zondag 12 oktober 2014

Dumptruck | For The Country

‘Op een dag liepen Kirk en ik op straat en toen we een kiepauto zagen zeiden we beiden Hé, dat is een goeie naam voor een band!’ ‘Kiepauto’ betekent ‘Dumptruck’ en aan het woord is Seth Tiven, het meesterbrein van Dumptruck, een Amerikaanse band die in het voetspoor van R.E.M. in de jaren tachtig van de vorige eeuw een bescheiden succes was in het collegecircuit. In 1983 werd Dumptruck in New Haven, Connecticut opgericht door Seth Tiven en Kirk Swan, die elkaar afwisselen als zanger, gitarist en bassist en gezamenlijk Dumptrucks composities schrijven. Met behulp van verschillende drummers – waaronder Mark Mulcahy, die later als singer-songwriter enige bekendheid geniet – neemt Dumptruck zijn eerste elpee voor het alternatieve Big Time-label. D Is For Dumptruck is een zeer matig art-rockalbum, een vage schaduw van Television, inclusief de dubbele gitaarline-up. De opvolger Positively is echter heel erg veel beter; Dumptruck is rijper en volwassener geworden door de vele live-optredens in de kleine clubs aan de oostkust en in het midwesten en heeft inmiddels een vaste ritmesectie. Bovendien past de productie van fameus producer Don Dixon (R.E.M.) heel goed bij het ritmische, doch melancholieke groepsgeluid. Positively is ruim gevuld met tintelende popsongs, waarbij de ingetogen en smaakvolle voordracht overheerst en de muzikale pretentie ondergeschikt gemaakt is aan de subtiele en gloedvolle melodieën. Dumptruck onderneemt vervolgens tournees naar de westkust, naar Canada en zelfs naar Engeland. Tijdens de intensieve live-shows wordt het publiek naast de eigen nummers getrakteerd op covers van ‘I Wanna Be Your Dog’ van The Stooges, ‘You Ain’t Going Nowhere’ van Bob Dylan en Neil Youngs ‘Down By The River’. De groep groeit en groeit en lijkt in op het toppunt van zijn kunnen. Het lijkt een geschikt moment, nu ook Dumptrucks budget is verruimd, om het ijzer te smeden als het heet is.
Tijdens hun Britse tournee is de band in contact gekomen met de Welshe producer Hugh Jones – bekend van postpunk-acts als Echo & The Bunnymen, The Sound en Modern English. Jones huurt de Rockfield Studios in Wales voor de maand mei (1987) af en is in afwachting van SethTiven, Kirk Swan en Dumptrucks drummer en bassist om aan hun nieuwe plaat te werken. Maar als Dumptruck arriveert in Wales blijkt Swan de band verlaten te hebben en is de kern van Dumptruck gehalveerd en ontdaan van een sleutelfiguur. De opnamen lijken tot mislukken gedoemd, maar niets is minder waar. Niet alleen heeft Seth Tiven een serie schitterende composities mee naar Wales genomen, maar eveneens een zanger-gitarist in de persoon van Kevin Salem.
Als For The Country in september 1987 verschijnt, blijkt hoe geïnspireerd Dumptruck in de Rockfield Studios was. Tiven heeft zich niet van zijn doel af laten leiden door het vertrek van Swan; For The Country is een plaat volgestouwd met melancholieke pop, afgezet tegen een decor van moderne countryrock en contemporaine college-rock. Tinkelende en rondcirkelende gitaren en meerstemmige zang, gecombineerd met fraaie melodiewendingen zijn Dumptrucks meest in het oog/oor springende kenmerken en deze leveren op For The Country heel veel sprankelende pop op. Dumptruck heeft met For The Country een klein meesterwerkje afgeleverd, dat in ieder geval tot de beste cd’s van het jaar 1987 mag worden gerekend. Al in de opener ‘Island’ blijkt het compositorische en muzikale vernuft van Seth Tiven; ‘Island’ is een kristallijnen popsong die naar een climax gebracht wordt door zijn lyrische gitaarspel. Verder zijn er talloze fabuleuze poprocknummers over de plaat verspreid die in lichte mineur zijn getoonzet en die daarmee aansluiten bij de tamelijk zwartgallige teksten van Tiven. ’50 Miles’ – 50 miles from nowhere / Help will not arrive – is bitter en weemoedig maar toch opgetuigd met stevige rockgitaren; in ‘Friends’ vraagt de zanger zich af waar vrienden goed voor zijn; en het deprimerende maar indrukwekkende ‘Dead Weight’ biedt een kijkje in Tivens donkere en onzekere ziel. ‘Wire’ is daarentegen een aanstekelijk rocknummer, waarin Dumptruck zijn versie van southern-rock doet en waarop een voorname rol ingeruimd wordt voor B.J. Cole’s pedal steel. Ook het Hammond-spel van sessiemuzikant Tommy Eyre (o.a. Joe Cocker, John Martyn) speelt een opvallende rol en geeft de Dumptruck-sound een warme en organische extra dimensie. ‘Barking Up The Wrong Tree ‘ is diep melancholiek en uiterst fraai, maar legt het af tegen het sleutelnummer van de plaat: het titelnummer ‘For The Country’, een traag en onheilspellend nummer van bijna epische proporties, met als terugkerend thema de hopeloze eenzaamheid die Tiven doeltreffend verwoordt: Drifting on an ocean / Till you die. ‘For The Country’ tilt For The Country simpelweg naar een hoger niveau.
De verkooppresultaten van For The Country zijn bemoedigend en als gevolg daarvan zijn er grote labels geïnteresseerd in Dumptruck. De band staat echter nog onder contract bij Big Time – waardoor het door de major aangeboden miljoen dollars Big Time ten goede komt –, maar dan blijkt dat er in het contract met Big Time een cruciale clausule ontbreekt waardoor Dumptruck contractvrij is. Als Tiven tekent bij de major ziet hij zich geconfronteerd met een miljoenenclaim van Big Time. Het betekent het einde van het veelbelovende Dumptruck; jaren en jaren wordt er in de rechtbank gevochten om wie de rechten op Dumptruck heeft. Pas zeven jaar later verschijnt er een nieuwe plaat van Dumptruck, dan een trio, geleid door een gedesillusioneerde en uitgehuilde Seth Tiven.

