol en heroïne. Smith schrijft zich in bij een ontwenningskliniek om er zes dagen later weer gerevitaliseerd uit te lopen en het drugsgebruik met hernieuwd elan te hervatten. Maar dan komt de doorbraak die hem van zijn undergroundstatus verlost. Nadat Smith enkele liedjes heeft gecomponeerd voor Gus Van Sants speelfilm Good Will Hunting, wordt ‘Miss Misery’ genomineerd voor een Oscar. Tijdens het uitreikingsgala treedt Smith op, gestoken in een totaal misplaatst kostuum en met de schuwe uitstraling van een tragisch figuur: Smith is incongruent en anachronistich.
Volgend op dit succes tekent Elliott Smith bij Dreamworks, Steven Spielbergs platenlabel, en neemt in L.A. met dezelfde producers zijn major label-debuut op. Smith speelt en zingt alles in z’n eentje in, met de sporadische hulp van drummer Joey Waronker en muzikaal genie Jon Brion. Veertien ambachtelijk geconstrueerde liedjes, veertien verfijnde popsongs vormen tezamen XO, vormen tezamen een onverbiddelijk meesterwerk.
In een beknopte en serene stijl laat Smith de luisteraar getuige zijn van zijn overvloedige verbeeldingskracht. De liedjes zijn opgebouwd uit meanderende melodielijnen, fraaie akkoordenreeksen en Smiths sensitieve – afwisselend hese en ijle – stemgeluid. Hij uit bovendien zijn gevoelens over verlies, angst en onzekerheid in poëtische teksten – die daadwerkelijk Smiths universele liefdesverdriet voelbaar maken. ‘Sweet Adeline’ wordt na een intro van akoestische gitaar en piano naar een weelderige climax gebracht, maar de toon van bitterheid en verval is dan gezet: Waiting for sedation to disconnect my head / Or any situation where I’m better off than dead. Het uiterst opzwepende ‘Amity’ herbergt een scherpe gitaarsolo en wordt gevolgd door de tweeënhalve minuut verstilde perfectie van ‘Oh Well, Okay’ – met claustrofobische en toch poëtische tekst: An airless cell that blocks the day / Oh well, okay.eet scherpe gitaarsolo, gevolgd door eertien verfijnde popsongs, vormen Elliott Smiths rd uit te lopen ‘Baby Britain’ bezit een luie groove en nestelt zich qua sound dicht tegen de orkestrale psychedelische pop aan van The Left Banke en The Zombies. In ‘Bled White’ stuurt Smith zijn elektrische gitaar door een Leslie-box en wordt hij heen en weer geslingerd tussen blijheid en verdriet: ‘Cos happy and sad come in quick succession. En dan zijn er nog talloze perfecte popliedjes als ‘Walz #2 (XO)’, ‘Independence Day’, ‘Bottle Up And Explode!’ en ‘Everybody Cares, Everybody Understands’, waarin Elliott Smith XO naar een nog hoger plan tilt en het niveau benadert van Big Stars Third en The Beatles’ Let It Be. Het werkelijke hartverscheurende en superieur gearrangeerde ‘I Didn’t Understand’ maakt dit absolute meesterwerk nog ongenaakbaarder.
XO bewees de extreme begaafdheid van deze modernistische singer-songwriter en bezorgde hem een prominente plek in het popwalhalla, maar Smith bleef bescheiden en schuw – bescherming zoekend vanonder de wollen muts. Het succes werd een molensteen om zijn nek, want ook de volgende plaat, Figure 8, mocht er zijn. Maar toen werd het lang stil rondom Smith. Hij werkte aan een nieuwe plaat, maar de release hiervan heeft Elliott Smith niet mogen meemaken. Op 21 oktober 2003 stak hij in zijn huis in L.A. een mes in zijn hart en overleed ter plekke. Elliott Smith was te zacht en te gevoelig voor de werkelijkheid, ook al was een deel van die werkelijkheid dat hij een zeer grote waardering genoot van muzikanten, pers en publiek. Maar dát kon hij nauwelijks geloven: I didn’t understand / I didn’t understand.
In 2004 verscheen From A Basement On The Hill, een triest postscriptum.

