donderdag 26 juli 2012

Syd Arthur | On And On




Het kan bijna geen toeval zijn dat een band die de jaren zestig Canterbury-sound perfect nabootst, juist uit die stad afkomstig is. Syd Arthur zijn namelijk vier jonge gasten uit die legendarische kathedraalstad in Kent: de broers Joel en Liam Magill, drummer Fred Rother en violist Raven Bush – daadwerkelijk het neefje van Kate. Onmiskenbaar beweegt Syd Arthur zich op hun magnifieke debuutplaat On And On dan ook tussen Soft Machine en Caravan. Syd Arthur stort zich vooral op de fusion-variant, daar waar rock, jazz en funk een verbond met elkaar aan gaan. Opener 'First Difference' klinkt funky en groovy, wat ook geldt voor 'Edge Of The Earth', alleen geeft de viool van Raven Bush daar een fijne proggy draai aan. 'Dorothy' is een pastorale ballad die Caravan in herinnering roept, en wijkt in zoverre af van de doorgaans complexe sound die bluesy elektrische gitaren, staccato ritmes en een dromerige viool herbergt. Een sound die bovendien transparant is en de elektrische gitaar van Liam Magill en de viool van Raven Bush op de voorgrond zet in prachtige liedjes als 'Promise Me' en 'Moving World'. Epische afsluiter 'Paradise Lost' is een ware tour de force waarop Syd Arthur behendig tussen elektrische blues, folkrock en klassieke progrock laveert, wat tot de slotconclusie leidt dat de jonkies van Syd Arthur, geïnspireerd door de rijke geschiedenis van hun thuishaven, een avontuurlijke, spannende en bijzonder charmante debuutplaat hebben afgeleverd. Hun Canterbury-inspiratie biedt volop perspectief voor een glorieuze toekomst.


First Difference / Edge Of The Earth / Ode To The Summer / Dorothy / Truth Seeker / Night Shaped Light / Promise Me / Black Wave / Moving World / Paradise Lost

woensdag 25 juli 2012

Pete Droge | Necktie Second

Tussen het grunge-geweld uit Seattle is het debuut van Pete Droge in 1994 een totale verrassing. Toegegeven, Droge, 25 jaar, behoort tot de Seattle-scene van slackers en neo-hippies die opgroeien met punk en metal, maar anderszins is Droge evenzeer een Dylan-adept. Na dienst gedaan te hebben in punkrockbandjes struint Droge, gewapend met akoestische gitaar, voortaan liever de koffiehuizen af. Pearl Jam-gitarist Mike McCready is nogal enthousiast over de ironische, stemmige liedjes van Droge en neemt een demo op van de songs, die hij vervolgens aan producer Brendan O'Brien laat horen. Ook O'Brien is direct verkocht en tekent hem voor Rick Rubins American Recordings-label.
Met zijn eigen band – met daarin toekomstige echtgenote Elaine Summers – neemt Droge thuis bij O'Brien in Atlanta, Georgia zijn ijzersterke debuutplaat op. Necktie Second kent een warme, organische sound die gebaseerd is op Droge's laidback voordracht, countryrock-gitaren en een zoemende Hammond B-3. Droge's liedjes lijken in niets op de harde, Seattle grunge-sound, maar liggen eerder in het verlengde van de neo-countryrock van labelgenoten The Jayhawks of de popsongs van Tom Petty – zoals het aanstekelijke 'So I Am Over You'. Het zijn de droeve, traag slepende liedjes die in het bijzonder imponeren: 'Northern Bound Train', 'Straylin Street' en 'Faith In You'; nog eens overtroffen door het persoonlijke 'Fourth Of July' – waarin Droge een hemelse gitaarsolo loslaat – en het zuigende 'Hardest Things To Do'. Necktie Second is een droom van een debuutplaat en stuwt Pete Droge terecht hoog op in de vaart der volkeren: hier klinkt een origineel geluid – dat van een grungy singer-songwriter.
Zoals dat zo vaak gaat bij een spraakmakend debuut, is dat wat er volgt van een mindere kwaliteit. Dat geldt ook voor Pete Droge: de opvolgers kunnen niet tippen aan diens fantastische debuut. Er volgt een bescheiden serie cd's, waarbij de cd van The Thorns – met Matthew Sweet en Shawn Mullins – nog het meest opmerkzaam is. Aan de exposure ligt het ook niet: Droge's liedjes figureren in talloze speelfilms en zelf speelt hij Gram Parsons in Cameron Crowe's Almost Famous. Een wereldwijde doorbraak zit er voor Pete Droge echter niet in – Necktie Second blijft zijn chef d'oeuvre.

If You Don't Love Me (I'll Kill Myself) / Northern Bound Train / Straylin Street / Fourth Of July / Faith In You / Two Steppin Monkey / Sunspot Stopwatch / Hardest Thing To Do / So I Am Over You / Dog On A Chain / Hampton Inn Room 306

dinsdag 24 juli 2012

Thoughts & Words | Thoughts & Words

Jeugdvrienden Bob Ponton en Martin Curtis maken in 1968 met Pandamonium drie singles, maar het beknellende bandconcept en teveel platenmaatschappijbemoeienis doen Ponton en Curtis besluiten als duo verder te gaan. Het maakt alles simpeler – het duo gaat voornamelijk akoestische muziek maken en weet zich vooral beïnvloed door Amerikaanse folkrock en de Britse folk van Fairport Convention. Hun kersverse label Liberty stelt Mike Batt aan als producer – die feitelijk het derde bandlid wordt – en als trio nemen Ponton, Curtis en Batt het debuut op dat Thoughts & Words gedoopt wordt, naar een song van The Byrds. Als de plaat in de winkels ligt, blijkt dat ook de bandnaam abusievelijk Thoughts & Words is.
De winterse hoes reflecteert op toepasselijke wijze de weemoedige, melodieuze folkrock van Ponton en Curtis. Vooral de innig verstrengelde harmoniezang van het duo verleent het album een stijlvolle gratie. Elegant en pastoraal glijden de dertien prachtige liedjes voort op een winterse stroom. Maar helaas zinkt de plaat direct na de release naar de bodem zonder een noemenswaardig spoor achter te laten, waardoor Thoughts & Words een van die wonderschone, veronachtzaamde albums van de begin jaren zeventig is.

Morning Sky / And The Tears Fall Like Rain / Friends / Back In 1939 / Today has Come / Give Me A Reason / Go Out And Find Sun / Seven Years / Father And Son / Lifetime / Annette / Vision / Charlie Gates

maandag 23 juli 2012

Ben Kweller | Changing Horses



Laat ik direct maar van wal steken: Changing Horses is de beste plaat die Ben Kweller tot nu toe gemaakt heeft. De alsmaar jongensachtig blijvende Kweller maakte tot deze vierde cd lichtgewicht poprock met net te weinig onderscheidend vermogen. Daar is op Changing Horses beslist geen sprake van. Kweller verbreedt zijn scope met overduidelijke roots-elementen; zelfs met old-school country, zoals in het humoristische, maar prachtige countryliedje 'Fight'. Die stijlwijziging past ook wel bij Ben Kweller, want hij groeide op op de plains van Texas. Changing Horses biedt volop alt.country en stuitert heen en weer tussen aanstekelijke laidback rootsrock, melodieuze countrypop en intieme kampvuurliedjes. Kwellers begeleidende combo speelt ingetogen en zonder poespas, al slooft pedal steelspeler Kitt Kitterman zich behoorlijk uit en laat hij zich evenmin onbetuigd op de dobro in de weemoedige afsluiter 'Homeward Bound'. Daarvoor hebben we kunnen genieten van negen ambachtelijke liedjes – van het Wilco-eske 'Old Hat' tot het Gram Parsons-achtige 'Wantin' Her Again' – die stuk voor stuk extreem genietbaar zijn, wat Changing Horses tot een topplaat in het alt.country-genre maakt.


