vrijdag 9 november 2012

Astra | The Black Chord


Tracks met een lengte die de tien minuten passeren, uitgesponnen instrumentale passages en een lay-out in de beste Roger Dean-traditie; het blijkt de habitat waarin Astra zich uitermate thuisvoelt. Astra is een neo-progband uit San Diego, Californië die niet alleen uitbundig gebruik maakt van ARP Odyssey-synthesizers, moogs, mellotrons en Hammonds, maar zich ook verlaat op Black Sabbath-riffs en Hawkwind-space jams.
In 2009 debuteren de Californiërs met het opzienbarende The Weirding, dat net zo goed in Engeland kon zijn gemaakt halverwege de jaren zeventig. Niets is minder waar: het zijn vijf jonge muzikanten die zich wentelen in het idioom van klassieke progressive rock. Opvolger The Black Chord is in 2012 een ietwat compacter album – slechts zes tracks – maar is even avontuurlijk en adembenemend als het debuut. De instrumentale opener 'Cocoon' knipoogt overduidelijk naar Pink Floyds Dark Side Of The Moon, waarna het epische titelnummer tempowisselingen en instrumentaties kent die regelrecht naar Genesis te herleiden zijn. Een dubbele bezetting op gitaar (Richard Vaughn, Brian Ellis) en toetsen (Conor Riley en dezelfde Vaughn – tevens zanger) bezorgt The Black Chord een massief klankbeeld, maar door de uitstekende productie behoudt Astra een transparante en mooie heldere retro-sound. Het uitgangspunt om vintage proggy te klinken draagt zeker bij aan de majesteit van dit glorieuze rockalbum. In al zijn finesses – van het Yes-achtige 'Quake Meat', de relatief bondige, spacey ballad 'Drift', tot de ijle, majestueus wegzwevende gitaarsolo en het daarop volgende toetsen-crescendo van 'Barefoot In The Head', dat waanzinnig abrupt tot een halt komt – is The Black Chord een even imponerende powertrip als een hallucinerende reis door het universum.
De Amerikanen van Astra hebben de Britse jaren zeventig rockmuziek – Pink Floyd, King Crimson, Yes, Genesis, Hawkwind, Uriah Heep, Black Sabbath – gebruikt om een geniaal retro-progalbum te concipiëren: The Black Chord is dan ook een fenomeen op zichzelf.

Cocoon / The Black Chord / Quake Meat / Drift / Bull Torpis / Barefoot In The Head

donderdag 8 november 2012

John Howard | Kid In A Big World


Eén perfect album maakt John Howard; komt uit het niets en verdwijnt in het niets – en laat in de verwarring het miskende meesterwerk Kid In A Big World achter. Verwarrend is het zeker: geboren als Howard Jones neemt hij de artiestennaam John Howard aan; verandert van een langharige hippie in een kortgekapte dandy in krijtstreeppak; is heel even de hottest kid in town en verdwijnt dan van het podium. Howard is afkomstig uit Noord-Engeland, studeert al vanaf zijn vijfde klassiek piano en maakt geïnspireerd door ‘Strawberry Fields Forever’ zijn eerste opnamen op zijn slaapkamer. De student Howard treedt, gezeten achter de piano, op met zijn zelf gecomponeerde songs, maar beseft dat hij in Noord-Engeland tevergeefs zijn muzikale droom najaagt. Eenmaal in Londen in augustus 1973 grijpt hij de kans aan om demo’s op te nemen en na de metamorfose tot spichtige glamrocker, tekent Howard eind ’73 een contract bij CBS. Het jaar daarop beginnen de opnamen in Abbey Road met als producer Shadows-drummer Tony Meehan, als begeleiders sessiemuzikant Dave Wintour en Argent-leden Bob Henrit en Rod Argent, en een strijkwartet. In de Apple-studio worden maanden later de opnamen gecompleteerd van Howards debuut Guess Who’s Coming To Dinner, maar als de te decadente hoesfoto door CBS wordt afgekeurd, komt er niet alleen een andere hoesfoto maar ook een andere titel: Kid In A Big World. De tien magnifieke liedjes op de plaat bewegen zich tussen de glampop van Elton John en de geëxalteerde rock van David Bowie. ‘Goodbye Suzie’ is de melodramatische maar catchy single – die geen hit wordt, maar het best is Howard in barokke ballads als de titelsong, ‘The Flame’ en het machtig dramatische ‘Gone Away’ – waarop Howard de mellotron bespeelt die John Lennon gebruikt op ‘Strawberry Fields Forever’, en waarmee een droom uitkomt. Dat kan niet gezegd wordt van Kid In A Big World. Aanvankelijk doet CBS er alles aan – zoals levensgrote kartonnen displays en paginagrote advertenties – maar al snel worden Howards commerciële mogelijkheden betwijfeld en wordt Kid In A Big World niet meer herperst. Als CBS van John Howard een disco-artiest wil maken blijft de reeds opgenomen opvolger op de plank liggen en is het lot van Kid In A Big World dat van een gezocht collector’s item, dat overigens wel in 2004 een verdiende reissue krijgt.

