vrijdag 28 februari 2014

Doll By Doll | Remember

In het begin van de jaren zeventig is Jackie Leven, alias John St. Field, een rusteloze troubadour met een woeste levensstijl. Dit wordt nog eens versterkt wanneer Leven in 1977 een Londense flat deelt met zijn muzikale trawanten Jo Shaw (gitaar, zang), David McIntosh (drums, zang) en Robin Spreafico (bas, zang), en leeft op een dieet van rockmuziek, LSD en cider. Datzelfde jaar, Leven is dan al 27 jaar, richten de vier – met de pubrock op het sterfbed en de punk in de embryonale fase – een band op, die gelijk al indruk maakt met zijn duistere psychedelische rock. Razendsnel heeft Doll By Doll, vernoemd naar een gedicht van e.e. cummings, in het Londense clubcircuit de reputatie van een agressieve, intimiderende rockband, aangevoerd door een maniakale zanger. De dubbelloops gitaren, de heavy ritmesectie en Levens teksten over vagevuur, seks en geweld onderscheiden zich duidelijk van de doorsnee punkband, reden waarom Warner-offshoot Automatic de Doll By Doll-sound laat vastleggen door Sex Pistols-producer Bill Price in de Wessex Studios. De weerslag hiervan is Remember, uitgebracht in het voorjaar van 1979, een harde rockplaat die gedomineerd wordt door Levens stentorstem en diens sardonische teksten, en de acid-rockgitaren die de San Francisco-psychedelica van Moby Grape in herinnering roepen. Omgeven door oorverdovende gitaarfeedback en wonderlijk fraaie harmoniezang zijn rocksongs als ‘The Palace Of Love’, ‘More Than Human’ en ‘Butcher Boy’ onkarakteristiek voor het punktijdperk – maar des te typerender voor de gepassioneerde en enigmatische Doll By Doll-sound. Remember, met op de hoes de Franse surrealist Antonin Artaud, is in 1979 een anachronistische, maar schitterende gitaarrockplaat.

Butcher Boy / Chances / Sleeping Partners / More Than Human / Lose Myself / Janice / The Palace Of Love / The Fountain Is Red, The Fountain Is White