Island / 50 Miles / Friends / Carefree / Brush Me Back / Hung Out On A Line / Going Nowhere / For The Country / Dead Weight / Wire / Barking Up The Wrong Tree



dinsdag 7 oktober 2014

Homer | Grown In U.S.A.

Homer, uit San Antionio, Texas, debuteert in 1969 met een cover van een Willy Nelson-song. Een jaar later lijken psychedelische drugs definitief hun werk gedaan te hebben, als Homer op Grown In U.S.A. met een bijzonder curieuze fusie van progrock, countryrock en heavy, dubbelloops gitaren voor de dag komt. Grown In U.S.A. stuitert op een prettige manier alle kanten op en wel zodanig dat iedere genre-song op zichzelf staat en overtuigt. Melodieus voortdenderende hardrock in 'Survivor', en 'Lonely Woman'; progressive rock in het prachtige 'Circles Of The North'; en pure, meeslepende countryrock in 'Dawson Creek'. Excellente zang, zowel in een hardrockstijl als in de fraaie harmoniezang, geweldige gitaarduellen en prominente inzet van zowel mellotron en pedal steel typeren deze weirde hutspot. Bizar en bedwelmend tegelijk is dan ook 'Taking Me Home' waarin een ijle mellotron duelleert met een jengelende pedal steel. Opmerkelijk, opwindend en ongebruikelijk is dit Grown In U.S.A., en uniek in zijn soort, temeer daar van Homer nadien elk spoor ontbreekt.

Circles In The North / Taking Me Home / Dawson Creek / Survivor / In The Beginning / Love's Coming / Four Days And Nights 'Without You' / Cyrano In The Park / Lonely Woman




vrijdag 26 september 2014

Lucinda Williams | Where The Spirit Meets The Bone



 


Sinds 1998 – sinds Car Wheels On A Gravel Road – is Lucinda Williams de grande dame van de americana. Keer op keer bevestigde zij haar onbetwiste status met een adembenemende serie albums – van Essence (2001) tot Blessed (2011). Maar wie haar live aan het werk gezien heeft moet ook erkennen dat de jaren beginnen te tellen voor Lucinda (geboren 1953). Alleen al om die reden is het uiterst verheugend dat het dubbelalbum Where The Spirit Meets The Bone een gedreven en gepassioneerde Lucinda Williams laat horen, als was het 1998. Williams heeft inmiddels haar eigen platenlabel en is dus volledig in controle over haar eigen – schitterende – muziek. Voor Where The Spirit Meets The Bone beschikte Williams over een keur aan muzikanten, zoals Greg Leisz (pedal steel en productie), Bill Frisell (gitaar), Tony Joe White (gitaar), Ian McLagan (toetsen), Jakob Dylan (zang) en Elvis Costello's vaste ritmesectie. Het resulteert in een rauw en ongepolijst klankbeeld waarin Williams met haar schuurpapieren stem glorieert. Where The Spirit Meets The Bone bevat 20 nummers en bestrijkt het gehele terrein tussen countryrock en countrysoul; rauwe gitaarliedjes wisselen soulvolle ballads af. Ondertussen spat de urgentie van de groeven ( dan wel het bi-carbonaat van de cd) en geeft La Williams blijk van een huizenhoge ambitie en dito intensiteit. In die zin gelijkt Where The Spirit Meets The Bone nog het meest op Lucinda's fameuze live-dubbelaar Live @ The Fillmore (2005). Where The Spirit Meets The Bone is een ware tour de force – 20 gedreven songs met als slotstuk een cover van J.J. Cale's Magnolia – en een definitief bewijs van Lucinda Williams' importantie voor americana en alt.country.

