woensdag 12 februari 2014

Temples | Sun Structures


In Engeland uiteraard, gonst het al een tijdje rondom Temples, een stel neo-psychedelische jonkies met de juiste mindset. Opgericht als duo in 2012, debuterend met de geweldige single 'Shelter Song' in datzelfde jaar, en nu een kwartet dat hun waanzinnige album Sun Structures op de markt slingert. Temples is het helemaal, waarbij de band niet alleen knipoogt naar het verleden van Westcoast-grootheden als The Byrds en Moby Grape en de glamrock van T.Rex, maar ook het vizier gericht heeft op bands als The Allah-Las, Tame Impala en Toy. Vertrekpunt op Sun Structures zijn de gitaren in alle soorten en maten; rinkelende 12-snarige, gemene fuzzgitaren en lieflijke, twinkelende tremolo-gitaren. Een bonkende bas, droge drums en een lekker zoemend orgeltje doen de rest. Maar altijd is daar het liedje; tussen de duizelingwekkende kleuren van de echoput-sound klinkt er altijd een puik liedje door. Twaalf parelende psychedelische popliedjes, voorzien van een gave sound en sterke melodieën, dat is de rijke oogst van Sun Structures, een album dat Temples voorwaarts stuwt naar een nieuw retro-futurisme.

Shelter Song / Sun Structures / The Golden Throne / Keep In The Dark / Mesmerise / Move With The Season / Colours to Life / A Question Isn't Answered / The Guesser / Test Of Time / Sand Dance / Fragment's Life 

dinsdag 11 februari 2014

Big Dipper | Craps

De tweede helft van de jarig tachtig staat in het teken van de invasie van de Amerikaanse gitaarbands. Achter de grote golf duiken talloze bands op die gitaarpop combineren met hoekige Britse postpunk en R.E.M.-achtige neo-countryrock. Een van die bands is Big Dipper, uit het broeinest van de gitaarpop, Boston, Massachusetts. In 1987 debuteert Big Dipper – Grote Beer – met een ep, datzelfde jaar gevolgd door het prettige debuut Heavens. Maar het echte werk is Craps uit 1988, want daarop jubelen en rinkelen de elektrische gitaren, zijn de melodieën onweerstaanbaar en is de productie – Lou Giordano en Paul Kolderie in hun huisstudio Fort Apache – helder en warmbloedig. Craps bestaat uit scherpe, melodieuze gitaarsongs als 'The Insane Girl' en het schitterende 'The Bells of Love' enerzijds, en prachtig dromerige liedjes anderzijds: 'Semjase', over een buitenaardse wezen van de vrouwelijke kunne; 'Bonnie', een weemoedige herinnering aan een jeugdliefde; en het fantastische, waargebeurde 'Ron Klaus Wrecked His House'. Craps is een fenomenaal album, maar ontstijgt de indie-status niet. Daarom probeert Big Dipper het in 1990 bij major Epic met Slam, maar dat wordt een grootse mislukking zodat de band zonder platencontract komt en aldus zichzelf opheft.

Meet The Witch / Ron Klaus Wrecked His House / The Insane Girl / Semjase / Stardom Because / Bonnie / Hey! Mr. Lincoln / The Bells Of Love / A Song To Be Beautiful  

zondag 9 februari 2014

Happy End | Kazemachi Roman

Haaks op Japanse trends in de popmuziek – het in de Engelse taal zingen van voornamelijk westerse covers – kiest Happy End in 1969 onverschrokken voor het avontuur. Van het viertal Haruomi Hosono (zang, bas, toetsen), Takashi Matsumoto (drums), Shigeru Suzuki (leadgitaar) en Eiichi Ohtaki (gitaar, zang) schrijven Hosono en Matsumoto de eigentijdse composities voor Happy End, die de band bovendien in de Japanse taal uit zal voeren. Het tweede album van Happy End, Kazamachi Roman, is royaal gemodelleerd naar Westcoast folkrock en countryrock – een Japanse versie van Buffalo Springfield staat de band voor ogen – maar is uiteraard puur Japans vanwege de inheemse teksten. Kazamachi Roman, wat zoveel betekent als 'winderige straat-romance', kent slepende Westcoastrock in 'Dakishimetai', folkrock in 'Natsu Nandesu' en groovy swamprock in 'Hanaichimonme' en 'Taifuu', de laatste met een rauwe bluesgitaar. Het schitterende 'Sorairo No Crayon' – mellow countryrock met de jengelende pedal steel van Komazawa Hiroki – houdt het midden tussen Brinsley Schwarz en Moby Grape. Zeer bijzonder is bovendien het pakkende folkliedje met rollende Hammond 'Kazo Wo Atsumete', dat in 2003 een prominent eerbetoon krijgt in Sofia's Coppola's succesvolle speelfilm Lost In Translation. In 2007 wordt Happy End nog meer geëerd als Rolling Stone Japan de 100 Greatest Japanese Rock Albums of All Time kiest: op nummer 1 staat het onvolprezen Kazemachi Roman.

