zaterdag 16 augustus 2014

Pan | Pan

Pan: een Deense rockband met een Franse voorman en van internationale klasse. Slechts een album, het gelijknamige Pan uit 1970, maar wel een bijzonder overtuigend album op het snijvlak van elektrische blues, Westcoast-psychedelica en hardrock. In de zomer van 1969 richt de Fransman Robert Lelievre Pan op uit de resten van diverse Kopenhaagse bands. Het allereerste optreden van de prille band is een opname voor de Deense televisie; pas daarna volgen live-optredens. Het vijftal wordt snel opgepikt en neemt in januari 1970 de debuutsingle 'Right Across My Bed' op, de maanden daarop gevolgd door de de opnamen voor de debuut-lp. Alleen worden bij een inbraak in de auto van de producer alle tapes gestolen, zodat Pan de debuutplaat voor een tweede keer opneemt. In mei 1970 komt Pan, versie II, op de markt in slechts een persing van 1.000 stuks. Een indrukwekkende plaat met een fantastisch helder geluid, uitstekend spel en dynamische songs die moeiteloos schakelen tussen heavy en lichtvoetig. Akoestische gitaren, orgel, cello en de meanderende, warmbloedige elektrische gitaar van Thomas Puggaard-Müller geven kleur aan de tien veelal schitterende songs, die in de lyrische passages Westcoast-invloeden als Moby Grape en C,S.N&Y oproepen. Opmerkelijk zijn de twee Franstalige tracks, waaronder het prachtige 'Il N'y A Pas Si Longtemps De Ça', maar nog opmerkelijker de subtiel en slepend voorbijtrekkende hoogtepunten van een imponerend rockalbum: 'They Make Money With The Stars','To Get Along Alone' en de zinderende afsluiter 'Lady Of The Sand'. De Deense critici geven Pan terecht een warm onthaal; het album genereert vele optredens op festivals, maar het album verkoopt desondanks weinig. Nog in 1970 valt Pan gedesillusioneerd uiteen – overigens wel met een bonafide Deense klassieker op het conto.

My Time / If / Song To France / They Make Money With The Stars / Il N'y A Pas Si Longtemps De Ça / Many Songs Have Been Lost / Tristesse / To Get Along Alone / We Must Do Something Before The End Of The Day / Lady Of The Sand



donderdag 14 augustus 2014

Buddy Miller | Poison Love

Singer-songwriters als John Hiatt en Steve Earle steken niet onder stoelen of banken dat ze de platen van Buddy Miller fantastisch vinden. En ook de grande dame van de country, Emmylou Harris, heeft Miller hoog zitten, want regelmatig is hij gitarist in Harris' begeleidingsband. Wonderlijk genoeg is Buddy Miller al een stuk in de veertig als hij in 1995 debuteert met Your Love And Other Lies. Vanaf die plaat is Miller een ware country-cultheld. Miller wordt geboren in Ohio, groeit op in New Jersey, vestigt zich in Manhattan en trekt in de jaren zeventig door het land met zijn country- en bluegrassband Partners In Crime. In Austin, Texas ontmoet hij de vrome countryzangeres Julie Griffin, met wie hij trouwt en een onafscheidelijk duo vormt. Vanaf eind jaren tachtig brengt Julie Miller religieus getinte platen uit, terwijl echtgenoot Buddy jarenlang geduld oefent – en met Jim Lauderdale optreedt. Eenmaal woonachtig in Nashville, Tennessee richt het echtpaar in hun achterkamer een studio in – Dogtown – en neemt Buddy zijn en Julie's songs op, met Your Love And Other Lies als resultaat. Twee jaar later, in 1997, ontvangt Miller in zijn Dogtown-studio wederom vele muzikale vrienden die hem begeleiden op wat zijn tweede album zal worden: Poison Love. In het titelnummer, een aanstekelijke uitvoering van mrs. Elmer Lairds countryclassic, is het Steve Earle die de harmoniezang doet, terwijl topmuzikanten als drummer Blady Blade, bassist Daryl Johnson, gitarist Gurf Morlix en pedal steelspeler Al Perkins Miller begeleiden op countryslijpers 'Baby Don't Let Me Down' en 'Lonesome For You' en de bluegrass van 'Love In The Ruins'. Natuurlijk duetteert Buddy met zijn Julie – op het smachtende 'Draggin The River' en op de aanklacht tegen het gebruik van landmijnen, het fantastische '100 Million Little Bombs' – maar op dit terrein gaat Buddy ook vreemd met niemand minder dan Emmylou Harris. Gezamenlijk stuwen ze 'Don't Tell Me' en een superieure cover van Otis Reddings 'That's How Strong My Love Is' naar grote hoogten: naar countrysoul-heaven. En zo is Poison Love een ronduit grandioos album dat soul en blues perfect laat samensmelten met eigentijdse country. Niet voor niets wordt de laatbloeier Buddy Miller gezien als een van de grote vernieuwers van een ouderwets genre als country.

