zaterdag 12 juli 2014

Tony Joe White | That On The Road Look “Live”

De opnamen stammen uit 1971, maar hebben zo'n 40 jaar op de plank gelegen alvorens kwaliteitslabel Rhino ze aan het publiek presenteert. That On The Road Look is een opzwepende en kokendhete live-dubbelaar van Tony Joe White, de Swamp Fox uit Goodwill, Louisiana. Tony Joe White groeit op met de blues van Lightnin' Hopkins en John Lee Hooker en de rock-'n-roll van Elvis Presley. Halverwege de jaren zestig voert hij zijn eigen band aan – Tony Joe and The Twilights – en speelt veel in de honkytonks van Louisiana en Texas. In '67 komt hij onder contract bij Monument en neemt zijn platen op in Nashville, Tennessee met producer Billy Swan. White scoort hits met 'Polk Salad Annie' en 'Rainy Nights In Georgia', maar is ook constant on the road. In 1971 gaan White en zijn band op tournee door Europa met Creedence Clearwater Revival, tezamen de ongekroonde koningen van de swamprock. Van die tournee stammen de opnamen van That On The Road Look, alwaar White en zijn driekoppige band het elke avond opnemen tegen John Fogerty en zijn mannen: 'It was war every night onstage', zegt Tony Joe White. White beschikt over drummer Sammy Creason, organist Michael Utley, fishin' buddy en Booker T & The MG's-bassist Donald 'Duck' Dunn en uiteraard zijn whomperstomper-gitaar. 'How you're doin'? Oh, mama...', zo begint White zijn concert en zet dan het soulvol stompende 'Roosevelt And Ira Lee' in. White vervolgt dan met een laidback groovende en dampende set met vele hoogtepunten, zoals het groovy 'Another Night In The Life Of A Swamp King', 'Rainy Night In Georgia', de boogie van 'Back To The Country', T-Bone Walkers 'Stormy Monday' en een 10 minuten-versie van 'Polk Salad Annie'. Creedence Clearwater Revival zal die avond ongetwijfeld goed zijn geweest, maar de geile, zwoele Tony Joe White is de ware swamp king.

Roosevelt And Ira Lee / Another Night In The Life Of The Swamp Fox / Rainy Night In Georgia / Mississippi River / Lustful Earl And The Married Woman / Willie And Laura Mae Jones / Back To The Country / Travellin'Bone / Stormy Monday / My Kind Of Woman / Polk Sald Annie / That On The Road Look


vrijdag 11 juli 2014

The Moving Sidewalks | Trash

Het lijkt alsof Billy Gibbons en ZZ Top er altijd geweest zijn, maar er was leven vóór ZZ Top. Voordat Billy Gibbons in 1969 ZZ Top opricht is hij drie jaar zanger en gitarist in The Moving Sidewalks. Na als teenager gitaar gespeeld te hebben in diverse bluesbands in Houston vormt Gibbons in ’66 met toetsenist Tom Moore, bassist Don Summers en drummer Dan Mitchell The Moving Sidewalks. Ze behoren al snel tot de top-psychedelische bands van Houston, en dus ook Texas. De klassieke garagepunksingle ‘99th Floor’, geschreven door Billy Gibbons en uitgebracht op het Texaanse label Tantara, wordt in 1967 een lokale hit. Even flirten The Moving Sidewalks met een landelijke distributiedeal, maar keren dan terug in de schoot van Tantara Records en producer Steve Ames. De Sidewalks krijgen een glimp van het muzikanten-sterrendom te zien als ze in het voorprogramma van Jimi Hendrix’ Texaanse tour staan. Billy Gibbons wordt hierdoor blijvend beïnvloed door Hendrix’ gitaarstijl. Die invloed is dan ook terug te vinden op de debuut-lp Trash, geproduceerd door Ames en in 1969 uitgebracht op dat kleine Tantara-label. Aan dit laatste dankt Trash zijn reputatie van obscuur en gezocht collector’s item. De muziek is op zichzelf beschouwd klassieke op blues geënte psychedelische rock – Hendrix heeft zijn werk gedaan – niet bepaald obscuur, wel stevig rockend. In bluesy en gitaar-dominante tracks als ‘You Make Me Shake’ en ‘Pluto – Sept. 31st’ klinkt niet alleen de gitaarsound van Hendrix door , maar ook diens lijzige zangstijl. Dit epigonisme – het smaakt er echter niet minder om – blijft tot deze rockers beperkt want Flash biedt veel meer, zoals de psychedelische garagerocker ‘Flashback’, het heavy rockende en groovende ‘Crimson Witch’ en de Hammond-gestuurde slowblues ‘Joe Blues’. Bijzonder fraai is het soulvolle, vloeiende en van gitaarsolo’s en rollend orgel voorziene ‘You Don’t Know The Life’. Al wordt dit wel overklast door het hoogtepunt van Flash, ‘No Good To Cry’, een cover van The Wildweeds. Flash wordt gedomineerd door het soms sublieme gitaarspel van Billy Gibbons en moet beschouwd worden als een van de beste lp’s van de Texaanse psychedelische scene. Helaas houden The Moving Sidewalks op te bestaan als Moore en Summers in 1969 worden opgeroepen om te gaan vechten in Vietnam. Als Gibbons Frank Beard en Dusty Hill rekruteert van American Blues wijzigt hij namelijk ook de naam: in ZZ Top.