Dakishimetai / Sorairo No Crayon / Kaze Wo Atsumete / Kurayamizaka Musasabi Henge / Haikara Hakuchi / Haikara Beautiful / Natsu Nandesu / Hanaichimonme / Ashita Tenki Ni Naare / Taifuu / Haru Ranman / Aiueo


vrijdag 7 februari 2014

The Golden Smog | Down By The Old Stream

Natuurlijk begint zoiets als een grap. Bevriende muzikanten die een gezelligheidsclubje oprichten. Zo ook muzikanten uit de Minneapolis-scene die in 1987 als reactie op de heersende hardcore-trend de Eagles-coverband The Take It To The Limit Band oprichten. Twee jaren later – vrienden komen en gaan – heet de club The Golden Smog, waarna ze in 1992 de cover-ep (21:55 minuten) On Golden Smog releasen. Dat smaakt naar meer en dus ruimen de bandleden, allen onder een schuilnaam, tijd in om te toeren en een volwaardige debuutplaat op te nemen.
Op Down By The Old Stream geven acte de présence: zanger/gitarist Michael Macklyn (The Jayhawks' Gary Louris); zanger/gitarist David Spear (Soul Asylums Dan Murphy); zanger/gitarist Jarrett Decatur (Run Westy Runs Kraig Johnson); en bassist Raymond Virginia (The Jayhawks' Marc Perlman). Naast deze oudgedienden schuiven nieuwelingen zanger/gitarist Scot Summit (Wilco's Jeff Tweedy) en drummer Leonardson Saratoga (Honeydogs' Noah Levy) aan. Opgedragen aan The Highwaymen is Down By The Old Stream een lekker lui rootsrockalbum, waarbij het spelplezier en de pretentieloosheid voorop lijkt te staan. Toch zijn er fraaie, sfeervolle countryrocknummers met een sterke Jayhawks-inslag als 'V', 'Ill Fated', 'Yesterday Cried', 'Won't Be Coming Home' en 'Nowhere Bound'. Ronduit fantastisch zijn de verrassende covers van Bobby Patersons countrysoul-classic 'She Don't Have To See You' en van Ronnie Lane's zalig zwalkende 'Glad & Sorry'.
Aanvankelijk lijkt The Golden Smog serious business; de band gaat met Down By The Old Stream zelfs op tournee door Europa, maar de agenda's van Wilco en The Jayhawks blijken een obstakel. Toch verschijnen er nog relatief ambitieuze albums als Weird Tales (1998) en Another Fine Day (2006), maar uiteindelijk is The Golden Smog niet meer dan wat het in den beginne al was: een heel goeie grap.

V / Ill Fated / Pecan Pie / Yesterday Cried / Glad & Sorry / Won't Be Coming Home / He's A Dick / Walk Where We Walked / Nowhere Bound / Friend / She Don't Have To See You / Red Headed Stepchild / Williamton Angel / Radio King


woensdag 5 februari 2014

The Soft Boys | Underwater Moonlight

Vraag: wat heeft een Britse folkzanger die in 2002 een live opgenomen dubbel-cd met Dylan-covers uitbrengt gemeen met de gitarist die met zijn song ‘Love Shine A Light’ in 1997 het Eurovisie Songfestival wint? Antwoord: zij waren eind jaren zeventig de gezichtsbepalende figuren in The Soft Boys, een neo-psychedelische poppunkband uit Cambridge, Engeland. In 1976 treedt gitarist Kimberley Rew – van de latere Katrina & The Waves – toe tot de punkband die zanger en songschrijver Robyn Hitchcock reeds heeft opgericht met drummer Morris Windsor. Geïnspireerd door de opkomende punkbeweging en beïnvloed door de psychedelica van de sixties groeien The Soft Boys in de luwte van Cambridge uit tot een van de best bewaarde geheimen van de Britse new wave. De rammelpunk van het eerste uur maakt na de komst van funky bassist Matthew Seligman plaats voor nieuwe en meer gestructureerde songs. Op de bovenverdieping van een boothuis met zicht op de rivier de Cam oefent het kwartet dagelijks op Hitchcocks nieuwe meer pop-georiënteerde composities. Tussen januari en maart 1980 nemen The Soft Boys met Vibrators-bassist Pat Collier in drie verschillende Londense studio’s voor een loutere 600 pond de basistracks op voor hun lp, die volgens Windsor een perfecte misinterpretatie van popmuziek is. Toch komen op Underwater Moonlight – in juni 1980 uitgebracht op indie-label Armagaddon – Hitchcocks voorkeuren voor Syd Barretts Pink Floyd en de Westcoast-folkrock van The Byrds duidelijk naar voren. De driestemmige zang van Morris, Rew en Hitchcock verschaft Underwater Moonlight een psychedelische lading die nogal afwijkt van de dan heersende postpunktrend. Mede vanwege die zang zijn nummers als de single ‘I Wanna Destroy You’, ‘Positive Vibrations’, ‘Tonight’ en het weergaloze ‘Kingdom Of Love’ zulke fantastische naar de sixties knipogende poprocksongs. Rews twaalfsnarige gitaar en de Byrdsy benadering maken van ‘The Queen Of Eyes’ een prachtige folkrock-pastiche, terwijl het afsluitende titelnummer de psychedelica van Pink Floyd nog eens gereviseerd in de etalage zet. Wat verwacht werd gebeurde: Underwater Moonlight kon in Engeland op een incidentele positieve reactie rekenen, maat overal daarbuiten – Amerika, Nederland – was de ontvangst lauw. Een jaar na de release van Underwater Moonlight waren The Soft Boys al opgelost in het niets. Jaren later zal een van de grootste bands van de jaren tachtig – R.E.M. – op de vraag wie hun grootste invloed is, antwoorden: The Soft Boys.