Nothing Can Stop Me / 100 Million Little Bombs / Don't Tell Me / Poison Love / Baby Don't Let Me Down / Love Grows Wild / Love In The Ruins / Draggin The River / Help Wanted / That's How Strong My Love Is / Lonesome For You / I Can't Help It / Love Snuck Up

dinsdag 12 augustus 2014

Urge Overkill | Saturation

Met Urge Overkill denkt Geffen de opvolger van Nirvana binnen te halen. Vergeet het maar, daar zijn National ‘Nash’ Kato (zang, gitaar, toetsen), ‘Eddie’ King Roeser (zang, bas, gitaar) en Blackie Onassis veel te bijzonder voor. Het punkrocktrio uit Chicago, Illinois, speelt jarenlang voor anderhalve man en een paardenkop, brengt zijn eerste platen uit op het bulldozerpunk-label Touch & Go en covert en passant liedjes van Neil Diamond, Jimmy Webb en Hot Chocolate’s ‘Emma’. Maar met de komst van een kitscherige kledinglijn en op effectbejag gerichte glitterpop gaat het roer om: hier zijn de nieuwe helden, met een knipoog, dat wel. Het drietal neemt zijn derde plaat op in Philadelphia, in het hart van de seventies philly-soul, met hiphopproducers The Butcher Brothers. In drie weken staan de twaalf songs op tape, met minimale overdub en een directe, frontale sound. Het drietal houdt bij de release van Saturation een nieuwe kledinglijn ten doop van kitscherige glimmende pakken en slicke bordeelsluipers. Kato, Roeser en Onassis dragen bovendien medaillons om de nek zo groot als onderzetters. Kitsch onder een vergrootglas, Amerikaans ten voeten uit. Saturation, voorzien van een nepperig hoesje en met bijgeleverde UO-sticker, sluit hier naadloos op aan, maar bevat wel urgente en aanstekelijke gitaarpop met zowel evidente glamrock-invloeden als een schatplichtigheid aan radiovriendelijke hardrock. Zo is ‘Bottle Of Fur’ gezegend met een lekker Mud-intro en ‘Erica Kane’ – vernoemd naar een soapsterretje – een stevige rocker. Maar meer classic style-hardrock – in de beste Blue Öyster Cult-traditie – is de knallende openingstrits ‘Sister Havana’, ‘Tequila Sundae’ en ‘Positive Bleeding’, waarin de gitaren riffen en schuren. Het ultieme popgevoel komt naar boven in ‘Back On Me’ dat voortdrijft op een cadans van akoestische gitaren en kartonnen drums, en het afsluitende ‘Heaven 90210’ dat maatschappijkritiek combineert met een bitterzoete gevoeligheid. Zoals gezegd, de nieuwe Nirvana zijn ze niet, worden ze niet. Maar dan komt het succes uit onverwachte hoek: Urge Overkills cover van Neil Diamonds ‘Girl, You’ll Be A Woman Soon’ wordt een hit doordat deze op de soundtrack van Tarantino’s Pulp Fiction is opgenomen. Om bij dit succes aan te haken laat Geffen Urge Overkill nog een plaat maken, maar Exit The Dragon brengt niet wat werd gehoopt. Exit Urge Overkill, voorlopig.

Sister Havana / Tequila Sundae / Positive Bleeding / Back On Me / Woman 2 Woman / Bottle Of Fun / Crackbabies / The Stalker / Dropout / Erica Kane / Nite And Grey / Heaven 90210

zaterdag 12 juli 2014

Tony Joe White | That On The Road Look “Live”

