maandag 11 februari 2013

Trees | On The Shore


Trees is nooit de cultstatus ontstegen. De band uit Londen heeft nooit uit de schaduw kunnen stappen van tijdgenoten Fairport Convention en Steeleye Span. De overeenkomsten met de op traditionele folk gebaseerde rock van de beroemdere collega’s zijn talloos. Maar er zijn ook verschillen. Die verschillen zijn vooral te vinden in de venijnige en avontuurlijke psychedelische gitaarsolo’s, een typisch en onderscheidend kenmerk van Trees – en reden waarom de groep bij verzamelaars en sixties-adepten zeer geliefd is. Opgericht in 1969 in Notting Hill door folkfan David Costa (akoestische en twaalfsnarige gitaar, mandoline, dulcimer), is Trees in eerste instantie een ongeregeld zootje non-muzikanten. Maar de band, in een stabiele bezetting met naast Costa Celia Humphris (zang), Tobias Boshell (bas, toetsen), Barry Clarke (sologitaar) en Unwin Brown (drums), leert snel. Zo snel dat Trees al datzelfde jaar tekent bij Columbia – al vindt de band van zichzelf dat ze amateurs zijn. Trees heeft echter twee belangrijke pluspunten: de engelachtige zang van Celia Humphris en het prachtige lyrische gitaarspel van Barry Clarke. Het repertoire is, zoals een exponent van de Britse folkrock-boom betaamt, een mengeling van traditionals en meer eigentijds en eigen materiaal – waarvoor Tobias Boshell verantwoordelijk is. Toch omvat hun muziek, zoals bij verschijnen van het debuut The Garden Of Jane Delawney blijkt, meerdere stijlen. Het wat drukke klankbeeld, waarin niettemin muzikaal veel interessants gebeurt, komt voort uit de geldingsdrang van de zich nog ontwikkelende muzikanten; alle bandleden willen de lead-partijen voor hun rekening nemen. Dat dit uiterst spannend klinkt, blijkt wel uit de opvolger uit hetzelfde jaar, On The Shore. Trees verwerkt meer psychedelische en ook Amerikaanse invloeden in hun spacy folkrock, waardoor de vergelijking met Jefferson Airplane meer voor de hand ligt dan Fairport Convention. Gebleven zijn de folktraditionals, waarvan ‘Polly On The Shore’, ‘Geordie’ en ‘Streets Of Derry’ fenomenaal worden geïnterpreteerd en omgetoverd worden tot adembenemende rocksongs. Het ronkende basspel van componist Boshell is voorts een stevig fundament voor de toverfee-achtige zang van Celia Humphris en de rondcirkelende gitaarsolo’s van Clarke, zoals Trees dat etaleert op ‘Murdoch’, ‘Fool’ en de magnifiek georkestreerde sea-shanty ‘Sally Free And Easy’. Het succes van On The Shore is bescheiden. Toch blijft Columbia in Trees investeren maar de bandleden zijn jong en ontwikkelen zich in alle richtingen en koesteren hun vrijheid, waardoor de band op het tweede plan komt. De druk vanuit de platenmaatschappij om te presteren wordt te groot en aldus valt Trees in 1971 in stukken uiteen, een mooi klein maar exquis oeuvre achterlatend.

Soldiers Three / Murdoch / Polly On The Shore / Adam’s Toon / Sally Free And Easy / Fool / Geordie / While The Iron is Hot / Little Sadie / Streets Of Derry

Geen opmerkingen:

Een reactie posten