Flashback / Scoun Da Be / You Make Me Shake / You Don’t Know The Life / Pluto – Sept. 31st / No Good To Cry / Crimson Witch / Joe Blues / Eclipse / Reclipse

maandag 7 juli 2014

Thin Lizzy | Jailbreak

‘The Boys Are Back In Town’ is Phil Lynotts eerbetoon aan de vele mannelijke fans die, zo stelde Lynott zich voor, hard werken in de fabriek of in de bouw en in de weekenden de bloemetjes buiten zetten. Het is in 1976 een onverwacht grote hit voor Thin Lizzy, zowel in Amerika als in Engeland – geen top 40-notering in Nederland. De tekst en titel slaan vooral ook op de bandleden zelf die zich in Amerika – op tournee met Aerosmith, The Tubes en Rainbow – geheel te buiten gaan aan drank, heavy drugs en vrouwen. Thin Lizzy – Phil Lynott (zang, bas), Brian Downey (drums), Brian Robertson (sologitaar), Scott Gorham (sologitaar) – staat dan bekend om zijn orgies, drankgelagen en drugsuitspattingen. Opgericht door Lynott en Downey, schoolvrienden in Dublin, heeft Thin Lizzy moeite een bestendige gitarist te vinden: Eric Bell, Gary Moore, John Cann en Andy Gee; zij allen komen en gaan. Vanaf 1974 krijgt het van bluesy coverband tot hardrockband geëvalueerde Thin Lizzy zijn definitieve vorm met de Californische gitarist Scott Gorham en de 17-jarige Schotse gitarist Brian Robertson. Een deal met Vertigo Records en de uitstekende lp’s Night Life en Fighting vormen de opmaat voor de doorbraak van Thin Lizzy: Jailbreak. Gelouterd door eindeloos toeren in de States, schaaft de band langdurig aan hun nieuwe songs voordat ze met producer John Alcock de Ramport Studios ingaan. Het resulteert in negen retestrakke, glimmend gepolijste hardrocksongs die Lizzy’s dubbele gitaar-line-up en Lynotts bravado etaleren. Phil Lynotts verbeelding voert van toekomstige totalitaire overheersing in ‘Jailbreak’ via de cowboy-romantiek van ‘Cowboy Song’ tot derde wereld-solidariteit in de superieure laidback-rock van ‘Fight Or Fall’. De meest opzwepende nummers van Jailbreak zijn echter ‘Warrior’ en ‘Emerald’; deze groeien uit tot favoriete live-nummers. Het hier geëtaleerde dubbele gitaarspel van Robertson en Gorham is ronduit fenomenaal. Brian Robertson is de gitarist met het venijn en de felheid, terwijl Scott Gorham een vette, modderige sound heeft. Deze strijders ontmoeten elkaar in de ongenaakbare afsluiter ‘Emerald’. Jailbreak is niet alleen Thin Lizzy’s doorbraakalbum, maar ook Thin Lizzy’s beste album. Er komt nog heel veel moois na Jailbreak en Thin Lizzy groeit uit tot een topband. Maar de roem eist zijn tol. Al in ’76 raakt Lynott besmet met hepatitus en door jarenlang zwaar alcohol- en heroïnegebruik bezwijkt zijn lichaam uiteindelijk op 4 januari 1986. Phil Lynott, vader van twee jonge dochters, is niet ouder geworden dan 37 jaar.

