zaterdag 28 april 2012

Brewer & Shipley | Weeds

Al in 1968 hebben Michael Brewer en Tom Shipley het na een lp voor A&M gezien in Californië. Ze keren terug naar hun wortels, keren terug naar the heartland – en vestigen zich in Kansas City, Kansas. Ze bereizen het platteland en doen kleinschalige optredens, maar tekenen vervolgens wel weer een contract met het New Yorkse Kama Sutra-label. Wonderlijk genoeg koppelt het label Brewer & Shipley aan Westcoast-producer Nick Gravenites, en dus neemt het duo hun debuut voor Kama Sutra op in San Francisco, Californië. Het resultaat, Weeds, is een rustiek, semi-akoestisch countryrockalbum met de nadruk op de harmoniezang van Michael Brewer en Tom Shipley. Verantwoordelijk voor de scherpe randjes zijn topmuzikanten als Mike Bloomfield (gitaar), Mark Naftalin (piano, orgel) en ace pedal steelspeler Red Rhodes. Gezamenlijk maken ze composities als 'Lady Like You', 'Boomerang' en 'People Love Each Other' tot zeer aansprekende songs, al zijn 'Rise Up (Easy Rider)' en 'Oh, Sweet Lady' de echte hoogtepunten van een opmerkelijk, tegelijk folky als countryesk album. Weeds is de opmaat van een royale serie in Amerika redelijk succesvolle albums die Brewer & Shipley comfortabel door de jaren zeventig loodsen. Maar artistiek wordt het niet beter dan Weeds uit 1969 en de opvolger Tarkio uit 1970.
Lady Like You / Rise Up (Easy Rider) / Boomerang / Indian Summer / All Along the Watchtower / People Love Each Other / Pig's Head / Oh, Sweet Lady / Too Soon Tomorrow / Witchi-tai-to

vrijdag 27 april 2012

Guy Chadwick | Lazy, Soft & Slow

Razendsnel kwam The House Of Love, tussen postpunk en Britpop, op in 1987, maar bijna net zo snel doofde de vlam een paar jaar later. Interne ruzies en grote problemen met platenlabel Creation maken van creatieve spil Guy Chadwick een geestelijk wrak. Hij is er jarenlang niet best aan toe; is zwaar depressief en verbitterd. Toch klimt Chadwick na zo'n vijf jaar, waarin hij voornamelijk in bed gelegen heeft, uit het dal. Ontwaakt uit een jarenlange lethargie komt hij begin 1998 op de proppen met een wonderschoon album. Lazy, Soft & Slow is een bijzondere rake titel voor de verzameling relaxte, laidback folkliedjes, die over het algemeen van een opmerkelijke schoonheid zijn. Chadwick, de getormenteerde kunstenaar, zou Chadwick niet zijn als er op zijn solo-album niet een paar rammelende uitschieters naar beneden te vinden zouden zijn, maar de pastorale liedjes die elegant weg zweven op de tonen van akoestische gitaar, viool, accordeon en pedal steel zijn rijkelijk in de meerderheid. Met berustende stem gezongen, en warm geproduceerd door ex-Cocteau Twin Robin Guthrie, bevat Lazy, Soft & Slow vooral bitterzoete, serene folkliedjes. Briljante liedjes als 'Soft & Slow', 'One Of These Days', 'Mirrored In My Mind' en 'Crystal Love Song' maken het des te betreurenswaardiger dat Guy Chadwick het bij één soloplaat gelaten heeft, al deed Chadwick in 2005 wel een halfhartige poging The House Of Love nieuw leven in te blazen. Lazy, Soft & Slow is dan ook Chadwicks – wonderschone – dark horse.
Soft & Slow / You've Really Got A Hold Of Me / One Of These Days / In Her Heart / Song For Gala / Mirrored In My Mind / Waited In Song / Fall In Love / This Strength / Crystal Love Song / Close Your Eyes

