
Lou Reed is zelf die Coney Island Baby, al is het autobiografische karakter van de plaat minimaal. Reed is immers de beschouwer van andermans leed, de chroniqueur van de goot, de onbewogen camera die de hoeren, junkies en little criminals registreert. Over zichzelf zingt hij in ‘Nobody’s Business’ It’s nobody’s business but my own. Vanzelfsprekend trakteert Reed de luisteraar op een fikse dosis ironie, zoals in ‘A Gift’ waarin Reed zichzelf beschouwt als een geschenk voor alle vrouwen in de wereld, maar is zijn sarcasme mild van toon in ‘Charley’s Girl’. Muzikaal is Reed relaxt, zijn de tempo’s comfortabel en toch pure rock-‘n-roll en is het laidback gitaarspel van Bob Kulick sfeervol en soms zelfs uitgesproken countryesk. Coney Island Baby is in dat opzicht – feitelijk in alle opzichten – de ware opvolger van Velvet Undergrounds Loaded. ‘Kicks’ daarentegen, is ongemakkelijk, onheilspellend, met zijn barlawaai en duistere frasen als when the blood coming down his neck / Don’t you know it was better than sex. ‘Kicks’ behoort samen met ‘She’s My Best Friend’ en ‘Coney Island Baby’ tot de sleutelnummers van Coney Island Baby. In het onverwacht tedere titel- en slotnummer vangen we zelfs een glimp van het huiselijk geluk dat Lou vindt bij travestiet Rachel: I’m gonna send this one out for Lou and Rachel / And all the kids and P.S. 192 / Man, I swear I’d give the whole thing up for you. Hetgeen zoals we weten, Lou Reed natuurlijk niet deed.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten