donderdag 10 mei 2012

Gin Blossoms | New Miserable Experience

De Gin Blossoms zijn vijf slackers uit Tempe, Arizona met sloom lang haar, houthakkersbloezen en korte broeken. Hoewel geheel gekleed overeenkomstig de tijdgeest van Amerikaanse college-rock en Seattle-grunge, is de muziek die de Gin Blossoms maken up-beat en springerige rock die evenveel R.E.M.-bestanddelen als powerpop-ingrediënten bevat. In 1987 formeren de jeugdvrienden Doug Hopkins (gitaar) en Bill Leen (bas) samen met Jesse Valenzuela (zang, gitaar) The Gin Blossoms. Na wat personeelwisselingen is de band compleet met zanger Robin Wilson en drummer Philip Rhodes. Na een album, Dusted, tekent A&M Gin Blossoms en stelt het vijftal in staat hun major-debuut op te nemen in de legendarische Ardent-studio in Memphis. Die opnamen vinden plaats van februari tot maart ’92 onder leiding van Ardent-huisproducer John Hampton. Ze verlopen echter niet soepel; songschrijver en zelfbenoemd leider van de band, Doug Hopkins, is onhandelbaar en agressief, en kampt met een alcoholverslaving. Nog in 1992 verschijnt New Miserable Experience – een titel misschien wel gekozen vanwege Hopkins’ gedrag –; een prachtige plaat vol messcherpe rootsy poprock. Knallende, adrenaline-opjagende drums en stuwend basspel zorgen voor een strak fundament. Daar overheen leggen Hopkins en Valezuela een ademend gitaartapijt en daar bovenop zijn fraaie koortjes gevleid die aan The Byrds doen denken. Er staan nogal wat opzwepende klasse-rocksongs op New Miserable Experience. ‘Lost Horizons’ is de knallende en tegelijk melodische opener die de trend zet voor nog veel meer moois. ‘Mrs Rita’, ‘Hold Me Down’ en ‘Hands Are Tight’ jagen de bloedspiegel nog verder op, al zijn er ook rustmomenten in ‘Until I Fall Away’ en het countryeske ‘Cheatin’. ‘Cajun Song’ is een met accordeon verfraaid uitstapje naar de bayou, maar wordt in de schaduw gesteld door de rocksongs die gerust als klassiekers beschouwd mogen worden: ‘Hey Jealousy’ en ‘Found Out About You’. New Miserable Experience moet bij verschijnen echter alle media-aandacht ontberen. De spanningen in de band lopen op, wat tot gevolg heeft dat de onhandelbare Doug Hopkins uit de band wordt gezet. Maar dan, in ’93, wordt het catchy ‘Hey Jealousy’ een grote hit. De nog grotere hit ‘Found Out About You’ zorgt er bovendien voor dat New Miserable Experience een jaar na verschijnen in Amerika meer dan een miljoen keer over de toonbank gaat. Een succesverhaal, lijkt het. Maar niet voor Doug Hopkins. De schrijver van ‘Hey Jealousy’ en ‘Found About You’ pleegt op 5 december 1993 zelfmoord met een pistool. Dit zijn zijn woorden in ‘Lost Horizons’: Drunk, drunk, drunk in the gardens and the graves.
Lost Horizons / Hey Jealousy / Mrs. Rita / Until I Fall Away / Hold Me Down / Cajun Song / Hands Are Tied / Found Out About You / Allison Road / 29 / Pieces Of The Night / Cheatin’