woensdag 25 april 2012

Levitation | Need For Not

Was de gitaarpop van The House Of Love eind jaren tachtig/begin jaren negentig al een anachronisme met zijn sound gebaseerd op de postpunk van 10 jaar eerder, Levitation maakte het wat dat betreft nog bonter. In 1990 stapt gitarist Terry Bickers uit The House Of Love en formeert zijn eigen gitaarband: Levitation. De band zal furore gaan maken met een totaal verloren gewaande muziekstijl: progrock. Al vanaf het begint timmert het kwintet stevig aan de weg; de live-optredens zijn heftig en spectaculair en de eerste ep is zeer veelbelovend. De band maakt bovendien bekend minstens twee cd’s per jaar te willen uitbrengen. Het is echter bij één gebleven; het in 1992 verschenen Need For Not. De zweverige hippiestijl – Bickers is gefascineerd door vliegende schotels, egyptologie en progrockfestivals – contrasteert op Need For Not sterk met hoog opgetrokken gitaarmuren, zwaar aangezette drums in een repetitieve, mitraillerende stijl en orkestrale keyboardpartijen. Vooral de agressieve en bijtende gitaar van Bickers doet sterk aan metal denken, terwijl diens composities vooral op popmelodieën leunen. Need For Not is een behoorlijk intense hutspot van stijlen en is dynamisch en gevarieerd in zijn tempowisselingen. Het prachtige feërieke intro van ‘Pieces Of Mary’ doet aan Genesis denken, waarna heavy gitaarriffs en de ratelende drums van Dave Francolini het overnemen. ‘Against Nature’ en ‘Hangnail’ zijn psychedelische mantra’s, terwijl ‘Resist’ postpunk in de stijl van Echo and the Bunnymen is en het bezwerende Embedded ongekend melodieus. ‘Smile’ – in een andere versie dan van de eerste EP – is het epische scharnierpunt van Need For Not en is een ware showcase waarin Levitation laat horen dat de progressieve rock – anno 1992 – springlevend is. Need For Not is een tamelijk unieke cd die nagenoeg geen navolging kent; er ontstaat geen nieuwe trend zoals in het Verenigd Koninkrijk zo vaak het geval is. Evenmin zorgt Levitation zelf voor een opvolger; al in 1993 houdt Terry Bickers het voor gezien. Tijdens een optreden in London stapt hij van het podium en keert niet weer terug.
Against Nature / World Around / Hangnail / Resist / Arcs Of Light And Dew / Pieces Of Mary / Smile / Embedded / Coterie

maandag 23 april 2012

Sweet Billy Pilgrim | Crown And Treaty



In thuisland Engeland brak Sweet Billy Pilgrim in 2009 door met het prachtige Twice Born Men, niet voor niets op de shortlist van de prestigieuze Mercury Prize. De band, onder aanvoering van zanger/gitarist/songschrijver Tim Elsenburg, genereert een complexe sound waarin gelaagde elektronica-patronen zich verweven met elektrische gitaar, banjo en koraalgezang. Sweet Billy Pilgrim klinkt typisch Brits – symfonisch en proggy, een alternatieve Elbow – maar bevindt zich ook in dezelfde hoek als de New Yorkers van Grizzly Bear en Department Of Eagles, of de landelijke pracht van Bon Iver. Sweet Billy Pilgrim ademt schoonheid, vervreemdende schoonheid. Crown And Treaty, Sweet Billy Pilgrims derde, is dan ook weer een fascinerend, betoverend werkstuk. Atmosfeer, geladenheid en popgevoeligheid gaan hand in hand in de negen afgewogen, doeltreffende indie-symfonische songs. Het zwaartepunt ligt met de van schoonheid druipende songs in het midden van het album: 'Blood Is Big Expense', 'Brugada' en 'Kracklite' zijn ronduit verbluffend. Bij afwezigheid van enige zwakke schakel is Crown And Treaty niet alleen een samenhangend, consistent geheel, maar ook een emotioneel, hartveroverend album, hetgeen kracht wordt bijgezet door de machtige climax van afsluiter 'Blue Sky Falls' – en diep ontzag resteert.
Joyful Reunion / Archaeology / Blakefield Gold / Arrived At Upside Down / Blood Is Big Expense / Brugada / Kracklite / Shadow Captain

