zaterdag 30 november 2013

Svanfridur | What's Hidden There?

Weinig succes en een korte levensduur – van begin '72 tot medio '73 – kunnen niet verhullen dat Svanfridur met What's Hidden There? de beste IJslandse progrock-lp op hun naam hebben staan. Zelfs naar internationale maatstaven gemeten is het enige Svanfridur-album een klassieker in het genre, maar wel een heel obscure klassieker. Het kwartet vernoemt zich naar een serveerster van een populaire rockclub en heeft onmiddellijk succes in het IJslandse live-circuit met vooral covers van Britse bands. Voor hun debuutalbum gebruiken ze echter originele songs, die ze in nog geen veertig uur opnemen in de Londense Majestic Studios. Maar er is geen platenlabel, IJslands noch Brits, dat Svanfridurs plaat wil uitbrengen en dus komt What's Hidden There? in september 1972 uit op het eigen Swan-label. Er worden slechts een paar honderd exemplaren verkocht van dit schitterende album, dat het midden houdt tussen de pastorale psychedelica van Traffic, de rustieke progrock van Fantasy, de sprookjesachtige schoonheid van Genesis en de folky hardrock van Uriah Heep. Zweverige, bijzonder melodieuze rocksongs worden opgetuigd met fraaie arrangementen en lyrisch gitaarspel, voortreffelijk in 'Please Bend' en 'What Now You People Standing By'. Toch verkoopt What's Hidden There? bitter weinig zodat Svanfridur zichzelf in juli '73 opheft en een obscuur maar prachtig progrockalbum nalaat.

The Woman Of Our Day / The Mug / Please Bend / What's Hidden There? / Did You Find It? / What Now You People Standing By / Give Me Some Gas / My Dummy / Finido



vrijdag 29 november 2013

Wah! | Nah = Poo – The Art Of Bluff

4 mei 1977: het eerste optreden van The Clash in Liverpool en het startsein van The Crucial Three. Ian McCullough, Julian Cope en Pete Wylie; samen zullen ze nooit een plaat maken, maar ieder voor zich wel. McCullough met Echo & The Bunnymen; Julian Cope met Teardrop Explodes; en Pete Wylie met Wah! Heat. Wah! Heat, dat even Crash Course heet, debuteert in 1979 met de geweldige single 'Better Scream', levert een van de beste tracks aan voor de verzamelaar Hicks From The Sticks en vervolgt in 1980 met de tweede machtige single 'Seven Minutes To Midnight'.
Als de debuut-lp in de zomer van 1982 verschijnt, heet de band – Wylie met wat muzikale hulpjes – opeens Wah!; de titel is ook al bijzonder: Nah = Poo – The Art Of Bluff. De muziek is dat ook, want tegenover Wylie's powerchords, gemodelleerd naar The Who en The Clash, staat de postpunk en cold wave van krassende gitaren, nervy ritmes en sferische synths. Liedjes schrijven kan Pete Wylie ook, getuige opwindende, jachtige tracks als 'Other Boys, 'Mission Impossible', 'Somesay', het broeierige 'Sleeeppp', de gierende gitaar-instrumental 'The Seven Thousand Names Of Wah!' en niet te vergeten de in nieuw jasje gestoken postpunk-klassieker 'Seven Minutes To Midnight'.
Een malle titel, dat wel, maar Nah = Poo – The Art Of Bluff is desondanks een fantastische postpunk-lp; een geweldig rockalbum. Het is de enige plaat van Wah!, al gaat Pete Wylie wel door onder diverse andere – malle – bandnamen: The Mighty Wah!, Shambeko! Say Wah! en Moloko Plus! – alle met uitroepteken!

The Wind-Up / Other Boys / Why D You Imitate The Cutout / Mission Impossible / Somesay / The Seven Thousand Names Of Wah! / Sleeeppp / Seven Minutes To Midnight / The Death Of Wah!.



woensdag 27 november 2013

Jo Jo Gunne | Jo Jo Gunne

Product DetailsIn 1967 verruilen Jay Ferguson en Mark Andes hun band Western Union voor Randy California's Spirit, vier jaar later, in het voorjaar van 1971, zijn zij Spirit en het gebrek aan een commerciële richting zat. Dat moet beter kunnen en dus richt het duo een boogie-rockband op en vernoemen zich naar Chuck Berry's 'Joe Joe Gun', alleen net even anders: Jo Jo Gunne. Ferguson is de zanger en toetsenist, Andes de bassist – diens broertje Matthew de gitarist en de drummer Curley Smith. Een contract bij het ultieme Westcoast-label Asylum bezorgt Jo Jo Gunne een vliegende start, die in april 1972 vervolgd wordt met een ronduit geweldig debuutalbum en een klassieke – commerciële – single: 'Run Run Run'. In het kielzog van de single – die ook vier weken in de Nederlandse top 40 bivakkeert; hoogste notering de 26e plaats – heeft ook Jo Jo Gunne volop impact, althans in Amerika. 
Jo Jo Gunne heeft een aansprekende sound waarin Westcoast-rock, bar-boogie en southern rock elkaar vinden in aanstekelijke rockliedjes. Jo Jo Gunne past dan ook perfect op David Geffens Asylum-label. Verpakt in een schitterende klaphoes zijn de negen rockende liedjes van het album ronduit iconische Westcoast-songs in de trant van The Doobie Brothers, Steely Dan en The Eagles – allen net iets heavier. 'Shake That Fat', 'I Make Love'. '99 Days' en 'Academy Award' zijn sterke songs; 'Take It Easy', met zijn fraaie harmonie-vocalen en prachtig gitaarwerk, is het meeslepende hoogtepunt van een sterk album. Jo Jo Gunne is een hardwerkende band die zich suf toert en in het verlengde daarvan albums op de markt brengt. Dat stagneert als in 1974 Jumpin' The Gun met een smakeloze hoes op de markt gebracht wordt en deze door de platenwinkels geboycot wordt. En dat overleeft Jo Jo Gunne niet.

