Platenlabel
Decca is halverwege de jaren zestig op zoek naar iets nieuws. De
muzikale revolutie heeft, zeker in Londen, de popmuziek volledig in
zijn greep. Drugs, vrijheid, psychedelische muziek, het verleidt
Decca tot het oprichten van het Deram-label. En met dit nieuwe label
– een broedplaats van talent – introduceert Decca tevens voor een
beter stereo-effect een nieuwe wijze van opnemen: Deramic Sound
System. Decca/Deram vraagt daarom, als een showcase voor DSS, een
rhythm & blues-band om Dvoraks 9e Symfonie met een orkest op te
nemen. Die band bestaat uit Ray Thomas (zang, fluit), Mike Pinder
(toetsen, zang), Graeme Edge (drums), John Lodge (bas, zang) en
Justin Hayward (zang, gitaar) en heet The Moody Blues. Die band gaat
met orkest de studio in, maar in plaats van Dvoraks symfonie op te
nemen, nemen The Moody Blues hun eigen composities op, met als
resultaat het orkestrale Days Of Future Passed. De lp is in
1967een flink succes, maar een nog groter – wereldwijd – succes
is de single ‘Nights In White Satin’. Vanzelfsprekend krijgen The
Moody Blues voor hun volgende lp van Decca volledige artistieke
vrijheid. Hoewel de band wil voortborduren op de orkestrale sound,
besluit ze toch om geen gebruik te maken van een orkest. The Moody
Blues willen zelf alle instrumenten bespelen en een orkest laat zich
gemakkelijk vervangen – door een mellotron. Het karakteristieke
geluid van het toetseninstrument met tapelussen is voor altijd
verbonden met het barokke geluid van The Moody Blues. Op In Search
Of The Last Chord zijn The Moody Blues hun eigen symfonie-orkest,
want het vijftal gebruikt maar liefst 33 verschillende instrumenten,
van sitar tot cello, van tablas tot klavecimbel. En hoewel de
tekstbijdragen van Graeme Edge beperkt blijven tot twee op muziek
gezette poems, leveren alle bandleden compositorische
bijdragen. Een sleutelnummer op de plaat, met hippiegoeroe Timothy
Leary als onderwerp, is Ray Thomas’ ‘Legend Of A Mind’. Dit
ligt overigens ingeklemd tussen ‘House Of Four Doors (Part 1)’ en
‘House Of Four Doors (Part 2)’, al even meesterlijke composities
van John Lodge. Zanger Justin Hayward levert de fraaie
melodramatische songs ‘Voices In The Sky’, ‘Visions Of
Paradise’ en ‘The Actor’, en Mike Pinder ‘The Best Ways To
Travel’ John Lodge is bovendien nog eens verantwoordelijk voor het
prachtige ‘Ride My See-Saw’, een top 20-hit in Nederland. The
Moody Blues ondernemen op In Search Of The Last Chord zonder
meer een pretentieuze muzikale zoektocht; In Search Of The Last
Chord is een bombastisch bouwwerk, een barokke kathedraal. En
ondanks dat typeringen als pseudo-prog en quasi-symfo The Moody Blues
altijd zijn blijven aankleven, In Search Of The Last Chord staat
nog altijd fier overeind, inderdaad, als een barokke kathedraal.
zondag 25 januari 2015
The Moody Blues | In Search Of The Lost Chord
zaterdag 3 januari 2015
Paul Williams | Just An Old fashioned Love Song
Paul
Williams is acteur, tekstschrijver en zanger. Maar de tragiek van
Williams is dat hij vanwege zijn geringe lengte en onvolgroeide
uiterlijk waarschijnlijk het best herinnerd is door zijn optredens in
The Muppet Show. Veel relevanter zijn echter zijn creatieve talenten.
Na rollen in Hollywood-rolprenten, ontwikkelt Williams zich
halverwege de jaren zestig als tekstschrijver voor de televisie, en
later als songschrijver. Hij komt dan onder contract bij Warner
Brothers, maakt een lp met Holy Mackerel in 1968 en gaat een
samenwerkingsverband aan met componist Roger Nichols. Samen maken ze
een demo-lp die platenlabels moet bewegen hun liedjes te
transformeren tot hits – hetgeen geschiedt. Een aantal van die
liedjes komen ook voor op Williams' debuut-lp uit 1970 voor Warner
Someday Man,
een jaar later gevolgd door zijn debuut voor A&M: Just
An Old Fashioned Love Song.