Sweet Adeline / Tomorrow Tomorrow / Walz #2 (XO) / Baby Britain / Pitseleh / Independence Day / Bled White / Walz #1 / Amity / Oh Well, Okay / Bottle Up And Explode! / A Question Mark / Everybody Cares, Everybody Understands / I Didn’t Understand


donderdag 20 juni 2013

Ty Tabor | Moonflower Lane

Het Texaanse trio King's X staat bekend om zijn stevige mix van heavy metal-gitaarmuren en Beatleske zangharmonieën. Nog Beatlesker is het solowerk van King's X-gitarist Ty Tabor; dit kenmerkt zich namelijk door meermalen gedubbelde zang en hemelse harmonieën, getoonzet in meeslepende powerpopsongs. Als King's X in 1997 een pauze neemt, knutselt Tabor – geen Texaan, maar afkomstig uit Jackson, Mississippi – haastig een solo-album in elkaar dat hij verkoopt per mailorder. Als het metal-label Metal Blade interesse toont voor Tabors solowerk, neemt hij met alleen Galactic Cowboys-drummer Alan Doss het leeuwendeel van de songs opnieuw op in Sunflower Studio en zijn eigen Alien Beans-studio en voegt een viertal nieuwe tracks toe. Het resultaat: een harmonieus, organisch rockalbum met daarop schitterende harmonieën, slepende melodieën en vlijmscherp, technisch begaafd gitaarspel. Moonflower Lane is opgetrokken uit fantastische songs, die ruimtelijk zijn, superieur georkestreerd en melodisch nagenoeg perfect. 'I Do', 'The Island Sea'. 'Live In Your House' en de zinderende afsluiter 'Her Palace' kennen zowel grandioze meerstemmige zang als splijtende gitaarsolo's. Moonflower Lane is een obscuur juweeltje.

I Do / The Island Sea / Live In Your House / I Know Everything / The Truth / Without You / Hollow Eyes / Walk With My Love / Another day / Her Palace

maandag 27 mei 2013

Pernice Brothers | Overcome By Happiness

In 1997 gaat Scud Mountain Boys op de helling. Sleutelfiguren Frank Padellaro en Joe Pernice beginnen hun eigen band: Padellaro King Radio, Pernice Pernice Brothers. De laatste verlaat het pad van de alternatieve country en zoekt zijn weg in de pop van Burt Bacharach, Bread en Colin Blunstone. Geruggensteund door een nieuw label (Rykodisc) en gelouterde muzikanten als Michael Deming (producer van de Gigolo Aunts en The Lilys), Aaron Sperske (Beachwood Sparks), Peyton Pinkerton (Weezer),Tom Monahan (Scud Mountain Boys) en een compleet orkest, neemt Pernice Overcome By Happiness op. De country- en folkinvloeden zijn resoluut naar de achtergrond verdrongen ten faveure van een popbenadering. De drums en bas zijn ten opzichte van Scud Mountain Boys steviger aangezet en zanger Joe Pernice laat zich nadrukkelijker gelden. Britse invloeden als Badfinger en The Zombies doen definitief hun intrede en ook doen de Pernice Brothers herinneren aan de perfecte poprock van Big Star. Melancholiek en melodieus, catchy en introspectief – Pernice betoont zich meermalen de treurige troubadour – Overcome By Happiness heeft dit alles in zich en ademt met hemelse, van weemoed druipende liedjes als 'Sick Of You', 'Dimmest Star', 'Shoes And Clothes' en 'Wherein Obscurely' een bijzonder grote muzikale rijkdom. Overcome By Happiness zet de standaard voor een imposant, zich decennialang uitstrekkend Pernice-oeuvre.

Crestfallen / Overcome By Happiness / Sick Of You / Clear Spot / Dimmest Star / Monkey Suit / Chicken Wire / Wait To Stop / All I Know / Shoes And Clothes / Wherein Obscurely / Ferris Wheel