Goodbye Suzy / Family Man / The Flame / Maybe Someday In Miami / Gone Away / Missing Key / Spellbound / Guess Who’s Coming To Dinner / Deadly Nightshade / Kid In A Big World

woensdag 7 november 2012

Hoyt Axton | My Griffin Is Gone


When you are alone in the woods it is impossible to hide behind a tree. No matter where you stand, you are always in front of it.’ Deze filosofische uitspraak is van Hoyt Axton, selfmade man, singer-songwriter en cowboy-filosoof. Deze no-nonsens waarheid is typerend voor de briljante songschrijver uit Oklahoma. Axton schreef talloze nummers die in de uitvoering van anderen grote hits zijn geworden. Hij schreef hits voor Linda Ronstadt, Waylon Jennings, John Denver en Elvis Presley. Zijn grootste succes is echter 'The Pusher', een anti-drugs song, die ironisch genoeg in de uitvoering van Steppenwolf werd opgenomen op de soundtrack van Easy Rider. Op dat punt van Axtons leven – 1969 – bezat hij nagenoeg niets, een vastgelopen carrière, een oud huis, drie kinderen, een auto op afbetaling en $ 400 op zijn bankrekening. Hoyt Axton had er toen al een tienjarige loopbaan opzitten als folksinger in de koffiebars van San Francisco. Axton had zijn talent niet van een vreemde, zijn moeder Mae Boren Axton, schreef samen met Tommy Durden de eerste grote hit van Elvis Presley; 'Heartbreak Hotel'. Het is een last die Hoyt zijn leven lang heeft moeten dragen; een moeder in de popmuziek, beroemder dan hijzelf.
Axtons carrière was in 1969, na talloze lp’s, op een dood spoor beland. Anderen hadden geprofiteerd van zijn songschrijverskwaliteiten en zijn jeugdige naïviteit: ‘I was just a kid with a guitar living in a car’, aldus Axton. En toen viel er een cheque op de mat van $ 14.000 en de dag erop nog eens één van $ 10.000. Voor het eerst hield Hoyt zelf iets over van door hem geschreven songs die een hit betekenden voor anderen; Steppenwolfs uitvoering van 'The Pusher' namen Hoyt Axtons zorgen weg.
Met een keur aan Californische muzikanten – gitarist James Burton, drummer Jim Gordon en toetsenist Larry Knechtel – begon Axton aan de opnamen van My Griffin Is Gone, zijn eerste plaat sinds 1965. Getekend door CBS en vergezeld van een topklasse begeleidingsband neemt de singer-songwriter twaalf nummers op die hun plek krijgen op My Griffin Is Gone. Axton bevindt zich op het kruispunt van de folksinger die hij was in de vroege jaren zestig en de psychedelische countryrocker die hij zal worden. In navolging van 'The Pusher' komt het thema van de geestverruimende middelen regelmatig langs in Axtons teksten, overigens zonder deze te verheerlijken. In 'On The Natural'  verklaart Axton geen marihuana of pillen nodig te hebben op de bergtoppen in de Rocky Mountains, in 'Sunshine Fields Of Love' rijdt Axton op een groene draak door de zonovergoten straten van San Francisco. En in 'Beelzebubs Laughter' struinen sprookjesfiguren door de loopgraven in Vietnam, vertrouwend op hun onschuld. Deze tegenstelling van goed en kwaad, donker en licht, is ook terug te vinden in de begeleiding. De akoestische begeleiding is vaak in mineur getoonzet, terwijl de rijke orkestrale klanken het positieve levensgevoel benadrukken. De kraakheldere en diepe stem van Hoyt Axton draagt qua diepgang bij aan de sterke composities en de werkelijk fabelachtige arrangementen. 'It’s All Right Now' en 'Revelations' zijn fraaie voorbeelden van dit gemengde huwelijk van folk, country en orkestrale pop. Op My Griffin Is Gone doorbreekt Axton de grenzen van de traditionele genres, waarbij er synthese ontstaat van countryrock en folkrock. In zijn grandeur van duistere folkrock herinnert My Griffin Is Gone sterk aan een andere klassieker in dit subtiele genre: The Beau Brummels’ Triangle.
My Griffin Is Gone wordt alom goed ontvangen en luidt de tweede carrière in van Hoyt Axton. Met het klimmen der jaren neemt zijn productiviteit toe, start hij een eigen platenlabel en heeft Ringo Starr in Amerika een toptien hit met het door Axton geschreven 'No No Song'. Daarnaast speelt hij rollen in speelfilms (Gremlins) en in televisieseries. In 1995 wordt Axton getroffen door een beroerte en moet hij zich noodgedwongen voortbewegen in een rolstoel. Dat weerhoudt hem niet zijn indrukwekkende carrière van begenadigd singer-songwriter voort te zetten. Tot hij op 61-jarige leeftijd getroffen wordt door meerdere hartaanvallen. De schrijver van talloze hits en de maker van het sublieme My Griffin Is Gone overlijdt op 26 oktober 1999 op zijn ranch in Montana temidden van familie en vrienden.