Ook hier zijn een aantal – schitterende – liedjes verzameld die
wereldhits voor anderen betekenen, zoals 'Just An Old Fashioned Love
Song' voor Three Dog Night en 'We've Only Just Begun' voor The
Carpenters, oorspronkelijk geschreven als bankcommercial en bedoeld
voor pasgetrouwden. Hoewel Williams zijn liedjes aan de piano
schrijft, speelt hij zelf geen noot op Just
An Old Fashioned Love Song.
Pianist is Craig Doerge, vergezeld van LA-sessiemusici David Spinozza
(gitaar), Leland Sklar (bas) en Russ Kunkel (drums) – en barokke
orkestrale arrangementen. Muzikaal en compositorisch vakmanschap,
getoonzet in herfstbruine romantiek, druipt af van wonderschone
liedjes als 'I Never Had It So Good', 'That's Enough For Me' en 'Let
Me Be The One'. De toon op Just
An Old Fashioned Love Song is
uitgesproken romantisch, maar altijd met
een onderstroom van verdriet en onvervuld verlangen. Daar waar
baroque pop en middle of the road elkaar kruisen, staat Just
An Old Fashioned Love Song als
een fier, lichtend baken; een hoogtepunt van de seventies
songwriters-pop.
Waking
Up Alone / I Never Had It So Good
/ We've Only Just
Begun / That's Enough For Me / A Perfect Love / An Old Fashioned Love
Song / Let Me Be The One / Simple Man / When I Was All Alone / My
Love And I / Gone Forever
dinsdag 23 december 2014
Hookfoot | Hookfoot
Vier
sessiemuzikanten in dienst bij het pop-geörienteerde Dick James
Music-label richten naast hun werkzaamheden in 1968 een groep op:
Hookfoot. Leider van Hookfoot is de zeer getalenteerde gitarist Caleb
Quaye – als 17-jarige al in de band van Long John Baldry – en
verder bestaand uit Ian Duck (zang, gitaar), Dave Glover (bas) en
Roger Pope (drums). Als muzikanten spelen ze een belangrijke rol op
labelgenoot Elton Johns Tumbleweed
Connection (1970)
en Madman
Across The Water (1971)
als ook op het prachtige Kongos
(1971)
van John Kongos.
Ondertussen
werkt Hookfoot in afzondering op het Britse platteland aan hun eigen
repertoire, dat landelijk van karakter is en net als veel
contemporaine Britse bands beïnvloed wordt door de Amerikaanse
Westcoast-muziek. De vier muzikale hippies timmeren op het pastorale
platteland een album in elkaar dat, gebaseerd op Quaye's en Ducks
composities en teksten, zowel blues, jazz, als rock omvat. Het
zelfgetitelde debuut wordt in de DJM-studio in Londen opgenomen en
bij de release blijkt de Westcoast-invloed overduidelijk uit
ijzersterke covers van Neil Youngs 'Don't Let It Bring You Down' en
Stephen Stills' 'Bluebird'. In dezelfde lijn liggen prachtige songs
als 'Mystic Lady', met sfeervol orgel- en pianospel en geweldige
gitaarsolo's van Quaye, het vanuit akoestische gitaren opgebouwde
'Movies', het mystiek 'Coombe Gallows' en de Steely Dan-achtige
afsluiter 'Golden Eagle'
Hookfoot
is
een prachtig Brits countryrockalbum, vergelijkbaar met Humble Pie's
Town
And Country (1969)
of Mighty Baby's A
Jug Of Love (1971),
maar blijft helaas net als de drie opvolgers steken in de
vergetelheid van de begin jaren zeventig.
maandag 15 december 2014
Opal | Happy Nightmare Baby
Ze
hebben een liefdesrelatie, maar Kendra Smith speelt bas in The Dream
Syndicate, terwijl haar vriend David Roback de leider is van The Rain
Parade. Beide groepen spelen een voorname rol in de opkomst van de
neo-psychedelische gitaarmuziek in het Los Angeles van de begin jaren
tachtig en maken deel uit van de legendarische Paisley Underground.
Smith is ontevreden over de ondergeschikte rol die ze moet spelen ten
opzichte van Steve Wynn en David Roback zit barstensvol nieuwe
muzikale ideeën die hij niet in The Rain Parade kwijt kan. En
dus vormen Smith en Roback eind 1983 gezamenlijk een band: Clay
Allison.