Compassion / Protection / Burning Bridges / East Side Of Town / West Memphis / Cold Day In Hell / Foolishness / Wrong Number / Stand Right By Each Other / It's Gonna Rain / Something Wicked This Way Comes / Big Mess / When I Looked At The World / Walk On / Temporary Nature (Of Any Precious Thing) / Everything But The Truth / This Old Heartache / Stowaway In Your Heart / One More Day / Magnolia 

zondag 21 september 2014

Kansas | Leftoverture

In het midden van de jaren zeventig maken zes boerenzonen uit het Midwesten naam met een onwaarschijnlijke combinatie van symfonische rock en southern rock. Onwaarschijnlijke mag het zijn; de bandnaam is voor de hand liggend en simpel: Kansas. Met veel bravoure laat de band zien dat ingewikkelde op klassieke leest gestoelde passages uitstekend blijken samen te gaan met harde boogierock. Opgericht in Topeka, Kansas in 1970 en opgepikt door Monkees-bedenker Don Kirshner hebben Steve Walsh (zang, toetsen), Kerry Livgren (gitaar, toetsen), Robby Steinhardt (zang, viool), Rich Williams (gitaar), Dave Hope (bas) en Phil Ehart (drums) er in 1975 al drie lp's op zitten. De druk om door te breken neemt echter toe en als de voornaamste songschrijver Steve Walsh onder een writer's block zucht en alle druk op de schouders ligt van de sneeuwwitte gitarist Kerry Livgren. De band worstelt met een gebrek aan nieuwe songs, maar Livgren ontstijgt zichzelf en beleeft een koortsachtige creatieve periode. Vlak voor de opnamen krabbelt Livgren nog een idee voor een nieuw liedje op papier, en een Amerikaanse monsterhit is geboren: 'Carry On Wayward Son'. Het voert een lp aan die Kansas een grootse doorbraak oplevert. Leftoverture – met een op de hoes een in denken verzonken Leonardo Da Vinci – kent een sprankelend heldere productie – van roadie Jeff Glixman – waarin vooral de samenzang van Walsh en Reinhardt en de gitaarduellen van Livgren en Williams eruit springen, met een groots resultaat in 'The Wall', 'What's On My Mind'. 'Opus Insert' en de meer epische, symfonische songs 'Miracles Out Of Nowhere' en 'Cheyenne Anthem'. Walsh is de uitstekende zanger, en zijn en Livgrens spel op moog, clavinet en ARP-synthesizer zijn de extra smaakmakers. Kansas weet echter niet altijd de valkuil van té complexe songs te omzeilen en verliest zich aldus een enkele keer in pompeuze overdaad, zoals in 'Magnum Opus' – al is het intro daarvan werkelijk groots. Leftoverture is zeker grotesk, maar de niet eerder gehoorde symfonische southern-boogie-hybride maakt van het album een millionseller en van Kansas dé rock-cowboys van het Midwesten en heersers van de plattelandssporthal en dorps-arena. Leftoverture gaat drie miljoen keer over de toonbank en wordt opgevolgd door de nog grotere successen Point Of Know Return (1977) en Monolith (1979), waarna de band langzaam begint af te brokkelen.

Carry On Wayward Son / The Wall / What's On My Mind / Miracles Out Of Nowhere / Opus Insert / Questions of My Childhood / Cheyenne Anthem / Magnum Opus