donderdag 27 februari 2014

Galaxie 500 | Today

Galaxie 500 maakte geenszins deel uit van een scene. Het trio – Dean Wareham, Naomi Young en Damon Krukowski – maakte vanaf de start eigengereide moodmusic, wars van heersende trends. En die heersende trends wáren er in het Boston van de eind jaren tachtig van de vorige eeuw: de noiserock van Dinosaur Jr, Lemonheads en Bullet Lavolta domineerde namelijk de scene. Het leverde een reactie op van een nieuwe lichting bands die subtieler te werk gingen. Een van die subtiele én talentvolle bands was Galaxie 500. Het drietal Wareham, Young en Krukowski ontmoette elkaar op de middelbare school in New York, maar pas toen zij alledrie in Boston afstudeerden, formeerden ze een band. Door de toetreding van bassiste Naomi Young werd Speedy & The Castanets omgedoopt tot Galaxie 500 en al snel scoorde de jonge band een platencontract. Een kennis van de bandleden, Mark Alghini, had net daarvoor platenlabel Aurora Records opgericht en dus debuteerde Galaxie 500 op zijn label. De band had als producer Kramer op het oog, vanwege zijn reputatie als alternatief producer – geliefd bij de noisebands en tevens voormalig bassist in Eugene Chadbourne’s Shockabilly. En dus keerde het trio terug naar New York, naar Kramers Noise New York studio’s.
Het was een korte trip; in drie dagen tijd nam Galaxie 500 met Kramer twaalf nummers op. De eerste release op Aurora Records was de single ‘Tugboat’/’King Of Spain’, direct daarop gevolgd door het negen songs tellende debuutalbum.
Aan het eind van 1988 verschijnt Today, verpakt in een sepiakleurige hoes die onschuld en melancholie verraadt. Bovendien verwijst de titel Today, aldus Dean Wareham, naar de klank van het verleden; naar het muzikale primitivisme van de jaren zestig Hoes en titel vormen tezamen een toepasselijke afspiegeling van de inhoud, die aldus van een fragiele pracht is. Dit kenmerkt zich vooral door de trage ritmes en de kwetsbare en soms zelfs wankele stem van Dean Wareham. De akkoordenwisselingen voltrekken zich vloeiend en onnadrukkelijk, maar hebben toch een opmerkelijke precisie. Bovenop deze relatieve eenvoud van bas, drums en stem is het de elektrische gitaar van Wareham die de muziek een extra dimensie verschaft en Galaxie 500 uittilt boven het gewone. Het openingsnummer ‘Flowers’ is koud onderweg of Wareham lanceert zijn eerste, bijna vloeibare solo. Hiermee wordt de toon gezet van een ingetogen en subtiele gitaarplaat die knipoogt naar het verleden. Een verleden dat herkenbaar is in de verwijzingen naar The Velvet Underground, The Feelies, Television en The Modern Lovers. Deze laatste is zelfs rechtstreeks geëerd in de vorm van een fraaie cover van Jonathan Richmans ‘Don’t Let Our Youth Go To Waste’. Op een aantal nummers – ‘Parking Lot’ en ‘It’s Getting Late – verschuift de dynamiek bijna ongemerkt van zacht naar fluisterhard om dan uit te monden in een opzwepend ritme met uiterst subtiele akkoordenwisselingen. Hier verraadt Galaxie 500 overduidelijk zijn Velvet Underground-invloeden, hetgeen Dean Wareham beaamt omdat hij VU’s 1969 – de live dubbelaar met de ‘billenhoes’ – tot zijn favorieten rekent. Waar de songs in een traag ritme blijven steken – en die aanvoelen als een warme bries – is het Warehams gitaar die het nummer naar een hemels einde brengt. Dat geldt in overtreffende trap voor de meesterlijke afsluiter ‘Tugboat’, wanneer het harmonieuze en vloeiendzachte intro explodeert in licht en geluid als Wareham een lyrische gitaarsolo het luchtruim instuurt. Het is een passend slot van een magnifieke debuut-lp, die de onschuld, eerlijkheid en melancholie van de Galaxie 500-leden uitstekend verbeeldt. Today is daarom een verrassend en eigenwijs album, en behoort zonder meer tot dé hoogtepunten van het lauwe muziekjaar 1988.
Na Today tekende Galaxie 500 bij het Britse Rough Trade en bouwde met On Fire en This Is Our Music – beide fraaie albums – voort op de ingetogen en melancholieke sound. In 1990 scheidden zich de wegen van enerzijds Dean Wareham en anderzijds Damon Krukowski en Naomi Young. De laatste twee gingen als duo verder als Pierre Étoile en veranderden later hun naam in het eenduidige Damon & Naomi. Dean Wareham richtte met Feelies-drummer Stan Demeski Luna op, en perfectioneerde de unieke gitaarsound van Galaxie 500; zíjn unieke gitaarsound.

Flowers / Pictures / Parking Lot / Don’t Let Our Youth Go To Waste / Temperature’s Rising / Oblivious / It’s Getting Late / Instrumental / Tugboat



maandag 24 februari 2014

Jim Sullivan | U.F.O.