Op
het coveralbum Rainy Day, een samenwerking tussen de
sleutelfiguren van The Paisley Underground, had het duo al
samengewerkt, maar het eerste echte resultaat van de muzikale relatie
is de fenomenale single ‘Fell From The Sun’. Met Gun Club-drummer
Terry Graham gaat het duo de studio in maakt talloze opnamen die de
groep laten horen als een dromerige folkrockband met psychedelische
invloeden. Maar na de afronding ervan weigert Roback de opnamen in de
vorm van een album uit te brengen omdat hij vindt dat de band zich
ontwikkelt in een andere, meer duister psychedelische richting. In
navolging van de single verschijnt er nog wel een 12”; de overige
opnamen verschijnen in 1989 onder de titel Early Recordings.
Hoewel Kendra Smith ervan gruwt, gaat Clay Allison wel op tournee.
Het zullen slechts zes optredens worden, maar het is wel genoeg om
een contract te krijgen bij het punkrocklabel SST. David Roback weet
Kendra Smith, die eigenlijk genoeg heeft van muziekbizz, over te
halen hun bivak op te slaan in de studio en in afzondering te werken
aan het debuutalbum. In de periode van een jaar schrijven ze samen
een serie songs die in de studio een heavy muzikale lading krijgen.
Het sprookjesachtige van de eerdere folky liedjes heeft plaatsgemaakt
voor de unheimische zang van Smith, sterk onder invloed van drugs en
mystieke ervaringen, de Doors-achtige orgelsound en Robacks heftige,
zwaar overstuurde gitaargeluid. De nieuwe drummer Keith Mitchell
voegt met zijn ritmische spel, tablas en Oosterse effecten een extra
dimensie toe aan het hypnotiserende Opal-geluid.
Happy
Nightmare Baby verschijnt in de zomer van 1987 en bevat negen
nummers, voornamelijk traag sluipende stukken als ‘Magick Power’,
‘Supernova’, ‘Siamese Trap’ en ‘Soul Giver’. Daarnaast is
het betoverende en logge ‘Rocket Machine’ een eerbetoon aan Marc
Bolan, ‘She’s A Diamond’ een stroperige psychedelische blues en
komt het schitterende Velvet Underground-achtige titelnummer nog het
dichtst in de buurt van een popsong, zij het gedrenkt in echo en
voorzien van stevige gitaarfeedback. De elektrische boogie van Happy
Nightmare Baby is een duistere geestverruimende trip richting het
heelal en een duidelijke markering van het einde van The Paisley
Underground. Maar ook het einde van Opal is nabij. Omdat ze niet wil
toeren verlaat Kendra Smith de band al een paar maanden na de release
van het debuut. Smith wordt vervangen door haar vriendin Hope
Sandoval, wat David Roback doet besluiten Opal te beëindigen en
een nieuwe band op te richten: Mazzy Star.
Rocket
Machine / Magick Power / Relevation / A Falling Star / She’s
A Diamond / Supernova / Siamese Trap / Happy Nightmare Baby / Soul
Giver
dinsdag 9 december 2014
Chuck Prophet | Homemade Blood
Opeens
is een geblondeerd schoffie de blikvanger in Green On Red vanwege
zijn zinderende en zelfverzekerde gitaarspel. Het is de 22-jarige
Chuck Prophet IV die imponeert op Gas
Food Lodging (1985).