Run Run Run / Shake That Fat / Babylon / I Make Love / Barstow Blue Eyes / 99 Days / Academy Award / Take It Easy / Flying Home 

dinsdag 26 november 2013

The Jim Carroll Band | Catholic Boy

‘Met zijn dertien jaar schrijft Carroll beter proza dan negentachtig procent van de schrijvers die nu de dienst uitmaken,’ schrijft Jack Kerouac over Jim Carrolls prozadebuut The Basketball Diaries (vertaald als Dagboeken van een lijmsnuivertje) uit 1978. Tussen zijn dertiende en zestiende tekende Carroll zijn belevenissen op in de straten van New York; belevenissen in het teken van basketbal, straatroof, prostitutie en een verslaving aan heroïne. Carroll is ook degene die in 1970 met een cassetterecordertje opnamen maakt van de Velvet Underground die twee jaar later zullen worden uitgebracht als Live At Max’s Kansas City. In het begin van de jaren zeventig ontwikkelt de junkie Carroll zich als dichter van de zelfkant, weet dichtbundels te publiceren en raakt bevriend met Patti Smith en Richard Hell. Maar als de CBGB’s-scene midden jaren tot volle bloei komt, leeft Carroll, pogend aan de heroïne te ontkomen, als een kluizenaar in Californië. Inmiddels heeft hij zijn scope verlegd van gedichten naar popteksten; schrijft deze voor Blue Öyster Cult-toetsenist Allan Lanier.
Per toeval klimt Carroll op het podium bij Patti Smith die optreedt in Californië, en de punkpoëet Jim Carroll – dan al bijna dertig – is geboren. Met de Californische band Amsterdam neemt Carroll en demo op die in handen komt van Earl McGrath, de baas van Rolling Stones Records. Met hem en Bob Clearmountain neemt The Jim Carroll Band zijn debuut-lp op; een rauwe punkrock-lp met loeiende, riffende gitaren en een – in de stijl van Lou Reed en Elliott Murphy – praatzingende Carroll. Logischerwijs worden Carrolls songs bevolkt door dropouts en verslaafden, en is de setting steevast die van de New Yorkse straten. ‘Crow’ – over Patti Smith – en ‘Catholic Boy’ zijn punky en voorzien van strakke gitaren, ‘Wicked Gravity’ is opgetuigd met een Ramones-riff, evenals ‘Three Sisters’ – met de gewraakte tekst She says “Abbra Cadabra”/ When she goes / Down / On / You. ‘Day And Night’ en ‘City Drops (Into The Night)’ – met Bobby Keys op saxofoon – zijn schitterende melodieuze rocksongs, maar onbetwist hoogtepunt van Catholic Boy is ‘People Who Died’, waarin Carroll de horror van een vroegtijdige dood onopgesmukt en droog debiteert: Mary took a dry dive from her motel room / Bobby hung himself from a cell in the Tombs / Judy jumped in front of a subway train / Eddie got slit in the jugular vein / And Eddie / I miss you more than all the others / This song is for you / My brother!
Met Catholic Boy completeert Jim Carroll het beeld van de allround-artiest in de straten van New York – dat van junkie, straatdichter en punkrocker. Ook Jim Carroll zelf voldoet hieraan: op 11 september 2009 overlijdt hij aan een hartaanval, zestig jaar oud.

Wicked Gravity / Three Sisters / Day And Night / Nothing Is True / People Who Died / City Drops (in The Night) / Crow / It’s Too Late / I Want The Angel / Catholic Boy