Jailbreak / Angel From The Coast Running Back / Romeo And The Lonely Girl / Warrior / The Boys Are Back In Town / Fight Or Fall / Cowboy Song / Emerald


woensdag 2 juli 2014

Timber Timbre | Hot Dreams


Het wordt nu toch wel tijd dat Timber Timbre haar welverdiende plek in het americana-landschap inneemt. Ergens tussen Lambchop en The Handsome Family. Hot Dreams is alweer Timber Timbre's vijfde album – en hun beste. Op Hot Dreams vinden de Canadezen, onder de bezielende leiding van Taylor Kirk, hun definitieve vorm door een voller geluid en met gebruikmaking van een uitgebreider instrumentarium – zoals die heerlijk slepende sax in in titelnummer 'Hot Dreams'. Door de over het hele album heen hangende onheilspellende spaghetti-twang is Hot Dreams de ideale soundtrack van een moderne western; niet voor niets fungeert Timber Timbre's muziek als soundtrack voor Breaking Bad. Met schitterende, zinderend hete songs als 'Curtains?!', 'Grand Canyon', 'The New Tomorrow' en 'Run From Me' is Hot Dreams een zeer toepasselijke titel voor Timber Timbre's adembenemende desert gothic.

Beat The Drum Slowly / Hot Dreams / Curtains?! / Bring Me Simple Men / Resurrection Drive Part II / Grand Canyon / The Low Commotion / The New Tomorrow / Run From Me / The Three Sisters 

maandag 30 juni 2014

Dinosaur Jr. | Green Mind

De rammelende hardcorepunk annex feedback-gitaarnoise van de zelfgetitelde debuutplaat uit 1985 doet allerminst vermoeden dat Dinosaur – dan nog zonder Jr. – grondleggers zijn van een genre dat in de jaren negentig met Nirvana en Soundgarden mondiaal zal doorbreken. De oerbezetting van de band uit Amhurst, Massachusetts bestaat uit Jay Mascis – geswitcht van drums naar gitaar –, Lou Barlow – van gitaar overgestapt op bas – en drummer Murph. Dinosaur Jr. maakt met de albums You're Living All Over Me (1987) en Bug (1988) school door Black Sabbath-gitaarriffs en Neil Young-lijzigheid in hun muziek te stoppen. Ook staan ze bekend om de ruzies op leven en dood tussen Mascis en Barlow. Het vertrek van Barlow uit Dinosaur Jr. valt min of meer samen met de promotie naar major-label Warner Bros.
Eerst is daar nog op het Sub Pop-label de single 'The Wagon', opgenomen met Don Fleming en Jay Spiegel van The Velvet Monkeys en Gumball – en de prelude van major-debuut Green Mind. Uitgerust met een iconische hoes met daarop de jonge Priscilla met een peuk in haar mond, is Green Mind dé cruciale Dinosaur Jr.-plaat, vanwege de commerciële dimensie, de prachtige hoes te midden van alle lelijke ontwerpen, en de muziek die folk-invloeden toelaat, akoestische gitaren op de voorgrond plaatst en de mellotron introduceert. Drummer Murph wordt maar op drie tracks ingeschakeld, zodat Green Mind als het ware een J. Mascis soloalbum is. Mascis wordt hier en daar geholpen door engineers Paul Kolderie en Sean Slade, maar is vooral zelf verantwoordelijk voor dynamische gitaarpopsongs als 'Puke + Cry', 'I Live For That Look' en 'Green Mind'. Bijzonder en tekenend voor de creatieve geest van Mascis zijn de op folk geënte songs 'Flying Cloud' – gelijkend op Led Zeppelins 'Over The Hills And far Away' –, het prachtige 'Water' en het werkelijk geniale 'Thumb' met zijn fluitende mellotron en de ongeëvenaarde en hemelbestormende gitaarsolo. Vooral vanwege dit 'Thumb' is Green Mind het meest aansprekende Dinosaur Jr.-album – en in het voorjaar van 1991 de opmaat naar de doorbraak van de gitaarunderground. J. Mascis moet daar zelf niks van hebben; met grunge heeft hij niets op, een voortrekkersrol ziet hij niet voor zichzelf. Hij doet zijn ding; speelt gitaar, zingt een liedje, rookt een joint. Green Mind is een gevoel, zegt Jay Mascis, de slacker.