maandag 15 september 2014

Freedom | Nerosubianco

In 1967 gewipt uit Procol Harum, beginnen drummer Bobby Harrison en gitarist Ray Royer een eigen band: Freedom. Het viertal, mede vanwege de zwierige orgelsound van Mike Lease, leunt zwaar op de barokke, uitbundige geluid van Procol Harem. Als Freedom op het platteland zijn sound aan het ontwikkelen is, krijgt hun management het voor elkaar dat de band de soundtrack voor een Italiaanse film mag componeren en opnemen. In de Londense Olympic Studios neemt Freedom met engineers Eddie Kramer en Glyn Johns de soundtrack op van de Dino De Laurentis-productie, de softpornofilm Nerosubianco. Maar het filmproject komt niet tot daadwerkelijke realisatie, wel verschijnt er in 1968 een veelbelovende single van Freedom, maar meningsverschillen tussen de bandleden doet de band al begin 1969 uiteenvallen. Dan blijkt jaren later, en onwetend bij de band, dat de Italiaanse vestiging van Atlantic Records de soundtrack wel op de markt geslingerd heeft. Nerosubianco is een curieus psychedelisch album, bestaande uit dertien afgeronde songs die opgetrokken zijn uit soulvolle zang, een zware Hammond-sound en geestverruimende acid-gitaren. Uit niets blijkt dat Nerosubianco een filmsoundtrack is, daarentegen zijn de op zichzelf staande tracks fraaie staaltjes van song-georiënteerde Britse psychedelica. Nerosubianco is letterlijk een curiosum.

To Be Free / The Better Side / Attraction-Black On White/With You / The Butt Of Deception / The Truth Is Plain To See / Childhood Refelctions / Seeing Is Believing / You Won't Miss / Born Again / Decidedly Man / Relation / We say No / The Game Is Over

woensdag 10 september 2014

Shiloh | Shiloh

The Battle of Shiloh was een van de bloedigste veldslagen uit de Amerikaanse Burgeroorlog. Op 6 en 7 april van 1862 bevochten 110.000 Amerikaanse soldaten elkaar aan de oevers van de Tennessee, ter hoogte van een houten kerkje; de Shiloh Church. Shiloh is ook de naam van een countryrockband uit het noordoosten van Texas. In 1970 haalt Kenny Rogers de Texanen naar Los Angeles, waar ze met Rogers als producer hun enige lp opnemen. Het zelfgetitelde album is een fascinerende plaat waarop het vijftal countryrock, swampblues en rootsrock combineert tot een broeierige en samenhangend geheel. Shiloh wisselt de zompige rock van 'Simple Little Down Home Rock & Roll Love Song For Rosie' en 'Swamp River Country' af met de puurst denkbare countryrock van 'Same Old Story' en 'I'm Gone'. In beide gevallen excelleert Al Perkins op slidegitaar, respectievelijk pedal steel. Het hoogtepunt van dit enige album van Shiloh is de hartverscheurend fraaie afsluiter 'God Is Where You Find Him'. Maar het is tegen dovemansoren gezegd; eenmaal in L.A. Is de band met daarin gitarist Perkins, toetsenist Jim Ed Norman en de neven Mike en Richard Bowden geen lang leven beschoren. De drummer, zanger en songschrijver vertrekt naar de band van Linda Ronstadt, ontmoet daar de helft van het countryrockduo Longbranch Pennywhistle en richt met hem samen een band op: The Eagles.

Simple Little Down Home Rock & Roll Love Song For Rosie / I'm Gone / Left My Gal In The Mountains / It's About Time / Swamp River Country / Railroad Song / Same Old Story / Du Raison / Down On The Farm / God Is Where You Find Him


dinsdag 2 september 2014

The Moondoggies | Adiós I'm A Ghost


Toegegeven, de bandnaam is nogal ridicuul, maar wat The Moondoggies te bieden hebben vergoedt heel veel. The Moondoggies komen uit Seattle en net als hun stadsgenoten Fleet Foxes bedienen ze zich van meerstemmige zang, maar waar Pecknold c.s. zich op folk baseren, daar richten The Moondoggies zich op countryrock. En dat pakt op hun derde plaat Adiós I'm A Ghost wonderlijk goed uit. Er zijn overduidelijk schaduwen van The Band, Neil Young and Crazy Horse en The Grateful Dead waar te nemen, maar natuurlijk voelen de vijf maanhondjes de tijdgeest heel goed aan: gestapelde vocalen, elektrische piano en reverb-gitaren zorgen voor een hip indie-americana muzikaal decor. The Moondoggies hebben een lekker gruizige sound, terwijl de productie warm en helder is, zodat – met als hard bewijsmateriaal liedjes als 'Annie Turn Out The Lights', 'Midnight Owl', 'A Lot To Give' en het epische 'Don't Ask Why' – Adiós I'm A Ghost even retro-psychedelisch als alt.country is. En ronduit voortreffelijk.

I'm A Ghost / Red Eye / Annie Turn Out The Lights / Midnight Owl / Pride / A Lot To Give / Stop Signs / Start Me Over / One More Chance / Back To The Beginning / Don't Ask Why / Adiós I'm A Ghost