maandag 22 april 2013

Ross | Supersonic Spacewalk


Juan Antonio Fructuso, oftewel J.A. Ross, en afkomstig uit Murcia, Spanje is een muzikale doe-het-zelver. Op zijn eerste demo's, uitgebracht in 1994, speelt en produceert hij alles zelf; de debuutplaat, onder de naam Ross maar in wezen een soloalbum getiteld 'Sugar' wordt geproduceerd door niemand minder dan Posie Ken Stringfellow. Ross krijgt hierdoor enige bekendheid, formeert een begeleidingsband en neemt in Murcia in zo'n 20 dagen opvolger Supersonic Spacewalk op. Met de release van Supersonic Spacewalk in 1998 kan Ross probleemloos de leemte opvullen die het uiteenvallen van The Posies achterlaten, want dezelfde combinatie van hemelse zangharmonieën en schurende gitaren. De schitterende opener 'Son Of Joy' – met zijn vogelgekwinkeleer, prachtige zang en ruimtelijke geluid – is de ideale wegbereider voor een avontuurlijk, melodieus en meeslepend powerpopalbum. Supersonic Spacewalk is een Spaanse poprockklassieker en brengt Ross bekendheid tot in Amerika en Japan. Rossland is in 2001 de opvolger die Ross met een nieuwe band opneemt, maar daarna krijgt J.A. Ross het niet meer voor elkaar.

Son Of Joy / Glass Onion World / Joy / Living In The Sun / Serenity Inside / It's No Use At All / Starships / The Supersonic Spacewalk / Song For My Little Things / One Summer Dream / Laughcream / Next Time Will Be The Last / I Can Believe / Foam Rubber Room

woensdag 10 april 2013

Lucinda Williams | Car Wheels On A Gravel Road


Car Wheels On A Gravel Road betekent in 1998 de grote doorbraak voor de in Lake Charles, Louisiana geboren Lucinda Williams. Pas zes jaar na haar vierde plaat verschijnt het album dat Lucinda Williams lanceert als de nieuwe vrouwelijke ster van de rootsrock. Kosten noch moeite worden overigens gespaard om Car Wheels On A Gravel Road tot een succes te maken. In eerste instantie is de productie in handen van Williams’ gitarist Gurf Morlix, maar na een hoog oplopende ruzie met een ontevreden en furieuze Williams wordt het hele zaakje overgedaan door Steve Earle in Nashville, waarna er later nog in Californië opnamen worden toegevoegd onder leiding van Roy Bittan van Springsteens E Street Band. De eindmix wordt bovendien gedaan door Rick Rubin. Emmylou Harris geeft vocale ondersteuning en gitaristen zijn er in ruime mate voorhanden: Buddy Miller, Charlie Sexton, Steve Earle, Greg Leisz en Gurf Morlix. De van huis uit pathologisch onzekere en vooral eigenwijze Williams had geen fijne tijd in de studio. Die beproeving levert echter wel een americana-klassieker op. Lucinda Williams heeft een patent op een schitterende mengvorm van country, rock en pop. De liedjes hebben prachtige kop en staarten, fraaie melodielijnen en mooie arrangementen met dobro, orgel en accordeon. Ze gáán ook nog ergens over. ‘Drunken Angel’ is een bitterzoet eerbetoon aan de vermoorde Texaanse singer-songwriter Blaze Foley, 'Greenville' fungeert in de gelijknamige song als decor voor het heenzenden van een foute minnaar en uit ‘Metal Firecracker’ en ‘Still I Long For Your Kiss’ spreekt verdriet, huiselijk geweld en morele beschadiging in een omgeving van lege drankflessen en gedeukte auto’s. Met haar doorleefde stem en ondersteund door gruizige elektrische gitaren neemt Lucinda Williams de luisteraar mee op een levensechte roadtrip door het Amerikaanse Zuiden, die uiteindelijk eindigt in het verdrietige ‘Jackson’. De wijze waarop Williams op Car Wheels On A Gravel Road haar stijl tentoonspreidt van dirty realism – omlijst door een melodieuze countryrock-setting – maakt haar in een klap de grande dame van de alt.country.

Right In Time / Car Wheels On A Gravel Road / 2 Kool 2 Be 4-Gotten / Drunken Angel / Concrete And Barbed Wire / Lake Charles / Can’t Let Go / I Lost It / Metal Firecracker / Greenville / Still I Long For Your Kiss / Joy / Jackson 

zaterdag 23 maart 2013

The Krispies | Solid Gold Rockstars


Solid Gold Rockstars, dat mochten ze willen. Slechts een album produceren The Krispies en dat mag ook alleen in thuisland Finland op enige belangstelling rekenen. Vreemd genoeg worden The Krispies door Larry Crane (zang, gitaar) in Amerika opgericht en is de thuisbasis van de band – Knipi (gitaar), Aleksi Mänttäri (bas, sitar, elektrische piano) en Heikki Tikka (drums) – Helsinki. Daar in Finland wordt in januari 1998 het debuutalbum Solid Gold Rockstars uitgebracht; een album tjokvol aanstekelijke powerpopliedjes met een serieuze sixties-inslag. Referenties: Teenage Fanclub, The Posies, Sloan. In gouden melodieën gegoten liedjes als 'Lover', '(Blessed With) Nine Lives', 'Your Words Don't Mean A Thing', het lekker slepende 'Miss You When You're Dead' en het pastorale 'Like No Other' maken van dit Solid Gold Rockstars onbetwist de beste pure powerpopplaat in Finland geproduceerd. En daar blijft het voor wat The Krispies betreft bij: Solid Gold Rockstars is het eindstation.