woensdag 9 mei 2012

David Mayfield | The David Mayfield Parade



Hij is de broer van Jessica Lea Mayfield, speelde met The Avett Brothers en nam onlangs afscheid van Cadillac Sky: David Mayfield is op solo-avontuur en debuteert met het fantastische The David Mayfield Parade. Mayfield is een begenadigd songschrijver en gezegend met een hartverwarmend stemgeluid. Hij nam dit juweeltje op in Akron, Ohio en vergezelde zich door een grote groep muzikale vrienden en vriendinnen, waaronder de Avett-broertjes, die tezamen voor een rijk geschakeerd hebben gezorgd. Rijk geschakeerd is ook het idioom waar Mayfield zich in begeeft: van Westcoast-countryrock à la Parsons en Young (Blue Skies Again, Faraway Love, Dorm Room Wall) tot gevoelige softrock (Breath Of Love); van catchy twang (I Just Might Pray) via onderkoelde countryrocker (Udine) tot country-klassieker (Sea Of Heartbreak, bekend van The Everly Brothers en Johnny Cash). En als slagroom op het toetje een spetterende gitaarsolo in de fenomenale afsluiter. Mayfield trekt het allemaal naar zich toe in puur ambachtelijke songs en imponeert op een vergelijkbare wijze als bijvoorbeeld de klassieke Neal Casal of een briljant jonkie als Dylan LeBlanc. Het is vooral warmte, gloedvolle warmte, die de man uit Ohio uitstraalt, zodat ik mij vol overgave laaf aan dit superieure album. Opgetuigd met weelderige strijkers, wuivende pedal steel en geweldige duozang met zus Jessica Lea, is The David Mayfield Parade met zijn hartverwarmende liedjes een bescheiden meesterwerk dat ik noteer voor mijn eindejaarslijstje van 2011.
Blue Skies Again / I Just Might Pray / Sea Of Heartbreak / Noreen / Breath Of Love / Looking For Love / Faraway Love / What Do You Call It / Dorm Room Wall /I Have Been Known To Be Wrong From Time To Time But I'm Afraid I'm Right

dinsdag 8 mei 2012

Weird Summer | I.S.O.

In 1995 keert zanger/gitarist Bob Kimbell van Arizona terug naar Champaign, Illinois en blaast zijn band Weird Summer nieuw leven in. Datzelfde jaar verschijnt nog Incarnata Mysterica, een jaar later gevolgd door het meesterlijke I.S.O. Het album is geproduceerd door powerpop-meester Adam Schmitt, en is een mengeling van slepende popliedjes en rustieke, countryeske songs. R.E.M. Is een lichtend voorbeeld, maar ook bijvoorbeeld Big Star en de jangle pop van The Connells. Deze samensmelting van stijlen levert een schitterende plaat op, overladen met sprankelende popsongs die zijn opgetuigd met wonderschone harmonieën en majestueus rinkelende gitaren. Hemels zijn traag voortrollende gitaarliedjes als 'Pop Rocker', 'Neap Tide' en 'Never Tell', waarin lyrische solo's van gitarist Nick Rudd het bevrijdende luchtruim kiezen. Dit geldt ook zeker voor 'Rained Like Hell', dé archetypische Weird Summer-song: pastoraal, elegant en weemoedig. Daar blijft het bij, I.S.O. – In Search Of – is niet alleen een geweldig album, maar ook de zwanenzang van Bob Kimbell en zijn Weird Summer.
Who Are You? / Pop Rocker / Neap Tide / Don't Like You No Mo' / Rained Like Hell / Take My Life, Please / Arrow Of My Eye / Sittin' Here / Stay Awhile / She's Not The One / Billy Distant / Never Tell

The Miracle Workers | Inside Out

Uit Portland, Oregon komen ze, The Miracle Workers, en in 1982 worden ze opgericht door zanger Gerry Mohr en bassist Joel Barnett. Twee jaar later is de bezetting nagenoeg definitief met gitarist Matt Rogers, drummer Gene Trautmann en sixties-veteraan Danny Deminakow op orgel en gitaar. Een andere veteraan – Lollipop Shoppe's Fred Cole – helpt ze me de productie van een aantal singles en ep's. Maar voor hun debuut-lp reizen The Miracle Workers af naar Los Angeles waar ze in de Silvery Moon Studios in twee dagen hun eerste volwaardige album opnemen voor Voxx Records – en met Greg Shaw achter de knoppen. Het primitieve geluid van eerdere opnamen en van de tomeloze live-shows is op Inside Out perfect gekanaliseerd tot een heldere, schelle sound waarin Gerry Mohrs brute zang, sissende marraccas, de bonkende ritmesectie en de alom aanwezige reverb- en fuzzgitaren triomferen. Daarbij kennen de compacte garagepunkliedjes – slechts een enkele haalt de drie minuten – een opvallende popstructuur: geweldige intro's gaan refrein, brug en snerpende solo vooraf. 'Go Now', 'That Ain't Me' en 'Inside Out' is de rauwe openingstrits en dan gaat het door met de neo-rhythm & blues van 'Another Guy', 'Love has No Time' en 'Already Gone'. Inside Out zit aldus volgepropt met ijzersterke liedjes, verpakt in rauwe garagerock. Inside Out is The Miracle Workers' meest compacte en bijzondere album omdat de band zijn aandacht verlegt naar harde, Stooges-achtige rock-'n-roll, hard drugs en in de begin jaren negentig totaal overvleugeld wordt door de Seattle-grunge.
Go Now / That Ain't Me / Inside Out / You'll Know Why / Another Guy / Love Has No Time / I'll Walk Away / 5:35 / Tears / Already Gone / Hey Little Bird / Mystery Girl / One Step Closer To You