Gypsy Rose / Old hat / Fight / Hurtin' You / Ballad Of Wendy Baker / Sawdust Man / Wantin' Her Again / Things I Like To Do / On Her Own / Homeward Bound

zondag 22 juli 2012

Bettie Serveert | Palomine

Ze zijn de populairste Nederlandse gitaarband van de jaren negentig, ze komen uit Arnhem en ze vernoemen zich naar een net niet top-tennisspeelster. Ze zijn zeer succesvol in het Nederlandse clubcircuit, geven meerdere geslaagde optredens op Pinkpop en breken door in de Verenigde Staten. Al vanaf de oprichting in 1991 zijn de ogen gericht op Bettie Serveert. Bettie Serveert ontstaat als De Artsen uiteenvallen en gitarist Peter Visser en bassist Herman Brunskoeke samen met roadie Berend Dubbe en geluidsmixer Carol van Dijk een nieuwe band oprichten. Dubbe wordt de drummer en de van oorsprong Canadese Van Dijk de frontvrouw. Er ontstaat gelijk een buzz rond het kwartet, want de eerste demo zorgt gelijk al voor enthousiaste reacties en bezorgt de band in de zomer van 1992 een optreden op het prestigieuze New Music Seminar. Bettie Serveert heeft dan de platenlabels voor het uitkiezen, en kiest voor het kleine Nijmeegse independent-label Brinkman – maar sluit ook deals voor Engeland met een sublabel van 4AD en voor Amerika met independent Matador.
In de nazomer van 1992 wordt de debuutplaat dan opgenomen in Frans Hagenaars' Sound Enterprise-studio – waar later ook nederklassiekers als Weeps (1996) van Daryll-Ann Pergola (2001) van Johan zullen worden opgenomen. De single 'Tom Boy' is de voorbode van Palomine dat begin november uitkomt en al snel de Moordlijst van Oor/VPRO aanvoert. Opvallend op Palomine is de songgerichte aanpak; de gitaartrance van De Artsen heeft plaatsgemaakt voor scherp afgebakende liedjes die zijn opgebouwd volgens het hard-zacht-principe, karakteristiek voor de gitaarpop van de begin jaren negentig. Dromerige en soms ragfijne melodielijnen worden op Palomine dan ook meestal opgeduwd door een swingende, slepende rockbeat, die werkelijk fantastische songs als het broeierige 'Leg', 'Kid's Allright' en 'Tom Boy' in vuur en vlam zet. De zelfbenoemde verwantschap met een groep als Buffalo Tom komt tot uiting in 'Healthy Sick' – overigens een cover van Sebadoh –, terwijl Betty Serveert hun onderscheidende dynamiek subtiel neerzet in het moody 'Brain-Tag'. De sleutelsongs op het machtige Palomine zijn echter 'Balantine' en titelnummer 'Palomine, waarin de schuchtere, dromerig-naïeve zang van Van Dijk volmaakt samenvloeit met Peter Vissers aanvankelijk rammelende en jengelende gitaar, die daarop uitbarst in gierende en jankende feedback. Palomine is een waanzinnig sterk debuutalbum dat Bettie Serveert de jaren negentig in katapulteert en hen overal – Engeland, Amerika, Japan – ter wereld brengt. Bij een dergelijke staus hoort dan ook in ieder geval één geniaal album: Palomine.

