dinsdag 10 april 2012

Roger Morris | First Album

Roger Morris is zo onder de de indruk en geïnspireerd door The Band, dat het niet meer dan logisch is dat zijn debuutalbum – en enige album voor zo'n dertig jaar – een pure pastiche is van Music From Big Pink en The Band. Akelig dicht blijft Morris op First Album qua songs, instrumentatie en sfeer bij de monumentale Band-platen – en dat terwijl Roger Morris een Brit is die zijn jeugd doorbrengt in Wales en Essex. Op grond van zijn op gitaar en piano gecomponeerde liedjes krijgt Morris in Londen een contract, eerst als songschrijver, later als uitvoerend artiest. In 1971 mag Morris zijn liedjes opnemen in de Command Studios met een uitgelezen studioband met daarin onder meer producer en gitarist Keith West (Tomorrow), gitarist John Weider (Family), organist en pianist Tommy Eyre (Sensational Alex Harvey Band) en de Amerikaanse pedal steelspeler Glen Ross Campbell (The Misunderstood). Een pastiche mag First Album zijn, maar het is ook een fascinerend countryrock-album met fantastische songs die de sfeer verbeelden van afgelegen bossen, eenzame landweggetjes en landelijke, 19e eeuwse tafereeltjes. Roger Morris' fijngevoelige tenor laat zich in liedjes als 'All My Riches', 'The Trail Of Tears' en 'Idaho' omgeven door laidback spel, rollend orgel, barrelhouse-piano en jankende pedal steel. First Album is net als albums van Brinsley Schwartz en Head, Hands & Feet trendsettend in het Londen van de begin jaren zeventig, maar de nihilverkoop doet Roger Morris samen met zijn obscure debuut subiet in de vergetelheid verdwijnen.
Taken For Granted / Trail Of Tears / The Vigil / Golightly's Almanac / Showdown / All My Riches / Northern Star / Livin' On Memories / Poor Lucy / First Snow / Let The Four Winds Blow / Idaho

maandag 9 april 2012

The Wynntown Marshals | Westerner

Het genot start al bij de sfeervolle hoesafbeelding, die doet denken aan grote Amerikaanse schilders als Homer, Hopper en Wyeth. Dit is americana, het plattelandsleven in het Midwesten verbeeldend. Maar ho, de makers van deze fantastische cd komen niet uit de States, maar uit Schotland. Het zijn The Wynntown Marshals, een incarnatie van The Sundowns die in 2005 met Calabasas een magistrale countryrock-plaat afleverden. Vijf jaren later zetten The Wynntown Marshals, na een zelfgetitelde ep in 2008, met Westerner deze traditie op een volwaardige manier voort, want een geweldig album in de trant van The Jayhawks, Wilco en Grand Drive. Stuurse countryrockers met stevige gitaren – zoiets als de Stones ten tijde van Let It Bleed – weten zich afgewisseld met broeierige, naar een climax toe voerende ballads die worden verstevigd met elektrische gitaren, Hammond en een jammerende pedal steel. In dat verband zijn liedjes als 'Thunder In The Valley', 'Gil' en 'All That I Want' sublieme countryrocksongs die een groot publiek verdienen. Westerner zou dan ook met een reguliere distributie een flinke schare volgers achter zich kunnen krijgen, want aan de kwaliteit ligt het niet; om de doodeenvoudige reden dat Westerner weer zo'n geweldig puur, gloedvol, radiant countryrock-album is.
You Can Have My heart / Ballad Of Jayne / Snowflake / Thunder In The Valley / El Prado / 48 Hours / Gil / All That I Want / Nelly / Divine Compassion / Two's Company