Catapult | Catapult

Een zestiende plaats is er in de Top-40 voor ‘Hit The Big Time’, ‘Let Your Hair Hang Down’ haalt de Top-5 en ‘Teeny Bopper Band’ blijft steken op plaats 10. Mooie resultaten in 1974 voor de eerste singles van ’s Neerlands eerste en enige glitterrockband. Catapult ontstaat in 1973 in de Leidse muziekscene als de vier vrienden – Cees Bergman (zang), Erwin van Prehn (sologitaar), Aart Mol (bas) en Geert jan Hessing (drums) – besluiten het te gaan maken. Al snel krijgt de band – die goed naar Slade, Sweet en Mud gekeken en geluisterd heeft – een contract bij Golden Earrings productiemaatschappij Red Bullet Productions. Na twee singlehits, en de toetreding van toetsenist Elmer Veerhoff, neemt Catapult in augustus en september 1974 onder leiding van Jaap Eggermont zijn debuut-lp op, die in januari van het jaar daarop uitkomt. Het geluid van Catapult is verrassend heavy en compact; opvallend is het beukende drumspel van Hessing en het venijnige en soms lyrische gitaarspel van Van Prehn. De singles zijn duidelijk de mindere van de overige rocksongs; ‘Nightrake’, ‘Back On The Road Again’ en ‘Springtime Ballyhoo’, die alle energiek en fantasierijk zijn. De centrale stukken op de lp – strategisch elk als tweede nummer op kant 1 en 2 – zijn ‘Accident’ en ‘Midsummer Switch’, beide ruim zeven minuten klokkend. Catapult ontstijgt hier het – zelfbenoemde – teenybopper-niveau. Zoals meer glamrockbands die een natuurlijke evolutie naar hardrock doormaken, klinkt Catapult in de prachtig uitgesponnen en atmosferische songs als een volwassen en gedegen rockband en lonkt naar het niveau van gerespecteerde hardrockbands. Catapult krijgt geen gunstige kritieken en het zal bij één lp blijven, al scoort Catapult nog wel grote singlehits. Catapult houdt het nog een paar jaar vol, maar als de band de optreed-agenda niet meer gevuld krijgt, switcht Catapult definitief over naar het succesvolle alter-ego: Rubberen Robbie.

Teeny Bopper Band / Accident / Nightrake / Back On The Road Again / Let Your Hair Hang Down / Midsummer Switch / Springtime Ballyhoo / Hit The Big Time

Gepubliceerd in Platenblad nr. 185, zomer 2010.