The Wagon / Puke + Cry / Blowing It / I Live For That Look / Flying Cloud / How'd You Pin That One On Me / Water / Muck / Thumb / Green Mind


vrijdag 27 juni 2014

Johnny Thunders | So Alone

Op 23 april 1991 wordt in kamer 37 van het St. Peter House in New Orleans het levenloze lichaam aangetroffen van de 38-jarige John Anthony Genzale. De hotelkamer is volledig overhoop gehaald, alle persoonlijke eigendommen gestolen en er zijn sporen van geweld. In het lichaam van de overledene worden sporen aangetroffen van cocaïne- en methadongebruik, zodat Genzale aangemerkt wordt als een drugsdode en niet als slachtoffer van misdrijf. Het is een dood die, hoewel ontluisterend, volledig past bij de mythe die Genzale in zijn tijd van leven was: de beruchte punkrocker Johnny Thunders, rock and roll gypsy, aartsvader van punkers en glamrockers, junkie, rioolrat en vuig gitarist.
Thunders’ korte leven kenmerkt zich door een dwangmatige hang naar drugs en rock and roll. Het heilige triumviraat bestaande uit heroine, rioolrock en Johnny Thunders zelf, komt tezamen in de legendarische New York Dolls. The Dolls zijn voorbestemd ten onder ten gaan aan een tamelijk ongezonde levensstijl waarin injectiespuiten en acidtrips centraal staan. Slechts twee platen brengt deze archetypische glam-punk-rock-band op haar naam. Als The Dolls op het punt staan een mega-contract te sluiten valt de band in scherven uiteen. Razendsnel vormt Thunders samen met Dolls-drummer Jerry Nolan en Television-bassist Richard Hell The Heartbreakers. Het onbetrouwbare lawaai-trio vindt naadloos aansluiting bij de zowel in New York als London heersende punktrend. Op het Britse Track label (van The Who) verschijnt in 1977 het debuut L.A.M.F., oftewel Like A Mother Fucker. The Heartbreakers, zonder Hell maar met Walter Lure en Billy Rath, kiest vanwege het succes domicilie in London. De band betrekt gezamenlijk een huis, alwaar chaos en destructie zal regeren. Thunders onderhoudt een nauw contact met de Britse punkscene, waaronder The Sex Pistols en Siouxsie & The Banshees. Eind 1977 echter, is Johnny nog de enige Heartbreaker in London, is Track failliet en blijken Thunders’ teksten een voorspellende waarde te hebben: Born To Loose.
De neurotische Thunders zit niet bij de pakken neer, verhuist naar Soho en timmert de The Living Dead in elkaar. In deze gelegenheidsformatie nemen de ritmesectie van Eddie & The Hot Rods, Only Ones Mike Perry en Peter Perrett en chanteuse Patti Palladin plaats. The Living Dead vormt de opmaat voor de band die Thunders – nu in het bezit van een solocontract met Real Records voor één plaat – zal begeleiden op de opnamen van So Alone. Thunders is in het bijzonder gecharmeerd van nachtvlinder, poët en junkie Peter Perrett en wil samen een band beginnen. Perrett weigert, maar zal wel een spilfunctie innemen op So Alone.
De vrije rol van solo-artiest bevalt Thunders bijzonder goed; hij laat zich graag omringen door gereputeerde muzikanten. Thunders vindt in Steve Lilywhite bovendien een competent co-producer. De opnamen vinden verspreid over twee studio’s plaats; op elke locatie heeft Thunders zijn all-star band. In de ene studio wordt de kern gevormd door Sex Pistols Cook en Jones – aangevuld met Phil Lynott –, in de andere wordt Johnny ondersteund door Only Ones Perrett en Kellie. De complete set is een gevarieerde portie ultieme rock and roll, rhythm and blues en punkrock. So Alone flitst uit de startblokken met een energieke cover van The Chantays’ surf-instrumental 'Pipe Line' en raast dan nog langs negen nummers. 'London Boys' is een parodie op Johnny Rottens Sex Pistols, waarop Thunders ironisch genoeg begeleid wordt door Cook en Jones. 'Great Big Kiss' daarentegen, een cover van The Shangri-Las, is een eerbetoon aan de girl-groups van de begin jaren zestig. 'Ask Me No Questions', 'Subway Train' – met in het koortje Chrissie Hynde – en 'You Can’t Put Your Arms Around A Memory' zijn mede door de inbreng van Peter Perrett evenzovele hoogtepunten op dit fantastische solodebuut. 'Downtown' is een logge stadsblues met gemeen gitaarwerk van Thunders himself en het eveneens bluesy 'Daddy Rollin’ Stone' is evenzeer een hoogtepunt. Al was het maar dat op deze cover van Otis Blackwell wel erg veel dode zangers een prominente rol vervullen: naast Thunders neemt zowel Phil Lynott als Steve Marriott een couplet voor zijn rekening. De mix van old school rockers en New Yorkse en Britse Punkers geeft So Alone een absolute meerwaarde. Johnny Thunders, zelf in bloedvorm op So Alone, weet dan toch het beste uit zichzelf en anderen te halen. So Alone is daarmee tegelijk een staalkaart van relevante rockmuziek anno 1978 als een muzikaal dagboek van een getormenteerde ziel. Kortom, een meesterwerk.
Thunders heeft nauwelijks mogen genieten van hetgeen hij in London aan de band toevertrouwde. Kort na de opnamen – die slechts twee weken in beslag namen – werd hij door de Britse Immigratiedienst het land uitgeschopt. Een band, om de release van So Alone te ondersteunen, kreeg Thunders daarom niet van de grond. De Britse all-stars hadden hun eigen beslommeringen en terug in New York weigerden The Heartbreakers om met Johnny op te treden. Het is de tragiek van de rock and roller – annex junkie – in hart in nieren: zoveel kracht, zoveel talent en so much fuck ups. Het junkieleven van Johnny Thunders eindigde 13 jaar later in een louche hotel in New Orleans. Uiteindelijk So Alone.