zaterdag 7 april 2012

The Stands | All Years Leaving

Geboren in Liverpool en opgegroeid in New York, is Howie Payne een muzikale reageerbuis waarin Britse en Amerikaanse invloeden samenkomen. Waarop er een bruisend mengsel ontstaat dat Beatles, Byrds en Dylan samenbrengt en als resultaat All Years Leaving oplevert. Rond de millenniumwissel ontstaat er een scene in Liverpool van jongehondenbands als The Zutons en The Coral. Payne, terug in Engeland en in alles in Liverpudlian, is eerst roadie bij The Coral, maar richt dan een band op om zijn eigen songs te kunnen spelen. Aanvankelijk wordt hij tijdens optredens begeleid door Zutons- en Coral-bandleden, maar gaandeweg heeft hij zijn eigen ploeg bij elkaar: gitarist Luke Thompson, bassist Dean Ravera en drummer Steve Pilgrim. The Stands worden een veelgevraagde live-act in het Liverpoolse circuit en hebben fans in Paul Weller en Noel Gallagher. De laatste leent zijn Wheeler End-studio uit aan Payne en zijn band die nog geen platendeal hebben – Gallagher wil er wel bij zijn. Als The Stands een contract tekenen bij Echo worden de opnamen voor het debuutalbum vlot afgerond in de Londense Olympic Studios en ligt All Years Leaving in februari 2004 in de winkels. All Years Leaving knipoogt in twaalf eenvoudige, rammelende popsongs schaamteloos naar het verleden van folkrock, country en harmoniepop. De op akoestische gitaren en onnadrukkelijke begeleiding geschraagde liedjes klinken bedrieglijk eenvoudig, maar verraden een flinke dosis vakmanschap en een verering van andere Liverpoolbands als The La’s en The Beatles. Snerende zang en lekker zeurende koortjes klinken door in de verrukkelijke jingle-jangle van ‘I’ve Waited So Long’, ‘When This River Rolls Over You’ en ‘The Love You Give’. ‘Aways Is The Same- Shine On’, dreint à la Green On Red, maar heeft een introspectief tweede deel, en het refrein van ‘Here She Comes Again’ leunt sterk op The Cars’ ‘My Best Friend’s Girl’. Payne heeft zijn meest melancholieke moment in ‘The Big Parade’, versterkt door mellotron en strijkers; de scheurende gitaar in ‘Some Weekend Night’ is van Noel Gallagher en het galopperende ‘The Way She Does’ met zijn feedbackende gitaren is de zinderende climax van All Years Leaving. Veel op All Years Leaving mag dan gejat zijn, er moet wel een meesterhand aan te pas komen om er een aantrekkelijke en meeslepende plaat van te maken. Howie Payne heeft die meesterhand, met als resultaat een dozijn jubelende rock-’n-rollliedjes met een gouden retro-chique randje.
I’ve Waited So Long / All Years Leaving / Outside Your Door / When This River Rolls Over You / It’s Only Everything / Always Is The Same-Shine On / Here She Comes Again / The Big Parade / The Love You Give / I Need You / Some Weekend Night / The Way She Does

vrijdag 6 april 2012

The Outlaws | The Outlaws

In 1974 heeft de southern rock zich ten volle ontwikkeld; The Allman Brothers Band en Lynyrd Skynyrd kennen dan al grote successen, en in hun kielzog The Marshall Tucker Band en The Charlie Daniels Band eveneens. Maar met The Outlaws uit Tampa, Florida wil het nog niet zo goed lukken. Daar komt verandering in als The Outlaws in het voorprogramma staan van Lynyrd Skynyrd in Columbia, South Carolina en Ronnie van Zant uitroept: 'If you don't sign The Outlaws, you're the dumbest music person I've ever met.' In het publiek staat Clive Davis die net Columbia de rug toegekeerd heeft en zijn eigen label Arista is gestart. Davis tekent The Outlaws subiet als 'the first full-tilt rock 'n roll band signed to Arista Records'. The Outlaws zijn dan al jaren on the road in verschillende bezettingen. In 1974 bestaan The Outlaws uit drummer Monte Yoho, bassist Frank O'Keefe en de three man guitar army: Hughie Thomassen, Billy Jones en Henry Paul. Dit kwintet neemt in maart 1975 in de Elektra Sound Recorders-studio in Los Angeles hun debuutplaat op, die geproduceerd wordt door niemand minder dan Doors-producer Paul Rothchild. Hij keert de swingende rocksongs – die uitgebreid tijdens live-optredens zijn getest – binnenste buiten, wat een frisse, gevarieerde en melodieuze sound oplevert. Het meest karakteristieke aan het debuut The Outlaws is de driedubbele gitaar line-up, waarin vooral de Fender-gitaar van Thomasson en Gibson Les Paul van Billy Jones met elkaar duelleren. Hoewel dit kenmerkend is voor de southern rock, onderscheiden The Outlaws zich hiervan door de fraaie zangharmonieën die Buffalo Springfield. Poco en vooral The Eagles in herinnering roepen. De drie gitaristen wisselen elkaar niet alleen af in de solo's, maar ook af in de leadzang. Billy Jones neemt de leadzang voor zijn rekening in 'Cry No More' en het meeslepende 'It Follows From Your Heart'; Henry Paul in 'Stay With Me' en het prettig voortjakkerende 'Song In The Breeze'. Het meest prominent is echter Hughie Thomasson die niet alleen de geweldige countryrocksong 'There Goes Another Love Song' de hitparades in zingt – ook vier weken in de Nederlandse top 40 – maar ook zanger en componist is van 'Green Grass & High Tide', een lijflied van de southern rock. In deze tien minuten durende rocksong, die feitelijk opgebouwd is uit talloze snerpende, gierende gitaarsolo's, bewijzen The Outlaws tot de canon van southern rock te behoren. Mede door dit epische, uitgesponnen rocknummer is het zelfgetitelde debuut van The Outlaws een mijlpaal van de southern rock. De opvolger Lady In Waiting – net als het debuut gestoken in een fraaie hoes van Janet Mager – doet weinig onder voor het debuut, maar is in 1976 wel de laatste plaat van The Outlaws in de oorspronkelijke bezetting. Er volgen vele bezettingswijzigingen, maar geen enkele bereikt het niveau van het eerste album, The Outlaws.
There Goes Another Love Song / Song For You / Song In The Breeze / It Follows From Your Heart / Cry No More / Waterhole / Stay With Me / Keep Prayin' / Knoxville Girl / Green Grass & High Tide