I Wanna Destroy You / Kingdom Of Love / Positive Vibrations / I Got The Hots / Insanely Jealous / Tonight / You’ll Have To Go Sideways / Old Pervert / The Queen Of Eyes / Underwater Moonlight

maandag 3 februari 2014

Grant Hart | Intolerance


Na bijna tien heftige jaren, onder te verdelen in een hardcorepunk-fase en een commerciëlere meer powerpop georiënteerde periode, viel Hüsker Dü uit elkaar. In 1988 bleek de chemie tussen de beide songschrijvers Bob Mould en Grant Hart volledig te zijn opgelost. Mould, verslaafd aan speed en alcohol, en Hart, heroïnegebruiker, spoorden niet meer. Het geruchtencircuit kwam volledig op stoom getuige de talloze insinuaties. Een bloemlezing: Hart was vanwege de heroïne onhandelbaar op het podium; Mould wilde een groter aandeel van de voorschotten; Hart was verliefd op Mould, doch dit was niet wederzijds (beiden zijn homoseksueel); de druk van Warner Bros. om een hit te scoren nam toe; speed en heroïne gaan niet samen; en als wellicht de belangrijkste reden: manager en vriend-voor-het-leven David Savoy Jr. hing zichzelf in het voorjaar van 1987 op. De druk voor de drie vrienden uit Minneapolis, Hart, Mould en bassist Greg Norton, werd te groot. Sleur en verveling deden de rest; in 1988 blaast Bob Mould het fiere gitaarbastion dat Hüsker Dü was op. Het einde van een tijdperk.
Grant Hart is de eerste die opkrabbelt na het Hüsker Dü-debacle. Hart lijkt zijn verslaving onder controle te hebben en tekent een contract bij het onafhankelijke SST Records, het label waar Hüsker Dü zijn eerste successen behaalde. Al gauw verschijnt Harts debuutsingle, het prachtige '2541'. Het is de veelbelovende voorbode van Grant Harts debuut-lp/cd. Hoewel zanger en drummer in Hüsker Dü, komen zijn composities voor de band louter tot stand via piano en gitaar. Dat Hart een uitstekende gitarist en toetsenist is, blijkt maar al te zeer uit de dominante rol die beide op Intolerance vervullen. Vooral het afwisselende gebruik van Hammond, kerkorgel en pianola geven kleur aan de tien composities die op Intolerance te vinden zijn. Hart neemt hiermee afstand van het van subtiliteit gespeende beeld dat Hüsker Dü in zijn ruige periode opriep, want op Intolerance kunnen we kennismaken met een sensitieve en kwetsbare singer-songwriter. Grant Hart treedt hiermee in de voetsporen van loners als Syd Barrett, Tim Buckley en Alexander Spence. Sowieso ademt Intolerance de sfeer van voorbije tijden, om precies te zijn; de sfeer van de jaren zestig. De tien nummers bezitten een losheid die doet vermoeden dat het voor de multi-instrumentalist die Hart is een bevrijding moet zijn geweest om zich te ontdoen van de knellende banden van het bandconcept, in casu Bob Mould. Grant Hart gaat in een aantal nummers zeer gecontroleerd te keer, hetgeen meeslepende rocksongs oplevert, maar verzandt nergens in het gitaargeweld dat Hüsker Dü’s handelsmerk was. 'Now That You Know Me' is zo’n nummer waarin de gitaren speels heen-en-weer stuiteren, maar waar eveneens een mondharmonica een folky toets toevoegt en het catchy refrein het nummer een poplading meegeeft. 'Fanfare In D Major (Come, Come)' is eveneens een rockende song waarin de gitaren heerlijk rondzoemen en zo bevat Intolerance ruim voldoende bite om te kunnen spreken van een enigmatisch rockalbum, maar is er meer. Wat volgt is een serie caleidoscopische composities waarin Hart de geschiedenis van de rockmuziek samenvat in een notendop. 'The Main' is een zwalkend zeemanslied dat gedragen wordt door piano, orgel en galmend shantykoor en waarin Hart zijn hart uitstort: There was smack in the middle in Alfabet Town / There was life on the corners and dead all around. Kant twee opent met het hoogtepunt van Intolerance: '2541', de eerder uitgebrachte single, hier omgedoopt tot 'Twenty-Five Forty-One'. Deze compositie, met zijn ingehouden agressie en zijn machtig meezingbare refrein, vormt de kern van Grant Harts muzikaliteit; '2541' is vier minuten samengebalde energetische zeggingskracht en is, het moet gezegd, Harts ultieme compositie. De koek is dan nog niet op, want zowel 'You Are The Victim', met een hoofdrol voor een fluitende Hart en een bijrol voor ritmische lepels en een gierende boormachine, als het spannende en vaag psychedelische 'She Can See The Angels Coming' geven Intolerance de benodigde meerwaarde om van een bescheiden meesterwerk te kunnen spreken. 'Reprise' ten slotte, met zijn ronkende bas, frenetiek drumwerk en gitaargeraas, sluit Intolerance passend af.
Na Intolerance maakte Grant Hart nog een aantal bovengemiddelde cd’s met zijn band Nova Mob, om vervolgens onder te duiken in de schemerzone van de hard drugs. Pas in 2000 verschijnt Hart weer aan de oppervlakte met een onopgemerkt gebleven solo-cd. Het betekent wel een nieuwe start – temeer daar Patti Smith Hart als gastmuzikant vraagt voor haar Gung Ho – en zo heet het dat Grant Hart een zonnige toekomst tegemoet gaat. Bewezen heeft hij zichzelf al; Intolerance, Harts enigmatische muzikale dagboek, spreekt voor zich.