maandag 25 november 2013

The Gourds | Dem's Good Beeble

Een spraakmakend Texaans album op een Nederlands label, dat is Dem's Good Beeble van The Gourds. Allerlei authentieke Amerikaanse muziekstijlen zijn op unieke wijze samengebracht in een enthousiaste, aanstekelijke potpourri van liedjes, maar liefst 16 in getal. In Austin, Texas richten kernleden Kevin Russell en Jimmy Smith in 1994 The Gourds op. Ze laten zich gewillig inspireren door het Amerikaanse muzikale erfgoed, dat een melting pot van culturen is: van polka tot tex-mex; van tango tot zydeco; van country tot mountain-folk. De bezetting van de band is dienovereenkomstig: trekzak, mandoline en drums die nauwelijks een naam mogen hebben. The Gourds is een rudimentair orkestje. Hun debuut nemen ze op in een boerderij, The Laurels Ranch in Comfort, Texas. Zoals gezegd 16 liedjes, eerlijk verdeeld tussen de componisten Smith en Russell. Jimmy Smith is onder meer verantwoordelijk voor 'Jenny Brown', dat klinkt als The Clash in Appalachen-stijl, en de prachtige cajun-ballad 'When Wine Was Cheap'. Kevin Russell, de betere zanger, weet op zijn beurt de Appalachen-sfeer van afgelegen bergdorpjes – en de aangrijpende beelden van fotograaf Shelby Lee Adams – muzikaal uitstekend te treffen met zijn schitterende, hartverscheurende meezingers 'Dying Of The Pines', 'Clear Light' en 'Money Honey', en ook de Band-achtige tranentrekker 'Web Before You Walk Into It'. The Gourds verbeelden op Dem's Good Beeble – zoiets als die goeie mensen – een antiek, grotendeels verdwenen Amerika. Het is dan ook tamelijk bizar dat dit puur Amerikaanse muzikale document – americana in optima forma – in 1997 op een Nederlands label verschijnt.

Piss & Moan Blues / Caledonia / Dying Of The Pines / Jenny Brown / Clear Light / Sweet Li'l / When Wine Was Cheap / Money Honey / Honduras / Ringing Dark & True / Pine Tar Ramparts / Makes Me Roll / Trampled By The Sun / Web Before You Walk Into It / I Come Up / All The Labor 

zondag 24 november 2013

Mason Proffit | Wanted

In 1969 maakt Sounds Unlimited de overstap van garagerock naar countryrock. Ook de naam wordt veranderd: Mason Proffit is de nieuwe naam van de band uit Chicago, Illinois die geleid wordt door de broertjes Talbot. Ze zijn relatieve voorlopers in de nieuwe muziekscene waarin folk, country en twang samengaan met geestverruimende middelen. Het debuutalbum Wanted, gekarakteriseerd door de fluwelen samenzang van de Talbots, kent zowel geëngageerde teksten als outlaw-thematiek. De hippiecowboys mengen honkytonkpiano, banjo en snerpende pedal steel met jengelende gitaren, psychedelische effecten en ook strijkers zoals in ‘Till The Sun’s Gone’. In combinatie met de Westcoast-harmoniezang levert dit uit een onverwachte hoek – Chicago – een boeiende kosmische countryrockplaat op, die met gave songs als ‘Voice Of Change’, ‘Sweet Lady Love’, It’s All Right’ en het zoet-psychedelische ‘You Finally Found Your Love’ talloze hoogtepunten kent. Vijf albums laten de countryrockers op het niet-ontvankelijke publiek los, tot in 1973 het doek voor Mason Proffit valt.

Voice Of Change / A Rectangle Picture / You Finally Found Your Love / Sweet Lady Love / Stewball / Two Hangmen / Buffalo / Walk On Down The Road / It’s All Right / Till The Sun’s Gone / Johnny’s Tune



donderdag 21 november 2013

Snafu | Snafu

Een absurde naam en een uitblijvende doorbraak maken van Snafu een curiosum: onbekend, onbemind en niet veel meer dan in voetnoot in de Britse rockhistorie. Toch zijn er grote namen betrokken bij de totstandkoming van Snafu's debuutplaat. Zanger/drummer Bobby Harrison verdiende zijn sporen bij Procol Harum en Freedom; gitarist Mick Moody bij Tramline en Juicy Lucy. Eind '72 vormen zij tezamen Snafu, dat zijn naam ontleent aan Captain Beefheart en een afkorting is van situation normal, all fucked up. Met muzikanten uit de begeleidingsbands van Van Morrison en Ginger Baker is Snafu een super-geoliede rockband die zijn geluid baseert op de funky sound van Little Feat en de bluesrock van Free. Met de hulp van Richard Branson (van het latere Virgin) en gestoken in een hoes ontworpen door de fameuze Roger Dean, is Snafu's debuut in 1973 een potentiële seller. Temeer daar Snafu's sound zich beweegt tussen de witte funk van de Average White Band en de groovende hardrock van Deep Purple (Mark III) en Bad Company. Aldus bevindt Snafu zich ergens tussen Burn en Bad Company: soepele hardrock, gebaseerd op soul en blues. Met zeer aantrekkelijke rocksongs – aangejaagd door gitaar, orgel en elektrische piano – als 'Long Gone', 'Goodbye U.S.A.' en 'That's The Song' is Snafu's zelfgetitelde debuutplaat een sfeervol rockalbum dat een doorbraak had verdiend, maar het niet kreeg. Er volgen in 1974 en 1975 nog twee albums, maar Snafu wordt in de boeken van rockgeschiedenis geen naam van betekenis.

Long Gone / Said The Judge / Monday Morning / Drowning In The Sea Of Love / Country Nest / Funky Friend / Goodbye U.S.A. / That's The Song