zondag 22 april 2012

Screaming Trees | Uncle Anesthesia

Ook al hebben slaande ruzies Screaming Trees meermalen op non-actief gezet, het jaar 1990 is een helder gemarkeerde scheidslijn. Eind 1989 nemen de spanningen weer eens toe tussen de eeuwig ruziënde broertjes Gary Lee Conner en Van Conner en dompelt Mark Lanegan zich definitief onder in whiskey en heroïne. Onder de vleugels van indierocklabel SST lukt het Screaming Trees niet door te breken, dus komt de band tot een halt. Ruim vier jaar daarvoor hebben de volslanke broertjes Conner, gitarist Gary Lee en bassist Van, in Ellisburg, Washington met zanger Mark Pickerel Screaming Trees opgericht. Mark Lanegan, een oude schoolvriend van de Conners, voegt zich bij hen en wordt de drummer. Na een fikse ruzie valt Screaming Trees uiteen en wordt vervolgens weer in elkaar gezet, maar nu is Pickerel drummer en Mark Lanegan zanger. Met als voornaamste ingrediënten psychedelica, garagerock en punkrock maakt Screaming Trees een aantal gruizige gitaarplaten voor Velvetone Records en SST, waarbij songs en sound steeds beter worden. In 1989 zijn de bandleden elkaar compleet zat, of zoals Mark Lanegan het zegt: ‘The Trees was four complete nuts.’ Lanegan maakt dan in 1990 zijn solodebuut met The Winding Sheet, een album vol duistere folkblues. Ook Van Conner brengt in 1990 een plaat met zijn band Solomon Grundy uit, evenals Gary Lee met The Purple Outside. Het lijkt een complete scheiding der geesten, maar o wonder, met hulp van het management van Soundgarden tekent het gerevitaliseerde Screaming Trees in 1990 bij major Epic. Met instemming van Epic gaat Screaming Trees zijn majordebuut opnemen met Soundgarden-producer Terry Date, die de band een meer gepolijst geluid geeft. In juni 1990 worden met producers Terry Date en Soundgarden-zanger Chris Cornell in de London Bridge Studio in Seattle de opnamen gemaakt van Uncle Anesthesia, Screaming Trees’ majordebuut. Het geluid is transparant, maar de gitaren cirkelzagen wild, zo blijkt uit de majestueuze opener ‘Beyond This Horizon’. Lanegans putdiepe bariton komt voor het eerst uitstekend tot zijn recht en is een geduchte opponent van Gary Lee Conners genadeloos rauwe gitaargeluid en priemende wah-wahsolo’s. Screaming Trees’ luide garagerock is aanstekelijk bovendien in opwindende songs als ‘Bed Of Roses’, ‘Úncle Anesthesia’ en ‘Alice Said’. ‘Time For Light’ heeft met zijn smerige riff een extreem hoog octaangehalte, terwijl ‘Lay Your Head Down’ aan R.E.M. doet denken, ‘Disappearing’ voorzien is van mariachi-trompetten en de prachtige afsluiter ‘Closer’ de dromerig-psychedelische kant laat zien van Screaming Trees. Uncle Anesthesia is een fantastisch jaren negentig-rockalbum en preludeert de doorbraak van grunge en de Seattle-sound. Het album verkoopt echter niet veel meer dan 50.000 exemplaren, maar opvolger Sweet Oblivion is twee jaar later de doorbraakplaat. Maar een jaar toeren – energieke live-optredens met twee rondstuiterende dikkerdjes en een stoïcijnse zanger – levert naast succes ook veel knokpartijen op. In 1996 komt de laatste cd Dust uit en op 25 juni 2000 maakt Mark Lanegan officieel een einde aan wat een lijdensweg werd. Lanegan: ‘It was like prison. Without the sex.’
Beyond This Horizon / Bed Of Roses / Uncle Anesthesia / Story Of Her fate / Caught Between / lay Your Head Down / Before We Arise / Something About Today / Alice Said / Time For Light / Disappearing / Ocean Of Confusion / Closer

vrijdag 20 april 2012

Buxton | Nothing Here Seems Strange



De grote sprong voorwaarts: na twee cd's in obscuriteit (Red Follows Red in 2005 en A Family Light in 2008) lijkt Nothing Here Seems Strange de onvermijdelijke doorbraak naar het zonlicht. Buxton, uit Houston, Texas biedt op hun debuut voor New West Records een fantastische combinatie van de hippie-folkpop van Fleet Foxes, de neo-countryrock van Dawes en de indie-americana van Blitzen Trapper. Binnen deze driehoek blijkt ruimte voor de intrigerende sound van Sergio Trevino (zang, gitaar), Jason Willis (leadgitaar, mandoline, banjo, pedal steel), Austin Sepulvado (gitaar, orgel, zang), Chris Wise (bas) en Justin Terrell (drums).
Nothing Here Seems Strange werd gemixt door de fameuze Jim Scott (Wilco, Whiskeytown), die dan ook garant staat voor een klassieke alt.countrysound – americana met een punk-attitude. Dat laatste uit zich in de gruizige reverb-gitaren die rammelend hun werk doen in opwindende folkpunk-liedjes als 'Blown A Fuse', 'Broke From Bread' en 'Down In The Valley'. Aan de andere kant laten banjo en zacht ruisende psychedelische gitaren zich beslist niet onbetuigd in geweldige, met zangharmonieën overladen liedjes als 'Wolves And Owls', 'Fingertips' en het meeslepend melancholieke 'Riverbed' Het machtige 'Oh My Boy' is pure sturm und drang, terwijl rustieke americana aan bod komt in de atmosferische afsluiter 'Body Count' waarin strijkers en akoestische gitaren voor een broeierige sfeer zorgen. Met dit geweldige Nothing Here Seems Strange nestelen de Texanen van Buxton zich comfortabel tussen de huidige generatie indiefolk en alt.country bands.
Wolves And Owls / Fingertips / Blown A Fuse / Broke From Bread / Riverbed / Boy Of Nine / Down In The Valley / Lynchburg Ferry / Oh My Boy / Body Count