De opnamen stammen uit 1971, maar hebben zo'n 40 jaar op de plank gelegen alvorens kwaliteitslabel Rhino ze aan het publiek presenteert. That On The Road Look is een opzwepende en kokendhete live-dubbelaar van Tony Joe White, de Swamp Fox uit Goodwill, Louisiana. Tony Joe White groeit op met de blues van Lightnin' Hopkins en John Lee Hooker en de rock-'n-roll van Elvis Presley. Halverwege de jaren zestig voert hij zijn eigen band aan – Tony Joe and The Twilights – en speelt veel in de honkytonks van Louisiana en Texas. In '67 komt hij onder contract bij Monument en neemt zijn platen op in Nashville, Tennessee met producer Billy Swan. White scoort hits met 'Polk Salad Annie' en 'Rainy Nights In Georgia', maar is ook constant on the road. In 1971 gaan White en zijn band op tournee door Europa met Creedence Clearwater Revival, tezamen de ongekroonde koningen van de swamprock. Van die tournee stammen de opnamen van That On The Road Look, alwaar White en zijn driekoppige band het elke avond opnemen tegen John Fogerty en zijn mannen: 'It was war every night onstage', zegt Tony Joe White. White beschikt over drummer Sammy Creason, organist Michael Utley, fishin' buddy en Booker T & The MG's-bassist Donald 'Duck' Dunn en uiteraard zijn whomperstomper-gitaar. 'How you're doin'? Oh, mama...', zo begint White zijn concert en zet dan het soulvol stompende 'Roosevelt And Ira Lee' in. White vervolgt dan met een laidback groovende en dampende set met vele hoogtepunten, zoals het groovy 'Another Night In The Life Of A Swamp King', 'Rainy Night In Georgia', de boogie van 'Back To The Country', T-Bone Walkers 'Stormy Monday' en een 10 minuten-versie van 'Polk Salad Annie'. Creedence Clearwater Revival zal die avond ongetwijfeld goed zijn geweest, maar de geile, zwoele Tony Joe White is de ware swamp king.

Roosevelt And Ira Lee / Another Night In The Life Of The Swamp Fox / Rainy Night In Georgia / Mississippi River / Lustful Earl And The Married Woman / Willie And Laura Mae Jones / Back To The Country / Travellin'Bone / Stormy Monday / My Kind Of Woman / Polk Sald Annie / That On The Road Look


vrijdag 11 juli 2014

The Moving Sidewalks | Trash

Het lijkt alsof Billy Gibbons en ZZ Top er altijd geweest zijn, maar er was leven vóór ZZ Top. Voordat Billy Gibbons in 1969 ZZ Top opricht is hij drie jaar zanger en gitarist in The Moving Sidewalks. Na als teenager gitaar gespeeld te hebben in diverse bluesbands in Houston vormt Gibbons in ’66 met toetsenist Tom Moore, bassist Don Summers en drummer Dan Mitchell The Moving Sidewalks. Ze behoren al snel tot de top-psychedelische bands van Houston, en dus ook Texas. De klassieke garagepunksingle ‘99th Floor’, geschreven door Billy Gibbons en uitgebracht op het Texaanse label Tantara, wordt in 1967 een lokale hit. Even flirten The Moving Sidewalks met een landelijke distributiedeal, maar keren dan terug in de schoot van Tantara Records en producer Steve Ames. De Sidewalks krijgen een glimp van het muzikanten-sterrendom te zien als ze in het voorprogramma van Jimi Hendrix’ Texaanse tour staan. Billy Gibbons wordt hierdoor blijvend beïnvloed door Hendrix’ gitaarstijl. Die invloed is dan ook terug te vinden op de debuut-lp Trash, geproduceerd door Ames en in 1969 uitgebracht op dat kleine Tantara-label. Aan dit laatste dankt Trash zijn reputatie van obscuur en gezocht collector’s item. De muziek is op zichzelf beschouwd klassieke op blues geënte psychedelische rock – Hendrix heeft zijn werk gedaan – niet bepaald obscuur, wel stevig rockend. In bluesy en gitaar-dominante tracks als ‘You Make Me Shake’ en ‘Pluto – Sept. 31st’ klinkt niet alleen de gitaarsound van Hendrix door , maar ook diens lijzige zangstijl. Dit epigonisme – het smaakt er echter niet minder om – blijft tot deze rockers beperkt want Flash biedt veel meer, zoals de psychedelische garagerocker ‘Flashback’, het heavy rockende en groovende ‘Crimson Witch’ en de Hammond-gestuurde slowblues ‘Joe Blues’. Bijzonder fraai is het soulvolle, vloeiende en van gitaarsolo’s en rollend orgel voorziene ‘You Don’t Know The Life’. Al wordt dit wel overklast door het hoogtepunt van Flash, ‘No Good To Cry’, een cover van The Wildweeds. Flash wordt gedomineerd door het soms sublieme gitaarspel van Billy Gibbons en moet beschouwd worden als een van de beste lp’s van de Texaanse psychedelische scene. Helaas houden The Moving Sidewalks op te bestaan als Moore en Summers in 1969 worden opgeroepen om te gaan vechten in Vietnam. Als Gibbons Frank Beard en Dusty Hill rekruteert van American Blues wijzigt hij namelijk ook de naam: in ZZ Top.