All Of My Senses / Now That You Know Me / Fanfare In D Major (Come, Come) / The Main / Twenty-Five Forty-One / Roller-Rink / You’re The Victim / Anything / She Can See The Angels Coming / Reprise



zondag 2 februari 2014

Mountain | Climbing!

Leslie West, een berg van een vent. De zwaarlijvige gitarist afkomstig van Long Island, New York heeft eind jaren zestig een zeer bescheiden succes met zijn band The Vagrants, die zich aanvankelijk baseert op de British Invasion-sound van The Yardbirds maar zich gaandeweg meer richt op het heavy bluesrock-geluid van Cream. Een ontmoeting met Cream-producer Felix Pappalardi leidt in 1969 tot de release van Wests soloalbum Mountain – geproduceerd door Pappalardi – en de aanleiding voor de oprichting van een heavy rockband: Mountain. Het vierde optreden van de band – nog ver voor de eerste plaatopnamen – is in augustus '69 op Woodstock. Een jaar later bestaat Mountain naast West en Pappalardi (bas, zang) uit organist Terry Knight en drummer Corky Laing en debuteert de New Yorkse band met de single 'Mississippi Queen', een vette, zompige boogie, in maart 1970 gevolgd door het debuutalbum Climbing! De heavy bluesrock van 'Never In My Life' en 'Sittin' On A Rainbow' – agressieve zang van West en venijnig, scheurend gitaarwerk – ligt in het verlengde van 'Mississippi Queen', maar de door Pappalardi gezongen tracks zijn melancholieker, beeldender en van een grote schoonheid. 'The Laird' is een poëtische folky ballad, 'For Yasgur's Farm' – een ode aan Woodstock – wordt gedragen door een rollende hammond en lyrisch gitaarspel en de Jack Bruce/Pete Brown-compositie 'Theme From An Imaginary Western' is het zalige hoogtepunt; evocatief, filmisch en afgerond met een adembenemende, magnifieke solo van Leslie West op zijn Les Paul. Al met al is Climbing! een fantastische heavy rockplaat, wat evenzeer geldt voor opvolger Nantucket Sleighride van een jaar later. Mountain is zonder meer een iconische heavy rockband, die onderdeel is van de Woodstock-mythe maar helaas niet de wilde jaren zeventig overleefd heeft.

Missisippi Queen / Theme From An Imaginary Western / Never In My Life / Silver Paper / For Yashgur's Farm / To My Friend / The Laird / Sittin' On A Rainbow / Boys In The Band