Leg / Palomine / Kid's Allright / Brain-Tag / Tom Boy / Under The Surface / Balantine / This Thing Nowhere / Healthy Sick / Sundazed To The Core / Palomine (Small)

zaterdag 21 juli 2012

Day Of Phoenix | Wide Open N-Way

Denemarken kent een levendige jaren zestig scene, waarin talloze beatgroepen floreren. Beat evolueert tot psychedelica en bij de kentering van het decennium doet, net als in Engeland, de progressive rock zijn intrede. In Kopenhagen wordt in 1968 op de resten van beatband The Maniacs Day Of Phoenix opgericht. Zanger is Cy Nicklin, een beroemde Deense folkartiest, die een stevige folkinvloed meebrengt. Day Of Phoenix maakt dan, zo blijkt uit de eerste single, een avontuurlijke mengvorm van psychedelische rock, folkrock en een lichte jazz-toets. Als Day Of Phoenix in 1970, onder leiding van Colosseum-bassist Tony Reeves, zijn debuutplaat opneemt, is Nicklin inmiddels vervangen door een nieuwe zanger. Het doet niets af aan de kwaliteit van Wide Open N-Way, dat op het Sonet-label verschijnt. Blijkens het ruim elf minuten durende titelnummer is de kracht van Day Of Phoenix de combinatie van venijnige elektrische gitaren en zachtmoedige, tinkelende akoestische. Day Of Phoenix verbindt voorts een dromerige Noord-Europese folksfeer met jazzy wendingen en een psychedelisch Westcoast-geluid. Wah-wah gitaren, vloeiende solo's en hier en daar een rammelende piano vinden elkaar feilloos in het klankbeeld, wat leidt tot voortreffelijke en spannende songs als 'Cellophane No. 1', 'Cellophane No. 2' en 'If You Ask Me'. Wide Open N-Way verleent Day Of Phoenix terecht de status van een van Denemarkens meest prominente progressive rockgroepen. Tot een internationale doorbraak komt het, ondanks een Britse en Duitse release, niet. Na een tweede lp houdt Day Of Phoenix in 1972 op te bestaan.

Wide Open N-Way / Cellophane No. 1 / Cellophane No. 2 / If You Ask Me / Mind Funeral / Tick-Tack