Jim Sullivan speelde nooit voor een publiek van meer dan zo'n vijftig man, maakte twee lp's die nagenoeg niemand wilde hebben en verdween in 1975 spoorloos van de aardbodem. Dat is voer voor een culthelden-status en die status verkrijgt de singer-songwriter uit San Diego, Californië dan ook, en dat is op grond van diens debuutplaat U.F.O. beslist terecht. Getrouwd en verhuisd naar noord Los Angeles in 1968 is Jim Sullivan vaste gast in de koffiehuizen aan het strand van Malibu, Avond aan avond speelt hij voor een handjevol vaste klanten in The Raft, maar er is nauwelijks interesse voor de stemmige liedjes gezongen met een imponerende bariton. Vrienden van Sullivan krijgen toch geld bij elkaar om hem in een studio te laten opnemen met een strijkkwartet en de fameuze Wrecking Crew. Hoewel fysiek een robuuste verschijning is Jim Sullivan op U.F.O. vooral een gevoelige, hartveroverende singer-songwriter die op dit geweldige album enorm veel baat heeft bij de warme sound van gitaar, bas, drums en de prachtige gearrangeerde strijkers. Tussen illustere helden als Fred Neil, Tim Hardin, Hoyt Axton en Joe South bevindt zich ook Jim Sullivan, want oorstrelende countryfolk-liedjes als 'Jerome', 'Plain As Your Eyes Can See', 'Whistle Stop', 'Rosey', 'Hghways' en 'U.F.O.' en 'So Natural' maken van U.F.O. een ronduit schitterend album. In 1969 vindt niemand dat, wat ook geldt voor de eponieme opvolger op Hugh Heffners Playboy-label in 1972.
Jim Sullivans carrière loopt op niets uit en dat beseft hij zelf ook. Op 5 maart 1975 vertrekt hij in zijn Volkswagen naar Nashville, Tennessee om daar wat geld te verdienen, maar hij komt op de Interstate 40 tot Santa Rosa, New Mexico en niet verder. Daar haalt de Highway Patrol hem van de weg wegens slingerend rijgedrag. Sullivan koopt een fles vodka en checkt in in het La Mesa Motel. De volgende dag wordt zijn VW gevonden in de woestijn met daarin zijn gitaar en portemonnee. Jim Sullivan is voor altijd verdwenen; weggevaagd van de snelweg. Een reden temeer om het schitterende U.F.O. te koesteren en vooral deze woorden te absorberen: There's a highway / Telling me to go where I can / Such a long way / I don't know where I am. En daar, op de highway, is het voor Jim Sullivan op welke manier dan ook geëindigd.

Jerome / Plain As Your Eyes Can See / Roll Back The Time / WhistleStop / Rosey / Highways / U.F.O. / So Natural / Johnny / Sandman 

zaterdag 22 februari 2014

Home | Pause For A Hoarse Horse

Al als de band net geformeerd is, het is 1970, krijgt Home een contract aangeboden van CBS. Het viertal heeft in zijn midden Laurie Wisefield, wiens vloeiende en natuurlijke gitaarsound een belangrijke stempel op het bandgeluid zet. Home bezit een aardse sound die het midden houdt tussen Wishbone Ash en Badfinger. Op het debuut Pause For A Hoarse Horse klinkt Home zelfverzekerd door de bluesy zang en de competente ritmesectie, maar vooral door het lyrische gitaarspel van Wisefield, zoals geëtaleerd in ‘Red E. Lewis & The Red Caps’ en ‘Moses’. Melodie en harmonie overheersen de songs van het in denim gehulde viertal op dit debuutalbum, dat de typische Britse countrified rock van de jaren zeventig in een gloedvol licht zet. Na de gelijkwaardige opvolger volgt er in 1973 een hooggewaardeerd progressive conceptalbum, maar als Laurie Wisefield in 1974 naar Wishbone Ash promoveert is Home voorgoed geschiedenis.

Tramp / Family / Pause For A Hoarse Horse / Red E. Lewis & The Red Caps / In My Time / How Would It Feel / Bad Days / Mother / Welvyn Garden City Blues / You’re No Good  