On The Natural / Way Before The Time Of Towns / Beelzebub’s Laughter / Sunshine Fields Of Love / It’s All Right Now / Gypsy Will / Revelations / Snow Blind Friend / Childhood’s End / Sunrise / Kingswood Manor / Chase Down The Sun

dinsdag 6 november 2012

The Waterboys | This Is The Sea


De wereld ligt aan zijn voeten als in september 1985 This Is The Sea uitkomt. Mike Scott is op weg een grote popster te worden, althans dat is in de muziekpers de heersende opinie. Maar het loopt anders: Mike Scott vlucht; Scott vlucht naar Ierland, vlucht in god en in alcohol. The Waterboys heeft hij dan ontbonden; mede-componist Karl Wallinger is wegens muzikale verschillen al eerder vertrokken. Mike Scott zwicht onder de druk van torenhoge verwachtingen, volgt een intuïtief pad – en raakt de weg volkomen kwijt. Dat is Scott al eerder gebeurd toen hij in 1979 met zijn band Another Pretty Face Edinburgh verruilde voor Londen. Voordat Mike Scott het goed en wel de gaten heeft, heeft zijn platenlabel hem gedumpt.
Terug in Schotland likt hij zijn wonden en komt drie jaar later met saxofonist Anthony Thistlewaite en toetsenist Karl Wallinger terug als The Waterboys – vrij naar Lou Reeds 'The Kids'. De debuutplaat, nog zonder Wallinger, is fragmentarisch en niet meer dan een verzameling demo's, maar op A Pagan Place is The Big Music van Mike Scott in zijn volle glorie te bewonderen. Scott betoont zich een bevlogen en uitbundige frontman die zijn spirituele overtuigingen niet onder stoelen of banken steekt. Muzikaal is de sound van The Waterboys groots en meeslepend: gestapelde akoestische gitaren, blazers, strijkers, de toetsen van Wallinger en de sax-scheuten van Thistlewaite. In interviews spreekt Scott enthousiast over zijn invloeden: van Reed tot Bowie, van Dylan tot Patti Smith; en van esoterische, religieuze en mythologische literatuur. Het succes van A Pagan Place maakt hem niettemin onzeker en als een gepland live-album mislukt, neemt de druk op Scott toe. Koortsachtig werkt hij met Wallinger, Thistlewaite producer Mick Glossop en een aantal sessiemuzikanten in wisselende Londense studio's aan het album waar verwachtingsvol naar wordt uitgekeken. Als de opnamen er in de zomer van 1985 opzitten, weet Scott dat het goed zit: niemand minder dan Bob Dylan is razend enthousiast over This Is The Sea. Dit wordt alom bevestigd als het monumentale meesterwerk in september '85 verschijnt: een Astral Weeks van de jaren tachtig. Naast een opwindende rocksong als 'Medicine Bow' en het door scheurende saxofoon gedragen 'Trumpets' bevinden zich majestueuze, epische mini-symfonieën als 'The Pan Within', 'Old Engeland' – geïnspireerd door James Joyce – en de zinderende, orkestrale aflsuiter 'This Is The Sea'. Van een ander kaliber, maar commercieel aansprekend is de single 'The Whole Of The Moon', een en al synthesizers, cymbalen en sax-erupties. Een klassieke single, en het wordt een hit – een zestiende plaats in de Nederlandse top 40 in januari '86 – al heeft Mike Scott geen zin in promotionele tv-optredens.
Het is het begin van het einde van The Waterboys en hun Big Music. Vlak daarop smeert Scott hem naar de Ierse pubs.