vrijdag 20 juli 2012

The La’s | The La’s

Nazaten van de Merseybeat en wegbereiders van de Britpop, zo zouden The La’s getypeerd kunnen worden. Op het kantelmoment tussen de jaren tachtig en negentig; gemangeld tussen muzikale tijdperken en gevangen in het ontstane vacuüm waren daar opeens The La’s. The unieke La’s, met niets te vergelijken en tot op de dag van vandaag enig in zijn soort.
Lee Mavers, het warhoofdige brein van The La’s, gitarist Mike Badger en bassist John Power formeren de band rond 1983 in Liverpool, dan thuishaven van de tweede golf Merseybeat: Echo & The Bunnymen, The Teardrop Explodes en Wah! Heat. De eerste versie van The La’s wordt gemodelleerd naar zowel het voorbeeld van genoemde postpunkers als van The Beatles en The Hollies. The La’s bouwen een spraakmakende live-reputatie op; de combinatie van jengelende akoestische gitaren en kristalheldere samenzang op een rudimentaire skiffle-beat maakt de prille band tot de sensatie van Liverpool. Nog voor The La’s een platencontract wordt aangeboden schopt Mavers Mike Badger uit de band. Een eerste teken van Mavers voortdurende ontevredenheid over gitaristen en drummers, een probleem dat vooral in zijn hoofd zit. Als The La’s een contract hebben getekend met Go! Discs en de band gaat werken aan een debuutplaat wordt Mavers steeds gefrustreerder over de sound die maar niet op de prille demo’s wil lijken. Ondertussen schudt Mavers de ene briljante popsong na de andere uit de mouw: There She Goes, Feelin’, Son Of A Gun. The La’s hebben dan op kosten van het platenlabel een oud Victoriaans pand betrokken en geven zich volledig over aan marihuana en LSD. Het maakt de labiele – maar zeker ook geniale – Mavers nog obsessiever en wanhopiger op zijn zoektocht naar de sound die hij in zijn hoofd heeft. Hij eist van zijn producers dat de gitaren moeten klinken like the tree it was cut from. Bovendien kan geen enkele mengtafel zijn goedkeuring wegdragen omdat er geen origineel jaren zestig stof op zit. Mavers is compleet van de wereld. Gitaristen en drummers komen en gaan en drie pogingen om een plaat te op te nemen mislukken. Als er een mobiele studio wordt opgetuigd in de tuin van de ouders van de eigenaar van Go! Discs en producer Mike Hedges achter de knoppen van Abbey Road-apparatuur plaatsneemt, komt het geluid nog het meest in de buurt van de lo-fi-sound die Mavers in zijn hoofd hoort rondzoemen. In eerste instantie verklaart Lee Mavers dat de opnamen naar zijn tevredenheid zijn afgerond, maar als de resterende bandleden dan zonder Mavers op vakantie naar Hawaii gaan, trekt hij uit jaloezie zijn goedkeuring in. Nog steeds is er geen plaat die Go! Disc kan releasen, en bij de platenmaatschappij groeit het besef dat die plaat er ook niet zal komen.
Mavers’ aan paranoia grenzende perfectionisme werkt verlammend en houdt een release tegen. Ten einde raad wordt Steve Lillywhite ingehuurd om samen met Mavers aan de productie van het materiaal te werken. Hoewel Mavers het niet kan aanzien en wegloopt, weet Lillywhite toch van het aanwezige materiaal een complete plaat te maken. In oktober 1990, uiteindelijk, verschijnt dan op Go! Discs – onder protest van Mavers – het debuut The La’s. Een debuut dat wereldwijd zal inslaan als een bom. The La’s kent een daverende ontvangst; de muziekpers is zich totaal niet bewust van de in Mavers’ ogen falende productie. Dit doet feitelijk ook nauwelijks terzake want de debuutplaat is werkelijk overstelpt met fantastische popsongs. Popsongs die onbetwist deel uitmaken van de popgeschiedenis, want ook in retrospect blijft het merendeel – om niet te zeggen nagenoeg alle – van Mavers’ composities fier overeind. Het geniale aan klassiekers als Son Of A Gun en Timeless Melody is de ontwapenende simpelheid van de beat. Tokkelende akoestische gitaren en staccato slaggitaar bepalen de sfeer van de eenvoudig en overzichtelijk gehouden popsongs. Maar onder de simpele eenvoud bevindt zich de diepere laag van Lee Mavers’ donkere teksten die handelen over sterfelijkheid, zoals in Freedom Song: I’m not scared to die – God help me, of het vagevuur in Son Of A Gun: He’s alive and living in purgatory, dan wel Mavers’ vermeende heavy drugsgebruik in There She Goes: There she goes / There she goes again / Racing thru’ my brain. The La’s heeft slechts een speelduur van ruim 35 minuten, maar in dit tijdbestek is niet alleen de complete Liverpoolse popgeschiedenis geperst, er wordt tevens een blik gegund op de nabije toekomst van de Britpop. Dit maakt The La’s tot zowel revisionisten als futuristen. Tussen alle geëtaleerde geniale eenvoud is er tenminste één lied dat de tand des tijds hoe dan ook zal doorstaan: met There She Goes heeft Lee Mavers onsterfelijkheid bereikt.
The La’s gaan nog op toernee, maar al snel verbreekt Mavers de banden met de overige bandleden. Zijn frustratie over het mislukken van de debuutplaat – uiteindelijk omdat het niet mogelijk bleek de sound te kopiëren van de allereerste demo’s die op een walkman waren opgenomen – stort hem in diepe depressies en heftig drugsgebruik. Lee Mavers lijkt voorgoed verloren voor de popmuziek, ook al biedt de tekst van Timeless Melody een lichtpunt: The melody always finds me. Hopelijk treft Mavers nog steeds mooie melodieën in zijn hoofd aan; in lo-fi en van demo kwaliteit.

Son Of A Gun / I Can’t Sleep / Timeless Melody / Liberty Ship / There She Goes / Doledrum / Feelin’ / Way Out / I.O.U. / Freedom Song / Failure / LookiSonng Glass