(I'm On The) Radio / Lover / (Blessed With) Nine Lives / Radical / Miss You When You're Dead / Lucky Stars / Solid Gold Rockstar / Your Words Don't Mean A Thing / Dear Louise / Take A Look At The Sun / Smile / Like No Other

dinsdag 12 maart 2013

Beaver Nelson | The Last Hurrah


Als Beaver Nelson, uit Houston, Texas, 19 jaar is wordt hij door Rolling Stone binnengehaald als the next big thing. Hij krijgt een contract bij Sony, maar zeven jaar lang lukt het Nelson niet zijn debuut uitgebracht te krijgen. Ook een tweede deal ketst af. Depressies en mentale inzinkingen zijn het resultaat. Uiteindelijk komt Nelsons debuut, The Last Hurrah, uit als hij 26 is – op een klein label. Wild kijkt Nelson voor zich uit op de hoes van zijn intense en hartverwarmende debuut. Het lijkt, althans dat is voorstelbaar, alsof hij zich vooral bezighoudt met de kater van de vorige avond. Beaver heeft het geluk dat hij ’s avonds niet naar huis hoeft te rijden, want daar heeft hij zijn vrienden voor. Dat laat hij ons in ieder geval weten in ‘Drive You Home’: It’s nice to know who your friends are / They’re the ones that drive you home’ Net als ‘Pyramids’ en het zuigende ‘One Car Collision’ is dit een schitterende ballad. Beaver heeft een altijd verkouden stem, maar een die wel de juiste snaar raakt. Gloedvol loodst Beaver je door superieure ballads en stevige rockers, zoals het Stonesy ‘Strange As I Look’. The Last Hurrah is voor een debuut een bijzonder volwassen singer-songwritersplaat, maar Nelson heeft zijn portie immers al gehad. Productie en begeleiding op elektrische gitaar zijn in handen van ‘Scrappy’ Jud Newcomb. Nelson en Newcomb zullen een team gaan vormen want ook op de vervolgplaten, de beide fraaie cd’s Little Brother en Undisturbed is de kiene gitarist van de partij. Beaver Nelson heeft zijn plek en stiel gevonden; met zekere regelmaat verschijnen er cd’s van de happy-sad troubadour, al haalt geen enkele het niveau van The Last Hurrah.

Company Of Kings / Strong As I Look / Too Much Moonlight / Forget Thinkin’ / I’m Just Cryin’ / Stray Dog / Things Get Shaky ‘Round Midnight / All Over / One Car Collision / Landed In The Moon / Pyramids / Drive You Home

zondag 3 maart 2013

Map Of Wyoming | Round Trip


Map Of Wyoming is – vanuit San Francisco, Californië – een project van Dale Duncan en Chris von Sneidern. Dale Duncan maakt in de jaren tachtig deel uit van Flying Color, een groep die in 1987 hun enige – schitterende – lp maakte. Chris von Sneidern is de gitarist in de laatste versie van Flying Color, maar produceert daarnaast sterke solo-albums. Samen met drummer John Stuart storten Duncan en Von Sneidern zich op jaren zeventig Westcoast-countryrock. Map Of Wyomings Round Trip uit 1998 is dan ook een onvervalste retro-countryrockplaat, al bevat het in overheersende mate traag voortrollende songs en fantastische ballads. De plaat klinkt vol en is rijk aan details, zoals de inzet van violen, Hammond en pedal steel. De elektrische gitaren zijn steeds achterin de productie gestopt, wat Round Trip warm en louterend maakt. Prachtige, slepende bitterzoete liedjes als ‘Shine’, ‘Yesterday’, 'Drown' en ‘Always Alone’ – met een gitaarsolo van Chuck Prophet – vormen dan ook de hoogtepunten van Round Trip, dat in 2000 wordt opgevolgd door Trouble Is, waarna Map Of Wyoming in het niets verdwijnt.