maandag 7 mei 2012

The Grateful Dead | American Beauty

In dezelfde week in juni 1970 dat Workingman’s Dead in de winkels ligt, gaat The Grateful Dead met The Band, Janis Joplin en Delaney and Bonnie op tournee door Canada – per trein. Tien dagen van live-optredens op treinstations, high worden en jammen met elkaar, vastgelegd in de film Festival Express. Geïnspireerd door zowel het succes van Workingman’s Dead als de kracht van ouderwetse countryfolksongs stapt The Grateful Dead een krappe zes weken later alweer Wally Heiders studio in San Francisco binnen om te werken aan de opvolger, American Beauty. Onder het genot van geestverruimende paddenstoelen en aldus in een zeer relaxte sfeer nemen Jerry Garcia (zang, gitaar, pedal steel), Bob Weir (gitaar, zang), Phil Lesh (bas, piano, zang), Pigpen (harmonica, zang), de drummers Bill Kreutzmann en Mickey Hart, en tekstschrijver Robert Hunter in minder dan een maand in een live-setting hun nieuwe album op, een logisch vervolg op de verrassende countryrockplaat Workingman’s Dead. Maar in tegenstelling tot dat bonkende en rammelende album is American Beauty een toonbeeld van harmonieuze, zij het psychedelische, schoonheid. Naar het voorbeeld van Crosby, Stills & Nash oefent The Dead grondig op de kenmerkende meerstemmige zang en sijpelen invloeden van de pastorale grandeur van The Bands Music From Big Pink door in de acidrock van Garcia en de zijnen; op American Beauty niet alleen de Dead-leden, maar ook Garcia's kompanen van de New Riders Of The Purple Sage. Ondanks de dominantie van Garcia – als zanger, componist, gitarist en pedal steel-speler – trapt de plaat af met de prachtige Phil Lesh-compositie 'Box Of Rain', voorzien van een van Robert Hunters poëtische teksten. Ook Bob Weirs betoverende 'Sugar Magnolia' valt deze eer ten deel, evenals Jerry Garcia's totaal overrompelende songs 'Friend Of The Devil', 'Ripple' 'Candyman' en 'Attics Of My Life'. Het zijn superieur, vrij zwevende songs, die gedragen worden door akoestische gitaar, pedal steel, Garth Hudson-achtige orgel-accenten en innig verweven, zachte, maar schitterende harmoniezang. De klassieke roadsong 'Truckin'' sluit een album van een onvoorstelbaar grote schoonheid af, gestoken in een door Stanley 'Mouse' Miller en Alton Kelley psychedelisch beletterde hoes, waarin zowel American Beauty als American Reality te lezen valt. American Beauty is niet alleen te beschouwen als de beste Grateful Dead-plaat, maar ook als een ultieme countryrockklassieker, vergelijkbaar met The Bands Music From Big Pink en The Byrds' Sweethearts Of The Rodeo.
Box Of Rain / Friend Of The Devil / Sugar Magnolia / Operator / Candyman / Ripple / Brokedown Palace / Till The Morning Comes / Attics Of My Life