Pipeline / You Can’t Put Your Arms Around A Memory / Great Big Kiss / Ask Me No Questions / Leave Me Alone / Daddy Rollin’ Stone / London Boys / Untouchable / Subway Train / Downtown



dinsdag 24 juni 2014

Tripsichord Music Box | Tripsichord Music Box

De band begint midden jaren zestig als The Ban, maar na verhuizing van Lompoc, Californië naar Los Angeles in 1966 wordt het The Now. Als de beruchte manager Matthew Katz – van Moby Grape en Jefferson Airplane – de band ontdekt en in 1967 meetroont naar San Francisco dient zich opnieuw een naamsverandering aan – nu meer in overeenstemming met de flower power-trend: Tripsichord Music Box. De band, nu in volledige acidrock-modus, treedt op met de grote namen – The Doors, Moby Grape, It's A Beautiful Day – maar manager Katz houdt een debuutalbum jarenlang tegen, tot 1971. Dan verschijnt op Katz' label het gelijknamige debuutalbum. Te laat: de band is dan al uiteengevallen. Wat rest is een bij vlagen magistraal acidrock-album dat op die momenten kan wedijveren met Moby Grape en Quicksilver Messenger Service. Het superieure twin-lead gitaarspel in songs als 'The New World', 'Son Of The Morning' en het psychedelische hoogtepunt 'Fly Baby' dragen bij aan de pracht van Tripsichord Music Box; de canon van de San Francisco-psychedelica gegarandeerd waardig.

On The Last Ride / We have Passed Away / Black Door / The New World / Son Of The Morning / Short Order Steward / The Narrow Gate / Fly Baby / Everlasting Love