Don't Bang The Drum / The Whole Of The Moon / Spirit / The Pan Within / Medicine Bow / Old Engeland / Be My Enemy / Trumpets / This Is The Sea

maandag 5 november 2012

Mover | The Only One


Een album vol opwindende seventiesrock in de trant van Creedence Clearwater Revival en The Rolling Stones en veroordeeld tot de vergetelheid. Het overkomt Mover in 1999 met hun tweede album, The Only One. Hun eerste cd komt in 1997 uit op het label van grafisch kunstenaar Frank Kozik, maar jeugdige overmoed doet de plaat mislukken. Voor de opvolger op Mod Lang doet de band uit San Francisco onder aanvoering van zanger/bassist Mike Therieau en zanger/gitarist Eric Shea het anders, en grijpt aldus zeer gericht terug op het verleden van de seventies countryrock – daar waar de Stones van Sticky Fingers samenvloeien met de country van Gram Parsons. Met The Only One genereert het met songs als 'Hold Me Down', 'Another Shot', 'Better Days Are Gone' en 'Spend Your Life' een plaat boordevol boeiende countryboogie, rockswagger en Westcoastpop. Het levert het countryrock-kwartet echter weinig erkenning op en hoewel de bandleden uitzwermen naar andere bands, blijft Mover nog jarenlang een sluimerend bestaan leiden, de herinnering aan The Only One nog in enige mate in leven houdend.

Hitched A Ride / Hold Me Down / Another Shot / Drunk On Wine / Better Days Are Gone / Train / Hung Up / Spend Your Life / The Only One / Alma Velha / Something That Makes Me 

zaterdag 3 november 2012

The Allah-Las | The Allah-Las


In het alternatieve circuit zijn The Allah-Las een behoorlijke hype. En terecht, want de vier jongens uit Los Angeles – die elkaar ontmoetten in LA's vinylparadijs Amoeba Music, mooier kan het niet – pakken het retro-sixtiesgenre bij de kladden, gooien het omver en geven het een fris nieuw verfje. Geïnspireerd door een groep als Beachwood Sparks met hun psychedelische, zongebleekte Westcoastpop, graven de vier Allah-Las nog dieper en komen niet alleen uit bij de geestverruimende folkrock van The Byrds en Love, maar ook bij de psychedelische garagepunk van The Chocolate Watchband, The Seeds en The 13th Floor Elevators. Het knappe is echter dat het kwartet een lome, zonnige sfeer afwisselt met een in reverb en fuzz gedrenkte keldersound, maar dat altijd verpakt in parelende, glinsterende popliedjes. In een heldere en tegelijk zompige productie van Nick Waterhouse klinken schitterende liedjes als Catamaran, Busmans Holiday, Tell Me (What's On Your Mind) en Catalina sprankelend, vitaal en tintelfris. Het enige smetje op deze fantastische debuutplaat is dat twee instrumentals net even too much is, maar de sfeer van vier hippies in een Volkswagenbusje op weg van de woestijn naar de Californische stranden vergoedt alles: deze plaat is een heerlijke, puur overtuigende trip naar de Westcoast in de sixties.