woensdag 4 april 2012

Hearts And Minds | Hearts And Minds

Bruce Henderson uit Stillwater, Oklahoma heeft begin jaren tachtig zijn eerste bandjes in Austin, Texas. Verhuisd naar New York richt hij, enigszins paradoxaal, een countryrockgroep op. Voor die band, Hearts And Minds, confisqueert de singer-songwriter het cruciale deel van John Cougar Mellencamps begeleidingsband: Kenny Aronoff (drums), Andy York (gitaar), Toby Myers (bas) en Mike Wanchic (lap steel, gitaar). Het enige album dat het samenwerkingsverband oplevert is in 1990 het zelfgetitelde debuut voor A&M Records, dat naast licht ontvlambare countryrocksongs als 'Tenderly', 'Hearts And Minds' en 'Road To Ruin' hartverscheurende ballads bevat als 'Five O'Clock Shadow', 'Living In Sin' en 'House Of Love', dat zeven jaar later nog eens zal opduiken op Hendersons solodebuut The Wheels Roll. Hearts And Minds zijn dan al compleet vergeten, ondanks hun veelbelovende en zeer geslaagde debuut dat in 1990 als een van de weinigen de countryrock-traditie in ere houdt
Tenderly / Speed Rack / Hearts And Minds / Five O'Clock Shadow / House Of Love / Road To Ruin / Which Way The Wind / N / Big As Dallas / Living In Sin / I Know Where I Belong

maandag 2 april 2012

Whispering Pines | Whispering Pines




Fan-tas-tisch. Ik geef toe, ik ben in een bespiegelende bui die me terugvoert naar de jaren zeventig. Het volmaakte gezelschap daarbij zijn de Whispering Pines, een langharig, in denim en ruitbloezen gehuld vijftal uit Silver Lake, Californië. En ja, ze vernoemden zich naar de song van The Band. Hun gelijknamige debuut-cd is, ik zei het al en zeg het nogmaals, fantastisch. Als je houdt van die goeie ouwe countryrock en van southern rock, dan hoef je niet verder te zoeken. Whispering Pines zet een zeer geloofwaardige sound neer die het midden houdt tussen de Rolling Stones met Mick Taylor op slidegitaar, de Muscle Shoals-sound van Lynyrd Skynyrd, de swamprock van CCR en Tony Joe White, de dubbele gitaarsound van The Outlaws en vooral en in het bijzonder het elektrische bottleneckgeluid van Duane Allman. Het is allemaal bijzonder retro wat deze boys in negen countryboogie-songs neerzetten, maar wat dondert het als het zulke heerlijke en eerlijke muziek oplevert. Uitstekende songs, rammelende piano, rollende Hammond en gierend dubbelloops gitaarspel maken van Whispering Pines de ware troonopvolgers van die geniale Allman Brothers. Luister maar eens naar het ruim zeven minuten klokkende Stars Above, dat een gitaarsolo loslaat die als een adelaar wegwiekt in het onmetelijke luchtruim. Dát gevoel krijg ik bij de Whispering Pines.

Family Tree / Brand New Beat / Stars Above / This Town / Grapevine Blues / Miss Lucy's Red Light / Mirror Woman Mirror Man / Crazy Mama / Songbird

zondag 1 april 2012

The Freewheelers | Waitin' For George

Luther Russell is een talentvol muzikant: hij speelt gitaar, bas, drums, piano en orgel. Hij is bovendien een producer die producties op zijn naam heeft staan van sterke platen van Warren Pash, Fernando en Richmond Fontaine. Ook heeft Russell – die zijn eerste bandje, The Boothills, in 1987 begon met Jakob Dylan – een serie cd's op eigen naam uitgebracht. Luther Russell is ook die zanger met de cokeskloppersstem op Waitin' For George, het rauwe, opwindende album van The Freewheelers dat in 1996 op American Recordings verscheen. Na het mislukte zelfgetitelde debuut op Geffen in 1991 komen The Freewheelers na een verhuizing van Los Angeles naar Portland onder de vleugels van producer George Drakoulias. Hij bezorgt The Freewheelers een rauwe rootsrocksound die het midden houdt tussen Derek And The Dominoes, Joe Cocker en Little Feat. De albumtitel is dan ook een verwijzing naar Little Feats' live-album en naar producer Drakoulias. Op Waitin' For George zingt Luther Russell zijn amandelen uit zijn strot om boven de dampende southern rock van zijn kornuiten uit te komen – met groot effect op het prijsnummer '(Chico's Sellin') Maps To The Stars'. Blues, soul en countryrock domineren Waitin' For George, opgepookt door de hamerende piano van Chris Joyner, Dave Sobels rollende Hammond en Luther Russells imposante scheur die Joe Cocker doet verbleken. Zelf noemt Luther Russell het een 'built-in Mad Dogs And Englishmen sound'. En dat is de spijker op zijn kop.
Best Be On Your Way / What's The Matter Ruth? / Mother Nature Lady / Ghost Of Tchoupitoulas St. / My Little Friend / (Chico's Sellin') Maps To The Stars / Crime Pays / Walkin' Funny / About Marie / Kiss Her For The Punk / Elevator Man / Blame / Let The Music Bring A Smile