Broken Sky / Another Road / Shine / Yesterday / Come Monday / Always Alone / Caroline / Drown / Crusher / On My Way Home / Straight For The Sun / Everybody Knows / Sometime Later On

donderdag 21 juni 2012

Semisonic | Feeling Strangely Fine

Sinds halverwege de jaren negentig schieten in Amerika de powerpopbands als paddenstoelen uit de grond. De mix van scherpe gitaren, melodieuze zang en vage herinneringen aan de popmuziek van de jaren zestig zorgt voor een grote populariteit bij de kids. Er zijn echter maar weinig bands die zich onderscheiden van de middelmatige bandjes-massa; Semisonic is er één van. Ze scoren in 1998 in Amerika in ieder geval een grote hit met ‘Closing Time’, een aanstekelijk poprocknummer dat zelfs in Nederland de radio haalt. ‘Closing Time’ is afkomstig van Feeling Strangely Fine, het tweede album van Semisonic. Semisonic komt voort uit Trip Shakespeare, een band uit Minneapolis, Minnesota die in de jaren tachtig startte als garagerockband en een trits interessante platen maakte, met Across The Universe (1990) als fraaie uitschieter. Gebrek aan succes deed Trip Shakespeare uiteen vallen, maar uit de as herees Semisonic, met daarin John Munson (bas, Moog, zang), Jacob Slichter (drums, zang) en Dan Wilson (zang, gitaar, toetsen). Vanuit de 400 Bar in Minneapolis begint de ster van Semisonic steeds helderder te stralen in het Midwesten. De debuut-cd Great Divide is al een mooie plaat, maar is welbeschouwd slechts de bescheiden voorbode van de opvolger, Feeling Strangely Fine. Geproduceerd door Nick Launay en gemixt door zowel Bob Clearmountain als Jack Joseph Puig is Feeling Strangely Fine een welhaast perfecte powerpop-cd met een kristalheldere en ook wel commerciële sound. Het verklaart voor een deel het succes van Semisonic, met daarbij in acht genomen dat het vakmanschap van componist Dan Wilson een fiks aantal parelende popsongs oplevert. Klassieke powerpopsongs als ‘Secret Smile’ en ‘Singing In My Sleep’ worden terecht hits, terwijl mooi opgebouwde liedjes als ‘Made To Last’, ‘DND’ en ‘This Will Be My Year’ bewijzen dat Wilson een vaardige pen van liedjesschrijven heeft. Wilson is bovendien een inventief gitarist die de weeping sound van George Harrison perfect nabootst, zoals in het fraaie ‘Never You Mind’. De songs zijn verrijkt met orgel, piano, ouderwetse synthesizers en een strijkerskwartet, waardoor Feeling Strangely Fine gerust beschouwd mag worden als een van de betere powerpopplaten van de jaren negentig. Dat bewijs wordt in ieder geval geleverd doordat Feeling Strangely Fine in Amerika meer dan een miljoen keer over de toonbank gaat en dat Semisonic, met een zekere vertraging, zelfs in 2001 op Pinkpop geprogrammeerd staat. Dit alles verschaft Feeling Strangely Fine een uitstekende reputatie; die van een klassieke powerpop-cd.


Closing Time / Singing In My Sleep / Made To Last / Never You Mind / Secret Smile / DND / Completely Pleased / This Will Be My Year / All Worked Out / California / She Spreads Her Wings

vrijdag 27 april 2012

Guy Chadwick | Lazy, Soft & Slow

Razendsnel kwam The House Of Love, tussen postpunk en Britpop, op in 1987, maar bijna net zo snel doofde de vlam een paar jaar later. Interne ruzies en grote problemen met platenlabel Creation maken van creatieve spil Guy Chadwick een geestelijk wrak. Hij is er jarenlang niet best aan toe; is zwaar depressief en verbitterd. Toch klimt Chadwick na zo'n vijf jaar, waarin hij voornamelijk in bed gelegen heeft, uit het dal. Ontwaakt uit een jarenlange lethargie komt hij begin 1998 op de proppen met een wonderschoon album. Lazy, Soft & Slow is een bijzondere rake titel voor de verzameling relaxte, laidback folkliedjes, die over het algemeen van een opmerkelijke schoonheid zijn. Chadwick, de getormenteerde kunstenaar, zou Chadwick niet zijn als er op zijn solo-album niet een paar rammelende uitschieters naar beneden te vinden zouden zijn, maar de pastorale liedjes die elegant weg zweven op de tonen van akoestische gitaar, viool, accordeon en pedal steel zijn rijkelijk in de meerderheid. Met berustende stem gezongen, en warm geproduceerd door ex-Cocteau Twin Robin Guthrie, bevat Lazy, Soft & Slow vooral bitterzoete, serene folkliedjes. Briljante liedjes als 'Soft & Slow', 'One Of These Days', 'Mirrored In My Mind' en 'Crystal Love Song' maken het des te betreurenswaardiger dat Guy Chadwick het bij één soloplaat gelaten heeft, al deed Chadwick in 2005 wel een halfhartige poging The House Of Love nieuw leven in te blazen. Lazy, Soft & Slow is dan ook Chadwicks – wonderschone – dark horse.
Soft & Slow / You've Really Got A Hold Of Me / One Of These Days / In Her Heart / Song For Gala / Mirrored In My Mind / Waited In Song / Fall In Love / This Strength / Crystal Love Song / Close Your Eyes

zaterdag 25 februari 2012

Sunhouse | Crazy On The Weekend

De enige die Gavin Clark weerhoudt van het bereiken van grote muzikale successen, is Gavin Clark zelf. Clark, een Britse lyricus, lijkt er niet in te geloven dat zijn exceptionele muzikale talenten door een groot publiek kunnen worden gewaardeerd. Na een aantal mislukte pogingen is Gavin Clark dan ook liever pizzabezorger dan muzikant. Zijn hernieuwde poging in 2002 tot het nastreven van een respectabele muzikale carrière met zijn tweede band Clayhill strandt alweer in 2006. Verder terug in de tijd, in 1998, is dezelfde Gavin Clark verantwoordelijk voor een absoluut meesterwerk: Crazy On The Weekend van Sunhouse. In 1997 wordt Sunhouse door Gavin Clark opgericht met gitarist Paul Bacon en bassist Rob Brooks. Sunhouse is niets anders dan een vehikel voor de poëtische teksten en het indringende stemgeluid van de getormenteerde Gavin Clark. Clark bezit die typerende Britse, aardeverschroeiende melancholie, die herinneringen oproept aan zowel Nick Drake, Morrissey, Talk Talks Mark Hollis als The La's' Lee Mavers. Gavin Clark neemt zijn songs mee de studio in om door Bacon en Brooks te worden voorzien van een organisch muzikaal decor, waarvoor mede verantwoordelijk zijn producer John Reynolds – die bovendien drumt – en gastmuzikanten op piano, Hammond, cello en viool. Uit deze vruchtbare samenwerking komt Crazy On The Weekend voort, de feitelijke neerslag van Clarks onvoorstelbaar fraaie songs. Het weergaloze album kent een prelude in het akoestische titelnummer, maar gaat dan de peilloze diepte in met 'Hurricane', dat zacht begint maar halverwege explodeert door toedoen van drums, mondharmonica en slidegitaar. Er volgen dan louter hoogtepunten, aangejaagd door Clarks gedrevenheid en muzikaal spannend ingekleurd door ritmische akoestische gitaren, tinkelend pianospel en een rollende Hammond: 'Chasing The Dream', 'Good day To Die' en 'Loud Crowd' met zijn duistere atmosfeer en schurende elektrische gitaren. Van de schitterende single 'Monkey Dead' die vanzelfsprekend geen hit wordt tot de aangrijpende en met bloedrode strijkers versierde melancholica van 'Hard Sun' en 'Swing Low'. Crazy On The Weekend is een sterk geladen en poëtisch album dat de zieleroerselen van Gavin Clark pijnlijk eerlijk blootlegt. Crazy On The Weekend is een ware tour-de-force en een unicum in de Britse jaren negentig-rock; een unicum des te meer omdat Gavin Clark Sunhouse al in het verschijningsjaar van de debuutplaat opdoekt. Sindsdien is Crazy On The Weekend, mede omdat de cd uit de handel is gehaald, een volbloed cult-klassieker.
Crazy On The Weekend / Hurricane / Chasing The Dream / Spinning Around The Sun / Good Day To Die / Lips / Loud Crowd / Monkey Dead / Hard Sun / Swing Low / Animal / Second Coming