Flashback / Scoun Da Be / You Make Me Shake / You Don’t Know The Life / Pluto – Sept. 31st / No Good To Cry / Crimson Witch / Joe Blues / Eclipse / Reclipse

maandag 7 juli 2014

Thin Lizzy | Jailbreak

The Boys Are Back In Town’ is Phil Lynotts eerbetoon aan de vele mannelijke fans die, zo stelde Lynott zich voor, hard werken in de fabriek of in de bouw en in de weekenden de bloemetjes buiten zetten. Het is in 1976 een onverwacht grote hit voor Thin Lizzy, zowel in Amerika als in Engeland – geen top 40-notering in Nederland. De tekst en titel slaan vooral ook op de bandleden zelf die zich in Amerika – op tournee met Aerosmith, The Tubes en Rainbow – geheel te buiten gaan aan drank, heavy drugs en vrouwen. Thin Lizzy – Phil Lynott (zang, bas), Brian Downey (drums), Brian Robertson (sologitaar), Scott Gorham (sologitaar) – staat dan bekend om zijn orgies, drankgelagen en drugsuitspattingen. Opgericht door Lynott en Downey, schoolvrienden in Dublin, heeft Thin Lizzy moeite een bestendige gitarist te vinden: Eric Bell, Gary Moore, John Cann en Andy Gee; zij allen komen en gaan. Vanaf 1974 krijgt het van bluesy coverband tot hardrockband geëvalueerde Thin Lizzy zijn definitieve vorm met de Californische gitarist Scott Gorham en de 17-jarige Schotse gitarist Brian Robertson. Een deal met Vertigo Records en de uitstekende lp’s Night Life en Fighting vormen de opmaat voor de doorbraak van Thin Lizzy: Jailbreak. Gelouterd door eindeloos toeren in de States, schaaft de band langdurig aan hun nieuwe songs voordat ze met producer John Alcock de Ramport Studios ingaan. Het resulteert in negen retestrakke, glimmend gepolijste hardrocksongs die Lizzy’s dubbele gitaar-line-up en Lynotts bravado etaleren. Phil Lynotts verbeelding voert van toekomstige totalitaire overheersing in ‘Jailbreak’ via de cowboy-romantiek van ‘Cowboy Song’ tot derde wereld-solidariteit in de superieure laidback-rock van ‘Fight Or Fall’. De meest opzwepende nummers van Jailbreak zijn echter ‘Warrior’ en ‘Emerald’; deze groeien uit tot favoriete live-nummers. Het hier geëtaleerde dubbele gitaarspel van Robertson en Gorham is ronduit fenomenaal. Brian Robertson is de gitarist met het venijn en de felheid, terwijl Scott Gorham een vette, modderige sound heeft. Deze strijders ontmoeten elkaar in de ongenaakbare afsluiter ‘Emerald’. Jailbreak is niet alleen Thin Lizzy’s doorbraakalbum, maar ook Thin Lizzy’s beste album. Er komt nog heel veel moois na Jailbreak en Thin Lizzy groeit uit tot een topband. Maar de roem eist zijn tol. Al in ’76 raakt Lynott besmet met hepatitus en door jarenlang zwaar alcohol- en heroïnegebruik bezwijkt zijn lichaam uiteindelijk op 4 januari 1986. Phil Lynott, vader van twee jonge dochters, is niet ouder geworden dan 37 jaar.

Jailbreak / Angel From The Coast Running Back / Romeo And The Lonely Girl / Warrior / The Boys Are Back In Town / Fight Or Fall / Cowboy Song / Emerald


woensdag 2 juli 2014

Timber Timbre | Hot Dreams


Het wordt nu toch wel tijd dat Timber Timbre haar welverdiende plek in het americana-landschap inneemt. Ergens tussen Lambchop en The Handsome Family. Hot Dreams is alweer Timber Timbre's vijfde album – en hun beste. Op Hot Dreams vinden de Canadezen, onder de bezielende leiding van Taylor Kirk, hun definitieve vorm door een voller geluid en met gebruikmaking van een uitgebreider instrumentarium – zoals die heerlijk slepende sax in in titelnummer 'Hot Dreams'. Door de over het hele album heen hangende onheilspellende spaghetti-twang is Hot Dreams de ideale soundtrack van een moderne western; niet voor niets fungeert Timber Timbre's muziek als soundtrack voor Breaking Bad. Met schitterende, zinderend hete songs als 'Curtains?!', 'Grand Canyon', 'The New Tomorrow' en 'Run From Me' is Hot Dreams een zeer toepasselijke titel voor Timber Timbre's adembenemende desert gothic.

Beat The Drum Slowly / Hot Dreams / Curtains?! / Bring Me Simple Men / Resurrection Drive Part II / Grand Canyon / The Low Commotion / The New Tomorrow / Run From Me / The Three Sisters