Prophet is een echte Californiër; opgegroeid in een buitenwijk
van Los Angeles, standplaats: San Francisco. Hij trekt jaren op met
Dan Stuart, getweeën houden ze Green On Red gaande totdat in
1992 de chemie is uitgewerkt: Too
Much Fun,
de sarcastiche titel van het laatste GOR-album. Ondertussen is
Prophet, met partner Stephanie Finch, al een tijdje als solo-artiest
actief. Tussen het intensieve toeren door verschijnt er met enige
regelmaat een Chuck Prophet-album. In deze serie is Homemade
Blood uit
1997 een van de sterkste en meest gedreven albums. Gepokt en gemazeld
door een leven on
the road is
Chuck Prophet in een grootse vorm: cynisch en gruizig is zijn zang,
fel en puntig het gitaarspel. Live opgenomen in een studio bij
Prophet om de hoek, is Homemade
Blood
een urgent rock'-n-rollalbum waarop een strakke band te horen is die
uitblinkt in gemeen klinkende rootsrocksongs als 'You Been Gone',
'Textbook Case' en 'Inside Track', en met een absolute hoofdrol voor
Prophets vlammende Fender. Dat geldt ook voor het broeierige 'Ooh
Wee', dat daarnaast ook opvalt vanwege Prophets persoonlijke
ontboezemingen: I
was nine years old in seventy-three / Strung out on Ritalin and color
TV. Naast
de felle songs en het vlijmscherpe gitaarspel biedt Homemade
Blood evenzeer
ruimte aan trage, rootsy liedjes die op gelijke wijze imponeren; 'New
Years Day' – met een cameo van Greg Leisz op pedal steel –
'Homemade Blood', 'Whole Lot More', 'Kmart Family Portrait' en de
georkestreerde afsluiter 'The Parting Song'. Gedreven, gevarieerd en
ronduit grandioos; Homemade
Blood is
Chuck Prophets beste en een van de fraaiste rootsrockplaten van de
jaren negentig.
Credit
/ You Been Gone / Inside Track / ooh Wee / New Year's Day / Fillmore
/ Homemade Blood / Whole Lot More / Textbook Case / Kmart Family
Portrait / Til You Came Along / The Parting Song
zondag 7 december 2014
Poole | The Late Engagement
Poole
past probleemloos in de hausse van powerpopbands in de tweede helft
van de jaren negentig: Beatles-koortjes, Big Star-melodieën en
gruizige gitaren. Poole komt van de Amerikaanse oostkust; uit de
omgeving van Washington D.C. The
Late Engagement is
het tweede album van Poole, dat nu met een extra gitarist een vijftal
is. De gitaren zijn dan ook dominanter en zwaarder aangezet, waardoor
Poole's wall
of sound het
midden houdt tussen tijdgenoten als Sloan en The Posies. Rinkelende
en licht overstuurde Rickenbackers overheersen het groepsgeluid, al
blijven de koortjes er helder doorheen klinken. The
Late Engagement is
dan ook een verzameling klassieke powerpop, al is het lichtende
hoogtepunt de met Beach Boys-harmonieën opgeluisterde baroquepop
van 'La Chanson De La Voiture Du Pompier (Fire Engine Song)'. Poole
blijft echter nodeloos een totaal obscure band. Na Amongwhoshine
in 1999 valt het doek voor Poole.
Glumb
/ Like Anybody / La Chanson De La Voiture Du Pompier (Fire Engine
Song) / The Only One (I Am) / Sugartime / Venus Passing / The Late
Engagement / Sparkler / Modern Way / Junior
zaterdag 29 november 2014
Dancer | Tales Of The River Bank
The
Isle Of Wight is in de popcultuur, als de Britse tegenhanger van
Woodstock, beroemd geworden vanwege het gelijknamige popfestival. Het
eiland heeft in The
English Patient-regisseur
Anthony Minghella, die in 2008 overleed, zijn beroemdste inwoner.
Minghella voerde ook samen met zanger/gitarist Mike Jolliffe in 1971
Isle Of Wights enige rockband aan: Dancer. Gefinancierd door de
lokale maffia en per witte Rolls Royce naar de Londense Olympia
Studios vervoerd, neemt het vijftal in vier sessies, verdeeld over
een maand in de zomer van 1972 een album op met als producer Tony
McPhee van The Groundhogs. Tot een release van Dancers debuutplaat
komt het echter niet, omdat de bandleden kort na de opnamen ieders
hun weegs gaan. Maar liefst 29 jaar later worden deze opnamen onder
de titel Tales Of The
River Bank voor het
eerst uitgebracht door het reissue-label Kissing Spell. Mellotron,
Hammond, harmoniezang en breed neergepenseelde composities – en
niet te vergeten de incidentele bijtende gitaarsolo – maken van
Tales Of The River Bank
een
landelijke,
sfeervolle progressive rockplaat. Welgeteld zeven tracks, waaronder
voortreffelijke rural
prog-songs als 'America
Wood', 'Morning' en 'Fairhill Affair' vormen Dancers – en
Oscar-winnaar Minghella's – muzikale erfgoed.
Tales
Of The Riverbank / America Wood / Morning / Mac's Cafe / This Change
In Me / Fairhill Affair / Mind The Houses
Abonneren op:
Posts (Atom)