woensdag 19 februari 2014

Rufus Wainwright | Poses

Zonder twijfel is de Canadees-Amerikaanse Rufus Wainwright een bijzonder groot muzikaal talent. Geboren in New York als gevolg van een kortstondig huwelijk tussen de Canadese folkzangeres Kate McGarrigle en singer-songwriter Loudon Wainwright III, en opgegroeid in Montreal, Canada is Rufus al op jonge leeftijd een geboren muzikant, maar ook een nukkige, arrogante jongen die zich op 14-jarige leeftijd realiseert dat hij gay is. Van Dyke Parks – vriend van de familie – seint platenbaas Lenny Waronker in en deze haalt Rufus naar Californië, om hem onder contract te nemen bij Steven Spielbergs Dreamworks-label. In 1998 debuteert Rufus Wainwright met een zelfgetiteld album dat bol staat van rijk geornamenteerde Westcoast singer-songwriters pop in de traditie van Randy Newman, Harry Nilsson en Van Dyke Parks. De liedjes blinken uit, maar de arrangementen zijn nogal barok – en toch is Rufus Wainwright een essentieel en grandioos debuut.
Rufus zelf ondertussen worstelt met zijn identiteit; verliest zich in het nachtleven van New York, dompelt zich onder in one night stands en raakt verslaafd aan crystal meth. Te midden van deze excessen – en de daarop volgende rehab – neemt Rufus Wainwright zijn tweede album op: Poses, dat verklaarbaar slordiger en morsiger klinkt dan het debuut. Violen, cello's en Wainwrights piano domineren het klankbeeld, drums en elektrische gitaar worden spaarzaam ingezet. In dit theatrale decor schitteren Rufus Wainwrights zwierige, groteske en complexe zangharmonieën in de merendeels decadente popsongs. 'Cigarettes And Chocolate Milk' is een fantastische opener; 'Greek Song' doet qua meerstemmige zang zowel denken aan The Beach Boys als aan Elliott Smith. Wainwright bezwijkt bijna in topzware romantische torchsongs als 'Poses', 'Evil Angel' en 'The Consort' – maar triomfeert. 'One Man Guy' is een fraaie cover van zijn vaders compositie, maar het albumhoogtepunt – naar het voorbeeld van Todd Rundgren in de vroege jaren zeventig – is het hemelse 'Grey Gardens'; een moderne klassieker. Die erkenning komt er natuurlijk niet zomaar, evenmin als het besef dat Poses – beslist geen gemakkelijke plaat – een potentieel popmeesterwerk is. Hoe dan ook, het talent van Rufus Wainwright komt in de jaren daarna volop in de etalage. Want One en Want Two zijn opvallende albums, de fantastische single 'Going To A Town' is in 2007 een internationale hit en Rufus Does Judy At Carnegy Hall een gedurfd eerbetoon aan Judy Garland. Rufus Wainright is kortom een popmuzikant met statuur.

Cigarettes And Chocolate Milk / Greek Song / Poses / Shadows / California / The Tower Of Learning / Grey Gardens / Rebel Prince / The Consort / One Man Guy / Evil Angel / In A Graveyard / Cigarettes And Chocolate Milk (Reprise)


dinsdag 18 februari 2014

Vic Chesnutt | Ghetto Bells

Sweet Relief II: Gravity Of The Situation betekent in 1996 Vic Chesnutts bescheiden doorbraak. Bijzonder daaraan is wel dat Chesnutt zelf op dat album niet te beluisteren is, want een tribute-plaat waarop groten als R.E.M. en Madonna diens liedjes vertolken, met de bedoeling de lamentabele Chesnutt financieel te ondersteunen. Vic Chesnutt, opgegroeid in Zebulon, Georgia, is namelijk veroordeeld tot een rolstoel omdat hij op zijn 18e verlamd raakte door een ernstig auto-ongeluk.
Tot '96 kenden weinigen de wanhopige lo-fi liedjes die op de albums Little (1990), West Of Rome (1992) en Is The Actor Happy? (1995) te vinden zijn, maar na het tribute-album komt daar verandering in. Een samenwerking met Lambchop en een groeiende belangstelling in 's mans prachtig wrange liedjes leiden in 2005 tot Chesnutts grandioze meesterstuk: Ghetto Bells. De songsmid kreeg hiervoor, naast vaste krachten echtgenote Tina op bas en nichtje Liz als zangeres, de hulp van muzikaal genie Van Dyke Parks, jazzgitarist Bill Frisell en sessiedrummer Don Heffington. Deze droombezetting zorgt voor een overweldigend geluidsdecor waarin barokke arrangementen – in de vorm van stemmige strijkers – zoemende orgels en psychedelische gitaarpartijen versmelten met Chesnutts aangrijpende, droeve stem en diens slimme woordspel. Opeens is Vic Chesnutt niet meer de minimale lo-fi singer-songwriter, maar een vertolker van transcendentale, etherische – ja – grandeur. Genre-overstijgend, maar altijd bezwangerd met een southern gothic broei, zijn het merendeel van de meeslepende songs: 'Virginia', 'What Do You Mean', 'Got To Me', 'Forthright', 'Vesuvius', 'Rambunctious Cloud' en het gevoelige sluitstuk 'Gnarls'. Zonder twijfel is Ghetto Bells niet alleen Chesnutts allerbeste plaat, maar ook objectief bezien een klinkklaar meesterwerk.
Ghetto Bells bezorgt Chesnutt alom erkenning, maar het blijkt onmogelijk dit te overtreffen. Ook trekt het leven zwaar aan de gehandicapte singer-songwriter. Het is ondanks diens relatieve succes niet vol te houden. Op eerste kerstdag van 2009 overlijdt Vic Chesnutt in het ziekenhuis van Athens, Georgia aan de gevolgen van een overdosis spierverslappers. Fate has been so good to me / You may not understand how I can be thankful to be where I am, zingt Vic Chesnutt in 'Ignorant People', begeleid door een treurige accordeon.