Catamaran / Don't You Forget It / Busmans Holiday / Sacred Sands / No Voodoo / Sandy / Ela Navega / Tell Me (What's On Your Mind) / Catalina / Vis-A-Vis / Seven Point Five / Long Journey     

vrijdag 2 november 2012

Wally Tax | Wally Tax


Wladimir Tax uit Amsterdam-Oost is een muzikale legende. Beroemd wordt Tax als de zanger en componist van The Outsiders, vier langharige jongens die rauwe beatmuziek maken en vanaf halverwege de jaren zestig Nederland onveilig maken. Twintig jaar later zijn The Outsiders voor een jonge generatie muzikanten in Amerika en Engeland de godfathers van de nederbiet en is Tax een cultheld. Tussendoor – en ook daarna – leidt Wally Tax een woelig leven van tragische liefdes, heroïne- en alcoholverslaving en torenhoge belastingschulden. Een solocarriere komt echt niet echt van de grond, al onderneemt Tax diverse pogingen. Op Love In, Wally's soloplaat uit 1967 terwijl hij The Outsiders nog aanvoert, blijkt zijn verrassende voorkeur voor romantische, zoetgevooisde en rijk georkestreerde ballads. Na het uiteenvallen van The Outsiders en het geprobeerd te hebben met Taxfree en Bambolee tekent Wally Tax in oktober 1973 een contract voor vier singles en een album bij Ariola. Wally gaat solo en knipt zijn lange haar af, want zegt hij, 'Politie-agenten en soldaten hebben het tegenwoordig ook lang. Het moest verboden worden'. Tax wordt door Ariola gekoppeld aan de hypercommerciële producer Martin Duiser. De eerste single, opgenomen In de Haagse G.T.B.-studio, slaat direct aan: 'Miss Wonderful' wordt in januari '74 een hit die op de drempel van de top 10 blijft steken. De aanstekelijke, hitpotente song is een voorbeeld van de commerciële weg die Tax zal inslaan, want diezelfde maand nog nemen Wally Tax en Martin Duiser een lp op vol romantische, tamelijk gladgestreken songs, die op Spectoriaanse wijze worden aangekleed met strijkers, blazers, mellotron en synthesizer. Voor het zelfgetitelde album uitkomt, is het eerst de beurt aan de volgende single: 'It Ain't No Use'. Dit wordt opnieuw een stevige hit. Op 5 april 1974 ligt Wally Tax in de winkels; een mishmash van Beatles, Bacharach, ballads en bluesy romantica. De gepokte en gemazelde rocker verdient er een Zilveren Harp mee, nota bene een aanmoedigingsprijs voor jonge muzikanten in de Nederlandse lichte muziek. Het levert Tax in ieder geval flink wat succes op, nog eens verstevigd door de van de lp getrokken volgende single 'Evidently'. Wally Tax groeit uit tot een polderpop-hitmaker, zeker als de combine Tax/Duiser hits schrijft en produceert voor Husky, Champagne en de zingende hijskraan: Lee Towers. Duidelijk wordt dat Tax, hoeveel hij flink verdient, verstrengeld raakt in de molens van commercie, met een heroïneverslaving als gevolg. Tax wordt een tragische figuur en zal dat in feite zijn resterende leven blijven. Hij scoort nog kleine succesjes en leeft op als Amerikaanse neo-garagegroepen als The Lyres en The Telltale Hearts halverwege de jaren tachtig nummers van The Outsiders coveren. Ook komt er een reünie van The Outsiders van de grond, maar uiteindelijk komt er een eind aan het leven van de kwetsbare cultheld. Wally Tax overlijdt op 10 april 2005 in zijn woning in Amsterdam-Oost.

It Ain't No Use / Hard Times / It's About Time / It Feels So Right (1st Song For Liesbeth) / Oh Mama / Miss Wonderful / Are You Worried / Evidently / She's As Lovely As A Breeze / Perfection / Take Me For What I Am