zondag 6 mei 2012

Julian Cope | Peggy Suicide

In 1990 is Julian Cope net teruggekeerd op aarde. In tien jaar tijd wisselde Cope popsterrenstatus af met vier jaar lang heftig LSD-gebruik, een mislukte, vier albums durende solo-carrière en het maken van een tweetal ondoordringbare en nagenoeg onbeluisterbare cd’s – die Cope’s deplorabele gemoedstoestand aan het eind van de jaren tachtig treffend reflecteren. Maar in de zomer van 1990 krijgt Julian Cope een visioen. In dat visioen ziet Cope Moeder Aarde als een enorme, vleselijke godin, die ten onder dreigt te gaan aan de gevolgen van het broeikaseffect. Omdat Moeder Aarde op het punt staat van een hoge rots af te springen, noemt Cope haar vanaf dat moment Peggy Suicide. Julian Cope heeft zich dan reeds grondig verdiept in filosofie, mystiek, geologie en antieke geschiedenis. De verworven kennis, de visioenen en zelfs fysieke hallucinaties brengen hem nieuwe inzichten en vernieuwd elan. Cope wisselt de honderden bezoeken aan prehistorische plekken af met opnamen voor zijn nieuwe plaat voor Island, getiteld Peggy Suicide. De opnamen vinden eerst plaats in de huisstudio van Mike Joyce, de ex-drummer van The Smiths. Samen met zijn vaste gitarist Donald Ross Skinner en percussionist Mark ‘Rooster’ Cosby legt Cope zijn nummers zoveel mogelijk in één take vast. Hevig geïnspireerd stromen de nieuwe nummers letterlijk uit Cope, reden waarom de band – aangevuld met de psychedelische gitaar van Mike Mooney – naar de Island-studio verhuist. De intensieve en extensieve opnamen zijn ruimhartig over Peggy Suicide uitgestrooid; niet voor niets een dubbelalbum. In phase one tot en met phase four presenteert Cope in achttien songs een waanzinnig muzikaal spectrum. Van garagerock tot torch-song; van krautrock tot country twang; van progressieve rock tot de Madchester-sound van Happy Mondays; en meer nog. Tussen de opzwepende openingsballad ‘Pristeen’ en het sfeervolle slotakkoord van ‘Las Vegas Basement’ bevindt zich een muzikale speeltuin van elastieken gitaren, freakerige en funky bassen en sterk ritmische afterbeat-drums. De Echo & The Bunnymen-pastiche ‘Hanging Out & Hung Up On The Line’ is opvallend en sterk, evenals de Neil Youngiaanse gitaarrock van het hart van Peggy Suicide: het acht minuten durende ‘Safesurfer’. Julian Cope blijft ook na Peggy Suicide productief en creatief. In vele hoedanigheden doet Cope talloze cd’s en boeken het daglicht zien, maar Peggy Suicide moet toch wel gezien worden als ’s mans creatieve revanche.
Pristeen / Double Vegatation / Easy Easy Rider / Promised Land / Hanging Out & Hung Up On The Line / Safesurfer / If You Loved Me At All / Drive, She Said / Soldier Blue / You... / Not Raving But Drowning / Head / Leperskin / Beautiful Love / Western Front 1992 CE / Hung Up & Hanging Out To Dry / The American Lite / Las Vegas Basement

zaterdag 5 mei 2012

Bernard Fanning | Tea & Sympathy


Als voorman van het zeer populaire Powderfinger is Bernard Fanning in thuisland Australië een rock-celebrity. Als de rockband in 2005 een time-out neemt, grijpt Fanning – gitaar, piano, toetsen – deze gelegenheid aan een soloalbum op te nemen. Hij produceert Tea & Sympathy, een prachtig pastoraal album, opgenomen in Peter Gabriels Real World Studios in Engeland. Lichtjaren verwijderd van de aussierock van Powderfinger, klinkt Fanning op zijn soloalbum sensitief en persoonlijk. Prachtige liedjes met doordachte melodieën en gave harmonieën sieren Tea & Sympathy; de ene keer folky met akoestische gitaar en mandoline, de andere keer countrified naar het voorbeeld van Neil Youngs Harvest. En dan heeft Fanning ook nog eens een echte stem: hees-verkouden en donkergetint. Ingehouden en sereen brengt Fanning de veertien roestige, doorleefde liedjes van Tea & Sympathy voor het voetlicht. Aanvankelijk folky en landerig, klimt de plaat naar het einde toe onder aanvoering van rammelende piano, slidegitaar en the man himself naar grote countryrock-hoogten. Eigenlijk zonde dat Bernard Fanning op dat moment nog aan Powderfinger vast zit en niet met zijn songs de wijde wereld in trekt. Powderfinger komt in 2007 weer bij elkaar, maar niet voor lang. In 2010 valt de geliefde rockband definitief uiteen, hetgeen de weg vrijmaakt voor Fannings solocarrière. Helaas gebeurt dat niet: Tea & Sympathy blijft vooralsnog Bernard Fannings enige – prachtige – soloplaat.
Thrill Is Gone / Wish You Well / Not Finished Just Yet / Songbird / Believe / Which Way Home? / Wash Me Down / Hope & Validation / Sleeping Rough / The Strangest Thing / Further Down The Road / Down The River / Yesterday's Gone / Watch Over Me