Virginia / Little Caesar / What Do You Mean? / Got To Me / Got To Me / Ignorant People / Fortright / To Be With You / Vesuvius / Rambunctious Cloud / The Garden / Gnats   

donderdag 13 februari 2014

T.Rex | Electric Warrior


Begin 1970 is Tyrannosaurus Rex nog een duo bestaande uit zanger/gitarist Marc Bolan en congaspeler Micky Finn. Een akoestisch hippie-duo dat zich laat inspireren door trollen, elfjes en Tolkien, maar dan voltrekt zich een opzienbarende transformatie: in no time is Marc Bolan de superster van Engeland. Het begint als Bolan de bandnaam inkort tot T. Rex, zijn akoestische gitaar verruilt voor een Gibson Les Paul en met behulp van producer Tony Visconti's trukendoos een geknepen gitaarsound ontdekt, voor het eerst te horen op de single 'Ride A White Swan'. Het wordt een grote Britse hit, die van Bolan – talentvol, charismatisch en arrogant – een aanstormend tieneridool maakt, helemaal als de volgende T.Rex-single 'Hot Love' wordt gelanceerd en Bolan en Finn voor een televisie-optreden make-up opsmeren. Het is dan maart 1971 en na Beatlemania dient zich een nieuw fenomeen aan: T.Rextasy
T.Rex heeft een uitgekiende, door Visconti ontworpen sound, akoestisch en elektrisch, gebaseerd op rock-'n'-roll, elektrische blues, bubblegum en zelfs doo-wop; gespeeld en gezongen door een hanige knul met good looks en make-up. Bolan is een kosmische popster, hetgeen hij bewijst met de nieuwe sexy single 'Get It On'. Ondertussen hebben Bolan en Visconti tijdens hun Amerikaanse toernee in New York en Los Angeles de opnamen voltooid van een album waarvan de helft al in de Londense Trident-studio is opgenomen met de nieuwe, dynamische ritmesectie – drummer Bill Legend en bassist Steve Currie – de dreinerige achtergrondzang van het Westcoast hippie-duo Flo & Eddie, de honkende sax van Ian MacDonald (King Crimson), en een overvloed aan kitscherige strijkers. Electric Warrior, gestoken in een Hipgnosis-hoes, verschijnt in het najaar van 1971, als de Bolan-gekte op zijn hoogtepunt is. Met het album bereikt T.Rex dan ook zijn zenith, want Electric Warrior is een super opwindend popalbum dat volledig recht doet aan Bolans superster-reputatie en geheel opgetrokken lijkt uit potentiële singles. Catchy popliedjes die zich bewegen tussen dromerig en sensueel zoals in 'Monolith', spookachtig in het fantastische 'Cosmic Dancer' en verder vooral wellustig, opwindend en swingend zijn, getuige de trits 'Mambo Sun', 'The Motivator', 'Life's A Gas' en de hitsingles 'Jeepster' en 'Get It On' – voor de Amerikaanse markt omgedoopt tot 'Bang A Gong'. Marc Bolan blijft nog wel hits scoren – niet in Nederland trouwens; alleen 'Get It On' en 'Jeepster' halen de Top 20 – maar het wordt allengs minder, en de concurrentie met Ziggy Stardust groter. 
Bolan wordt slordig en zelfgenoegzaam en gaat zich te buiten aan sterkedrank, Dom Perignon en cocaïne. Geen van Bolans albums kunnen tippen aan het glamrock-manifest Electric Warrior, dat verscheen op het hoogtepunt van T.Rextasy. Het trieste dieptepunt wordt bereikt op 16 september 1977 als Marc Bolan als passagier van een Mini-Cooper tegen een Londense boom rijdt. Marc Bolan, geboren Marc Feldt, wordt 29 jaar oud.

Mambo Sun / Cosmic Dancer / Jeepster / Monolith / Lean Woman Blues / Get It On / Planet Queen / Girl / The Motivator / Life's A Gas / Rip Off